Wet van 24 mei 2012, houdende regels met betrekking tot de financiering van het toezicht op de financiële markten (Wet bekostiging financieel toezicht)
- BWB-id
- BWBR0031659
- Type
- Wet
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- 2018-11-16 t/m 2018-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0031659
- ELI
- /eli/nl/wet/2013/wet-bekostiging-financieel-toezicht
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2013/wet-bekostiging-financieel-toezicht/2018-11-16
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0031659&g=2018-11-16
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0031659&z=2026-06-06&g=2018-11-16
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0031659/2018-11-16
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2013/wet-bekostiging-financieel-toezicht
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt, voor zover niet anders is bepaald, verstaan onder: a. Autoriteit Financiële Markten: Stichting Autoriteit Financiële Markten; b. de Nederlandsche Bank: De Nederlandsche Bank N.V.; c. de toezichthouder: Autoriteit Financiële Markten of de Nederlandsche Bank, ieder voor zover betrokken bij de uitvoering van taken ingevolge: 1° Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet de; 2° Pensioenwet de; 3° Pensioenwet BES de; 4° Sanctiewet 1977 de; 5° de Wet bekostiging financieel toezicht; 6° Wet financiële markten BES de; 7° Wet giraal effectenverkeer de; 8° Wet handhaving consumentenbescherming de; 9° Wet inzake de geldtransactiekantoren de; 10° Wet op het financieel toezicht de; 11° Wet op het notarisambt de; 12° Wet privatisering ABP de; 13° vervallen; 14° Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme de; 15° Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES de; 16° Wet toezicht accountantsorganisaties de; 17° Wet toezicht effectenverkeer 1995 de; 18° Wet toezicht financiële verslaggeving de; 19° Wet toezicht trustkantoren de; 20° Wet verplichte beroepspensioenregeling de; 21° Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 de; 22° EU-rechtshandelingen; d. eenmalige toezichthandeling: bijlage I een ingenoemde handeling van de toezichthouder, welke handeling plaatsvindt krachtens een van de wetten en besluiten, bedoeld in onderdeel c, uitgezonderd de onder 6° en 15° bedoelde wetten; e. Onze Ministers: Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; f. overige kosten: het totaalbedrag aan kosten van de toezichthouder verminderd met: 1° de opbrengsten ter dekking van de kosten van eenmalige toezichthandelingen; 2° de kosten verband houdend met de betrokkenheid van de toezichthouder bij de wetten, bedoeld in onderdeel c, onder 6° en 15°; 3° de kosten verband houdend met de betrokkenheid van de toezichthouder bij de beoordeling, bedoeld in artikel 33, vierde lid, van verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PbEU 2013, L 287); 4° artikel 28, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen baten en inkomsten als bedoeld in; g. personen: natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen, waaronder personenvennootschappen, of daarmee vergelijkbare lichamen of samenwerkingsverbanden; h. toezicht: de betrokkenheid van de toezichthouder bij de wetten en bindende besluiten, bedoeld in onderdeel c, alsmede de betrokkenheid van de toezichthouder bij de totstandkoming van nieuwe wetten en bindende besluiten die verband houden met de uitvoering van taken als toezichthouder. 2017 525 28-12-2017 20-12-2017 34674 2018 96 10-04-2018 28-03-2018 11-04-2018
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a artikel 1, onderdeel c Tot de betrokkenheid van de Nederlandsche Bank bij de uitvoering van taken ingevolge de in, genoemde wetten en de in dat onderdeel bedoelde EU-rechtshandelingen, wordt voor de toepassing van deze wet niet gerekend: a. artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht het toezicht door de Nederlandsche Bank ten aanzien van afwikkelondernemingen als bedoeld in; b. artikel 1:24, derde lid, van de Wet op het financieel toezicht de uitvoering en handhaving, bedoeld in, van regels gesteld bij of krachtens: 1° verordening (EU) nr. 260/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 924/2009 (PbEU 2012 L 94); 2° de titels III, IV en V van verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PbEU 2012, L 201). 2015 431 25-11-2015 11-11-2015 34208 2015 435 25-11-2015 16-11-2015 26-11-2015
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 26 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen De toezichthouder zendt de begroting, bedoeld in, jaarlijks voor 1 december aan Onze Ministers. 2 In de begroting neemt de toezichthouder een overzicht op waaruit de berekeningswijze van de overige kosten blijkt. 3 In het overzicht, bedoeld in het tweede lid, maakt de Nederlandsche Bank onderscheid tussen: a. bijlage II de overige kosten voor het toezicht op personen die behoren tot de in, onderdeel «Toezichthouder: De Nederlandsche Bank», opgenomen toezichtcategorieën, met uitzondering van de kosten, bedoeld in onderdeel c; b. bijlage III de overige kosten voor het toezicht op personen die behoren tot de in, onderdeel «Toezichthouder: De Nederlandsche Bank», opgenomen toezichtcategorie, met uitzondering van de kosten, bedoeld in onderdeel c; c. Wet op het financieel toezicht de overige kosten die verband houden met het voorbereiden van de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen in de zin van verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 juli 2014 betreffende de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen (PbEU 2014, L 225) en het Deel Bijzondere maatregelen financiële ondernemingen van de. 4 De hoogte van de begroting, bedoeld in het eerste lid, is niet hoger dan de totale kosten van het toezicht zoals die blijken uit de laatst goedgekeurde begroting van de toezichthouder exclusief de kosten die verband houden met de betrokkenheid van de toezichthouder bij de uitvoering van verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PbEU 2013, L 287) met daarbij opgeteld: Onze Ministers kunnen in bijzondere omstandigheden afwijken van hetgeen in dit artikel is bepaald en informeren de beide kamers der Staten-Generaal hier tijdig over. a. de kosten die verband houden met de betrokkenheid van de toezichthouder bij de uitvoering van verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PbEU 2013, L 287); b. loon- of prijsmutatie; en c. de naar kosten herleide mutaties in het takenpakket. 5 artikel 27, vierde lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen artikel 5, tweede lid Voor de toepassing vanwordt met betrekking tot de begroting van de Nederlandsche Bank voor «laatst goedgekeurde jaarrekening» gelezen: laatst goedgekeurde verantwoording als bedoeld in, van de Wet bekostiging financieel toezicht. 6 De begroting van de Nederlandsche Bank heeft slechts betrekking op het toezicht. 2015 431 25-11-2015 11-11-2015 34208 2015 435 25-11-2015 16-11-2015 26-11-2015
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 29 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Goedkeuring als bedoeld inwordt niet onthouden dan nadat de toezichthouder in de gelegenheid is gesteld de begroting aan te passen, binnen een door Onze Ministers gezamenlijk te stellen redelijke termijn. 2 De toezichthouder doet na goedkeuring van de begroting onverwijld mededeling van de begroting in de Staatscourant en houdt de begroting gedurende ten minste twee jaar na goedkeuring op elektronische wijze ter inzage. 3 Indien de begroting niet voor 1 januari van het begrotingsjaar waarop zij betrekking heeft, is goedgekeurd, kan de toezichthouder, zolang de begroting niet is goedgekeurd, voor het aangaan van verplichtingen en het verrichten van uitgaven beschikken over ten hoogste vier twaalfde gedeelten van de bedragen die bij de overeenkomstige onderdelen van de begroting van het voorafgaande jaar waren toegestaan. 2012 678 21-12-2012 13-12-2012 33236 2012 693 28-12-2012 13-12-2012 01-01-2013 2012 250 14-06-2012 24-05-2012 33057 2012 263 19-06-2012 05-06-2012 01-01-2013
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Bij ministeriële regeling van Onze Ministers gezamenlijk kunnen regels worden gesteld voor de inrichting van de begroting. 2012 250 14-06-2012 24-05-2012 33057 2012 263 19-06-2012 05-06-2012 01-01-2013
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen De Autoriteit Financiële Markten stelt de jaarrekening, bedoeld in, jaarlijks voor 15 maart op. 2 artikelen 34, tweede en derde lid 35, tweede tot en met vierde lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen De Nederlandsche Bank stelt jaarlijks voor 15 maart een verantwoording op, waarin met betrekking tot het toezicht rekening en verantwoording wordt afgelegd van het financieel beheer en van de geleverde prestaties over het verstreken boekjaar. De, enzijn van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 35, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen artikel 36, tweede lid, onderdeel i, van de Wet op het accountantsberoep In afwijking vangaat de jaarrekening van de Autoriteit Financiële Markten vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de Autoriteit Financiële Markten aangewezen registeraccountant of Accountant-Administratieconsulent ten aanzien van wie in het accountantsregister een aantekening is geplaatst als bedoeld in, die niet werkzaam is bij of verbonden is aan een accountantsorganisatie. 4 De toezichthouder zendt de jaarrekening of verantwoording na goedkeuring door de Raad van toezicht, onderscheidenlijk de Raad van commissarissen, onverwijld aan Onze Ministers. 2015 428 24-11-2015 29-10-2015 34198 2015 504 16-12-2015 02-12-2015 01-01-2016
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Goedkeuring als bedoeld inwordt niet onthouden dan nadat de toezichthouder in de gelegenheid is gesteld de jaarrekening of verantwoording aan te passen, binnen een door Onze Ministers gezamenlijk te stellen redelijke termijn. 2 De toezichthouder doet na goedkeuring van de jaarrekening, onderscheidenlijk de verantwoording, onverwijld mededeling van die jaarrekening of verantwoording in de Staatscourant en houdt de jaarrekening of verantwoording gedurende ten minste vijf jaar na goedkeuring op elektronische wijze ter inzage. 2012 678 21-12-2012 13-12-2012 33236 2012 693 28-12-2012 13-12-2012 01-01-2013 2012 250 14-06-2012 24-05-2012 33057 2012 263 19-06-2012 05-06-2012 01-01-2013
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 5, eerste lid De jaarrekening, bedoeld in, en de verantwoording, bedoeld in artikel 5, tweede lid, bevatten een opgave van het over het desbetreffende jaar gerealiseerde exploitatiesaldo, welk saldo overeenkomt met het verschil tussen de gerealiseerde baten en lasten. 2 Tot de in een jaar gerealiseerde baten worden mede gerekend de in dat jaar verkregen opbrengsten uit verbeurde dwangsommen of opgelegde bestuurlijke boetes, met dien verstande dat, indien de beschikking waarbij de last onder dwangsom of de bestuurlijke boete is opgelegd nog niet onherroepelijk is, de uit een verbeurde dwangsom of opgelegde bestuurlijke boete verkregen opbrengsten worden gerekend tot de gerealiseerde baten in het jaar waarin die beschikking onherroepelijk wordt. 3 artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Voor zover de tot de gerealiseerde baten in een jaar te rekenen opbrengsten uit dwangsommen of bestuurlijke boetes het bedrag van € 2.500.000 te boven gaan, komen die opbrengsten toe aan de Staat. De toezichthouder draagt het aan de Staat verschuldigde bedrag af, zodra het besluit tot vaststelling van de desbetreffende jaarrekening overeenkomstigis goedgekeurd. 4 bijlage II III IV De door de toezichthouder verkregen opbrengsten uit dwangsommen of bestuurlijke boetes worden, voor zover zij ingevolge het tweede lid tot de in het desbetreffende jaar gerealiseerde baten worden gerekend en na aftrek van de ingevolge het derde lid aan de Staat toekomende opbrengsten, aan de in,enopgenomen toezichtcategorieën van die toezichthouder toegerekend waarbij de toerekening aan de toezichtcategorieën van de Nederlandsche Bank geschiedt naar rato van de voor dat jaar naar die bijlagen te herleiden verkregen opbrengsten uit dwangsommen of bestuurlijke boetes. 5 In de opgave, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgelegd: a. artikel 1, onderdeel c, onder 6° en 15° het deel van het exploitatiesaldo dat is voortgekomen uit de betrokkenheid van de toezichthouder bij het toezicht ingevolge de wetten bedoeld in, en b. het deel van de opbrengsten verkregen uit dwangsommen of opgelegde bestuurlijke boetes, bedoeld in het derde lid, dat het bedrag van € 2.500.000 te boven gaat. 6 De Nederlandsche Bank legt in de opgave, bedoeld in het eerste lid, tevens vast: a. bijlage II het deel van het exploitatiesaldo dat is voortgekomen uit het toezicht op de personen die behoren tot de in, onderdeel «Toezichthouder: De Nederlandsche Bank», opgenomen toezichtcategorieën met uitzondering van het exploitatiesaldo, bedoeld in de onderdelen c en d; b. bijlage III het deel van het exploitatiesaldo dat is voortgekomen uit het toezicht op de personen die behoren tot de in, onderdeel «Toezichthouder: De Nederlandsche Bank», opgenomen toezichtcategorie met uitzondering van het exploitatiesaldo, bedoeld in de onderdelen c en d; c. Wet op het financieel toezicht het deel van het exploitatiesaldo dat is voortgekomen uit het voorbereiden van de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen in de zin van verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 juli 2014 betreffende de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen (PbEU 2014, L 225) en het Deel Bijzondere maatregelen financiële ondernemingen van de; d. Wet op het financieel toezicht het deel van het exploitatiesaldo dat verband houdt met het afwikkelen van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen in de zin van de verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 juli 2014 betreffende de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen (PbEU 2014, L 225) en het Deel Bijzondere maatregelen financiële ondernemingen van de. 2015 431 25-11-2015 11-11-2015 34208 2015 435 25-11-2015 16-11-2015 26-11-2015
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 18 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen artikel 5, tweede lid Het door de Nederlandsche Bank ingevolgeop te stellen jaarverslag maakt deel uit van de verantwoording, bedoeld in. 2 De toezichthouder houdt het jaarverslag dan wel de verantwoording gedurende ten minste vijf jaren op elektronische wijze ter inzage. 3 Bij ministeriële regeling van Onze Ministers gezamenlijk kunnen nadere regels worden gesteld voor de inrichting van het jaarverslag dan wel de verantwoording. 2014 532 19-12-2014 10-12-2014 33957 2014 533 19-12-2014 10-12-2014 01-01-2015
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De toezichthouder organiseert tweemaal per jaar overleg met een daarvoor in aanmerking komende representatieve vertegenwoordiging van de onder zijn toezicht staande personen. De toezichthouder kan tevens daarvoor in aanmerking komende cliëntenorganisaties toelaten tot het overleg. Ambtenaren kunnen namens Onze Ministers het overleg bijwonen. 2 De toezichthouder maakt het verslag van het overleg binnen een redelijke termijn na het overleg openbaar. 2012 250 14-06-2012 24-05-2012 33057 2012 263 19-06-2012 05-06-2012 01-01-2013
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 2014 532 19-12-2014 10-12-2014 33957 2014 533 19-12-2014 10-12-2014 01-01-2015
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 1, onderdeel c, onder 6° en 15° De toezichthouder brengt de kosten van het toezicht, uitgezonderd de kosten van zijn betrokkenheid bij de inbedoelde wetten en de kosten, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, subonderdeel 3°, in rekening bij: a. bijlage I personen die bij hem een aanvraag of melding hebben gedaan als gevolg waarvan de toezichthouder overgaat tot het verrichten van een eenmalige toezichthandeling zoals vastgelegd in; b. bijlage II III IV personen die behoren tot een van de toezichtcategorieën, genoemd in,of. 2 Tot de in rekening te brengen kosten, bedoeld in het eerste lid, behoren mede de kosten die de toezichthouder maakt ter voorbereiding op een taak voordat deze aan hem werd opgedragen en de kosten die aan de toezichthouder zijn doorberekend. 2015 431 25-11-2015 11-11-2015 34208 2015 435 25-11-2015 16-11-2015 26-11-2015
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 bijlage I De door de toezichthouder te hanteren tarieven voor eenmalige toezichthandelingen zijn vastgelegd in. 2 De toezichthouder brengt het tarief, bedoeld in het eerste lid, voor zover mogelijk direct na ontvangst van de aanvraag of melding in rekening. 3 De toezichthouder kan het tweede lid buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing, gelet op het belang van een reële en rechtvaardige kostendoorberekening, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het tweede en derde lid. 2012 250 14-06-2012 24-05-2012 33057 2012 263 19-06-2012 05-06-2012 01-01-2013
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a 1 bijlage I Voor de toepassing vanwordt verstaan onder mkb-onderneming: a. een onderneming die op grond van de laatste vastgestelde jaarrekening op het moment van de aanvraag of melding van de eenmalige toezichthandeling aan ten minste twee van de volgende drie criteria voldoet: 1°. een gemiddeld aantal werknemers gedurende het boekjaar van minder dan 250; 2°. een balanstotaal van ten hoogste € 43.000.000; 3°. een jaarlijkse netto-omzet van ten hoogste € 50.000.000. 2 bijlage I In afwijking van het eerste lid wordt voor de toepassing van onderdeel A9 emissies vanonder een mkb-onderneming verstaan: een uitgevende instelling waarvan op het moment van de aanvraag van de eenmalige toezichthandeling nog geen vastgestelde jaarrekening beschikbaar is, indien de totale tegenwaarde van de onder het prospectus aan te bieden effecten ten hoogste € 25.000.000 bedraagt. 3 artikel 2:24b van het Burgerlijk Wetboek Indien de onderneming deel uitmaakt van een groep als bedoeld in, wordt bij de beoordeling of sprake is van een mkb-onderneming uitgegaan van de vastgestelde geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijke moeder. 4 In afwijking van het eerste lid wordt een special purpose entity voor securitisatiedoeleinden als bedoeld in verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van verordening (EU) nr. 648/2012 (PbEU 2013, L176) niet aangemerkt als mkb-onderneming. 2015 428 24-11-2015 29-10-2015 34198 2015 504 16-12-2015 02-12-2015 01-01-2016
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 bijlage II III IV De toezichthouder brengt jaarlijks een bedrag in rekening aan de personen die behoren tot de in,enopgenomen toezichtcategorieën. 2 bijlage II De kosten die aan de in, onderdeel «Toezichthouder: Autoriteit Financiële Markten» opgenomen toezichtcategorieën worden doorberekend, zijn gelijk aan de som van: a. het totaal van de overige kosten zoals opgenomen in de voor het desbetreffende jaar vastgestelde en goedgekeurde begroting van de Autoriteit Financiële Markten, en b. artikel 7, eerste lid het exploitatiesaldo, bedoeld in, over het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarop de in onderdeel a bedoelde begroting betrekking heeft, verminderd met: 1°. artikel 7, vijfde lid, onderdeel a het deel van het exploitatiesaldo, bedoeld in; 2°. artikel 7, vijfde lid, onderdeel b de aan de Staat toekomende opbrengsten, bedoeld in. 3 bijlage II De kosten die aan de in, onderdeel «Toezichthouder: de Nederlandsche Bank» opgenomen toezichtcategorieën, worden doorberekend, zijn in enig jaar gelijk aan de som van: a. artikel 2, derde lid, onderdeel a het totaal van de overige kosten bedoeld in, zoals opgenomen in de voor het desbetreffende jaar vastgestelde en goedgekeurde begroting van de Nederlandsche Bank, verminderd met b. artikel 7, vierde lid bijlage II het deel van de opbrengsten uit dwangsommen of bestuurlijke boetes dat overeenkomstig, is toegerekend aan de inopgenomen toezichtcategorie, en verminderd of verhoogd met c. artikel 7, zesde lid, onderdeel a het deel van het exploitatiesaldo, bedoeld in. 4 bijlage III De kosten die aan de in, onderdeel «Toezichthouder: de Nederlandsche Bank» opgenomen toezichtcategorieën, worden doorberekend, zijn in enig jaar gelijk aan de som van: a. artikel 2, derde lid, onderdeel b het totaal van de overige kosten bedoeld in, zoals opgenomen in de voor het desbetreffende jaar vastgestelde en goedgekeurde begroting van de Nederlandsche Bank, verminderd met b. artikel 7, vierde lid bijlage III het deel van de opbrengsten uit dwangsommen of bestuurlijke boetes dat overeenkomstig, is toegerekend aan de inopgenomen toezichtcategorie, en verminderd of verhoogd met c. artikel 7, zesde lid, onderdeel b het deel van het exploitatiesaldo, bedoeld in. 5 bijlage IV De kosten die aan de in, onderdeel «Toezichthouder: de Nederlandsche Bank» opgenomen toezichtcategorieën, worden doorberekend, zijn in enig jaar gelijk aan de som van: a. artikel 2, derde lid, onderdeel c het totaal van de overige kosten, bedoeld in, zoals opgenomen in de voor het desbetreffende jaar vastgestelde en goedgekeurde begroting van de Nederlandsche Bank, verminderd met b. artikel 7, vierde lid bijlage IV het deel van de opbrengsten uit dwangsommen of bestuurlijke boetes dat overeenkomstig, is toegerekend aan de inopgenomen toezichtcategorie, en verminderd of verhoogd met c. artikel 7, zesde lid, onderdeel c het deel van het exploitatiesaldo, bedoeld in. 6 artikel 7, zesde lid, onderdeel d Het deel van het exploitatiesaldo, bedoeld in, brengt de toezichthouder in rekening op een of meer van de wijzen die zijn vastgelegd in artikel 22, zesde lid, van verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 juli 2014 betreffende de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen (PbEU 2014, L 225). 7 bijlage II III IV De kosten, bedoeld in het tweede tot en met vijfde lid, worden aan de hand van de procentuele aandelen, zoals vastgesteld in,en, toegerekend aan de toezichtcategorieën, bedoeld in het eerste lid. 8 bijlage II III IV De hoogte van een jaarlijks in rekening te brengen bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald aan de hand van de maatstaven zoals vastgelegd in,en. 9 Uiterlijk per 1 juni van ieder jaar worden, op voorstel van de toezichthouder, bij ministeriële regeling van Onze Ministers gezamenlijk, voor iedere te onderscheiden toezichtcategorie de bandbreedtes en tarieven vastgesteld. Bij de vaststelling van de bandbreedtes en de tarieven wordt rekening gehouden met het bedrag dat op grond van het tweede tot en met het vijfde en zevende lid is toegerekend aan de desbetreffende categorie. 10 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid. 2015 431 25-11-2015 11-11-2015 34208 2015 435 25-11-2015 16-11-2015 26-11-2015 Abusievelijk is voor het negende lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 13, eerste lid bijlage II III IV Het in, bedoelde bedrag is evenredig met de overeenkomstig het tweede tot en met het vijfde lid te bepalen periode dat de betrokkene in het desbetreffende jaar deel uitmaakt van een van de in,ofopgenomen toezichtcategorieën. 2 Met uitzondering van de toezichtcategorieën «Effectenuitgevende instellingen: markt» en «Effectenuitgevende instellingen: verslaggeving» is de periode, bedoeld in het eerste lid, gelijk aan de tijdsduur dat die persoon over een door de toezichthouder afgegeven vergunning of verklaring van ondertoezichtstelling beschikt dan wel dat die persoon op grond van een wettelijke verplichting bij de toezichthouder is geregistreerd. 3 bijlage II artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht Voor een persoon die behoort tot de inopgenomen toezichtcategorie «Effectenuitgevende instellingen: markt» is de periode, bedoeld in het eerste lid, gelijk aan de tijdsduur waarin zijn effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, bedoeld in, of op een met een gereglementeerde markt vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht. 4 bijlage II Voor een persoon die op enig moment in een jaar behoort tot de inopgenomen toezichtcategorie «Effectenuitgevende instellingen: verslaggeving» is de periode, bedoeld in het eerste lid, gelijk aan een heel kalenderjaar. 5 bijlage II Een persoon behoort in enig kalenderjaar tot de inopgenomen toezichtcategorie «Effectenuitgevende instellingen: verslaggeving», indien: a. artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht in dat jaar zijn jaarrekening is vastgesteld en tevens door hem uitgegeven effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld inof de handel op een met een gereglementeerde markt vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; of b. artikel 5:25m, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht artikel 5:25c van de Wet op het financieel toezicht hij in dat jaar op grond van, een persbericht heeft uitgebracht over het algemeen verkrijgbaar gesteld zijn van de door hem opgemaakte jaarlijkse financiële verslaggeving, bedoeld in. 2015 431 25-11-2015 11-11-2015 34208 2015 435 25-11-2015 16-11-2015 26-11-2015
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 13 artikel 309 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Indien de toezichthouder een ingevolgein rekening te brengen bedrag vanwege een fusie als bedoeld invan een persoon niet langer in rekening kan brengen aan die persoon, brengt de toezichthouder het bedrag in rekening bij de persoon die bij die fusie het vermogen van eerstgenoemde persoon heeft verkregen. 2 artikel 83 84 90 van de Pensioenwet artikel 91 92, 98 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een persoon die in het kader van collectieve waardeoverdracht als bedoeld in,, ofof,ofvermogen heeft overgedragen aan een andere persoon. 3 bijlage IV artikel 13 Indien een persoon als bedoeld inin afwikkeling wordt geplaatst en in dat kader vermogen overgaat, zal de toezichthouder een ingevolgeoorspronkelijk in rekening te brengen dan wel gebracht bedrag bij die persoon naar rato van de omvang van het vermogen dat is overgegaan, en rekening houdend met het tijdstip per wanneer de overgang van het vermogen heeft plaatsgevonden, verrekenen met de persoon die dat vermogen heeft verkregen. 2015 431 25-11-2015 11-11-2015 34208 2015 435 25-11-2015 16-11-2015 26-11-2015
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikelen 1:76 1:76a van de Wet op het financieel toezicht De toezichthouder kan aan de betrokken financiële onderneming een bedrag in rekening brengen ter vergoeding van de kosten die hij maakt voor de toepassing van deen. 2 De hoogte van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt per geval vastgesteld door de toezichthouder en wordt op een zodanige wijze gespecificeerd dat daaruit blijkt dat het is gebaseerd op de voor het toezicht op de desbetreffende financiële onderneming werkelijk gemaakte kosten. 2015 431 25-11-2015 11-11-2015 34208 2015 435 25-11-2015 16-11-2015 26-11-2015
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De Nederlandsche Bank brengt de kosten verband houdend met haar betrokkenheid bij de beoordeling, bedoeld in artikel 33, vierde lid, van verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PbEU 2013, L 287), in rekening bij de banken die onderwerp zijn van de in dat artikel bedoelde beoordeling. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de doorberekening van de in het eerste lid bedoelde kosten. 2014 532 19-12-2014 10-12-2014 33957 2014 533 19-12-2014 10-12-2014 31-12-2014
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Wijzigt Wet inzake de geldtransactiekantoren. 2012 250 14-06-2012 24-05-2012 33057 2012 263 19-06-2012 05-06-2012 01-01-2013
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Wijzigt de Wet op het financieel toezicht. 2012 250 14-06-2012 24-05-2012 33057 2012 263 19-06-2012 05-06-2012 01-01-2013
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Wijzigt de Wet toezicht accountantsorganisaties. 2012 250 14-06-2012 24-05-2012 33057 2012 263 19-06-2012 05-06-2012 01-01-2013
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Wijzigt de Wet toezicht effectenverkeer 1995. 2012 250 14-06-2012 24-05-2012 33057 2012 263 19-06-2012 05-06-2012 01-01-2013
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Wijzigt de Wet toezicht financiële verslaggeving. 2012 250 14-06-2012 24-05-2012 33057 2012 263 19-06-2012 05-06-2012 01-01-2013
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Wijzigt de Wet toezicht trustkantoren. 2012 250 14-06-2012 24-05-2012 33057 2012 263 19-06-2012 05-06-2012 01-01-2013
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Wijzigt de Wet verplichte beroepspensioenregeling. 2012 250 14-06-2012 24-05-2012 33057 2012 263 19-06-2012 05-06-2012 01-01-2013
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Wijzigt de Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet. 2012 250 14-06-2012 24-05-2012 33057 2012 263 19-06-2012 05-06-2012 01-01-2013
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Wijzigt de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000. 2012 250 14-06-2012 24-05-2012 33057 2012 263 19-06-2012 05-06-2012 01-01-2013
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Wijzigt de Wet privatisering FVP. 2012 250 14-06-2012 24-05-2012 33057 2012 263 19-06-2012 05-06-2012 01-01-2013
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 2012 250 14-06-2012 24-05-2012 33057 2012 263 19-06-2012 05-06-2012 01-01-2013 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Wijzigt deze wet. 2012 250 14-06-2012 24-05-2012 33057 2012 263 19-06-2012 05-06-2012 01-01-2013 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Van een op het moment van inwerkingtreding van deze wet nog niet verrekend exploitatiesaldo van de toezichthouder, wordt: a. het op grond van het voormalige bekostigingssysteem aan de Staat der Nederlanden toe te rekenen deel van het exploitatiesaldo alsnog met de Staat der Nederlanden verrekend; b. het op grond van het voormalige bekostigingssysteem aan personen toe te rekenen deel van het exploitatiesaldo alsnog met deze personen verrekend. 2 Onze Minister van Financiën kan beslissen om het eerste lid, onderdeel b, niet van toepassing te verklaren op een door hem nader aan te duiden deel van het exploitatiesaldo dat op grond van het voormalige bekostigingssysteem voor toerekening aan personen in aanmerking zou komen, in welk geval dat nader aangeduide deel wordt verrekend met de Staat der Nederlanden. 3 De toezichthouder brengt de kosten van eenmalige toezichthandelingen waarvoor de aanvraag dan wel de melding is ontvangen voor het moment van inwerkingtreding van deze wet overeenkomstig het voormalige bekostigingssysteem in rekening. 4 De toezichthouder brengt zijn kosten, niet zijnde de kosten, bedoeld in het derde lid, die betrekking hebben op een periode die voorafgaat aan het jaar waarin deze wet in werking treedt, overeenkomstig het voormalige bekostigingssysteem in rekening. 5 De bedragen die de toezichthouder op grond van gemaakte afspraken gespreid over meerdere jaren met onder toezicht staande ondernemingen verrekent, worden voor zover zij bij de inwerkingtreding van deze wet nog niet zijn verrekend, verrekend op een wijze zoals oorspronkelijk is afgesproken. 6 Ingeval een gerechtelijke uitspraak leidt tot een onherroepelijke neerwaartse bijstelling van een door de toezichthouder opgelegde heffing, zal de toezichthouder het als gevolg van die uitspraak te restitueren bedrag verrekenen met de Staat der Nederlanden ingeval de heffing betrekking heeft op een periode die gelegen is voor het tijdstip waarop deze wet in werking treedt. 2012 250 14-06-2012 24-05-2012 33057 2012 263 19-06-2012 05-06-2012 01-01-2013
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2012 250 14-06-2012 24-05-2012 33057 2012 263 19-06-2012 05-06-2012 01-01-2013
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Deze wet wordt aangehaald als: Wet bekostiging financieel toezicht. 2012 250 14-06-2012 24-05-2012 33057 2012 263 19-06-2012 05-06-2012 01-01-2013
Artikel 11#
artikelen 11
Artikel 12#
12
Artikel 11#
artikelen 11
Artikel 13#
13
Artikel 11#
artikelen 11
Artikel 13#
13
Artikel 11#
artikelen 11
Artikel 13#
13