Wet Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen
- BWB-id
- BWBR0034176
- Type
- Wet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2020-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0034176
- ELI
- /eli/nl/wet/2013/wet-nationaal-rapporteur-mensenhandel-en-seksueel-geweld-teg
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2013/wet-nationaal-rapporteur-mensenhandel-en-seksueel-geweld-teg/2020-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0034176&g=2020-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0034176&z=2026-06-06&g=2020-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0034176/2020-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2013/wet-nationaal-rapporteur-mensenhandel-en-seksueel-geweld-teg
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Er is een Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen. 2013 444 12-11-2013 06-11-2013 33309 2013 445 12-11-2013 06-11-2013 15-11-2013
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen wordt in zijn werkzaamheden ondersteund door een bureau. Het bureau en de Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen vormen samen het instituut Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen. 2 De medewerkers van het bureau leggen voor hun werkzaamheden uitsluitend verantwoording af aan de Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen. 3 Onze Minister van Justitie en Veiligheid sluit, wijzigt en beëindigt arbeidsovereenkomsten met de medewerkers van het bureau op verzoek van de Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen. 4 Onze Minister van Veiligheid en Justitie draagt, na overleg met de Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen, zorg voor de nodige voorzieningen ten behoeve van de werkzaamheden van het instituut Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen wordt bij koninklijk besluit benoemd op voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie, na overleg met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Hij wordt benoemd voor ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden. 2 De Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen wordt op eigen aanvraag ontslagen. Hij kan voorts bij koninklijk besluit worden geschorst en ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden. 3 Bij regeling van Onze Minister van Justitie en Veiligheid wordt de rechtspositie van de Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen nader geregeld en kunnen regels worden gesteld met betrekking tot vereisten voor benoembaarheid tot Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen. 2018 228 20-07-2018 15-06-2018 34887 2018 312 18-09-2018 07-09-2018 19-09-2018
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen regelt zijn werkwijze en die van het bureau. 2013 444 12-11-2013 06-11-2013 33309 2013 445 12-11-2013 06-11-2013 15-11-2013
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen heeft tot taak: a. het onderzoeken van de ontwikkelingen in de omvang en kenmerken van mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen alsmede de effecten van genomen beleidsmaatregelen in de aanpak van mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen; b. het adviseren van de regering over de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen; c. het periodiek rapporteren aan de regering door toezending van zijn rapporten ten aanzien van mensenhandel en ten aanzien van seksueel geweld tegen kinderen aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie. 2013 444 12-11-2013 06-11-2013 33309 2013 445 12-11-2013 06-11-2013 15-11-2013
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen vervult zijn taak in onafhankelijkheid. 2013 444 12-11-2013 06-11-2013 33309 2013 445 12-11-2013 06-11-2013 15-11-2013
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 5, onder c De rapporten, genoemd in, bevatten in ieder geval: a. een verantwoording van de wijze van onderzoek; b. de resultaten van het verrichte onderzoek en de daarop gebaseerde conclusies; c. aanbevelingen ter verbetering van de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen. 2 De aanbevelingen, genoemd in het eerste lid, onder c, kunnen zich richten tot de centrale overheid, lokale overheid en andere bestuursorganen, tot internationale organisaties, non-gouvernementele organisaties en tot andere betrokkenen. 3 Onze Minister van Veiligheid en Justitie zendt de rapporten ter kennisneming aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. 2013 444 12-11-2013 06-11-2013 33309 2013 445 12-11-2013 06-11-2013 15-11-2013
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen stelt ieder jaar een jaarplan op en zendt dit aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie. 2013 444 12-11-2013 06-11-2013 33309 2013 445 12-11-2013 06-11-2013 15-11-2013
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Elke vier jaar wordt het instituut van de Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen geëvalueerd. Aan de hand van de evaluatie wordt bezien of wijziging van de taken van de Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen gewenst is. 2013 444 12-11-2013 06-11-2013 33309 2013 445 12-11-2013 06-11-2013 15-11-2013