Wet van 25 mei 2016, houdende regels met betrekking tot het op de markt brengen en het gebruik van precursoren voor explosieven (Wet precursoren voor explosieven)
- BWB-id
- BWBR0037995
- Type
- Wet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2021-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0037995
- ELI
- /eli/nl/wet/2016/wet-precursoren-voor-explosieven
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2016/wet-precursoren-voor-explosieven/2021-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0037995&g=2021-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0037995&z=2026-06-06&g=2021-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0037995/2021-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2016/wet-precursoren-voor-explosieven
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: – aanbieden: aanbieden als bedoeld in artikel 3, punt vier, van de verordening; – gebruik: gebruik als bedoeld in artikel 3, punt zes, van de verordening; – gereguleerde precursor voor explosieven: een precursor voor explosieven als bedoeld in artikel 3, punt dertien, van de verordening; – marktdeelnemer: marktdeelnemer als bedoeld in artikel 3, punt tien, van de verordening; – onlinemarktplaats: onlinemarktplaats als bedoeld in artikel 3, punt 11, van de verordening; – Onze Minister: Onze Minister van Justitie en Veiligheid; – particulier: een particulier als bedoeld in artikel 3, punt acht, van de verordening; – persoonsgegevens, verwerking van persoonsgegevens, onderscheidenlijk verantwoordelijke: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 4, aanhef en onder 1, 2 en 7, van de Algemene verordening gegevensbescherming; – precursor voor explosieven waarvoor een beperking geldt: een precursor voor explosieven waarvoor een beperking geldt als bedoeld in artikel 3, punt twaalf, van de verordening, alsmede een krachtens artikel 2, tweede lid, van deze wet daartoe aangewezen precursor voor explosieven; – precursor voor explosieven waarvoor een meldplicht geldt: precursor voor explosieven waarvoor een meldplicht geldt als bedoeld in artikel 9, eerste, tweede, en vierde tot en met zesde lid, van de verordening, alsmede een krachtens artikel 2, tweede lid, van deze wet daartoe aangewezen precursor voor explosieven; – vergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 5, derde lid, van de verordening; – verordening: Verordening (EU) 2019/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 over het op de markt brengen en het gebruik van precursoren voor explosieven, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 98/2013 (PbEU 2019, L 186). 2021 146 26-03-2021 03-03-2021 35689 2021 202 23-04-2021 19-04-2021 26-04-2021
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Deze wet is van toepassing op precursoren voor explosieven waarvoor een beperking geldt en precursoren voor explosieven waarvoor een meldplicht geldt. 2 Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kunnen precursoren voor explosieven waarvoor een beperking geldt en precursoren voor explosieven waarvoor een meldplicht geldt worden aangewezen die, in aanvulling op de stoffen bedoeld in de bijlagen I en II behorende bij de verordening, vallen onder de werking van deze wet. Daarbij kunnen lagere grenswaarden worden vastgesteld dan de grenswaarden voor de stoffen die zijn vermeld in de bijlage I behorende bij de verordening en kunnen grenswaarden worden vastgesteld waarboven een in bijlage II behorende bij de verordening vermelde stof onderworpen is aan de beperkingen die gelden voor precursoren voor explosieven waarvoor een beperking geldt. 2021 146 26-03-2021 03-03-2021 35689 2021 202 23-04-2021 19-04-2021 26-04-2021
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Het is verboden te handelen in strijd met artikel 5, eerste lid, van de verordening. 2 Het verbod is niet van toepassing indien de particulier over een vergunning beschikt. 2021 146 26-03-2021 03-03-2021 35689 2021 202 23-04-2021 19-04-2021 26-04-2021
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Onze Minister is bevoegd een vergunning te verlenen, te weigeren, te schorsen, in te trekken en daaraan voorschriften en beperkingen te verbinden. 2 De vergunning is persoonlijk en niet overdraagbaar. 3 De vergunning wordt voor de duur van maximaal twee jaar verleend. 4 Aan de vergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden met betrekking tot: a. het gebruik van de precursor voor explosieven; b. te nemen veiligheidsmaatregelen voor onder meer vervoer, opslag en gebruik van de precursor voor explosieven, onder meer ter voorkoming van gebruik door anderen dan de aanvrager; c. te nemen maatregelen bij verdwijning of diefstal van de precursor voor explosieven; of d. de door de aanvrager te bewaren gegevens en bescheiden van de aankoop van de precursor voor explosieven. 5 Het is verboden te handelen in strijd met de voorschriften en beperkingen, bedoeld in het vierde lid. 6 Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kunnen modellen worden vastgesteld van de vergunning alsmede van andere ter uitvoering van de wet te gebruiken bescheiden. 2021 146 26-03-2021 03-03-2021 35689 2021 202 23-04-2021 19-04-2021 26-04-2021
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht Naast de gegevens, bedoeld in, worden bij de aanvraag ten minste verstrekt: a. het telefoonnummer van de aanvrager; b. zijn e-mailadres; c. het nummer van zijn identiteitsbewijs; d. het adres waar de precursor voor explosieven zal worden opgeslagen dan wel zal worden gebruikt indien dat niet gelijk is aan het woonadres; e. artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens een verklaring omtrent het gedrag van de aanvrager als bedoeld in, die niet meer dan twee maanden oud is. 2 Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat worden regels gesteld over: a. de plaats waar de aanvraag wordt ingediend; b. de wijze waarop de aanvraag wordt ingediend, en c. welke bescheiden en gegevens in aanvulling op de gegevens, bedoeld in het eerste lid, bij de aanvraag worden verstrekt. 3 Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan worden bepaald dat voor de behandeling van een aanvraag om een vergunning een kostendekkende vergoeding is verschuldigd. 2021 146 26-03-2021 03-03-2021 35689 2021 202 23-04-2021 19-04-2021 26-04-2021
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Onverminderd artikel 6, eerste en tweede lid, van de verordening, betrekt Onze Minister bij zijn besluit een vergunning te verlenen of het voorgenomen gebruik niet in strijd is met de wet en naar het oordeel van Onze Minister proportioneel is om het voorgenomen doel te bereiken. 2 Onverminderd artikel 6, tweede lid, van de verordening wordt de vergunning niet verleend indien dat noodzakelijk is ter bescherming van wezenlijke veiligheidsbelangen of om redenen van openbare orde. Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat worden regels gesteld over de toepassing van de eerste volzin. 2021 146 26-03-2021 03-03-2021 35689 2021 202 23-04-2021 19-04-2021 26-04-2021
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De houder van een vergunning licht Onze Minister zo spoedig mogelijk in over wijzigingen van de gegevens en bescheiden die bij de aanvraag van de vergunning zijn verstrekt. 2 De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken, indien: a. niet langer aan de voorwaarden voor afgifte van de vergunning wordt voldaan; b. de vergunning is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens; c. de voorschriften van of beperkingen aan de vergunning niet in acht zijn genomen; of d. artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht niet is voldaan aan het eerste lid dan wel een vordering als bedoeld in. 3 Artikel 3:40 van de Algemene wet bestuursrecht In de situatie, bedoeld in artikel 6, vijfde lid, laatste zin, van de verordening, treedt een besluit tot schorsing of intrekking van de vergunning in werking op de dag dat het is genomen.blijft in zoverre buiten toepassing. De bekendmaking van de schorsing of intrekking vindt onverwijld plaats zodra voormelde situatie zich niet langer voordoet. 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 7 en 8 van de verordening en de regels, bedoeld in het tweede lid. 2 Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat worden regels gesteld over de wijze waarop marktdeelnemers gereguleerde precursoren voor explosieven aanbieden, en over de wijze waarop onlinemarktplaatsen hun gebruikers informeren over de verplichtingen ingevolge de verordening. Daarbij worden in elk geval regels gesteld over de verificaties die marktdeelnemers uitvoeren bij het aanbieden van precursoren voor explosieven waarvoor een beperking geldt. 2021 146 26-03-2021 03-03-2021 35689 2021 202 23-04-2021 19-04-2021 26-04-2021
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Het is verboden te handelen in strijd met artikel 9, eerste, tweede, en vierde tot en met zesde lid, van de verordening. 2 artikel 2, tweede lid Artikel 9, eerste, tweede, en vierde tot en met zesde lid, van de verordening is van toepassing op de krachtens, van deze wet aangewezen precursoren. 3 Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat worden regels gesteld over de in het eerste en tweede lid bedoelde meldingen en procedures. 4 Het is verboden te handelen in strijd met de regels, bedoeld in het derde lid. 2021 146 26-03-2021 03-03-2021 35689 2021 202 23-04-2021 19-04-2021 26-04-2021
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij de verordening, of van het bepaalde bij of krachtens deze wet, zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren. Onze Minister kan aan deze ambtenaren algemene en bijzondere aanwijzingen geven omtrent de uitvoering van het toezicht. 2 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 2016 200 31-05-2016 25-05-2016 34289 2016 201 31-05-2016 25-05-2016 01-06-2016
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder dwangsom ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verbodsbepalingen en verplichtingen en van de verordening. 2016 200 31-05-2016 25-05-2016 34289 2016 201 31-05-2016 25-05-2016 01-06-2016
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Algemene Douanewet artikel 27 van de Politiewet 2012 artikelen 3 4, eerste lid, van de Politiewet 2012 artikel 5, eerste lid Onze Minister, of een krachtens deze wet of bij deaangewezen toezichthouder, verstrekt op verzoek van de korpschef, bedoeld in, de persoonsgegevens bedoeld in, dan wel andere gegevens of bescheiden ten behoeve van de goede uitvoering van de politietaak, bedoeld in deen. 2 Algemene Douanewet artikel 4 van de Politiewet 2012 artikel 5, eerste lid Onze Minister, of een krachtens deze wet of bij deaangewezen toezichthouder, verstrekt op verzoek van de commandant van de Koninklijke marechaussee de persoonsgegevens bedoeld in, dan wel andere gegevens of bescheiden ten behoeve van de goede uitvoering van de politietaak door de Koninklijke marechaussee als bedoeld in. 2016 200 31-05-2016 25-05-2016 34289 2016 201 31-05-2016 25-05-2016 01-06-2016
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Algemene Douanewet artikel 5, eerste lid Onze Minister, of een krachtens deze wet of bij deaangewezen toezichthouder, ontvangt de persoonsgegevens, bedoeld in, dan wel andere gegevens of bescheiden ten behoeve van een doelmatige en doeltreffende uitvoering van deze wet, van: a. artikel 27 van de Politiewet 2012 de korpschef, bedoeld in, dan wel b. artikel 4 van de Politiewet 2012 de commandant van de Koninklijke marechaussee ten behoeve van de goede uitoefening van de politietaak, bedoeld in. 2 Algemene Douanewet artikel 5, eerste lid Andere bestuursorganen zijn bevoegd uit eigen beweging en desgevraagd verplicht aan Onze Minister, onderscheidenlijk een krachtens deze wet of bij deaangewezen toezichthouder, de persoonsgegevens, bedoeld in, dan wel andere gegevens of bescheiden te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van en het toezicht op de naleving van deze wet. 2016 200 31-05-2016 25-05-2016 34289 2016 201 31-05-2016 25-05-2016 01-06-2016
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Ten behoeve van de doelmatige en doeltreffende uitvoering van deze wet worden persoonsgegevens verwerkt. Onze Minister is de verwerkingsverantwoordelijke. 2 artikel 5, eerste lid De persoonsgegevens, bedoeld in, en de bescheiden en gegevens die op grond van artikel 5, tweede lid, onderdeel c, zijn verstrekt, worden drie jaar bewaard, ook indien de vergunning wordt geweigerd. 3 artikel 10 16 De persoonsgegevens dan wel andere gegevens of bescheiden die door de op grond vanenmet het toezicht belaste ambtenaren verkregen zijn bij de uitoefening van hun taak, worden maximaal vijf jaar bewaard. 2018 247 27-07-2018 11-07-2018 34939 2018 248 27-07-2018 11-07-2018 28-07-2018 25-05-2018
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Wijzigt de Wet op de economische delicten. 2016 200 31-05-2016 25-05-2016 34289 2016 201 31-05-2016 25-05-2016 01-06-2016
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Wijzigt de Algemene Douanewet. 2016 200 31-05-2016 25-05-2016 34289 2016 201 31-05-2016 25-05-2016 01-06-2016
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2016 200 31-05-2016 25-05-2016 34289 2016 201 31-05-2016 25-05-2016 01-06-2016
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Deze wet wordt aangehaald als: Wet precursoren voor explosieven. 2016 200 31-05-2016 25-05-2016 34289 2016 201 31-05-2016 25-05-2016 01-06-2016