Wet van 3 december 2014, houdende regels inzake de verzekering van zorg aan mensen die zijn aangewezen op langdurige zorg (Wet langdurige zorg)
- BWB-id
- BWBR0035917
- Type
- Wet
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0035917
- ELI
- /eli/nl/wet/2015/wet-langdurige-zorg
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2015/wet-langdurige-zorg/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0035917&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0035917&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0035917/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2015/wet-langdurige-zorg
Artikel 1.1.1 — Artikel 1.1.1#
Artikel 1.1.1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: – ADL-woning: woning die deel uitmaakt van een aantal bij elkaar horende rolstoeldoorgankelijke woningen; – begeleiding: activiteiten waarmee een persoon wordt ondersteund bij het uitvoeren van algemene dagelijkse levensverrichtingen en bij het aanbrengen en behouden van structuur in en regie over het persoonlijk leven; – burgerservicenummer: artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer het burgerservicenummer, bedoeld in; – CAK: artikel 6.1.1 het CAK, genoemd in; – CIZ: artikel 7.1.1 het CIZ, genoemd in; – cliëntondersteuning: onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies, algemene ondersteuning en zorgbemiddeling die bijdraagt aan het tot gelding brengen van het recht op zorg in samenhang met dienstverlening op andere gebieden; – continentaal plat: artikel 1 van de rijkswet instelling exclusieve economische zone de exclusieve economische zone van het Koninkrijk, bedoeld in, voor zover deze grenst aan de territoriale zee van Nederland; – dossier: de schriftelijk of elektronisch vastgelegde gegevens met betrekking tot de verlening van zorg aan een cliënt; – Fonds langdurige zorg: artikel 89 van de Wet financiering sociale verzekeringen fonds, genoemd in; – indicatiebesluit: besluit van het CIZ waarbij beoordeeld wordt of en in welke omvang de verzekerde in aanmerking komt voor zorg; – inspecteur of ontvanger: artikel 2, derde lid, onder b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen de functionaris, bedoeld in; – instelling: 1°. een organisatorisch verband dat zorg verleent; 2°. artikel 3.1.1 een organisatorisch verband dat gevestigd is buiten het grondgebied van het Europese deel van Nederland en overeenkomstig de daar geldende wetgeving rechtmatig gezondheidszorg verstrekt als bedoeld bij of krachtens; – mantelzorger: natuurlijke persoon die rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie zorg verleent zonder dat dit beroeps- of bedrijfsmatig geschiedt; – Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; – persoonsgebonden budget: artikel 3.3.3 titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht een subsidie waarmee de verzekerde onder de bij of krachtensengestelde voorwaarden aan hem te verlenen zorg kan inkopen; – persoonlijke verzorging: het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging, gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid; – Nederland: het Europese deel van Nederland; – solistisch werkende zorgverlener: een zorgverlener die, anders dan in dienst of onmiddellijk of middellijk in opdracht van een instelling beroepsmatig zorg verleent; – Sociale verzekeringsbank: artikel 3 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen de Sociale verzekeringsbank, genoemd in; – verblijf: artikel 3.1.1, eerste lid, onder a verblijf als bedoeld in; – verpleging: handelingen, gericht op herstel of voorkoming van verergering van de aandoening, beperking of handicap; – verzekeraar: richtlijn nr. 73/239/EEG verzekeringsonderneming als bedoeld invan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 1973 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringbranche en de uitoefening daarvan (PbEG L 228); – vreemdeling: Vreemdelingenwet 2000 vreemdeling als bedoeld in de; – Wlz-uitvoerder: artikel 4.1.1 rechtspersoon die geen zorgverzekeraar is, die zich overeenkomstigheeft aangemeld voor de uitvoering van deze wet, het zorgkantoor daaronder begrepen; – woningaanpassing: bouwkundige of woontechnische ingreep in of aan een woonruimte; – zorg: artikel 3.1.1 zorg en overige diensten als bedoeld in; – zorg in natura: artikel 4.2.2 zorg, geleverd door zorgaanbieders op grond van schriftelijke overeenkomsten tussen zorgaanbieders en Wlz-uitvoerders als bedoeld in; – zorgaanbieder: een instelling dan wel een solistisch werkende zorgverlener; – zorgautoriteit: artikel 3 van de Wet marktordening gezondheidszorg de zorgautoriteit, genoemd in; – Zorginstituut: artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet het Zorginstituut Nederland, genoemd in; – zorgkantoor: artikel 4.2.4, tweede lid een ingevolge, voor een bepaalde regio aangewezen Wlz-uitvoerder; – zorgplan: artikel 8.1.1 schriftelijk of elektronisch als zodanig vastgelegde uitkomsten van hetgeen met de verzekerde dan wel een vertegenwoordiger van de verzekerde is besproken met betrekking tot de ingenoemde onderwerpen; – zorgverlener: een natuurlijke persoon die in persoon beroepsmatig zorg verleent; – zorgverzekeraar: artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet een zorgverzekeraar als bedoeld in; – zorgverzekering: artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet een zorgverzekering als bedoeld in. 2022 510 16-12-2022 07-12-2022 35943 2023 126 19-04-2023 12-04-2023 20-04-2023
Artikel 1.1.2 — Artikel 1.1.2#
Artikel 1.1.2 1 Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gelijkgesteld met: a. echtgenoot: geregistreerde partner; b. echtgenoten: geregistreerde partners; c. gehuwd: als partner geregistreerd; d. gehuwde: als partner geregistreerde. 2 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt: a. als gehuwd of als echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad; b. als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is. 3 Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins. 4 Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en: a. zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk zijn gesteld; b. uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander; c. zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding, bedoeld in het derde lid. 5 Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het vierde lid, onderdeel d. 6 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen wordt verstaan onder het blijk geven zorg te dragen voor een ander, zoals bedoeld in het derde lid. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 1.2.1 — Artikel 1.2.1#
Artikel 1.2.1 Ingezetene in de zin van deze wet is degene, die in Nederland woont. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 1.2.2 — Artikel 1.2.2#
Artikel 1.2.2 1 Waar iemand woont en waar een lichaam gevestigd is, wordt naar de omstandigheden beoordeeld. 2 Voor de toepassing van het eerste lid worden schepen welke in Nederland hun thuishaven hebben, ten opzichte van de bemanning als deel van Nederland beschouwd. 3 Degene die Nederland metterwoon heeft verlaten en binnen een jaar nadien metterwoon terugkeert zonder inmiddels op het grondgebied van Aruba, Sint Maarten, Curaçao of op het grondgebied van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba of op het grondgebied van een andere Mogendheid te hebben gewoond, wordt ook voor de duur van zijn afwezigheid geacht in Nederland te hebben gewoond. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 2.1.1 — Artikel 2.1.1#
Artikel 2.1.1 1 Verzekerd overeenkomstig de bepalingen van deze wet is degene, die: a. ingezetene is; b. geen ingezetene is, doch ter zake van in Nederland of op het continentaal plat in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen. 2 artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000 In afwijking van het eerste lid zijn vreemdelingen die niet rechtmatig in Nederland verblijf genieten als bedoeld in, niet verzekerd. 3 In afwijking van het tweede lid zijn verzekerd: a. artikel 8, onder a tot en met e of l, van de Vreemdelingenwet 2000 kinderen in Nederland geboren uit een in Nederland wonende vreemdeling die rechtmatig verblijf geniet als bedoeld in, dan wel in het buitenland geboren uit in Nederland wonende ouders die rechtmatig verblijf genieten als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e of l, van de Vreemdelingenwet 2000; b. artikel 8, onder a tot en met e of l, van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 2 van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie kinderen die door in Nederland wonende personen met de Nederlandse nationaliteit dan wel met rechtmatig verblijf als bedoeld in, worden geadopteerd en voor wie met het oog op adoptie beginseltoestemming is verleend op grond van. De verzekering gaat in vanaf het moment van adoptie naar het recht van het land waar het kind zijn gewone verblijf heeft of vanaf het moment van de gezagsoverdracht van het kind met het oog op adoptie aan een echtpaar of een persoon die zijn gewone verblijf in Nederland heeft en die de procedure van opneming ter adoptie van een kind ingevolge de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie heeft gevolgd. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan, in afwijking van het eerste lid, uitbreiding dan wel beperking worden gegeven aan de kring der verzekerden. 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan, in afwijking van het eerste en tweede lid, uitbreiding worden gegeven aan de kring der verzekerden voor zover het betreft: a. vreemdelingen die rechtmatig in Nederland arbeid verrichten dan wel hebben verricht; b. artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000 vreemdelingen die, na in Nederland rechtmatig verblijf te hebben genoten als bedoeld in, tijdig toelating in aansluiting op dat verblijf hebben aangevraagd, dan wel bezwaar hebben gemaakt of beroep hebben ingesteld tegen de intrekking van het besluit tot toelating, totdat op die aanvraag, dat bezwaar of dat beroep is beslist. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 2.1.2 — Artikel 2.1.2#
Artikel 2.1.2 artikel 2.1.1 Zo nodig in afwijking vanen de daarop berustende bepalingen: a. wordt als verzekerde aangemerkt de persoon van wie de verzekering op grond van deze wet voortvloeit uit de toepassing van bepalingen van een verdrag of van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie; b. wordt niet als verzekerde aangemerkt de persoon op wie op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie de wetgeving van een andere mogendheid van toepassing is. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 2.1.3 — Artikel 2.1.3#
Artikel 2.1.3 artikelen 2.1.1 2.1.2 De Sociale verzekeringsbank stelt ambtshalve en, desgevraagd, op aanvraag vast of een natuurlijke persoon voldoet aan de bij of krachtens deofvastgestelde voorwaarden voor het verzekerd zijn ingevolge deze wet. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 2.2.1 — Artikel 2.2.1#
Artikel 2.2.1 1 Indien de verzekerde een zorgverzekering heeft, meldt zijn zorgverzekeraar hem met ingang van de datum waarop de zorgverzekering ingaat, onder vermelding van zijn burgerservicenummer ter inschrijving aan: a. artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek indien de zorgverzekeraar deel uitmaakt van een groep als bedoeld inwaarvan ook een Wlz-uitvoerder deel uitmaakt, bij de desbetreffende Wlz-uitvoerder; b. artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek indien een zorgverzekeraar geen deel uitmaakt van een groep als bedoeld inwaarvan ook een Wlz-uitvoerder deel uitmaakt, bij de Wlz-uitvoerder die als zorgkantoor aangewezen is in de regio waar de verzekerde woont of, indien de verzekerde in het buitenland woont, bij de Wlz-uitvoerder in een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen regio. 2 Indien de zorgverzekering is ingegaan binnen vier maanden nadat de verzekeringsplicht, bedoeld in de Zorgverzekeringswet, is ontstaan, werkt de inschrijving terug tot en met de dag waarop die verzekeringsplicht ontstond. 3 De Wlz-uitvoerder schrijft de verzekerde in. 4 De verzekerde die niet op grond van het eerste tot en met het derde lid voor de uitvoering van deze wet bij een Wlz-uitvoerder is ingeschreven, meldt zich voor de toepassing van deze wet met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels ter inschrijving aan bij een Wlz-uitvoerder die werkzaam is in de gemeente waar hij woont. De Wlz-uitvoerder schrijft de verzekerde in. Een in het buitenland woonachtige verzekerde meldt zich aan bij een Wlz-uitvoerder naar eigen keuze. De Wlz-uitvoerder is verplicht hem tot dat doel in te schrijven. 5 Het is een Wlz-uitvoerder verboden een persoon als verzekerde in te schrijven of ingeschreven te doen houden, indien op een andere Wlz-uitvoerder een inschrijvingsplicht rust dan wel, indien het vierde lid van toepassing is en de verzekerde in Nederland woont, indien de Wlz-uitvoerder niet werkzaam is in de gemeente waar deze persoon woont. 6 artikel 64, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen De natuurlijke persoon die op grond vanis ontheven van de verplichtingen, opgelegd op grond van deze wet, wordt door de Sociale verzekeringsbank ter inschrijving aangemeld bij het zorgkantoor voor de regio waarin hij woont. 2022 510 16-12-2022 07-12-2022 35943 2023 126 19-04-2023 12-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.2.2 — Artikel 2.2.2#
Artikel 2.2.2 1 artikel 2.2.1, vierde lid De verzekerde die zich ingevolge, bij een Wlz-uitvoerder aanmeldt ter inschrijving, vermeldt daarbij zijn burgerservicenummer. 2 artikel 9, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 4:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht De Wlz-uitvoerder verlangt van de vreemdeling die zich ter inschrijving aanmeldt, een kopie van het document of de schriftelijke verklaring, bedoeld in, dat wordt aangemerkt als een bescheid als bedoeld in. 2022 510 16-12-2022 07-12-2022 35943 2023 126 19-04-2023 12-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.1.1 — Artikel 3.1.1#
Artikel 3.1.1 1 Het op grond van deze wet verzekerde pakket omvat de volgende vormen van zorg: a. verblijf in een instelling, met inbegrip van voorzieningen die niet ten laste van de verzekerde kunnen komen, waaronder in elk geval: 1°. het verstrekken van eten en drinken, 2°. het schoonhouden van de woonruimte van de verzekerde, en 3°. voor meerdere verzekerden te gebruiken of te hergebruiken roerende voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de zorgverlening of in verband met het opheffen of verminderen van belemmeringen die de verzekerde als gevolg van een aandoening, beperking, stoornis of handicap ondervindt bij het normale gebruik van zijn woonruimte; b. persoonlijke verzorging, begeleiding en verpleging; c. behandeling, die noodzakelijk is in verband met de aandoening, beperking, stoornis of handicap van de verzekerde, omvattende: 1°. geneeskundige zorg van specifiek medische, specifiek gedragswetenschappelijke of specifiek paramedische aard, en 2°. geneeskundige zorg zoals klinisch-psychologen en psychiaters plegen te bieden in verband met de psychische stoornis van de verzekerde; d. door of namens een instelling waarvan de verzekerde verblijf alsmede behandeling als bedoeld in onderdeel c ontvangt te verlenen: 1°. geneeskundige zorg van algemeen medische aard, niet zijnde paramedische zorg, 2°. artikel 3.2.1 behandeling van een psychische stoornis indien de behandeling integraal onderdeel uitmaakt van de behandeling van een van de ingenoemde aandoeningen of beperkingen; 3°. farmaceutische zorg; 4°. het gebruik van hulpmiddelen, noodzakelijk in verband met de in de instelling gegeven zorg; 5°. tandheelkundige zorg; 6°. kleding, verband houdende met het karakter en de doelstelling van de instelling; e. het individueel gebruik van mobiliteitshulpmiddelen; f. vervoer naar een plaats waar de verzekerde gedurende een dagdeel begeleiding of behandeling ontvangt; g. logeeropvang, met inbegrip van de voorzieningen, bedoeld in onderdeel a, mits dit geschiedt ter ontlasting van een of meer mantelzorgers. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen aard, inhoud en omvang van de verzekerde zorg nader worden geregeld. 2019 428 26-11-2019 10-07-2019 35146 2020 479 27-11-2020 19-11-2020 01-01-2021
Artikel 3.1.2 — Artikel 3.1.2#
Artikel 3.1.2 1 artikel 3.2.1, eerste lid artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel a De echtgenoot van een persoon met een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking, of met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap die recht heeft op zorg en in een instelling verblijft, heeft in afwijking van, recht op verblijf als bedoeld in, in dezelfde instelling. Hij behoudt recht op verblijf in die instelling na het overlijden van zijn echtgenoot dan wel na het vertrek van zijn echtgenoot naar een andere instelling. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke gevallen en onder welke voorwaarden de echtgenoot van de verzekerde met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap recht heeft op verblijf als bedoeld in het eerste lid. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 3.1.3 — Artikel 3.1.3#
Artikel 3.1.3 1 De verzekerde die recht heeft op zorg, heeft recht op een vergoeding voor een woningaanpassing die bedoeld is om de door hem gekozen verblijfplaats geschikt te doen zijn voor de verlening van zorg, voor zover: a. de verzekerde zijn recht tot gelding brengt zonder verblijf in een instelling en zonder woonachtig te zijn in een bij algemene maatregel van bestuur omschreven kleinschalig wooninitiatief, en b. de Wlz-uitvoerder oordeelt dat die investering duurzaam en doelmatig is. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het eerste lid. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2015 516 21-12-2015 10-12-2015 Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2014/521 gesteld op 1 januari 2016.
Artikel 3.2.1 — Artikel 3.2.1#
Artikel 3.2.1 1 Een verzekerde heeft recht op zorg die op zijn behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden is afgestemd voor zover hij naar aard, inhoud en omvang en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening redelijkerwijs op die zorg is aangewezen omdat hij, vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking, een psychische stoornis of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, een blijvende behoefte heeft aan: a. permanent toezicht ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel voor de verzekerde, of b. 24 uur per dag zorg in de nabijheid, omdat hij zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en hij, om ernstig nadeel voor hem zelf te voorkomen, 1°. door fysieke problemen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig heeft, of 2°. door zware regieproblemen voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft. 2 In het eerste lid wordt verstaan onder: a. blijvend: van niet voorbijgaande aard; b. permanent toezicht: onafgebroken toezicht en actieve observatie gedurende het gehele etmaal, waardoor tijdig kan worden ingegrepen; c. ernstig nadeel voor de verzekerde: een situatie waarin de verzekerde: 1°. zich maatschappelijk te gronde richt of dreigt te richten; 2°. zichzelf in ernstige mate verwaarloost of dreigt te verwaarlozen; 3°. ernstig lichamelijk letsel oploopt of dreigt op te lopen dan wel zichzelf ernstig lichamelijk letsel toebrengt of dreigt toe te brengen; 4°. ernstig in zijn ontwikkeling wordt geschaad of dreigt te worden geschaad of dat zijn veiligheid ernstig wordt bedreigd, al dan niet doordat hij onder de invloed van een ander raakt; d. zelfzorg: de uitvoering van algemene dagelijkse levensverrichtingen waaronder de persoonlijke verzorging en hygiëne en, zo nodig, de verpleegkundige zorg; e. regieproblemen: beperkingen in het vermogen om een adequaat oordeel te vormen over dagelijks voorkomende situaties op het gebied van sociale redzaamheid, probleemgedrag, psychisch functioneren of geheugen en oriëntatie. 3 In afwijking van het eerste lid heeft een meerderjarige verzekerde recht op zorg voor zover hij vanwege een combinatie van een licht verstandelijke handicap en gedragsproblemen: a. tijdelijk behoefte heeft aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid als bedoeld in het eerste lid, onder a of b, of b. volgens zijn behandelaar is aangewezen op het afmaken van een onder de Jeugdwet aangevangen behandeling met verblijf. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald in welke gevallen een verzekerde, in afwijking van het eerste lid, geen recht heeft op vormen van zorg voor zover hij krachtens een zorgverzekering of een andere wettelijke regeling recht heeft of kan doen gelden op die zorg. 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het eerste tot en met derde lid. 6 artikel 1.1 van de Jeugdwet In afwijking van het eerste lid heeft een jeugdige als bedoeld in de eerste twee onderdelen van het begrip jeugdige vangeen recht op zorg indien hij vanwege een psychische stoornis een blijvende behoefte heeft aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid als bedoeld in het eerste lid, onder a en b. 2019 428 26-11-2019 10-07-2019 35146 2020 479 27-11-2020 19-11-2020 01-01-2021
Artikel 3.2.2 — Artikel 3.2.2#
Artikel 3.2.2 1 Een verzekerde met een psychische stoornis wiens recht op verblijf en de daarbij behorende medisch noodzakelijke geneeskundige zorg op grond van zijn zorgverzekering beëindigd is omdat de krachtens zijn zorgverzekering geldende maximumduur voor die zorg is bereikt, heeft aansluitend recht op voortzetting van deze zorg gedurende een onafgebroken periode van maximaal drie jaar. 2 Na afloop van de periode, bedoeld in het eerste lid, kan de zorg telkens voor een onafgebroken periode van maximaal drie jaar verder worden voortgezet. 3 Een onderbreking van ten hoogste negentig dagen wordt niet als onderbreking beschouwd. 4 Een verzekerde heeft slechts recht op zorg als bedoeld in het eerste en tweede lid voor zover hij daar naar aard, inhoud en omvang en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening redelijkerwijs op is aangewezen. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 3.2.3 — Artikel 3.2.3#
Artikel 3.2.3 1 Het recht op zorg wordt op aanvraag van de verzekerde in een indicatiebesluit vastgesteld door het CIZ. Het recht op zorg dat wordt vastgesteld in het indicatiebesluit sluit aan bij de behoefte van de verzekerde. 2 artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid kan worden gedaan door familie als bedoeld in, indien de verzekerde wilsonbekwaam is: a. artikel 21, eerste lid artikel 25, eerste lid, van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten en tegelijk met de aanvraag als bedoeld in het eerste lid voor deze verzekerde een aanvraag als bedoeld in, of een aanvraag als bedoeld inwordt ingediend, of b. artikel 21, tweede lid, van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten indien ten aanzien van deze verzekerde een besluit als bedoeld in, is genomen, of een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in deis afgegeven. 3 De verzekerde vermeldt bij de aanvraag zijn burgerservicenummer. 4 De verzekerde verstrekt op verzoek of uit eigen beweging alle informatie, waarvan het hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat die van belang kan zijn voor de beoordeling van het recht op zorg, en is verplicht mee te werken door zich te laten onderzoeken door het CIZ of door daartoe door het CIZ aangewezen personen. 5 artikel 2.2.4, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Het CIZ wijst de verzekerde bij de aanvraag op het recht op cliëntondersteuning, bedoeld in. 6 artikelen 21 24 37 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten artikel 28a van diezelfde wet paragraaf 3.1 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming Voor zover noodzakelijk kan het CIZ bij de behandeling van een aanvraag gebruikmaken van de informatie die aan haar is verstrekt voor de beoordeling van een aanvraag voor een besluit tot opname en verblijf, een verzoek om een rechterlijke machtiging of een verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in de,en, alsmede van de informatie die is opgenomen in een advies aan de officier van justitie als bedoeld in. Deze informatie kan bestaan uit persoonsgegevens, waaronder bijzondere categorieën van persoonsgegevens als bedoeld in. 7 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop de indicatie tot stand komt en over de inrichting en geldigheidsduur van het indicatiebesluit. 2024 300 21-10-2024 02-10-2024 36444 2024 323 05-11-2024 25-10-2024 01-01-2025
Artikel 3.2.4 — Artikel 3.2.4#
Artikel 3.2.4 Het CIZ kan een indicatiebesluit herzien dan wel intrekken indien het CIZ vaststelt dat: a. door de verzekerde of derden onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid, of b. de verzekerde niet langer op de geïndiceerde zorg is aangewezen. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 3.2.5 — Artikel 3.2.5#
Artikel 3.2.5 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het recht op zorg slechts tot gelding kan worden gebracht indien de verzekerde de kosten daarvan gedeeltelijk draagt. De eigen bijdrage kan verschillen naar gelang de groep waartoe de verzekerde behoort, de zorg die verstrekt wordt en de wijze waarop het recht op zorg tot gelding wordt gebracht, en kan mede afhankelijk gesteld worden van het inkomen en vermogen van de verzekerde en diens echtgenoot. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop het inkomen en vermogen, bedoeld in het eerste lid, worden bepaald. 3 De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid die betrekking heeft op het in dat lid bedoelde vermogen, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 4 artikelen 3.1.2 3.1.3 Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op deen. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 3.2.6 — Artikel 3.2.6#
Artikel 3.2.6 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat zorg wordt voortgezet na het tijdstip waarop de verzekering is geëindigd of dat een recht op een vergoeding bestaat voor zorg die wordt verleend na dat tijdstip. Daarbij kunnen beperkingen en voorwaarden worden gesteld. De wijze waarop een zodanige recht tot gelding wordt gebracht, wordt daarbij eveneens geregeld. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan voor gevallen of omstandigheden waarin de kosten van het verlenen van de desbetreffende zorg in redelijkheid niet of niet volledig ten laste van de in deze wet geregelde verzekering dienen te komen, worden bepaald dat: a. de zorg wordt geweigerd; b. de zorg op een later tijdstip ingaat; c. artikel 3.2.5, eerste lid een hogere bijdrage van de verzekerde wordt gevorderd dan krachtens, is vastgesteld; of d. een vergoeding van gemaakte kosten geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 3.2.7 — Artikel 3.2.7#
Artikel 3.2.7 artikel 3, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet artikel 1.1, eerste lid, onderdelen i en j, van de Wet forensische zorg artikel 1.1 van de Jeugdwet Een recht op zorg kan niet tot gelding worden gebracht gedurende de periode waarin de verzekerde in een penitentiaire inrichting als bedoeld in, een instelling als bedoeld inof een gesloten accommodatie als bedoeld inverblijft. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 3.2.8 — Artikel 3.2.8#
Artikel 3.2.8 1 artikel 1, eerste lid, onderdeel a juncto onderdeel b, van de Wet ambtenaren defensie Voor militairen in werkelijke dienst als bedoeld in, alsmede voor militairen aan wie buitengewoon verlof met behoud van militaire inkomsten is verleend, treden de aanspraken inzake zorg door of vanwege de Militair Geneeskundige Dienst in de plaats van de rechten op grond van deze wet. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld inzake een uitkering door het Zorginstituut aan Onze Minister van Defensie ten laste van het Fonds langdurige zorg in verbrand met het vervallen van de rechten ingevolge deze wet. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 3.3.1 — Artikel 3.3.1#
Artikel 3.3.1 1 artikel 3.3.2, eerste lid, onderdeel a De verzekerde die recht heeft op zorg, kan ervoor kiezen om zijn recht tot gelding te brengen met zorg in natura, bestaande uit zorg met verblijf in een instelling, een volledig pakket thuis als bedoeld in, of een modulair pakket thuis als bedoeld in artikel 3.3.2, eerste lid, onderdeel b, dan wel met een persoonsgebonden budget. De verzekerde kan tevens kiezen om zijn recht tot gelding te brengen met een modulair pakket thuis in combinatie met een persoonsgebonden budget. 2 artikel 4.2.2 De verzekerde die zijn recht op zorg tot gelding wil brengen met zorg in natura, wendt zich daartoe tot een zorgaanbieder met wie de Wlz-uitvoerder waarbij hij is ingeschreven tot dat doel een overeenkomst als bedoeld inheeft gesloten. Indien er meerdere gecontracteerde zorginstellingen zijn die de verzekerde binnen redelijke termijn de zorg kunnen verlenen waaraan hij behoefte heeft, stelt de Wlz-uitvoerder hem in de gelegenheid uit deze instellingen te kiezen. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 3.3.2 — Artikel 3.3.2#
Artikel 3.3.2 1 De Wlz-uitvoerder laat, op aanvraag van de verzekerde en onverminderd het derde, vierde en achtste lid, zorg in natura leveren zonder dat de verzekerde in een instelling verblijft, door middel van: a. een volledig pakket thuis dat verleend wordt door één zorgaanbieder, of b. artikel 3.1.1 een modulair pakket thuis, bestaande uit één of meer losse vormen van zorg als bedoeld inen andere huishoudelijke hulp dan het schoonhouden van de woonruimte van de verzekerde. 2 artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel d In afwijking van het eerste lid heeft een verzekerde die kiest voor een van de daar bedoelde leveringsvormen geen recht op zorg als bedoeld in, en een verzekerde die kiest voor een modulair pakket thuis heeft bovendien geen recht op zorg als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°. 3 De Wlz-uitvoerder verleent een volledig pakket thuis, tenzij de zorg volgens de Wlz-uitvoerder niet op een verantwoorde of doelmatige wijze ten huize van de verzekerde kan worden verleend. 4 De Wlz-uitvoerder overlegt met de verzekerde of zijn vertegenwoordiger over de samenstelling van het modulair pakket thuis en verleent dat pakket tenzij: a. de verzekerde of zijn vertegenwoordiger een zodanige samenstelling van het modulair pakket thuis verlangt, dat de zorg waarop de verzekerde krachtens zijn indicatiebesluit is aangewezen, volgens de Wlz-uitvoerder niet verantwoord of doelmatig zal kunnen worden verleend, of b. de totale kosten ervan of, indien de verzekerde naast het modulair pakket thuis ook een persoonsgebonden budget ontvangt of wenst te ontvangen, de totale kosten van dat pakket en het budget tezamen, meer zouden bedragen dan het bedrag dat de verzekerde als persoonsgebonden budget zou worden verleend indien hij geen modulair pakket thuis zou ontvangen. 5 Voordat een besluit op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt genomen, kan de verzekerde of zijn vertegenwoordiger de Wlz-uitvoerder een persoonlijk plan overhandigen, waarin de verzekerde of zijn vertegenwoordiger de door hem beoogde samenstelling van het modulair pakket thuis schetst. De Wlz-uitvoerder brengt de verzekerde of zijn vertegenwoordiger van deze mogelijkheid op de hoogte en stelt hem gedurende zeven dagen na de aanvraag in de gelegenheid het plan te overhandigen. 6 Indien de verzekerde of zijn vertegenwoordiger een persoonlijk plan als bedoeld in het vijfde lid aan de Wlz-uitvoerder heeft overhandigd, betrekt de Wlz-uitvoerder dat plan bij het nemen van het besluit op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. 7 Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de intrekking van een besluit om een volledig pakket thuis of een modulair pakket thuis te verlenen. 8 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur: a. kunnen voor het modulair pakket thuis maximumkosten per module worden vastgesteld; b. kan worden bepaald dat bestanddelen bij de berekening, bedoeld in het vierde lid, onder b, niet in aanmerking worden genomen, en c. kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel. 9 In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, kunnen bij ministeriële regeling aan te wijzen vormen van zorg door een andere zorgaanbieder dan de zorgaanbieder die het volledig pakket thuis verleent, worden verleend. 2022 510 16-12-2022 07-12-2022 35943 2023 126 19-04-2023 12-04-2023 01-07-2023
Artikel 3.3.3 — Artikel 3.3.3#
Artikel 3.3.3 1 artikel 3.1.1, eerste lid, onderdelen a, onder 2°, b, f of g Het zorgkantoor verleent op aanvraag van de verzekerde en onverminderd het vierde en vijfde lid alsmede andere bij wettelijk voorschrift gestelde voorwaarden of beperkingen, volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels, een persoonsgebonden budget waarmee de verzekerde, in plaats van zorg in natura te ontvangen, zelf betalingen doet voor zorg als bedoeld inen andere huishoudelijke hulp dan het schoonhouden van de woonruimte van de verzekerde. De verzekerde ziet af van het recht op verblijf en van de daarmee gepaard gaande voorziening, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, alsmede van de behandeling, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel d. 2 Voordat een besluit op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt genomen, kan de verzekerde of zijn vertegenwoordiger het zorgkantoor een persoonlijk plan overhandigen, waarin de verzekerde of zijn vertegenwoordiger de door hem beoogde samenstelling van het persoonsgebonden budget schetst. Het zorgkantoor brengt de verzekerde of zijn vertegenwoordiger van deze mogelijkheid op de hoogte en stelt hem gedurende zeven dagen na de aanvraag in de gelegenheid het plan te overhandigen. 3 Indien de verzekerde of zijn vertegenwoordiger een persoonlijk plan als bedoeld in het tweede lid aan het zorgkantoor heeft overhandigd, betrekt het zorgkantoor het persoonlijk plan bij het nemen van het besluit op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid. 4 Het persoonsgebonden budget wordt, onverminderd het vijfde lid en andere bij wettelijk voorschrift gestelde voorwaarden of beperkingen, verleend, indien: a. naar het oordeel van het zorgkantoor met het persoonsgebonden budget op doelmatige wijze zal worden voorzien in toereikende zorg van goede kwaliteit; b. de verzekerde naar het oordeel van het zorgkantoor in staat is te achten op eigen kracht of met hulp van een vertegenwoordiger, de aan een budget verbonden taken en verplichtingen op verantwoorde wijze uit te voeren; c. de verzekerde naar het oordeel van het zorgkantoor in staat is te achten op eigen kracht of met hulp van een vertegenwoordiger, de door hem verkozen zorgaanbieders en mantelzorgers op zodanige wijze aan te sturen en hun werkzaamheden op elkaar af te stemmen, dat sprake is of zal zijn van verantwoorde zorg; d. de verzekerde zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij zorg met een persoonsgebonden budget wenst geleverd te krijgen, en, e. de verzekerde bij de aanvraag een budgetplan voorlegt aan het zorgkantoor. 5 Het persoonsgebonden budget wordt in ieder geval geweigerd indien: beperkingen of eisen die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan de kring van vertegenwoordigers kunnen worden gesteld in het belang van de bescherming van de verzekerde of van het waarborgen van de hulp, bedoeld in de onderdelen b en c van het vierde lid. a. de verzekerde zich bij de eerdere verstrekking van een persoonsgebonden budget niet heeft gehouden aan de opgelegde verplichtingen; b. de verzekerde blijkens de basisregistratie personen niet beschikt over een woonadres; c. de verzekerde rechtens zijn vrijheid is ontnomen; d. de vertegenwoordiger van de verzekerde niet voldoet aan regels inhoudende 6 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld, waarbij geldt dat de hoogte toereikend moet zijn. 7 De Sociale verzekeringsbank voert namens de zorgkantoren de betalingen ten laste van verstrekte persoonsgebonden budgetten, alsmede het hiermee verbonden budgetbeheer, uit. 8 De regels, bedoeld in het eerste lid, hebben in ieder geval betrekking op: a. de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder de verzekerde aan wie een persoonsgebonden budget wordt verleend, de mogelijkheid heeft om zorg te betrekken van een mantelzorger of een natuurlijke persoon die niet beroeps- of bedrijfsmatig zorg verleent, of die persoon vanuit het persoonsgebonden budget te betalen; b. verplichtingen die aan de verzekerde worden opgelegd met betrekking tot de overeenkomsten die de verzekerde sluit met de personen van wie hij de zorg betrekt en daarvoor betaling ontvangen uit het persoonsgebonden budget; c. de gevallen waarin, onverminderd het vierde en vijfde lid, verzekerden worden uitgesloten van de verlening van een persoonsgebonden budget; d. de wijze waarop de Sociale verzekeringsbank de taak, bedoeld in het zevende lid, uitvoert, en e. de vorm en inhoud van het budgetplan, bedoeld in het vierde lid, onderdeel e. 9 De op grond van het eerste, vijfde, zesde en achtste lid gestelde regels kunnen voor verschillende categorieën van verzekerden verschillend worden vastgesteld. 2022 510 16-12-2022 07-12-2022 35943 2023 126 19-04-2023 12-04-2023 20-04-2023 01-01-2015
Artikel 3.3.4 — Artikel 3.3.4#
Artikel 3.3.4 artikelen 3.3.1 tot en met 3.3.3 artikel 3.2.2 artikel 4.2.2 In afwijking van dekan een verzekerde als bedoeld inzijn recht op zorg slechts tot gelding brengen in een instelling waarmee de Wlz-uitvoerder waarbij hij is ingeschreven een overeenkomst als bedoeld inheeft gesloten. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 3.3.5 — Artikel 3.3.5#
Artikel 3.3.5 1 Een recht op zorg kan uitsluitend met zorg in natura tot gelding worden gebracht bij een zorgaanbieder die is gevestigd in Nederland, Zwitserland of een van de staten van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte, en die de verzekerde deze zorg in zijn staat van vestiging verleent. 2 artikel 4.2.2 Een verzekerde heeft buiten Nederland volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels in plaats van recht op zorg recht op gehele of gedeeltelijke vergoeding van de voor de zorg gemaakte kosten, indien deze zorg wordt verleend door een zorgaanbieder met wie de Wlz-uitvoerder geen overeenkomst als bedoeld inheeft gesloten. 3 artikel 3.2.5 De in het tweede lid bedoelde vergoeding wordt verminderd met de krachtensvastgestelde eigen bijdrage. 4 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald: a. artikel 3.3.3 in welke gevallen en onder welke voorwaarden de verlening van een persoonsgebonden budget als bedoeld intijdelijk kan worden voortgezet buiten het grondgebied van Nederland; b. door wie in welke gevallen en onder welke voorwaarden werkzaamheden die zijn opgedragen aan het CIZ kunnen worden verricht in plaats van het CIZ; c. in welke gevallen en onder welke voorwaarden het derde lid wordt toegepast. 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2015
Artikel 3.3.6 — Artikel 3.3.6#
Artikel 3.3.6 1 artikel 3.3.2, derde tot en met vijfde Indien de verzekerde zijn recht op zorg met verblijf in een instelling tot gelding wil brengen en die zorg tijdelijk niet geboden kan worden, kan de verzekerde ervoor kiezen om zijn recht tot gelding te brengen met een modulair pakket thuis of een volledig pakket thuis, zonder dat wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld inalsmede zevende lid. 2 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Jeugdwet artikel 3.3.3, tweede tot en met vierde lid Indien de verzekerde, bedoeld in het eerste lid, onmiddellijk voorafgaand aan het verkrijgen van een indicatiebesluit op grond van deze wet een persoonsgebonden budget ontving op grond van de,of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, kan hij onverminderd het eerste lid ervoor kiezen om zijn recht tot gelding te brengen met een persoonsgebonden budget, zonder dat wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in. 3 Indien de zorg, bedoeld in het eerste en tweede lid, beschikbaar is en er zicht op is dat binnen afzienbare tijd zorg geboden kan worden in de instelling van de voorkeur van de verzekerde, kan de Wlz-uitvoerder of het zorgkantoor na overleg met de verzekerde de toepassing van het eerste en tweede lid verlengen tot het moment dat de verzekerde zijn recht op zorg met verblijf in die instelling tot gelding kan brengen. 4 De Wlz-uitvoerder of het zorgkantoor verleent ambtshalve een volledig pakket thuis of modulair pakket thuis als bedoeld in het eerste lid respectievelijk een persoonsgebonden budget als bedoeld in het tweede lid. 5 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder toepassing kan worden gegeven aan dit artikel. 2022 510 16-12-2022 07-12-2022 35943 2023 126 19-04-2023 12-04-2023 20-04-2023
Artikel 3.3.6a — Artikel 3.3.6a#
Artikel 3.3.6a 1 artikel 3.3.6, eerste lid Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 De Wlz-uitvoerder kan op verzoek van de verzekerde, bedoeld in, die onmiddellijk voorafgaand aan het indicatiebesluit aanspraak had op zorg op grond van een zorgverzekering of een maatwerkvoorziening als bedoeld in deontving, voor de duur van de termijn, bedoeld in artikel 3.3.6, eerste lid en derde lid, en zolang die zorg of de in de maatwerkvoorziening besloten liggende zorg noodzakelijk en verantwoord is, in geval daar nog niet in is voorzien een schriftelijke overeenkomst sluiten met de aanbieder die deze zorg verleende of deze maatwerkvoorziening bood. 2 Gedurende de tijdelijke voortzetting van de zorg dan wel maatwerkvoorziening, bedoeld in het eerste lid, gelden tussen de Wlz-uitvoerder en de desbetreffende aanbieder de voorwaarden van de overeenkomst waaronder de zorg dan wel maatwerkvoorziening aan de in het eerste lid bedoelde verzekerde is aangevangen, behoudens voor zover bij ministeriële regeling anders wordt bepaald. 3 De verzekerde behoudt onverminderd het eerste lid jegens de Wlz-uitvoerder recht op zorg waarop hij naar aard, inhoud en omvang redelijkerwijs is aangewezen. 2016 268 13-07-2016 08-06-2016 34279 2016 269 13-07-2016 29-06-2016 01-10-2016 01-01-2015 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 268 13-07-2016 08-06-2016 34279 01-10-2016
Artikel 4.1.1 — Artikel 4.1.1#
Artikel 4.1.1 1 artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Een rechtspersoon die behoort tot een groep als bedoeld inwaarvan ook een zorgverzekeraar deel uitmaakt en die deze wet ten aanzien van de verzekerden wenst uit te voeren, meldt zich daartoe als Wlz-uitvoerder aan bij de zorgautoriteit, onder vermelding van de dag met ingang waarvan hij voornemens is zulks te gaan doen. 2 Na aanmelding is de rechtspersoon verplicht te voldoen aan de voorschriften die bij of krachtens deze wet aan Wlz-uitvoerders zijn opgelegd. 3 Artikel 26 van de Zorgverzekeringswet is van overeenkomstige toepassing. 4 De in het eerste lid bedoelde rechtspersoon kan deze wet niet eerder uitvoeren dan nadat de zorgautoriteit met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels heeft vastgesteld dat de rechtspersoon in voldoende mate is voorbereid op de uitvoering van de wet. De zorgautoriteit kan aan die vaststelling voorschriften of beperkingen verbinden. 5 De Wlz-uitvoerder draagt er zorg voor dat, en kan de melding bedoeld in het eerste lid slechts doen indien, het dagelijks beleid wordt bepaald of mede wordt bepaald door personen: 1°. die geschikt zijn in verband met de uitvoering van de wettelijke taken en daaruit voorvloeiende werkzaamheden, en 2°. wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat. 6 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop wordt vastgesteld of de geschiktheid en betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in het vijfde lid buiten twijfel staat en welke feiten en omstandigheden daarbij in aanmerking worden genomen. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 4.1.2 — Artikel 4.1.2#
Artikel 4.1.2 1 De statuten van een Wlz-uitvoerder: a. sluiten winstoogmerk en het uitkeren van winst uit, b. voorzien in toezicht op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de rechtspersoon en de daarmee verbonden onderneming, c. bieden waarborgen voor een redelijke mate van invloed van de verzekerden op het beleid, en d. sluiten iedere verplichting van de verzekerden of gewezen verzekerden tot het doen van een bijdrage in tekorten van de rechtspersoon uit. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de mate van invloed die verzekerden ten minste op het beleid van een Wlz-uitvoerder dienen te hebben. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 4.1.3 — Artikel 4.1.3#
Artikel 4.1.3 1 De Wlz-uitvoerder die deze wet niet meer wenst uit te voeren, meldt het voornemen hiertoe schriftelijk aan de zorgautoriteit, onder vermelding van de dag waarop hij deze wet niet meer zal uitvoeren. 2 Artikel 26 van de Zorgverzekeringswet is van overeenkomstige toepassing. 3 De in het eerste lid bedoelde Wlz-uitvoerder kan door de zorgautoriteit met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels worden verplicht tot het voortzetten van de uitvoering van deze wet tot is voorzien in een zodanige afwikkeling van de activiteiten van de Wlz-uitvoerder dat verzekerden en zorgaanbieders daarvan geen onevenredig nadeel ondervinden. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 4.1.4 — Artikel 4.1.4#
Artikel 4.1.4 1 Indien de Wlz-uitvoerder verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen, voldoet het Zorginstituut aan verzekerden en aan zorgaanbieders jegens die Wlz-uitvoerder of voormalige Wlz-uitvoerder bestaande vorderingen, ter zake van op grond van deze wet verstrekte zorg of vergoeding van daarvoor gemaakte kosten. 2 De vorderingen, bedoeld in het eerste lid, gaan bij wijze van subrogatie op het Zorginstituut over voor zover dat college deze heeft voldaan. 3 Het Rijk is tegenover het Zorginstituut aansprakelijk voor de betalingen, bedoeld in het eerste lid. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 4.2.1 — Artikel 4.2.1#
Artikel 4.2.1 1 De Wlz-uitvoerder heeft een zorgplicht, die inhoudt dat: a. hoofdstuk 3, paragraaf 3 hij de bij hem ingeschreven verzekerde informatie verschaft over de leveringsvormen, bedoeld in, en deze verzekerde, indien hij in aanmerking kan komen voor meerdere leveringsvormen, in de gelegenheid stelt voor zorg met verblijf in een instelling, voor een volledig pakket thuis of voor een modulair pakket thuis te kiezen of hem wijst op de mogelijkheid om bij het zorgkantoor een persoonsgebonden budget aan te vragen, b. indien de verzekerde zorg in natura zal worden verstrekt: 1°. hij ervoor zorgt dat de zorg waarop de verzekerde aangewezen is binnen redelijke termijn en op redelijke afstand van waar deze wenst te gaan wonen dan wel bij hem thuis, wordt geleverd, 2°. hij de verzekerde de keuze laat uit alle geschikte, gecontracteerde zorgaanbieders die deze verzekerde de zorg op redelijke termijn kunnen verlenen, of 3°. hij de verzekerde desgewenst bemiddelt naar geschikte, gecontracteerde zorgaanbieders. 2 Het zorgkantoor heeft een zorgplicht, die inhoudt dat: a. hij de verzekerden die wonen in de regio waarvoor hij als zorgkantoor is aangewezen, desgevraagd informatie verschaft over de voorwaarden waaronder zij in aanmerking kunnen komen voor een persoonsgebonden budget, b. artikel 3.3.3 hij, indien hij met toepassing vaneen persoonsgebonden budget heeft verleend, ervoor zorgt dat het budget binnen redelijke termijn beschikbaar wordt gesteld; c. hij ervoor zorgt dat voor de verzekerde met ingang van het tijdstip waarop het CIZ het indicatiebesluit heeft genomen, cliëntondersteuning beschikbaar is waarop de verzekerde, al dan niet met behulp van zijn vertegenwoordiger of mantelzorger, een beroep kan doen; d. hoofdstuk 4A hij ervoor zorgt dat voor een verzekerde waarop de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten van toepassing is of voor diens vertegenwoordiger een cliëntenvertrouwenspersoon als bedoeld invan die wet beschikbaar is. 3 Dit lid is nog niet in werking getreden. 4 De voordracht voor een krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 2025 123 13-05-2025 23-04-2025 36486 2025 266 13-10-2025 04-10-2025 01-01-2026
Artikel 4.2.2 — Artikel 4.2.2#
Artikel 4.2.2 1 artikel 3.1.1 Ter uitvoering van zijn zorgplicht sluit een Wlz-uitvoerder schriftelijke overeenkomsten met zorgaanbieders die zorg kunnen verlenen die ingevolgeverzekerd is. 2 De overeenkomsten bevatten ten minste bepalingen over: a. de ingangsdatum van de overeenkomst, de duur van de overeenkomst en de mogelijkheden voor tussentijdse beëindiging van de overeenkomst; b. de aard, de kwaliteit, de doelmatigheid en de omvang van de te verlenen zorg; c. de prijs van de te verlenen zorg; d. de wijze waarop de verzekerden van informatie worden voorzien; e. de wijze waarop bij de zorgverlening mantelzorgers en vrijwilligers betrokken kunnen worden; f. de controle op de naleving van de overeenkomst, waaronder begrepen de controle op de te verlenen dan wel verleende zorg en op de juistheid van de daarvoor in rekening gebrachte bedragen; g. de administratieve voorwaarden die partijen bij de uitvoering van de overeenkomst in acht zullen nemen. 3 De duur van een overeenkomst bedraagt maximaal vijf jaar. 4 De Wlz-uitvoerder draagt er zorg voor dat in het aanbod van gecontracteerde zorgaanbieders redelijkerwijs rekening wordt gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging, de culturele achtergrond en de seksuele gerichtheid van de bij hem ingeschreven verzekerden. 5 Indien na beëindiging van een overeenkomst voor een bepaalde vorm van zorg door een Wlz-uitvoerder geen aansluitende overeenkomst voor die vorm van zorg met dezelfde zorgaanbieder tot stand komt, behoudt de verzekerde, zolang die zorg noodzakelijk en verantwoord is, jegens de Wlz-uitvoerder recht op ononderbroken voortzetting van die vorm van zorg, te verlenen door dezelfde zorgaanbieder, indien die zorg is aangevangen voor de datum waarop de overeenkomst met die zorgaanbieder voor de desbetreffende vorm van zorg is beëindigd. 6 Gedurende de tijdelijke voortzetting van de zorg, bedoeld in het vijfde lid, gelden tussen de Wlz-uitvoerder en de zorgaanbieder de voorwaarden van de overeenkomst waaronder de zorg aan de in het vijfde lid bedoelde verzekerde is aangevangen, behoudens voor zover bij ministeriële regeling anders wordt bepaald. 7 Dit lid is nog niet in werking getreden. 8 De voordracht voor een krachtens het zevende lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 4.2.3 — Artikel 4.2.3#
Artikel 4.2.3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld waarmee de zorg persoonsvolgend kan worden bekostigd. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 4.2.4 — Artikel 4.2.4#
Artikel 4.2.4 1 De Wlz-uitvoerder is verantwoordelijk voor de uitvoering van hetgeen bij en krachtens deze wet is geregeld voor de bij hem ingeschreven verzekerden. De eerste volzin geldt niet voor werkzaamheden die bij of krachtens de wet aan een andere rechtspersoon zijn opgedragen. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt Nederland ingedeeld in regio’s. Onze Minister wijst per regio een Wlz-uitvoerder aan als zorgkantoor. Het zorgkantoor is voor alle verzekerden die wonen in de regio waarvoor hij is aangewezen belast met de verstrekking van het persoonsgebonden budget, alsmede in een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen mate met de administratie of controle van de aan die verzekerden verleende zorg. 3 Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur of de aanwijzing, bedoeld in het tweede lid, kunnen nadere voorwaarden aan de administratie of controle worden gesteld en kunnen, voor het geval voor een regio een ander zorgkantoor wordt aangewezen, regels worden gesteld om een goede taakoverdracht te bewerkstelligen. 4 artikel 4.2.2 Indien een Wlz-uitvoerder werkzaamheden ter vervulling van zijn zorgplicht of van zijn in het eerste lid bedoelde taak uitbesteedt, neemt hij daartoe bij algemene maatregel van bestuur te bepalen regels in acht alsmede, voor zover het verlenen van de verzekerde zorg wordt uitbesteed, de bij of krachtensgestelde regels. 5 Een zorgkantoor kan ter uitvoering van deze wet zorgen voor maatregelen gericht op ondersteuning van een verzekerde met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan de vaststelling van het recht op zorg van de verzekerde of het tot gelding brengen van een vast te stellen recht op die zorg. 6 Een zorgkantoor kan samen met één of meer gemeenten of zorgverzekeraars of Onze Minister voor Rechtsbescherming, zorgen voor maatregelen gericht op voorkoming, vermindering of uitstel van de behoefte aan zorg in combinatie met verbetering van de kwaliteit van leven van verzekerden. Daarbij worden vertegenwoordigers of mantelzorgers van verzekerden betrokken. 7 De uitvoering door een zorgkantoor, bedoeld in het zesde lid, geschiedt overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde nadere regels. 8 artikel 11 van de Zorgverzekeringswet De maatregelen, bedoeld in het zesde lid, betreffen geen door een zorgverzekeraar op grond vankrachtens een zorgverzekering te verstrekken of te vergoeden prestaties. 9 artikel 78, derde lid, van de Wet marktordening gezondheidszorg Nadat Onze Minister een melding van de zorgautoriteit als bedoeld inheeft ontvangen, kan hij bepalen dat de Wlz-uitvoerders geen werkzaamheden mogen uitbesteden aan het in de melding genoemde zorgkantoor en kan hij de in het tweede lid bedoelde aanwijzing van het zorgkantoor intrekken. 10 artikel 4.2.2 Overeenkomsten die in strijd met het bij en krachtens het vierde en negende lid of het bij of krachtensbepaalde zijn gesloten, zijn nietig. 2025 123 13-05-2025 23-04-2025 36486 2025 266 13-10-2025 04-10-2025 01-01-2026
Artikel 4.2.5 — Artikel 4.2.5#
Artikel 4.2.5 De Wlz-uitvoerder is verplicht zijn werkzaamheden op een doelmatige wijze uit te voeren. Hij treft de nodige maatregelen ter voorkoming van de verstrekking van onnodige zorg en van uitgaven die hoger dan noodzakelijk zijn. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 4.2.6 — Artikel 4.2.6#
Artikel 4.2.6 1 artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De Wlz-uitvoerder voert ter zake van de uitvoering van deze wet een administratie die gescheiden is van de overige activiteiten die plaatsvinden in de groep als bedoeld in, waartoe de Wlz-uitvoerder behoort. 2 Buiten de werkzaamheden die uit deze wet voortvloeien, verricht de Wlz-uitvoerder slechts taken die hem bij of krachtens de wet zijn opgedragen. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 4.3.1 — Artikel 4.3.1#
Artikel 4.3.1 1 Een Wlz-uitvoerder zendt voor 1 juli aan de zorgautoriteit een financieel verslag over het voorafgaande kalenderjaar. Daarin wordt onderscheid gemaakt tussen de beheerskosten, de overige uitvoeringskosten de lasten bedoeld in het tweede lid, de kosten van verstrekking van zorg en de kosten van persoonsgebonden budgetten, en indien de Wlz-uitvoerder geen zorgkantoor is tussen de beheerskosten, de lasten, bedoeld in het tweede lid, en de kosten van de verstrekking van zorg. 2 De Wlz-uitvoerder kan in het financieel verslag lasten opnemen ter zake van waardeverminderingen van vorderingen ter uitvoering van deze wet, als gevolg van: a. het overlijden van een natuurlijk persoon voor zover de Wlz-uitvoerder niet met redelijke inspanning voldoening uit diens nalatenschap kan verkrijgen; b. het faillissement van een natuurlijk persoon voor zover de Wlz-uitvoerder niet met redelijke inspanning voldoening uit de boedel kan verkrijgen; c. het faillissement van een rechtspersoon voor zover de Wlz-uitvoerder niet met redelijke inspanning voldoening uit de boedel kan verkrijgen; d. artikel 384 van de Faillissementswet het op grond vantoegewezen verzoek tot homologatie van een akkoord voor zover de Wlz-uitvoerder niet met redelijke inspanning voldoening kan verkrijgen; e. de toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op een verzekerde aan wie een persoonsgebonden budget is verstrekt, voor zover de Wlz-uitvoerder niet met redelijke inspanning voldoening kan verkrijgen; f. het niet met een redelijke inspanning kunnen verkrijgen door de Wlz-uitvoerder van het huidige adres van een verzekerde aan wie een persoonsgebonden budget is verstrekt of; g. artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht de toepassing van, op een verzekerde aan wie een persoonsgebonden budget is verstrekt. 3 artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Het financieel verslag gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in, alsmede van een verslag van zijn bevindingen over de ordelijkheid en controleerbaarheid van het gevoerde financiële beheer. 4 Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gesteld omtrent de inhoud van het financieel verslag. 5 De zorgautoriteit zendt het Zorginstituut onverwijld een exemplaar van de in het eerste en tweede lid bedoelde stukken. 6 artikel 4.2.2 Op aanvraag van een Wlz-uitvoerder is de zorgautoriteit bevoegd voor in haar besluit aan te wijzen baten en lasten te besluiten dat het ontbreken van een overeenkomst als bedoeld ingeen gevolgen heeft voor de inhoud van de verklaring, bedoeld in het tweede lid. 2025 123 13-05-2025 23-04-2025 36486 2025 266 13-10-2025 04-10-2025 01-01-2026
Artikel 4.3.2 — Artikel 4.3.2#
Artikel 4.3.2 1 De Wlz-uitvoerder zendt voor 1 juli aan de zorgautoriteit in tweevoud een uitvoeringsverslag waarin hij: a. rapporteert over de uitvoering van deze wet in het voorafgaande kalenderjaar, en b. een overzicht geeft van zijn voornemens met betrekking tot de uitvoering van deze wet in het lopende kalenderjaar en het daaropvolgende kalenderjaar. 2 Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gesteld omtrent de inhoud van het uitvoeringsverslag. De voorschriften kunnen in het bijzonder betrekking hebben op naleving van een in de regeling aan te wijzen gedragscode. 3 artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De Wlz-uitvoerder voegt bij het uitvoeringsverslag twee exemplaren van een verslag met bevindingen van een accountant als bedoeld inover de vraag of: a. het uitvoeringsverslag overeenkomstig de daarvoor geldende regels is opgesteld; b. de uitvoering is geschied overeenkomstig de verplichtingen die bij of krachtens deze wet in het voorafgaande kalenderjaar op de Wlz-uitvoerder rustten. 4 Artikel 4.3.1 vijfde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2025 123 13-05-2025 23-04-2025 36486 2025 266 13-10-2025 04-10-2025 01-01-2026
Artikel 4.3.3 — Artikel 4.3.3#
Artikel 4.3.3 artikel 4.3.2, eerste lid, onderdeel b Bij het geven van een overzicht van zijn voornemens, bedoeld in, geeft de Wlz-uitvoerder aan welke criteria worden gehanteerd om te meten of de voornemens zich hebben verwezenlijkt alsmede welke outcomecriteria worden gehanteerd ten aanzien van zorgaanbieders. Bij het rapporteren over de uitvoering van deze wet, bedoeld in artikel 4.3.2, eerste lid, onderdeel a, hanteert de Wlz-uitvoerder de in de eerste volzin genoemde criteria. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891
Artikel 4.4.1 — Artikel 4.4.1#
Artikel 4.4.1 Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Deis niet van toepassing op de Wlz-uitvoerders. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 5.1.1 — Artikel 5.1.1#
Artikel 5.1.1 1 Het Zorginstituut bevordert de rechtmatige en doelmatige uitvoering van deze wet door de Wlz-uitvoerders en het CAK. 2 Het Zorginstituut bevordert de eenduidige uitleg van de aard, inhoud en omvang van het verzekerde pakket. 3 Het Zorginstituut kan met het oog op de rechtmatige en doelmatige uitvoering van deze wet beleidsregels stellen voor de Wlz-uitvoerders en voor het CAK. 2016 268 13-07-2016 08-06-2016 34279 2016 269 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016
Artikel 5.1.2 — Artikel 5.1.2#
Artikel 5.1.2 Het Zorginstituut geeft aan Wlz-uitvoerders, aan zorgaanbieders en aan burgers voorlichting over de aard, inhoud en omvang van de zorg die tot het verzekerde pakket behoort. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 5.1.3 — Artikel 5.1.3#
Artikel 5.1.3 1 Het Zorginstituut rapporteert Onze Minister desgevraagd over voorgenomen beleid inzake aard, inhoud en omvang van de zorg die tot het verzekerde pakket behoort. 2 Het Zorginstituut signaleert gevraagd en ongevraagd aan Onze Minister feitelijke ontwikkelingen die aanleiding kunnen geven tot wijzigingen van de aard, inhoud en omvang van de zorg die tot het verzekerde pakket behoort. 3 Het Zorginstituut signaleert gevraagd en ongevraagd aan Onze Minister feitelijke ontwikkelingen op het gebied van kosten van zorg en van de vraag naar en het aanbod van zorg. 2019 140 10-04-2019 27-03-2019 35044 2019 208 12-06-2019 28-05-2019 01-07-2019
Artikel 5.1.3a — Artikel 5.1.3a#
Artikel 5.1.3a 1 artikelen 5.1.1, tweede lid 5.1.2 5.1.3 Het Zorginstituut verwerkt de persoonsgegevens waaronder gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van zijn in de,ofopgedragen taken. 2 Het Zorginstituut verwerkt op grond van het eerste lid slechts persoonsgegevens indien daarop pseudonimisering als bedoeld in artikel 4, onderdeel 5 van de Algemene verordening gegevensbescherming, is toegepast en vervolgens onafgebroken is gecontinueerd. 3 Artikel 21, eerste lid, tweede volzin van de Algemene verordening gegevensbescherming, is bij de verwerking door het Zorginstituut niet van toepassing. 2019 140 10-04-2019 27-03-2019 35044 2019 208 12-06-2019 28-05-2019 01-07-2019
Artikel 5.1.4 — Artikel 5.1.4#
Artikel 5.1.4 artikel 9.1.6, eerste lid Het Zorginstituut voert bij of krachtens algemene maatregel van bestuur genoemde werkzaamheden uit ten behoeve van de gezamenlijke zorg voor de instandhouding van het elektronische gegevensverkeer, bedoeld in. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 5.2.1 — Artikel 5.2.1#
Artikel 5.2.1 Vervallen 2020 67 24-02-2020 05-02-2020 35299 2020 93 18-03-2020 06-03-2020 19-03-2020
Artikel 5.2.2 — Artikel 5.2.2#
Artikel 5.2.2 1 Het Zorginstituut zendt jaarlijks voor 31 december aan Onze Minister met betrekking tot het Fonds langdurige zorg een jaarrekening over het voorafgaande kalenderjaar, alsmede het verslag van bevindingen, bedoeld in het vijfde lid. 2 titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Het Zorginstituut legt in de jaarrekening, die zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing vanwordt ingericht, rekening en verantwoording af over: a. de baten en lasten van het Fonds langdurige zorg; b. de rechtmatigheid en doelmatigheid van het beheer van het Fonds langdurige zorg; c. de toestand van het Fonds langdurige zorg per 31 december van het voorafgaande kalenderjaar. 3 artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in, die bereid is Onze Minister desgevraagd inzicht te geven in zijn controlewerkzaamheden. 4 De verklaring, bedoeld in het derde lid, heeft mede betrekking op de rechtmatige verkrijging en besteding van de middelen van het Fonds langdurige zorg. 5 De accountant voegt bij de verklaring, bedoeld in het derde lid, tevens een verslag van zijn bevindingen over de vraag of het beheer en de organisatie voldoen aan eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid, controleerbaarheid en doelmatigheid. 6 artikel 4.3.1, tweede lid Het Zorginstituut kan in de jaarrekening de lasten van Wlz-uitvoerders, bedoeld in, als lasten van het Fonds langdurige zorg opnemen. 2025 123 13-05-2025 23-04-2025 36486 2025 266 13-10-2025 04-10-2025 01-01-2026
Artikel 5.2.3 — Artikel 5.2.3#
Artikel 5.2.3 1 artikel 5.2.2 De jaarrekening, bedoeld inbehoeft de goedkeuring van Onze Minister. 2 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de inhoud en inrichting van: a. artikel 5.2.2 de jaarrekening, bedoeld in; b. artikel 5.2.2 de accountantscontrole van de jaarrekening, bedoeld in; c. artikel 5.2.2 het bij de jaarrekening, bedoeld in, behorende verslag van bevindingen. 3 Na de goedkeuring, bedoeld in het eerste lid, stelt het Zorginstituut de jaarrekening van het Fonds langdurige zorg algemeen verkrijgbaar. 2020 67 24-02-2020 05-02-2020 35299 2020 93 18-03-2020 06-03-2020 19-03-2020
Artikel 6.1.1 — Artikel 6.1.1#
Artikel 6.1.1 1 Er is een CAK, dat rechtspersoonlijkheid bezit. 2 Het CAK is gevestigd in een door Onze Minister te bepalen plaats. 3 Het CAK bestaat uit ten hoogste drie leden, onder wie de voorzitter. 4 Het CAK wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter. 5 Benoeming vindt plaats op grond van de deskundigheid die nodig is voor de uitoefening van de taken van het CAK alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. 6 De leden worden benoemd voor ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan twee maal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden. 7 Artikel 15 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is niet van toepassing ten aanzien van personeel in dienst van het CAK. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 6.1.2 — Artikel 6.1.2#
Artikel 6.1.2 Het CAK is belast met: a. artikel 3.2.5 de vaststelling en de inning van de eigen bijdragen, bedoeld in; b. artikel 2.1.4b van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 de vaststelling en inning van de eigen bijdragen, bedoeld in; c. het namens een WLZ-uitvoerder of het Zorginstituut, verrichten van betalingen aan zorgaanbieders, welke de WLZ-uitvoerders of het Zorginstituut, uit hoofde van de uitvoering van deze wet verschuldigd zijn; d. paragraaf 2.4 van de Zorgverzekeringswet de taken met betrekking tot de maatregelen gericht op verzekering van onverzekerden, bedoeld in; e. artikel 18d artikel 18e van de Zorgverzekeringswet de heffing en inning van de bestuursrechtelijke premie, bedoeld inof; f. artikel 34a van de Zorgverzekeringswet de verstrekking van de bijdrage, bedoeld in; g. artikelen 68b 69 69a 69b van de Zorgverzekeringswet de taken, bedoeld in de,,en; h. artikel 70 van de Zorgverzekeringswet de taken met betrekking tot de gemoedsbezwaarden, bedoeld in, en i. artikel 122a van de Zorgverzekeringswet de verstrekking van de bijdragen, bedoeld in; j. artikel 123, zesde en achtste lid, van de Zorgverzekeringswet de verstrekking van de vergoedingen, bedoeld in; k. artikel 69, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet de taken van bevoegd orgaan als bedoeld in artikel 1, onderdeel q, onder iii, van verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de sociale zekerheidsstelsels (PbEU 2004, L 166) en in verdragen inzake sociale zekerheid ten behoeve van personen bedoeld in, voor zover Onze Minister voor deze taken geen andere rechtspersoon heeft aangewezen; l. de taken van verbindingsorgaan als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel b, van verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PbEU 2009, L 284) en in verdragen inzake sociale zekerheid. 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 383 06-12-2024 02-12-2024 01-01-2025
Artikel 6.1.3 — Artikel 6.1.3#
Artikel 6.1.3 1 Het CAK stelt een bestuursreglement vast. 2 Vergaderingen van het CAK zijn niet openbaar, behoudens voor zover in het bestuursreglement anders is bepaald. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 6.2.1 — Artikel 6.2.1#
Artikel 6.2.1 1 Het CAK zendt Onze Minister jaarlijks voor 1 november een werkprogramma en een begroting. 2 Het werkprogramma bevat een beschrijving van de activiteiten die het CAK voornemens is in het volgende kalenderjaar te verrichten. Het werkprogramma behoeft de goedkeuring van Onze Minister. 3 artikel 27 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Onverminderdbevat de begroting een meerjarenraming van de beheerskosten voor de vier kalenderjaren, volgend op het begrotingsjaar. 4 artikelen 26 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen artikel 122a van de Zorgverzekeringswet De in deenbedoelde begroting en jaarrekening hebben betrekking op de beheerskosten van het CAK en de bijdragen, bedoeld in. 5 De accountant doet verslag van zijn bevindingen over de vraag of het beheer en de organisatie van het CAK voldoen aan eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid en controleerbaarheid. 2022 104 02-03-2022 16-02-2022 35890 2022 171 04-05-2022 21-03-2022 01-07-2022
Artikel 6.2.2 — Artikel 6.2.2#
Artikel 6.2.2 1 artikel 6.1.2 artikel 122a van de Zorgverzekeringswet Onze Minister stelt jaarlijks voor 1 december het budget vast voor de door het CAK ter uitvoering van zijn ingenoemde taken in het volgende kalenderjaar te maken beheerskosten alsmede voor de kosten van de bijdragen, bedoeld in. 2 Het door Onze Minister vastgestelde budget wordt gedekt uit ’s Rijks kas. 3 Indien het budget niet is vastgesteld voor 1 januari van het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft, is het CAK bevoegd, teneinde zijn activiteiten gaande te houden, te beschikken over ten hoogste een derde gedeelte van het in het budget opgenomen bedrag voor beheerskosten dat laatstelijk voor hem voor een geheel jaar is vastgesteld. 4 Het CAK gaat met betrekking tot de met de uitvoering van zijn taken gepaard gaande beheerskosten geen verplichtingen aan en doet geen uitgaven die leiden tot overschrijding van het in het budget opgenomen bedrag voor de beheerskosten. 5 Onze Minister kan besluiten het in het budget opgenomen bedrag voor de beheerskosten te wijzigen. 2016 173 13-05-2016 08-04-2016 34203 2016 442 25-11-2016 15-11-2016 01-01-2017
Artikel 6.2.3 — Artikel 6.2.3#
Artikel 6.2.3 artikel 29 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen In afwijking vanbehoeven wijzigingen in de bedragen die in de goedgekeurde begroting zijn opgenomen voor de beheerskosten geen goedkeuring van Onze Minister, mits: a. de totale omvang van het in die begroting opgenomen bedrag voor beheerskosten geen wijziging ondergaat, en b. artikel 6.2.2, eerste lid de wijziging per groep van kostensoorten en baten, gerekend over het desbetreffende begrotingsjaar, een bedrag van vijf procent van het in, bedoelde budget, voor zover dat betrekking heeft op beheerskosten, niet te boven gaat. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 6.2.4 — Artikel 6.2.4#
Artikel 6.2.4 artikel 6.2.1, tweede lid artikelen 29, eerste lid 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Na de goedkeuring, bedoeld in, alsmede de goedkeuring, bedoeld in de, en, stelt het CAK het werkprogramma, de begroting, het jaarverslag en de jaarrekening algemeen verkrijgbaar. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 6.2.5 — Artikel 6.2.5#
Artikel 6.2.5 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over: a. artikel 6.2.1, eerste lid de inhoud en inrichting van het werkprogramma, bedoeld in; b. artikel 26 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen de inhoud en inrichting van de begroting, bedoeld in; c. artikelen 18 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen de inhoud en inrichting van het jaarverslag en de jaarrekening, bedoeld in deen; d. de accountantscontrole van de jaarrekening; e. artikel 33 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen de omvang van de door het CAK te vormen egalisatiereserve, bedoeld in; f. artikel 6.2.2 de wijze waarop en de voorwaarden waaronder het budget, bedoeld in, wordt vastgesteld; g. de gegevens die worden verstrekt ten behoeve van de vaststelling van het budget. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 6.2.6 — Artikel 6.2.6#
Artikel 6.2.6 1 Artikel 4.3.1, eerste en derde tot en met vijfde lid Het CAK zendt voor 1 juli aan de zorgautoriteit een financieel verslag over het voorafgaande kalenderjaar., is van overeenkomstige toepassing. 2 Artikel 4.3.2 Het CAK zendt voor 1 juli aan de zorgautoriteit in tweevoud een uitvoeringsverslag.is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de bevindingen van de accountant over de uitvoering bedoeld in het derde lid, onderdeel b, van dat artikel, betrekking hebben op de verplichtingen die op het CAK rusten. 2025 123 13-05-2025 23-04-2025 36486 2025 266 13-10-2025 04-10-2025 01-01-2026
Artikel 7.1.1 — Artikel 7.1.1#
Artikel 7.1.1 1 Er is een CIZ, dat rechtspersoonlijkheid bezit. 2 Het CIZ is gevestigd in een door Onze Minister te bepalen plaats. 3 Het CIZ bestaat uit ten hoogste drie leden, onder wie de voorzitter. 4 Het CIZ wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter. 5 Benoeming vindt plaats op grond van de deskundigheid die nodig is voor de uitoefening van de taken van het CIZ alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. 6 De leden worden benoemd voor ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan twee maal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden. 7 Artikel 15 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is niet van toepassing ten aanzien van personeel in dienst van het CIZ. 2019 427 26-11-2019 30-10-2019 35270 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet
normalisering rechtspositie ambtenaren in werking treedt.
Artikel 7.1.2 — Artikel 7.1.2#
Artikel 7.1.2 1 Het CIZ is belast met: a. artikel 3.2.3 het nemen van indicatiebesluiten als bedoeld in; b. artikel 21, eerste lid, van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten het oordeel over de noodzaak van opneming en verblijf of de voortzetting van het verblijf, bedoeld in. 2 artikel 24, eerste lid, van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten Het CIZ is bevoegd de rechter te verzoeken een machtiging als bedoeld inte verlenen. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen aan het CIZ werkzaamheden worden opgedragen die verband houden met de taken die bij wet zijn opgedragen. 4 Mandaat tot het nemen van besluiten ingevolge het eerste lid, onder a, wordt niet verleend aan iemand die niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het CIZ. 5 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van besluiten worden aangewezen waarvoor het verbod op mandaatverlening niet geldt. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 7.1.3 — Artikel 7.1.3#
Artikel 7.1.3 1 Het CIZ stelt een bestuursreglement vast. 2 Vergaderingen van het CIZ zijn niet openbaar, behoudens voor zover in het bestuursreglement anders is bepaald. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 7.2.1 — Artikel 7.2.1#
Artikel 7.2.1 1 Het CIZ zendt Onze Minister jaarlijks voor 1 november een werkprogramma en een begroting. 2 Artikel 6.2.1, tweede tot en met vijfde lid , is van overeenkomstige toepassing op het werkprogramma en de begroting van het CIZ. 3 Artikel 6.2.3 is van overeenkomstige toepassing op de begroting van het CIZ. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 7.2.2 — Artikel 7.2.2#
Artikel 7.2.2 1 artikel 7.1.2 Onze Minister stelt jaarlijks voor 1 december het budget vast voor de door het CIZ ter uitvoering van zijn ingenoemde taken in het volgende kalenderjaar te maken beheerskosten. 2 Artikel 6.2.2, tweede tot en met vijfde lid , is van overeenkomstige toepassing op het budget voor de door het CIZ te maken beheerskosten. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 7.2.3 — Artikel 7.2.3#
Artikel 7.2.3 1 artikelen 6.2.4 6.2.5 Deenzijn van overeenkomstige toepassing op het werkprogramma, de begroting, het budget, het jaarverslag, de jaarrekening en de te vormen egalisatiereserve van het CIZ. 2 artikelen 4.3.1, eerste en derde tot en met vijfde lid 6.2.6, eerste lid De, en, zijn van overeenkomstige toepassing op het financieel verslag van het CIZ, met uitzondering van de tweede volzin van artikel 4.3.1, eerste lid. 3 artikelen 4.3.2 6.2.6, tweede lid Deen, zijn van overeenkomstige toepassing op het uitvoeringsverslag van het CIZ, met dien verstande dat de bevindingen van de accountant over de uitvoering bedoeld in artikel 4.3.2, derde lid, onder b, betrekking hebben op de verplichtingen die op het CIZ rusten. 2025 123 13-05-2025 23-04-2025 36486 2025 266 13-10-2025 04-10-2025 01-01-2026
Artikel 8.1.1 — Artikel 8.1.1#
Artikel 8.1.1 1 artikel 3.3.3 De verzekerde aan wie een zorgaanbieder zorg verleent, anders dan op grond van, heeft er recht op dat de zorgaanbieder vóór, dan wel zo spoedig mogelijk na de aanvang van de zorgverlening een bespreking met hem organiseert teneinde afspraken te maken over: a. de doelen die met betrekking tot de zorgverlening voor een bepaalde periode worden gesteld, en de wijze waarop de zorgaanbieder en de verzekerde de gestelde doelen trachten te bereiken; b. de zorgverleners die voor de verschillende onderdelen van de zorgverlening verantwoordelijk zijn, de wijze waarop afstemming tussen die zorgverleners plaatsvindt, en wie de verzekerde op die afstemming kan aanspreken; c. de wijze waarop de verzekerde zijn leven wenst in te richten en de ondersteuning die de verzekerde daarbij van de zorgaanbieder zal ontvangen; d. de frequentie waarmee en de omstandigheden waaronder een en ander met de verzekerde zal worden geëvalueerd en geactualiseerd. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald aan welke aspecten in ieder geval aandacht wordt besteed bij de bespreking van de onderwerpen, genoemd in het eerste lid, onder c. 3 Voorafgaand aan de bespreking kan de verzekerde of zijn vertegenwoordiger de zorgaanbieder een persoonlijk plan overhandigen waarin hij ingaat op de onderwerpen, genoemd in het eerste lid, en op onderwerpen in een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het tweede lid. De zorgaanbieder brengt de verzekerde of zijn vertegenwoordiger van deze mogelijkheid op de hoogte en stelt hem gedurende zeven dagen daaropvolgend in de gelegenheid het plan te overhandigen. 4 De zorgaanbieder respecteert een weloverwogen wens van de verzekerde met betrekking tot de wijze waarop de verzekerde zijn leven wenst in te richten, tenzij dit in redelijkheid niet van hem kan worden gevergd in verband met: a. beperkingen die voor de verzekerde gelden op grond van het bepaalde bij of krachtens een andere wet dan wel de lichamelijke en geestelijke mogelijkheden en beperkingen van de verzekerde; b. de verplichting tot het verlenen van de zorg van een goed zorgverlener en de betrokken professionele zorgverlener daarover een andere professionele zorgverlener heeft geraadpleegd; c. de rechten van andere verzekerden of een goede en ordelijke gang van zaken. 5 De zorgaanbieder is in afwijking van de aanhef van het vierde lid niet gehouden tot meer dan overeenkomt met de zorg waarop de verzekerde recht heeft ingevolge het indicatiebesluit, onderscheidenlijk met hetgeen door of namens de verzekerde met de zorgaanbieder is overeengekomen ter zake van de aard, inhoud en omvang van de zorg en het verblijf. 6 De verzekerde heeft er voorts recht op dat de zorgaanbieder overeenkomstig de met hem gemaakte afspraken tweemaal per jaar een bespreking met hem organiseert ter evaluatie en actualisatie van de afspraken. 7 De Wlz-uitvoerder en de zorgaanbieder wijzen de verzekerde, zijn vertegenwoordiger en zijn mantelzorger voorafgaand aan de bespreking, bedoeld in het eerste en zesde lid, op de mogelijkheid voor de verzekerde om gebruik te maken van cliëntondersteuning. 8 Op verzoek van de verzekerde of van zijn vertegenwoordiger betrekt de zorgaanbieder de mantelzorger of mantelzorgers bij de besprekingen. 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2015
Artikel 8.1.2 — Artikel 8.1.2#
Artikel 8.1.2 1 artikelen 8.1.1 8.1.3 De verplichtingen op grond van deenworden: a. indien de verzekerde de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft bereikt, nagekomen jegens degene of degenen die het gezag over de verzekerde uitoefent respectievelijk uitoefenen; b. indien de verzekerde de leeftijd van twaalf maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, tevens nagekomen jegens degene of degenen die het gezag over hem uitoefent respectievelijk uitoefenen; c. indien de verzekerde minderjarig is en de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt, maar niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, nagekomen jegens degene of degenen die het gezag over hem uitoefent respectievelijk uitoefenen; d. indien een meerderjarige verzekerde die onder curatele staat of ten behoeve van wie een mentorschap is ingesteld, niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, nagekomen jegens de curator of de mentor; e. indien een meerderjarige verzekerde die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, niet onder curatele staat of ten behoeve van hem niet een mentorschap is ingesteld, nagekomen jegens de persoon die daartoe door de verzekerde schriftelijk is gemachtigd in zijn plaats op te treden dan wel, indien zodanige persoon ontbreekt of niet optreedt, jegens de echtgenoot, de geregistreerde partner of andere levensgezel van de verzekerde, tenzij deze persoon dat niet wenst, dan wel, indien ook zodanige persoon ontbreekt, een ouder, kind, broer of zuster van de verzekerde, tenzij deze persoon dat niet wenst. 2 De verplichtingen worden nagekomen jegens de in het eerste lid bedoelde personen, tenzij die nakoming niet verenigbaar is met de zorg van een goed zorgverlener en de betrokken professionele zorgverlener daarover een andere professionele zorgverlener heeft geraadpleegd. 3 De persoon jegens wie de zorgaanbieder krachtens het tweede lid gehouden is de verplichtingen na te komen die uit deze wet jegens de verzekerde voortvloeien, betracht de zorg van een goed vertegenwoordiger. Deze persoon is gehouden de verzekerde zoveel mogelijk bij de vervulling van zijn taak te betrekken. 4 Indien in een van de in het eerste lid, onder b tot en met e, genoemde gevallen tussen de verzekerde en de bedoelde andere persoon verschil van inzicht bestaat en de verzekerde weloverwogen vasthoudt aan zijn standpunt, respecteert de zorgaanbieder diens standpunt. 5 Indien een verzekerde van zestien jaar of ouder niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, respecteren de zorgaanbieder en de in het eerste lid bedoelde persoon de weigering van toestemming van de verzekerde, mits hij deze heeft vastgelegd in schriftelijke vorm toen hij nog tot een redelijke waardering van zijn belangen in staat was. De zorgaanbieder kan hiervan slechts afwijken om gegronde redenen. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 8.1.3 — Artikel 8.1.3#
Artikel 8.1.3 1 artikel 8.1.1 De zorgaanbieder legt binnen zes weken na aanvang van de zorgverlening, onderscheidenlijk een evaluatie en actualisatie, de uitkomsten van de inbedoelde bespreking vast in een zorgplan en verstrekt terstond een afschrift van het zorgplan aan de verzekerde of aan een vertegenwoordiger. 2 artikel 8.1.1, derde lid Indien de verzekerde of diens vertegenwoordiger een persoonlijk plan als bedoeld in, heeft overhandigd, betrekt de zorgaanbieder dit persoonlijk plan bij het opstellen van het zorgplan. 3 artikel 8.1.2, vijfde lid Voor zover de zorgaanbieder heeft vastgesteld dat de verzekerde niet in staat is te achten tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake van een onderdeel van de zorgverlening, legt hij dat in het zorgplan vast. In geval van toepassing van, legt de zorgaanbieder dat vast in het zorgplan. 4 Voor zover de verzekerde dan wel de vertegenwoordiger te kennen heeft gegeven geen toestemming te geven voor de zorgverlening, legt de zorgaanbieder dat in het zorgplan vast. 5 artikel 8.1.1, vierde of vijfde lid Voor zover de zorgaanbieder op grond van, geen gevolg geeft aan een weloverwogen wens van de verzekerde of de vertegenwoordiger inzake de in artikel 8.1.1 genoemde onderwerpen, legt de zorgaanbieder dat in het zorgplan vast. 6 artikel 8.1.1 Indien de verzekerde dan wel de vertegenwoordiger niet tot de inbedoelde besprekingen bereid zijn, houdt de zorgaanbieder bij de vastlegging en bij de evaluatie of de actualisering van het zorgplan zoveel mogelijk rekening met de veronderstelde wensen en de bekende mogelijkheden en beperkingen van de verzekerde. 7 De zorgaanbieder verstrekt desgevraagd een afschrift van het zorgplan aan de verzekerde of aan een vertegenwoordiger. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 9.1.1 — Artikel 9.1.1#
Artikel 9.1.1 1 artikelen 4 6 tot en met 9 van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg Deenzijn, voor de uitvoering van deze wet, van overeenkomstige toepassing op de Wlz-uitvoerder. 2 De Wlz-uitvoerder stelt de identiteit en het burgerservicenummer van de verzekerde vast: a. wanneer de persoon zich ter inschrijving bij de Wlz-uitvoerder meldt; b. artikel 12 van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer voor zover dat redelijkerwijs nodig is ter uitvoering van. 3 artikelen 9.1.2 tot en met 9.1.5 Bij gegevensuitwisseling tussen de Wlz-uitvoerders en de in degenoemde personen en instanties wordt voor zover die personen en instanties tot gebruik van dat nummer bevoegd zijn, het burgerservicenummer gebruikt. 4 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald aan welke beveiligingseisen het gebruik van het burgerservicenummer door de Wlz-uitvoerder, alsmede de opname daarvan in zijn administratie, voldoet. 5 artikel 3.1.1 artikelen 9.1.2 tot en met 9.1.5 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen vormen van zorg als bedoeld in, alsmede categorieën van Wlz-uitvoerders en in degenoemde personen en instanties worden uitgezonderd van de toepassing van het bepaalde bij of krachtens eerste tot en met het derde lid. 6 artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht artikel 3, eerste lid, onder b en d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer Het CIZ stelt bij de aanvraag van een indicatiebesluit de identiteit en het burgerservicenummer van de verzekerde vast aan de hand van documenten als bedoeld in, die de verzekerde hem desgevraagd ter inzage geeft, respectievelijk door raadpleging van het nummerregister en de registraties, bedoeld in, tenzij: a. de aanvraag namens de verzekerde wordt ingediend door een zorgaanbieder die de identiteit en het burgerservicenummer van de verzekerde reeds heeft vastgesteld; of b. de identiteit en het burgerservicenummer van de verzekerde reeds zijn vastgesteld door een zorgaanbieder. 2025 151 04-06-2025 26-05-2025 36682 2025 174 04-07-2025 30-06-2025 05-07-2025
Artikel 9.1.2 — Artikel 9.1.2#
Artikel 9.1.2 1 Wlz-uitvoerders, zorgaanbieders, het CAK en het CIZ, verstrekken elkaar kosteloos de persoonsgegevens van de verzekerde, waaronder gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming, dan wel stellen elkaar deze gegevens voor dit doel voor inzage of het nemen van afschrift ter beschikking, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor: a. artikel 3.2.3, eerste lid artikel 3.2.4 het nemen van indicatiebesluiten op grond van, ofen het onderzoek dat het CIZ daarvoor verricht, b. artikel 4.2.2 het sluiten van schriftelijke overeenkomsten met zorgaanbieders, bedoeld in, c. artikel 4.2.1, eerste en tweede lid de zorgplichten, bedoeld in, waaronder mede begrepen het opmaken van wachtlijsten, d. de beoordeling van de Wlz-uitvoerder of de zorg op verantwoorde wijze kan worden verleend zonder dat de verzekerde verblijft in een instelling of met een persoonsgebonden budget, e. de zorglevering, f. het in rekening brengen van tarieven voor de geleverde prestaties en het daartoe ontvangen en verrichten van de betalingen of vergoedingen aan zorgaanbieders van de geleverde prestaties, of de vergoeding van zorgkosten aan een verzekerde, g. artikel 3.2.5 de vaststellingen de inning van eigen bijdragen door het CAK, bedoeld in, h. artikel 6.1.2, onder c het namens een Wlz-uitvoerder of het Zorginstituut verrichten van betalingen door het CAK aan zorgaanbieders, bedoeld in, i. het verrichten van controle of fraudeonderzoek door de Wlz-uitvoerders, j. het uitoefenen van het verhaalsrecht. 2 Voor zover de verzekerde daartoe uitdrukkelijk toestemming heeft verleend, verstrekken het CIZ en een zorgaanbieder elkaar kosteloos de persoonsgegevens van de verzekerde, waaronder gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming. 3 Indien een zorgaanbieder anders dan krachtens een door hem met de Wlz-uitvoerder gesloten overeenkomst aan een verzekerde zorg heeft verleend als bedoeld in deze wet, verstrekt hij de verzekerde kosteloos de persoonsgegevens, waaronder gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming, die voor zijn Wlz-uitvoerder noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet. 4 Personen werkzaam ten behoeve van een zorgaanbieder of het CIZ, verstrekken die zorgaanbieder of het CIZ de persoonsgegevens die zij nodig hebben om te kunnen voldoen aan hun verplichtingen, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid. 5 Personen werkzaam bij een Wlz-uitvoerder, voor wie niet reeds uit hoofde van ambt of beroep een geheimhoudingplicht geldt, zijn verplicht tot geheimhouding van de gegevens als bedoeld in het eerste of derde lid, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen mededeling toestaat. 6 Voor het verrichten van de controle als bedoeld in het eerste lid, onder i, zijn in ieder geval noodzakelijk: a. de beschrijving van de prestatie zoals die 1°. Wet marktordening gezondheidszorg op grond van devoor een zorgaanbieder is vastgesteld, of 2°. Wet marktordening gezondheidszorg tussen de verzekerde en de zorgaanbieder is overeengekomen indien voor die zorgaanbieder niet een prestatiebeschrijving op grond van debehoeft te worden vastgesteld, en b°. diagnose-informatie indien deze onderdeel uitmaakt van de beschrijving van de prestatie of andere informatie die tot een diagnose kan leiden. 7 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk IV van de Algemene verordening gegevensbescherming, kan bij ministeriële regeling worden bepaald: a. tot welke andere gegevens dan bedoeld in het zesde lid de verplichting, bedoeld in het eerste of derde lid, zich in ieder geval of mede uitstrekt, alsmede de aard en de omvang daarvan; b. op welke wijze gegevens, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, worden verwerkt; c. volgens welke technische standaarden gegevensverwerking plaatsvindt; d. aan welke beveiligingseisen gegevensverwerking voldoet; e. Zorgverzekeringswet in welke gevallen gegevens, bedoeld in het eerste of derde lid, verder worden verwerkt met het oog op de uitvoering van deze wet, een zorgverzekering als bedoeld in deof een aanvullende ziektekostenverzekering, voor zover deze gegevens niet worden gebruikt voor het beoordelen en accepteren van een aspirant-verzekerde voor een aanvullende verzekering en bovendien noodzakelijk zijn voor de in het eerste lid genoemde taken. 2018 247 27-07-2018 11-07-2018 34939 2018 248 27-07-2018 11-07-2018 28-07-2018 25-05-2018
Artikel 9.1.3 — Artikel 9.1.3#
Artikel 9.1.3 1 Een Wlz-uitvoerder, het CAK, en het CIZ verstrekken op verzoek, binnen een bij dat verzoek genoemde termijn, uit de onder hun verantwoordelijkheid gevoerde administratie, kosteloos, de gegevens, waaronder gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming, aan: a. Zorgverzekeringswet zorgverzekeraars en het Zorginstituut, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de onderlinge afstemming van op grond van deverzekerde zorg en zorg die is verzekerd op grond van deze wet en het voorkomen van dubbele verstrekkingen; b. artikelen 5.1.1 tot en met 5.1.3 artikelen 89 tot en met 91 van de Wet financiering sociale verzekeringen het Zorginstituut, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van zijn in devan deze wet en deopgedragen taken; c. artikel 35 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen artikel 3.3.3, zevende lid de Sociale verzekeringsbank, voor zover die gegevens noodzakelijk voor de verzekerdenadministratie, bedoeld in, of de betalingen ten laste van de persoonsgebonden budgetten en het daarmee verbonden budgetbeheer, bedoeld in. 2 De in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, genoemde instanties, zijn, voor de in die onderdelen genoemde doelen, bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek, de gegevens, waaronder gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming, te verstrekken aan een Wlz-uitvoerder, het CAK, of het CIZ. 3 artikel 1, eerste lid, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg Een Wlz-uitvoerder verstrekt op verzoek, binnen een bij dat verzoek genoemde termijn, uit de onder zijn verantwoordelijkheid gevoerde administratie kosteloos de gegevens, waaronder gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15, van de Algemene verordening gegevensbescherming, aan een aanbieder van Zvw-zorg als bedoeld in, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn om vast te kunnen stellen of hij zorg die tot het verzekerde pakket behoort, verleent dan wel heeft verleend aan een verzekerde. 4 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Jeugdwet Voor zover de verzekerde daartoe uitdrukkelijk toestemming heeft verleend, verstrekken het college van burgemeester en wethouders en de Wlz-uitvoerder elkaar kosteloos de persoonsgegevens van de verzekerde, waaronder gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de onderlinge afstemming van deze wet en deofof voor het voorkomen van dubbele verstrekkingen. 5 artikel 3.2.5 De inspecteur of ontvanger is verplicht desgevraagd aan het CAK de gegevens omtrent het inkomen en vermogen van de verzekerde en diens echtgenoot te verstrekken, voor zover die noodzakelijk zijn voor de vaststelling van de bijdrage, bedoeld in. 6 De in het eerste tot en met vijfde lid bedoelde gegevens en inlichtingen worden op verzoek verstrekt in schriftelijke vorm of in een andere vorm die redelijkerwijs kan worden verlangd, binnen een termijn die schriftelijk wordt gesteld bij het in het eerste en derde lid bedoelde verzoek. 7 Alle ambtenaren tot afgifte van uittreksels uit registers van burgerlijke stand bevoegd, zijn verplicht aan een in het tweede lid genoemde instantie de door deze gevraagde uittreksels uit de registers kosteloos toe te zenden. 8 Griffiers van colleges, geheel of ten dele met rechtspraak belast, verstrekken op verzoek, kosteloos, aan een Wlz-uitvoerder, aan het CIZ, aan het CAK, aan het Zorginstituut of aan de zorgautoriteit alle gegevens, inlichtingen en uittreksels uit of afschriften van uitspraken, registers en andere stukken, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet door de Wlz-uitvoerder of het desbetreffende college. 9 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste tot en met zevende lid. 10 Op de op grond van het eerste lid aan het Zorginstituut te verstrekken persoonsgegevens is pseudonimisering als bedoeld in artikel 4, onderdeel 5 van de Algemene verordening gegevensbescherming, toegepast en vervolgens onafgebroken gecontinueerd. 2025 123 13-05-2025 23-04-2025 36486 2025 266 13-10-2025 04-10-2025 01-01-2026
Artikel 9.1.3a — Artikel 9.1.3a#
Artikel 9.1.3a 1 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Kinderbijslagwet Het CIZ verstrekt ambtshalve of op verzoek, kosteloos, de volgende persoonsgegevens aan de Sociale verzekeringsbank, welke gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van diens taak tot vaststelling of een recht op een verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag, als bedoeld in, bestaat of eindigt: a. artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Kinderbijslagwet het gegeven dat het CIZ het recht op zorg heeft vastgesteld van een verzekerde die de leeftijd heeft, bedoeld in; b. de ingangsdatum en de einddatum van dit besluit; c. de geboortedatum van die verzekerde; en d. het burgerservicenummer van die verzekerde. 2 De ambtshalve verstrekking, bedoeld in het eerste lid, geschiedt niet eerder dan nadat het CIZ de vertegenwoordiger van de verzekerde, ten aanzien van wie een indicatiebesluit is genomen, in het indicatiebesluit gedurende een termijn van ten minste twee weken in de gelegenheid heeft gesteld niet in te stemmen met deze verstrekking. 2024 409 17-12-2024 11-12-2024 36616 2024 409 17-12-2024 11-12-2024 36616 01-07-2025
Artikel 9.1.4 — Artikel 9.1.4#
Artikel 9.1.4 1 De zorgautoriteit, onderscheidenlijk het Zorginstituut, kan na overleg met het Zorginstituut, onderscheidenlijk de zorgautoriteit, bij regeling bepalen welke gegevens en inlichtingen regelmatig door de Wlz-uitvoerders en het CAK moeten worden verstrekt. 2 artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De regels kunnen mede omvatten het tijdstip en de wijze waarop de gegevens en inlichtingen moeten worden verstrekt, alsmede dat een accountant als bedoeld inde juistheid van de verstrekte gegevens en inlichtingen bevestigt. 3 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald welke statistische gegevens de Wlz-uitvoerders en het CAK verzamelen betreffende vormen van zorg. 4 Een Wlz-uitvoerder en het CAK verlenen op verzoek van het Zorginstituut dan wel van de zorgautoriteit aan door het desbetreffende college aangewezen personen inzage in alle bescheiden en andere gegevensdragers, stelt deze op verzoek ter beschikking voor het nemen van afschrift en verleent de ter zake verlangde medewerking, voor zover het desbetreffende college dit nodig acht voor de uitoefening van zijn taak. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 9.1.5 — Artikel 9.1.5#
Artikel 9.1.5 1 artikel 32 van de Wet toelating zorginstellingen Het Zorginstituut en de zorgautoriteit verstrekken desgevraagd aan Onze Minister of aan het College sanering, genoemd in, de voor de uitoefening van hun taak benodigde inlichtingen en gegevens. 2 Het Zorginstituut en de zorgautoriteit verlenen aan door Onze Minister of door het College sanering aangewezen personen toegang tot en inzage in zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 9.1.6 — Artikel 9.1.6#
Artikel 9.1.6 1 artikel 9.1.2, eerste lid De in, genoemde instanties maken voor de in dat artikel genoemde verstrekking of ontvangst van gegevens gebruik van elektronisch gegevensverkeer. 2 artikel 9.1.2, zevende lid Bij de ministeriële regeling, bedoeld in, kan tevens worden bepaald: a. dat bij het elektronisch gegevensverkeer gebruik wordt gemaakt van een elektronische infrastructuur; b. artikel 9.1.2, eerste lid op welke wijze de in, genoemde instanties op die infrastructuur zijn aangesloten; c. de wijze waarop het gebruik van de infrastructuur wordt georganiseerd en beheerd, waaronder begrepen de inrichting en instandhouding van een gemeenschappelijke database; d. de financiering van het gebruik van de infrastructuur en de wijze waarop de kosten ervan worden verdeeld. 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2015
Artikel 9.1.7 — Artikel 9.1.7#
Artikel 9.1.7 1 titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht Het is een ieder die uit hoofde van de toepassing van deze wet of van krachtens deze wet genomen besluiten enige taak vervult of heeft vervuld, verboden van vertrouwelijke gegevens of inlichtingen die ingevolge deze wet dan wel ingevolgezijn verstrekt of verkregen, verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitvoering van zijn taak of bij of krachtens deze wet wordt geëist. 2 In afwijking van het eerste lid kunnen de zorgautoriteit en het Zorginstituut met gebruikmaking van vertrouwelijke gegevens of inlichtingen verkregen bij de uitvoering van hun taken op grond van deze wet, mededelingen doen, indien deze niet kunnen worden herleid tot afzonderlijke personen of ondernemingen. 3 In afwijking van het eerste lid zijn de zorgautoriteit en het Zorginstituut, voor zover dat voor hun taakuitoefening noodzakelijk is, bevoegd aan elkaar en aan Onze Minister vertrouwelijk gegevens of inlichtingen omtrent afzonderlijke Wlz-uitvoerders te verschaffen. 4 Het eerste lid laat, ten aanzien van degene op wie dat lid van toepassing is, onverlet: a. Wetboek van Strafvordering de toepasselijkheid van de bepalingen van hetwelke betrekking hebben op het als getuige of deskundige in strafzaken afleggen van een verklaring omtrent gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van de ingevolge deze wet opgedragen taak; b. Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 66 van de Faillissementswet de toepasselijkheid van de bepalingen van heten vanwelke betrekking hebben op het als getuige of als partij in een comparitie van partijen dan wel als deskundige in burgerlijke zaken afleggen van een verklaring omtrent gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van zijn ingevolge deze wet opgedragen taak, voor zover het gaat om gegevens of inlichtingen omtrent een Wlz-uitvoerder die in staat van faillissement is verklaard of op grond van een rechterlijke uitspraak is ontbonden; c. artikel 7.34 van de Comptabiliteitswet 2016 de bevoegdheden van de Algemene Rekenkamer ingevolge. 5 Het vierde lid, onderdeel b, geldt niet voor gegevens of inlichtingen die betrekking hebben op Wlz-uitvoerders die betrokken zijn of zijn geweest bij een poging de desbetreffende Wlz-uitvoerder in staat te stellen zijn bedrijf voort te zetten. 2017 139 07-04-2017 22-03-2017 34426 2017 253 19-06-2017 29-05-2017 01-01-2018
Artikel 9.2.1 — Artikel 9.2.1#
Artikel 9.2.1 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de zorgverlening, de bekostiging daarvan en de afstemming op andere wettelijke voorzieningen, regels worden gesteld over de kosteloze verstrekking van informatie van beleidsmatige en beheersmatige aard: a. door zorgaanbieders aan Wlz-uitvoerders, de zorgautoriteit en Onze Minister, b. door Wlz-uitvoerders aan de zorgautoriteit, c. door het CIZ aan Onze Minister. 2 De bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels als bedoeld in het eerste lid, hebben geen betrekking op persoonsgegevens als bedoeld in de Algemene verordening gegevensbescherming en worden niet gesteld dan nadat met door zorgaanbieders of de Wlz-uitvoerders voorgedragen koepelorganisaties, overleg is gevoerd over de inhoud van de in het eerste lid bedoelde gegevens en standaardisering van de wijze waarop de gegevens worden verstrekt. 3 Onverminderd het bepaalde in het tweede lid, worden voor de verstrekking van informatie door het CIZ aan Onze Minister, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, door het CIZ persoonsgegevens, waaronder gegevens over de gezondheid, als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15, van de Algemene verordening gegevensbescherming verwerkt. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het overleg, bedoeld in het tweede lid, ook plaatsvindt met andere organisaties en instanties dan genoemd in het tweede lid, en kan worden bepaald dat het eerste en tweede lid ook van toepassing is ten aanzien van die organisaties en instanties. 2025 83 02-04-2025 21-03-2025 36579 2025 137 16-05-2025 12-05-2025 01-07-2025
Artikel 9.2.2 — Artikel 9.2.2#
Artikel 9.2.2 1 Een Wlz-uitvoerder verstrekt aan Onze Minister de door hem verzochte informatie ten behoeve van het te voeren beleid op het gebied van de volksgezondheid. 2 artikelen 9.1.1 9.1.2 Een Wlz-uitvoerder verwerkt ten behoeve van de verstrekking op grond van het eerste lid geen andere persoonsgegevens dan hij op grond van deenheeft verwerkt, waaronder verwerkte gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15, van de Algemene verordening gegevensbescherming. 3 De aan Onze Minister op grond van het eerste lid te verstrekken informatie bevat geen gegevens waarmee hij een natuurlijk persoon direct of indirect kan identificeren. 4 Onze Minister verwerkt geen andere gegevens waarmee hij op basis van de op grond van het eerste lid te verstrekken informatie een natuurlijk persoon direct dan wel indirect kan identificeren. 2025 83 02-04-2025 21-03-2025 36579 2025 137 16-05-2025 12-05-2025 01-07-2025
Artikel 10.1.1 — Artikel 10.1.1#
Artikel 10.1.1 1 hoofdstuk 2 hoofdstuk 3, § 1 Bij algemene maatregel van bestuur kan bij wijze van experiment, met het oog op het onderzoeken van mogelijkheden om deze wet doeltreffender uit te voeren, worden afgeweken van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering vanen van. 2 Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid wordt geregeld op welke wijze van welke artikelen wordt afgeweken en kunnen alleen regels worden gesteld: a. ter verbetering van de samenwerking tussen Wlz-uitvoerders, zorgaanbieders, gemeenten, het CAK, het CIZ en de zorgautoriteit; b. ter verbetering van de innovatieve ontwikkeling en kwaliteit van de langdurige zorg; c. over de verantwoording van de uitgaven ten laste van het Fonds langdurige zorg; d. over het verstrekken van inlichtingen over de resultaten van het experiment; e. hoe wordt vastgesteld of het met het experiment nagestreefde doel is behaald; f. over de voorwaarden die tijdens de gelding van het experiment van toepassing zijn op personen of instanties die in het experiment een rol vervullen; g. over de omstandigheden waaronder het experiment tussentijds kan worden ingetrokken op grond van een daartoe strekkende aanwijzing van Onze Minister. 3 De voordracht voor een krachtens dit artikel vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 4 Onze Minister zendt drie maanden voor het einde van de geldingsduur van een experiment aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het experiment in de praktijk, alsmede een standpunt inzake de voortzetting ervan, anders dan als experiment. 5 Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid vervalt binnen drie jaar na de inwerkingtreding, tenzij: a. in de algemene maatregel van bestuur is bepaald dat deze eerder vervalt; b. binnen drie jaar een voorstel van wet is ingediend bij de Staten-Generaal om het experiment om te zetten in een wettelijke regeling. 6 Indien het in het vijfde lid, onderdeel b, bedoelde voorstel van wet wordt ingetrokken of indien een van de beide Kamers der Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken. Wordt het voorstel tot wet verheven, dan wordt de algemene maatregel van bestuur ingetrokken op het tijdstip van inwerkingtreding van die wet. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 10.1.2 — Artikel 10.1.2#
Artikel 10.1.2 1 In dit artikel en de daarop gebaseerde regelgeving wordt onder «diensten» verstaan: a. zorg als bedoeld bij of krachtens deze wet, b. Zorgverzekeringswet zorg en overige diensten als bedoeld bij of krachtens de, c. Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 maatschappelijke ondersteuning als bedoeld bij of krachtens de, d. Jeugdwet jeugdhulp als bedoeld bij of krachtens de. 2 In afwijking van het bepaalde bij of krachtens de in het eerste lid genoemde wetten kan bij algemene maatregel van bestuur een experiment worden ingericht dat tot doel heeft de verzekerde één integraal, op zijn situatie afgestemd pakket aan diensten te verstrekken in plaats van afzonderlijke rechten op grond van de in het eerste lid genoemde wetten of op grond van zijn zorgverzekering. 3 Een verzekerde kan niet tot deelname aan een experiment als bedoeld in het tweede lid worden verplicht. 4 Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het tweede lid: a. wordt geregeld op welke wijze van welke artikelen van de in het eerste lid genoemde wetten of de daarop gebaseerde regelgeving wordt afgeweken; b. wordt bepaald op welke wijze de Wlz-uitvoerders, de zorgverzekeraars en de gemeenten samenwerken om het met het experiment beoogde doel te bereiken; c. kunnen nadere voorwaarden aan deelname aan het experiment worden gesteld, waaronder de voorwaarde dat de verzekerde in plaats van eigen betalingen die bij of krachtens de in het eerste lid genoemde wetten of zijn zorgverzekering verschuldigd zijn, een eigen bijdrage voor het integrale pakket aan diensten verschuldigd is; en d. kunnen voorwaarden worden gesteld waaronder binnen een experiment persoonsvolgende bekostiging mogelijk wordt gemaakt. 5 Artikel 10.1.1, derde tot en met zesde lid , is van toepassing. 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2015
Artikel 10.1.3 — Artikel 10.1.3#
Artikel 10.1.3 1 artikel 3.1.1, eerste lid Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het Zorginstituut uitkeringen verstrekt ter vergoeding van kosten van zorg als bedoeld in, verleend door zorgaanbieders aan personen die zijn opgenomen in het stelsel van Bewaken & Beveiligen van het Openbaar Ministerie. 2 In de regeling, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorwaarden opgenomen worden ten aanzien van de in dat lid bedoelde uitkeringen en ten aanzien van de uitvoering van de in dat lid bedoelde taak van het Zorginstituut. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 10.1.4 — Artikel 10.1.4#
Artikel 10.1.4 1 Het Zorginstituut verstrekt volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels subsidies aan organisaties voor het verlenen van gedurende het gehele etmaal direct oproepbare assistentie bij algemene dagelijkse levensverrichtingen in en om de ADL-woning, waaronder alarmopvolging bij een noodoproep. 2 artikel 3.1.1 Indien de verzekerde recht heeft op de assistentie bij algemene dagelijkse levensverrichtingen in en om de woning, bedoeld in het eerste lid, heeft hij geen recht op zorg, bedoeld in. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 10.2.1 — Artikel 10.2.1#
Artikel 10.2.1 Bij de vaststelling van de schadevergoeding, waarop de verzekerde naar burgerlijk recht aanspraak kan maken ter zake van een feit dat aanleiding geeft tot het verlenen van zorg die is bekostigd ingevolge deze wet, houdt de rechter rekening met de aanspraken die de verzekerde krachtens deze wet heeft. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 10.2.2 — Artikel 10.2.2#
Artikel 10.2.2 1 artikel 10.2.1 Behoudens toepassing van het derde lid, eerste volzin, heeft een Wlz-uitvoerder voor de krachtens deze wet gemaakte kosten verhaal op degene, die in verband met het inbedoelde feit jegens de verzekerde naar burgerlijk recht tot schadevergoeding is verplicht, doch ten hoogste tot het bedrag, waarvoor deze bij het ontbreken van de aanspraken krachtens deze wet naar burgerlijk recht aansprakelijk zou zijn, verminderd met een bedrag, gelijk aan dat van de schadevergoeding tot betaling waarvan de aansprakelijke persoon jegens de verzekerde naar burgerlijk recht is gehouden. 2 Voor zover de geldswaarde van de in het eerste lid bedoelde verleende zorg niet kan worden vastgesteld, wordt deze bepaald op een geschat bedrag. Onze Minister kan hieromtrent nadere regels stellen. 3 Het Zorginstituut kan met verzekeraars overeenkomen dat zij het Zorginstituut een bedrag betalen om de in het eerste lid bedoelde schadelast die hun verzekerden naar verwachting in een komende periode zullen veroorzaken, af te kopen. De overeenkomst heeft geen betrekking op de schadelast van een Wlz-uitvoerder die voor de aanvang van de onderhandelingen over de bedoelde overeenkomst aan het Zorginstituut te kennen heeft gegeven van zijn bevoegdheid in het eerste lid gebruik te maken. Het Zorginstituut stelt voor aanvang van de periode waarvoor een afkoopsom als bedoeld in de eerste volzin is overeengekomen, Wlz-uitvoerders op de hoogte van de totstandkoming van bedoelde overeenkomst. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 10.2.3 — Artikel 10.2.3#
Artikel 10.2.3 1 artikel 10.2.2 artikel 10.2.1 Indien de verzekerde in dienstbetrekking werkzaam is, geldt, ten aanzien van de naar burgerlijk recht tot schadevergoeding verplichte werkgever van de verzekerde, onderscheidenlijk ten aanzien van de naar burgerlijk recht tot schadevergoeding verplichte persoon, die in dienstbetrekking staat tot dezelfde werkgever als de verzekerde jegens wie naar burgerlijk recht verplichting tot schadevergoeding bestaat, slechts indien het feit als genoemd inis te wijten aan opzet of bewuste roekeloosheid van die werkgever onderscheidenlijk persoon. 2 artikel 34 van de Invorderingswet 1990 Voor de toepassing van het eerste lid wordt mede als werkgever beschouwd de inlener, bedoeld in. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 10.2.4 — Artikel 10.2.4#
Artikel 10.2.4 1 Een Wlz-uitvoerder kan van hem, die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, opzettelijk aanspraken als verzekerde bij hem doet gelden onderscheidenlijk deed gelden, alsmede van hem, die daaraan opzettelijk zijn medewerking verleent onderscheidenlijk heeft verleend, geheel of gedeeltelijk het bedrag vorderen van de zorg of van de vergoedingen die hem te veel of ten onrechte zijn verleend. Voor zover de geldswaarde van de in de eerste volzin bedoelde zorg niet vaststaat, kan deze worden vastgesteld op een geschat bedrag. 2 De Wlz-uitvoerder kan het bedrag, bedoeld in het eerste lid, invorderen bij dwangbevel. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld betreffende de in het eerste lid bedoelde terugvordering. 2016 268 13-07-2016 08-06-2016 34279 2016 269 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2015
Artikel 10.2.5 — Artikel 10.2.5#
Artikel 10.2.5 1 artikel 3.1.3 Indien de Wlz-uitvoerder op grond vanheeft beslist tot verstrekking van een woningaanpassing aan een woning waarvan de verzekerde niet de eigenaar is, is de Wlz-uitvoerder dan wel de verzekerde, bevoegd zonder toestemming van de eigenaar deze woningaanpassing aan te brengen of te doen aanbrengen. 2 Alvorens de woningaanpassing aan te brengen of te doen aanbrengen, stelt de Wlz-uitvoerder de eigenaar van de woning in de gelegenheid zich te doen horen. 3 De Wlz-uitvoerder dan wel de verzekerde is niet gehouden de woningaanpassing ongedaan te maken, indien de verzekerde niet langer gebruik maakt van de woning. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 10.3.1 — Artikel 10.3.1#
Artikel 10.3.1 1 Een beslissing van een Wlz-uitvoerder of het CIZ, op bezwaar inzake een recht op zorg of op een vergoeding ingevolge deze wet wordt niet genomen dan nadat daaromtrent door het Zorginstituut op verzoek van het bestuursorgaan advies is uitgebracht. 2 Het eerste lid is niet van toepassing voor zover het bezwaarschrift betrekking heeft op een ingevolge het bepaalde krachtens deze wet verschuldigde bijdrage, waarvan de hoogte niet afhankelijk is van een medisch oordeel. 3 Het eerste lid is niet van toepassing indien: a. het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is, b. aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen, of c. het Zorginstituut geen advies heeft uitgebracht binnen de in het vierde lid genoemde termijn of heeft medegedeeld geen advies te zullen uitbrengen. 4 Het Zorginstituut brengt een advies als bedoeld in het eerste lid uit binnen tien weken na ontvangst van alle gegevens en bescheiden die voor de beoordeling van het verzoek noodzakelijk zijn, en zendt gelijktijdig afschrift daarvan aan de belanghebbende. 5 artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Indien het Zorginstituut is verzocht advies uit te brengen, wordt de beslissing op bezwaar in afwijking vangenomen binnen eenentwintig weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 10.3.2 — Artikel 10.3.2#
Artikel 10.3.2 1 artikelen 1.1.2, eerste lid 1.2.1 1.2.2 2.1.1 Tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep kan ieder der partijen beroep in cassatie instellen ter zake van schending of verkeerde toepassing van het bepaalde bij of krachtens een der,,en. 2 Op dit beroep zijn de voorschriften betreffende het beroep in cassatie tegen uitspraken van de gerechtshoven inzake beroepen in belastingzaken van overeenkomstige toepassing, waarbij de Centrale Raad van Beroep de plaats inneemt van een gerechtshof. 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2015
Artikel 10.4.1 — Artikel 10.4.1#
Artikel 10.4.1 1 hoofdstuk 8 De ambtenaren van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd zijn belast met het toezicht op de naleving door zorgaanbieders van de verplichtingen die voor hen uit het bepaalde bij of krachtensvoortvloeien. 2 artikelen 5:16 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht De aan de in het eerste lid bedoelde ambtenaren toekomende bevoegdheden, bedoeld in deen, hebben mede betrekking op dossiers van verzekerden. 3 artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht Voor zover de betrokken zorgverlener uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift tot geheimhouding van het dossier verplicht is, kan de zorgverlener deze verplichting, in afwijking van, niet inroepen tegenover de in het eerste lid bedoelde ambtenaren. Op deze ambtenaren rust dezelfde geheimhoudingsplicht als op de betrokken zorgverlener. 4 hoofdstuk 8 De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd het niet naleven door een zorgaanbieder van een verplichting die voor hem uit het bepaalde bij of krachtensvoortvloeit, buiten behandeling te laten, tenzij sprake is van een situatie die voor de veiligheid van verzekerden of de zorg een ernstige bedreiging kan betekenen, of het belang van goede zorg anderszins daaraan redelijkerwijs in de weg staat. 2024 300 21-10-2024 02-10-2024 36444 2024 323 05-11-2024 25-10-2024 01-01-2025
Artikel 10.4.2 — Artikel 10.4.2#
Artikel 10.4.2 1 artikelen 8.1.1 8.1.2 8.1.3 Indien Onze Minister van oordeel is dat het bepaalde bij of krachtens de,ofniet wordt nageleefd, kan hij, in voorkomend geval in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat, de zorgaanbieder een schriftelijke aanwijzing geven. 2 artikel 8.1.1 8.1.2 8.1.3 In de aanwijzing geeft Onze Minister met redenen omkleed aan op welke punten het bepaalde bij of krachtens,ofniet wordt nageleefd, alsmede de in verband daarmee te nemen maatregelen. 3 Een aanwijzing bevat de termijn waarbinnen de zorgaanbieder er aan moet voldoen. 4 artikel 10.4.1 Indien het nemen van maatregelen in verband met gevaar voor de veiligheid of de gezondheid redelijkerwijs geen uitstel kan lijden, kan de ingevolgemet het toezicht belaste ambtenaar een schriftelijk bevel geven. In voorkomend geval wordt daarvan onverwijld mededeling gedaan aan Onze Minister wie het mede aangaat. Het bevel heeft een geldigheidsduur van zeven dagen, welke door Onze Minister, in voorkomend geval in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat, kan worden verlengd. 5 De zorgaanbieder is verplicht binnen de daarbij gestelde termijn aan de aanwijzing onderscheidenlijk onmiddellijk aan het bevel te voldoen. 6 De bevoegdheid tot het verlengen van de geldigheidsduur van een bevel wordt niet gemandateerd aan een ambtenaar van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd. 2018 94 05-04-2018 21-03-2018 34797 2018 224 20-07-2018 04-07-2018 01-08-2018
Artikel 10.4.3 — Artikel 10.4.3#
Artikel 10.4.3 artikel 10.4.2 Onze Minister is, in voorkomend geval in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat, bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van een krachtensgegeven aanwijzing of bevel. 2024 300 21-10-2024 02-10-2024 36444 2024 323 05-11-2024 25-10-2024 01-01-2025
Artikel 10.4.4 — Artikel 10.4.4#
Artikel 10.4.4 1 9.1.2, eerste lid Onze Minister is bevoegd een zorgaanbieder een aanwijzing te geven indien de zorgaanbieder niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens. 2 Indien een zorgaanbieder niet binnen vier weken aan een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid voldoet, is Onze Minister bevoegd een last onder dwangsom op te leggen. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 10.5.1 — Artikel 10.5.1#
Artikel 10.5.1 1 artikel 24 28a van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten Zorgverzekeringswet Jeugdwet Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 artikel 3.1.1 artikel 3.2.3 Een persoon die door middel van een rechterlijke machtiging als bedoeld inofis aangewezen op verblijf in een instelling heeft gedurende de geldigheidsduur van die machtiging doch ten hoogste gedurende het verblijf in een instelling recht op zorg als bedoeld in, voor zover deze persoon geen toepassing geeft aanof het verblijf niet wordt bekostigd op grond van een zorgverzekering als bedoeld in de, op grond van deof op grond van de. 2 artikelen 3.1.2 3.1.3 3.2.1 3.2.3 3.2.4 3.2.6 3.3.1 tot en met 3.3.4 3.3.6 3.3.6a 4.2.1, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid Bij de toepassing van het eerste lid zijn de,,,,,,,,en, niet van toepassing. 3 Het recht op zorg als bedoeld in het eerste lid wordt ambtshalve vastgesteld door het CIZ. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de vaststelling van een indicatiebesluit indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid. 2018 37 16-02-2018 24-01-2018 32399 2019 437 29-11-2019 21-11-2019 01-01-2020
Artikel 11.1.1 — Artikel 11.1.1#
Artikel 11.1.1 1 artikel 3.2.1, eerste of derde lid De verzekerde die onmiddellijk voorafgaand aan de intrekking van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten op grond van een indicatiebesluit is aangewezen op een zorgzwaartepakket 4 VV, 5 VV, 6 VV, 7 VV, 8 VV, 9b VV, 10 VV, 4 VG, 5 VG, 6 VG, 7 VG, 8 VG, 1 SGLVG, 2 LG, 4 LG, 5 LG, 6 LG, 7 LG, 2 ZGaud, 3 ZGaud, 4 ZGaud, 2 ZGvis, 3 ZGvis, 4 ZGvis of 5 ZGvis, dan wel, voor een meerderjarige verzekerde, op een zorgzwaartepakket 1 LVG, 2 LVG, 3 LVG, 4 LVG, 5 LVG of 3 VG, wordt voor de toepassing van deze wet gelijkgesteld met een verzekerde ten aanzien van wie het CIZ heeft vastgesteld dat hij voldoet aan. 2 artikel 3.2.1, eerste lid De verzekerde die onmiddellijk voorafgaand aan de intrekking van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten op grond van een indicatiebesluit is aangewezen op een zorgzwaartepakket 1 VV, 2 VV, 3 VV, 1 LG, 3 LG, 1 ZGaud, of 1 ZGvis, dan wel, voor een meerderjarige verzekerde, op een zorgzwaartepakket 1 VG of 2 VG, en voor wie het recht op zorg die dag gepaard ging met verblijf in een instelling, wordt voor de toepassing van deze wet gelijkgesteld met een verzekerde ten aanzien van wie het CIZ heeft vastgesteld dat hij voldoet aan, voor zover hij in een instelling verblijft. 3 artikel 3.2.1, eerste lid De verzekerde die onmiddellijk voorafgaand aan de intrekking van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten op grond van een indicatiebesluit is aangewezen op een zorgzwaartepakket 1 VV, 2 VV, 3 VV, 1 LG, 3 LG, 1 ZGaud of 1 ZGvis, dan wel, voor een meerderjarige verzekerde, op een zorgzwaartepakket 1 VG of 2 VG, wordt voor de toepassing van deze wet gelijkgesteld met een verzekerde ten aanzien van wie het CIZ heeft vastgesteld dat hij voldoet aan. 4 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten artikel 44, eerste lid, onder b, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten artikel 1.1.1, onderdeel u, van de Regeling subsidies AWBZ artikel 3.2.1, eerste of derde lid Indien aan de verzekerde onmiddellijk voorafgaand aan de intrekking van deeen persoonsgebonden budget op grond vanis verleend en hij op die dag woonachtig was in een kleinschalig wooninitiatief als bedoeld in, zoals dat artikel luidde op de dag vóór de intrekking van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, wordt hij zolang hij woonachtig blijft in een bij algemene maatregel van bestuur omschreven kleinschalig wooninitiatief, voor de toepassing van deze wet gelijkgesteld met een verzekerde ten aanzien van wie het CIZ heeft vastgesteld dat hij voldoet aan. 5 artikel 11.1.7 Het bepaalde krachtens het eerste tot en met vierde lid is van overeenkomstige toepassing op de verzekerde die op grond vanna inwerkingtreding van deze wet een indicatiebesluit heeft gekregen voor verblijf. 6 artikel 3.2.3 Tot bij ministeriële regeling aan te wijzen groepen behorende verzekerden die onmiddellijk voorafgaande aan de intrekking van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten op grond van een indicatie voor extramurale zorg dergelijke zorg in natura genoten of een persoonsgebonden budget ontvingen en die het indicatieorgaan, bedoeld in artikel 9a van die wet, voor 1 januari 2015 hebben laten weten voor zorg als bedoeld in deze wet in aanmerking te willen komen, ontvangen van dat indicatieorgaan een op 1 januari 2015 ingaand indicatiebesluit als bedoeld in, met een geldigheidsduur tot 1 januari 2016. 2016 268 13-07-2016 08-06-2016 34279 2016 269 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2015
Artikel 11.1.2 — Artikel 11.1.2#
Artikel 11.1.2 1 artikel 11.1.1, derde lid artikel 11.1.5, tweede en derde lid artikel 3.3.1, eerste lid artikel 3.2.1, eerste lid Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten De verzekerde, bedoeld in, heeft gedurende de geldigheidsduur van het indicatiebesluit en tot het moment waarop hij in een instelling is gaan verblijven, maar uiterlijk tot 1 januari 2016 recht op voortzetting van de aanspraken of het persoonsgebonden budget waarop hij bij of krachtens dekrachtens een zorgindicatiebesluit aanspraak had op de dag vóór de intrekking van die wet, met dien verstande dat de hoogte van het persoonsgebonden budget wordt bepaald met inachtneming van hetgeen geregeld is krachtens. In afwijking van, heeft een verzekerde als bedoeld in artikel 11.1.1, derde lid, vanaf 1 januari 2016 slechts recht op zorg met verblijf in een instelling. De vorige volzin geldt niet voor een verzekerde van wie het CIZ na de inwerkingtreding van deze wet op aanvraag heeft vastgesteld dat hij voldoet aan. 2 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten artikel 34 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ artikel 10.1.4 De verzekerde die onmiddellijk voorafgaand aan de intrekking van deeen aanspraak had op ADL-assistentie op grond van, zoals dat artikel luidde op de dag voor die intrekking, wordt zolang hij woonachtig blijft in een ADL-woning, voor de toepassing van deze wet gelijkgesteld met een verzekerde ten aanzien van wie het CIZ heeft vastgesteld dat hij recht heeft op assistentie bij algemene dagelijkse levensverrichtingen als bedoeld in. 3 artikel 11.1.1, eerste lid artikel 3.2.1, eerste lid Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten De verzekerde, bedoeld in het, van wie de geldigheidsduur van het indicatiebesluit na de intrekking van deis verstreken, blijft voor de toepassing van deze wet gelijkgesteld met een verzekerde ten aanzien van wie het CIZ heeft vastgesteld dat hij voldoet aan. De vorige volzin geldt niet voor meerderjarige verzekerden die op grond van hun indicatiebesluit zijn aangewezen op een zorgzwaartepakket 1 LVG, 2 LVG, 3 LVG, 4 LVG of 5 LVG. 4 Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op: a. artikel 11.1.1, tweede lid de verzekerde, bedoeld in het, met dien verstande dat de gelijkstelling plaatsvindt voor zover hij in een instelling verblijft; b. artikel 11.1.1, derde lid de verzekerde, bedoeld in; c. artikel 11.1.1, vierde lid de verzekerde, bedoeld in het, met dien verstande dat de gelijkstelling plaatsvindt voor zover hij in een bij algemene maatregel van bestuur omschreven kleinschalig wooninitiatief woonachtig blijft. 5 artikel 11.1.1, eerste lid artikel 3.3.2, vierde lid Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Een verzekerde als bedoeld in, die onmiddellijk voorafgaande aan de intrekking van deop basis van een in functies en klassen omgezet zorgzwaartepakket thuis zorg ontvangt en geen wijziging verlangt in de wijze waarop hem de zorg geleverd wordt, ontvangt deze zorg vanaf deze intrekking op grond van een modulair pakket thuis als bedoeld in artikel 3.3.2. De vorige volzin geldt zonder dat sprake hoeft te zijn van een voorafgaand overleg als bedoeld in. 6 artikel 11.1.1, eerste of derde lid Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Een verzekerde als bedoeld in, die onmiddellijk voorafgaande aan de intrekking van dein afwachting van een plaats in een specifieke instelling waar hij wenst te gaan verblijven, op basis van een in functies en klassen omgezet zorgzwaartepakket tijdelijk thuis meer zorg ontvangt dan een verzekerde als bedoeld in het vijfde lid, behoudt zijn recht op deze zorg totdat hij deze vanaf de aanvang daarvan zes maanden heeft ontvangen, met dien verstande dat het recht zoveel eerder eindigt als hij in een instelling gaat verblijven. 7 artikel 11.1.1, zesde lid artikel 3.2.4, aanhef en onderdeel a Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Indien een verzekerde als bedoeld in, die onmiddellijk voorafgaande aan de intrekking van deeen persoonsgebonden budget ontving ervoor kiest om zijn recht op zorg ook met ingang van 2015 in de vorm van een persoonsgebonden budget tot gelding te brengen, is de hoogte van dat budget tot 1 januari 2016 gelijk aan de hoogte van het budget dat hij onder de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten ontving. De vorige volzin geldt niet indien de gezondheidssituatie van de verzekerde dan wel toepasselijkheid van, noodzaakt tot een gedurende het jaar 2015 ingaande herindicatie. 8 artikel 11.1.1, derde lid artikel 3.3.2, eerste lid, onderdeel a artikel 3.3.1, eerste lid artikel 3.2.1, eerste lid In afwijking van het eerste lid kan de verzekerde, bedoeld in, die op 31 december 2015 een volledig pakket thuis als bedoeld in, ontving, kiezen voor voortzetting van zorgverlening door middel van een volledig pakket thuis. In afwijking van, heeft de verzekerde die kiest voor voortzetting van deze zorgverlening vanaf 1 januari 2016 slechts recht op zorgverlening door middel van een volledig pakket thuis dan wel verblijf in een instelling. De vorige volzin geldt niet voor een verzekerde van wie het CIZ na de inwerkingtreding van deze wet op aanvraag heeft vastgesteld dat hij voldoet aan. 2016 268 13-07-2016 08-06-2016 34279 2016 269 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2015
Artikel 11.1.3 — Artikel 11.1.3#
Artikel 11.1.3 1 artikel 1.1, subonderdelen 1° of 2°, van de Jeugdwet Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten artikel 3.2.2, eerste lid Tenzij hij op dat moment een jeugdige is als bedoeld in, wordt de verzekerde die onmiddellijk voorafgaande aan de intrekking van dezorg behorende tot een zorgzwaartepakket B GGZ ontvangt en op eerder bedoeld moment met een dergelijk zorgzwaartepakket in een instelling verblijft dan wel op dat moment niet meer in een instelling verblijft maar uiterlijk negentig dagen na zijn ontslag wederom op deze zorg aangewezen raakt, voor de toepassing van deze wet gelijkgesteld met een verzekerde als bedoeld in. De geldigheidsduur van het indicatiebesluit van de verzekerde, bedoeld in de vorige volzin, wordt ambtshalve op drie jaar gesteld, te rekenen vanaf de datum waarop de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten wordt ingetrokken. 2 artikel 1.1, subonderdelen 1° of 2°, van de Jeugdwet Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten artikel 3.2.2, eerste lid artikel 3.3.4 artikel 3.3.3 Tenzij hij op dat moment een jeugdige is als bedoeld in, wordt de verzekerde die onmiddellijk voorafgaande aan de intrekking van deop grond van zijn indicatiebesluit is aangewezen op een zorgzwaartepakket B GGZ en op eerder bedoeld moment op grond van dat indicatiebesluit een persoonsgebonden budget ontving, voor de toepassing van deze wet gelijkgesteld met een verzekerde als bedoeld in, en kan hij in afwijking vanin plaats van voor verblijf kiezen voor voortzetting van zijn persoonsgebonden budget. In dat geval zijn de bij en krachtensgestelde regels alsmede de tweede volzin van het eerste lid van toepassing. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 11.1.4 — Artikel 11.1.4#
Artikel 11.1.4 1 artikel 11.1.1 11.1.2 11.1.3 artikelen 3.2.5 9.1.2 9.1.3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de verzekerde, bedoeld in,of, de kosten van de daar bedoelde zorg gedeeltelijk draagt. De,enzijn van overeenkomstige toepassing. 2 Het CAK is belast met de vaststelling en inning van de eigen bijdragen, bedoeld in het eerste lid. 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2015
Artikel 11.1.5 — Artikel 11.1.5#
Artikel 11.1.5 1 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten artikel 2.6.6a van de Regeling subsidies AWBZ Bij ministeriële regeling wordt bepaald op welke wijze de Wlz-uitvoerder de verstrekking van garantiebedragen voor de hoogte van een persoonsgebonden budget voortzet, met betrekking tot verzekerden aan wie voor de subsidieperiode die eindigde op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar met ingang waarvan dewordt ingetrokken op grond, zoals die regeling voor de intrekking van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten luidde, een garantiebedrag is verleend. 2 De voorwaarden voor de in het eerste lid genoemde subsidie kunnen voor verschillende categorieën van verzekerden verschillend worden vastgesteld. 2022 510 16-12-2022 07-12-2022 35943 2023 126 19-04-2023 12-04-2023 20-04-2023
Artikel 11.1.6 — Artikel 11.1.6#
Artikel 11.1.6 1 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald in welke gevallen en onder welke voorwaarden een verzekerde het gebruik van een hulpmiddel waarop hij krachtens derecht had, kan voortzetten op grond van deze wet. 2 artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel a, onder 3° Tot een bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip heeft de verzekerde die niet in een instelling verblijft geen recht op roerende voorzieningen als bedoeld in, of op individueel gebruik van mobiliteitshulpmiddelen als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel e. 3 artikel 3.3.1, tweede lid Tot een bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip heeft een verzekerde die zonder behandeling in een instelling verblijft, in afwijking van, geen recht op individueel gebruik van mobiliteitshulpmiddelen als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel e. 4 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald in welke gevallen en onder welke voorwaarden een verzekerde het gebruik van een hulpmiddel waarop hij onmiddellijk voorafgaand aan de afloop van de in het tweede en derde lid bedoelde periode krachtens derecht had, kan voortzetten op grond van deze wet. 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2015 2016 268 13-07-2016 08-06-2016 34279 2016 269 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 Artikel Va van Stb. 2016/268 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 11.1.7 — Artikel 11.1.7#
Artikel 11.1.7 artikel 8.1, tweede lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 artikel 9b, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten artikel 9 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Onverminderd, neemt het CIZ op een aanvraag als bedoeld in, een indicatiebesluit met inachtneming van hetgeen bij of krachtens die wet was bepaald, voor zover geoordeeld wordt of de verzekerde is aangewezen op verblijf als bedoeld in, zoals dat artikel luidde op de dag vóór de intrekking van de. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 11.1.8 — Artikel 11.1.8#
Artikel 11.1.8 artikelen 11.1.1 tot en met 11.1.7 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Bij ministeriële regeling kunnen ter aanvulling van deregels worden gesteld ten aanzien van aanspraken, rechten en verplichtingen van verzekerden die onmiddellijk voorafgaand aan de intrekking van deop grond van een indicatiebesluit waren aangewezen op zorg op grond van die wet. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 11.1.9 — Artikel 11.1.9#
Artikel 11.1.9 1 artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel a, onder 2° Tot een bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip heeft de verzekerde die zijn recht op zorg tot gelding brengt met een modulair pakket thuis geen recht op het schoonhouden van de woonruimte, bedoeld in. 2 artikel 11.1.1, zesde lid Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een verzekerde als bedoeld in. 2016 268 13-07-2016 08-06-2016 34279 2016 269 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 Artikel Va van Stb. 2016/268 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 11.2.1 — Artikel 11.2.1#
Artikel 11.2.1 1 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Dewordt ingetrokken. 2 artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten artikel 4.1.1, vierde lid De zorgautoriteit kan het een Wlz-uitvoerder die behoort tot een groep als bedoeld inwaarvan ook een zorgverzekeraar deel uitmaakt die deop de dag voor de intrekking van die wet uitvoerde, op diens verzoek voor een periode van ten hoogste twaalf maanden na die intrekking toestaan de Wet langdurige zorg uit te voeren zonder dat de vaststelling, bedoeld in, heeft plaatsgevonden. 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2015
Artikel 11.2.2 — Artikel 11.2.2#
Artikel 11.2.2 1 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Ten aanzien van aanspraken, rechten en verplichtingen die bij of krachtens dezijn ontstaan voor het tijdstip van intrekking van die wet, dan wel na dat tijdstip zijn ontstaan ter zake van de afwikkeling van die wet, blijft het recht van toepassing zoals dat gold voorafgaand aan dat tijdstip, behoudens voor zover ter zake bij of krachtens deze wet afwijkende regels zijn gesteld. 2 artikel 1, eerste lid, onder c, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten In deze paragraaf wordt verstaan onder zorgverzekeraar: een zorgverzekeraar als bedoeld in, zoals dat onderdeel luidde op de dag voor intrekking van die wet. 3 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten artikel 40 van die wet De bestuursorganen die op grond van het bepaalde bij of krachtens deeen taak hadden bij de uitvoering van die wet en de rechtspersonen, bedoeld in, dragen overeenkomstig de bepalingen van deze wet zorg voor een zorgvuldige afwikkeling van die taak. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 11.2.3 — Artikel 11.2.3#
Artikel 11.2.3 1 artikel 11.2.2, eerste lid artikel 2.2.1 In, bedoelde rechten en verplichtingen van een zorgverzekeraar gaan van rechtswege over op de Wlz-uitvoerder waarbij de verzekerde is ingeschreven ingevolge. De Wlz-uitvoerder, bedoeld in de vorige volzin, heeft de hoedanigheid van zorgverzekeraar ter zake van de afwikkeling van de in die volzin bedoelde rechten en verplichtingen. 2 artikel 11.2.2, eerste lid artikel 40 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten In, bedoelde rechten en verplichtingen van een op grond vanaangewezen rechtspersoon gaan van rechtswege over het zorgkantoor dat werkzaam is in de regio waarvoor eerstgenoemde rechtspersoon was aangewezen. Dit zorgkantoor heeft ter zake van de afwikkeling van de in de vorige volzin bedoelde rechten en verplichtingen de hoedanigheid van de op grond van artikel 40 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten aangewezen rechtspersoon. 3 artikel 40 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten In wettelijke procedures en rechtsgedingen waarbij een zorgverzekeraar respectievelijk een krachtensaangewezen rechtspersoon is betrokken, treedt vanaf de intrekking van die wet, voor die zorgverzekeraar respectievelijk die rechtspersoon in de plaats: a. de Wlz-uitvoerder op welke op grond van het eerste lid de rechten en verplichtingen van de zorgverzekeraar zijn overgegaan, respectievelijk; b. artikel 40 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten het zorgkantoor op welke op grond van het tweede lid de krachtensontstane rechten en verplichtingen zijn overgegaan. 4 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten artikel 44 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten artikel 40, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten In zaken waarin voor de intrekking van deaan de Nationale ombudsman is verzocht een onderzoek te doen, dan wel de Nationale ombudsman een onderzoek heeft ingesteld naar een gedraging die kon worden toegerekend aan een zorgverzekeraar of die krachtenskon worden toegerekend aan een rechtspersoon die is aangewezen krachtens, treedt na de intrekking van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten in de plaats van die zorgverzekeraar of die rechtspersoon de Wlz-uitvoerder dan wel het zorgkantoor op, op welke ingevolge dit artikel de rechten en verplichtingen van de zorgverzekeraar of van die rechtspersoon zijn overgegaan. 5 artikel 40 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Archiefwet 1995 De archiefbescheiden van zorgverzekeraars en rechtspersonen, aangewezen krachtens, die betrekking hebben op de voor de intrekking van debij of krachtens die wet door hen uitgevoerde taken, worden zonder dat daarvoor de toestemming van de verzekerden is vereist en voor zover zij niet overeenkomstig dezijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats: a. artikel 2.2.1 in de gevallen, bedoeld in het eerste lid: door die zorgverzekeraars overgedragen aan de Wlz-uitvoerder waarbij de verzekerde is ingeschreven ingevolge, b. artikel 40 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten artikel 4.2.4, tweede lid in de gevallen, bedoeld in het tweede lid: door de rechtspersoon, aangewezen krachtensovergedragen aan de door Onze Minister krachtens, aangewezen Wlz-uitvoerders die de werkzaamheden in hun regio overnemen. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 11.2.4 — Artikel 11.2.4#
Artikel 11.2.4 1 Wet financiering sociale verzekeringen Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten artikel 40, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten De bij en krachtens deopgebouwde reserve voor de uitvoering van dedie een krachtensaangewezen rechtspersoon voor een regio had op de dag voor de intrekking van die wet, komt ten behoeve van de uitvoering van de Wet langdurige zorg toe aan het zorgkantoor dat met ingang van de inwerkingtreding van deze wet in de desbetreffende regio werkt. 2 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten In afwijking van het eerste lid brengt het zorgkantoor, bedoeld in het eerste lid, ook zijn beheerskosten die gepaard gaan met de afwikkeling van deten laste van de in het eerste lid bedoelde reserve. Uitgaven waarvan de zorgautoriteit heeft vastgesteld dat deze niet verantwoord zijn, blijven daarbij buiten beschouwing, tenzij de zorgautoriteit anders heeft besloten. 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2015
Artikel 11.2.5 — Artikel 11.2.5#
Artikel 11.2.5 1 artikel 15 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten In afwijking van hetgeen is overeengekomen, kunnen overeenkomsten als bedoeld indoor beide partijen met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste twee maanden worden opgezegd. 2 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten artikel 11.2.3, tweede lid Een zorgaanbieder die uit hoofde van een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid een vordering heeft voor zorg die hij voor intrekking van deheeft verleend, zendt op straffe van verval van zijn vorderingsrecht uiterlijk twee jaar na de intrekking van die wet een nota aan het zorgkantoor dat ingevolge, de opvolger is van zijn contractspartij. 3 artikel 11.2.6 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Een zorgaanbieder die anders dan uit hoofde van een overeenkomst als bedoeld in het tweede lid of in, een vordering heeft voor op grond van deverzekerde zorg die hij voor de intrekking van die wet heeft verleend, zendt op straffe van verval van zijn vorderingsrecht uiterlijk twee maanden na die intrekking een nota aan de verzekerde dan wel het zorgkantoor dat werkzaam is in de regio waarin de verzekerde woont. 4 Een verzekerde die ingevolge het derde lid een nota heeft ontvangen, zendt deze op straffe van verval van zijn vorderingsrecht binnen een jaar aan het zorgkantoor dat werkzaam is in de regio waar hij woont. 5 Binnen drie maanden na ontvangst van een nota als bedoeld in het tweede, derde of vierde lid, beslist de Wlz-uitvoerder of, en in welke mate deze betaalbaar dient te worden gesteld en zendt hij naar aanleiding daarvan een betaal- of terugvorderingsopdracht aan het CAK. 6 Het CAK voert een opdracht als bedoeld in het vijfde lid binnen drie maanden na ontvangst ervan uit. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 11.2.6 — Artikel 11.2.6#
Artikel 11.2.6 1 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Een zorgaanbieder die uit hoofde van een overeenkomst met een verzekerde, gesloten in het kader van een persoonsgebonden budget, een vordering heeft voor zorg die hij voor de intrekking van deheeft verleend, zendt op straffe van verval van zijn vorderingsrecht uiterlijk twee maanden na die intrekking een nota aan de verzekerde. 2 De verzekerde die over een persoonsgebonden budget in de vorm van een trekkingsrecht beschikt, zendt, op straffe van verval van de mogelijkheid om deze ten laste van zijn persoonsgebonden budget te betalen, de nota uiterlijk twee maanden na de ontvangst ervan ter betaling door aan de Sociale verzekeringsbank. 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2015
Artikel 11.2.7 — Artikel 11.2.7#
Artikel 11.2.7 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Het CAK brengt uiterlijk twee jaar na de intrekking van deverschuldigde eigen bijdragen over de jaren tot de intrekking in rekening bij de verzekerde. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 11.2.8 — Artikel 11.2.8#
Artikel 11.2.8 1 artikel 40 van die wet Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten De Wlz-uitvoerders, de zorgkantoren die voor een regio de rechtsopvolgers zijn van de rechtspersonen, bedoeld in, en het CAK, zenden ieder met betrekking tot de taken die zij ter afwikkeling van dehebben, voor 1 juli 2021 aan de zorgautoriteit en het Zorginstituut: a. Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een eindverslag over de afwikkeling van de, b. Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 40 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een financieel verslag over de afwikkeling van de uitvoering van de, dat vergezeld gaat van een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in, alsmede van een verslag van zijn bevindingen over de ordelijkheid en controleerbaarheid van het gevoerde financiële beheer, waarbij de Wlz-uitvoerders en de Wlz-uitvoerders die voor een regio de rechtsopvolgers zijn van de rechtspersonen, bedoeld in, onderscheid maken tussen de kosten van de verstrekte zorg en vergoedingen enerzijds en de beheerskosten anderzijds. 2 Artikel 31, aanhef en onderdelen b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg is van overeenkomstige toepassing. 2020 67 24-02-2020 05-02-2020 35299 2020 93 18-03-2020 06-03-2020 19-03-2020
Artikel 11.2.9 — Artikel 11.2.9#
Artikel 11.2.9 1 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten De zorgautoriteit rapporteert uiterlijk zeven jaar na de intrekking van deaan Onze Minister en aan het Zorginstituut per Wlz-uitvoerder over de rechtmatigheid van de afwikkeling van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Daarbij wordt per Wlz-uitvoerder een verklaring gegeven over de rechtmatigheid van de in de financiële verantwoording over de afwikkeling door de Wlz-uitvoerders opgenomen posten. Indien de zorgautoriteit uitgaven of besparingen op beheerskosten van een Wlz-uitvoerder als niet verantwoord heeft aangemerkt, vermeldt zij dat in haar verklaring. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het CAK. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 11.2.10 — Artikel 11.2.10#
Artikel 11.2.10 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Het saldo van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten naar de situatie op 1 januari van het achtste jaar na het jaar waarin dewerd ingetrokken, komt ten bate of ten laste van 's Rijks schatkist. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 11.2.11 — Artikel 11.2.11#
Artikel 11.2.11 1 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten artikel 11.2.10 Het Zorginstituut zendt Onze Minister uiterlijk negen jaar na de intrekking van deeen financieel verslag over de uitgaven en ontvangsten in de periode vanaf de intrekking van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten tot de datum, bedoeld in. 2 Het Zorginstituut legt in het financieel verslag, dat zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt ingericht, rekening en verantwoording af over: a. de baten en lasten van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten, b. Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten de geldstromen inzake de afwikkeling van de taken die het Zorginstituut zelf in het kader van dehad, c. de rechtmatigheid en doelmatigheid van het beheer van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten. 3 artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Het financieel verslag gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in, die bereid is Onze Minister desgevraagd inzicht te geven in zijn controlewerkzaamheden. 4 De verklaring, bedoeld in het derde lid, heeft mede betrekking op de rechtmatige verkrijging en besteding van de middelen van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten. 5 De accountant voegt bij de verklaring, bedoeld in het derde lid, tevens een verslag van zijn bevindingen over de vraag of het beheer en de organisatie voldoen aan de eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid, controleerbaarheid en doelmatigheid. 6 Het financieel verslag behoeft de goedkeuring van Onze Minister. 7 Na de goedkeuring, bedoeld in het zesde lid, stelt het Zorginstituut het financieel verslag algemeen verkrijgbaar. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 11.2.12 — Artikel 11.2.12#
Artikel 11.2.12 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten artikel 11.2.10 Baten en lasten die het Zorginstituut na de intrekking van deheeft in verband met de uitvoering van die wet, komen ten bate of ten laste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten of, na de datum, bedoeld in, van het Fonds langdurige zorg. 2020 67 24-02-2020 05-02-2020 35299 2020 93 18-03-2020 06-03-2020 19-03-2020
Artikel 11.2.13 — Artikel 11.2.13#
Artikel 11.2.13 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld die voor een goede afwikkeling van denoodzakelijk zijn. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 11.2.14 — Artikel 11.2.14#
Artikel 11.2.14 1 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Indien de inspecteur of ontvanger een beschikking heeft gegeven die mede of uitsluitend betrekking heeft op de periode na het tijdstip van intrekking van deen de in die beschikking gehanteerde terminologie geheel of gedeeltelijk is gebaseerd op de laatstgenoemde wet, geldt voor de periode vanaf het moment van inwerkingtreding van de Wet langdurige zorg dat die beschikking geacht wordt in zoverre betrekking te hebben op de Wet langdurige zorg. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op beschikkingen over: a. artikel 3.2.5 het vaststellen van eigen bijdragen als bedoeld indoor het CAK; b. artikel 64, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen het verlenen van ontheffingen door de Sociale verzekeringsbank ter uitvoering van; c. artikelen 57, tweede lid, van de Algemene nabestaandenwet 20, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet het betalen van uitkeringen door de Sociale verzekeringsbank ter uitvoering van deen; d. artikelen 39, eerste lid, van de Werkloosheidswet 2:55, eerste lid 3:47, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten 71, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen 40, eerste lid, van de Ziektewet 57, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen 30 van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen 54, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering het betalen van uitkeringen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ter uitvoering van de,, en,,,,, en; en e. artikel 21, zesde lid, van het Besluit uitbreiding en beperking kring van verzekerden volksverzekeringen 1999 artikelen 21a, derde lid 21b, derde lid, van dat besluit het afgeven van verklaringen als bedoeld inof het verlenen van ontheffingen als bedoeld in de, endoor de Sociale verzekeringsbank. 2016 206 07-06-2016 18-05-2016 34191 2016 270 13-07-2016 29-06-2016 01-08-2016 01-01-2015
Artikel 11.2.15 — Artikel 11.2.15#
Artikel 11.2.15 1 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten artikel 15 van de Wet financiering sociale verzekeringen Indien deop 1 januari 2015 wordt ingetrokken, wordt, in afwijking van, de rijksbijdrage in kosten heffingskortingen ten gunste van het Fonds langdurige zorg voor 2015 vastgesteld op € 3.250 miljoen. 2 artikel 10 van de Wet financiering sociale verzekeringen Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt bij ministeriële regeling gewijzigd indien de heffingskortingen voor de inkomstenbelasting of de premie voor de Wet langdurige zorg, bedoeld in, voor het jaar 2015 daartoe aanleiding geven. 3 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten artikel 15 van de Wet financiering sociale verzekeringen Indien deop 1 januari 2016 wordt ingetrokken, wordt bij de toepassing van, de rijksbijdrage in kosten heffingskortingen ten gunste van het Fonds langdurige zorg voor 2016 berekend volgens de in dat artikel geregeld wijze, waarbij BIKKt-1 = € 3.250 miljoen, dan wel, indien het tweede lid toepassing heeft gevonden, het krachtens dat lid gewijzigde bedrag. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 11.3.1 — Artikel 11.3.1#
Artikel 11.3.1 1 hoofdstuk 7 De personen die op het tijdstip van inwerkingtreding vanvan deze wet krachtens een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht behoren tot het personeel van de stichting Centrum indicatiestelling zorg, en van wie naam en functie zijn vermeld op een door Onze Minister vastgestelde lijst, zijn op dat tijdstip van rechtswege ontslagen en treden in dienst van het CIZ. 2 De overgang van de in het eerste lid bedoelde personeelsleden vindt plaats met een rechtspositie die als geheel ten minste gelijkwaardig is aan die welke voor elk van hen gold bij de stichting Centrum indicatiestelling zorg. 3 Artikel 7.1.1, zevende lid , is van overeenkomstige toepassing. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 11.3.2 — Artikel 11.3.2#
Artikel 11.3.2 1 Alle vermogensbestanddelen van de stichting Centrum indicatiestelling zorg gaan onder algemene titel om niet over op het CIZ zonder dat een besluit, akte of mededeling is vereist. 2 Ter zake van de overgang van vermogensbestanddelen blijft heffing van overdrachtsbelasting achterwege. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 11.3.3 — Artikel 11.3.3#
Artikel 11.3.3 Archiefwet 1995 Archiefbescheiden van de stichting Centrum indicatiestelling zorg betreffende zaken die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet nog niet zijn afgedaan, worden overgedragen aan het CIZ, voor zover zij niet overeenkomstig dezijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 11.3.4 — Artikel 11.3.4#
Artikel 11.3.4 1 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Aanvragen gedaan bij en besluiten genomen door de stichting Centrum indicatiestelling zorg met betrekking tot de, voor zover de uitvoering van die wet op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet aan de stichting Centrum indicatiestelling zorg was opgedragen, gelden na de inwerkingtreding van deze wet als aanvragen gedaan bij en besluiten genomen door het CIZ. 2 In wettelijke procedures en rechtsgedingen waarbij de stichting Centrum indicatiestelling zorg is betrokken, treedt op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet het CIZ in de plaats van de stichting Centrum indicatiestelling zorg. 3 In zaken waarin voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aan de Nationale ombudsman is verzocht een onderzoek te doen dan wel de Nationale ombudsman een onderzoek heeft ingesteld naar een gedraging die kan worden toegerekend aan de stichting Centrum indicatiestelling zorg, treedt het CIZ op dat tijdstip als bestuursorgaan in de zin van de Wet Nationale ombudsman in de plaats van de stichting Centrum indicatiestelling zorg. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 11.3.5 — Artikel 11.3.5#
Artikel 11.3.5 Vervallen 2019 427 26-11-2019 30-10-2019 35270 2019 427 26-11-2019 30-10-2019 35270 27-11-2019
Artikel 11.4.1 — Artikel 11.4.1#
Artikel 11.4.1 Vervallen 2022 510 16-12-2022 07-12-2022 35943 2023 126 19-04-2023 12-04-2023 20-04-2023
Artikel 11.4.2 — Artikel 11.4.2#
Artikel 11.4.2 Vervallen 2022 510 16-12-2022 07-12-2022 35943 2023 126 19-04-2023 12-04-2023 20-04-2023
Artikel 11.5.1 — Artikel 11.5.1#
Artikel 11.5.1 Vervallen 2022 510 16-12-2022 07-12-2022 35943 2023 126 19-04-2023 12-04-2023 20-04-2023
Artikel 12.1.1 — Artikel 12.1.1#
Artikel 12.1.1 Wijzigt de Wet marktordening gezondheidszorg. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.1.2 — Artikel 12.1.2#
Artikel 12.1.2 Wijzigt de Zorgverzekeringswet. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2016 2015 516 21-12-2015 10-12-2015 Onderdeel D, onder 1 en 2.
Artikel 12.1.3 — Artikel 12.1.3#
Artikel 12.1.3 Wijzigt de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.1.4 — Artikel 12.1.4#
Artikel 12.1.4 Wijzigt de Jeugdwet. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.1.5 — Artikel 12.1.5#
Artikel 12.1.5 Wijzigt de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.1.6 — Artikel 12.1.6#
Artikel 12.1.6 Wijzigt de Wet toelating zorginstellingen. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.1.7 — Artikel 12.1.7#
Artikel 12.1.7 Wijzigt de Kwaliteitswet zorginstellingen. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.1.8 — Artikel 12.1.8#
Artikel 12.1.8 Wijzigt de Wet klachtrecht cliënten zorgsector. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.1.9 — Artikel 12.1.9#
Artikel 12.1.9 Wijzigt de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.1.10 — Artikel 12.1.10#
Artikel 12.1.10 Wijzigt de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.1.11 — Artikel 12.1.11#
Artikel 12.1.11 Vervallen 2018 37 16-02-2018 24-01-2018 32399 2019 437 29-11-2019 21-11-2019 01-01-2020
Artikel 12.1.12 — Artikel 12.1.12#
Artikel 12.1.12 Wijzigt de Wet publieke gezondheid. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.1.13 — Artikel 12.1.13#
Artikel 12.1.13 Wijzigt de Geneesmiddelenwet. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.1.14 — Artikel 12.1.14#
Artikel 12.1.14 Wijzigt de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.1.15 — Artikel 12.1.15#
Artikel 12.1.15 Wijzigt de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.1.16 — Artikel 12.1.16#
Artikel 12.1.16 Wijzigt de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.1.17 — Artikel 12.1.17#
Artikel 12.1.17 Wijzigt deze wet. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.1.18 — Artikel 12.1.18#
Artikel 12.1.18 Wijzigt de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.1.19 — Artikel 12.1.19#
Artikel 12.1.19 Wijzigt de Wet toelating zorginstellingen. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.1.20 — Artikel 12.1.20#
Artikel 12.1.20 Wijzigt de Wet marktordening gezondheidszorg. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.1.21 — Artikel 12.1.21#
Artikel 12.1.21 Wijzigt de Wijzigingswet Wet toelating zorginstellingen, enz. (voorwaarden voor winstuitkering aanbieders medisch-specialistische zorg). 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.1.22 — Artikel 12.1.22#
Artikel 12.1.22 Wijzigt de Wet marktordening gezondheidszorg. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.1.23 — Artikel 12.1.23#
Artikel 12.1.23 Wijzigt de Wijzigingswet Wet marktordening gezondheidszorg, enz. (voorkomen dat zorgverzekeraars zelf zorg verlenen of zorg laten aanbieden door zorgaanbieders waarin zij zelf zeggenschap hebben). 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.2.1 — Artikel 12.2.1#
Artikel 12.2.1 Wijzigt de Wet op het financieel toezicht. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.2.2 — Artikel 12.2.2#
Artikel 12.2.2 Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.2.3 — Artikel 12.2.3#
Artikel 12.2.3 Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.2.4 — Artikel 12.2.4#
Artikel 12.2.4 Wijzigt de Wet op de omzetbelasting 1968. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.2.5 — Artikel 12.2.5#
Artikel 12.2.5 Wijzigt de Wet toezicht accountantsorganisaties. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.3.1 — Artikel 12.3.1#
Artikel 12.3.1 Wijzigt de Wet financiering sociale verzekeringen. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.3.2 — Artikel 12.3.2#
Artikel 12.3.2 Wijzigt de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.3.3 — Artikel 12.3.3#
Artikel 12.3.3 Wijzigt de Werkloosheidswet. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.3.4 — Artikel 12.3.4#
Artikel 12.3.4 Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.3.5 — Artikel 12.3.5#
Artikel 12.3.5 Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.3.6 — Artikel 12.3.6#
Artikel 12.3.6 Wijzigt de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten . 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.3.7 — Artikel 12.3.7#
Artikel 12.3.7 Wijzigt de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.3.8 — Artikel 12.3.8#
Artikel 12.3.8 Wijzigt de Ziektewet. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.3.9 — Artikel 12.3.9#
Artikel 12.3.9 Wijzigt de Algemene nabestaandenwet. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.3.10 — Artikel 12.3.10#
Artikel 12.3.10 Wijzigt de Algemene Ouderdomswet. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.3.11 — Artikel 12.3.11#
Artikel 12.3.11 Wijzigt de Toeslagwet Indonesische pensioenen 1956. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.3.12 — Artikel 12.3.12#
Artikel 12.3.12 Wijzigt de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.3.13 — Artikel 12.3.13#
Artikel 12.3.13 Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.3.14 — Artikel 12.3.14#
Artikel 12.3.14 Wijzigt de Liquidatiewet ongevallenwetten. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.3.15 — Artikel 12.3.15#
Artikel 12.3.15 Wijzigt de Wet brutering overhevelingstoeslag lonen. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.3.16 — Artikel 12.3.16#
Artikel 12.3.16 Wijzigt de Participatiewet. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.3.17 — Artikel 12.3.17#
Artikel 12.3.17 Wijzigt de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.4.1 — Artikel 12.4.1#
Artikel 12.4.1 Wijzigt de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.4.2 — Artikel 12.4.2#
Artikel 12.4.2 Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 6. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.4.3 — Artikel 12.4.3#
Artikel 12.4.3 Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 7. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.4.4 — Artikel 12.4.4#
Artikel 12.4.4 Wijzigt het Wetboek van Koophandel. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.4.5 — Artikel 12.4.5#
Artikel 12.4.5 Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.4.6 — Artikel 12.4.6#
Artikel 12.4.6 Wijzigt de Wet op de economische delicten. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.4.7 — Artikel 12.4.7#
Artikel 12.4.7 Wijzigt de Wet forensische zorg. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.4.8 — Artikel 12.4.8#
Artikel 12.4.8 Vervallen 2023 202 19-06-2023 24-05-2023 35936 2023 307 28-09-2023 25-09-2023 01-10-2023
Artikel 12.5.1 — Artikel 12.5.1#
Artikel 12.5.1 Wijzigt de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.5.2 — Artikel 12.5.2#
Artikel 12.5.2 Wijzigt de Ambtenarenwet. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.5.3 — Artikel 12.5.3#
Artikel 12.5.3 Wijzigt de Wet aanpassing pensioenvoorzieningen Bijstandkorps. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 12.5.4 — Artikel 12.5.4#
Artikel 12.5.4 Wijzigt de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 13.1.1 — Artikel 13.1.1#
Artikel 13.1.1 1 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2 Artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 5, van de Wet burgerservicenummer in de zorg artikel 4a van de Wet publieke gezondheid artikel 90 van de Geneesmiddelenwet ,envervallen met ingang van 1 januari 2018. 3 Artikel 11.1.1, zesde lid , werkt terug tot en met 1 oktober 2014. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 13.1.2 — Artikel 13.1.2#
Artikel 13.1.2 Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na vijf jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 13.1.3 — Artikel 13.1.3#
Artikel 13.1.3 Deze wet wordt aangehaald als: Wet langdurige zorg. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015