Wet van 20 maart 2015, houdende herziening van de regels over toegelaten instellingen (Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting)
- BWB-id
- BWBR0036530
- Type
- Wet
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2017-07-01 t/m 2021-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0036530
- ELI
- /eli/nl/wet/2015/herzieningswet-toegelaten-instellingen-volkshuisvesting
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2015/herzieningswet-toegelaten-instellingen-volkshuisvesting/2017-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0036530&g=2017-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0036530&z=2026-06-06&g=2017-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0036530/2017-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2015/herzieningswet-toegelaten-instellingen-volkshuisvesting
Artikel I — Artikel I#
Artikel I Wijzigt de Woningwet. 2015 145 16-04-2015 20-03-2015 32769 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2016 Onderdeel B, voor zover het betreft artikel 44, vierde, vijfde en
zesde lid, van de Woningwet.
Artikel Ibis — Artikel Ibis#
Artikel Ibis Wijzigt de Woningwet. 2015 145 16-04-2015 20-03-2015 32769 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015 2015 146 16-04-2015 20-03-2015 33966 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015
Artikel Ia — Artikel Ia#
Artikel Ia hoofdstuk 4 In dit hoofdstuk en inwordt verstaan onder Onze Minister: Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst. 2015 145 16-04-2015 20-03-2015 32769 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015 2015 146 16-04-2015 20-03-2015 33966 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015
Artikel II — Artikel II#
Artikel II 1 artikel 19 van de Woningwet artikel I In het tweede tot en met zevende lid wordt verstaan onder toegelaten instelling: toegelaten instelling als bedoeld in, die op het tijdstip van inwerkingtreding vanvan deze wet als zodanig bestaat. 2 artikel I Woningwet De toegelaten instellingen brengen, behoudens het bepaalde bij en krachtens het derde tot en met twaalfde lid, hun statuten, reglementen, rechtsvorm, organisatie en werkzaamheden in het tijdvak dat aanvangt op het tijdstip van inwerkingtreding vanvan deze wet en eindigt op 1 januari volgend op het eerste volle kalenderjaar dat na dat tijdstip is verstreken in overeenstemming met het bepaalde bij en krachtens deals gewijzigd door deze wet. 3 artikelen 49, eerste lid, eerste volzin, van de Woningwet 25b, eerste lid, van de Mededingingswet artikel 47, eerste lid, onderdelen b tot en met f, van de Woningwet artikel 1, eerste lid, van die wet De wijze waarop de toegelaten instellingen toepassing geven aan deen, of aan artikel 49, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid van de Woningwet, is onderworpen aan de goedkeuring van Onze Minister. Zij doen een voorstel daartoe in het tijdvak, bedoeld in het tweede lid, aan hem toekomen, welk tijdvak Onze Minister op verzoek van een toegelaten instelling voor het verstrijken daarvan met ten hoogste een jaar kan verlengen. In dat voorstel kan een voorstel zijn opgenomen om werkzaamheden als genoemd en bedoeld inten aanzien van de betrokken toegelaten instelling of samenwerkingsvennootschap niet te laten behoren tot de diensten van algemeen economisch belang in de zin van. Na goedkeuring door Onze Minister van een voorstel waarop de derde volzin van toepassing is: a. artikel 21d van de Woningwet ismede van toepassing ten aanzien van de betrokken werkzaamheden; b. artikel 46, aanhef en eerste lid, onderdeel b, van die wet behoren die werkzaamheden niet tot de werkzaamheden waaraan de betrokken toegelaten instelling ingevolgevoorrang geeft; c. artikel 1 van die wet komt de betrokken toegelaten instelling of samenwerkingsvennootschap geen compensatie in de zin vantoe voor de betrokken werkzaamheden; d. artikel 48 van die wet isniet van toepassing op die werkzaamheden en e. artikel 1, eerste lid, van die wet worden de baten, lasten, activa en passiva die zijn verbonden met die werkzaamheden administratief samengevoegd met die, verbonden met de overige werkzaamheden van de betrokken toegelaten instelling of samenwerkingsvennootschap die niet behoren tot de diensten van algemeen economisch belang in de zin van. 4 artikelen 49, eerste lid, eerste volzin, van de Woningwet 25b, eerste lid, van de Mededingingswet Onze Minister neemt binnen twaalf weken na ontvangst van het voorstel, bedoeld in het derde lid, een besluit omtrent de goedkeuring daarvan, welke termijn hij, door schriftelijke kennisgeving daarvan aan de toegelaten instelling, telkens kan verlengen met een door hem daarbij te bepalen termijn van ten hoogste zes weken, van welke verlenging hij kennis geeft voor het verstrijken van de eerstgenoemde dan wel de voor de laatste maal verlengde termijn. De toegelaten instellingen geven toepassing aan deen, of aan artikel 49, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid van de Woningwet, met ingang van 1 januari volgend op het tijdstip waarop Onze Minister het voorstel, bedoeld in het derde lid, heeft goedgekeurd. Onze Minister kan op verzoek van een toegelaten instelling het ingangstijdstip, bedoeld in de tweede volzin, voor dat tijdstip een jaar later stellen. 5 artikel 50a, tweede lid, van de Woningwet artikel 49, eerste lid, eerste volzin, van de Woningwet artikel 1, eerste lid, van de Woningwet artikel I Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing op toegelaten instellingen die binnen het in het tweede lid bedoelde tijdvak een voorstel als bedoeld inaan Onze Minister doen toekomen, welk tijdvak Onze Minister op verzoek van een toegelaten instelling voor het verstrijken daarvan met ten hoogste een jaar kan verlengen. Het derde en vierde lid zijn voorts, voor zover die leden betrekking hebben op het voldoen aan, niet van toepassing op toegelaten instellingen die binnen het in het tweede lid bedoelde tijdvak ten overstaan van Onze Minister aannemelijk maken dat in de eerste twee volle kalenderjaren na het tijdstip van inwerkingtreding vanvan deze wet hun totale nettojaaromzet minder dan € 30 miljoen heeft bedragen of zal bedragen, en het aandeel in die omzet van hun werkzaamheden die niet behoren tot de diensten van algemeen economisch belang in de zin vanminder was of zal zijn dan 5%, welk tijdvak Onze Minister op verzoek van een toegelaten instelling voor het verstrijken daarvan met ten hoogste een jaar kan verlengen. 6 artikel 1, tweede lid, van de Woningwet artikel 21a van die wet Woningwet artikel 50a van de Woningwet artikel I De toegelaten instellingen brengen hun dochtermaatschappijen in de zin van, onverminderd, in het tijdvak dat aanvangt op het tijdstip van inwerkingtreding vanvan deze wet en eindigt op 1 januari volgend op de eerste twee volle kalenderjaren die na dat tijdstip zijn verstreken in overeenstemming met het bepaalde bij en krachtens deals gewijzigd door deze wet. Onze Minister kan op verzoek van een toegelaten instelling het tijdvak, bedoeld in de eerste volzin, voor het verstrijken daarvan met ten hoogste twee jaar verlengen. De eerste en tweede volzin zijn niet van toepassing op toegelaten instellingen die binnen het in de eerste of tweede volzin bedoelde tijdvak toepassing geven aan. 7 Woningwet artikel 21a van die wet artikel 334a lid 3 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel I Het bepaalde bij en krachtens deomtrent verbonden ondernemingen heeft, onverminderd, geen gevolgen voor een verbonden onderneming die geen dochtermaatschappij is en die is voortgekomen uit een afsplitsing als bedoeld in, waarbij een toegelaten instelling is betrokken en die heeft plaatsgevonden voor het tijdstip van inwerkingtreding vanvan deze wet, indien die afsplitsing: a. artikel 70, eerste lid, van de Woningwet ten doel had om een situatie die strijdig was metzoals die laatstelijk luidde voor dat tijdstip, en die tot die afsplitsing was toegestaan, op te heffen, en b. is goedgekeurd door Onze Minister. 8 artikel 21c, eerste lid, van de Woningwet artikel I Het bepaalde bij en krachtensheeft geen gevolgen voor de transacties die door toegelaten instellingen voor de inwerkingtreding vanvan deze wet zijn aangegaan met financiële instellingen die niet behoren tot een categorie als bedoeld in artikel 21c, eerste lid, van de Woningwet voor het doen bouwen of verwerven van onroerende zaken en onroerende en infrastructurele aanhorigheden. Voor de toepassing van artikel 21c, tweede lid, tweede volzin, van de Woningwet worden de in de eerste volzin bedoelde transacties mede in aanmerking genomen. 9 artikelen 25 30 van de Woningwet artikel I Het bepaalde bij en krachtens deenheeft geen gevolgen voor de benoeming of aanwijzing van personen tot bestuurder van een toegelaten instelling of tot lid van een orgaan van een toegelaten instelling waaraan het toezicht op het bestuur is opgedragen, die voor het tijdstip van inwerkingtreding vanvan deze wet heeft plaatsgevonden. 10 artikel 44c van de Woningwet artikel I Het bepaalde bij en krachtensheeft geen gevolgen voor het toegestaan zijn van werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, van dat artikel waarmee voor het tijdstip van inwerkingtreding vanvan deze wet een aanvang is gemaakt, of met betrekking tot welke uit schriftelijke, uitsluitend op die werkzaamheden betrekking hebbende, stukken blijkt dat het maken van die aanvang wordt beoogd. 11 artikel 45 van de Woningwet artikel 1, tweede lid, van die wet Woningwet artikel I Het bepaalde bij en krachtensheeft geen gevolgen voor het toegestaan zijn van werkzaamheden van toegelaten instellingen en van met hen in de zin vanverbonden ondernemingen, waarmee voor het tijdstip van inwerkingtreding vanvan deze wet een aanvang is gemaakt, of met betrekking tot welke uit schriftelijke, uitsluitend op die werkzaamheden betrekking hebbende, stukken blijkt dat die aanvang wordt beoogd, en die voor dat tijdstip waren toegestaan of zijn goedgekeurd ingevolge het bepaalde bij en krachtens dezoals die voor dat tijdstip luidde of blijkens enig daaromtrent door of vanwege Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties dan wel Onze Minister genomen besluit of enige daaromtrent door of vanwege een van die ministers gedane mededeling. 12 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de toepassing van het tweede tot en met zevende lid en tiende en elfde lid. 13 artikel I artikel 53a Indien bij een toegelaten instelling reeds voor de inwerkingtreding vanvan deze wet een onderzoek als bedoeld inis verricht, dan vangt de termijn van vier jaar, genoemd in artikel 53a, tweede lid, van de Woningwet, aan op de dag waarop dat onderzoek is afgerond. 2017 25 09-02-2017 25-01-2017 34468 2017 111 24-03-2017 06-03-2017 01-07-2017
Artikel III — Artikel III#
Artikel III 1 artikel 71 van de Woningwet artikel I In het tweede tot en met achtste lid wordt verstaan onder fonds: Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting, bedoeld inzoals die laatstelijk luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding vanvan deze wet. 2 Het fonds wordt opgeheven. 3 artikel I Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding vanvan deze wet zijn de bestuursleden van het fonds van rechtswege ontslagen. 4 artikel I Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding vanvan deze wet gaan de vermogensbestanddelen van het fonds onder algemene titel over op Onze Minister, tegen de waarde die blijkt uit de laatstelijk voor dat tijdstip door het fonds vastgestelde baten- en lastenrekening. 5 afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek Artikel 24, eerste lid, van dat boek Indien krachtens het vierde lid registergoederen overgaan, doet Onze Minister een zodanige overgang onverwijld inschrijven in de openbare registers, bedoeld in.is niet van toepassing. 6 artikel 71a, eerste lid, onderdeel a, van de Woningwet Artikel 59, tweede lid, van de Woningwet artikel I Op aanvragen om een subsidie als bedoeld inzoals die laatstelijk luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding vanvan deze wet, die op dat tijdstip bij het fonds in behandeling zijn, beslist Onze Minister met toepassing van het voor dat tijdstip geldende recht.is niet van toepassing op die aanvragen. 7 artikel I In wettelijke procedures en rechtsgedingen waarbij het fonds is betrokken, treedt met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding vanvan deze wet Onze Minister in de plaats van het fonds. 8 artikel I Archiefwet 1995 Het fonds draagt archiefbescheiden betreffende zaken die op het tijdstip van inwerkingtreding vanvan deze wet nog niet zijn afgedaan, onverwijld over aan Onze Minister, voor zover zij niet overeenkomstig denaar een archiefbewaarplaats zijn overgebracht. 2015 145 16-04-2015 20-03-2015 32769 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015 2015 146 16-04-2015 20-03-2015 33966 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015
Artikel IIIa — Artikel IIIa#
Artikel IIIa Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht. 2015 146 16-04-2015 20-03-2015 33966 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015
Artikel IIIb — Artikel IIIb#
Artikel IIIb Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen. 2015 146 16-04-2015 20-03-2015 33966 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015
Artikel IV — Artikel IV#
Artikel IV Wijzigt de Drinkwaterwet. 2015 145 16-04-2015 20-03-2015 32769 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015
Artikel VI — Artikel VI#
Artikel VI Wijzigt de Huisvestingswet 2014. 2015 145 16-04-2015 20-03-2015 32769 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015 2015 146 16-04-2015 20-03-2015 33966 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015
Artikel VII — Artikel VII#
Artikel VII Wijzigt de Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 2015 145 16-04-2015 20-03-2015 32769 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015
Artikel VIII — Artikel VIII#
Artikel VIII Wijzigt de Leegstandwet. 2015 145 16-04-2015 20-03-2015 32769 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015
Artikel IX — Artikel IX#
Artikel IX Wijzigt de Onteigeningswet. 2015 145 16-04-2015 20-03-2015 32769 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015
Artikel IXa — Artikel IXa#
Artikel IXa Wijzigt de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte. 2015 145 16-04-2015 20-03-2015 32769 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015
Artikel XII — Artikel XII#
Artikel XII Wijzigt de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels. 2015 145 16-04-2015 20-03-2015 32769 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015
Artikel XIIa — Artikel XIIa#
Artikel XIIa Wijzigt de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 2015 146 16-04-2015 20-03-2015 33966 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015
Artikel XIII — Artikel XIII#
Artikel XIII Wijzigt de Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting. 2015 145 16-04-2015 20-03-2015 32769 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015
Artikel XIV — Artikel XIV#
Artikel XIV Wijzigt de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 2015 145 16-04-2015 20-03-2015 32769 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015
Artikel XIVb — Artikel XIVb#
Artikel XIVb Wijzigt de Wet herziening gerechtelijke kaart. 2015 145 16-04-2015 20-03-2015 32769 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015 2015 146 16-04-2015 20-03-2015 33966 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015
Artikel XIVc — Artikel XIVc#
Artikel XIVc Wijzigt de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector. 2015 146 16-04-2015 20-03-2015 33966 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015
Artikel XV — Artikel XV#
Artikel XV Wijzigt de Wet op belastingen van rechtsverkeer. 2015 145 16-04-2015 20-03-2015 32769 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015
Artikel XVa — Artikel XVa#
Artikel XVa Wijzigt de Wet op de economische delicten. 2015 146 16-04-2015 20-03-2015 33966 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015
Artikel XVb — Artikel XVb#
Artikel XVb Wijzigt de Wet op de huurtoeslag. 2015 146 16-04-2015 20-03-2015 33966 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015
Artikel XVI — Artikel XVI#
Artikel XVI Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. 2015 145 16-04-2015 20-03-2015 32769 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015 2015 146 16-04-2015 20-03-2015 33966 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015
Artikel XVII — Artikel XVII#
Artikel XVII Wijzigt de Wet op het overleg huurders verhuurder. 2015 145 16-04-2015 20-03-2015 32769 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015 2015 146 16-04-2015 20-03-2015 33966 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015
Artikel XX — Artikel XX#
Artikel XX [Vervallen] 2015 145 16-04-2015 20-03-2015 32769 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015
Artikel XXI — Artikel XXI#
Artikel XXI artikel I artikelen II III hoofdstukken IIIA IV van de Woningwet artikel 18a van de Woningwet artikel 19 van die wet Onze Minister zendt binnen drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding vanvan deze wet aan beide kamers der Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het bij en krachtens deenbepaalde en van deenvan deze wet in de praktijk. De wooncoöperaties, bedoeld in, en de toegelaten instellingen, bedoeld in, verlenen Onze Minister alle medewerking daarbij. 2015 145 16-04-2015 20-03-2015 32769 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015 2015 146 16-04-2015 20-03-2015 33966 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015
Artikel XXII — Artikel XXII#
Artikel XXII De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2015 145 16-04-2015 20-03-2015 32769 2015 146 16-04-2015 20-03-2015 33966 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015
Artikel XXIII — Artikel XXIII#
Artikel XXIII Deze wet wordt aangehaald als: Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting. 2015 145 16-04-2015 20-03-2015 32769 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015