Wet van 4 januari 2013, houdende een verbod op de pelsdierhouderij (Wet verbod pelsdierhouderij)
- BWB-id
- BWBR0032739
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0032739
- ELI
- /eli/nl/wet/2013/wet-verbod-pelsdierhouderij
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2013/wet-verbod-pelsdierhouderij/2024-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0032739&g=2024-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0032739&z=2026-06-06&g=2024-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0032739/2024-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2013/wet-verbod-pelsdierhouderij
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet wordt verstaan onder: a. huisvestingsplaats: leefruimte dienende tot het houden van nertsen, bestaande uit één of meer compartimenten en voorzien van één of meer verrijkingsobjecten, met daaraan gekoppelde nestboxen, en die ten minste voldoet aan de eisen gesteld in de Verordening welzijnsnormen nertsen (PPE) 2003, zoals deze luidde op 17 januari 2008; b. nerts: dier behorend tot de diersoort Mustela vison; c. nertsenhouderij: artikel 1, onderdeel i, van de Meststoffenwet bedrijf of een gedeelte daarvan, als bedoeld in, dienende tot het houden van nertsen, zulks beoordeeld naar de feitelijke omstandigheden; d. Onze Minister: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; e. pelsdier: dier dat gehouden wordt uitsluitend of in hoofdzaak ter verkrijging van de pels. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Het houden, doden of doen doden van een pelsdier is verboden. 2013 11 14-01-2013 04-01-2013 30826 2013 11 14-01-2013 04-01-2013 30826 15-01-2013
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Degene die op de dag van inwerkingtreding van deze wet nertsen als pelsdier houdt, doet daarvan binnen vier weken na inwerkingtreding van deze wet melding aan Onze Minister, onder opgave van: a. artikel 8.1 van de Wet milieubeheer het aantal nertsen dat hij volgens zijn vergunning, als bedoeld in, mag houden; b. het aantal huisvestingsplaatsen, onderscheiden naar het aantal huisvestingsplaatsen voor reuen, voedsters en jonge dieren, dat op het tijdstip van melding in de nertsenhouderij beschikbaar is; c. het aantal nertsen dat op het tijdstip van melding door hem wordt gehouden, onderscheiden naar de aantallen reuen, voedsters en de daarbij behorende jonge dieren; en d. de plaats of plaatsen waar de nertsen op het tijdstip van melding worden gehouden. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op degene die op de dag van inwerkingtreding van deze wet: a. geen nertsen als pelsdieren houdt; b. artikel 8.1 van de Wet milieubeheer beschikt over een vergunning, als bedoeld in, ten behoeve van het houden van nertsen als pelsdieren; en c. beschikt over huisvestingsplaatsen. 3 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op degene die na de inwerkingtreding van deze wet een nertsenhouderij heeft verkregen in verband met een bijzondere omstandigheid van de overdrager, met dien verstande dat de melding binnen vier weken na de overdracht van de nertsenhouderij plaatsvindt. 4 Onder een bijzondere omstandigheid als bedoeld in het derde lid wordt verstaan de omstandigheid dat de nertsenhouder groot financieel nadeel lijdt doordat: a. hij door plotselinge arbeidsongeschiktheid niet langer in staat is het houden van nertsen voort te zetten; b. de nertsenhouderij deel uitmaakt van een te verdelen gemeenschap en de nertsenhouderij als vermogensbestanddeel te gelde moet worden gemaakt om de gemeenschap te kunnen verdelen; of c. hij wegens het bereiken van de leeftijd van 65 jaar de nertsenhouderij niet wil of kan voortzetten. 2013 11 14-01-2013 04-01-2013 30826 2013 11 14-01-2013 04-01-2013 30826 15-01-2013 2013 12 14-01-2013 04-01-2013 32369 2013 12 14-01-2013 04-01-2013 32369 15-01-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet verbod pelshouderij in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Artikel 2 artikel 3, eerste tot en met derde lid is niet van toepassing op degene bedoeld in, tot en met de dertiende dag na de datum van inwerkingtreding van de Wet van 16 december 2020 tot wijziging van de Wet verbod pelsdierhouderij in verband met een vervroegde beëindiging van de pelsdierhouderij (Stb. 2020, 555), indien hij: a. artikel 3 aan de meldingsplicht vanheeft voldaan; b. de nertsen houdt in een huisvestingsplaats; c. artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet niet meer nertsen houdt dan het aantal nertsen waarvoor hij een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld inheeft; d. niet meer nertsen houdt dan het aantal huisvestingsplaatsen dat ten behoeve van het houden van die soort nertsen op het tijdstip van melding in de nertsenhouderij beschikbaar was; en e. de nertsen houdt op dezelfde plaats als waar zij werden gehouden op het tijdstip van melding, dan wel op een andere plaats, mits op de oude plaats niet langer sprake is van een nertsenhouderij en van deze verplaatsing melding is gedaan aan Onze Minister. 2020 172 17-06-2020 12-02-2020 34986 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikelen 2 3, eerste tot en met derde lid 4 Met het toezicht op de naleving van de,, enzijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren. 2 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 2013 11 14-01-2013 04-01-2013 30826 2013 11 14-01-2013 04-01-2013 30826 15-01-2013 2013 12 14-01-2013 04-01-2013 32369 2013 12 14-01-2013 04-01-2013 32369 15-01-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet verbod pelshouderij in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikelen 3 4 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de melding en de bijzondere omstandigheden als bedoeld in deen. 2013 11 14-01-2013 04-01-2013 30826 2013 11 14-01-2013 04-01-2013 30826 15-01-2013
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over tegemoetkoming in de kosten van sloop of ombouw van gebouwen waarin nertsen beroepsmatig gehouden worden, die als gevolg van het verbod, bedoeld in, hun functie verliezen. 2 De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 2013 13 14-01-2013 04-01-2013 33076 2013 11 14-01-2013 04-01-2013 30826 15-01-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet verbod pelsdierhouderij (Stb. 2013/11) en de Wijzigingswet Wet verbod pelsdierhouderij (Stb. 2013/12) in werking treden. 2013 11 14-01-2013 04-01-2013 30826 2013 11 14-01-2013 04-01-2013 30826 15-01-2013 Door Stb. 2013/13 vernummerd tot artikel 8.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Onze Minister kent een pelsdierhouder op aanvraag een vergoeding toe voor schade veroorzaakt door de Wet van 16 december 2020 tot wijziging van de Wet verbod pelsdierhouderij in verband met een vervroegde beëindiging van de pelsdierhouderij (Stb. 2020, 555) die uitgaat boven het normale maatschappelijke risico. 2020 555 24-12-2020 16-12-2020 35633 555 24-12-2020 2020 555 24-12-2020 16-12-2020 35633 25-12-2020
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Wijzigt de Wet op de economische delicten. 2013 13 14-01-2013 04-01-2013 33076 2013 11 14-01-2013 04-01-2013 30826 15-01-2013 Voorheen artikel 8. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet verbod pelsdierhouderij (Stb. 2013/11) en de Wijzigingswet Wet verbod pelsdierhouderij (Stb. 2013/12) in werking treden. 2013 11 14-01-2013 04-01-2013 30826 2013 11 14-01-2013 04-01-2013 30826 15-01-2013 Door Stb. 2013/13 vernummerd tot artikel 12.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001. 2013 13 14-01-2013 04-01-2013 33076 2013 11 14-01-2013 04-01-2013 30826 15-01-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet verbod pelsdierhouderij (Stb. 2013/11) en de Wijzigingswet Wet verbod pelsdierhouderij (Stb. 2013/12) in werking treden. 2013 11 14-01-2013 04-01-2013 30826 2013 11 14-01-2013 04-01-2013 30826 15-01-2013 Door Stb. 2013/13 vernummerd tot artikel 13.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 2 Onze Minister is bevoegd degene die op het moment van inwerkingtreding van deze wet nertsen als pelsdier houdt en op 1 januari 2014 55 jaar of ouder is, tegemoetkoming te verlenen bij onbillijkheden van overwegende aard die zich als gevolg van het verbod, bedoeld in, ten aanzien van zijn pensioenvoorziening voordoen. 2013 13 14-01-2013 04-01-2013 33076 2013 11 14-01-2013 04-01-2013 30826 15-01-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet verbod pelsdierhouderij (Stb. 2013/11) en de Wijzigingswet Wet verbod pelsdierhouderij (Stb. 2013/12) in werking treden.
Artikel 11a — Artikel 11a#
Artikel 11a Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze wet. 2020 139 15-05-2020 06-03-2020 35006 2020 366 05-10-2020 23-09-2020 06-10-2020
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. 2013 13 14-01-2013 04-01-2013 33076 2013 11 14-01-2013 04-01-2013 30826 15-01-2013 Voorheen artikel 9. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet verbod pelsdierhouderij (Stb. 2013/11) en de Wijzigingswet Wet verbod pelsdierhouderij (Stb. 2013/12) in werking treden.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Deze wet wordt aangehaald als: Wet verbod pelsdierhouderij. 2013 13 14-01-2013 04-01-2013 33076 2013 11 14-01-2013 04-01-2013 30826 15-01-2013 Voorheen artikel 10. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet verbod pelsdierhouderij (Stb. 2013/11) en de Wijzigingswet Wet verbod pelsdierhouderij (Stb. 2013/12) in werking treden.