Wet van 17 december 2014 tot wijziging van de Wet op de bedrijfsorganisatie en andere wetten in verband met de opheffing van de bedrijfslichamen (Wet opheffing bedrijfslichamen)
- BWB-id
- BWBR0036083
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2019-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0036083
- ELI
- /eli/nl/wet/2015/wet-opheffing-bedrijfslichamen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2015/wet-opheffing-bedrijfslichamen/2019-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0036083&g=2019-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0036083&z=2026-06-06&g=2019-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0036083/2019-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2015/wet-opheffing-bedrijfslichamen
Artikel I — Artikel I#
Artikel I hoofdstukken 4 tot en met 6 Voor de toepassing van dewordt verstaan onder: bedrijfslichaam: artikel 66, vierde lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie artikel II, onderdeel D bedrijfslichaam als bedoeld in, zoals dat artikel luidde onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van, van deze wet; Onze Minister: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel II — Artikel II#
Artikel II Wijzigt de Wet op de bedrijfsorganisatie. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel III — Artikel III#
Artikel III Wijzigt de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel IV — Artikel IV#
Artikel IV Wijzigt de Noodwet voedselvoorziening. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel V — Artikel V#
Artikel V Wijzigt de Sanctiewet 1977. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel VI — Artikel VI#
Artikel VI Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel VII — Artikel VII#
Artikel VII Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel VIII — Artikel VIII#
Artikel VIII Wijzigt de Wet op de economische delicten. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel IX — Artikel IX#
Artikel IX Wijzigt de Wet op de kansspelen. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel X — Artikel X#
Artikel X Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 Dewordt ingetrokken. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XI — Artikel XI#
Artikel XI Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XII — Artikel XII#
Artikel XII Wijzigt de Ambtenarenwet. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XIII — Artikel XIII#
Artikel XIII Wijzigt de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XIV — Artikel XIV#
Artikel XIV Wijzigt de Algemene douanewet. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XV — Artikel XV#
Artikel XV Wijzigt de Wet tuchtrechtspraak accountants. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XVI — Artikel XVI#
Artikel XVI Wijzigt de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XVII — Artikel XVII#
Artikel XVII Wijzigt de Loodsenwet. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XVIII — Artikel XVIII#
Artikel XVIII Wijzigt de Waterschapswet. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XIX — Artikel XIX#
Artikel XIX Wijzigt de Wet milieubeheer. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XX — Artikel XX#
Artikel XX Wijzigt de Boswet. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XXI — Artikel XXI#
Artikel XXI Wijzigt de Dienstenwet. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XXII — Artikel XXII#
Artikel XXII Wijzigt de Flora- en faunawet. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XXIII — Artikel XXIII#
Artikel XXIII Wijzigt de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XXIV — Artikel XXIV#
Artikel XXIV Wijzigt de Landbouwkwaliteitswet. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XXV — Artikel XXV#
Artikel XXV Wijzigt de Landbouwwet. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XXVa — Artikel XXVa#
Artikel XXVa Wijzigt de Meststoffenwet. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XXVI — Artikel XXVI#
Artikel XXVI Wijzigt de Plantenziektenwet. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XXVII — Artikel XXVII#
Artikel XXVII Wijzigt de Visserijwet 1963. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XXVIII — Artikel XXVIII#
Artikel XXVIII Wijzigt de Wet dieren. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XXIX — Artikel XXIX#
Artikel XXIX Wijzigt de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XXX — Artikel XXX#
Artikel XXX Wijzigt de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XXXI — Artikel XXXI#
Artikel XXXI Wijzigt de Arbeidstijdenwet. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XXXII — Artikel XXXII#
Artikel XXXII Wijzigt de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XXXIII — Artikel XXXIII#
Artikel XXXIII Wijzigt de Wet op de ondernemingsraden. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XXXIV — Artikel XXXIV#
Artikel XXXIV Wet van 3 april 1999 tot wijziging van de Wet op de bedrijfsorganisatie en enige andere wetten De(Stb. 1999, 253) wordt ingetrokken. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XXXV — Artikel XXXV#
Artikel XXXV Wijzigt de Warenwet. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XXXVI — Artikel XXXVI#
Artikel XXXVI Wijzigt de Wet op de medische keuringen. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XXXVII — Artikel XXXVII#
Artikel XXXVII 1 artikel II, onderdeel D Op het tijdstip van inwerkingtreding van, van deze wet gaan alle vermogensbestanddelen van het: onder algemene titel over op de staat zonder dat daarvoor een akte of betekening nodig is. a. Hoofdproductschap Akkerbouw, b. Productschap Akkerbouw, c. Productschap Diervoeder, d. Productschap Wijn; e. Productschap Dranken, f. Productschap Margarine, Vetten en Oliën, g. Productschap Pluimvee en Eieren, h. Productschap Tuinbouw, i. Productschap Vee en Vlees, j. Productschap Vis, k. Productschap Zuivel, l. Hoofdbedrijfschap voor de Agrarische Groothandel, m. Hoofdbedrijfschap Ambachten, n. Hoofdbedrijfschap Detailhandel, o. Bedrijfschap Afbouw, p. Bosschap, q. Bedrijfschap Horeca en Catering, 2 De in het eerste lid bedoelde overgang geschiedt in de vorm van een afgezonderd vermogen per bedrijfslichaam. 3 afdeling 2 van titel I van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek Artikel 24, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek Ingeval krachtens het eerste lid registergoederen overgaan, doet Onze Minister de overgang van die registergoederen onverwijld inschrijven in de openbare registers, bedoeld in.is niet van toepassing. 4 artikel 1, onderdeel n, van de Wet privatisering ABP artikel 1, onderdeel j, van de Werkloosheidswet Ingeval krachtens het eerste lid rechten en verplichtingen uit arbeidsovereenkomsten naar burgerlijk recht overgaan, gaan die overeenkomsten ongewijzigd over als rechtsverhouding naar burgerlijk recht. De betrokken werknemers worden niet aangemerkt als overheidswerknemer als bedoeld inofen de staat wordt ten aanzien van die werknemers niet aangemerkt als overheidswerkgever als bedoeld in artikel 1, onderdeel m, van de Wet privatisering ABP of artikel 1, onderdeel i, van de Werkloosheidswet. 5 Comptabiliteitswet 2001 In afwijking van het bepaalde bij of krachtens deworden de in het eerste lid bedoelde vermogensbestanddelen, voor zover het liquide middelen betreft, op een rekening buiten het begrotingsverband van het Rijk geboekt. 6 Vorderingen op en van een bedrijfslichaam komen uitsluitend ten laste onderscheidenlijk ten gunste van het vermogen van het desbetreffende bedrijfslichaam. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XXXVIII — Artikel XXXVIII#
Artikel XXXVIII 1 artikel XXXVII, eerste lid artikel 95a van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren Indien krachtens, baten van de in dat lid, onderdelen c, g, i en k, bedoelde bedrijfslichamen overgaan die krachtens een heffing zijn verkregen met het oog op het weren of bestrijden van dierziekten, zoönosen of ziekteverschijnselen, worden die baten op het in artikel XXXVII, eerste lid, bedoelde tijdstip geboekt op de rekening van het Diergezondheidsfonds, bedoeld in, voor zover Onze Minister op dat tijdstip regels heeft gesteld omtrent het weren of bestrijden van de desbetreffende dierziekte, zoönose of ziekteverschijnsel. 2 De in het eerste lid bedoelde baten worden uitsluitend benut ten behoeve van het verrichten van betalingen en het uitkeren van tegemoetkomingen uit het Diergezondheidsfonds die verband houden met dierziekten, zoönosen of ziekteverschijnselen waarvoor die middelen door de betrokken bedrijfslichamen waren bestemd. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XXXIX — Artikel XXXIX#
Artikel XXXIX 1 artikel XXXVII, eerste lid Onze Minister is belast met de vereffening van het vermogen van de in, genoemde bedrijfslichamen. 2 Het vermogen van ieder bedrijfslichaam wordt afzonderlijk vereffend. 3 Onze Minister is bevoegd alle rechtshandelingen te verrichten met het oog op de vereffening van het vermogen van een bedrijfslichaam, waaronder het vervreemden van onroerende en roerende zaken en het voldoen en innen van vorderingen. 4 Rechtsvorderingen welke tot het vermogen van het bedrijfslichaam behorende rechten of verplichtingen tot onderwerp hebben, worden ingesteld door Onze Minister onderscheidenlijk tegen de staat. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XL — Artikel XL#
Artikel XL De kosten van de vereffening van het vermogen van een bedrijfslichaam komen ten laste van het vermogen van het desbetreffende bedrijfslichaam. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XLI — Artikel XLI#
Artikel XLI 1 artikel II, onderdeel D De door bedrijfslichamen vastgestelde verordeningen met betrekking tot het vaststellen en opleggen van heffingen, die van kracht waren onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van, van deze wet, blijven van kracht totdat de vereffening van het vermogen van het desbetreffende bedrijfslichaam is beëindigd. 2 artikel II, onderdeel D Na de inwerkingtreding van, van deze wet oefent Onze Minister de bevoegdheden uit tot het opleggen van heffingen die het krachtens de verordening daartoe bevoegde orgaan van het bedrijfslichaam op grond van een verordening als bedoeld in het eerste lid toekwamen met dien verstande dat geen heffing kan worden opgelegd voor een feit dat heeft plaatsgehad of een periode die is gelegen na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel D, van deze wet. 3 artikel II, onderdeel D Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op door bedrijfslichamen vastgestelde verordeningen met betrekking tot het vaststellen en opleggen van heffingen die na het tijdstip van inwerkingtreding van, van deze wet door de sociaaleconomische Raad zijn goedgekeurd. 4 artikel II, onderdeel D Indien het vermogen van een bedrijfslichaam onvoldoende is om de schulden van het bedrijfslichaam te voldoen, kan bij ministeriële regeling aan ondernemingen welke ingevolge het instellingsbesluit van het bedrijfslichaam zoals dat luidde op het tijdstip van inwerkingtreding van, van deze wet onder de werkingssfeer van het betrokken bedrijfslichaam vielen, een heffing wordt opgelegd. 5 In een krachtens het vierde lid vast te stellen regeling kan worden bepaald dat voor daarbij aan te wijzen categorieën van ondernemingen verschillende bedragen worden vastgesteld. 6 Een ministeriële regeling als bedoeld in het vierde lid kan niet worden vastgesteld na beëindiging van de vereffening van het vermogen van het desbetreffende bedrijfslichaam. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XLII — Artikel XLII#
Artikel XLII 1 artikel 127, eerste lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie artikel II, onderdeel D Op grond vanuitgevaardigde dwangbevelen behouden hun rechtskracht. Artikel 127, vierde, vijfde en zesde lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van, van deze wet, is van toepassing. 2 artikel II, onderdeel D artikel XLI, tweede, derde of vierde lid Artikel 127, derde, vierde, vijfde en zesde lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie Onze Minister kan de bedragen die onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van, van deze wet ter zake van heffingen aan een bedrijfslichaam waren verschuldigd en waarvoor nog geen dwangbevel als bedoeld in het eerste lid was uitgevaardigd, en de bedragen die krachtens, zijn verschuldigd, verhoogd met de kosten van de invordering, bij dwangbevel invorderen.zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel D, van deze wet, is van toepassing, met dien verstande dat in plaats van «het betrokken bedrijfslichaam» wordt gelezen: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. 3 artikel II, onderdeel D Aanmaningen verzonden door de bedrijfslichamen worden met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van, van deze wet beschouwd als aanmaningen verzonden door Onze Minister. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel XLIII — Artikel XLIII#
Artikel XLIII 1 artikel II, onderdeel D artikel 124 van de Wet op de bedrijfsorganisatie Binnen zes maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van, van deze wet, stelt Onze Minister voor ieder bedrijfslichaam de rekening der inkomsten en uitgaven vast over de periode onmiddellijk voorafgaand aan de opheffing waarover niet met toepassing vandie rekening is vastgesteld. 2 artikel 36 van de Wet op het accountantsberoep Alvorens Onze Minister de rekening der inkomsten en uitgaven vaststelt, legt hij een ontwerp daarvan voor onderzoek voor aan een onafhankelijke accountant die is ingeschreven in het accountantsregister, bedoeld in. Het onderzoek wordt niet opgedragen aan de accountant die laatstelijk de interne accountant van het desbetreffende bedrijfslichaam is geweest. 3 Verordening financiën bedrijfslichamen 2011 Artikel XL De accountant verricht zijn onderzoek met overeenkomstige toepassing van de voorschriften in demet betrekking tot de jaarrekening en geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een controleverklaring omtrent de getrouwheid van de inkomsten en uitgaven.is van overeenkomstige toepassing op de kosten van de werkzaamheden van de accountant. 4 Onze Minister stelt de rekening der inkomsten en uitgaven van een bedrijfslichaam niet eerder vast dan nadat hij kennis heeft kunnen nemen van de verklaring van de accountant. 5 Onze Minister legt de rekening en de controleverklaring van de accountant ter inzage op het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en doet daarvan mededeling in de Staatscourant. 6 De in het vierde lid bedoelde vaststelling strekt tot décharge van het dagelijks bestuur van het desbetreffende bedrijfslichaam, behoudens in geval van later gebleken valsheid in bewijsstukken of andere onregelmatigheden. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel XLIV — Artikel XLIV#
Artikel XLIV artikel XLIII Terstond na de inbedoelde vaststelling van de rekening der inkomsten en uitgaven stelt Onze Minister een boedelbeschrijving op van het desbetreffende bedrijfslichaam. Onze Minister legt de boedelbeschrijving ter inzage op het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en doet daarvan mededeling in de Staatscourant. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel XLV — Artikel XLV#
Artikel XLV 1 Onze Minister maakt het tijdstip van de aanvang van de vereffening van een bedrijfslichaam bekend in de Staatscourant. 2 In de bekendmaking worden degenen die een vordering op het desbetreffende bedrijfslichaam hebben, opgeroepen die vordering binnen een daarbij aangegeven termijn van ten minste zes maanden, te rekenen vanaf de bekendmaking, bij Onze Minister in te dienen. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XLVI — Artikel XLVI#
Artikel XLVI 1 Onze Minister beëindigt de vereffening van het vermogen van een bedrijfslichaam indien de hem bekende vorderingen op dat bedrijfslichaam zijn voldaan en hem geen mogelijke toekomstige vorderingen meer bekend zijn. 2 artikel II, onderdeel D Een vereffening wordt niet eerder beëindigd dan nadat twee jaren na het tijdstip van inwerkingtreding van, van deze wet zijn verstreken. 3 Met het oog op de beëindiging van de vereffening stelt Onze Minister een rekening en verantwoording op van de vereffening van het vermogen van het bedrijfslichaam. 4 Onze Minister legt het ontwerp van de rekening en verantwoording gedurende acht weken ter inzage op het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en doet daarvan mededeling in de Staatscourant. 5 Binnen acht weken nadat het ontwerp van de rekening en verantwoording ter inzage is gelegd en daarvan mededeling is gedaan kan iedere schuldeiser tegen dat ontwerp bezwaren inbrengen bij Onze Minister. 6 Indien de in het vijfde lid bedoelde bezwaren naar het oordeel van Onze Minister gegrond zijn, zet Onze Minister de vereffening voort en stelt zo nodig een nieuwe rekening en verantwoording op. Het vierde lid is van toepassing. 7 Tegen een ontwerp van een nieuwe rekening en verantwoording als bedoeld in het zesde lid kan iedere schuldeiser binnen acht weken nadat dit ontwerp ter inzage is gelegd en daarvan mededeling is gedaan bezwaren inbrengen bij Onze Minister voor zover die bezwaren betrekking hebben op onderdelen van de rekening en verantwoording die zijn gewijzigd ten opzichte van de eerder ter inzage gelegde rekening en verantwoording. Het zesde lid is van overeenkomstige toepassing. 8 Onze Minister zendt de vastgestelde rekening en verantwoording van de vereffening van het vermogen van een bedrijfslichaam aan de beide Kamers der Staten-Generaal. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel XLVII — Artikel XLVII#
Artikel XLVII Indien na de beëindiging van de vereffening van het vermogen van een bedrijfslichaam een batig saldo resteert, draagt Onze Minister er zorg voor dat het saldo een bestemming krijgt die ten nutte komt van het deel van het bedrijfsleven dat betrokken was bij het desbetreffende bedrijfslichaam. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel XLVIII — Artikel XLVIII#
Artikel XLVIII 1 artikel II, onderdeel D De tuchtgerechten van de bedrijfslichamen blijven in functie voor de afhandeling van, en voor de duur van, zaken die overtredingen betreffen waarvoor een berechtingsrapport is opgemaakt voor het tijdstip van inwerkingtreding van, van deze wet. 2 artikel X Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 Op de tuchtgerechten van de bedrijfslichamen, de behandeling van zaken als bedoeld in het eerste lid en het hoger beroep tegen uitspraken van de tuchtgerechten van bedrijfslichamen in zaken als bedoeld in het eerste lid, is met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding vanvan deze wet devan toepassing zoals die wet luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip dat die wet werd ingetrokken, met dien verstande dat voor de toepassing van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 in die gevallen: a. in plaats van «de voorzitter van het bedrijfslichaam die de vordering aanhangig heeft gemaakt» wordt gelezen: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; b. in plaats van «het bedrijfslichaam» wordt gelezen: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; c. in plaats van «het bestuur van het betrokken bedrijfslichaam» wordt gelezen: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; d. in plaats van «het betrokken bedrijfslichaam» wordt gelezen: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; e. in plaats van «de voorzitter van het bedrijfslichaam» wordt gelezen: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel XLIX — Artikel XLIX#
Artikel XLIX 1 artikel II, onderdeel D In wettelijke procedures en rechtsgedingen, waarbij een bedrijfslichaam is betrokken, treedt op het tijdstip van inwerkingtreding van, van deze wet Onze Minister in de plaats van het bedrijfslichaam. 2 artikel II, onderdeel D Onze Minister treedt voorts in de plaats van de bedrijfslichamen in wettelijke procedures en rechtsgedingen die aanvangen na het tijdstip van inwerkingtreding van, van deze wet. 3 artikel II, onderdeel D Wet Nationale ombudsman In zaken waarin voor het tijdstip van inwerkingtreding van, van deze wet aan de Nationale ombudsman is verzocht een onderzoek te doen dan wel de Nationale ombudsman een onderzoek heeft ingesteld naar een gedraging die kan worden toegerekend aan een bedrijfslichaam, treedt Onze Minister op dat tijdstip als bestuursorgaan in de zin van dein de plaats van het bedrijfslichaam. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel L — Artikel L#
Artikel L artikel II, onderdeel D Indien door een bedrijfslichaam voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van, van deze wet een beschikking tot subsidieverlening is gegeven en voor de desbetreffende subsidie nog geen beschikking tot subsidievaststelling is gegeven, is Onze Minister bevoegd de beschikking tot subsidievaststelling te geven. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel LI — Artikel LI#
Artikel LI artikel 4:17 van de Algemene wet bestuursrecht artikel II, onderdeel D Dwangsommen als bedoeld in, waarvoor Onze Minister binnen zes weken na het tijdstip van inwerkingtreding van, van deze wet een ingebrekestelling ontvangt, komen ten laste van het vermogen van het bedrijfslichaam indien op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel D, van deze wet de beschikking door het bedrijfslichaam niet tijdig was gegeven en het verbeuren van de dwangsom aan het bedrijfslichaam te wijten is. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel LII — Artikel LII#
Artikel LII Besluit opheffing Landbouwschap artikel 9, vierde lid, van dat besluit artikel II, onderdeel D Het, zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van, van deze wet blijft van toepassing op de vereffening van het vermogen van het Landbouwschap tot het tijdstip waarop de inbedoelde openbare kennisgeving is gedaan. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel LIII — Artikel LIII#
Artikel LIII artikelen 126, zevende lid 128 133 134 van de Wet op de bedrijfsorganisatie De,,enzoals die luidden onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel D, van deze wet blijven van toepassing op door de bedrijfslichamen voorafgaand aan dat tijdstip vastgestelde verordeningen met betrekking tot het vaststellen en opleggen van heffingen. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel LIV — Artikel LIV#
Artikel LIV artikel XVIII Inwordt tot 1 januari 2018 voor «benoemd door de daartoe bij reglement aangewezen organisaties» gelezen: benoemd door de daartoe bij reglement aangewezen organisaties of, voor zover daarin bij reglement nog niet is voorzien, een door Onze Minister aangewezen organisatie. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel LV — Artikel LV#
Artikel LV 1 Archiefwet 1995 Archiefbescheiden van de bedrijfslichamen betreffende zaken die op grond van deze wet worden behartigd door Onze Minister, worden overgedragen aan Onze Minister, voor zover zij niet overeenkomstig dezijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats. 2 artikel II, onderdeel D Archiefwet 1995 Archiefbescheiden van de bedrijfslichamen betreffende zaken die betrekking hebben op taken en werkzaamheden van een bedrijfslichaam welke op het tijdstip van inwerkingtreding van, van deze wet zijn beëindigd, worden overgedragen aan Onze Minister. Indien zij ingevolge devoor blijvende bewaring in aanmerking komen worden zij, zo nodig door tussenkomst van Onze Minister, overeenkomstig de Archiefwet 1995 overgebracht naar een archiefbewaarplaats. 3 artikel II, onderdeel D Onze Minister is met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van, van deze wet zorgdrager voor de archiefbescheiden die door de bedrijfslichamen ter beschikking zijn gesteld aan privaatrechtelijke rechtspersonen. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel LVI — Artikel LVI#
Artikel LVI Wijzigt deze wet. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel LVII — Artikel LVII#
Artikel LVII Wijzigt de Wet natuurbescherming. 2016 34 19-01-2016 16-12-2015 33348 2016 384 28-10-2016 11-10-2016 01-01-2017
Artikel LVIII — Artikel LVIII#
Artikel LVIII Wijzigt de Waterschapswet. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel LVIIIa — Artikel LVIIIa#
Artikel LVIIIa artikel II, onderdeel D Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van, van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel LIX — Artikel LIX#
Artikel LIX De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel LX — Artikel LX#
Artikel LX Deze wet wordt aangehaald als: Wet opheffing bedrijfslichamen. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015