Wet van 30 september 2015 tot aanpassing van enige arbeidsrechtelijke bepalingen die een belemmering kunnen vormen voor werknemers en ambtenaren die na de AOW-gerechtigde leeftijd willen blijven werken (Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd)
- BWB-id
- BWBR0037099
- Type
- Wet
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2023-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0037099
- ELI
- /eli/nl/wet/2016/wet-werken-na-de-aow-gerechtigde-leeftijd
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2016/wet-werken-na-de-aow-gerechtigde-leeftijd/2023-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0037099&g=2023-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0037099&z=2026-06-06&g=2023-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0037099/2023-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2016/wet-werken-na-de-aow-gerechtigde-leeftijd
Artikel I — Artikel I Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Wijzigingen van#
Artikel I Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Wijzigingen van Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 7. 2015 376 20-10-2015 30-09-2015 34073 2015 377 20-10-2015 14-10-2015 01-01-2016
Artikel II — Artikel II Ambtenarenwet Wijzigingen van de#
Artikel II Ambtenarenwet Wijzigingen van de Wijzigt de Ambtenarenwet. 2015 376 20-10-2015 30-09-2015 34073 2015 377 20-10-2015 14-10-2015 01-01-2016
Artikel III — Artikel III Wijzigingen van de Ziektewet#
Artikel III Wijzigingen van de Ziektewet Wijzigt de Ziektewet. 2015 376 20-10-2015 30-09-2015 34073 2015 377 20-10-2015 14-10-2015 01-07-2016 Onderdelen D, E en I, voor zover het artikel 106 van de Ziektewet betreft.
Artikel IV — Artikel IV Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Wijziging van de#
Artikel IV Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Wijziging van de Wijzigt de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel V — Artikel V Wet flexibel werken Wijziging van de#
Artikel V Wet flexibel werken Wijziging van de Wijzigt de Wet flexibel werken. 2015 376 20-10-2015 30-09-2015 34073 2015 377 20-10-2015 14-10-2015 01-01-2016
Artikel VI — Artikel VI Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wijziging van de#
Artikel VI Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wijziging van de Wijzigt de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. 2015 376 20-10-2015 30-09-2015 34073 2015 377 20-10-2015 14-10-2015 01-01-2016
Artikel VII — Artikel VII Wet financiering sociale verzekeringen Wijziging van de#
Artikel VII Wet financiering sociale verzekeringen Wijziging van de Wijzigt de Wet financiering sociale verzekeringen. 2015 376 20-10-2015 30-09-2015 34073 2015 377 20-10-2015 14-10-2015 01-07-2016 Onderdeel B.
Artikel VIII — Artikel VIII Toeslagenwet Wijziging van de#
Artikel VIII Toeslagenwet Wijziging van de Wijzigt de Toeslagenwet. 2015 376 20-10-2015 30-09-2015 34073 2015 377 20-10-2015 14-10-2015 01-01-2016
Artikel VIIIa — Artikel VIIIa Overgangsrecht Burgerlijk Wetboek#
Artikel VIIIa Overgangsrecht Burgerlijk Wetboek 1 artikelen 629, lid 2 670, lid 1, onder a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek In afwijking van het in de, engenoemde tijdvak van 6 weken, geldt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip een tijdvak van dertien weken voor de werknemer: a. artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet die de inbedoelde leeftijd heeft bereikt, en b. artikel 629, lid 2, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek die geen werknemer als bedoeld inis. 2 Indien de ongeschiktheid wegens ziekte een aanvang heeft genomen voor de datum waarop de werknemer de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde leeftijd heeft bereikt, geldt vanaf die datum de in het eerste lid genoemde termijn, voor zover het totale tijdvak niet meer bedraagt dan 104 weken. 3 artikel 669, lid 3, onderdelen b en c, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet In afwijking van het ingenoemde tijdvak van 6 weken, geldt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip een tijdvak van dertien weken voor de werknemer die de inbedoelde leeftijd heeft bereikt. 4 Indien de ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte een aanvang heeft genomen voor het op grond van het eerste lid vast te stellen tijdstip blijft het in dat lid genoemde tijdvak van dertien weken gelden. 5 Het tijdstip, bedoeld in het eerste en derde lid, wordt niet eerder vastgesteld, dan nadat: a. 34 073 Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd (Kamerstukken) in de praktijk gedurende de eerste twee jaren na inwerkingtreding van die wet, aan de beide kamers der Staten-Generaal heeft gezonden; en b. acht weken zijn verstreken nadat het voornemen tot het vaststellen van dat tijdstip is meegedeeld aan de beide kamers der Staten-Generaal. 2022 543 27-12-2022 21-12-2022 36216 2022 544 27-12-2022 21-12-2022 01-01-2023 Door Stb. 2023/169 is de datum bedoeld in het eerste en derde lid
vastgesteld op 1 juli 2023.
Artikel IX — Artikel IX Overgangsrecht Burgerlijk Wetboek#
Artikel IX Overgangsrecht Burgerlijk Wetboek 1 artikel 629, lid 1, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 670, lid 1, onder a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel I, onderdeel F Het ingenoemde tijdvak van 104 weken alsmede, zoals deze bepaling luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding vanvan de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd, blijven gedurende zes maanden na dat tijdstip van toepassing op de werknemer: a. artikel I, onderdeel F artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet die op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van, van de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd ten minste de inbedoelde leeftijd heeft, dan wel binnen zes maanden na dat tijdstip deze leeftijd bereikt, en b. die voor het in onderdeel a bedoelde tijdstip en tevens, al dan niet na een onderbreking gedurende minder dan vier weken, na die dag verhinderd is de bedongen arbeid te verrichten in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte, en c. artikel 629, lid 1, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek op wie op die dag het ingenoemde tijdvak van 104 weken van toepassing is. 2 artikel VIIIA Na afloop van de in lid 1 genoemde termijn van zes maanden, geldt de ingenoemde termijn van dertien weken, voor zover het totale tijdvak niet meer bedraagt dan 104 weken. 2015 376 20-10-2015 30-09-2015 34073 2015 377 20-10-2015 14-10-2015 01-01-2016
Artikel X — Artikel X Samenloop met het initiatiefwetsvoorstel tot wijziging van de Wet aanpassing arbeidsduur ten einde flexibel werken te bevorderen#
Artikel X Samenloop met het initiatiefwetsvoorstel tot wijziging van de Wet aanpassing arbeidsduur ten einde flexibel werken te bevorderen Wijzigt deze wet. 2015 376 20-10-2015 30-09-2015 34073 2015 377 20-10-2015 14-10-2015 01-01-2016
Artikel Xa — Artikel Xa Wet maatregelen Wet werk en bijstand en enkele andere wetten Wijziging van de#
Artikel Xa Wet maatregelen Wet werk en bijstand en enkele andere wetten Wijziging van de Wijzigt de Wet maatregelen Wet werk en bijstand en enkele andere wetten enkele andere wetten. 2015 376 20-10-2015 30-09-2015 34073 2015 377 20-10-2015 14-10-2015 01-01-2016
Artikel Xb — Artikel Xb Verzamelwet SZW 2015 Wijziging van de#
Artikel Xb Verzamelwet SZW 2015 Wijziging van de Wijzigt de Verzamelwet SZW 2015. 2015 376 20-10-2015 30-09-2015 34073 2015 377 20-10-2015 14-10-2015 01-01-2016
Artikel Xc — Artikel Xc#
Artikel Xc Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk gedurende de eerste twee jaren na inwerkingtreding. 2015 376 20-10-2015 30-09-2015 34073 2015 377 20-10-2015 14-10-2015 01-01-2016
Artikel XI — Artikel XI Citeertitel#
Artikel XI Citeertitel Deze wet wordt aangehaald als: Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd. 2015 376 20-10-2015 30-09-2015 34073 2015 377 20-10-2015 14-10-2015 01-01-2016
Artikel XII — Artikel XII Inwerkingtreding#
Artikel XII Inwerkingtreding 1 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2 Wet raadgevend referendum artikel 12 van de Wet raadgevend referendum 30 372 Indien het bij geleidende brief van 16 november 2005 ingediende voorstel van wet van de leden Dubbelboer, Duyvendak en Van der Ham, houdende regels inzake het raadgevend referendum () (Kamerstukken) tot wet is verheven en deze wet is bekrachtigd op of na de datum waarop de Wet raadgevend referendum in werking is getreden, wordt in het in het eerste lid bedoelde besluit zo nodig toepassing gegeven aan. 2015 376 20-10-2015 30-09-2015 34073 2015 377 20-10-2015 14-10-2015 01-01-2016