Wet van 1 juni 2016, houdende Regeling van de arbeidsvoorwaarden van gedetacheerde werknemers in verband met de implementatie van Richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de handhaving van de detacheringsrichtlijn en tot wijziging van de IMI-verordening over de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt (Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie)
- BWB-id
- BWBR0038054
- Type
- Wet
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0038054
- ELI
- /eli/nl/wet/2016/wet-arbeidsvoorwaarden-gedetacheerde-werknemers-in-de-europe
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2016/wet-arbeidsvoorwaarden-gedetacheerde-werknemers-in-de-europe/2024-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0038054&g=2024-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0038054&z=2026-06-06&g=2024-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0038054/2024-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2016/wet-arbeidsvoorwaarden-gedetacheerde-werknemers-in-de-europe
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: – bevoegde instantie: de bevoegde instantie in een andere lidstaat, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de handhavingsrichtlijn; – derde land: een land dat geen lidstaat is; – detacheringsrichtlijn: Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten (PbEG 1997, L018); – dienstontvanger: artikel 5 artikel 6 van de Handelsregisterwet 2007 de natuurlijke persoon die in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft of de onderneming of rechtspersoon, bedoeld inonderscheidenlijk, die in Nederland is gevestigd, dan wel de onderneming, die in Nederland werkzaam is of er werkzaamheden doet verrichten maar niet in Nederland is gevestigd, waarvoor een gedetacheerde werknemer of zelfstandige in het kader van transnationale dienstverrichting werkzaamheden verricht; – dienstverrichter: degene die vanuit een andere lidstaat in het kader van transnationale dienstverrichting zijn werknemer ter beschikking stelt om tijdelijk arbeid te verrichten in Nederland; – gedetacheerde werknemer: de werknemer die in het kader van transnationale dienstverrichting op basis van een arbeidsovereenkomst tijdelijk arbeid verricht in Nederland en niet gewoonlijk in of vanuit Nederland arbeid verricht; – Handels- en samenwerkingsovereenkomst EU-VK: Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds (PbEU 2021, L 149); – handhavingsrichtlijn: Richtlijn 2014/67 Richtlijn 96/71/EG /EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de handhaving vanbetreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt (PbEU 2014, L159/11); – IMI: het Informatiesysteem interne markt, bedoeld in de IMI-verordening, met inbegrip van de openbare met dit systeem verbonden interface; – IMI-verordening: Verordening (EU) nr. 1024/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt en tot intrekking van Beschikking 2008/49/EG van de Commissie (PbEU 2012, L 316); – lidstaat: een staat binnen de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland; – mobiliteitsrichtlijn: Richtlijn (EU) 2020/1057 Richtlijn 96/71/EG Richtlijn 2014/67 Richtlijn 2006/22/EG Verordening (EU) nr. 1024/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2020 tot vaststelling van specifieke regels met betrekking toten/EU wat betreft de detachering van bestuurders in de wegvervoersector en tot wijziging vanwat betreft de handhavingsvoorschriften en(PbEU 2020, L 249); – Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; – transnationale dienstverrichting: 1. het voor rekening en onder toezicht en leiding van de dienstverrichter ter beschikking stellen van een werknemer aan de dienstontvanger om arbeid te verrichten in een andere lidstaat in het kader van een overeenkomst tussen de dienstverrichter en de dienstontvanger; 2. het ter beschikking stellen van een werknemer van een onderneming aan een vestiging van die onderneming of aan een tot hetzelfde concern behorende onderneming in een andere lidstaat; 3. het door de dienstverrichter tegen vergoeding ter beschikking stellen van een werknemer aan de dienstontvanger om onder toezicht en leiding van de dienstontvanger arbeid te verrichten op het grondgebied van een andere lidstaat; – zelfstandige: degene die in de uitoefening van beroep of bedrijf vanuit een andere lidstaat tijdelijk arbeid verricht in Nederland, maar niet in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft of niet gewoonlijk in of vanuit Nederland arbeid verricht. 2 Deze wet is niet van toepassing op zeevarend personeel van koopvaardijondernemingen. 3 Bij algemene maatregel van bestuur worden de begrippen zeevarend personeel en koopvaardijondernemingen, bedoeld in het tweede lid, nader omschreven. 2023 151 10-05-2023 22-02-2023 36166 2023 152 10-05-2023 26-04-2023 01-06-2023
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De volgende artikelen zijn van toepassing op gedetacheerde werknemers wier arbeidsovereenkomst wordt beheerst door ander recht dan het Nederlandse recht: a. 616a tot en met 616f 626 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek ten aanzien van het loon:en; b. 634 tot en met 642 645 646 648 649 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek ten aanzien van vakantie en verlof:,,,, en; c. 655 658 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek ten aanzien van verplichtingen van de werkgever:en; d. 670, tweede lid 681, eerste lid, onderdeel c, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek ten aanzien van het einde van de arbeidsovereenkomst:, en. 2 artikel 1 van de Pensioenwet artikel 1, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Wanneer de detachering meer dan twaalf maanden bedraagt, zijn op de gedetacheerde werknemer vanaf de dertiende maand alle wettelijke arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden van toepassing, met uitzondering van procedures, formaliteiten en voorwaarden van de sluiting en de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, waaronder concurrentiebedingen, en pensioen als bedoeld indan wel. 3 De in het tweede lid genoemde termijn van twaalf maanden bedraagt achttien maanden indien de dienstverrichter, gedurende de laatste drie maanden van de periode van ten hoogste twaalf maanden waarin de detachering plaatsvindt, aan Onze Minister een gemotiveerde kennisgeving verstrekt, dat de in eerste instantie opgegeven vermoedelijke duur van de werkzaamheden zal worden overschreden tot ten hoogste achttien maanden. Wanneer de detachering in geval van verdere verlenging meer dan achttien maanden bedraagt, gelden de in het tweede lid bedoelde arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden vanaf de negentiende maand. 4 Indien een gedetacheerde werknemer door de dienstverrichter wordt vervangen door een andere gedetacheerde werknemer die op dezelfde plaats hetzelfde werk uitvoert, is de duur van de detachering de totale duur van de perioden van detachering van de afzonderlijke gedetacheerde werknemers gezamenlijk. 2020 249 15-07-2020 01-07-2020 35358 2020 250 15-07-2020 09-07-2020 30-07-2020 Artikel VII, eerste lid, van Stb. 2020/249 bevat overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging. Treedt voor de sector wegvervoer in werking op 1 juni 2023 (Stb. 2023/152).
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Een werknemer die tijdelijk buiten Nederland arbeid verricht of heeft verricht in een lidstaat kan, ongeacht het recht dat de arbeidsovereenkomst beheerst, met betrekking tot die arbeid aanspraken ontlenen aan het recht dat die lidstaat heeft vastgesteld ter uitvoering van de detacheringsrichtlijn. 2 Indien sprake is van een werknemer op wie de detacheringsrichtlijn van toepassing is, stelt de werkgever de werknemer, voor zijn vertrek naar de andere lidstaat, in kennis van: a. het loon waarop de werknemer recht heeft volgens het geldende recht van de ontvangende lidstaat; b. in voorkomend geval, alle toeslagen in verband met de detachering en alle regelingen voor de vergoeding van reis-, verblijf- en maaltijdkosten; en c. de link naar de door de ontvangende lidstaat uit hoofde van artikel 5, tweede lid, van de handhavingsrichtlijn ontwikkelde unieke officiële nationale website(s). 3 Artikel 655, tweede lid, tweede zin, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing op het tweede lid, onderdeel a. 4 artikel 739 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Het tweede lid is niet van toepassing op een zeevarende werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst in de zeevisserij als bedoeld in. 5 De werkgever mag de werknemer niet benadelen wegens de omstandigheid dat de werknemer in of buiten rechte de in dit artikel aan hem toegekende rechten geldend maakt, ter zake bijstand heeft verleend of een klacht hierover heeft ingediend. 2022 277 06-07-2022 22-06-2022 35962 2022 277 06-07-2022 22-06-2022 35962 01-08-2022
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 artikel 1, eerste lid De werknemer die ter beschikking is gesteld in de zin van onderdeel 3 van transnationale dienstverrichting als bedoeld in, en door de dienstontvanger in het kader van transnationale dienstverrichting ter beschikking wordt gesteld om tijdelijk arbeid te verrichten in een andere lidstaat dan de lidstaat waar de werknemer gewoonlijk werkt voor hetzij de dienstverrichter, hetzij de dienstontvanger, wordt geacht in die lidstaat ter beschikking te zijn gesteld door de dienstverrichter. 2 De dienstontvanger informeert de dienstverrichter tijdig en voor aanvang van de terbeschikkingstelling, bedoeld in het eerste lid. 3 artikel 1 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs artikel 7a van die wet Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de arbeidskracht die ter beschikking is gesteld, bedoeld in, met dien verstande dat onder dienstontvanger wordt verstaan de inlener als bedoeld in, en onder dienstverrichter degene die de arbeidskracht ter beschikking stelt. 2020 496 04-12-2020 25-11-2020 35494 2020 497 04-12-2020 30-11-2020 01-01-2021
Artikel 3b — Artikel 3b#
Artikel 3b artikel 2a van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten De werkgever mag de werknemer niet benadelen wegens de omstandigheid dat de werknemer een gerechtelijke of administratieve procedure start om de in deze wet of de inaan hem toegekende rechten geldend te maken. 2021 627 20-12-2021 15-12-2021 35897 2021 628 20-12-2021 15-12-2021 01-01-2022
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Bij Onze Minister berust het verbindingsbureau, bedoeld in artikel 4 van de detacheringsrichtlijn, voor de administratieve samenwerking, bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van de IMI-verordening, tussen de lidstaten in verband met het toezicht op de naleving van de arbeidsvoorwaarden en de arbeidsomstandigheden, bedoeld in artikel 3 van de detacheringsrichtlijn. Door Onze Minister aangewezen ambtenaren zijn belast met de verwerking van gegevens over gedetacheerde werknemers en dienstverrichters ten behoeve van deze administratieve samenwerking. 2 Arbeidsomstandighedenwet Arbeidstijdenwet Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten hoofdstuk IV De door Onze Minister aangewezen ambtenaren verwerken gegevens, die zij verkrijgen ten behoeve van het toezicht op de naleving van de Wet arbeid vreemdelingen, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, de, de, deen deze wet verder ten behoeve van de administratieve samenwerking, bedoeld in het eerste lid, en de wederzijdse bijstand bij de handhaving, bedoeld in, en verstrekken daarbij uit eigen beweging gegevens aan de bevoegde instanties in andere lidstaten. 3 Gegevens die de door Onze Minister aangewezen ambtenaren in verband met de in het eerste lid bedoelde samenwerking verkrijgen van bevoegde instanties in andere lidstaten kunnen door Onze Minister verder worden verwerkt voor het toezicht op de naleving door dienstverrichters van de wetten, genoemd in het tweede lid. 4 Bestuursorganen en toezichthouders verstrekken desgevraagd of uit eigen beweging aan Onze Minister alle gegevens en inlichtingen, die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van zijn taken in verband met de uitvoering van deze wet. 5 Onze Minister verstrekt de gegevens, die hij verwerkt op grond van het tweede en derde lid, aan bestuursorganen en toezichthouders, die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun taken in verband met transnationale dienstverrichting. 6 hoofdstuk IV Met het oog op de in het eerste lid genoemde samenwerking en de wederzijdse bijstand bij de handhaving, bedoeld in, geeft Onze Minister gehoor aan met gerechtvaardigde redenen omklede verzoeken van bevoegde instanties uit andere lidstaten om informatie en om uitvoering van controles, inspecties en onderzoeken met betrekking tot de transnationale dienstverrichting. 7 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens die verwerkt worden op grond van dit artikel, de wijze waarop die gegevens worden verwerkt alsmede de bij de gegevensverstrekkingen in acht te nemen termijnen. 2023 151 10-05-2023 22-02-2023 36166 2023 152 10-05-2023 26-04-2023 01-06-2023
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de door Onze Minister aangewezen ambtenaren. 2 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 2016 219 17-06-2016 01-06-2016 34408 2016 220 17-06-2016 08-06-2016 18-06-2016
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5 De dienstverrichter verstrekt desgevraagd aan Onze Minister en de door Onze Minister aangewezen ambtenaren, bedoeld in, alle gegevens en inlichtingen, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet. 2 artikel 8, zesde lid Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op zelfstandigen voor wie de verplichting geldt, bedoeld in. 3 artikel 5 Indien dit in het kader van de handhaving noodzakelijk is, beoordelen de door Onze Minister aangewezen ambtenaren, bedoeld in, aan de hand van de bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde elementen: a. of een onderneming als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de detacheringsrichtlijn, daadwerkelijk substantiële activiteiten verricht om werknemers ter beschikking te stellen in het kader van transnationale dienstverrichting; b. of een gedetacheerde werknemer tijdelijk arbeid in Nederland verricht. 2016 219 17-06-2016 01-06-2016 34408 2020 57 14-02-2020 08-02-2020 01-03-2020 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2020 57 14-02-2020 08-02-2020 01-03-2020 De wijziging is in werking getreden op 1 januari 2018 (Stb. 2017/485).
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De dienstverrichter wijst voor de periode van transnationale dienstverrichting een contactpersoon, die als aanspreekpunt van de dienstverrichter fungeert en die in de lidstaat waar de arbeid wordt verricht beschikbaar is voor het verzenden en ontvangen van informatie met betrekking tot de transnationale dienstverrichting, aan in Nederland ten behoeve van Onze Minister in verband met de detachering naar Nederland. 2016 219 17-06-2016 01-06-2016 34408 2016 220 17-06-2016 08-06-2016 18-06-2016
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De dienstverrichter, die een werknemer detacheert naar Nederland, is verplicht dit schriftelijk of elektronisch aan Onze Minister te melden op een tijdstip voor aanvang van de werkzaamheden, waarbij hij meldt: a. zijn identiteit; b. de identiteit van de dienstontvanger en van de gedetacheerde werknemer; c. artikel 7 de contactpersoon, bedoeld in; d. de aard en de vermoedelijke duur van de werkzaamheden; e. het adres van de werkplek; en f. de bijdrage voor toepasselijke socialezekerheidsregelingen. 2 Indien de dienstverrichter een werknemer detacheert naar Nederland, verstrekt de dienstverrichter voor aanvang van de werkzaamheden aan de dienstontvanger een schriftelijk of elektronisch afschrift van de melding, bedoeld in het eerste lid, met daarin ten minste de gegevens over zijn identiteit en de identiteit van de gedetacheerde werknemer, het adres van de werkplek en de aard en duur van de werkzaamheden. 3 De dienstontvanger controleert of het afschrift van de melding, bedoeld in het tweede lid, de in het tweede lid genoemde gegevens vermeldt en meldt onjuistheden, of het niet hebben ontvangen van het afschrift, uiterlijk vijf werkdagen na aanvang van de werkzaamheden schriftelijk of elektronisch aan Onze Minister. 4 De gegevens die op grond van dit artikel door Onze Minister worden verwerkt worden verstrekt aan bestuursorganen en toezichthouders, voor zover die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun taken in verband met transnationale dienstverrichting. 5 Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven met betrekking tot het model van de melding, de taal, de wijze van melding, de over te leggen bescheiden en het tijdstip van de melding, bedoeld in het eerste lid, en het verstrekken van gegevens op grond van dit artikel aan bestuursorganen en toezichthouders. 6 De verplichting in het eerste lid, aangaande de melding van de aard en vermoedelijke duur van de werkzaamheden, de identiteit van de persoon die de werkzaamheden uitvoert en de verplichting uit het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op zelfstandigen die werkzaam zijn in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen sectoren van het beroeps- of bedrijfsleven. 7 Bij algemene maatregel van bestuur worden categorieën van gedetacheerde werknemers en dienstverrichters aangewezen waarop dit artikel niet van toepassing is of voor wie voor de melding nadere bij deze algemene maatregel van bestuur te bepalen regels gelden. 8 De werkzaamheden van Onze Minister in verband met dit artikel kunnen worden uitgevoerd door een door Onze Minister aan te wijzen zelfstandig bestuursorgaan. Onze Minister kan voor de verwerking van de gegevens op grond van dit artikel een verwerker aanwijzen. 9 De dienstverrichter en de zelfstandige voor wie de verplichting geldt, bedoeld in artikel 8, zesde lid, houden de melding actueel. 2023 417 21-11-2023 08-11-2023 36415 2023 437 05-12-2023 29-11-2023 01-01-2024
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 8, eerste lid, onderdeel e Tijdens de periode van detachering draagt de dienstverrichter er zorg voor dat op de werkplek, bedoeld in, schriftelijk of elektronisch beschikbaar zijn: a. een loonstrookje, waarop ten minste wordt vermeld het loonbedrag, inclusief de gespecificeerde bedragen waaruit dit is samengesteld en de bedragen die op het loon zijn ingehouden, de namen van de werkgever en werknemer, de termijn waarover het loon is berekend en de overeengekomen arbeidsduur; b. Richtlijn (EU) 2019/1152 een arbeidsovereenkomst, of een gelijkwaardig document in de zin vanvan het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden in de Europese Unie (PbEU 2019, L 186), waarin ten minste wordt vermeld: 1°. de identiteit van partijen; 2°. indien de arbeid niet of niet hoofdzakelijk op een vaste werkplek wordt verricht, de vermelding dat de werknemer zijn arbeid op verschillende plaatsen verricht of vrij is zijn werkplek te bepalen; 3°. de functie van de werknemer of de aard van zijn arbeid; 4°. het tijdstip van indiensttreding; 5°. indien de overeenkomst voor bepaalde tijd is gesloten, de einddatum of de duur van de overeenkomst; 6°. de aanspraak op vakantie of ander betaald verlof waarop de werknemer recht heeft of de wijze van berekening van die aanspraken; 7°. het loon, met inbegrip van het aanvangsbedrag, de afzonderlijke bestanddelen ervan, de wijze en frequentie van uitbetaling en indien het loon afhankelijk is van de uitkomsten van de te verrichten arbeid, de per dag of per week aan te bieden hoeveelheid arbeid, de prijs per stuk en de tijd die redelijkerwijs met de uitvoering is gemoeid; 8°. de normale dagelijkse of wekelijkse arbeidstijd van de werknemer; 9°. artikel 8 8a van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs de toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomst of regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan, dan wel de toepasselijke arbeidsvoorwaarden op grond vanof; 10°. indien van toepassing, de duur en voorwaarden van de proeftijd; 11°. indien van toepassing, het door de werkgever geboden recht op scholing; c. bescheiden waaruit blijkt hoeveel uren de gedetacheerde werknemer heeft gewerkt; d. bewijsstukken waaruit de bijdrage voor socialezekerheidsregelingen en de identiteit van de dienstverrichter, de dienstontvanger en de gedetacheerde werknemer blijken; en e. een bewijs waaruit blijkt welk loon aan de gedetacheerde werknemer is voldaan. 2 artikel 8, zesde lid De zelfstandige voor wie de verplichting geldt, bedoeld in, draagt er zorg voor dat tijdens de periode, waarin hij werkzaamheden verricht, op de werkplek bewijsstukken aanwezig zijn waaruit zijn identiteit en de identiteit van de dienstontvanger blijken. 3 artikel 5 De dienstverrichter en de zelfstandige dragen er zorg voor dat de bescheiden, bedoeld in het eerste en tweede lid, na de periode van detachering of de periode waarin de werkzaamheden worden verricht binnen redelijke termijn op verzoek aan de aangewezen ambtenaren, bedoeld in, worden verstrekt. 4 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de vereisten waaraan de bescheiden, bedoeld in het eerste en tweede lid, voldoen, de plaats waar deze bescheiden beschikbaar worden gesteld en met betrekking tot het derde lid. 2023 417 21-11-2023 08-11-2023 36415 2023 437 05-12-2023 29-11-2023 01-01-2024
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a 1 In de artikelen van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: – gedetacheerde bestuurder: artikel 9b, tweede lid de gedetacheerde werknemer, die als bestuurder in de wegvervoersector ter beschikking wordt gesteld in de zin van onderdeel 1 van de begripsbepaling van transnationale dienstverrichting, anders dan voor de activiteiten, bedoeld in; – Richtlijn 92/106/EEG: Richtlijn 92/106/EEG van de Raad van 7 december 1992 houdende vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor bepaalde vormen van gecombineerd vervoer van goederen tussen Lid-Staten (PbEG 1992, L 368); – Verordening 1071/2009/EG: Verordening (EG) nr. 1071/2009 Richtlijn 96/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking vanvan de Raad (PbEU L 300/51); – Verordening 1072/2009/EG: Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg (PbEU 2009, L 300/72); – Verordening 1073/2009/EG: Verordening (EG) nr. 1073/2009 Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten en tot wijziging van(PbEU 2009, L 300/88); – Verordening 165/2014/EU: Verordening (EU) nr. 165/2014 Verordening (EEG) nr. 3821/85 Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014 betreffende tachografen in het wegvervoer, tot intrekking vanvan de Raad betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot wijziging vanvan het Europees Parlement en de Raad tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer (PbEU L 60/1); – Verordening 561/2006/EG: Verordening (EG) nr. 561/2006 Verordeningen (EEG) nr. 3821/85 (EG) nr. 2135/98 Verordening (EEG) nr. 3820/85 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging vanenvan de Raad en tot intrekking vanvan de Raad (PbEU L 102/1). 2 artikel 1, eerste lid In afwijking van, wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk onder lidstaat verstaan: een staat binnen de Europese Unie en bij ministeriële regeling aangewezen staten. 2023 151 10-05-2023 22-02-2023 36166 2023 152 10-05-2023 26-04-2023 01-06-2023
Artikel 9b — Artikel 9b#
Artikel 9b 1 Een bestuurder wordt aangemerkt als gedetacheerde werknemer, indien hij: a. Verordeningen 1072/2009/EG 1073/2009/EG in Nederland cabotage verricht als bedoeld inen; of b. niet-bilaterale vervoersactiviteiten verricht, bestaande in: 1°. Verordening 1071/2009/EG het vervoer van goederen op basis van een vervoersovereenkomst buiten de lidstaat van vestiging, bedoeld in artikel 2, onderdeel 8, van, tussen Nederland en een andere lidstaat of een derde land; of 2°. het vervoer van personen buiten de lidstaat van vestiging, tussen Nederland en een andere lidstaat of een derde land. 2 Een bestuurder wordt niet aangemerkt als gedetacheerde werknemer, indien hij: a. bilaterale vervoersactiviteiten in het goederenvervoer verricht, bestaande in: 1°. Verordening 1071/2009/EG het vervoer van goederen op basis van een vervoersovereenkomst van de lidstaat van vestiging, bedoeld in artikel 2, onderdeel 8, van, naar een andere lidstaat of een derde land; 2°. het vervoer van goederen op basis van een vervoersovereenkomst van een andere lidstaat of een derde land naar de lidstaat van vestiging; 3°. Verordening 165/2014 het verrichten van een bilaterale vervoersactiviteit als bedoeld in subonderdeel 1° of 2°, naast het verrichten van ten hoogste één laad- en één losactiviteit in de lidstaten of derde landen die worden doorkruist, mits de bestuurder de goederen niet laadt en lost in dezelfde lidstaat en gebruikmaakt van een voertuig waarin een slimme tachograaf is aangesloten als bedoeld in de artikelen 8 tot en met 10 van/EU; 4°. Verordening 165/2014 het verrichten van een bilaterale vervoersactiviteit vanuit de lidstaat van vestiging, waarbij geen extra activiteit wordt verricht, gevolgd door een bilaterale vervoersactiviteit naar de lidstaat van vestiging, waarbij ten hoogste twee extra laad- en twee losactiviteiten worden verricht in de lidstaten of derde landen die worden doorkruist, mits de bestuurder de goederen niet laadt en lost in dezelfde lidstaat en gebruikmaakt van een voertuig waarin een slimme tachograaf is aangesloten als bedoeld in de artikelen 8 tot en met 10 van/EU; of 5°. Richtlijn 92/106/EEG het uitvoeren van het begin- of eindtraject van gecombineerd vervoer als bedoeld in, mits het wegtraject bestaat uit bilaterale vervoersactiviteiten als bedoeld in de subonderdelen 1° tot en met 4°; b. bilaterale vervoersactiviteiten in het personenvervoer verricht, bestaande in: 1°. het meenemen van passagiers vanuit de lidstaat van vestiging, bedoeld in onderdeel a, en het afzetten van deze passagiers in een andere lidstaat of derde land; 2°. het meenemen van passagiers vanuit een lidstaat of derde land en het afzetten van deze passagiers in de lidstaat van vestiging; 3°. Verordening 1073/2009/EG het meenemen van passagiers en het afzetten van deze passagiers in de lidstaat van vestiging om plaatselijke excursies in een andere lidstaat of een derde land uit te voeren, overeenkomstig; of 4°. Verordening 165/2014 het verrichten van een activiteit als bedoeld in subonderdeel 1° of 2°, of de terugrit van dit traject, naast het ten hoogste eenmaal laten instappen en eenmaal laten uitstappen van passagiers in de lidstaten of derde landen die worden doorkruist, mits de bestuurder geen personenvervoersdiensten tussen twee locaties binnen de doorkruiste lidstaat aanbiedt en gebruikmaakt van een voertuig waarin een slimme tachograaf is aangesloten als bedoeld in de artikelen 8 tot en met 10 van/EU; of c. door Nederland heen rijdt zonder dat er vracht wordt geladen of gelost en zonder dat er passagiers in- of uitstappen. 2023 151 10-05-2023 22-02-2023 36166 2023 273 27-07-2023 21-07-2023 21-08-2023
Artikel 9c — Artikel 9c#
Artikel 9c artikel 2, tweede tot en met vierde lid Voor de toepassing van, wordt de detachering van een gedetacheerde bestuurder geacht te zijn beëindigd wanneer hij bij het verrichten van het internationaal vervoer van goederen of personen Nederland verlaat. Deze detacheringsperiode wordt niet gecumuleerd met eerdere detacheringsperiodes in het kader van dergelijke internationale activiteiten van dezelfde bestuurder of van de bestuurder die hij vervangt. 2023 151 10-05-2023 22-02-2023 36166 2023 152 10-05-2023 26-04-2023 01-06-2023
Artikel 9d — Artikel 9d#
Artikel 9d artikel 7 In afwijking vanwijst de dienstverrichter die een gedetacheerde bestuurder detacheert als contactpersoon de vervoersmanager of een andere persoon in de lidstaat van vestiging aan, die optreedt als tussenpersoon met de door Onze Minister aangewezen ambtenaren en met wie documenten of berichten worden uitgewisseld. 2023 151 10-05-2023 22-02-2023 36166 2023 152 10-05-2023 26-04-2023 01-06-2023
Artikel 9e — Artikel 9e#
Artikel 9e 1 artikel 8 In afwijking vanis de dienstverrichter, die een gedetacheerde bestuurder detacheert naar Nederland, verplicht om op een tijdstip voor aanvang van de werkzaamheden een detacheringsverklaring in te dienen bij Onze Minister via het IMI, met de volgende informatie: a. de identiteit van de dienstverrichter; b. de contactgegevens van de contactpersoon; c. de identiteit, de verblijfplaats en het nummer van het rijbewijs van de gedetacheerde bestuurder; d. de aanvangsdatum van de arbeidsovereenkomst van de gedetacheerde bestuurder en het daarop toepasselijke recht; e. de vermoedelijke duur van de detachering; f. de kentekenplaten van de motorvoertuigen; en g. de aard van de verrichte vervoersdiensten. 2 De dienstverrichter houdt de detacheringsverklaringen actueel in het IMI. 2023 151 10-05-2023 22-02-2023 36166 2023 152 10-05-2023 26-04-2023 01-06-2023
Artikel 9f — Artikel 9f#
Artikel 9f 1 artikel 9 In afwijking vandraagt de dienstverrichter, die een gedetacheerde bestuurder detacheert naar Nederland, er zorg voor dat deze bestuurder schriftelijk of elektronisch beschikbaar heeft en ter beschikking stelt wanneer daar bij een wegcontrole om wordt verzocht: a. artikel 9e een kopie van de detacheringsverklaring, bedoeld in; b. Verordening 1072/2009/EG bewijs van het vervoer dat plaatsvindt in Nederland, zoals een elektronische vrachtbrief of een bewijs als bedoeld in artikel 8, derde lid, van; en c. Verordening 561/2006/EG Verordening 165/2014 de tachograafgegevens, met name de landsymbolen van de lidstaten waar de bestuurder zich bevond tijdens internationaal wegvervoer of cabotage, in overeenstemming met de registratievoorschriften in het kader vanen/EU. 2 Na de detacheringsperiode verstrekt de dienstverrichter, uiterlijk acht weken na een verzoek van de door Onze Minister aangewezen ambtenaren, via het IMI: a. kopieën van de in het eerste lid, onderdelen b en c, bedoelde documenten; b. documentatie in verband met de beloning van de bestuurder met betrekking tot de detacheringsperiode; c. artikel 9, eerste lid, onderdeel b de arbeidsovereenkomst met de bestuurder of een gelijkwaardig document als bedoeld in; d. bescheiden waaruit blijkt hoeveel uren de bestuurder heeft gewerkt; en e. een bewijs, waaruit blijkt welk loon aan de bestuurder is voldaan. 2023 417 21-11-2023 08-11-2023 36415 2023 437 05-12-2023 29-11-2023 01-01-2024
Artikel 9g — Artikel 9g#
Artikel 9g artikel 9 In afwijking vandraagt de dienstverrichter, die een bestuurder in Nederland arbeid in de wegvervoersector laat verrichten in de zin van onderdeel 1 van de begripsbepaling van transnationale dienstverrichting, zonder als gedetacheerde bestuurder te worden aangemerkt, er zorg voor dat de bestuurder schriftelijk of elektronisch beschikbaar heeft en ter beschikking stelt wanneer daar bij een wegcontrole om wordt verzocht: a. Verordening 1072/2009/EG het bewijs van het betrokken internationaal vervoer, zoals een elektronische vrachtbrief of een bewijs als bedoeld in artikel 8, derde lid, van; en b. Verordening 561/2006/EG Verordening 165/2014 de tachograafgegevens, met name de landsymbolen van de lidstaten waar de bestuurder zich bevond tijdens internationaal wegvervoer of cabotage, in overeenstemming met de registratievoorschriften in het kader vanen/EU. 2023 151 10-05-2023 22-02-2023 36166 2023 152 10-05-2023 26-04-2023 01-06-2023
Artikel 9h — Artikel 9h#
Artikel 9h artikelen 2 4 6 7 12 14 artikelen 2a 10a van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten Voor de toepassing van dit hoofdstuk, van het bepaalde bij of krachtens de,,,,envan deze wet en van deen, wordt degene die vanuit het Verenigd Koninkrijk een gedetacheerde bestuurder ter beschikking stelt om tijdelijk arbeid te verrichten in Nederland, bestaande in het vervoer van goederen over de weg, aangemerkt als dienstverrichter. 2023 151 10-05-2023 22-02-2023 36166 2023 152 10-05-2023 26-04-2023 01-06-2023
Artikel 9i — Artikel 9i#
Artikel 9i In een derde land gevestigde vervoersondernemingen mogen geen gunstiger behandeling krijgen dan gelijksoortige in een lidstaat gevestigde ondernemingen. 2023 151 10-05-2023 22-02-2023 36166 2023 152 10-05-2023 26-04-2023 01-06-2023
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren zijn bevoegd voor de wederzijdse bijstand, bedoeld in Hoofdstuk VI van de handhavingsrichtlijn, voor de wederzijdse bijstand, bedoeld in artikel 1, elfde lid, van de mobiliteitsrichtlijn en voor de wederzijdse bijstand, bedoeld in artikel 6 van bijlage 31, deel A, afdeling 2, behorende bij artikel 463, vierde lid, van de Handels- en samenwerkingsovereenkomst EU-VK. 2 Op verzoek van de bevoegde instantie zijn de aangewezen ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, verplicht: a. tot invordering van een onherroepelijke administratieve sanctie of boete, opgelegd in een andere lidstaat; b. tot kennisgeving van de beslissing tot oplegging van een administratieve sanctie of boete, opgelegd in een andere lidstaat. 3 De administratieve sanctie of boete, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, kan worden ingevorderd bij dwangbevel. 4 Titel 4.4. van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. 5 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de vorm en de inhoud van het verzoek, bedoeld in het tweede lid. 6 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gronden voor afwijzing van het verzoek, bedoeld in het tweede lid. 2023 151 10-05-2023 22-02-2023 36166 2023 152 10-05-2023 26-04-2023 01-06-2023 2023 151 10-05-2023 22-02-2023 36166 2023 152 10-05-2023 26-04-2023 01-06-2023
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 10 De bedragen van de ingevorderde administratieve sancties of boetes, bedoeld in, komen toe aan het Rijk. 2016 219 17-06-2016 01-06-2016 34408 2016 220 17-06-2016 08-06-2016 18-06-2016
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen voor de overtredingen, bedoeld in het tweede lid. 2 Als overtreding wordt aangemerkt: a. artikel 8, zesde lid artikel 6, eerste lid of tweede lid het door een dienstverrichter of een zelfstandige, bedoeld in, niet of onvoldoende nakomen van de informatieverplichting, bedoeld in; b. artikel 8, zesde lid het door de dienstverrichter, de dienstontvanger of de zelfstandige, bedoeld in, niet of onvoldoende nakomen van de administratieve eisen en controlemaatregelen, bedoeld in artikel 8, eerste, derde, zesde of negende lid; c. artikel 8, zesde lid artikel 9, eerste, tweede of derde lid het door de dienstverrichter of de zelfstandige, bedoeld in, niet of onvoldoende nakomen van de administratieve eisen, bedoeld in; d. artikel 9e, eerste of tweede lid het door de dienstverrichter niet of onvoldoende nakomen van de administratieve eisen en controlemaatregelen, bedoeld in; e. artikel 9f, eerste en tweede lid het door de dienstverrichter niet of onvoldoende nakomen van de administratieve eisen en controlemaatregelen, bedoeld in; f. artikel 9g het door de dienstverrichter niet of onvoldoende nakomen van de administratieve eisen en controlemaatregelen, bedoeld in. 3 Indien de dienstverrichter een overtreding begaat als bedoeld in het tweede lid, onder d of e, wordt de verzender, expediteur, contractant of subcontractant geacht dezelfde overtreding te hebben begaan wanneer hij wist of, rekening houdend met alle relevante omstandigheden, had moeten weten dat de vervoersdienst waartoe hij opdracht gaf, een inbreuk zou inhouden op deze bepalingen. 2023 417 21-11-2023 08-11-2023 36415 2023 437 05-12-2023 29-11-2023 01-01-2024
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 5:48, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderdvermeldt het rapport in ieder geval de bij de overtreding betrokken persoon of personen. 2 Het rapport wordt toegezonden aan de daartoe door Onze Minister aangewezen ambtenaar. 2016 219 17-06-2016 01-06-2016 34408 2016 220 17-06-2016 08-06-2016 18-06-2016
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Een daartoe door Onze Minister aangewezen, onder hem ressorterende, ambtenaar legt namens hem de bestuurlijke boete op aan degene op wie de verplichtingen rusten die voortvloeien uit deze wet, voor zover het niet naleven daarvan is aangeduid als een overtreding. 2 De terzake van deze wet gestelde overtredingen, gelden ten opzichte van elke persoon, met of ten aanzien van wie een overtreding is begaan. 2016 219 17-06-2016 01-06-2016 34408 2016 220 17-06-2016 08-06-2016 18-06-2016
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht De bestuurlijke boete die voor een overtreding kan worden opgelegd bedraagt ten hoogste het bedrag van de vierde categorie, bedoeld in. 2 artikel 14 Onverminderd het eerste lid verhoogt de op grond vanaangewezen ambtenaar de op te leggen bestuurlijke boete met 100 procent van het boetebedrag, vastgesteld op grond van het zesde lid, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van constatering van de overtreding een eerdere overtreding, bestaande uit het niet naleven van eenzelfde wettelijke verplichting, is geconstateerd en de bestuurlijke boete wegens de eerdere overtreding onherroepelijk is geworden. 3 De verhoging van de bestuurlijke boete, bedoeld in het tweede lid, bedraagt 200 procent indien zowel de overtreding als de eerdere overtreding, bedoeld in dat lid, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen als ernstige overtredingen. 4 artikel 14 Onverminderd het eerste lid verhoogt de op grond vanaangewezen ambtenaar de op te leggen bestuurlijke boete met 200 procent van het boetebedrag, vastgesteld op grond van het zesde lid, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van constatering van de overtreding twee maal een eerdere overtreding, bestaande uit het niet naleven van eenzelfde wettelijke verplichting of verbod of het niet naleven van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen soortgelijke verplichtingen en verboden op grond van deze wet of andere wetten, is geconstateerd en de bestuurlijke boeten wegens de eerdere overtredingen onherroepelijk zijn geworden. 5 In afwijking van het tweede en vierde lid is het tijdvak van vijf jaar in die leden tien jaar indien de onherroepelijke boetes, bedoeld in die leden, zijn opgelegd wegens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen ernstige overtredingen. 6 Artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht Onze Minister stelt beleidsregels vast waarin de boetebedragen voor de overtredingen worden vastgesteld.is van toepassing indien een artikel gesteld bij of krachtens deze wet op grond waarvan een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, niet is nageleefd. 7 artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vankan de rechter in beroep of hoger beroep de hoogte van de bestuurlijke boete ook ten nadele van de belanghebbende wijzigen. 2016 219 17-06-2016 01-06-2016 34408 2016 220 17-06-2016 08-06-2016 18-06-2016
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Indien een bestuurlijke boete ten onrechte is opgelegd, wordt deze binnen zes weken nadat is vastgesteld dat de bestuurlijke boete ten onrechte is opgelegd, aan de rechthebbende terugbetaald. 2016 219 17-06-2016 01-06-2016 34408 2016 220 17-06-2016 08-06-2016 18-06-2016
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Wijzigt de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten. 2016 219 17-06-2016 01-06-2016 34408 2020 57 14-02-2020 08-02-2020 01-03-2020 Onderdeel B, voor zover het betreft artikel 10a, eerste en tweede lid.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. 2016 219 17-06-2016 01-06-2016 34408 2016 220 17-06-2016 08-06-2016 18-06-2016
Artikel 18a — Artikel 18a#
Artikel 18a Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 7. 2016 219 17-06-2016 01-06-2016 34408 2016 220 17-06-2016 08-06-2016 01-07-2016
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikel 8 Onze Minister zendt binnen twee jaar na inwerkingtreding vanaan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit artikel in de praktijk. 2016 219 17-06-2016 01-06-2016 34408 2016 220 17-06-2016 08-06-2016 18-06-2016
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Wet arbeidsvoorwaarden grensoverschrijdende arbeid Dewordt ingetrokken. 2016 219 17-06-2016 01-06-2016 34408 2016 220 17-06-2016 08-06-2016 18-06-2016
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 artikel 12, eerste lid, van de Wet raadgevend referendum De artikelen van deze wet treden in werking op bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. In dat besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan. 2016 219 17-06-2016 01-06-2016 34408 2016 220 17-06-2016 08-06-2016 18-06-2016
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Deze wet wordt aangehaald als: Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie. 2016 219 17-06-2016 01-06-2016 34408 2016 220 17-06-2016 08-06-2016 18-06-2016