Burgerlijk Wetboek Boek 10, Internationaal Privaatrecht
- BWB-id
- BWBR0030068
- Type
- Wet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0030068
- ELI
- /eli/nl/wet/2012/burgerlijk-wetboek-boek-10
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2012/burgerlijk-wetboek-boek-10/2025-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0030068&g=2025-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0030068&z=2026-06-06&g=2025-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0030068/2025-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2012/burgerlijk-wetboek-boek-10
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 De in dit Boek en andere wettelijke regelingen vervatte regels van internationaal privaatrecht laten de werking van voor Nederland bindende internationale en communautaire regelingen onverlet. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De regels van internationaal privaatrecht en het door die regels aangewezen recht worden ambtshalve toegepast. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Op de wijze van procederen ten overstaan van de Nederlandse rechter is het Nederlandse recht van toepassing. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Indien de vraag welke rechtsgevolgen aan een feit toekomen bij wijze van voorvraag in verband met een andere, aan vreemd recht onderworpen vraag moet worden beantwoord, wordt de voorvraag beschouwd als een zelfstandige vraag. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Onder de toepassing van het recht van een staat wordt verstaan de toepassing van de rechtsregels die in die staat gelden met uitzondering van het internationaal privaatrecht. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vreemd recht wordt niet toegepast, voor zover de toepassing ervan kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Bepalingen van bijzonder dwingend recht zijn bepalingen aan de inachtneming waarvan een staat zo veel belang hecht voor de handhaving van zijn openbare belangen, zoals zijn politieke, sociale of economische organisatie, dat zij moeten worden toegepast op elk geval dat onder de werkingssfeer ervan valt, ongeacht welk recht overigens van toepassing is. 2 De toepassing van het recht waarnaar een verwijzingsregel verwijst, blijft achterwege, voor zover in het gegeven geval bepalingen van Nederlands bijzonder dwingend recht toepasselijk zijn. 3 Bij de toepassing van het recht waarnaar een verwijzingsregel verwijst, kan gevolg worden toegekend aan bepalingen van bijzonder dwingend recht van een vreemde staat waarmee het geval nauw is verbonden. Bij de beslissing of aan deze bepalingen gevolg moet worden toegekend, wordt rekening gehouden met hun aard en strekking alsmede met de gevolgen die uit het toepassen of het niet toepassen van deze bepalingen zouden voortvloeien. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Het recht dat is aangewezen door een wettelijke regel die berust op een veronderstelde nauwe band met dat recht, blijft bij uitzondering buiten toepassing, indien, gelet op alle omstandigheden van het geval, kennelijk de in die regel veronderstelde nauwe band slechts in zeer geringe mate bestaat, en met een ander recht een veel nauwere band bestaat. In dat geval wordt dat andere recht toegepast. 2 Lid 1 is niet van toepassing in geval van een geldige rechtskeuze van partijen. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Aan een feit waaraan rechtsgevolgen toekomen naar het recht dat toepasselijk is volgens het internationaal privaatrecht van een betrokken vreemde staat, kunnen, ook in afwijking van het naar Nederlands internationaal privaatrecht toepasselijke recht, in Nederland dezelfde rechtsgevolgen worden toegekend voor zover de niet-toekenning van zodanige gevolgen een onaanvaardbare schending zou zijn van het bij partijen levende gerechtvaardigde vertrouwen of van de rechtszekerheid. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Voor zover een rechtskeuze is toegelaten, dient deze uitdrukkelijk te zijn gedaan of anderszins voldoende duidelijk te blijken. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Of een natuurlijke persoon minderjarig is en in hoeverre hij bekwaam is rechtshandelingen te verrichten, wordt bepaald door zijn nationale recht. Indien de betrokken persoon de nationaliteit van meer dan een staat bezit en hij in een van deze staten zijn gewone verblijfplaats heeft, geldt het recht van die staat als zijn nationale recht. Heeft hij zijn gewone verblijfplaats niet in een van deze staten, dan geldt als zijn nationale recht het recht van de staat van zijn nationaliteit, waarmee hij alle omstandigheden in aanmerking genomen het nauwst verbonden is. 2 Ten aanzien van een meerzijdige rechtshandeling die valt buiten het toepassingsgebied van de Verordening (EG) Nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) (PbEU L 177) is artikel 13 van die Verordening van overeenkomstige toepassing op het beroep op handelingsonbekwaamheid of handelingsonbevoegdheid van een natuurlijk persoon die partij is bij die rechtshandeling. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Een rechtshandeling is wat de vorm betreft geldig indien zij voldoet aan de vormvereisten van het recht dat op de rechtshandeling zelf van toepassing is, of van het recht van de staat waar de rechtshandeling is verricht. 2 Een rechtshandeling die is verricht tussen personen die zich in verschillende staten bevinden, is wat de vorm betreft geldig indien zij voldoet aan de vormvereisten van het recht dat op de rechtshandeling zelf van toepassing is, of van het recht van een van die staten, of van het recht van de staat waar een van die personen zijn gewone verblijfplaats heeft. 3 Indien de rechtshandeling is verricht door een vertegenwoordiger, wordt onder een staat als bedoeld in de leden 1 en 2, verstaan de staat waar de vertegenwoordiger zich ten tijde van het verrichten van de rechtshandeling bevindt, of waar deze op dat tijdstip zijn gewone verblijfplaats heeft. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Het recht dat een rechtsverhouding of rechtsfeit beheerst, is tevens van toepassing voor zover het ten aanzien van die rechtsverhouding of dat rechtsfeit wettelijke vermoedens vestigt of regels over de verdeling van de bewijslast bevat. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Of een recht of rechtsvordering is verjaard of vervallen, wordt bepaald door het recht dat van toepassing is op de rechtsverhouding waaruit dat recht of die rechtsvordering is ontstaan. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Indien het nationale recht van een natuurlijke persoon van toepassing is en de staat van de nationaliteit van de betrokken persoon twee of meer rechtsstelsels kent die van toepassing zijn op verschillende categorieën personen of in verschillende gebiedsdelen, bepalen de in die staat ter zake geldende regels welk van die rechtsstelsels van toepassing is. 2 Indien het recht van de gewone verblijfplaats van een natuurlijke persoon van toepassing is en de staat van de gewone verblijfplaats van de betrokken persoon twee of meer rechtsstelsels kent die van toepassing zijn op verschillende categorieën personen, bepalen de in die staat ter zake geldende regels welk van die rechtsstelsels van toepassing is. 3 Indien de in de leden 1 en 2 bedoelde regels in een staat ontbreken of in de gegeven omstandigheden niet tot aanwijzing van een toepasselijk rechtsstelsel leiden, wordt het rechtsstelsel van die staat toegepast waarmee de betrokken persoon alle omstandigheden in aanmerking genomen het nauwst verbonden is. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Indien het nationale recht van een natuurlijke persoon van toepassing is en de betrokken persoon staatloos is of zijn nationaliteit niet kan worden vastgesteld, geldt als zijn nationale recht het recht van de staat waar hij zijn gewone verblijfplaats heeft. 2 De rechten welke deze persoon vroeger heeft verkregen en welke uit de persoonlijke staat voortvloeien, in het bijzonder de rechten voortvloeiende uit het huwelijk, worden geëerbiedigd. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 28 artikel 33 van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 45c van die wet De persoonlijke staat van een vreemdeling aan wie een verblijfsvergunning als bedoeld inofis verleend, van een vreemdeling aan wie een verblijfsdocument is afgegeven waarop een aantekening als bedoeld inis geplaatst, alsmede van een vreemdeling die een overeenkomstige verblijfsstatus in het buitenland heeft verkregen, wordt beheerst door het recht van zijn woonplaats, of, indien hij geen woonplaats heeft, door het recht van zijn verblijfplaats. 2 De rechten welke deze vreemdeling vroeger heeft verkregen en welke uit de persoonlijke staat voortvloeien, in het bijzonder de rechten voortvloeiende uit het huwelijk, worden geëerbiedigd. 2014 110 28-03-2014 18-12-2013 33581 2014 110 28-03-2014 18-12-2013 33581 29-03-2014
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Deze titel geeft mede uitvoering aan de op 5 september 1980 te München tot stand gekomen Overeenkomst inzake het recht dat van toepassing is op geslachtsnamen en voornamen (Trb. 1981, 72). 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 De geslachtsnaam en de voornamen van een vreemdeling worden bepaald door het recht van de staat waarvan hij de nationaliteit heeft. Onder recht zijn mede begrepen de regels van internationaal privaatrecht. Uitsluitend voor de vaststelling van de geslachtsnaam en de voornaam worden de omstandigheden waarvan deze afhangen beoordeeld naar dat recht. 2 Indien de vreemdeling de nationaliteit van meer dan een staat bezit geldt het recht van de staat van zijn nationaliteit die tevens zijn gewone verblijfplaats is als zijn nationale recht, of bij gebreke daaraan het recht van de staat waarmee hij, alle omstandigheden in aanmerking genomen, het nauwst verbonden is, tenzij uitdrukkelijk of anderszins voldoende duidelijk een rechtskeuze voor het recht van een andere staat van een nationaliteit van de vreemdeling is gedaan. 2023 116 13-04-2023 24-03-2023 35990 2023 316 29-09-2023 20-09-2023 01-01-2024 Artikel IIIb van Stb. 2023/116 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 De geslachtsnaam en de voornamen van een persoon die de Nederlandse nationaliteit bezit, worden, ongeacht de vraag of hij nog een andere nationaliteit heeft, bepaald door het Nederlandse recht. Dit geldt ook indien vreemd recht van toepassing is op de familierechtelijke betrekkingen waarvan het ontstaan of het tenietgaan gevolg kan hebben voor de geslachtsnaam. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Een persoon die de nationaliteit van meer dan een staat bezit, kan de ambtenaar van de burgerlijke stand verzoeken op zijn geboorteakte een latere vermelding te plaatsen van de naam die hij voert in overeenstemming met het niet toegepaste recht van een van die Staten. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 In geval van verandering van nationaliteit is het recht van de staat van de nieuwe nationaliteit van toepassing, daaronder begrepen de regels van dat recht betreffende de gevolgen van de nationaliteitsverandering voor de naam. 2 artikel 25, onder b artikelen 6 lid 6 12 van de Rijkswet op het Nederlanderschap De verkrijging van de Nederlandse nationaliteit door een vreemdeling brengt geen wijziging in diens geslachtsnaam en voornamen, behoudens, van dit Boek en deen. 2025 124 14-05-2025 23-04-2025 36638 2025 155 12-06-2025 28-05-2025 01-07-2025
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Indien de ambtenaar van de burgerlijke stand bij het opstellen van een akte waarin de geslachtsnaam en de voornamen van een vreemdeling moeten worden opgenomen het Nederlandse recht toepast omdat hij de inhoud van het recht dat op de vaststelling van die namen toepasselijk is niet kan vaststellen, deelt hij zijn beslissing onverwijld mede aan de officier van justitie in het arrondissement waarin de rechtbank is gelegen waar de akte in de registers van de burgerlijke stand is opgenomen. 2 artikel 24 van Boek 1 De aldus opgemaakte akte kan met overeenkomstige toepassing vanop verzoek van iedere belanghebbende of op vordering van het openbaar ministerie worden verbeterd. Het verzoek van een belanghebbende wordt met toepassing van de Wet op de rechtsbijstand van rechtswege kosteloos behandeld. 2014 540 22-12-2014 26-11-2014 33771 2014 541 22-12-2014 15-12-2014 01-01-2015
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Indien de geslachtsnaam of de voornamen van een persoon ter gelegenheid van de geboorte buiten Nederland zijn vastgelegd of als gevolg van een buiten Nederland tot stand gekomen wijziging in de persoonlijke staat zijn gewijzigd en zijn neergelegd in een overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte akte, worden de aldus vastgelegde of gewijzigde geslachtsnaam of voornamen in Nederland erkend. De erkenning kan niet wegens onverenigbaarheid met de openbare orde worden geweigerd op de enkele grond dat een ander recht is toegepast dan uit de bepalingen van deze wet zou zijn gevolgd. 2 artikel 25 Lid 1 laat onverlet de toepassing vanvan dit Boek. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 5 van Boek 1 Ter zake van de toepassing vangeldt het volgende: a. artikel 5 lid 2 van Boek 1 Indien een kind buiten Nederland rechtsgeldig is erkend of gewettigd, door deze erkenning of wettiging in familierechtelijke betrekkingen tot de erkenner is komen te staan en daarbij het Nederlanderschap heeft verkregen of behouden, en indien de geslachtsnaam van dat kind niet is bepaald met inachtneming van een naamskeuze in de zin van, kunnen de moeder en de erkenner gezamenlijk alsnog, tot twee jaar na de erkenning of de wettiging, verklaren welke van hun beider geslachtsnamen of combinatie daarvan het kind zal hebben. Heeft het kind op het tijdstip van de erkenning of de wettiging de leeftijd van zestien jaren bereikt, dan kan het, tot twee jaar na de erkenning of de wettiging, zelf alsnog verklaren van wie van beide ouders het de geslachtsnaam of welke combinatie daarvan zal hebben. b. Indien een kind dat tijdens zijn minderjarigheid door een Nederlander is erkend of zonder erkenning door wettiging het kind van een Nederlander is geworden, door optie het Nederlanderschap verkrijgt en op het tijdstip van de optie tot zijn beide ouders in familierechtelijke betrekkingen staat, kunnen de ouders ter gelegenheid van de optie gezamenlijk verklaren welke van hun beider geslachtsnamen of combinatie daarvan het kind zal hebben. Heeft het kind op het tijdstip van de optie de leeftijd van zestien jaren bereikt, dan verklaart het zelf of het de geslachtsnaam van een van de ouders of een combinatie daarvan zal hebben. c. artikel 5 lid 3 van Boek 1 Indien een kind als gevolg van een buiten Nederland uitgesproken adoptie het Nederlanderschap heeft verkregen en indien de geslachtsnaam van dat kind na de adoptie niet is bepaald met inachtneming van een naamskeuze in de zin van, kunnen de ouders alsnog, tot twee jaar nadat de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, gezamenlijk verklaren dat het kind de oorspronkelijke geslachtsnaam, een van hun beider geslachtsnamen of combinatie daarvan dan wel een van hun beider geslachtsnamen in combinatie met de oorspronkelijke geslachtsnaam zal hebben. Heeft het kind op het tijdstip waarop de uitspraak in kracht van gewijsde gaat de leeftijd van zestien jaren bereikt, dan kan het, tot twee jaar na dat tijdstip, zelf alsnog verklaren of het de oorspronkelijke geslachtsnaam, de geslachtsnaam van een van de ouders of een combinatie daarvan dan wel de geslachtsnaam van een van de ouders in combinatie met de oorspronkelijke geslachtsnaam zal hebben. d. artikel 5 lid 4 van Boek 1 De inbedoelde verklaring houdende naamskeuze kan voor de geboorte van het kind worden afgelegd indien ten minste een van de ouders op het tijdstip van de verklaring het Nederlanderschap bezit. e. artikel 5 lid 4 van Boek 1 Indien een buiten Nederland geboren kind door geboorte in familierechtelijke betrekking tot de beide ouders staat en het Nederlanderschap bezit, en indien de geslachtsnaam van dat kind in de geboorteakte niet is bepaald met inachtneming van een naamskeuze in de zin van, kunnen de ouders gezamenlijk alsnog, tot twee jaar na de geboorte, verklaren welke van hun beider geslachtsnamen of combinatie daarvan het kind zal hebben. f. artikel 5, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek Indien het ouderschap van een kind buiten Nederland rechtsgeldig is vastgesteld en dat kind daardoor het Nederlanderschap heeft verkregen of behouden, en indien de geslachtsnaam van dat kind na de vaststelling van het ouderschap niet is bepaald met inachtneming van een naamskeuze in de zin van, kunnen de moeder en de persoon wiens ouderschap gerechtelijk is vastgesteld alsnog, tot twee jaar na het tijdstip waarop de gerechtelijke beslissing houdende vaststelling van het ouderschap in kracht van gewijsde gaat, gezamenlijk verklaren welke van hun beider geslachtsnamen of combinatie daarvan het kind zal hebben. Heeft het kind op het tijdstip waarop de beslissing houdende vaststelling van het ouderschap in kracht van gewijsde gaat, de leeftijd van zestien jaar bereikt, dan kan het, tot twee jaar na dat tijdstip, zelf alsnog verklaren van wie van beide ouders het de geslachtsnaam of welke combinatie daarvan zal hebben. g. Voor de in dit lid onder a – f bedoelde mogelijkheden tot naamskeuze is het onverschillig of het kind naast de Nederlandse nog een andere nationaliteit bezit. 2 In het geval onder b wordt de verklaring houdende naamskeuze afgelegd ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar de optie voor het Nederlanderschap in ontvangst wordt genomen. In de overige gevallen kan de verklaring houdende naamskeuze worden afgelegd ten overstaan van iedere ambtenaar van de burgerlijke stand. 3 Indien het kind naast de Nederlandse nog een of meer andere nationaliteiten heeft of na registratie zal verkrijgen, kan ook de geslachtsnaam worden gekozen die het kind enkel volgens het recht van een andere nationaliteit van het kind zou kunnen krijgen. 2025 124 14-05-2025 23-04-2025 36638 2025 155 12-06-2025 28-05-2025 01-07-2025
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 De vermelding van de geslachtsnamen en de voornamen in akten van de burgerlijke stand die vóór 1 januari 1990 in de registers zijn opgenomen, wordt op verzoek van een belanghebbende in overeenstemming met de bepalingen van deze titel gewijzigd. Heeft het verzoek betrekking op een vreemdeling, dan moet de wijziging blijken uit een door een bevoegde autoriteit van het land waarvan hij de nationaliteit bezit opgemaakt stuk. De wijzigingen worden aangebracht door de plaatsing van een latere vermelding. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Deze afdeling geeft uitvoering aan het op 14 maart 1978 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de voltrekking en de erkenning van de geldigheid van huwelijken (Trb. 1987, 137). Zij is van toepassing op de huwelijksvoltrekking in Nederland indien, in verband met de nationaliteit of de woonplaats van de aanstaande echtgenoten, met betrekking tot de vraag welk recht de vereisten tot het aangaan van het huwelijk beheerst een keuze moet worden gedaan, alsmede op de erkenning in Nederland van in het buitenland voltrokken huwelijken. Zij is niet van toepassing op de bevoegdheid van de ambtenaar van de burgerlijke stand. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Het huwelijk wordt voltrokken indien ieder der aanstaande echtgenoten voldoet aan de vereisten tot het aangaan van een huwelijk van het Nederlandse recht. 2015 354 14-10-2015 07-10-2015 33488 2015 373 21-10-2015 15-10-2015 05-12-2015
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Vervallen 2015 354 14-10-2015 07-10-2015 33488 2015 373 21-10-2015 15-10-2015 05-12-2015
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Wat de vorm betreft kan een huwelijk in Nederland slechts worden voltrokken ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand met inachtneming van het Nederlandse recht, behoudens de bevoegdheid van buitenlandse diplomatieke en consulaire ambtenaren om, in overeenstemming met de voorschriften van het recht van de door hen vertegenwoordigde staat, aan de voltrekking van huwelijken mede te werken indien geen der partijen uitsluitend of mede de Nederlandse nationaliteit bezit. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 Een buiten Nederland gesloten huwelijk dat ingevolge het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden, wordt als zodanig erkend. 2 Een buiten Nederland ten overstaan van een diplomatieke of consulaire ambtenaar voltrokken huwelijk dat voldoet aan de vereisten van het recht van de staat die die ambtenaar vertegenwoordigt, wordt als rechtsgeldig erkend tenzij die voltrekking in de staat waar zij plaatsvond niet was toegestaan. 3 Voor de toepassing van de leden 1 en 2 worden onder recht mede begrepen de regels van internationaal privaatrecht. 4 Een huwelijk wordt vermoed rechtsgeldig te zijn, indien een huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 artikel 31 Ongeachtvan dit Boek wordt aan een buiten Nederland gesloten huwelijk erkenning onthouden, indien deze erkenning kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde en in ieder geval indien een der echtgenoten op het tijdstip van de sluiting van dat huwelijk: a. reeds gehuwd was of een geregistreerd partnerschap had gesloten met een persoon die de Nederlandse nationaliteit bezat of zelf de Nederlandse nationaliteit bezat of in Nederland zijn gewone verblijfplaats had, tenzij het eerder gesloten huwelijk of geregistreerd partnerschap is ontbonden of nietig verklaard; b. aan de andere echtgenoot in rechte lijn verwant was of de broer of zuster van die echtgenoot was, hetzij door bloedverwantschap, hetzij door adoptie, tenzij deze familierechtelijke betrekking later is verbroken vanwege het ontbreken van biologische verwantschap of herroeping van de adoptie; c. niet de leeftijd van achttien jaar had bereikt, tenzij de echtgenoten op het moment dat erkenning van het huwelijk gevraagd wordt beiden de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt; d. geestelijk niet in staat was zijn toestemming te geven, tenzij deze daartoe wel in staat is op het moment dat de erkenning van het huwelijk gevraagd wordt en uitdrukkelijk met de erkenning van het huwelijk instemt; of e. niet vrijelijk zijn toestemming tot het huwelijk had gegeven, tenzij deze uitdrukkelijk met de erkenning van het huwelijk instemt. 2015 354 14-10-2015 07-10-2015 33488 2015 373 21-10-2015 15-10-2015 05-12-2015
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 artikelen 31 32 Deenvan dit Boek zijn van toepassing ongeacht of over de erkenning van de rechtsgeldigheid van een huwelijk als hoofdvraag, dan wel als voorvraag in verband met een andere vraag wordt beslist. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 Deze afdeling is niet van toepassing op de erkenning van de geldigheid van huwelijken die zijn voltrokken voor 1 januari 1990. 2 artikel 6 Huwelijken die na 1 januari 1990 en voor 15 januari 1999 ten overstaan van buitenlandse diplomatieke en consulaire ambtenaren in overeenstemming met het recht van de door hen vertegenwoordigde staat zijn voltrokken worden, onverminderdvan dit Boek, als geldig aangemerkt indien de ene partij uitsluitend of mede de Nederlandse nationaliteit bezit en de andere partij uitsluitend of mede de nationaliteit van de door de diplomatieke of consulaire ambtenaar vertegenwoordigde staat. 3 Artikel 30 van dit Boek is van toepassing op huwelijken die na 15 januari 1999 ten overstaan van buitenlandse diplomatieke en consulaire ambtenaren zijn voltrokken. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 34a — Artikel 34a#
Artikel 34a In deze afdeling wordt onder «de Verordening (EU) nr. 2016/1103» verstaan: de Verordening (EU) nr. 2016/1103 van de Raad van 24 juni 2016 tot uitvoering van de nauwere samenwerking op het gebied van de bevoegdheid, het toepasselijke recht en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen op het gebied van huwelijksvermogensstelsels (PbEU 2016, L 183). 2018 332 04-10-2018 11-07-2018 34795 2018 333 04-10-2018 17-09-2018 29-01-2019
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 De persoonlijke rechtsbetrekkingen tussen de echtgenoten onderling die niet worden begrepen onder de Verordening (EU) nr. 2016/1103, worden beheerst door het recht dat de echtgenoten voor of tijdens het huwelijk, al dan niet met wijziging van een eerdere aanwijzing, hebben aangewezen. 2 De echtgenoten kunnen slechts een van de volgende rechtsstelsels aanwijzen: a. het recht van de staat van een gemeenschappelijke nationaliteit van de echtgenoten, of b. het recht van de staat waar zij elk hun gewone verblijfplaats hebben. 3 Een aanwijzing als bedoeld in dit artikel is, wat de vorm betreft, geldig indien de vormvoorschriften voor de aanwijzing van het recht dat toepasselijk is op het huwelijksvermogensregime van de echtgenoten in acht zijn genomen. 2018 332 04-10-2018 11-07-2018 34795 2018 333 04-10-2018 17-09-2018 29-01-2019
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Bij gebreke van een aanwijzing van het toepasselijke recht worden de persoonlijke rechtsbetrekkingen tussen de echtgenoten onderling die niet worden begrepen onder de Verordening (EU) nr. 2016/1103 beheerst: a. door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de echtgenoten, of bij gebreke daarvan b. door het recht van de staat waar zij elk hun gewone verblijfplaats hebben, of bij gebreke daarvan c. door het recht van de staat waarmee zij, alle omstandigheden in aanmerking genomen, het nauwst zijn verbonden. 2018 332 04-10-2018 11-07-2018 34795 2018 333 04-10-2018 17-09-2018 29-01-2019
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 artikel 36 Indien de echtgenoten een nationaliteit gemeenschappelijk hebben, geldt voor de toepassing vanvan dit Boek als hun gemeenschappelijke nationale recht het recht van die nationaliteit, ongeacht of zij beiden of een hunner nog een andere nationaliteit bezitten. Bezitten de echtgenoten meer dan een gemeenschappelijke nationaliteit, dan worden zij geacht geen gemeenschappelijke nationaliteit te bezitten. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 artikel 35 artikel 36 Indien een aanwijzing als bedoeld invan dit Boek of een wijziging in de invan dit Boek genoemde omstandigheden leidt tot toepasselijkheid van een ander recht dan het voorheen toepasselijke, is dat andere recht toepasselijk vanaf het tijdstip van die aanwijzing of wijziging. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Vervallen 2018 332 04-10-2018 11-07-2018 34795 2018 333 04-10-2018 17-09-2018 29-01-2019
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Vervallen 2018 332 04-10-2018 11-07-2018 34795 2018 333 04-10-2018 17-09-2018 29-01-2019
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Vervallen 2018 332 04-10-2018 11-07-2018 34795 2018 333 04-10-2018 17-09-2018 29-01-2019
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 In deze afdeling wordt onder de Verordening (EU) nr. 2016/1103 verstaan: de Verordening (EU) nr. 2016/1103 van de Raad van 24 juni 2016 tot uitvoering van de nauwere samenwerking op het gebied van de bevoegdheid, het toepasselijke recht en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen op het gebied van huwelijksvermogensstelsels 2 In aanvulling op de Verordening (EU) nr. 2016/1103 zijn de bepalingen van deze afdeling van toepassing. 2018 332 04-10-2018 11-07-2018 34795 2018 333 04-10-2018 17-09-2018 29-01-2019
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Vervallen 2018 332 04-10-2018 11-07-2018 34795 2018 333 04-10-2018 17-09-2018 29-01-2019
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Vervallen 2018 332 04-10-2018 11-07-2018 34795 2018 333 04-10-2018 17-09-2018 29-01-2019
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 artikel 116 van Boek 1 Een echtgenoot wiens huwelijksvermogensregime wordt beheerst door vreemd recht kan in het inbedoelde register een notariële akte doen inschrijven, inhoudende een verklaring dat het huwelijksvermogensregime wordt beheerst door dat recht. 2023 84 17-03-2023 09-03-2023 35348 2023 118 14-04-2023 05-04-2023 01-07-2023
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 Vervallen 2018 332 04-10-2018 11-07-2018 34795 2018 333 04-10-2018 17-09-2018 29-01-2019
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 Heeft een der echtgenoten door de toepassing op een buitenslands gelegen vermogensbestanddeel van een krachtens het internationaal privaatrecht van het land van ligging aangewezen recht een voordeel genoten dat hem niet zou zijn toegekomen indien het op grond van de Verordening (EU) nr. 2016/1103 aangewezen recht zou zijn toegepast, dan kan de andere echtgenoot daarvan verrekening of vergoeding vorderen bij de in verband met de beëindiging of wijziging van het huwelijksvermogensregime plaatsvindende afrekening. 2018 332 04-10-2018 11-07-2018 34795 2018 333 04-10-2018 17-09-2018 29-01-2019
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 Vervallen 2018 332 04-10-2018 11-07-2018 34795 2018 333 04-10-2018 17-09-2018 29-01-2019
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Vervallen 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 335 05-07-2011 20-06-2011 01-01-2012
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Vervallen 2018 332 04-10-2018 11-07-2018 34795 2018 333 04-10-2018 17-09-2018 29-01-2019
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 artikel 1 lid 7 van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding Of een echtgenoot bij echtscheiding of scheiding van tafel en bed recht heeft op een gedeelte van de door de andere echtgenoot opgebouwde pensioenrechten, wordt beheerst door het recht dat van toepassing is op het huwelijksvermogensregime van de echtgenoten, behoudens. 2 Het voorgaande lid is van toepassing op de verevening van pensioenrechten van echtgenoten die na 1 maart 2001 van tafel en bed zijn gescheiden of wier huwelijk na 1 maart 2001 is ontbonden. 2018 332 04-10-2018 11-07-2018 34795 2018 333 04-10-2018 17-09-2018 29-01-2019
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 Vervallen 2018 332 04-10-2018 11-07-2018 34795 2018 333 04-10-2018 17-09-2018 29-01-2019
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 Een aanwijzing door de echtgenoten van het op hun huwelijksvermogensregime toepasselijke recht, of de wijziging van een zodanige aanwijzing, welke is geschied voor 1 september 1992, kan niet als ongeldig worden beschouwd op de enkele grond dat de wet een zodanige aanwijzing toen niet regelde. Dit geldt niet voor de gevallen dat op het huwelijksvermogensregime de bepalingen van het op 17 juli 1905 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag betreffende de wetsconflicten met betrekking tot de gevolgen van het huwelijk ten opzichte van de rechten en verplichtingen der echtgenoten in hun persoonlijke betrekkingen en ten opzichte van hun goederen (Stb. 1912, 285) toepasselijk waren en de aanwijzing geschiedde voor 23 augustus 1977. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 Deze afdeling geeft mede uitvoering aan: a. het op 1 juni 1970 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de erkenning van echtscheidingen en scheidingen van tafel en bed (Trb. 1979, 131); en b. het op 8 september 1967 te Luxemburg tot stand gekomen Verdrag inzake de erkenning van beslissingen betreffende de huwelijksband (Trb. 1979, 130). 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 Ontbinding van het huwelijk en scheiding van tafel en bed kunnen in Nederland uitsluitend worden uitgesproken door de Nederlandse rechter. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 1 Of ontbinding van het huwelijk of scheiding van tafel en bed kan worden uitgesproken en op welke gronden, wordt bepaald door het Nederlandse recht. 2 In afwijking van lid 1 wordt het recht van de staat van een gemeenschappelijke vreemde nationaliteit van de echtgenoten toegepast indien in het geding: a. door de echtgenoten gezamenlijk een keuze voor dit recht is gedaan of een dergelijke keuze van een van de echtgenoten onweersproken is gebleven; of b. door een van de echtgenoten een keuze voor dit recht is gedaan en beide echtgenoten een werkelijke maatschappelijke band met het land van die gemeenschappelijke nationaliteit hebben. 3 Een rechtskeuze als bedoeld in het vorige lid moet uitdrukkelijk zijn gedaan of anderszins voldoende duidelijk blijken uit de in het verzoekschrift of het verweerschrift gebruikte bewoordingen. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 1 Een in het buitenland na een behoorlijke rechtspleging verkregen ontbinding van het huwelijk of scheiding van tafel en bed wordt in Nederland erkend, indien zij is tot stand gekomen door de beslissing van een rechter of andere autoriteit en indien aan die rechter of andere autoriteit daartoe rechtsmacht toekwam. 2 Een in het buitenland verkregen ontbinding van het huwelijk of scheiding van tafel en bed die niet voldoet aan één of meer van de in lid 1 gestelde voorwaarden wordt nochtans in Nederland erkend, indien duidelijk blijkt dat de wederpartij hetzij tijdens de buitenlandse procedure uitdrukkelijk of stilzwijgend met die ontbinding of scheiding van tafel en bed heeft ingestemd, dan wel na afloop van de procedure in de uitspraak heeft berust. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 Een ontbinding van het huwelijk in het buitenland die uitsluitend door een eenzijdige verklaring van een der echtgenoten is tot stand gekomen, wordt erkend indien: a. de ontbinding in deze vorm overeenstemt met een nationaal recht van de echtgenoot, die het huwelijk eenzijdig heeft ontbonden; b. de ontbinding in de staat waar zij geschiedde rechtsgevolg heeft; en c. duidelijk blijkt dat de andere echtgenoot uitdrukkelijk of stilzwijgend met de ontbinding heeft ingestemd dan wel daarin heeft berust. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 artikelen 57 58 Ongeacht deenvan dit Boek wordt aan een in het buitenland tot stand gekomen ontbinding van het huwelijk erkenning onthouden indien deze erkenning kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 1 artikel 80a van Boek 1 Het aangaan van een geregistreerd partnerschap in Nederland is onderworpen aan de bepalingen van. 2 De bevoegdheid van elk van de partners om in Nederland een geregistreerd partnerschap aan te gaan wordt beheerst door het Nederlandse recht. 3 Wat de vorm betreft kan een geregistreerd partnerschap in Nederland slechts rechtsgeldig worden aangegaan ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand met inachtneming van het Nederlandse recht, behoudens de bevoegdheid van buitenlandse diplomatieke en consulaire ambtenaren om, in overeenstemming met de voorschriften van het recht van de door hen vertegenwoordigde staat, aan het aangaan van geregistreerde partnerschappen mede te werken indien geen der partijen uitsluitend of mede de Nederlandse nationaliteit bezit. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 1 Een buiten Nederland aangegaan geregistreerd partnerschap dat ingevolge het recht van de staat waar het geregistreerd partnerschap is aangegaan rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden, wordt als zodanig erkend. 2 Een buiten Nederland ten overstaan van een diplomatieke of consulaire ambtenaar aangegaan geregistreerd partnerschap dat voldoet aan de vereisten van het recht van de staat die die ambtenaar vertegenwoordigt, wordt als rechtsgeldig erkend tenzij het aangaan in de staat waar dit plaatsvond niet was toegestaan. 3 Voor de toepassing van de leden 1 en 2 worden onder recht mede begrepen de regels van internationaal privaatrecht. 4 Een geregistreerd partnerschap wordt vermoed rechtsgeldig te zijn, indien een verklaring omtrent het geregistreerd partnerschap is afgegeven door een bevoegde autoriteit. 5 Ongeacht de leden 1 en 2 kan een buiten Nederland aangegaan geregistreerd partnerschap slechts als zodanig worden erkend indien het een wettelijk geregelde samenlevingsvorm betreft van twee personen die een nauwe persoonlijke betrekking onderhouden, welke samenlevingsvorm ten minste: a. door een ter plaatse van het aangaan bevoegde autoriteit is geregistreerd; b. het bestaan van een huwelijk of andere wettelijk geregelde samenlevingsvorm met een derde uitsluit; en c. verplichtingen tussen de partners in het leven roept die in hoofdzaak overeenstemmen met die welke verbonden zijn aan het huwelijk. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 artikel 61 Ongeachtvan dit Boek wordt aan een buiten Nederland aangegaan geregistreerd partnerschap erkenning onthouden, indien deze erkenning kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 artikelen 61 62 Deenvan dit Boek zijn van toepassing, ongeacht of over de erkenning van de rechtsgeldigheid van een geregistreerd partnerschap als hoofdvraag, dan wel als voorvraag in verband met een andere vraag wordt beslist. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 63a — Artikel 63a#
Artikel 63a In deze afdeling wordt onder «de Verordening (EU) nr. 2016/1104» verstaan de Verordening (EU) nr. 2016/1104 van de Raad van 24 juni 2016 tot uitvoering van de nauwere samenwerking op het gebied van de bevoegdheid, het toepasselijke recht en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen op het gebied van de vermogensrechtelijke gevolgen van geregistreerde partnerschappen. 2018 332 04-10-2018 11-07-2018 34795 2018 333 04-10-2018 17-09-2018 29-01-2019
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 1 De persoonlijke rechtsbetrekkingen tussen de partners onderling die niet worden begrepen onder de Verordening (EU) nr. 2016/1104, worden beheerst door het recht dat de partners voor of tijdens het geregistreerd partnerschap, al dan niet met wijziging van een eerdere aanwijzing, hebben aangewezen. 2 De partners kunnen slechts een rechtsstelsel aanwijzen dat het instituut van het geregistreerd partnerschap kent. 3 Een aanwijzing als bedoeld in dit artikel is, wat de vorm betreft, geldig indien de vormvoorschriften voor de aanwijzing van het recht dat toepasselijk is op het vermogensregime van de partners, in acht zijn genomen. 2018 332 04-10-2018 11-07-2018 34795 2018 333 04-10-2018 17-09-2018 29-01-2019
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 Bij gebreke van een aanwijzing van het toepasselijke recht worden de persoonlijke rechtsbetrekkingen die niet worden begrepen onder de Verordening (EU) nr. 2016/1104 tussen partners die in Nederland een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan, beheerst door het Nederlandse recht. Zijn de partners buiten Nederland een geregistreerd partnerschap aangegaan, dan worden deze persoonlijke rechtsbetrekkingen tussen hen beheerst door het recht, met inbegrip van het internationaal privaatrecht, van de staat waar het geregistreerd partnerschap is aangegaan. 2022 345 07-09-2022 22-08-2022 36003 2022 364 21-09-2022 16-09-2022 01-10-2022
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 artikel 64 Indien een aanwijzing als bedoeld inleidt tot toepasselijkheid van een ander recht dan het voorheen toepasselijke, is dat andere recht toepasselijk vanaf het tijdstip van die aanwijzing. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 Vervallen 2018 332 04-10-2018 11-07-2018 34795 2018 333 04-10-2018 17-09-2018 29-01-2019
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 Vervallen 2018 332 04-10-2018 11-07-2018 34795 2018 333 04-10-2018 17-09-2018 29-01-2019
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 Vervallen 2018 332 04-10-2018 11-07-2018 34795 2018 333 04-10-2018 17-09-2018 29-01-2019
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 1 In deze afdeling wordt onder de Verordening (EU) nr. 2016/1104 verstaan: de Verordening (EU) nr. 2016/1104 van de Raad van 24 juni 2016 tot uitvoering van de nauwere samenwerking op het gebied van de bevoegdheid, het toepasselijke recht en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen op het gebied van de vermogensrechtelijke gevolgen van geregistreerde partnerschappen. 2 In aanvulling op de Verordening (EU) nr. 2016/1104 zijn de bepalingen van deze afdeling van toepassing. 2018 332 04-10-2018 11-07-2018 34795 2018 333 04-10-2018 17-09-2018 29-01-2019
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 Vervallen 2018 332 04-10-2018 11-07-2018 34795 2018 333 04-10-2018 17-09-2018 29-01-2019
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 Vervallen 2018 332 04-10-2018 11-07-2018 34795 2018 333 04-10-2018 17-09-2018 29-01-2019
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 Vervallen 2018 332 04-10-2018 11-07-2018 34795 2018 333 04-10-2018 17-09-2018 29-01-2019
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 Vervallen 2018 332 04-10-2018 11-07-2018 34795 2018 333 04-10-2018 17-09-2018 29-01-2019
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 Vervallen 2018 332 04-10-2018 11-07-2018 34795 2018 333 04-10-2018 17-09-2018 29-01-2019
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 Vervallen 2018 332 04-10-2018 11-07-2018 34795 2018 333 04-10-2018 17-09-2018 29-01-2019
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 Vervallen 2018 332 04-10-2018 11-07-2018 34795 2018 333 04-10-2018 17-09-2018 29-01-2019
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 Vervallen 2018 332 04-10-2018 11-07-2018 34795 2018 333 04-10-2018 17-09-2018 29-01-2019
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 artikel 116 van Boek 1 Een partner wiens partnerschapsvermogensregime wordt beheerst door vreemd recht, kan in het inbedoelde register een notariële akte doen inschrijven, inhoudende een verklaring dat het partnerschapsvermogensregime wordt beheerst door dat recht. 2023 84 17-03-2023 09-03-2023 35348 2023 118 14-04-2023 05-04-2023 01-07-2023
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 Vervallen 2018 332 04-10-2018 11-07-2018 34795 2018 333 04-10-2018 17-09-2018 29-01-2019
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 Heeft een der partners, door de toepassing op een buitenslands gelegen vermogensbestanddeel van een krachtens het internationaal privaatrecht van het land van ligging aangewezen recht, ten opzichte van de andere partner een voordeel genoten dat hem niet zou zijn toegekomen indien het op grond van de Verordening (EU) nr. 2016/1104 aangewezen recht zou zijn toegepast, dan kan die andere partner daarvan verrekening of vergoeding vorderen bij de in verband met de beëindiging of wijziging van het partnerschapsvermogensregime tussen de partners plaatsvindende afrekening. 2018 332 04-10-2018 11-07-2018 34795 2018 333 04-10-2018 17-09-2018 29-01-2019
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 Vervallen 2018 332 04-10-2018 11-07-2018 34795 2018 333 04-10-2018 17-09-2018 29-01-2019
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 Vervallen 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 335 05-07-2011 20-06-2011 01-01-2012
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 Vervallen 2018 332 04-10-2018 11-07-2018 34795 2018 333 04-10-2018 17-09-2018 29-01-2019
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 artikel 1 lid 7 van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding Of een partner bij beëindiging van het geregistreerd partnerschap met wederzijds goedvinden of door ontbinding recht heeft op een gedeelte van de door de andere partner opgebouwde pensioenrechten, wordt beheerst door het recht dat van toepassing is op het partnerschapsvermogensregime van de partners, behoudens het bepaalde in. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 Of een in Nederland aangegaan geregistreerd partnerschap in Nederland kan worden beëindigd met wederzijds goedvinden of door ontbinding en op welke gronden, wordt bepaald door het Nederlandse recht. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 1 Of een buiten Nederland aangegaan geregistreerd partnerschap in Nederland kan worden beëindigd met wederzijds goedvinden of door ontbinding en op welke gronden, wordt bepaald door het Nederlandse recht. 2 In afwijking van lid 1 is het recht van de staat waar het geregistreerd partnerschap is aangegaan toepasselijk indien in de door partners gesloten overeenkomst omtrent de beëindiging met wederzijds goedvinden van het geregistreerd partnerschap gezamenlijk een keuze voor dit recht is gedaan. 3 In afwijking van lid 1 is ten aanzien van de beëindiging door ontbinding het recht van de staat waar het geregistreerd partnerschap is aangegaan toepasselijk indien in het geding: a. door de partners gezamenlijk een keuze voor dit recht is gedaan of een dergelijke keuze door een van de partners onweersproken is gebleven; of b. door een van beide partners een keuze voor dit recht is gedaan en beide partners een werkelijke maatschappelijke band met die staat hebben. 4 Het Nederlandse recht bepaalt de wijze waarop de beëindiging met wederzijds goedvinden of de ontbinding van het buiten Nederland aangegane geregistreerd partnerschap geschiedt. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 1 Een buiten Nederland tot stand gekomen beëindiging met wederzijds goedvinden van het geregistreerd partnerschap wordt erkend indien zij aldaar rechtsgeldig tot stand is gebracht. 2 Een buiten Nederland na een behoorlijke rechtspleging verkregen beëindiging door ontbinding van het geregistreerd partnerschap wordt in Nederland erkend indien zij is tot stand gekomen door de beslissing van een rechter of andere autoriteit aan wie daartoe rechtsmacht toekwam. 3 Een buiten Nederland verkregen beëindiging door ontbinding van het geregistreerd partnerschap, die niet voldoet aan een of meer van de in het vorige lid gestelde voorwaarden, wordt nochtans in Nederland erkend indien duidelijk blijkt dat de wederpartij in de buitenlandse procedure uitdrukkelijk of stilzwijgend hetzij tijdens die procedure heeft ingestemd met, hetzij zich na die procedure heeft neergelegd bij de ontbinding. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 artikel 88 Ongeachtvan dit Boek wordt aan een in het buitenland tot stand gekomen beëindiging van het geregistreerd partnerschap erkenning onthouden indien deze erkenning kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 Het recht dat van toepassing is op verplichtingen tot levensonderhoud gedurende het geregistreerd partnerschap en na beëindiging daarvan wordt bepaald door a. het op 23 november 2007 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Protocol inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen (PbEU L 331/17), of b. het op 2 oktober 1973 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de wet die van toepassing is op onderhoudsverplichtingen (Trb. 1974, 86). 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 460 25-10-2011 29-09-2011 32617 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 1 Deze titel is niet van toepassing op geregistreerde partnerschappen die voor 1 januari 2005 zijn aangegaan. 2 artikel 85 In afwijking van lid 1 isvan dit Boek van toepassing op de verevening van pensioenrechten ingeval het geregistreerde partnerschap na 1 januari 2005 is beëindigd. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 1 Of een kind door geboorte in familierechtelijke betrekkingen komt te staan tot de vrouw uit wie het is geboren en de met haar gehuwde of gehuwd geweest zijnde persoon of de persoon met wie zij door een geregistreerd partnerschap is verbonden of verbonden is geweest, wordt bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de vrouw en die persoon of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar de vrouw en die persoon elk hun gewone verblijfplaats hebben, of indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. 2 Wanneer de persoon, genoemd in lid 1, en de vrouw een nationaliteit gemeenschappelijk hebben, geldt voor de toepassing van lid 1 als hun nationale recht het recht van die nationaliteit, ongeacht of zij beiden dan wel een hunner nog een andere nationaliteit bezitten. Bezitten de echtgenoten of geregistreerde partners meer dan een gemeenschappelijke nationaliteit, dan worden zij geacht geen gemeenschappelijke nationaliteit te bezitten. 3 Voor de toepassing van lid 1 is bepalend het tijdstip van de geboorte van het kind, dan wel indien het huwelijk of geregistreerd partnerschap van de ouders voordien is ontbonden, dat van de ontbinding. 2013 486 06-12-2013 27-11-2013 33526 2014 134 27-03-2014 20-03-2014 01-04-2014 2013 480 05-12-2013 25-11-2013 33032 2014 132 27-03-2014 20-03-2014 01-04-2014 Abusievelijk is voor het eerste lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 1 artikel 92 Of familierechtelijke betrekkingen als bedoeld invan dit Boek in een gerechtelijke procedure tot gegrondverklaring van een ontkenning kunnen worden tenietgedaan, wordt bepaald door het recht dat ingevolge dat artikel op het bestaan van die betrekkingen toepasselijk is. 2 artikel 92 Is volgens het in lid 1 bedoelde recht ontkenning niet of niet meer mogelijk, dan kan de rechter, indien zulks in het belang is van het kind en de ouders en het kind een daartoe strekkend gezamenlijk verzoek doen, een ander invan dit Boek genoemd recht toepassen, dan wel het recht toepassen van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind ten tijde van de ontkenning of het Nederlandse recht. 3 artikel 212 van Boek 1 Ongeacht het ingevolge lid 1 of lid 2 toepasselijke recht is in de daar bedoelde gerechtelijke procedurevan toepassing. 4 artikel 92 Of familierechtelijke betrekkingen tussen een kind en de met zijn moeder gehuwd of gehuwd geweest zijnde persoon of de persoon met wie zijn moeder door een geregistreerd partnerschap is verbonden of verbonden is geweest door een verklaring houdende ontkenning door de moeder ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand kunnen worden tenietgedaan, wordt bepaald door het recht dat ingevolgevan dit Boek op het bestaan van die betrekkingen toepasselijk is. Onverminderd de leden 1 en 2 kan een zodanige verklaring slechts worden afgelegd indien de met de moeder gehuwde of gehuwd geweest zijnde nog levende persoon respectievelijk de persoon met wie de moeder door een geregistreerd partnerschap is verbonden of de nog in levende zijn persoon met wie zij door een partnerschap verbonden is geweest erin toestemt en indien tegelijkertijd familierechtelijke betrekkingen tussen het kind en een andere persoon ontstaan of worden gevestigd. 2013 486 06-12-2013 27-11-2013 33526 2014 134 27-03-2014 20-03-2014 01-04-2014 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is. 2013 480 05-12-2013 25-11-2013 33032 2014 132 27-03-2014 20-03-2014 01-04-2014
Artikel 94 — Artikel 94#
Artikel 94 1 Of tussen een vrouw en het buiten huwelijk of geregistreerd partnerschap uit haar geboren kind door geboorte familierechtelijke betrekkingen ontstaan, wordt bepaald door het recht van de staat van de nationaliteit van de vrouw. Bezit de vrouw de nationaliteit van meer dan een staat, dan is bepalend het nationale recht volgens hetwelk zodanige betrekkingen ontstaan. In elk geval ontstaan zodanige betrekkingen indien de vrouw haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft. 2 Voor de toepassing van lid 1 is bepalend het tijdstip van de geboorte. 3 De leden 1 en 2 laten onverlet de op 12 september 1962 te Brussel tot stand gekomen Overeenkomst betreffende de vaststelling van betrekkingen tussen het onwettige kind en zijn moeder (Trb. 1963, 93). 2013 486 06-12-2013 27-11-2013 33526 2014 134 27-03-2014 20-03-2014 01-04-2014
Artikel 95 — Artikel 95#
Artikel 95 1 Of erkenning door een persoon familierechtelijke betrekkingen doet ontstaan tussen hem en een kind, wordt, wat betreft de bevoegdheid van die persoon en de voorwaarden voor erkenning, bepaald door het recht van de staat waarvan die persoon de nationaliteit bezit. Bezit de persoon, genoemd in de eerste volzin, de nationaliteit van meer dan een staat, dan is bepalend het nationale recht volgens hetwelk de erkenning mogelijk is. Indien volgens het nationale recht van die persoon erkenning niet of niet meer mogelijk is, is bepalend het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. Is zij ook volgens dat recht niet of niet meer mogelijk, dan is bepalend het recht van de staat waarvan het kind de nationaliteit bezit. Bezit het kind de nationaliteit van meer dan een staat, dan is bepalend het nationale recht volgens hetwelk de erkenning mogelijk is. Is zij ook volgens dat recht niet of niet meer mogelijk, dan is bepalend het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van de persoon, genoemd in de eerste volzin. 2 De akte van erkenning en de latere vermelding van de erkenning vermelden het recht dat ingevolge lid 1 is toegepast. 3 Ongeacht het ingevolge lid 1 toepasselijke recht, is op de toestemming van de moeder, onderscheidenlijk het kind, tot de erkenning toepasselijk het recht van de staat waarvan de moeder, onderscheidenlijk het kind, de nationaliteit bezit. Bezit de moeder, onderscheidenlijk het kind, de nationaliteit van meer dan een staat, dan is toepasselijk het nationale recht volgens hetwelk toestemming is vereist. Bezit de moeder, onderscheidenlijk het kind, de Nederlandse nationaliteit, dan is het Nederlandse recht van toepassing, zulks ongeacht of de moeder, onderscheidenlijk het kind naast de Nederlandse nationaliteit nog een andere nationaliteit bezit. Indien het toepasselijke recht de erkenning niet kent, is toepasselijk het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van de moeder, onderscheidenlijk het kind. Het op de toestemming toepasselijke recht bepaalt tevens of bij gebreke van toestemming deze kan worden vervangen door een rechterlijke beslissing. 4 Voor de toepassing van de voorgaande leden is bepalend het tijdstip van de erkenning en de toestemming. 2013 486 06-12-2013 27-11-2013 33526 2014 134 27-03-2014 20-03-2014 01-04-2014 2013 480 05-12-2013 25-11-2013 33032 2014 132 27-03-2014 20-03-2014 01-04-2014
Artikel 96 — Artikel 96#
Artikel 96 artikel 95 lid 1 Of en op welke wijze een erkenning kan worden tenietgedaan, wordt, wat betreft de bevoegdheid van de persoon die het kind heeft erkend en de voorwaarden voor de erkenning, bepaald door het ingevolgevan dit Boek toegepaste recht, en wat betreft de toestemming van de moeder, onderscheidenlijk het kind, door het recht dat ingevolge artikel 95 lid 3 van dit Boek toepasselijk is. 2013 486 06-12-2013 27-11-2013 33526 2014 134 27-03-2014 20-03-2014 01-04-2014 2013 480 05-12-2013 25-11-2013 33032 2014 132 27-03-2014 20-03-2014 01-04-2014
Artikel 97 — Artikel 97#
Artikel 97 1 Of en onder welke voorwaarden ouderschap van een persoon gerechtelijk kan worden vastgesteld, wordt bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van die persoon en de moeder of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar die persoon en de moeder elk hun gewone verblijfplaats hebben of, indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. 2 Wanneer de persoon, genoemd in lid 1, en de moeder een nationaliteit gemeenschappelijk hebben, geldt voor de toepassing van lid 1 als hun gemeenschappelijke nationale recht het recht van die nationaliteit, ongeacht of zij beiden of een hunner nog een andere nationaliteit bezitten. Bezitten zij meer dan een gemeenschappelijke nationaliteit, dan worden zij geacht geen gemeenschappelijke nationaliteit te bezitten. 3 Voor de toepassing van lid 1 is bepalend het tijdstip van de indiening van het verzoek. Is de persoon, genoemd in lid 1, of de moeder op dat tijdstip overleden, dan is, bij gebreke van een gemeenschappelijke nationaliteit op het tijdstip van zijn overlijden, toepasselijk het recht van de staat waar die persoon en de moeder op dat tijdstip elk hun gewone verblijfplaats hadden of, indien ook dat ontbreekt, het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind op het tijdstip van de indiening van het verzoek. 2013 480 05-12-2013 25-11-2013 33032 2014 132 27-03-2014 20-03-2014 01-04-2014
Artikel 98 — Artikel 98#
Artikel 98 1 Of een kind door het huwelijk van een van zijn ouders, dan wel door een nadien genomen beslissing van een rechterlijke of andere bevoegde autoriteit, wordt gewettigd, wordt bepaald door de op 10 december 1970 te Rome tot stand gekomen Overeenkomst inzake wettiging door huwelijk (Trb. 1972, 61). 2 Indien toepassing van lid 1 niet leidt tot de wettiging, kunnen familierechtelijke betrekkingen door wettiging worden gevestigd volgens het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. 3 artikelen 30 31 De leden 1 en 2 gelden niet indien een van de ouders de Nederlandse nationaliteit bezit en het huwelijk niet geldig is voltrokken in overeenstemming met deenvan dit Boek. 4 Voor de toepassing van de voorgaande leden is bepalend het tijdstip van het huwelijk van de ouders, dan wel, bij de totstandkoming van de familierechtelijke betrekkingen door de beslissing van een rechterlijke of andere bevoegde autoriteit, het tijdstip van de indiening van het verzoek of de vordering. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 99 — Artikel 99#
Artikel 99 1 Onverminderd hetgeen ten aanzien van bijzondere onderwerpen is bepaald, wordt de inhoud van de familierechtelijke betrekkingen tussen ouders en kind bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de ouders of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar de ouders elk hun gewone verblijfplaats hebben of, indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. 2 Bestaan alleen familierechtelijke betrekkingen tussen de moeder en het kind, dan wordt de inhoud van deze familierechtelijke betrekkingen bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de moeder en het kind. Bij gebreke van een gemeenschappelijke nationaliteit wordt zij bepaald door het recht van de gewone verblijfplaats van het kind. 3 Wanneer de ouders, onderscheidenlijk de moeder en het kind een nationaliteit gemeenschappelijk hebben, geldt voor de toepassing van lid 1, onderscheidenlijk lid 2 als hun nationale recht het recht van die nationaliteit, ongeacht of zij beiden of een hunner nog een andere nationaliteit bezitten. Bezitten de ouders, onderscheidenlijk de moeder en het kind meer dan een gemeenschappelijke nationaliteit, dan worden zij geacht geen gemeenschappelijke nationaliteit te bezitten. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 100 — Artikel 100#
Artikel 100 1 Een buitenslands tot stand gekomen onherroepelijke rechterlijke beslissing waarbij familierechtelijke betrekkingen uit hoofde van afstamming zijn vastgesteld of gewijzigd, wordt in Nederland van rechtswege erkend, tenzij: a. er voor de rechtsmacht van de rechter kennelijk onvoldoende aanknoping bestond met de rechtssfeer van diens land; b. aan die beslissing kennelijk geen behoorlijk onderzoek of behoorlijke rechtspleging is voorafgegaan, of c. de erkenning van die beslissing kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde. 2 De erkenning van de beslissing kan, ook wanneer daarbij een Nederlander betrokken is, niet wegens onverenigbaarheid met de openbare orde worden geweigerd op de enkele grond dat daarop een ander recht is toegepast dan uit deze titel zou zijn gevolgd. 3 De beslissing is niet vatbaar voor erkenning indien zij onverenigbaar is met een onherroepelijk geworden beslissing van de Nederlandse rechter inzake de vaststelling of wijziging van dezelfde familierechtelijke betrekkingen. 4 artikel 98lid 1 De voorgaande leden laten de toepassing van de invan dit Boek bedoelde overeenkomst onverlet. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 101 — Artikel 101#
Artikel 101 1 Artikel 100 leden 1, onder b en c, 2 en 3 van dit Boek is van overeenkomstige toepassing op buitenslands tot stand gekomen rechtsfeiten of rechtshandelingen waarbij familierechtelijke betrekkingen zijn vastgesteld of gewijzigd, welke zijn neergelegd in een door een bevoegde instantie overeenkomstig de plaatselijke voorschriften opgemaakte akte. 2 artikel 100 lid 1, onderdeel c De weigeringsgrond, bedoeld in, van dit Boek doet zich met betrekking tot de erkenning in elk geval voor a. indien deze is verricht door een Nederlander die naar Nederlands recht niet bevoegd zou zijn het kind te erkennen; b. artikel 95 lid 3 indien, wat de toestemming van de moeder of het kind betreft, niet is voldaan aan de vereisten van het recht dat ingevolge, van dit Boek toepasselijk is, of c. indien de akte kennelijk op een schijnhandeling betrekking heeft. 3 artikel 98 lid 1 De voorgaande leden laten de toepassing van de in, van dit Boek genoemde Overeenkomst onverlet. 2013 486 06-12-2013 27-11-2013 33526 2014 134 27-03-2014 20-03-2014 01-04-2014
Artikel 102 — Artikel 102#
Artikel 102 Deze afdeling is van toepassing op rechtsbetrekkingen die na 1 januari 2003 zijn vastgesteld of gewijzigd alsmede op de erkenning van na 1 januari 2003 buitenslands vastgestelde of gewijzigde rechtsbetrekkingen. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 103 — Artikel 103#
Artikel 103 Voor de toepassing van deze titel wordt onder het Haags Adoptieverdrag 1993 verstaan: het op 29 mei 1993 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie (Trb. 1993, 97). 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 104 — Artikel 104#
Artikel 104 Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie Onverminderd het Haags Adoptieverdrag 1993, de Wet van 14 mei 1998 tot uitvoering van het op 29 mei 1993 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de inderlandelijke adoptie (Stb. 1998, 302) en de, wordt in deze titel onder adoptie verstaan de beslissing van een bevoegde autoriteit waarbij familierechtelijke betrekkingen tussen een minderjarig kind en twee personen tezamen of een persoon alleen tot stand worden gebracht. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 105 — Artikel 105#
Artikel 105 1 Op een in Nederland uit te spreken adoptie is, behoudens lid 2, het Nederlandse recht van toepassing. 2 Op de toestemming dan wel de raadpleging of de voorlichting van de ouders van het kind of van andere personen of instellingen is toepasselijk het recht van de staat waarvan het kind de nationaliteit bezit. Bezit het kind de nationaliteit van meer dan een staat, dan is toepasselijk het recht volgens hetwelk toestemming dan wel raadpleging of voorlichting vereist is. Bezit het kind de Nederlandse nationaliteit, dan is het Nederlandse recht van toepassing, ongeacht of het kind naast de Nederlandse nationaliteit nog een andere nationaliteit bezit. 3 Indien het ingevolge lid 2 op de toestemming dan wel raadpleging of voorlichting toepasselijke recht de adoptie niet kent, is het Nederlandse recht van toepassing. Het ingevolge dit lid toepasselijke recht bepaalt tevens of bij gebreke van toestemming deze kan worden vervangen door een rechterlijke beslissing. 4 Op de herroeping van een in Nederland uitgesproken adoptie is het Nederlandse recht van toepassing. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 106 — Artikel 106#
Artikel 106 Een in Nederland uitgesproken adoptie heeft, wat betreft het ontstaan en de verbreking van familierechtelijke betrekkingen, de rechtsgevolgen die daaraan worden toegekend door het Nederlandse recht. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 107 — Artikel 107#
Artikel 107 Deze afdeling heeft betrekking op adopties waarop het Haags Adoptieverdrag 1993 niet van toepassing is. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 108 — Artikel 108#
Artikel 108 1 Een buitenslands gegeven beslissing waarbij een adoptie tot stand is gekomen, wordt in Nederland van rechtswege erkend indien zij is uitgesproken door: a. een ter plaatse bevoegde autoriteit van de staat waar de adoptiefouders en het kind zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de uitspraak hun gewone verblijfplaats hadden; of b. een ter plaatse bevoegde autoriteit van de staat waar hetzij de adoptiefouders, hetzij het kind zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de uitspraak hun gewone verblijfplaats hadden. 2 Aan een beslissing houdende adoptie wordt erkenning onthouden indien: a. aan die beslissing kennelijk geen behoorlijk onderzoek of behoorlijke rechtspleging is voorafgegaan, of b. in het geval, bedoeld in lid 1, onder b, de beslissing niet is erkend in de staat waar het kind, onderscheidenlijk de staat waar de adoptiefouders zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de uitspraak hun gewone verblijfplaats hadden; of c. de erkenning van die beslissing kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde. 3 Op de in lid 2, onder c, genoemde grond wordt aan een beslissing houdende adoptie in elk geval erkenning onthouden indien de beslissing kennelijk op een schijnhandeling betrekking heeft. 4 De erkenning van de beslissing kan, ook wanneer daarbij een Nederlander betrokken is, niet op de in lid 2, onder c, genoemde grond worden geweigerd enkel omdat daarop een ander recht is toegepast dan uit de bepalingen van afdeling 2 zou zijn gevolgd. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 109 — Artikel 109#
Artikel 109 1 Een buitenslands gegeven beslissing waarbij een adoptie tot stand is gekomen en die is uitgesproken door een ter plaatse bevoegde autoriteit van de staat waar het kind zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de uitspraak zijn gewone verblijfplaats had, terwijl de adoptiefouders hun gewone verblijfplaats in Nederland hadden, wordt erkend indien: a. Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie in acht de bepalingen van dezijn genomen, b. de erkenning van de adoptie in het kennelijk belang van het kind is, en c. artikel 108 lid 2 of lid 3 erkenning niet op een grond, bedoeld invan dit Boek, zou worden onthouden. 2 artikel 26 van Boek 1 Een adoptie als bedoeld in lid 1 wordt slechts erkend indien de rechter heeft vastgesteld dat aan de in dat lid genoemde voorwaarden voor erkenning is voldaan. Toepasselijk is de procedure van. 3 artikelen 25 lid 5 25c lid 3 25g lid 2 van Boek 1 De rechter die vaststelt dat aan de voorwaarden voor erkenning van de adoptie is voldaan, geeft ambtshalve een last tot toevoeging van een latere vermelding van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte van de burgerlijke stand. De,enzijn van overeenkomstige toepassing. 2025 124 14-05-2025 23-04-2025 36638 2025 155 12-06-2025 28-05-2025 01-07-2025
Artikel 110 — Artikel 110#
Artikel 110 1 artikelen 108 109 De erkenning, bedoeld in deenvan dit Boek, houdt tevens in de erkenning van: a. de familierechtelijke betrekkingen tussen het kind en zijn adoptiefouders en, in voorkomend geval, de bloedverwanten van zijn adoptiefouders; b. het gezag van de adoptiefouders over het kind; c. de verbreking van de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen tussen het kind en zijn moeder en vader, onderscheidenlijk de bloedverwanten van zijn moeder en vader, indien de adoptie dit gevolg heeft in de staat waar zij plaatsvond. 2 Ingeval de adoptie in de staat waar zij plaatsvond niet tot gevolg heeft dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken, mist de adoptie ook in Nederland dat gevolg. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 111 — Artikel 111#
Artikel 111 artikel 110 lid 2 Artikel 105 lid 2 Artikel 11 lid 2 van de Wet tot uitvoering van het op 29 mei 1993 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie In het invan dit Boek bedoelde geval kan, indien het kind in Nederland gewone verblijfplaats heeft en daar voor permanent verblijf bij de adoptiefouders is toegelaten, een verzoek tot omzetting in een adoptie naar Nederlands recht worden ingediend., is van overeenkomstige toepassing.van dit Boek is van overeenkomstige toepassing op de toestemming van de ouders wier toestemming tot de adoptie vereist was. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 112 — Artikel 112#
Artikel 112 Deze titel is van toepassing op verzoeken tot adoptie die vanaf 1 januari 2004 in Nederland zijn ingediend en op de erkenning van adopties die vanaf 1 januari 2004 buitenslands tot stand zijn gekomen. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 113 — Artikel 113#
Artikel 113 Op de bescherming van kinderen zijn van toepassing: a. het op 19 oktober 1996 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen (Trb. 1997, 299), b. de Verordening (EU) nr. 2019/1111 van de Raad van 25 juni 2019 betreffende de bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en betreffende internationale kinderontvoering (PbEU L 178), en c. Uitvoeringswet internationale kinderbescherming de. 2022 72 16-02-2022 09-02-2022 35888 2022 141 06-04-2022 28-03-2022 01-08-2022
Artikel 114 — Artikel 114#
Artikel 114 Op internationale ontvoering van kinderen zijn van toepassing: a. het op 20 mei 1980 te Luxemburg tot stand gekomen Europese Verdrag betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen en betreffende het herstel van het gezag over kinderen (Trb. 1980, 134), b. het op 25 oktober 1980 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen (Trb. 1987, 139), c. artikel 113, onder b de in, van dit Boek genoemde verordening, en d. Wet van 2 mei 1990 tot uitvoering van het op 20 mei 1980 te Luxemburg tot stand gekomen Europese Verdrag betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen en betreffende het herstel van het gezag over kinderen, uitvoering van het op 25 oktober 1980 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen alsmede algemene bepalingen met betrekking tot verzoeken tot teruggeleiding van ontvoerde kinderen over de Nederlandse grens en de uitvoering daarvan de(Stb. 1990, 202). 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 116 — Artikel 116#
Artikel 116 Het recht dat toepasselijk is op verplichtingen tot levensonderhoud wordt bepaald door: a. het op 23 november 2007 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Protocol inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen (PbEU L 331/17), b. het op 2 oktober 1973 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de wet die van toepassing is op onderhoudsverplichtingen (Trb. 1974, 86), of c. het op 24 oktober 1956 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag nopens de wet welke op alimentatieverplichtingen jegens kinderen toepasselijk is (Trb. 1956, 144). 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 460 25-10-2011 29-09-2011 32617 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 117 — Artikel 117#
Artikel 117 In deze titel wordt verstaan onder a. corporatie: een vennootschap, vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij, stichting en ieder ander als zelfstandige eenheid of organisatie naar buiten optredend lichaam en samenwerkingsverband; b. functionaris: hij die, zonder orgaan te zijn, krachtens het op de corporatie toepasselijke recht en haar statuten of samenwerkingsovereenkomst bevoegd is deze te vertegenwoordigen. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 118 — Artikel 118#
Artikel 118 Een corporatie die ingevolge de oprichtingsovereenkomst of akte van oprichting haar zetel of, bij gebreke daarvan, haar centrum van optreden naar buiten ten tijde van de oprichting, heeft op het grondgebied van de staat naar welks recht zij is opgericht, wordt beheerst door het recht van die staat. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 119 — Artikel 119#
Artikel 119 Het op een corporatie toepasselijke recht beheerst naast de oprichting in het bijzonder de volgende onderwerpen: a. het bezit van rechtspersoonlijkheid, of van de bevoegdheid drager te zijn van rechten en verplichtingen, rechtshandelingen te verrichten en in rechte op te treden; b. het inwendig bestel van de corporatie en alle daarmee verband houdende onderwerpen; c. de bevoegdheid van organen en functionarissen van de corporatie om haar te vertegenwoordigen; d. de aansprakelijkheid van bestuurders, commissarissen en andere functionarissen als zodanig jegens de corporatie; e. de vraag wie naast de corporatie, voor de handelingen waardoor de corporatie wordt verbonden, aansprakelijk is uit hoofde van een bepaalde hoedanigheid zoals die van oprichter, vennoot, aandeelhouder, lid, bestuurder, commissaris of andere functionaris van de corporatie; f. de beëindiging van het bestaan van de corporatie. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 120 — Artikel 120#
Artikel 120 artikel 119 Indien een rechtspersoonlijkheid bezittende corporatie haar statutaire zetel verplaatst naar een ander land en het recht van de staat van de oorspronkelijke zetel en dat van de staat van de nieuwe zetel op het tijdstip van de zetelverplaatsing het voortbestaan van de corporatie als rechtspersoon erkennen, wordt haar voortbestaan als rechtspersoon ook naar Nederlands recht erkend. Vanaf de zetelverplaatsing beheerst het recht van de staat van de nieuwe zetel de invan dit Boek bedoelde onderwerpen, behoudens indien ingevolge dat recht daarop het recht van de staat van de oorspronkelijke zetel van toepassing blijft. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 121 — Artikel 121#
Artikel 121 1 artikelen 118 119 artikel 120 artikelen 138 149 van Boek 2 In afwijking van deenvan dit Boek zijn deenvan toepassing dan wel van overeenkomstige toepassing op de aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen van een ingevolge artikel 118 ofvan dit Boek door buitenlands recht beheerste corporatie die in Nederland aan de heffing van vennootschapsbelasting onderworpen is, indien de corporatie in Nederland failliet wordt verklaard. Als bestuurders zijn eveneens aansprakelijk degenen die met de leiding van de in Nederland verrichte werkzaamheden zijn belast. 2 De rechtbank die het faillissement heeft uitgesproken is bevoegd tot de kennisneming van alle vorderingen uit hoofde van lid 1. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 122 — Artikel 122#
Artikel 122 1 artikel 20 van Boek 2 Het openbaar ministerie kan de rechtbank Midden-Nederland verzoeken voor recht te verklaren dat het doel of de werkzaamheid van een corporatie die niet is een Nederlandse rechtspersoon in strijd is met de openbare orde als bedoeld in. 2 De verklaring werkt voor en tegen een ieder met ingang van de eerste dag na de dag van de uitspraak. De verklaring wordt door de zorg van de griffier geplaatst in de Staatscourant. Is de corporatie in het handelsregister ingeschreven, dan wordt de verklaring aldaar eveneens ingeschreven. 3 Artikel 20, leden 2, 3, 5 en 6 artikel 20a van Boek 2 enzijn van overeenkomstige toepassing. 4 Artikel 22 van Boek 2 De rechter kan de in Nederland gelegen goederen van de corporatie desverlangd onder bewind stellen.is van overeenkomstige toepassing. 5 artikelen 23 tot en met 24 van Boek 2 De in Nederland gelegen goederen van een corporatie ten aanzien waarvan de rechter een verklaring voor recht als bedoeld in lid 1 heeft gegeven, worden vereffend door een of meer door hem te benoemen vereffenaars. Dezijn van overeenkomstige toepassing. 2022 345 07-09-2022 22-08-2022 36003 2022 364 21-09-2022 16-09-2022 01-10-2022
Artikel 123 — Artikel 123#
Artikel 123 Een corporatie die niet is een Nederlandse rechtspersoon en is vermeld in de lijst, bedoeld in artikel 2 lid 3 van Verordening (EG) nr. 2580/2001 van de Raad van de Europese Unie van 27 december 2001 (PbEG L 344) inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen terrorisme, of in Bijlage 1 van Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad van de Europese Unie van 27 mei 2002 (PbEG L 139) tot vaststelling van bepaalde specifieke beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met Usama bin Laden, het Al-Qau’ída-netwerk en de Taliban, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 467/2001 van de Raad tot instelling van een verbod op de uitvoer van bepaalde goederen en diensten naar Afghanistan, tot versterking van het verbod op vluchten en verlenging van de bevriezing van tegoeden en andere financiële middelen ten aanzien van de Taliban in Afghanistan, of is vermeld en met een ster aangemerkt in de Bijlage bij het Gemeenschappelijk Standpunt nr. 2001/931 van de Raad van de Europese Unie van 27 december 2001 (PbEG L 344) betreffende de toepassing van specifieke maatregelen ter bestrijding van het terrorisme, is van rechtswege verboden en niet bevoegd tot het verrichten van rechtshandelingen. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 124 — Artikel 124#
Artikel 124 Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen Deze titel laat onverlet hetgeen bepaald is bij de. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 125 — Artikel 125#
Artikel 125 1 Het recht dat toepasselijk is op vertegenwoordiging wordt bepaald door het op 14 maart 1978 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag betreffende het toepasselijke recht op vertegenwoordiging (Trb. 1978, 138). 2 Het verdrag is voor Nederland niet van toepassing op vertegenwoordiging inzake verzekeringen. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 126 — Artikel 126#
Artikel 126 1 titel 11 artikel 142 Deze titel laat onverlet het op 1 juli 1985 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake het recht dat toepasselijk is op trusts en inzake de erkenning van trusts (Trb. 1985, 141), alsmedevan dit Boek. Onverminderd hetgeen voortvloeit uit dat verdrag en die titel, is een rechtshandeling die strekt tot een door Nederlands recht beheerste overdracht aan de trustee van een trust als bedoeld invan dit Boek welke wordt beheerst door buitenlands recht, niet een ongeldige titel op de enkele grond dat die rechtshandeling tot doel heeft dat goed over te dragen tot zekerheid of de strekking mist het goed na de overdracht in het vermogen van de verkrijger te doen vallen. 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Wet tot behoud van cultuurbezit Deze titel laat onverlet Richtlijn 2014/60/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de teruggave van cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van een lidstaat zijn gebracht en houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 (PbEU 2014, L 159) alsmede de bepalingen ter implementatie van deze richtlijn in het Burgerlijk Wetboek,en de. 2015 225 19-06-2015 04-06-2015 34097 2015 319 26-08-2015 14-08-2015 27-08-2015
Artikel 127 — Artikel 127#
Artikel 127 1 Behoudens voor zover in de leden 2 en 3 anders is bepaald, wordt het goederenrechtelijke regime met betrekking tot een zaak beheerst door het recht van de staat op welks grondgebied de zaak zich bevindt. 2 artikel 160 Behoudensvan dit Boek wordt het goederenrechtelijke regime met betrekking tot teboekstaande schepen beheerst door het recht van de staat waar het schip teboekstaat. 3 Het goederenrechtelijke regime met betrekking tot teboekstaande luchtvaartuigen en luchtvaartuigen die uitsluitend staan ingeschreven in een nationaliteitsregister als bedoeld in artikel 17 van het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, Stb. 1947, H 165, wordt beheerst door het recht van de staat waar het luchtvaartuig teboekstaat of in het nationaliteitsregister is ingeschreven. 4 Het in de vorige leden bedoelde recht bepaalt in het bijzonder: a. of een zaak roerend of onroerend is; b. wat een bestanddeel van een zaak is; c. of een zaak vatbaar is voor overdracht van de eigendom ervan of vestiging van een recht erop; d. welke vereisten aan een overdracht of vestiging worden gesteld; e. welke rechten op een zaak kunnen rusten en welke de aard en de inhoud van deze rechten zijn; f. op welke wijze die rechten ontstaan, zich wijzigen, overgaan en tenietgaan en welke hun onderlinge verhouding is. 5 Voor de toepassing van het vorige lid is, wat betreft de verkrijging, de vestiging, de overgang, de wijziging of het tenietgaan van rechten op een zaak, bepalend het tijdstip waarop de daarvoor noodzakelijke rechtsfeiten geschieden. 6 De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing in het geval van overdracht en van vestiging van rechten op zakelijke rechten. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 128 — Artikel 128#
Artikel 128 1 De goederenrechtelijke gevolgen van een eigendomsvoorbehoud worden beheerst door het recht van de staat op welks grondgebied de zaak zich op het tijdstip van levering bevindt. Zulks laat onverlet de verbintenissen die volgens het op het beding van eigendomsvoorbehoud toepasselijke recht, daaruit kunnen voortvloeien. 2 In afwijking van de eerste zin van lid 1 kunnen partijen overeenkomen dat de goederenrechtelijke gevolgen van een eigendomsvoorbehoud van een voor uitvoer bestemde zaak worden beheerst door het recht van de staat van bestemming indien op grond van dat recht het eigendomsrecht niet zijn werking verliest totdat de prijs volledig is betaald. De aldus overeengekomen aanwijzing heeft slechts gevolg indien de zaak daadwerkelijk in de aangewezen staat van bestemming wordt ingevoerd. 3 De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing op de goederenrechtelijke gevolgen van leasing van zaken die bestemd zijn voor gebruik in het buitenland. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 129 — Artikel 129#
Artikel 129 artikel 163, aanhef en onder a Onverminderd, van dit Boek worden het ontstaan en de inhoud van een recht van retentie bepaald door het recht dat de daaraan ten grondslag liggende rechtsverhouding beheerst. Een recht van retentie kan slechts geldend worden gemaakt voor zover het recht van de staat op welks grondgebied de zaak zich bevindt, zulks toelaat. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 130 — Artikel 130#
Artikel 130 Rechten op een zaak die overeenkomstig het ingevolge deze titel toepasselijke recht zijn verkregen of gevestigd, blijven daarop rusten, ook indien die zaak wordt overgebracht naar een andere staat. Deze rechten kunnen niet worden uitgeoefend op een wijze die onverenigbaar is met het recht van de staat op welks grondgebied de zaak zich ten tijde van die uitoefening bevindt. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 131 — Artikel 131#
Artikel 131 De rechtsgevolgen van de verkrijging van een zaak van een beschikkingsonbevoegde worden beheerst door het recht van de staat op welks grondgebied de zaak zich ten tijde van die verkrijging bevond. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 132 — Artikel 132#
Artikel 132 1 Indien het bezit van een zaak onvrijwillig is verloren en na dit verlies onbekend is in welke staat de zaak zich bevindt, worden de rechtsgevolgen van goederenrechtelijke rechtshandelingen, door de eigenaar of zijn rechtsopvolger verricht, beheerst door het recht van de staat op welks grondgebied de zaak zich voor het bezitsverlies bevond. 2 Is in het in het vorige lid bedoelde geval het verlies door een verzekering gedekt, dan bepaalt het recht dat de verzekeringsovereenkomst beheerst, of en op welke wijze de eigendom op de verzekeraar overgaat. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 133 — Artikel 133#
Artikel 133 1 Het goederenrechtelijke regime met betrekking tot een zaak die krachtens een overeenkomst van internationaal vervoer wordt vervoerd, wordt beheerst door het recht van de staat van bestemming. 2 Indien het in lid 1 bedoelde vervoer plaatsvindt ter uitvoering van een koopovereenkomst of een andere overeenkomst die verplicht tot overdracht van de vervoerde zaak, of ter uitvoering van een tot vestiging van rechten op die zaak verplichtende overeenkomst, wordt, in afwijking van lid 1 een aanwijzing van het op de bedoelde overeenkomst toepasselijke recht, opgenomen in die overeenkomst, geacht mede betrekking te hebben op het goederenrechtelijke regime met betrekking tot de vervoerde zaak. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 134 — Artikel 134#
Artikel 134 Indien een vordering belichaamd is in een stuk, bepaalt het recht van de staat op welks grondgebied het stuk zich bevindt, of de vordering een vordering op naam dan wel een vordering aan toonder is. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 135 — Artikel 135#
Artikel 135 1 De vatbaarheid van een vordering op naam voor overdracht dan wel voor vestiging daarop van rechten wordt beheerst door het recht dat op de vordering van toepassing is. 2 Voor het overige wordt het goederenrechtelijke regime met betrekking tot een vordering op naam beheerst door het recht dat op de tot overdracht of vestiging van rechten verplichtende overeenkomst toepasselijk is. Dat recht bepaalt in het bijzonder: a. welke vereisten aan een overdracht of vestiging worden gesteld; b. wie gerechtigd is tot uitoefening van de in de vordering besloten rechten; c. welke rechten op de vordering kunnen rusten en welke de aard en de inhoud van deze rechten zijn; d. op welke wijze die rechten zich wijzigen, overgaan en tenietgaan en welke hun onderlinge verhouding is. 3 De betrekkingen tussen de cessionaris, onderscheidenlijk de gerechtigde, en de schuldenaar, de voorwaarden waaronder de overdracht van een vordering op naam dan wel de vestiging daarop van een recht aan de schuldenaar kan worden tegengeworpen, alsmede de vraag of de schuldenaar door betaling is bevrijd, worden beheerst door het recht dat op de vordering van toepassing is. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 136 — Artikel 136#
Artikel 136 1 Artikel 135 leden 1 en 2 Het goederenrechtelijke regime met betrekking tot een vordering aan toonder wordt beheerst door het recht van de staat op welks grondgebied het toonderstuk zich bevindt.van dit Boek is van overeenkomstige toepassing op de vraag welke onderwerpen door dat recht worden beheerst. 2 De betrekkingen tussen de verkrijger en de schuldenaar, de voorwaarden waaronder de overdracht van de vordering dan wel de vestiging daarop van een recht aan de schuldenaar kan worden tegengeworpen, alsmede de vraag of de schuldenaar door betaling is bevrijd, worden beheerst door het recht dat op de vordering van toepassing is. 3 artikelen 130 131 Deenvan dit Boek zijn van overeenkomstige toepassing op vorderingen aan toonder. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 137 — Artikel 137#
Artikel 137 Indien een stuk een aandeelbewijs is volgens het recht dat van toepassing is op de in dat stuk vermelde uitgevende vennootschap, bepaalt het recht van de staat op welks grondgebied het aandeelbewijs zich bevindt, of het een aandeel op naam dan wel een aandeel aan toonder is. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 138 — Artikel 138#
Artikel 138 1 Artikel 135 leden 1 en 2 Het goederenrechtelijke regime met betrekking tot een aandeel op naam wordt beheerst door het recht dat van toepassing is op de vennootschap die het aandeel uitgeeft dan wel heeft uitgegeven.van dit Boek is van overeenkomstige toepassing op de vraag welke onderwerpen door dat recht worden beheerst. 2 In afwijking van lid 1 kan met betrekking tot aandelen op naam in een Nederlandse naamloze vennootschap waaraan, ter bevordering van de verhandelbaarheid aan een gereglementeerde buitenlandse effectenbeurs een in de staat van vestiging van de beurs gebruikelijke vorm is gegeven, door de uitgevende vennootschap worden bepaald dat het goederenrechtelijke regime wordt beheerst door het recht van de staat van vestiging van de betrokken beurs dan wel het recht van de staat waarin met instemming van de betrokken beurs leveringen en andere goederenrechtelijke rechtshandelingen betreffende de aandelen kunnen of moeten worden verricht. 3 Een aanwijzing van het toepasselijke recht als in lid 2 bedoeld dient uitdrukkelijk, op voor belanghebbenden kenbare wijze, te worden gedaan. Tevens dient deze aanwijzing te worden bekendgemaakt in twee landelijk verspreide Nederlandse dagbladen. 4 De betrekkingen tussen de aandeelhouder, onderscheidenlijk de gerechtigde, en de vennootschap, alsmede de voorwaarden waaronder de overdracht dan wel de vestiging van een recht aan de vennootschap kan worden tegengeworpen, worden beheerst door het recht dat van toepassing is op de vennootschap die het aandeel heeft uitgegeven. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 139 — Artikel 139#
Artikel 139 1 Artikel 135 leden 1 en 2 Het goederenrechtelijke regime met betrekking tot een aandeel aan toonder wordt beheerst door het recht van de staat waar het toonderstuk zich bevindt.van dit Boek is van overeenkomstige toepassing op de vraag welke onderwerpen door dat recht worden beheerst. 2 De betrekkingen tussen de aandeelhouder, onderscheidenlijk de gerechtigde, en de vennootschap, alsmede de voorwaarden waaronder de overdracht dan wel de vestiging van een recht aan de vennootschap kan worden tegengeworpen, worden beheerst door het recht dat van toepassing is op de vennootschap. 3 artikelen 130 131 Deenvan dit Boek zijn van overeenkomstige toepassing op aandelen aan toonder. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 140 — Artikel 140#
Artikel 140 afdeling 4 artikel 141 Indien een aandeel behoort tot een verzameling van effecten die giraal overdraagbaar zijn, is op het goederenrechtelijke regime met betrekking tot dat aandeelniet van toepassing voor zover de bepalingen daarvan afwijken vanvan dit Boek. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 141 — Artikel 141#
Artikel 141 1 Het goederenrechtelijke regime met betrekking tot giraal overdraagbare effecten wordt beheerst door het recht van de staat op welks grondgebied de rekening waarin de effecten worden geadministreerd, wordt gehouden. 2 Het in het vorige lid bedoelde recht bepaalt in het bijzonder: a. welke rechten op de effecten kunnen rusten en welke de aard en de inhoud van deze rechten zijn; b. welke vereisten aan de overdracht of de vestiging van de onder a bedoelde rechten worden gesteld; c. wie gerechtigd is tot de uitoefening van de in de effecten besloten rechten; d. op welke wijze de onder a bedoelde rechten zich wijzigen, overgaan en tenietgaan en welke hun onderlinge verhouding is; e. de executie. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 142 — Artikel 142#
Artikel 142 Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder: a. het Haags Trustverdrag 1985: het op 1 juli 1985 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake het recht dat toepasselijk is op trusts en inzake de erkenning van trusts (Trb. 1985 141); b. trust: een trust als omschreven in artikel 2 van het Haags Trustverdrag 1985, die door een wilsuiting in het leven is geroepen en waarvan blijkt uit een geschrift. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 143 — Artikel 143#
Artikel 143 Met betrekking tot een goed ter zake waarvan inschrijvingen kunnen plaatsvinden in een ingevolge de wet gehouden register en dat behoort tot de trustgoederen die een afgescheiden vermogen vormen, kan de trustee verlangen dat een inschrijving geschiedt op zijn naam en in zijn hoedanigheid van trustee, of op een zodanige andere wijze dat van het bestaan van de trust blijkt. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 144 — Artikel 144#
Artikel 144 Bepalingen van Nederlands recht inzake eigendomsoverdracht, zekerheidsrecht of de bescherming van schuldeisers in geval van insolventie laten de in artikel 11 van het Haags Trustverdrag 1985 omschreven rechtsgevolgen van de erkenning van een trust onverlet. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 145 — Artikel 145#
Artikel 145 1 Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder de verordening erfrecht: de verordening (EU) nr. 650/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring (PbEU 2012, L 201). 2 Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder het Haags Erfrechtverdrag 1989: het op 1 augustus 1989 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op erfopvolging (Trb. 1994, 49). 2014 430 14-11-2014 05-11-2014 33851 2014 430 14-11-2014 05-11-2014 33851 17-08-2015
Artikel 146 — Artikel 146#
Artikel 146 Vervallen 2014 430 14-11-2014 05-11-2014 33851 2014 430 14-11-2014 05-11-2014 33851 17-08-2015
Artikel 147 — Artikel 147#
Artikel 147 1 Indien een der gerechtigden in een te vereffenen nalatenschap ten opzichte van een andere gerechtigde wordt benadeeld door de toepassing op een buitenslands gelegen vermogensbestanddeel van een krachtens het internationaal privaatrecht van het land van ligging aangewezen recht, worden de goederen, aldus overeenkomstig dat recht door die andere gerechtigde of door derden verkregen, als geldig verkregen erkend. 2 De benadeelde gerechtigde kan echter vorderen dat ter gelegenheid van de vereffening van de nalatenschap tussen hem en de bevoordeelde gerechtigde een verrekening plaatsvindt tot ten hoogste het ondervonden nadeel. Verrekening is uitsluitend mogelijk met betrekking tot goederen van de nalatenschap dan wel door vermindering van een last. 3 In de voorgaande leden wordt onder gerechtigde verstaan een erfgenaam, een legataris of een lastbevoordeelde. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 148 — Artikel 148#
Artikel 148 De herroeping door de erflater van alle eerder door hem gemaakte uiterste wilsbeschikkingen wordt vermoed mede te omvatten een eerder door hem gedane aanwijzing van het recht dat de vererving van zijn nalatenschap beheerst. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 149 — Artikel 149#
Artikel 149 1 De vereffening van de nalatenschap wordt door het Nederlandse recht beheerst indien de erflater zijn laatste gewone verblijfplaats in Nederland had. In het bijzonder zijn van toepassing de Nederlandse voorschriften inzake de gehoudenheid van de door het volgens het Haags Erfrechtverdrag 1989 toepasselijke recht aangewezen erfgenamen voor de schulden van de erflater en de voorwaarden waaronder zij hun gehoudenheid kunnen uitsluiten of beperken. 2 De wijze waarop de verdeling van de nalatenschap tot stand wordt gebracht, wordt door het Nederlandse recht beheerst indien de erflater zijn laatste gewone verblijfplaats in Nederland had, tenzij de deelgenoten gezamenlijk het recht van een ander land aanwijzen. Met de eisen van het goederenrecht van de plaats van ligging der activa wordt rekening gehouden. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 150 — Artikel 150#
Artikel 150 1 De taak en de bevoegdheden van een door de erflater aangewezen vereffenaar worden door het Nederlandse recht beheerst indien de erflater zijn laatste gewone verblijfplaats in Nederland had. 2 De rechter kan op verlangen van een belanghebbende voorzieningen treffen om te waarborgen dat met betrekking tot de vererving van de in Nederland gelegen bestanddelen van de nalatenschap het volgens het Haags Erfrechtverdrag 1989 toepasselijke recht wordt in acht genomen. Hij kan bevelen dat in verband daarmee zekerheden worden gesteld. 2014 430 14-11-2014 05-11-2014 33851 2014 430 14-11-2014 05-11-2014 33851 17-08-2015
Artikel 151 — Artikel 151#
Artikel 151 1 De verordening erfrecht laat onverlet het op 5 oktober 1961 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de wetsconflicten betreffende de vorm van testamentaire beschikkingen (Trb. 1980, 50). Het recht dat van toepassing is op de vorm van uiterste wilsbeschikkingen wordt bepaald door dit verdrag. 2 Een mondelinge testamentaire beschikking welke, behoudens in buitengewone omstandigheden, is gemaakt door een Nederlander die niet tevens een andere nationaliteit bezit, wordt in Nederland niet erkend. 2014 430 14-11-2014 05-11-2014 33851 2014 430 14-11-2014 05-11-2014 33851 17-08-2015
Artikel 152 — Artikel 152#
Artikel 152 1 artikelen 147 148 Deenzijn van toepassing op de erfopvolging van personen wier overlijden na 1 oktober 1996 heeft plaatsgevonden. Op de erfopvolging van personen wier overlijden op of na 17 augustus 2015 heeft plaatsgevonden is artikel 147 alleen van toepassing als het vermogensbestanddeel waarop de verrekening betrekking heeft, ligt in een staat die niet gebonden is door de verordening erfrecht. 2 Indien de erflater voor 1 oktober 1996 het op zijn erfopvolging toepasselijke recht heeft aangewezen, wordt die aanwijzing als geldig beschouwd indien zij voldoet aan de vereisten van artikel 5 van het Haags Erfrechtverdrag 1989. 3 Indien de partijen bij een overeenkomst inzake erfopvolging voor 1 oktober 1996 het op die overeenkomst toepasselijke recht hebben aangewezen, wordt die aanwijzing als geldig beschouwd indien zij voldoet aan de vereisten van artikel 11 van het Haags Erfrechtverdrag 1989. 4 Onverminderd de voorgaande leden kan een aanwijzing door de erflater van het op de vererving van zijn nalatenschap toepasselijke recht of de wijziging van een zodanige aanwijzing, welke is geschied voor 1 oktober 1996, niet als ongeldig worden beschouwd op de enkele grond dat de wet een zodanige aanwijzing toen niet regelde. 5 artikelen 149 150 Deenzijn uitsluitend van toepassing op de erfopvolging van personen wier overlijden na 1 oktober 1996 en vóór 17 augustus 2015 heeft plaatsgevonden. 2014 430 14-11-2014 05-11-2014 33851 2014 430 14-11-2014 05-11-2014 33851 17-08-2015
Artikel 153 — Artikel 153#
Artikel 153 Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder de verordening «Rome I»: de verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) (Pb EU L 177). 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 154 — Artikel 154#
Artikel 154 Op verbintenissen die buiten de werkingssfeer van de verordening «Rome I» en de terzake geldende verdragen vallen en die als verbintenissen uit overeenkomst kunnen worden aangemerkt, zijn de bepalingen van de verordening «Rome I» van overeenkomstige toepassing. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 155 — Artikel 155#
Artikel 155 In de gevallen bedoeld in artikel 7 lid 3, tweede alinea, van de verordening «Rome I», kunnen partijen een rechtskeuze maken overeenkomstig artikel 3 van de verordening «Rome I». 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 156 — Artikel 156#
Artikel 156 Voor de toepassing van artikel 7 lid 4, onder b, van de verordening «Rome I» worden verzekeringsovereenkomsten voor de dekking van risico’s waarvoor een lidstaat een verplichting oplegt om een verzekering af te sluiten, beheerst door het recht van de lidstaat die de verzekeringsplicht oplegt. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 157 — Artikel 157#
Artikel 157 Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder de Verordening «Rome II» : de Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Rome II) (PbEU L 199). 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 158 — Artikel 158#
Artikel 158 1 De Verordening «Rome II» laat onverlet: a. het op 4 mei 1971 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de wet die van toepassing is op verkeersongevallen op de weg (Trb. 1971, 118); en b. het op 2 oktober 1973 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag betreffende de wet welke van toepassing is op de aansprakelijkheid wegens produkten (Trb. 1974, 84). 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 159 — Artikel 159#
Artikel 159 Op verbintenissen die buiten de werkingssfeer van de verordening «Rome II» en de terzake geldende verdragen vallen en die als onrechtmatige daad kunnen worden aangemerkt, zijn de bepalingen van de Verordening «Rome II» van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat op verbintenissen voortvloeiend uit de uitoefening van Nederlands openbaar gezag Nederlands recht van toepassing is. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 160 — Artikel 160#
Artikel 160 1 Indien in Nederland in geval van faillissement of van uitwinning de opbrengst van een teboekstaand schip moet worden verdeeld, wordt de vraag of, en zo ja, tot welke omvang, een daarbij geldend gemaakte vordering bestaat, beantwoord naar het recht dat die vordering beheerst. 2 Of een vordering als bedoeld in het voorgaande lid bevoorrecht is en welke de omvang, de rangorde en de gevolgen van dat voorrecht zijn, wordt beslist naar het recht van de staat waar het schip ten tijde van de aanvang van het faillissement of de uitwinning teboekstond. Evenwel wordt bij de bepaling van de rangorde van vorderingen slechts aan die vorderingen voorrang toegekend boven door hypotheek gedekte vorderingen, die ook naar Nederlands recht een zodanige voorrang genieten. 3 Aan een vordering die naar het daarop toepasselijke recht niet op het schip bevoorrecht is, wordt geen voorrang toegekend. 4 De leden 2 en 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de verhaalbaarheid van een vordering op het schip. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 161 — Artikel 161#
Artikel 161 1 De vraag of een partij bij een overeenkomst tot exploitatie van een schip, of een persoon in haar dienst of anderszins te haren behoeve werkzaam, dan wel een eigenaar van of belanghebbende bij vervoerde of te vervoeren zaken, die buiten overeenkomst wordt aangesproken, zich kan beroepen op een door hemzelf of door een ander in de keten der exploitatieovereenkomsten gesloten overeenkomst, wordt beantwoord naar het recht dat op de buiten overeenkomst ingestelde vordering van toepassing is. 2 Evenwel wordt in de verhouding tussen twee partijen bij eenzelfde exploitatieovereenkomst de in het voorgaande lid bedoelde vraag beantwoord naar het recht dat op die overeenkomst van toepassing is. 2018 228 20-07-2018 15-06-2018 34887 2018 312 18-09-2018 07-09-2018 19-09-2018
Artikel 162 — Artikel 162#
Artikel 162 1 Bij vervoer van zaken onder cognossement wordt de vraag of, en zo ja, onder welke voorwaarden, naast degene die het cognossement ondertekende of voor wie een ander het ondertekende, een derde als vervoerder onder het cognossement verbonden of gerechtigd is, als ook de vraag wie drager is van de uit het cognossement voortvloeiende rechten en verplichtingen jegens de vervoerder, beantwoord naar het recht van de staat waarin de haven gelegen is, waar uit hoofde van de overeenkomst moet worden gelost, ongeacht een door de partijen bij de vervoerovereenkomst gedane rechtskeuze. 2 Evenwel worden de in lid 1 bedoelde vragen beantwoord naar het recht van de staat waarin de haven van inlading gelegen is, wat betreft de verplichtingen ter zake van het ter beschikking stellen van de overeengekomen zaken, de plaats, de wijze en de duur van de inlading. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 163 — Artikel 163#
Artikel 163 Ongeacht het op de overeenkomst tot vervoer van zaken toepasselijke recht, is het recht van de staat waarin de haven gelegen is, waar de zaken ter lossing worden aangevoerd van toepassing op de vragen: a. of, en in hoeverre, de vervoerder een recht van retentie op de zaken heeft, en b. of, en met welke gevolgen, de vervoerder dan wel degene die jegens de vervoerder recht heeft op aflevering van de zaken, bevoegd is een gerechtelijk onderzoek te doen instellen naar de toestand waarin de zaken worden afgeleverd en, indien verlies van of schade aan de zaken of een gedeelte daarvan wordt vermoed, een gerechtelijk onderzoek te doen instellen naar de oorzaken daarvan, waaronder begrepen een begroting van de schade of het verlies. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 164 — Artikel 164#
Artikel 164 Voor zover de aansprakelijkheid ter zake van een aanvaring in volle zee niet wordt bestreken door de Verordening «Rome II», is daarop van toepassing het recht van de staat waar de vordering wordt ingesteld. De eerste zin is eveneens van toepassing indien schade door een zeeschip is veroorzaakt zonder dat een aanvaring plaats had. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 165 — Artikel 165#
Artikel 165 1 De rechten, genoemd in het op 19 juni 1948 te Genève tot stand gekomen Verdrag betreffende internationale erkenning van rechten op luchtvaartuigen (Trb. 1952, 86) worden erkend onder de voorwaarden en met de gevolgen in dat verdrag vermeld. 2 Deze erkenning werkt niet ten nadele van een beslagleggende crediteur of van de koper ter executie, wanneer de vestiging of overdracht van bedoelde rechten geschiedde door de geëxecuteerde, terwijl hij kennis droeg van het beslag. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 166 — Artikel 166#
Artikel 166 artikel 154 In afwijking vanis een overeenkomst tot arbitrage materieel geldig als zij geldig is naar het recht dat partijen hebben gekozen of naar het recht van de plaats van arbitrage of, indien partijen geen rechtskeuze hebben gedaan, naar het recht dat van toepassing is op de rechtsbetrekking waarop de arbitrageovereenkomst betrekking heeft. 2014 200 11-06-2014 02-06-2014 33611 2014 254 09-07-2014 30-06-2014 01-01-2015
Artikel 167 — Artikel 167#
Artikel 167 Indien een Staat, andere publiekrechtelijke rechtspersoon of staatsonderneming partij is bij een overeenkomst tot arbitrage, kan hij geen beroep doen op zijn wet of regelgeving teneinde zijn bekwaamheid of bevoegdheid tot het aangaan van de overeenkomst tot arbitrage of de vatbaarheid van het geschil voor beslissing door arbitrage te betwisten, indien de wederpartij deze regeling kende noch behoorde te kennen. 2014 200 11-06-2014 02-06-2014 33611 2014 254 09-07-2014 30-06-2014 01-01-2015