Wet van 21 april 2011, houdende introductie van een regeling die het mogelijk maakt oudere belastingplichtigen een tegemoetkoming te verstrekken met het oog op compensatie van koopkrachtverlies als gevolg van beleidsmaatregelen (Wet mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen)
- BWB-id
- BWBR0029984
- Type
- Wet
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2015-01-01 t/m 2015-01-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0029984
- ELI
- /eli/nl/wet/2011/wet-mogelijkheid-koopkrachttegemoetkoming-oudere-belastingpl
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2011/wet-mogelijkheid-koopkrachttegemoetkoming-oudere-belastingpl/2015-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0029984&g=2015-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0029984&z=2026-06-06&g=2015-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0029984/2015-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2011/wet-mogelijkheid-koopkrachttegemoetkoming-oudere-belastingpl
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities In deze wet en de daarop gebaseerde bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b. binnenlandse belastingplichtige: artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001 belastingplichtige als bedoeld in; c. buitenlandse belastingplichtige: artikel 2.1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001 belastingplichtige als bedoeld in, die aantoont dat ten minste 90% van zijn wereldinkomen, na toepassing van regelingen ter voorkoming van dubbele belasting, in Nederland aan de belastingheffing naar het inkomen is onderworpen; d. ouderenkorting: artikelen 8.17 van de Wet inkomstenbelasting 2001 22b van de Wet op de loonbelasting 1964 heffingskorting als bedoeld in deen; e. de SVB: hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen de Sociale verzekeringsbank, genoemd in. 2011 231 20-05-2011 21-04-2011 32521 2011 259 31-05-2011 24-05-2011 01-06-2011
Artikel 2 — Artikel 2 Uitvoering van de wet#
Artikel 2 Uitvoering van de wet De SVB is belast met de uitvoering van deze wet. 2011 231 20-05-2011 21-04-2011 32521 2011 259 31-05-2011 24-05-2011 01-06-2011
Artikel 3 — Artikel 3 Tegemoetkoming#
Artikel 3 Tegemoetkoming De binnenlandse of buitenlandse belastingplichtige die de leeftijd heeft bereikt waarop recht kan ontstaan op de ouderenkorting, heeft recht op een tegemoetkoming. Bij algemene maatregel van bestuur wordt de hoogte van de tegemoetkoming vastgesteld en kan worden bepaald in welke gevallen voor het vaststellen van het recht op tegemoetkoming een ander tijdvak in aanmerking wordt genomen dan het kalenderjaar van het recht op tegemoetkoming. 2011 231 20-05-2011 21-04-2011 32521 2011 259 31-05-2011 24-05-2011 01-06-2011
Artikel 4 — Artikel 4 Ontstaan van het recht op de tegemoetkoming#
Artikel 4 Ontstaan van het recht op de tegemoetkoming artikel 3 Het recht op de tegemoetkoming ontstaat van rechtswege op de eerste dag van de maand, waarin aan de voorwaarden, genoemd in, is voldaan. 2014 504 16-12-2014 26-11-2014 33988 2014 516 18-12-2014 10-12-2014 01-01-2015
Artikel 5 — Artikel 5 Betaalbaarstelling van de tegemoetkoming#
Artikel 5 Betaalbaarstelling van de tegemoetkoming 1 Indien de SVB de beschikking heeft over gegevens op basis waarvan aannemelijk is dat de betrokkene een binnenlandse of buitenlandse belastingplichtige is die recht heeft op de tegemoetkoming, vindt de betaling van de tegemoetkoming plaats zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld en geschiedt deze als regel maandelijks. 2 De tegemoetkoming wordt niet betaald over kalenderjaren met betrekking waartoe de aanvraag, bedoeld in het vierde lid, niet is ingediend binnen vijf jaar na dat kalenderjaar. De SVB kan in bijzondere gevallen afwijken van de eerste zin. 3 Indien blijkt dat de betaling van de tegemoetkoming ten onrechte achterwege is gebleven, betaalt de SVB de tegemoetkoming alsnog binnen acht weken nadat de SVB met dit feit bekend is geworden. 4 Degene aan wie geen tegemoetkoming wordt betaald, kan de SVB verzoeken alsnog tot betaling van tegemoetkoming over te gaan indien aannemelijk is dat hij recht heeft op de tegemoetkoming. Desgevraagd legt deze persoon nadere, door de SVB te bepalen bescheiden over. De SVB beslist binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag, bedoeld in de eerste zin. 5 Indien de beslissing niet binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag kan worden genomen, verlengt de SVB de termijn, genoemd in het vierde lid, met een redelijke termijn en stelt de SVB de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis. 6 artikel 4:89, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht Indien de tegemoetkoming in het buitenland wordt uitbetaald, geschiedt de betaling, in afwijking van, op het tijdstip waarop de rekening van de daartoe door de schuldeiser aangewezen bank wordt gecrediteerd. 7 Wanneer degene aan wie de tegemoetkoming zou worden betaald een ander machtigt om de tegemoetkoming in ontvangst te nemen, onderscheidenlijk een verleende machtiging intrekt, wordt daaraan gevolg gegeven met ingang van een betalingstermijn, aanvangende na de dag, waarop de machtiging wordt ingediend, onderscheidenlijk waarop van haar intrekking mededeling wordt gedaan, doch niet later dan de eerste dag van de tweede maand na de dag van indiening, onderscheidenlijk intrekking van de machtiging. 8 De SVB is bevoegd om de betaling van de tegemoetkoming te schorsen indien zij van oordeel is of vermoedt dat: a. niet langer aannemelijk is dat betrokkene een binnenlandse of buitenlandse belastingplichtige is die recht heeft op de tegemoetkoming; b. artikel 11 betrokkene zijn verplichting op grond vanniet is nagekomen. 2011 231 20-05-2011 21-04-2011 32521 2011 259 31-05-2011 24-05-2011 01-06-2011
Artikel 6 — Artikel 6 Einde van het recht op de tegemoetkoming#
Artikel 6 Einde van het recht op de tegemoetkoming Het recht op tegemoetkoming eindigt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de dag is gelegen dat niet meer aan de voorwaarden voor het recht op de tegemoetkoming wordt voldaan. Na het overlijden van de belastingplichtige eindigt het recht op tegemoetkoming evenwel met ingang van de dag na dat overlijden. 2011 231 20-05-2011 21-04-2011 32521 2011 259 31-05-2011 24-05-2011 01-06-2011
Artikel 7 — Artikel 7 Terugvordering van de tegemoetkoming#
Artikel 7 Terugvordering van de tegemoetkoming 1 artikel 3 Tegemoetkoming waarvan door de SVB is vastgesteld dat er geen recht op bestond als bedoeld invordert de SVB terug van de persoon die de tegemoetkoming heeft ontvangen. 2 In afwijking van het eerste lid kan de SVB besluiten: a. geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn; b. van terugvordering af te zien indien het te vorderen bedrag een door Onze Minister vastgesteld bedrag niet te boven gaat. 3 Degene van wie wordt teruggevorderd, is verplicht desgevraagd aan de SVB de inlichtingen te verstrekken die voor de terugvordering van belang zijn. 4 De SVB kan het teruggevorderde bedrag invorderen bij dwangbevel. 5 De SVB is bevoegd om het teruggevorderde bedrag te verrekenen met hetgeen de SVB uit hoofde van de andere door de SVB uitgevoerde wettelijke regelingen, aan de betrokkene verschuldigd is. 2011 231 20-05-2011 21-04-2011 32521 2011 259 31-05-2011 24-05-2011 01-06-2011
Artikel 8 — Artikel 8 Schuldregeling#
Artikel 8 Schuldregeling 1 artikel 7, eerste lid In afwijking van, kan de SVB, op verzoek van de betrokkene besluiten gedeeltelijk van terugvordering of gedeeltelijk van verdere terugvordering af te zien door medewerking aan een schuldregeling, indien: a. redelijkerwijs te voorzien is dat de betrokkene niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen; b. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; c. artikel 48 van de Wet op het consumentenkrediet een naar het oordeel van de SVB betrouwbaar voorstel tot schuldregeling is tot stand gekomen door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld in; d. aannemelijk is dat medewerking aan een schuldregeling niet concurrentieverstorend werkt; en e. artikel 349 van de Faillissementswet uitdeling in het kader van de schuldregeling plaatsvindt overeenkomstig. 2 Het besluit tot het afzien van terugvordering of van verdere terugvordering wordt ingetrokken of ten nadele van de betrokkene gewijzigd indien: a. niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste lid; b. de betrokkene, of zijn wettelijke vertegenwoordiger, zijn schuld aan de SVB niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet; of c. onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid. 3 Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot dit artikel nadere regels worden gesteld ten aanzien van de uitoefening van de bevoegdheid om mee te werken aan schuldregelingen. 2014 504 16-12-2014 26-11-2014 33988 2014 516 18-12-2014 10-12-2014 01-01-2015
Artikel 9 — Artikel 9 Bevoorrechte vordering#
Artikel 9 Bevoorrechte vordering artikelen 7 8 artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek Een vordering van de SVB als bedoeld in deenis bevoorrecht en volgt onmiddellijk na de vorderingen uit. 2011 231 20-05-2011 21-04-2011 32521 2011 259 31-05-2011 24-05-2011 01-06-2011
Artikel 10 — Artikel 10 Karakter van de tegemoetkoming#
Artikel 10 Karakter van de tegemoetkoming 1 De tegemoetkoming is: a. onvervreemdbaar, en b. niet vatbaar voor verpanding, belening of beslag. 2 Volmacht tot ontvangst van de tegemoetkoming, onder welke vorm of welke benaming ook door de belastingplichtige verleend, is steeds herroepelijk. 3 Elk beding strijdig met enige bepaling van dit artikel, is nietig. 2011 231 20-05-2011 21-04-2011 32521 2011 259 31-05-2011 24-05-2011 01-06-2011
Artikel 11 — Artikel 11 Informatieverplichting#
Artikel 11 Informatieverplichting Een ieder die de tegemoetkoming ontvangt, deelt aan de SVB desgevraagd of uit eigen beweging onverwijld alle feiten en omstandigheden mee, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op een tegemoetkoming. 2011 231 20-05-2011 21-04-2011 32521 2011 259 31-05-2011 24-05-2011 01-06-2011
Artikel 12 — Artikel 12 Bestuurlijk boete#
Artikel 12 Bestuurlijk boete 1 artikel 11 artikel 7, eerste lid Indien aan het niet naleven vante wijten is dat ten onrechte tegemoetkoming is uitbetaald, is de SVB bevoegd een bestuurlijke boete op te leggen van ten hoogste 100 percent van het op grond van, terug te vorderen bedrag. 2 artikel 11 De bevoegdheid tot het opleggen van de boete, genoemd in het eerste lid, vervalt door verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de SVB bekend was of redelijkerwijs had kunnen zijn met het niet naleven van. 3 artikel 11 Wanneer degene die de tegemoetkoming ontvangt of heeft ontvangen bepaalde informatie op een later tijdstip verstrekt dan bedoeld inmaar vóórdat hij weet of redelijkerwijs kon vermoeden dat de informatie bij de SVB bekend is, legt de SVB geen bestuurlijke boete op. 2011 231 20-05-2011 21-04-2011 32521 2011 259 31-05-2011 24-05-2011 01-06-2011
Artikel 13 — Artikel 13 Financiering en verantwoording uitvoering door de SVB#
Artikel 13 Financiering en verantwoording uitvoering door de SVB 1 artikel 3, eerste lid Onze Minister verstrekt jaarlijks ten laste van ’s Rijks kas aan de SVB een uitkering voor de lasten van de door de SVB uitbetaalde tegemoetkomingen, bedoeld in, en de daaraan verbonden uitvoeringskosten. 2 De SVB verantwoordt de lasten van de tegemoetkomingen en uitvoeringskosten afzonderlijk. 3 Hoofdstuk 8 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen is van overeenkomstige toepassing voor begroting, beheer en verantwoording door de SVB van de uitvoering van deze wet. 4 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de berekening van het bedrag van de uitkering en de daarvoor noodzakelijke gegevens. 2011 231 20-05-2011 21-04-2011 32521 2011 259 31-05-2011 24-05-2011 01-06-2011
Artikel 14 — Artikel 14 Wijziging van de Algemene Ouderdomswet#
Artikel 14 Wijziging van de Algemene Ouderdomswet Wijzigt de Algemene Ouderdomswet. 2011 231 20-05-2011 21-04-2011 32521 2011 259 31-05-2011 24-05-2011 01-06-2011
Artikel 15 — Artikel 15 Wijziging van de Wet werk en bijstand#
Artikel 15 Wijziging van de Wet werk en bijstand Wijzigt de Wet werk en bijstand. 2011 231 20-05-2011 21-04-2011 32521 2011 259 31-05-2011 24-05-2011 01-06-2011
Artikel 16 — Artikel 16 Wijziging van de Wet financiering sociale verzekeringen#
Artikel 16 Wijziging van de Wet financiering sociale verzekeringen Wijzigt de Wet financiering sociale verzekeringen. 2011 231 20-05-2011 21-04-2011 32521 2011 259 31-05-2011 24-05-2011 01-06-2011
Artikel 17 — Artikel 17 Wijziging van de Wet op de huurtoeslag#
Artikel 17 Wijziging van de Wet op de huurtoeslag Wijzigt de Wet op de huurtoeslag. 2011 231 20-05-2011 21-04-2011 32521 2011 259 31-05-2011 24-05-2011 01-06-2011
Artikel 18 — Artikel 18 Wijziging van de Algemene nabestaandenwet#
Artikel 18 Wijziging van de Algemene nabestaandenwet Wijzigt de Algemene nabestaandenwet. 2011 231 20-05-2011 21-04-2011 32521 2011 259 31-05-2011 24-05-2011 01-06-2011
Artikel 19 — Artikel 19 Bezwaar en beroep#
Artikel 19 Bezwaar en beroep 1 Hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is van overeenkomstige toepassing op beschikkingen als bedoeld in het tweede lid. 2 hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen Voor de overeenkomstige toepassing vanis een beschikking die is genomen op grond van deze wet voor bezwaar vatbaar. 2011 231 20-05-2011 21-04-2011 32521 2011 259 31-05-2011 24-05-2011 01-06-2011
Artikel 20 — Artikel 20 Inwerkingtreding#
Artikel 20 Inwerkingtreding Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2011 231 20-05-2011 21-04-2011 32521 2011 259 31-05-2011 24-05-2011 01-06-2011
Artikel 21 — Artikel 21 Citeertitel#
Artikel 21 Citeertitel Deze wet wordt aangehaald als: Wet mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen. 2011 231 20-05-2011 21-04-2011 32521 2011 259 31-05-2011 24-05-2011 01-06-2011