Wet van 4 maart 2010 tot wijziging van de Wet op de architectentitel (beroepservaring, bij- en nascholingsregeling voor stedenbouwkundigen, tuin- en landschapsarchitecten en interieurarchitecten, wijzigingen in verband met de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, alsmede enige andere wijzigingen)
- BWB-id
- BWBR0027415
- Type
- Wet
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2015-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0027415
- ELI
- /eli/nl/wet/2011/wijzigingswet-wet-op-de-architectentitel-beroepservaring-bij
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2011/wijzigingswet-wet-op-de-architectentitel-beroepservaring-bij/2015-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0027415&g=2015-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0027415&z=2026-06-06&g=2015-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0027415/2015-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2011/wijzigingswet-wet-op-de-architectentitel-beroepservaring-bij
Artikel I — Artikel I#
Artikel I Wijzigt de Wet op de architectentitel. 2010 130 25-03-2010 04-03-2010 32016 2014 499 16-12-2014 05-12-2014 01-01-2015 Onderdeel L, voor zover het artikel 12c betreft.
Artikel II — Artikel II#
Artikel II artikelen III tot en met VII In dewordt verstaan onder: bureau: artikel 2a, eerste lid, van de Wet op de architectentitel bureau architectenregister als bedoeld in; Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. 2010 130 25-03-2010 04-03-2010 32016 2010 878 29-12-2010 13-12-2010 01-01-2011
Artikel III — Artikel III#
Artikel III 1 artikel I, onderdelen A tot en met E Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van, zijn de personeelsleden van de Stichting bureau architectenregister van wie naam en functie zijn vermeld op een door Onze Minister vastgestelde lijst, van rechtswege ontslagen en aangesteld als personeelsleden in dienst van het bureau. 2 Artikel 15 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is niet van toepassing op de personeelsleden, bedoeld in het eerste lid. 3 De overgang van de personeelsleden, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats met een rechtspositie die als geheel ten minste gelijkwaardig is aan die welke voor ieder van hen gold bij de Stichting bureau architectenregister. 2010 130 25-03-2010 04-03-2010 32016 2010 878 29-12-2010 13-12-2010 01-01-2011
Artikel IV — Artikel IV#
Artikel IV artikel I, onderdelen A tot en met E Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van, gaan de vermogensbestanddelen van de Stichting bureau architectenregister onder algemene titel over op het bureau. De overgang van de vermogensbestanddelen wordt niet fiscaal belast. 2010 130 25-03-2010 04-03-2010 32016 2010 878 29-12-2010 13-12-2010 01-01-2011
Artikel V — Artikel V#
Artikel V artikel I, onderdelen A tot en met E Archiefwet 1995 Archiefbescheiden van de Stichting bureau architectenregister betreffende zaken die op het tijdstip van inwerkingtreding van, nog niet zijn afgedaan, worden overgedragen aan het bureau, voor zover zij niet overeenkomstig dezijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats. 2010 130 25-03-2010 04-03-2010 32016 2010 878 29-12-2010 13-12-2010 01-01-2011
Artikel VI — Artikel VI#
Artikel VI 1 artikel I, onderdelen A tot en met E In wettelijke procedures en rechtsgedingen waarbij de Stichting bureau architectenregister is betrokken, treedt met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van, het bureau in de plaats van de Stichting bureau architectenregister. 2 artikel I, onderdelen A tot en met E artikel 12 van de Wet Nationale ombudsman artikel 15 van die wet In zaken waarin voor het tijdstip van inwerkingtreding van, op grond vanaan de Nationale ombudsman is verzocht een onderzoek te doen of de Nationale ombudsman op grond vaneen onderzoek heeft ingesteld naar een gedraging die kan worden toegerekend aan de Stichting bureau architectenregister, treedt het bureau op dat tijdstip in de plaats van de Stichting bureau architectenregister. 2010 130 25-03-2010 04-03-2010 32016 2010 878 29-12-2010 13-12-2010 01-01-2011
Artikel VII — Artikel VII#
Artikel VII 1 artikel I, onderdeel K artikel 12, eerste lid, onderdeel a, b of c, van de Wet op de architectentitel artikel 29, derde lid, onderdelen a en b Indien op het tijdstip van inwerkingtreding van, geen opleiding kan worden gevolgd als bedoeld inkan een persoon op verzoek in het register worden ingeschreven als interieurarchitect indien hij na dat tijdstip is begonnen met een opleiding voor een getuigschrift als bedoeld in, en dat tijdstip valt binnen een door Onze Minister en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap te bepalen periode. 2 Artikel 12d, eerste en derde lid, van de Wet op de architectentitel is van overeenkomstige toepassing op een persoon als bedoeld in het eerste lid. 3 Artikel 13, eerste en tweede lid, van de Wet op de architectentitel is van toepassing op een verzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid. 2010 130 25-03-2010 04-03-2010 32016 2010 878 29-12-2010 13-12-2010 01-01-2011
Artikel VIIa — Artikel VIIa#
Artikel VIIa artikel I, onderdeel M hoofdstuk IVA van de Wet op de architectentitel Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer zendt binnen zeven jaar na de inwerkingtreding van, van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten vanin de praktijk. 2010 130 25-03-2010 04-03-2010 32016 2010 878 29-12-2010 13-12-2010 01-01-2011
Artikel VIII — Artikel VIII#
Artikel VIII De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen, de onderdelen daarvan of de daarin opgenomen bepalingen verschillend kan worden vastgesteld. 2010 130 25-03-2010 04-03-2010 32016 2010 878 29-12-2010 13-12-2010 01-01-2011