Wet van 2 december 2015, houdende regels over het tijdelijk heffen van tol voor de gedeeltelijke bekostiging van de verbinding tussen de A15 bij Rozenburg en de A20 tussen Maassluis en Vlaardingen en de verbinding van de A15 tussen knooppunt Valburg en de A12 bij Zevenaar (Wet tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15)
- BWB-id
- BWBR0037517
- Type
- Wet
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-05-16
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0037517
- ELI
- /eli/nl/wet/2016/wet-tijdelijke-tolheffing-blankenburgverbinding-en-via15
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2016/wet-tijdelijke-tolheffing-blankenburgverbinding-en-via15/2025-05-16
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0037517&g=2025-05-16
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0037517&z=2026-06-06&g=2025-05-16
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0037517/2025-05-16
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2016/wet-tijdelijke-tolheffing-blankenburgverbinding-en-via15
Artikel 1 — Artikel 1 (begripsbepalingen)#
Artikel 1 (begripsbepalingen) Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Blankenburgverbinding: verbinding tussen de A15 bij Rozenburg en de A20 tussen Maassluis en Vlaardingen; boordapparatuur: artikel 1 van de Wet implementatie EETS-richtlijn boordapparatuur als bedoeld in; dienstaanbieder: hoofddienstaanbieder, EETS-aanbieder of ETS-aanbieder; dienstverleningsovereenkomst: artikel 8a overeenkomst als bedoeld in; EETS-aanbieder: artikel 1 van de Wet implementatie EETS-richtlijn EETS-aanbieder als bedoeld in; ETS-aanbieder: artikel 1 van de Wet implementatie EETS-richtlijn een toldienstaanbieder als bedoeld indie zijn diensten beperkt tot de tolgebieden Blankenburgverbinding en ViA15; hoofddienstaanbieder: artikel 1 van de Wet implementatie EETS-richtlijn hoofddienstaanbieder als bedoeld in; houder: artikel 1 van de Wet implementatie EETS-richtlijn houder als bedoeld in: a. artikel 42 van de Wegenverkeerswet 1994 degene op wiens naam een motorrijtuig is gesteld in het kentekenregister, bedoeld in; b. degene op wiens naam een motorrijtuig is gesteld in een buitenlands register betreffende aldaar geregistreerde motorrijtuigen, de registratie betreffende motorrijtuigen gebezigd ten behoeve van de strijdkrachten, bijgehouden door Onze Minister van Defensie, alsmede enig andere registratie betreffende motorrijtuigen, waarvan hij gerechtigd is deze in Nederland te voeren; motorrijtuig: artikel 1, eerste lid, onder c, van de Wegenverkeerswet 1994 motorrijtuig als bedoeld in; Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat; persoonsgegeven: persoonsgegeven als bedoeld in artikel 4, onderdeel 1, van de Algemene verordening gegevensbescherming; Richtlijn 99/62/EG: Richtlijn 99/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 1999 betreffende het in rekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware vrachtvoer- tuigen (PbEG 1999, L 187); toezichthouder: artikel 15, eerste lid degene die is aangewezen op grond van; tolbesluit: artikel 2, eerste lid besluit als bedoeld in; tolheffing: heffing voor het gebruik van een wegvak met een motorrijtuig; toltarief: hoogte van de tolheffing per passage; tolopgave: het tekort in de bekostiging van de aanleg van de Blankenburgverbinding onderscheidenlijk de ViA15 dat door tolheffing moet worden opgebracht; tolsysteem: geheel van organisatorische maatregelen en voorzieningen die verband houden met de registratie, inning en handhaving en toezicht van tol; tracébesluit: artikel 9, eerste lid, van de Tracéwet besluit als bedoeld in; Uitvoeringsverordening (EU) 2020/204: Uitvoeringsverordening (EU) 2020/204 van de Commissie van 28 november 2019 inzake gedetailleerde verplichtingen van aanbieders van de Europese elektronische tolheffingsdienst, de minimuminhoud van de gebiedsverklaring van de Europese elektronische tolheffingsdienst, elektronische interfaces en eisen voor interoperabiliteitsonderdelen, en tot intrekking van Beschikking 2009/750/EG (PbEU 2020, L 43); Verordening (EU) 2018/858: Verordening (EU) 2018/858 Verordeningen (EG) nr. 715/2007 (EG) nr. 595/2009 Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2019 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging vanenen tot intrekking van(PbEU 2018, L 151); verwerking van persoonsgegevens: verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 4, onderdelen 1 en 2, van de Algemene verordening gegevensbescherming; ViA15: verbinding van de A15 tussen knooppunt Valburg en de A12 bij Zevenaar. 2023 419 22-11-2023 08-11-2023 36384 2023 419 22-11-2023 08-11-2023 36384 25-03-2024
Artikel 2 — Artikel 2 (tolbesluit)#
Artikel 2 (tolbesluit) 1 Onze Minister is bevoegd een besluit voor het heffen van tol te nemen, te wijzigen of in te trekken voor de gedeeltelijke bekostiging en financiering van de Blankenburgverbinding onderscheidenlijk de ViA15. 2 Het tolbesluit bevat: a. het wegvak waar tol wordt geheven; b. de contante waarde van de tolopgave; c. als het een besluit tot wijzigen of intrekken betreft, een beschrijving van de te treffen voorzieningen, gericht op het ongedaan maken, beperken of compenseren van de negatieve gevolgen van de wijziging of intrekking. 3 artikel 11 Een tolbesluit wordt in ieder geval ingetrokken op het moment dat de netto-opbrengsten, bedoeld in, tweede lid, gelijk zijn aan de tolopgave. 4 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het eerste lid isvan toepassing, met dien verstande dat zienswijzen naar voren kunnen worden gebracht door een ieder. 2015 497 15-12-2015 02-12-2015 34189 2016 74 22-02-2016 08-02-2016 15-03-2016
Artikel 3 — Artikel 3 (tracébesluit geldt als tolbesluit)#
Artikel 3 (tracébesluit geldt als tolbesluit) 1 Artikel 2, tweede lid, onder a en b Het tracébesluit voor de Blankenburgverbinding onderscheidenlijk de ViA15 geldt als een tolbesluit. Voor zover het tracébesluit betrekking heeft op tolheffing, wordt dat in het tracébesluit uitdrukkelijk aangegeven., is van overeenkomstige toepassing. 2 Bij de vaststelling van het tracébesluit wordt uitgegaan van gegevens en onderzoeken die gebaseerd zijn op de situatie dat tol wordt geheven. 3 Een onherroepelijk tracébesluit kan voor zover dat betrekking heeft op tolheffing worden gewijzigd of ingetrokken door een tolbesluit. 2015 497 15-12-2015 02-12-2015 34189 2016 74 22-02-2016 08-02-2016 15-03-2016
Artikel 4 — Artikel 4 (uitvoeringsplan)#
Artikel 4 (uitvoeringsplan) 1 Onze Minister werkt het tolsysteem uit in een uitvoeringsplan. 2 Het uitvoeringsplan bevat een omschrijving van de kernelementen voor de uitvoering van het tolsysteem waaronder: a. een algemene beschrijving van het tolsysteem; b. de registratiemiddelen; c. de betalingsmogelijkheden; d. de klantenservice. 2015 497 15-12-2015 02-12-2015 34189 2016 74 22-02-2016 08-02-2016 15-03-2016
Artikel 4a — Artikel 4a (registratie door middel van technisch hulpmiddel)#
Artikel 4a (registratie door middel van technisch hulpmiddel) 1 artikel 2, tweede lid, onder a Onze Minister is bevoegd op of aan het wegvak bedoeld inmet behulp van een locatiegebonden technisch hulpmiddel gegevens van een motorrijtuig vast te leggen en te verwerken. De volgende gegevens worden vastgelegd: a. het kenteken, b. de locatie, de datum en het tijdstip van vastlegging, c. de beeldopnames van het motorrijtuig, en d. voor zover van toepassing, de benodigde informatie uit de boordapparatuur. 2 Onze Minister verwerkt de vastgelegde gegevens ten behoeve van de inning van het toltarief, de controle op tijdige betaling daarvan en de handhaving. 3 artikel 32, eerste lid, onder a, Wet implementatie EETS-richtlijn artikel 12, eerste lid, Wet implementatie EETS-richtlijn Onder inning van het toltarief wordt mede begrepen de berekening, bedoeld inen voor zover van toepassing de controle, bedoeld in. 4 Verwerking voor het doel, bedoeld in het tweede lid, kan plaatsvinden door de gegevens, bedoeld in het eerste lid, door middel van een technisch systeem geautomatiseerd te vergelijken met andere gegevens die voor dit doel zijn verkregen. 5 De aanwezigheid van een locatiegebonden technisch hulpmiddel wordt ter plaatse op duidelijke wijze kenbaar gemaakt. 6 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de inzet en het kenbaar maken van het gebruik van een technisch hulpmiddel, het aanwijzen en verwerken van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, en, voor zover van toepassing, de benodigde informatie uit de boordapparatuur. 2023 419 22-11-2023 08-11-2023 36384 2023 419 22-11-2023 08-11-2023 36384 25-03-2024
Artikel 4b — Artikel 4b (tijdelijke testomgeving technisch hulpmiddel)#
Artikel 4b (tijdelijke testomgeving technisch hulpmiddel) Vervallen 2023 162 15-05-2023 12-04-2023 36137 2023 162 15-05-2023 12-04-2023 36137 16-05-2025
Artikel 5 — Artikel 5 (toltarief)#
Artikel 5 (toltarief) 1 Het toltarief voor het wegvak waar tol wordt geheven en de datum met ingang waarvan tol wordt geheven worden vastgesteld bij ministeriële regeling. 2 artikel 4, eerste lid Het toltarief wordt in ieder geval niet eerder geheven dan vier weken nadat het ontwerp van het uitvoeringsplan, bedoeld in, aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 3 Het toltarief kan worden gedifferentieerd naar: a. toegestane maximum massa van het motorrijtuig; b. Richtlijn 99/62/EG wijze waarop de betaling van het toltarief plaatsvindt onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 7 decies, leden 2 en 2bis, van. 4 Het toltarief en de tolopgave worden jaarlijks van rechtswege geïndexeerd. 5 Bij de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, kunnen regels worden gesteld over de berekening van het toltarief, de differentiatie van het toltarief, de verstrekking van een betalingsbewijs en de indexering van het toltarief en de tolopgave. 2023 419 22-11-2023 08-11-2023 36384 2023 419 22-11-2023 08-11-2023 36384 25-03-2024
Artikel 5a — Artikel 5a (tolheffer)#
Artikel 5a (tolheffer) 1 Wet implementatie EETS-richtlijn Onze Minister is tolheffer als bedoeld in de. 2 artikelen 8 9 10 11 12 23 37 38 van de Wet implementatie EETS-richtlijn Onze Minister is namens de Staat tolheffer als bedoeld in de,,,,,,en. 2023 162 15-05-2023 12-04-2023 36137 2023 163 15-05-2023 10-05-2023 16-05-2023 15-05-2023
Artikel 6 — Artikel 6 (vrijstelling en ontheffing tolheffing)#
Artikel 6 (vrijstelling en ontheffing tolheffing) 1 artikel 7, eerste lid Een vrijstelling van, geldt voor motorrijtuigen die blijkens: a. een door Onze Minister van Defensie aangehouden registratie worden gebruikt door het Ministerie van Defensie; b. een door Onze Minister van Defensie bekend gestelde registratie worden gebruikt door een bevriende krijgsmacht. 2 artikel 7, eerste lid Een vrijstelling van, geldt voor bij ministeriële regeling aangewezen motorrijtuigen in het geval van bij die regeling omschreven calamiteiten en beheer- en onderhoudswerkzaamheden. 3 artikel 7, eerste lid Onze Minister kan bij uitzondering een vrijstelling verlenen van, als dat wenselijk is in het belang van de verkeersdoorstroming, de openbare orde en veiligheid of in het algemeen belang. 4 artikel 7, eerste lid De houder kan bij Onze Minister een ontheffing van, aanvragen voor: a. motorrijtuigen met de aanduiding voor speciale doeleinden SC (ambulances) en die worden gebruikt voor het vervoer van zieken of gewonden, of voor motorrijtuigen die bij ministeriële regeling worden gelijkgesteld met een ambulance; b. motorrijtuigen die zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt voor het vervoer van een stoffelijk overschot; c. motorrijtuigen die uitsluitend worden gebruikt door politie of brandweer. 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen aan een ontheffing, bedoeld in het vierde lid, voorwaarden en beperkingen worden gesteld. 2024 434 23-12-2024 18-12-2024 36602 2024 434 23-12-2024 18-12-2024 36602 01-01-2025
Artikel 7 — Artikel 7 (betalen toltarief)#
Artikel 7 (betalen toltarief) 1 artikel 2, tweede lid, onder a De houder is van rechtswege het toltarief, bedoeld in artikel 5, eerste lid, verschuldigd aan Onze Minister wegens het passeren van een wegvak of deel van een wegvak als bedoeld in. 2 Het toltarief kan rechtstreeks aan Onze Minister worden betaald of aan een dienstaanbieder waarmee een dienstverleningsovereenkomst is gesloten. 3 richtlijn 99/62/EG De Minister maakt bij het heffen van het toltarief geen direct of indirect onderscheid als bedoeld in artikel 7, vijfde lid, vanop grond van de nationaliteit van de weggebruiker, de lidstaat of het derde land waar de vervoerder gevestigd is, de lidstaat of het derde land waar het voertuig geregistreerd is, of de herkomst of de bestemming van het vervoer. 4 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze waarop het wegvak waar tol wordt geheven kenbaar wordt gemaakt. 2023 419 22-11-2023 08-11-2023 36384 2023 419 22-11-2023 08-11-2023 36384 25-03-2024
Artikel 8 — Artikel 8 (aanmaning bij verzuim betalen toltarief)#
Artikel 8 (aanmaning bij verzuim betalen toltarief) 1 artikel 4:112 van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vanwordt een aanmaning slechts gezonden aan de houder, wiens woon- of verblijfplaats bekend is. 2 artikel 4:112 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 7, eerste lid Bij ministeriële regeling kan, in afwijking van, een termijn worden gesteld waarbinnen de houder, bedoeld in, na aanmaning dient te betalen. 3 artikel 4:112, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vanvermeldt de aanmaning dat bij niet tijdige betaling een bestuurlijke boete kan worden opgelegd en de boete kan worden afgedwongen door op kosten van de houder, uit te voeren invorderingsmaatregelen. 4 artikel 5, eerste lid Gedurende de termijn van een jaar na de datum, bedoeld in, wordt geen vergoeding voor de aanmaning in rekening gebracht. 2023 419 22-11-2023 08-11-2023 36384 2023 419 22-11-2023 08-11-2023 36384 25-03-2024
Artikel 7a — Artikel 7a (betalen zonder dienstverleningsovereenkomst)#
Artikel 7a (betalen zonder dienstverleningsovereenkomst) Deze paragraaf is van toepassing als de houder geen dienstverleningsovereenkomst heeft gesloten met een dienstaanbieder. 2023 162 15-05-2023 12-04-2023 36137 2023 163 15-05-2023 10-05-2023 16-05-2023 15-05-2023
Artikel 7b — Artikel 7b (betalen toltarief aan Onze Minister)#
Artikel 7b (betalen toltarief aan Onze Minister) 1 Het verschuldigde toltarief wordt binnen een bij ministeriële regeling gestelde termijn betaald. 2 Artikel 4:94 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op het verschuldigde toltarief. 2023 162 15-05-2023 12-04-2023 36137 2023 163 15-05-2023 10-05-2023 16-05-2023 15-05-2023
Artikel 8a — Artikel 8a (dienstverleningsovereenkomst met een dienstaanbieder)#
Artikel 8a (dienstverleningsovereenkomst met een dienstaanbieder) Deze paragraaf is van toepassing als de houder een dienstverleningsovereenkomst met een dienstaanbieder heeft gesloten. 2023 162 15-05-2023 12-04-2023 36137 2023 163 15-05-2023 10-05-2023 16-05-2023 15-05-2023
Artikel 8b — Artikel 8b (betaling aan een dienstaanbieder)#
Artikel 8b (betaling aan een dienstaanbieder) 1 De houder ontvangt een factuur van de dienstaanbieder waar een dienstverleningsovereenkomst mee is gesloten voor het door hem te betalen toltarief en betaalt het bedrag aan de dienstaanbieder. 2 Om de inning van het toltarief te verzekeren, kan de dienstaanbieder in de dienstverleningsovereenkomst de verplichting opnemen tot zekerheidstelling voor de betaling. 3 In de dienstverleningsovereenkomst wordt in ieder geval het volgende geregeld: a. het door de dienstaanbieder verzenden van een factuur aan de houder met daarin in ieder geval gespecificeerd het totaalbedrag aan toltarief, het aantal passages en de datum en het tijdstip van die passages; b. het in ieder geval door middel van girale betaling door de houder kunnen betalen van het toltarief aan de dienstaanbieder; c. de betalingstermijn die in de factuur voor de houder wordt opgenomen; d. het beheren door de dienstaanbieder van de klantenrelatie met de houder met inbegrip van een procedure voor klachtenafhandeling; e. het uitvoeren en naleven van het beveiligings- en privacybeleid van de dienstaanbieder; f. het verstrekken van een kwitantie door de dienstaanbieder aan de houder nadat het toltarief door de dienstaanbieder is ontvangen. 4 Uitvoeringsverordening (EU) 2020/204 Artikel 2, zesde lid, vanis van overeenkomstige toepassing bij het factureren, bedoeld in het eerste lid, van de houder door de ETS-aanbieder respectievelijk de hoofddienstaanbieder. 2023 162 15-05-2023 12-04-2023 36137 2023 163 15-05-2023 10-05-2023 16-05-2023 15-05-2023
Artikel 8c — Artikel 8c (ETS-aanbieder)#
Artikel 8c (ETS-aanbieder) Wet implementatie EETS-richtlijn artikelen 4, eerste lid, onderdelen b en c 5 7 8 13 25 26 27 37 38 Deis van overeenkomstige toepassing op een ETS-aanbieder met uitzondering van de,,,,,,,,en. 2023 162 15-05-2023 12-04-2023 36137 2023 163 15-05-2023 10-05-2023 16-05-2023 15-05-2023
Artikel 8d — Artikel 8d (verplichtingen van de hoofddienstaanbieder)#
Artikel 8d (verplichtingen van de hoofddienstaanbieder) 1 De hoofddienstaanbieder is verplicht met elke houder die daarom verzoekt, een dienstverleningsovereenkomst te sluiten. 2 Artikel 32 van de Wet implementatie EETS-richtlijn artikel 33 van de Wet implementatie EETS-richtlijn is van overeenkomstige toepassing op de hoofddienstaanbieder enis van overeenkomstige toepassing op de hoofddienstaanbieder voor zover een dienstverleningsovereenkomst is opgeschort. 3 Artikel 20, eerste lid, van de Wet implementatie EETS-richtlijn is van overeenkomstige toepassing op de betaling van het bedrag door de houder aan de hoofddienstaanbieder. 2023 162 15-05-2023 12-04-2023 36137 2024 178 21-06-2024 07-06-2024 01-07-2024
Artikel 8e — Artikel 8e (relatie Onze Minister en dienstaanbieder)#
Artikel 8e (relatie Onze Minister en dienstaanbieder) 1 Uitvoeringsverordening (EU) 2020/204 Als een dienstverleningsovereenkomst is gesloten, beëindigd, opgeschort of de opschorting is beëindigd, geeft de dienstaanbieder dat onmiddellijk door aan Onze Minister. Artikel 2, vierde lid, vanis van overeenkomstige toepassing op de gegevensverstrekking door de ETS-aanbieder respectievelijk de hoofddienstaanbieder aan Onze Minister. 2 artikel 2, tweede lid Onze Minister geeft voor kentekens waarvoor een dienstverleningsovereenkomst is gesloten, dagelijks via elektronische weg aan de dienstaanbieder door hoe vaak een passage over een wegvak als bedoeld in, heeft plaatsgevonden. Als er meerdere dienstverleningsovereenkomsten voor hetzelfde kenteken zijn gesloten, wordt uitgegaan van de laatste in werking getreden overeenkomst. 3 De dienstaanbieder betaalt het door de houder verschuldigde toltarief aan Onze Minister binnen een bij ministeriële regeling gestelde termijn nadat de gegevens, bedoeld in het tweede lid, door Onze Minister zijn doorgegeven aan de dienstaanbieder. 2023 162 15-05-2023 12-04-2023 36137 2023 163 15-05-2023 10-05-2023 16-05-2023 15-05-2023
Artikel 8f — Artikel 8f (invordering via privaatrecht)#
Artikel 8f (invordering via privaatrecht) artikelen 8b, eerste lid 8e, derde lid artikelen 4:88, tweede en derde lid 4:94 4:94a afdelingen 4.4.2 4.4.3 4.4.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de betalingsverplichting, bedoeld in de, en, zijn de,,en de,enniet van toepassing. 2023 162 15-05-2023 12-04-2023 36137 2023 163 15-05-2023 10-05-2023 16-05-2023 15-05-2023
Artikel 9 — Artikel 9 (geen toltarief verschuldigd)#
Artikel 9 (geen toltarief verschuldigd) 1 paragraaf 2.2.1 artikel 7, eerste lid artikel 4:113, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Het toltarief en, indienvan toepassing is, de aanmaningsvergoeding, bedoeld inkunnen al dan niet gedeeltelijk worden kwijtgescholden als degene die op grond van, het toltarief verschuldigd lijkt te zijn: a. aannemelijk maakt dat tegen zijn wil door een ander van het motorrijtuig gebruik is gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen; b. artikel 1 van het Kentekenreglement artikelen 31 tot en met 33 van het Kentekenreglement artikel 2, tweede lid, onder a een vrijwaringsbewijs als bedoeld inof een verklaring als bedoeld in deoverlegt waaruit blijkt dat hij ten tijde van het passeren van het wegvak als bedoeld in, geen eigenaar of houder meer was van het betrokken motorrijtuig; of c. artikel 2, tweede lid, onder a artikel 5, derde lid aannemelijk maakt dat het voertuig ten tijde van de registratie het wegvak als bedoeld in, niet heeft gepasseerd, sprake is van een onjuiste hoogte van het toltarief als gevolg van de differentiatie als bedoeld in, of het om een andere reden evident is dat de aanmaning onterecht is verzonden. 2 Paragraaf 2.2 Hoofdstuk 3 In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, is de bestuurder onderscheidenlijk degene aan wie het motorrijtuig werd overgedragen het toltarief verschuldigd.enzijn van overeenkomstige toepassing. 2023 162 15-05-2023 12-04-2023 36137 2023 163 15-05-2023 10-05-2023 16-05-2023 15-05-2023
Artikel 10 — Artikel 10 (verwerking persoonsgegevens door Onze Minister)#
Artikel 10 (verwerking persoonsgegevens door Onze Minister) 1 Onze Minister is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen persoonsgegevens die gebruikt worden voor de inning van het toltarief, de controle op tijdige betaling daarvan en de handhaving. 2 artikel 2, tweede lid, onder a Onze Minister verwerkt de persoonsgegevens, bedoeld in het eerste lid, die samenhangen met de motorrijtuigen die over een wegvak als bedoeld in, hebben gereden. 3 artikel 7b, eerste lid Als het toltarief niet of niet geheel binnen de termijn, bedoeld in, is betaald, is Onze Minister bevoegd de gegevens, bedoeld in het eerste lid, verder te verwerken door deze te koppelen aan de naam, het adres en de woonplaats van de houder. 4 artikel 4a, eerste lid Onze Minister bewaart de persoonsgegevens, bedoeld in het eerste lid, en de vastgelegde gegevens, bedoeld in: a. niet langer dan veertien maanden, voor zover uit de vergelijking van de vastgelegde gegevens met de informatie, bedoeld in het zesde lid, blijkt dat sprake is van een geldende dienstverleningsovereenkomst; of b. wanneer geen sprake is van een geldende dienstverleningsovereenkomst; 1°. artikel 7b, eerste lid gedurende een termijn van ten hoogste zeven werkdagen na betaling van het toltarief binnen de termijn bedoeld in; 2°. artikel 12, tweede lid totdat, voor zover van toepassing, het toltarief na aanmaning, bedoeld in, is betaald; 3°. artikel 5:45 van de Algemene wet bestuursrecht voor zover van toepassing, gedurende de termijn waarbinnen een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, bedoeld in; 4°. artikel 12, eerste lid gedurende een termijn van vijf jaar, voor zover van toepassing, nadat de bestuurlijke boete, bedoeld in, onherroepelijk is en is betaald, of indien de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 12, eerste lid, is vernietigd; of. 5°. artikel 4:104 van de Algemene wet bestuursrecht totdat, voor zover van toepassing, de termijn, bedoeld in, is verstreken. 5 artikel 7, eerste lid artikel 6, eerste, tweede of derde lid artikel 9, eerste lid Nadat is gebleken dat de verschuldigde van het toltarief, bedoeld inop grond van, is vrijgesteld van de tolheffing, dat hij een ontheffing van de tolheffing heeft als bedoeld in artikel 6, vierde lid, of dat hij op grond van, geen toltarief hoeft te betalen, worden de gegevens, bedoeld in het derde en vierde lid, onmiddellijk verwijderd. 6 Ten behoeve van het op automatische wijze vaststellen van overtredingen en het opleggen van een boete, is Onze Minister bevoegd de volgende gegevens verder te verwerken: a. artikel 32, eerste lid, onder a artikel 33, tweede lid, Wet implementatie EETS-richtlijn de gegevens, bedoeld in, en; b. artikel 8e, eerste lid de gegevens over de dienstverleningsovereenkomst en de melding, bedoeld in het; c. artikel 6 de informatie over ontheffingen en vrijstellingen als bedoeld in; d. de vastgelegde gegevens. 7 Dit artikel laat overige wettelijk voorgeschreven bewaartermijnen onverlet. 8 De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 2023 162 15-05-2023 12-04-2023 36137 2023 162 15-05-2023 12-04-2023 36137 16-05-2025
Artikel 10a — Artikel 10a (verwerking persoonsgegevens door de toezichthouder)#
Artikel 10a (verwerking persoonsgegevens door de toezichthouder) 1 artikel 15, eerste lid De toezichthouder is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen persoonsgegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving, bedoeld in. 2 De persoonsgegevens worden bewaard totdat, voor zover van toepassing, een onherroepelijke bestuurlijke boete is betaald. 3 Dit artikel laat overige wettelijk voorgeschreven bewaartermijnen onverlet. 2023 162 15-05-2023 12-04-2023 36137 2023 163 15-05-2023 10-05-2023 16-05-2023 15-05-2023
Artikel 10b — Artikel 10b (verwerking persoonsgegevens door de dienstaanbieder)#
Artikel 10b (verwerking persoonsgegevens door de dienstaanbieder) 1 Een dienstaanbieder is de verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens voor: a. artikel 8b, derde lid de verlening van diensten als bedoeld in; b. het sluiten, opschorten of beëindigen van de dienstverleningsovereenkomst, bedoeld in artikel 8e, eerste lid; c. artikel 8e, tweede lid de gegevens, bedoeld in; d. artikel 10, zesde lid, onderdeel c de informatie, bedoeld in. 2 De dienstaanbieder bewaart de persoonsgegevens niet langer dan nodig is voor het verrichten van de diensten, bedoeld in het eerste lid. 3 Dit artikel laat overige wettelijk voorgeschreven bewaartermijnen onverlet. 2023 162 15-05-2023 12-04-2023 36137 2023 163 15-05-2023 10-05-2023 16-05-2023 15-05-2023
Artikel 11 — Artikel 11 (opbrengsten naar Mobiliteitsfonds)#
Artikel 11 (opbrengsten naar Mobiliteitsfonds) 1 artikel 2, eerste lid, van de Wet Mobiliteitsfonds De opbrengsten van de tolheffing, de aanmaningsvergoeding en de bestuurlijke boete komen ten goede aan het Mobiliteitsfonds, bedoeld in. 2 artikel 2, tweede lid, van de Wet Mobiliteitsfonds De netto-opbrengsten worden, in afwijking vanuitsluitend gebruikt voor het realiseren van de tolopgave. 3 artikel 2, eerste lid, onder a, van de Wet Mobiliteitsfonds Onder bediening als bedoeld inwordt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen mede verstaan de exploitatie van tolheffing en de kosten van handhaving en toezicht voor de tolheffing. 2023 162 15-05-2023 12-04-2023 36137 2023 163 15-05-2023 10-05-2023 16-05-2023 15-05-2023
Artikel 12 — Artikel 12 (bestuurlijke boete bij betaling zonder overeenkomst)#
Artikel 12 (bestuurlijke boete bij betaling zonder overeenkomst) 1 artikel 7b, eerste lid paragraaf 2.2.1 Het niet of niet geheel betalen van het toltarief binnen de op grond van, gestelde termijn is een overtreding ter zake waarvan Onze Minister aan de houder, een bestuurlijke boete kan opleggen, die bestaat uit een bedrag van € 35,– vermeerderd met het oorspronkelijke toltarief en, indienvan toepassing is, de aanmaningsvergoeding. 2 artikel 8, tweede lid Als een aanmaning tot betaling van het toltarief is verzonden, wordt de bestuurlijke boete niet opgelegd dan nadat de termijn, bedoeld in, is verstreken. 3 De betaling van de bestuurlijke boete geschiedt binnen twee weken nadat de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden. 4 Als de bestuurlijke boete niet tijdig geheel is betaald, zendt Onze Minister de houder, een eerste aanmaning en wordt de bestuurlijke boete van rechtswege met vijftig procent verhoogd. De betaling geschiedt binnen vier weken na verzending van de eerste aanmaning het verhoogde bedrag te betalen. 5 Als het verhoogde bedrag, bedoeld in het vierde lid, niet binnen de in dat lid gestelde termijn geheel betaald is, zendt Onze Minister de houder, een tweede aanmaning en wordt het verhoogde bedrag van rechtswege verder verhoogd met honderd procent van dat bedrag. De betaling geschiedt binnen vier weken na verzending van de tweede aanmaning het verder verhoogde bedrag te betalen. 6 Als het verder verhoogde bedrag, bedoeld in het vijfde lid, niet binnen de in dat lid gestelde termijn geheel betaald is, is Onze Minister bevoegd tot uitvaardiging van een dwangbevel. 7 Artikel 4:113 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de eerste en tweede aanmaning. 8 Artikel 5:10, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de eerste aanmaning. 2023 162 15-05-2023 12-04-2023 36137 2023 163 15-05-2023 10-05-2023 16-05-2023 15-05-2023
Artikel 13 — Artikel 13 (verval verplichting betalen toltarief bij bestuurlijke boete)#
Artikel 13 (verval verplichting betalen toltarief bij bestuurlijke boete) artikel 4:113, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 12, eerste lid De verplichting tot betaling van het toltarief en de aanmaningsvergoeding, bedoeld in, vervalt als een bestuurlijke boete als bedoeld in, is opgelegd. 2015 497 15-12-2015 02-12-2015 34189 2016 74 22-02-2016 08-02-2016 15-03-2016
Artikel 14 — Artikel 14 (verzuim bestuurlijke boete)#
Artikel 14 (verzuim bestuurlijke boete) artikel 12, derde lid artikel 15, vierde lid Als de bestuurlijke boete niet binnen de in, gestelde termijn is voldaan, of niet onmiddellijk is voldaan in een geval als bedoeld in, is de houder, in verzuim voor de bestuurlijke boete, inclusief de daarop te vallen verhogingen, bedoeld in artikel 12, vierde en vijfde lid. 2023 162 15-05-2023 12-04-2023 36137 2023 163 15-05-2023 10-05-2023 16-05-2023 15-05-2023
Artikel 15 — Artikel 15 (het toezicht op de naleving)#
Artikel 15 (het toezicht op de naleving) 1 artikel 7, eerste lid, en 7b, eerste lid Met het toezicht op de naleving van, zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen. 2 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 3 Op de eerste vordering van een aangewezen persoon als bedoeld in het eerste lid is de bestuurder van een motorrijtuig verplicht dat te doen stilstaan. 4 artikel 12, eerste lid Als het motorrijtuig is staande gehouden met toepassing van het derde lid, kan een beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete als bedoeld in, worden bekendgemaakt door uitreiking aan de bestuurder als: artikel 12, derde lid In afwijking van de termijn, bedoeld in, moet deze bestuurlijke boete onmiddellijk worden betaald. a. artikel 8, tweede lid de betalingstermijn na de aanmaning, bedoeld in, is verstreken; of b. artikel 7b, eerste lid de termijn voor het betalen van het toltarief, bedoeld in, is verstreken en er voorafgaand aan de staandehouding geen aanmaning aan de houder, kon worden gezonden. 5 artikel 12, vierde tot en met achtste lid Indien in afwijking van het vierde lid de bestuurlijke boete niet onmiddellijk is betaald, is enkel na het verstrijken van twee weken nadat de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden,, van toepassing. 6 Onze Minister is bevoegd om in het geval, bedoeld in het vierde lid, of in het geval dat de houder geregistreerd staat voor het niet voldoen van een hem eerder opgelegde, onherroepelijke bestuurlijke boete voor een overtreding als bedoeld in artikel 12, eerste lid, bij wijze van voorlopige maatregel het motorrijtuig naar een door Onze Minister aangewezen plaats te doen overbrengen en in bewaring te stellen, dan wel aan het motorrijtuig een mechanisch hulpmiddel te doen aanbrengen, waardoor wordt verhinderd dat het voertuig wordt weggereden. Onze Minister kan vorderen dat, voordat het voertuig aan de bestuurder wordt teruggegeven, naast de kosten van overbrenging en bewaring, eveneens het bedrag van de opgelegde bestuurlijke boete inclusief de daarop te vallen verhogingen zal worden voldaan. 7 Bij de beschikking, bedoeld in het vierde lid, wordt gewezen op de bevoegdheid, bedoeld in het zesde en negende lid. 8 Voldoening van het bedrag van de opgelegde bestuurlijke boete laat de mogelijkheid om tegen de opgelegde boete, die is bekendgemaakt overeenkomstig het vierde lid, bezwaar te maken of beroep in te stellen onverlet. Het bezwaar en beroep tegen de bestuurlijke boete richt zich ook tegen de voorlopige maatregel, bedoeld in het zesde lid. Wordt het bezwaar of beroep gegrond verklaard, dan wordt het bedrag van de bestuurlijke boete en, als toepassing is gegeven aan het zesde lid, het motorrijtuig teruggegeven. 9 Als twaalf weken na de aanvang van de voorlopige maatregel, bedoeld in het zesde lid, de rechthebbende zijn motorrijtuig niet heeft afgehaald, wordt hij geacht zijn recht op de zaak te hebben opgegeven en is Onze Minister bevoegd het motorrijtuig om niet aan een derde in eigendom te doen overdragen, te verkopen of te doen vernietigen. 10 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de overbrenging, bewaring, eigendomsoverdracht om niet, verkoop, vernietiging, de berekening van de kosten van overbrenging en bewaring, alsmede over hetgeen verder voor de uitvoering van dit artikel noodzakelijk is. 2023 419 22-11-2023 08-11-2023 36384 2023 419 22-11-2023 08-11-2023 36384 25-03-2024
Artikel 16 — Artikel 16 (handhavingsplan)#
Artikel 16 (handhavingsplan) 1 Onze Minister werkt de handhaving voor de tolheffing en het toezicht uit in een handhavingsplan. 2 Het handhavingsplan bevat een omschrijving van de wijze waarop: a. een boete wordt opgelegd; b. de boete wordt geïnd, in het bijzonder in het geval dat er geen gegevens van de houder, bekend zijn, en c. het toezicht op het netwerk georganiseerd is. 2023 162 15-05-2023 12-04-2023 36137 2023 163 15-05-2023 10-05-2023 16-05-2023 15-05-2023
Artikel 17 — Artikel 17 (voorhang handhavingsplan)#
Artikel 17 (voorhang handhavingsplan) artikel 5, eerste lid artikel 16, eerste lid Het toltarief, bedoeld in, wordt in ieder geval niet eerder geheven dan vier weken nadat het ontwerp van het handhavingsplan, bedoeld in, aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 2015 497 15-12-2015 02-12-2015 34189 2016 74 22-02-2016 08-02-2016 15-03-2016
Artikel 18 — Artikel 18 (beroepsgronden)#
Artikel 18 (beroepsgronden) artikel 7 artikel 8 Het bezwaar- of beroepschrift tegen de bestuurlijke boete kan zich ook richten tegen de verplichting tot het betalen van het toltarief, bedoeld in, en voor zover van toepassing de aanmaningskosten, bedoeld in. 2023 162 15-05-2023 12-04-2023 36137 2023 163 15-05-2023 10-05-2023 16-05-2023 15-05-2023
Artikel 19 — Artikel 19 (verslag)#
Artikel 19 (verslag) Onze Minister zendt telkens na vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid van deze wet in de praktijk. 2015 497 15-12-2015 02-12-2015 34189 2016 74 22-02-2016 08-02-2016 15-03-2016
Artikel 20 — Artikel 20 Wbm (intrekken)#
Artikel 20 Wbm (intrekken) Wet bereikbaarheid en mobiliteit Dewordt ingetrokken. 2015 497 15-12-2015 02-12-2015 34189 2016 74 22-02-2016 08-02-2016 15-03-2016
Artikel 21 — Artikel 21 Algemene wet bestuursrecht (wijziging)#
Artikel 21 Algemene wet bestuursrecht (wijziging) Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht. 2015 497 15-12-2015 02-12-2015 34189 2016 74 22-02-2016 08-02-2016 15-03-2016
Artikel 22 — Artikel 22 Wegenverkeerswet 1994 (wijziging)#
Artikel 22 Wegenverkeerswet 1994 (wijziging) Wijzigt de Wegenverkeerswet 1994. 2015 497 15-12-2015 02-12-2015 34189 2016 74 22-02-2016 08-02-2016 15-03-2016
Artikel 23 — Artikel 23 Wegenwet (wijziging)#
Artikel 23 Wegenwet (wijziging) Wijzigt de Wegenwet. 2015 497 15-12-2015 02-12-2015 34189 2016 74 22-02-2016 08-02-2016 15-03-2016
Artikel 24 — Artikel 24 Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 (wijziging)#
Artikel 24 Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 (wijziging) Wijzigt de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994. 2015 497 15-12-2015 02-12-2015 34189 2016 74 22-02-2016 08-02-2016 15-03-2016
Artikel 25 — Artikel 25 (inwerkingtreding)#
Artikel 25 (inwerkingtreding) De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2015 497 15-12-2015 02-12-2015 34189 2016 74 22-02-2016 08-02-2016 15-03-2016
Artikel 26 — Artikel 26 (citeertitel)#
Artikel 26 (citeertitel) Deze wet wordt aangehaald als: Wet tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15. 2015 497 15-12-2015 02-12-2015 34189 2016 74 22-02-2016 08-02-2016 15-03-2016