Wet van 24 juni 2015, houdende regels omtrent windenergie op zee (Wet windenergie op zee)
- BWB-id
- BWBR0036752
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0036752
- ELI
- /eli/nl/wet/2015/wet-windenergie-op-zee
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2015/wet-windenergie-op-zee/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0036752&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0036752&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0036752/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2015/wet-windenergie-op-zee
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: aansluitpunt: punt waarop een aansluitverbinding wordt aangesloten op een net of op een installatie; kavel: locatie voor een windpark; kavelbesluit: besluit waarin een kavel en een tracé voor een aansluitverbinding zijn aangewezen; net: artikel 1.1 van de Energiewet systeem als bedoeld in, voor elektriciteit; Onze Minister: Onze Minister van Klimaat en Groene Groei; vergunning: artikel 12 vergunning als bedoeld in; windenergie: energiedrager die ontstaat na omzetting van wind; windpark: een samenstel van voorzieningen waarmee windenergie wordt geproduceerd, waarbij onder een samenstel van voorzieningen wordt verstaan alle aanwezige middelen, waaronder ten minste drie windturbines die op of in de bodem van de zee zijn geplaatst of eraan zijn bevestigd, en die onderling met elkaar zijn verbonden voor de productie van windenergie, alsmede – in voorkomend geval – voor de omzetting van deze windenergie. 2025 349 13-11-2025 29-10-2025 36776 2025 350 13-11-2025 10-11-2025 01-01-2026 2025 12 23-01-2025 11-12-2024 36378 2025 40 21-02-2025 17-02-2025 01-01-2026
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Deze wet is mede van toepassing in de Nederlandse exclusieve economische zone. 2015 261 30-06-2015 24-06-2015 34058 2015 262 30-06-2015 24-06-2015 01-07-2015
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat en Onze Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, een kavelbesluit nemen. 2 artikel 3.9, tweede lid, onder e, van de Omgevingswet artikelen 1, tweede lid 2, eerste lid, van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee Een kavel kan slechts worden aangewezen binnen gebieden die in het nationaal waterprogramma, bedoeld in, zijn aangewezen als voor windenergie geschikte gebieden. Het tracé voor de aansluitverbinding tussen het windpark en het aansluitpunt wordt niet verder aangewezen dan tot de laagwaterlijn, bedoeld in de, en. 3 Onze Minister betrekt bij de afweging tot het nemen van een kavelbesluit: a. de vervulling van maatschappelijke functies van de zee, waaronder het belang van een doelmatig ruimtegebruik van de zee; b. de gevolgen van een aanwijzing voor derden; c. artikelen 5 7 het milieu belang, waaronder het ecologisch belang met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deen; d. de kosten om een windpark in het gebied te realiseren; e. het belang van een doelmatige aansluiting van een windpark op een aansluitpunt. 4 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding van een kavelbesluit isvan toepassing, met dien verstande dat zienswijzen naar voren kunnen worden gebracht door een ieder. 2025 349 13-11-2025 29-10-2025 36776 2025 350 13-11-2025 10-11-2025 01-01-2026
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Onze Minister verbindt aan een kavelbesluit regels en voorschriften die in ieder geval betrekking hebben op: a. de rechten en andere belangen van derden met betrekking tot de kavel; b. de voorwaarden waaronder het milieu wordt beschermd; c. artikel 5.18 van de Omgevingswet de voorwaarden en beperkingen waaronder is verzekerd dat de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden niet zullen worden aangetast en, in voorkomend geval, het voorschrift inhoudende de verplichting compenserende maatregelen te treffen overeenkomstig de op grond vangestelde regels over Natura 2000-activiteiten; d. artikel 7 de voorwaarden en beperkingen waaronder Onze Minister een vrijstelling als bedoeld inverleent; e. het belang van een doelmatig ruimtegebruik van een windpark; f. de termijn waarvoor de vergunning wordt verleend; g. 28 financiële voorwaarden als bedoeld in artikel. 2 Onze Minister neemt in een kavelbesluit de volgende onderdelen op: a. een beschrijving van de te treffen voorzieningen, gericht op het ongedaan maken, beperken of compenseren van de gevolgen van de bouw en exploitatie van een windpark; b. een beschrijving van de tijdelijke maatregelen en de tijdelijk te treffen voorzieningen die nodig zijn voor de verwezenlijking van het windpark; c. de aanduiding op een of meer topografische of geografische kaarten van de geografische omvang van het kavel en de ligging van het tracé van de aansluitverbinding; d. de uitkomsten van het onderzoek naar meteorologische omstandigheden, bodemgesteldheid, stromingen en golfhoogtes, milieukundig bodemonderzoek, archeologisch onderzoek en overig milieukundig onderzoek; e. de termijn waarbinnen Onze Minister de gevolgen van de ingebruikneming van een kavel onderzoekt en een opgave van de daarbij te onderzoeken milieuaspecten. 3 artikel 4.3, eerste lid, aanhef en onder f, onder 2°en 3°, en vierde lid, van de Omgevingswet Bij kavelbesluit kan worden afgeweken van de op grond vangestelde regels met betrekking tot het gebruik van het waterstaatswerk Noordzee door het plaatsen van installaties of kabels. 4 Het is verboden te handelen in strijd met het kavelbesluit en de daaraan verbonden regels en voorschriften. 2020 310 04-09-2020 08-07-2020 34985 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 172 17-06-2020 12-02-2020 34986 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Omgevingswet artikel 16.53c van de Omgevingswet artikelen 5.18 artikel 16.6 van die wet is niet van toepassing op Natura 2000-activiteiten als bedoeld in die wet waarop het kavelbesluit van toepassing is. Indien die Natura 2000-activiteiten afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, zijnen de op grond van deengestelde regels over Natura 2000-activiteiten van overeenkomstige toepassing op het vaststellen van een kavelbesluit. 2019 517 30-12-2019 18-12-2019 35347 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 310 04-09-2020 08-07-2020 34985 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 2016 34 19-01-2016 16-12-2015 33348 2016 384 28-10-2016 11-10-2016 01-01-2017
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de Omgevingswet Onze Minister kan in het kavelbesluit afwijken van het verbod, bedoeld in. 2 artikel 5.18 van de Omgevingswet artikel 5.34, tweede lid, van die wet Een afwijking als bedoeld in het eerste lid is uitsluitend toegestaan indien is voldaan aan de op grond vangestelde regels over de desbetreffende flora- en fauna-activiteit en indien aan het kavelbesluit de voorschriften worden verbonden die op grond vanzijn vereist voor de desbetreffende flora- en fauna-activiteit. 3 Aan een afwijking als bedoeld in het eerste lid kunnen in het kavelbesluit voorschriften worden verbonden, onverminderd het tweede lid. Een afwijking kan onder beperkingen worden vastgesteld. 2020 310 04-09-2020 08-07-2020 34985 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 2020 172 17-06-2020 12-02-2020 34986 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Om te voorkomen dat een locatie, waarvoor een kavelbesluit wordt voorbereid, minder geschikt wordt voor de verwezenlijking van windparken kan Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat, voor die locatie een voorbereidingsbesluit nemen. 2 Bij het voorbereidingsbesluit kan worden bepaald dat het in daarbij aangewezen gevallen verboden is: a. werken of werkzaamheden uit te voeren of b. het gebruik van werken te wijzigen. 3 Het voorbereidingsbesluit vervalt indien niet binnen een jaar na de inwerkingtreding daarvan een ontwerp voor een kavelbesluit ter inzage is gelegd. 4 Het is verboden te handelen in strijd met een voorbereidingsbesluit. 2025 349 13-11-2025 29-10-2025 36776 2025 350 13-11-2025 10-11-2025 01-01-2026
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikelen 3 4 5 7 Kosten die samenhangen met het verrichten van werkzaamheden als bedoeld in de,,, enkunnen ten laste komen van degene aan wie de vergunning wordt verleend. 2 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de verhaalbare kostensoorten. 3 De bedragen ter vergoeding van de kosten worden vastgesteld bij ministeriële regeling. 2021 424 10-09-2021 30-06-2021 35092 2021 539 10-11-2021 28-10-2021 11-11-2021
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat en Onze Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, kan een kavelbesluit wijzigen of geheel of gedeeltelijk intrekken indien: a. gedurende drie achtereenvolgende jaren na het onherroepelijk worden van een kavelbesluit geen vergunning voor de kavel wordt verleend; b. artikel 3 zich omstandigheden of feiten voordoen waardoor de handeling of handelingen waarvoor het kavelbesluit is genomen niet langer toelaatbaar worden geacht met het oog op de inbedoelde doelstellingen en belangen; c. een voor Nederland verbindend verdrag of besluit van een volkenrechtelijke organisatie dan wel een wettelijk voorschrift ter uitvoering daarvan daartoe verplicht; d. nog geen vergunning voor de kavel is aangevraagd en de wijziging van ondergeschikte aard is; e. artikel 15, eerste lid het tijdvak, bedoeld in, wordt verlengd. 2 artikelen 3, derde en vierde lid 4, eerste lid 5 7 De,enzijn van overeenkomstige toepassing op een wijziging van een kavelbesluit. 3 Tot intrekking van een kavelbesluit wordt niet overgegaan voor zover kan worden volstaan met wijziging of aanvulling van de aan het kavelbesluit verbonden regels en voorschriften. 2025 349 13-11-2025 29-10-2025 36776 2025 350 13-11-2025 10-11-2025 01-01-2026
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister een windpark te bouwen of te exploiteren in de Nederlandse territoriale zee of de Nederlandse exclusieve economische zone. 2015 261 30-06-2015 24-06-2015 34058 2015 262 30-06-2015 24-06-2015 01-07-2015
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a 1 Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend met gebruikmaking van een middel, dat door Onze Minister beschikbaar wordt gesteld. 2 Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend binnen de bij ministeriële regeling vastgestelde aanvraagperiode. 3 Bij ministeriële regeling kunnen twee of meer kavels worden aangewezen waarvoor een gebundelde aanvraag kan worden ingediend. 4 Een aanvraag bevat in ieder geval: a. een ontwerp voor het windpark; b. een tijdschema voor de bouw en exploitatie van het windpark; c. een raming van de kosten en opbrengsten; d. een lijst met de bij de bouw en exploitatie van het windpark betrokken partijen; e. een beschrijving van de kennis en ervaring van de betrokken partijen. 5 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze waarop een aanvraag wordt ingediend en over de gegevens en bescheiden die bij de aanvraag worden overgelegd. 6 Voor de behandeling van aanvragen om een vergunning worden kosten in rekening gebracht bij de aanvrager. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling de hoogte van de kosten vast. 2021 424 10-09-2021 30-06-2021 35092 2021 539 10-11-2021 28-10-2021 11-11-2021
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Onze Minister verleent geen vergunning voor: a. artikel 3, eerste lid een gebied dat is gelegen buiten een kavel en het tracé voor de aansluitverbinding dat is aangewezen op grond van, of b. een kavel waarvoor reeds een vergunning is verleend. 2015 261 30-06-2015 24-06-2015 34058 2015 262 30-06-2015 24-06-2015 01-07-2015
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Een vergunning kan slechts worden verleend indien op grond van de aanvraag voldoende aannemelijk is dat de bouw en exploitatie van het windpark: a. uitvoerbaar is; b. technisch haalbaar is; c. financieel haalbaar is; d. gestart kan worden binnen de bij ministeriële regeling te bepalen perioden; e. economisch haalbaar is binnen het in de vergunning bepaalde tijdvak; f. voldoet aan het kavelbesluit. 2 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de beoordelingscriteria, bedoeld in het eerste lid. 3 Onze Minister beslist tevens afwijzend op een aanvraag indien: a. artikelen 12a, eerste, tweede, vierde, vijfde en zesde lid 14a, derde en vierde lid de aanvraag niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens deen; b. aan de middellijke of onmiddellijke zeggenschap over de aanvrager onaanvaardbare risico’s verbonden zijn voor de openbare veiligheid, de voorzieningszekerheid of de leveringszekerheid van elektriciteit. 2025 349 13-11-2025 29-10-2025 36776 2025 350 13-11-2025 10-11-2025 01-01-2026
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a 1 De verlening van een vergunning geschiedt met de toepassing van de: a. procedure met subsidieverlening, b. procedure van een vergelijkende toets, c. procedure van een vergelijkende toets met financieel bod, of d. procedure van een veiling. 2 Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, bepaald welke procedure of procedures worden toegepast. Voorafgaand aan de keuze welke procedure of procedures worden toegepast, onderzoekt Onze Minister de marktcondities. 3 Indien aanvragen voor een vergunning voor meerdere procedures kunnen worden ingediend, wordt bij ministeriële regeling, na overleg met Onze Minister van Financiën, bepaald in welke volgorde de behandeling van de aanvragen plaatsvindt. Bij ministeriële regeling kan, na overleg met Onze Minister van Financiën, worden bepaald dat een aanvrager uitsluitend voor één procedure een aanvraag kan indienen. 4 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald wanneer sprake is van één aanvraag. 2021 424 10-09-2021 30-06-2021 35092 2021 539 10-11-2021 28-10-2021 11-11-2021
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 In een vergunning wordt bepaald: a. voor welk tijdvak de vergunning geldt; b. voor welk kavel de vergunning geldt; c. binnen welke tijdvakken nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, de in de vergunning aangegeven activiteiten dienen te worden verricht. 2 Het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is passend bij de te verwachten levensduur van een windpark en het specifieke gebied waarop de vergunning betrekking heeft, maar ten hoogste 40 jaar. 3 Onze Minister kan aan een vergunning voorwaarden en voorschriften verbinden. 4 Onze Minister kan ontheffing verlenen van het eerste lid, onderdeel c. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden en de ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. 5 Het is verboden te handelen in strijd met de vergunning, de daaraan verbonden voorwaarden en voorschriften, alsmede de ontheffing, bedoeld in het vierde lid, en de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen. 2021 424 10-09-2021 30-06-2021 35092 2021 539 10-11-2021 28-10-2021 11-11-2021
Artikel 15a — Artikel 15a#
Artikel 15a 1 De vergunning wordt onder de opschortende voorwaarde verleend dat de houder van een vergunning als zekerheid voor de bouw van een windpark op zee een waarborgsom of een bankgarantie heeft verstrekt. 2 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over: a. de hoogte van de waarborgsom of de bankgarantie; b. de termijn waarbinnen de waarborgsom of de bankgarantie moet zijn verstrekt; c. de periode waarvoor de waarborgsom of de bankgarantie moet worden verstrekt. 3 Indien niet tijdig aan de krachtens het tweede lid gestelde voorwaarden is voldaan, wordt de vergunning voor de desbetreffende kavel verleend aan de aanvrager die als eerstvolgende voor verlening van de vergunning in aanmerking komt. 4 De waarborgsom of de bankgarantie wordt tot een bij ministeriële regeling te bepalen hoogte verbeurd indien een houder van een vergunning de in de vergunning aangegeven activiteiten niet binnen de desbetreffende tijdvakken heeft verricht. 2021 424 10-09-2021 30-06-2021 35092 2021 539 10-11-2021 28-10-2021 11-11-2021
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De houder van een vergunning kan de vergunning met schriftelijke toestemming van Onze Minister op een ander doen overgaan. 2 Aan een toestemming kunnen voorschriften worden verbonden en een toestemming kan onder beperkingen worden verleend. 3 Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op een aanvraag om een besluit houdende toestemming tot de overdracht van de vergunning, bedoeld in het eerste lid. 4 artikel 15a Indien de termijn voor het stellen van een zekerheid als bedoeld innog niet is verstreken, verleent Onze Minister geen toestemming indien de beoogde vergunninghouder geen zekerheid heeft gesteld die voldoet aan het bepaalde bij of krachtens artikel 15a. 2021 424 10-09-2021 30-06-2021 35092 2021 539 10-11-2021 28-10-2021 11-11-2021
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Onze Minister kan een vergunning wijzigen of intrekken, indien: a. de bij de aanvraag verstrekte gegevens of bescheiden zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest, b. de activiteiten waarvoor de vergunning geldt niet langer worden uitgevoerd, c. artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies de subsidie die op grond vanis verleend, is ingetrokken of d. dit wordt gerechtvaardigd door een wijziging in de technische of financiële mogelijkheden van de houder. 2 Onze Minister kan een vergunning intrekken, indien a. niet overeenkomstig het kavelbesluit is of wordt gehandeld, b. niet overeenkomstig de vergunning is of wordt gehandeld of c. Omgevingswet de regels op grond van deze wet of devoor de activiteiten waarvoor de vergunning geldt niet worden nageleefd. 3 Onze Minister gaat niet over tot intrekking op grond van het tweede lid, dan nadat hij de houder schriftelijk heeft gewaarschuwd en de situatie die aanleiding geeft tot intrekking zich blijft voordoen of opnieuw voordoet. 4 Onze Minister kan een vergunning op aanvraag van de houder wijzigen of intrekken. 5 De vergunning vervalt van rechtswege: a. als de houder een natuurlijke persoon is, met ingang van de dag na die waarop die persoon is overleden; b. als de houder een rechtspersoon is, met ingang van de dag na die waarop de rechtspersoon heeft opgehouden te bestaan. 2020 172 17-06-2020 12-02-2020 34986 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Dit artikel is van toepassing op het houden van een vergunning door meer dan één natuurlijke persoon of rechtspersoon. 2 Bij de aanvraag om een vergunning worden de personen gezamenlijk als aanvrager van de vergunning beschouwd. Na verlening worden zij gezamenlijk als houder van de vergunning beschouwd. 3 Artikel 16 is van overeenkomstige toepassing als een van de personen zijn aandeel in de vergunning op een ander wil doen overgaan. 4 artikel 17, vijfde lid In afwijking van, vervalt de vergunning niet als één van de houders die een natuurlijke persoon is, overlijdt dan wel één van de houders die een rechtspersoon is, ophoudt te bestaan, maar wordt de vergunning gehouden door de overblijvende medehouders. 2015 261 30-06-2015 24-06-2015 34058 2015 262 30-06-2015 24-06-2015 01-07-2015
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2021 424 10-09-2021 30-06-2021 35092 2021 539 10-11-2021 28-10-2021 11-11-2021
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikel 14, derde lid In aanvulling op, wijst Onze Minister een aanvraag af indien deze niet voldoet aan de eisen die aan het aanvragen van de subsidie worden gesteld. 2021 424 10-09-2021 30-06-2021 35092 2021 539 10-11-2021 28-10-2021 11-11-2021
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Onze Minister verleent de vergunning aan de aanvrager aan wie subsidie wordt verleend. 2 Onze Minister beslist op aanvragen gelijktijdig met de beslissing op de aanvragen voor subsidie. 2021 424 10-09-2021 30-06-2021 35092 2021 539 10-11-2021 28-10-2021 11-11-2021
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 2021 424 10-09-2021 30-06-2021 35092 2021 539 10-11-2021 28-10-2021 11-11-2021
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 2021 424 10-09-2021 30-06-2021 35092 2021 539 10-11-2021 28-10-2021 11-11-2021
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Onze Minister verleent de vergunning aan de aanvrager van wie de aanvraag het hoogst is gerangschikt. 2 Onze Minister betrekt bij de rangschikking in ieder geval: a. de zekerheid van realisatie van het windpark; b. de bijdrage van het windpark aan de energievoorziening. 3 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld aan de criteria, bedoeld in het tweede lid, en kunnen aanvullende criteria worden vastgesteld die bij de rangschikking worden betrokken. 4 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de onderlinge weging van de rangschikkingscriteria. 2021 424 10-09-2021 30-06-2021 35092 2021 539 10-11-2021 28-10-2021 11-11-2021
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 artikel 12a, eerste lid Onze Minister beslist op de aanvragen binnen 13 weken na afloop van de aanvraagperiode, bedoeld in, en kan deze termijn eenmaal met ten hoogste 13 weken verlengen. 2021 424 10-09-2021 30-06-2021 35092 2021 539 10-11-2021 28-10-2021 11-11-2021
Artikel 25a — Artikel 25a#
Artikel 25a artikel 14, derde lid In aanvulling op, wordt een aanvraag afgewezen indien de aanvraag geen financieel bod bevat. 2021 424 10-09-2021 30-06-2021 35092 2021 539 10-11-2021 28-10-2021 11-11-2021
Artikel 25b — Artikel 25b#
Artikel 25b 1 Onze Minister verleent de vergunning aan de aanvrager van wie de aanvraag het hoogst is gerangschikt. 2 Onze Minister betrekt bij de rangschikking in ieder geval: a. de hoogte van het financiële bod; b. de zekerheid van realisatie van het windpark; c. de bijdrage van het windpark aan de energievoorziening. 3 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld aan de criteria, bedoeld in het tweede lid, en kunnen aanvullende criteria worden vastgesteld die bij de rangschikking worden betrokken. 4 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de onderlinge weging van de rangschikkingscriteria. 2021 424 10-09-2021 30-06-2021 35092 2021 539 10-11-2021 28-10-2021 11-11-2021
Artikel 25c — Artikel 25c#
Artikel 25c artikel 12a, eerste lid Onze Minister beslist op de aanvragen binnen 13 weken na afloop van de aanvraagperiode, bedoeld in, en kan deze termijn eenmaal met ten hoogste 13 weken verlengen. 2021 424 10-09-2021 30-06-2021 35092 2021 539 10-11-2021 28-10-2021 11-11-2021
Artikel 25d — Artikel 25d#
Artikel 25d artikel 14a, derde lid In aanvulling op, wijst Onze Minister een aanvraag af indien geen bod is ingediend. 2021 424 10-09-2021 30-06-2021 35092 2021 539 10-11-2021 28-10-2021 11-11-2021
Artikel 25e — Artikel 25e#
Artikel 25e 1 Bij ministeriële regeling worden, na overleg met Onze Minister van Financiën, regels gesteld over de toepassing en uitvoering van de procedure van veiling. 2 De in het eerste lid bedoelde regels hebben in elk geval betrekking op: a. de wijze waarop een bod wordt uitgebracht; b. de eisen die aan een geldig bod worden gesteld; c. de gevallen waarin biedingen ongeldig kunnen worden verklaard; d. maatregelen ten behoeve van een ongestoord en eerlijk verloop van de veiling; e. de zekerheidstelling dat een bod gestand wordt gedaan of kosten en schade kunnen worden verhaald; f. de bij veiling toe te passen methode ter vaststelling van het bod waarvan de uitbrenger in aanmerking komt voor verlening van de vergunning; g. de eisen die gesteld worden met betrekking tot de wijze van betaling en het tijdstip waarop degene aan wie de vergunning wordt verleend deze betaling moet hebben verricht. 3 Een aanvrager verstrekt als zekerheid voor de betaling van het bod een waarborgsom of een bankgarantie ter grootte van een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag. 4 De zekerheid wordt verstrekt voor de periode tot: a. in geval van afwijzing van de aanvraag, het tijdstip van de afwijzing; b. in geval van niet in behandeling nemen van de aanvraag, het tijdstip van het besluit om de aanvraag niet te behandelen; c. in geval van toewijzing van de aanvraag, het tijdstip waarop het bod volledig is betaald. 2021 424 10-09-2021 30-06-2021 35092 2021 539 10-11-2021 28-10-2021 11-11-2021
Artikel 25f — Artikel 25f#
Artikel 25f 1 Onze Minister verleent de vergunning aan de aanvrager met het hoogste bod. 2 artikel 25e Onze Minister beslist op de aanvragen binnen 13 weken na afloop van de procedure van veiling, bedoeld in, en kan deze termijn eenmaal met ten hoogste 13 weken verlengen. 2021 424 10-09-2021 30-06-2021 35092 2021 539 10-11-2021 28-10-2021 11-11-2021
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister daartoe aangewezen ambtenaren. Indien de aanwijzing ambtenaren betreft, ressorterende onder een ander ministerie dan dat van Onze Minister, wordt het desbetreffende besluit genomen in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat. 2 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 2015 261 30-06-2015 24-06-2015 34058 2015 262 30-06-2015 24-06-2015 01-07-2015
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Onze Minister kan ingeval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet de overtreder een last onder bestuursdwang opleggen. 2015 261 30-06-2015 24-06-2015 34058 2015 262 30-06-2015 24-06-2015 01-07-2015
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 Onze Minister kan bepalen dat zekerheid gesteld wordt voor de nakoming van hetgeen verschuldigd zal worden, ingeval hij een last onder bestuursdwang oplegt ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen. 2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, rust op de houder van de vergunning, dan wel, indien de vergunning haar geldigheid heeft verloren, op de laatste houder van de vergunning. 3 Het bedrag en de termijnen waarvoor en de tijdstippen en de wijze waarop de zekerheid wordt gesteld ten aanzien van het verwijderen, dan wel het na verwijdering slopen of hergebruiken van niet meer in gebruik zijnde windparken, worden vastgesteld in het kavelbesluit en dienen in de overige gevallen ten genoegen van Onze Minister te zijn. 2015 261 30-06-2015 24-06-2015 34058 2015 262 30-06-2015 24-06-2015 01-07-2015
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Wijzigt de Elektriciteitswet 1998. 2015 261 30-06-2015 24-06-2015 34058 2015 262 30-06-2015 24-06-2015 01-07-2015
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht. 2015 261 30-06-2015 24-06-2015 34058 2015 262 30-06-2015 24-06-2015 01-07-2015
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Wijzigt de Waterwet. 2015 261 30-06-2015 24-06-2015 34058 2015 262 30-06-2015 24-06-2015 01-07-2015
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Wijzigt de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 2015 261 30-06-2015 24-06-2015 34058 2015 262 30-06-2015 24-06-2015 01-07-2015
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Wijzigt de Wet op de economische delicten. 2015 261 30-06-2015 24-06-2015 34058 2015 262 30-06-2015 24-06-2015 01-07-2015
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 Artikel 12 Wet beheer rijkswaterstaatswerken artikel 6.5 van de Waterwet artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidie artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998 is niet van toepassing op windparken waarvoor voor de datum waarop deze wet in werking treedt een vergunning op grond van deof op grond vanen subsidie op grond een algemene maatregel van bestuur op grond vanof op grond vanzoals dat luidde op 31 december 2008, is verleend. 2 Wet beheer rijkswaterstaatswerken artikel 6.5 van de Waterwet artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies Een vergunning voor een windpark die is verleend op grond van deof op grond van, vervalt op de datum waarop deze wet in werking treedt indien voor het windpark geen subsidie op grond van een algemene maatregel van bestuur op grond vanis verleend. 2015 261 30-06-2015 24-06-2015 34058 2015 262 30-06-2015 24-06-2015 01-07-2015
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2015 261 30-06-2015 24-06-2015 34058 2015 262 30-06-2015 24-06-2015 01-07-2015
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Deze wet wordt aangehaald als: Wet windenergie op zee. 2015 261 30-06-2015 24-06-2015 34058 2015 262 30-06-2015 24-06-2015 01-07-2015