Wet van 22 januari 2014, houdende regels omtrent de uitvoering van Europese verordeningen inzake financiële bijdragen uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (Uitvoeringswet EFRO)
- BWB-id
- BWBR0034784
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2021-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0034784
- ELI
- /eli/nl/wet/2014/uitvoeringswet-efro
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2014/uitvoeringswet-efro/2021-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0034784&g=2021-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0034784&z=2026-06-06&g=2021-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0034784/2021-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2014/uitvoeringswet-efro
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat; b. EFRO: Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling; c. EFRO-verordening: verordening van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie betreffende het EFRO op grond van artikel 175, 177 of artikel 178 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, alsmede een verordening of een besluit van de Europese Commissie ter uitvoering van een dergelijke verordening; d. programma: programma opgesteld in het kader van de uitvoering van een EFRO-verordening dat de ontwikkelingsstrategie en invulling in een bepaald gebied of voor een specifieke sector omvat; e. grensoverschrijdend programma: programma dat betrekking heeft op een gebied dat deels buiten Nederland valt; f. programmaperiode: in een EFRO-verordening vastgestelde periode waarvoor een programma wordt opgesteld; g. cofinanciering: financiële middelen die door het Rijk, een gemeente, een provincie of een ander openbaar lichaam ter beschikking worden gesteld ter medefinanciering van de uitvoering van een programma; h. project: samenhangend geheel van activiteiten ter verwezenlijking van de doelstelling van een programma volgens de daarvoor in dat programma vastgestelde criteria; i. EGTS: verordening (EG) nr. 1082/2006 Europese groepering voor territoriale samenwerking als bedoeld invan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 juli 2006 betreffende een Europese groepering voor territoriale samenwerking (PbEU L 210). 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Gemeenten, provincies of andere openbare lichamen kunnen ten behoeve van een grensoverschrijdend programma een overeenkomst tot grensoverschrijdende samenwerking sluiten met territoriale gemeenschappen of autoriteiten van andere staten in de zin van artikel 2, tweede lid, van de op 21 mei 1980 te Madrid tot stand gekomen Europese Kaderovereenkomst inzake grensoverschrijdende samenwerking tussen territoriale gemeenschappen of autoriteiten (Trb. 1980, 129). 2 Een overeenkomst tot grensoverschrijdende samenwerking omvat buiten de uit een EFRO-verordening voortvloeiende onderdelen, ten minste afspraken rond het toezicht op de uitvoering van het programma. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen indien een EFRO-verordening daartoe noopt nadere regels worden gesteld inzake het sluiten van een overeenkomst tot grensoverschrijdende samenwerking. 2014 48 07-02-2014 22-01-2014 33735 2014 86 21-02-2014 11-02-2014 22-02-2014
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Onze Minister wijst na een daartoe strekkend verzoek de autoriteiten aan die een taak hebben bij de uitvoering van het programma. 2 artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen Voor aanwijzing als autoriteit in een programma komen in aanmerking een bestuursorgaan van het Rijk, van een provincie, van een gemeente of van een openbaar lichaam als bedoeld in. 3 Voor aanwijzing als autoriteit in geval van een grensoverschrijdend programma komt tevens een orgaan van een EGTS in aanmerking. 4 Een in Nederland gevestigde autoriteit die door Onze Minister is aangewezen, heeft nadat het programma is goedgekeurd de aan die autoriteit in een EFRO-verordening, in het programma en bij of krachtens deze wet toegekende taken en bevoegdheden. 5 Na de goedkeuring van het programma door de Europese Commissie maakt Onze Minister de aanwijzing van de autoriteiten bekend in de Staatscourant en doet daarbij mededeling van hun taken. 6 Indien een autoriteit haar taken niet of in onvoldoende mate uitvoert, trekt Onze Minister de aanwijzing in en wijst hij een ander bestuursorgaan aan dat de taken van die autoriteit uitvoert. Hij gaat daartoe niet eerder over dan nadat de betrokken autoriteit binnen een door Onze Minister te stellen termijn in de gelegenheid is gesteld haar taak alsnog naar behoren uit te voeren. 7 Onze Minister maakt een besluit als bedoeld in het zesde lid, eerste volzin, bekend in de Staatscourant. 2014 48 07-02-2014 22-01-2014 33735 2014 86 21-02-2014 11-02-2014 22-02-2014 01-01-2014
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3 Bij algemene maatregel van bestuur kan voor zover een goede uitvoering van een EFRO-verordening daartoe noopt, nader worden voorzien in een taakomschrijving van de inbedoelde autoriteiten. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voor zover een goede uitvoering van een EFRO-verordening daartoe noopt, regels worden gesteld inzake de onderlinge verhouding tussen de autoriteiten en de verhouding van de autoriteiten met de Europese Commissie. Deze regels kunnen mede betrekking hebben op gegevensuitwisseling. 2014 48 07-02-2014 22-01-2014 33735 2014 86 21-02-2014 11-02-2014 22-02-2014
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Indien de noodzaak daartoe voortvloeit uit een EFRO-verordening kan Onze Minister organen of instanties aanwijzen die geen autoriteit zijn binnen een programma maar die anderszins zijn betrokken bij de uitvoering van die verordening of een andere EFRO-verordening. 2 Artikel 4, eerste lid Een orgaan of een instantie als bedoeld in het eerste lid heeft de taken en bevoegdheden die uit een EFRO-verordening voortvloeien., is van overeenkomstige toepassing. 2014 48 07-02-2014 22-01-2014 33735 2014 86 21-02-2014 11-02-2014 22-02-2014
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Bij regeling van Onze Minister kunnen in verband met subsidieverstrekking in het kader van een programma regels worden gesteld omtrent: a. subsidiabiliteit van de kosten van projecten; b. artikel 3 de vaststelling van subsidieplafonds of deelplafonds, alsmede omtrent de bevoegdheden ter zake van een of meer autoriteiten als bedoeld in; c. de activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt; d. de criteria om voor subsidie in aanmerking te komen; e. het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald; f. de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend; g. de aanvraag, alsmede de wijze waarop gegevens worden aangeleverd; h. de verplichtingen van de subsidieontvanger; i. de vaststelling van de subsidie; j. de betaling van de subsidie en het verlenen van voorschotten; k. intrekking en wijziging van de subsidieverlening of -vaststelling; l. de financiering van het project en de wijze waarop deze tot stand komt; m. de controle en het toezicht bij de uitvoering van een programma; n. de procedure en tijdsverloop rond de besluitvorming over de subsidieverstrekking ter uitvoering van een programma. 2 De in het eerste lid bedoelde regels hebben, tenzij uit een EFRO-verordening anders voortvloeit, betrekking op de ten laste van het EFRO te verstrekken middelen, op de vanwege het Rijk te verstrekken cofinanciering en op andere cofinanciering voor zover de betrokken gemeente, provincie of het betrokken openbaar lichaam daartoe heeft besloten. 2014 48 07-02-2014 22-01-2014 33735 2014 86 21-02-2014 11-02-2014 22-02-2014
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 3 Onze Minister, een van Onze andere Ministers, een gemeentebestuur of een provinciebestuur kan zijn bevoegdheid tot het nemen van besluiten inzake subsidieverstrekking in het kader van een programma delegeren aan een autoriteit als bedoeld in. 2 Een besluit tot delegatie als bedoeld in het eerste lid regelt de gevolgen van de intrekking van dat besluit. Het bevat voorts voorschriften omtrent de verantwoording van het gebruik van de gedelegeerde bevoegdheid. 3 artikel 19 van de Bekendmakingswet Op een besluit tot delegatie isvan overeenkomstige toepassing. 2020 262 17-07-2020 01-07-2020 35218 2021 176 09-04-2021 01-04-2021 01-07-2021
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet Voor zover cofinanciering door het Rijk is aan te merken als een specifieke uitkering in de zin van, is artikel 15a, derde lid, van die wet niet van toepassing. 2014 48 07-02-2014 22-01-2014 33735 2014 86 21-02-2014 11-02-2014 22-02-2014
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 3 Een autoriteit als bedoeld inneemt algemene uitgangspunten omtrent de uitoefening van haar bevoegdheden rond subsidieverstrekking die zij vaststelt ingevolge een EFRO-verordening op in een beleidsregel. 2014 48 07-02-2014 22-01-2014 33735 2014 86 21-02-2014 11-02-2014 22-02-2014
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 3 Voor zover subsidieverstrekking in strijd is met een EFRO-verordening of een andere ingevolge een verdrag voor de staat geldende verplichting kan een daartoe ingevolgebevoegde autoriteit: a. subsidieverstrekking weigeren; b. een subsidie lager vaststellen dan overeenkomstig de subsidieverlening; c. een subsidieverlening of subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen. 2 Bij de vaststelling, intrekking of wijziging kan worden bepaald, dat over onverschuldigde betaalde subsidiebedragen een rentevergoeding verschuldigd is. 3 De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verstrekt, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald. 4 artikelen 4:49, derde lid 4:57, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht De, enzijn niet van toepassing op de vaststelling, intrekking en wijziging, bedoeld in het eerste lid, onderscheidenlijk terugvordering indien de betrokken verdragsverplichting noodzaakt tot een latere intrekking, wijziging of terugvordering. 2014 48 07-02-2014 22-01-2014 33735 2014 86 21-02-2014 11-02-2014 22-02-2014
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 3 Met het toezicht op de naleving van een EFRO-verordening en de bij of krachtens deze wet gestelde regels zijn belast de bij besluit van de inbedoelde autoriteiten aangewezen personen. 2014 48 07-02-2014 22-01-2014 33735 2014 86 21-02-2014 11-02-2014 22-02-2014
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 11 De inbedoelde aanwijzing kan in het kader van de uitvoering van een grensoverschrijdend programma, in een andere lidstaat van de EU werkzame personen betreffen. 2 Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, alsmede de daarbij geldende voorwaarden inzake aansturing, werkwijze en verantwoording, behoeven de instemming van het bestuursorgaan of de instantie in de andere lidstaat waarbij de aan te wijzen persoon in dienst is. 2014 48 07-02-2014 22-01-2014 33735 2014 86 21-02-2014 11-02-2014 22-02-2014
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Onze Minister kan personen aanwijzen die deel kunnen nemen aan het uitoefenen van toezicht en controles door ambtenaren van de Europese Commissie op de uitvoering van programma’s op grond van een EFRO-verordening. 2 Afdeling 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de op grond van het eerste lid aangewezen personen. 2014 48 07-02-2014 22-01-2014 33735 2014 86 21-02-2014 11-02-2014 22-02-2014
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikelen 5:12 5:13 5:15 5:16 5:17 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht Ten aanzien van personen aan wie ingevolge een grensoverschrijdend programma door een in het buitenland gevestigde autoriteit het uitoefenen van toezicht is opgedragen, zijn de,,,,envan overeenkomstige toepassing, voor zover dat toezicht in Nederland wordt uitgeoefend, met dien verstande dat indien de aanwijzing in een andere EU-lidstaat werkzame personen betreft, daarvoor de voorafgaande goedkeuring van Onze Minister is vereist. 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 3 artikel 5 verordening nr. 966/2012 Onze Minister kan van de inbedoelde autoriteiten en de inbedoelde instanties en organen alle inlichtingen verlangen en inzage vorderen van alle gegevens en bescheiden indien dat voor de vervulling van zijn taak in het kader van de uitvoering van een EFRO-verordening redelijkerwijs nodig is, dan wel indien hij daarover moet kunnen beschikken ten behoeve van de uitvoering van artikel 59 vanvan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002. 2014 48 07-02-2014 22-01-2014 33735 2014 86 21-02-2014 11-02-2014 22-02-2014
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 3 Onze Minister kan een autoriteit als bedoeld inopdragen een rapportageplicht op grond van een EFRO-verordening uit te voeren. 2014 48 07-02-2014 22-01-2014 33735 2014 86 21-02-2014 11-02-2014 22-02-2014
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 3 Voor zover een inbedoelde autoriteit op grond van een EFRO-verordening een rapportage uitbrengt over werkzaamheden van een andere op grond van artikel 3 aangewezen autoriteit, wordt de laatstbedoelde autoriteit gedurende ten minste twee weken in de gelegenheid gesteld haar zienswijze te geven op een ontwerp van de rapportage, tenzij een inzagerecht op grond van een EFRO-verordening niet mogelijk is. 2014 48 07-02-2014 22-01-2014 33735 2014 86 21-02-2014 11-02-2014 22-02-2014
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht. 2014 48 07-02-2014 22-01-2014 33735 2014 86 21-02-2014 11-02-2014 22-02-2014
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Wijzigt de Financiële-verhoudingswet. 2014 48 07-02-2014 22-01-2014 33735 2014 86 21-02-2014 11-02-2014 22-02-2014
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikel 3, tweede lid In afwijking van, kan voor de periode 2014–2020 als autoriteit worden aangewezen een privaatrechtelijke rechtspersoon die voorafgaand aan die programmaperiode als autoriteit was aangewezen in het kader van de uitvoering van de destijds geldende EFRO-verordeningen. 2014 48 07-02-2014 22-01-2014 33735 2014 86 21-02-2014 11-02-2014 22-02-2014
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2 artikel 3 Indien het Staatsblad waarin het koninklijk besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt geplaatst wordt uitgegeven na 1 januari 2014, kan in dat besluit worden bepaald datterugwerkt uiterlijk tot en met 1 januari 2014. 2014 48 07-02-2014 22-01-2014 33735 2014 86 21-02-2014 11-02-2014 22-02-2014
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoeringswet EFRO. 2014 48 07-02-2014 22-01-2014 33735 2014 86 21-02-2014 11-02-2014 22-02-2014