Wet van 24 juni 2010, houdende regeling van de toewijzing van een extra zetel voor Nederland in het Europees Parlement
- BWB-id
- BWBR0027918
- Type
- Wet
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2011-12-07 t/m 2014-08-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0027918
- ELI
- /eli/nl/wet/2011/wet-houdende-regeling-toewijzing-van-een-extra-zetel-voor-ne
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2011/wet-houdende-regeling-toewijzing-van-een-extra-zetel-voor-ne/2011-12-07
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0027918&g=2011-12-07
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0027918&z=2026-06-06&g=2011-12-07
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0027918/2011-12-07
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2011/wet-houdende-regeling-toewijzing-van-een-extra-zetel-voor-ne
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 artikelen P 20 P 22, eerste en tweede lid P 23 P 24 van de Kieswet Het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van het Europees Parlement stelt in aanvulling op de vaststelling van de uitslag van de verkiezing van de leden van het Europees Parlement op 4 juni 2009 vast aan welke lijst de extra zetel voor Nederland in het Europees Parlement toevalt. Deze vaststelling omvat mede de benoemdverklaring van een kandidaat op deze zetel. De,,enzijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de openbare zitting van het centraal stembureau binnen twee weken na de inwerkingtreding van deze wet plaatsvindt. 2 artikelen P 7 P 10 tot en met P 19a Y 23a van de Kieswet De extra zetel valt toe aan de lijst die, na toewijzing van de laatst toegewezen restzetel bij de vaststelling van de uitslag van de verkiezing van de leden van het Europees Parlement op 4 juni 2009, bij voortgezette toepassing van de,enals eerste in aanmerking komt voor de toewijzing van een restzetel, uitgaande van de kiesdeler die op basis van de uitslag van de verkiezing van de leden van het Europees Parlement op 4 juni 2009 is vastgesteld. 3 artikel P 19 van de Kieswet Artikel W 2 van de Kieswet Tot lid van het Europees Parlement wordt benoemd verklaard de daarvoor in aanmerking komende kandidaat die in de volgorde, bedoeld in, het hoogst is geplaatst op de lijst, bedoeld in het tweede lid.is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat alleen die verklaringen als bedoeld in artikel W 2, eerste lid, onder f, van de Kieswet in aanmerking worden genomen, die door de voorzitter van het centraal stembureau zijn ontvangen voor of binnen een week na de inwerkingtreding van deze wet. 4 bijlage Voor de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, wordt het model gebruikt dat in debij deze wet is opgenomen. 5 Artikel 8:4, onderdeel g, van de Algemene wet bestuursrecht is mede van toepassing op de vaststelling, bedoeld in het eerste lid. 2010 279 15-07-2010 24-06-2010 32226 2011 578 06-12-2011 01-12-2011 07-12-2011 Het lidmaatschap van het op grond van artikel 1
van de Wet houdende regeling toewijzing van een extra zetel voor Nederland in het Europees Parlement
(Stb. 2010,
279) benoemde lid van het Europees Parlement vangt aan met
ingang van een door het Europees Parlement te bepalen
datum.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikelen Y 25 Y 26 van de Kieswet Deenzijn van toepassing, met dien verstande dat: a. artikel 1 artikelen V 1 V 3 tot en met V 10 van de Kieswet artikel W 1 van de Kieswet de benoeming, bedoeld in, bij de toepassing van deenwordt aangemerkt als een benoeming in een opengevallen plaats als bedoeld in; en b. artikel V 4 van de Kieswet artikel 1, eerste lid bij het onderzoek van de geloofsbrieven, bedoeld in, de vaststelling, bedoeld in, kan worden betrokken. 2010 279 15-07-2010 24-06-2010 32226 2011 578 06-12-2011 01-12-2011 07-12-2011 Het lidmaatschap van het op grond van artikel 1
van de Wet houdende regeling toewijzing van een extra zetel voor Nederland in het Europees Parlement
(Stb. 2010,
279) benoemde lid van het Europees Parlement vangt aan met
ingang van een door het Europees Parlement te bepalen
datum.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel Y 5 van de Kieswet artikel 1 In afwijking vanvangt het lidmaatschap van het op grond vanbenoemde lid van het Europees Parlement aan met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen datum en eindigt het lidmaatschap op het tijdstip waarop de zittingsperiode eindigt van de leden van het Europees Parlement die op 4 juni 2009 zijn gekozen. 2010 279 15-07-2010 24-06-2010 32226 2011 578 06-12-2011 01-12-2011 07-12-2011 Het lidmaatschap van het op grond van artikel 1
van de Wet houdende regeling toewijzing van een extra zetel voor Nederland in het Europees Parlement
(Stb. 2010,
279) benoemde lid van het Europees Parlement vangt aan met
ingang van een door het Europees Parlement te bepalen
datum.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 2010 279 15-07-2010 24-06-2010 32226 2010 279 15-07-2010 24-06-2010 32226 01-09-2014
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2 Deze wet vervalt met ingang van 1 september 2014. 2010 279 15-07-2010 24-06-2010 32226 2011 578 06-12-2011 01-12-2011 07-12-2011 Het lidmaatschap van het op grond van artikel 1
van de Wet houdende regeling toewijzing van een extra zetel voor Nederland in het Europees Parlement
(Stb. 2010,
279) benoemde lid van het Europees Parlement vangt aan met
ingang van een door het Europees Parlement te bepalen
datum.
Artikel 1#
artikel 1
Artikel 1#
artikel 1, derde lid, laatste volzin
Artikel 1#
artikel 1