Wet van 4 december 2013, houdende regeling van het ouderlijk gezag over de minderjarige Koning en het toezicht daarop
- BWB-id
- BWBR0034369
- Type
- Wet
- Ministerie
- Algemene Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2015-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0034369
- ELI
- /eli/nl/wet/2013/wet-regeling-ouderlijk-gezag-op-minderjarige-koning-2013
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2013/wet-regeling-ouderlijk-gezag-op-minderjarige-koning-2013/2015-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0034369&g=2015-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0034369&z=2026-06-06&g=2015-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0034369/2015-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2013/wet-regeling-ouderlijk-gezag-op-minderjarige-koning-2013
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In het tijdvak dat de uit Ons huwelijk met Hare Majesteit Koningin Máxima, Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, geboren wettige nakomeling, krachtens erfopvolging Koning geworden, minderjarig is, oefent Onze voornoemde echtgenote, het ouderlijk gezag uit. 2 Indien de in het eerste lid bedoelde situatie zich voordoet, oefent Onze voornoemde echtgenote tevens het ouderlijk gezag uit over de andere uit Ons huwelijk geboren minderjarige kinderen. 3 Het bepaalde in het tweede lid blijft voor de uit Ons huwelijk geboren kinderen gedurende hun minderjarigheid van kracht. 4 Indien degene die de in dit artikel bedoelde minderjarigen goederen schenkt of vermaakt, bij de gift, onderscheidenlijk bij de uiterste wilsbeschikking, heeft bepaald dat een derde het bewind over die goederen zal voeren, blijft die bepaling buiten toepassing. 2013 534 17-12-2013 04-12-2013 00012 2013 534 17-12-2013 04-12-2013 00012 18-12-2013
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De bepalingen van het burgerlijk recht zijn op het ouderlijk gezag van toepassing, voor zover niet uit deze wet het tegendeel volgt. 2 artikelen 235 241 tot en met 242 253ha 253l 253s 253t 253z 255 257 266 268 342, tweede lid 344 349 370 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek Niet van toepassing zijn de,,,,,,,,,,,,,en. 2013 534 17-12-2013 04-12-2013 00012 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 1 Bij de uitoefening van het ouderlijk gezag, zoals bedoeld in, wordt Onze voornoemde echtgenote bijgestaan door een College van Toezicht, dat aanstonds na het in werking treden van deze wet wordt samengesteld. 2 Leden van dit College zijn twee bij koninklijk besluit, de Raad van State gehoord, aan te wijzen Nederlanders alsmede de vicepresident van de Raad van State, de president van de Algemene Rekenkamer en de president van de Hoge Raad der Nederlanden. 3 artikel 6 Zo spoedig mogelijk nadat de minderjarige opvolger Koning is geworden en de leden de bijvoorgeschreven eed of belofte hebben afgelegd, roept de vicepresident van de Raad van State, die als voorzitter van het College fungeert, het College bijeen teneinde een secretaris te doen benoemen en de orde der werkzaamheden en de bijeenkomsten te doen regelen. 2013 534 17-12-2013 04-12-2013 00012 2013 534 17-12-2013 04-12-2013 00012 18-12-2013
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 1, eerste lid De bij koninklijk besluit aangewezen leden van het College kunnen, zolang de in, bedoelde situatie zich niet voordoet, bij koninklijk besluit, de Raad van State gehoord, worden ontslagen en vervangen. 2 Gedurende de periode dat Onze voornoemde echtgenote het ouderlijk gezag over ten minste een van de uit Ons huwelijk geboren minderjarige kinderen uitoefent, kunnen zij worden ontslagen en vervangen bij wet. 3 De door Ons aangewezen leden, die ontslag hebben verzocht, vervullen de plichten, die uit hoofde van deze betrekking op hen rusten, totdat het ontslag is verleend. 2013 534 17-12-2013 04-12-2013 00012 2013 534 17-12-2013 04-12-2013 00012 18-12-2013
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Besluiten van het College kunnen slechts genomen worden bij meerderheid van stemmen van het werkelijk aantal leden. 2 Bij het staken der stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag. 2013 534 17-12-2013 04-12-2013 00012 2013 534 17-12-2013 04-12-2013 00012 18-12-2013
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Alvorens het lidmaatschap te aanvaarden legt elk lid van het College in handen van de voorzitter van de verenigde vergadering van de Staten-Generaal de volgende eed of belofte af: «Ik zweer (beloof) trouw aan de Koning; ik zweer (beloof) al de plichten, welke op mij als lid van het College van Toezicht rusten, met de meeste toewijding te zullen vervullen. Zo waarlijk helpe mij God almachtig! («Dat beloof ik!»).» 2013 534 17-12-2013 04-12-2013 00012 2013 534 17-12-2013 04-12-2013 00012 18-12-2013
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikelen 345 346 348 350 tot en met 357 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek De in de,,enomschreven taken en bevoegdheden van de rechter worden uitgevoerd en uitgeoefend door het College. 2 Het College wordt gehoord bij de keuze van de opvoeders en leraren van de minderjarigen. 3 Buitenlands verblijf van de minderjarigen met een te verwachten duur van langer dan twee maanden is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van het College. 4 Bij verhindering of ontstentenis van Onze voornoemde echtgenote vervult het College haar taak totdat de verhindering of de ontstentenis is geëindigd, dan wel totdat bij wet in de voogdij over de uit Ons huwelijk geboren minderjarige kinderen is voorzien. 2013 534 17-12-2013 04-12-2013 00012 2013 534 17-12-2013 04-12-2013 00012 18-12-2013
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 1 Zo spoedig mogelijk nadat de inbedoelde situatie zich voordoet, gaat Onze voornoemde echtgenote, in tegenwoordigheid van drie leden van het College, daartoe door het College aangewezen, over tot inventarisering van het vermogen van elk van de minderjarigen. 2 Deze boedelbeschrijving wordt opgemaakt bij notariële akte. 3 De twee voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing indien de uit Ons huwelijk geboren minderjarige kinderen, of een hunner, door schenking, erfopvolging of making vermogen verkrijgen. 2013 534 17-12-2013 04-12-2013 00012 2013 534 17-12-2013 04-12-2013 00012 18-12-2013
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De begroting van de uitgaven ten behoeve van de minderjarige Koning en de andere uit Ons huwelijk geboren kinderen en van de kosten, welke op het beheer van het vermogen mogen vallen, wordt door het College, op voordracht van Onze voornoemde echtgenote, vóór de aanvang van ieder kalenderjaar vastgesteld. 2013 534 17-12-2013 04-12-2013 00012 2013 534 17-12-2013 04-12-2013 00012 18-12-2013
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Binnen de eerste zes maanden van ieder kalenderjaar wordt een staat van de ontvangsten en de uitgaven ten behoeve van de minderjarigen gedurende het afgelopen jaar door Onze voornoemde echtgenote aan het College overgelegd en door het College vastgesteld. 2 Het batig overschot van de ontvangsten boven de uitgaven, voorkomende op de in het eerste lid bedoelde staat, alsmede de in de loop van het jaar ontvangen kooppenningen van verkochte goederen, aflossingssommen van effecten en andere afgeloste kapitalen worden zo spoedig mogelijk, en zulks met goedkeuring van het College belegd. 2013 534 17-12-2013 04-12-2013 00012 2013 534 17-12-2013 04-12-2013 00012 18-12-2013
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Wijzigt deze wet. 2013 534 17-12-2013 04-12-2013 00012 2013 534 17-12-2013 04-12-2013 00012 18-12-2013
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Wet van 10 juni 1981 De(Stb. 381), houdende benoeming van een voogd en een regeling van de voogdij over de minderjarige Koning wordt ingetrokken. 2013 534 17-12-2013 04-12-2013 00012 2013 534 17-12-2013 04-12-2013 00012 18-12-2013
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. 2013 534 17-12-2013 04-12-2013 00012 2013 534 17-12-2013 04-12-2013 00012 18-12-2013