Wet van 10 februari 2017, houdende tijdelijke regels inzake het opleggen van vrijheidsbeperkende maatregelen aan personen die een gevaar vormen voor de nationale veiligheid of die voornemens zijn zich aan te sluiten bij terroristische strijdgroepen en inzake het weigeren en intrekken van beschikkingen bij ernstig gevaar voor gebruik ervan voor terroristische activiteiten (Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding)
- BWB-id
- BWBR0039210
- Type
- Wet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2022-02-26
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0039210
- ELI
- /eli/nl/wet/2017/tijdelijke-wet-bestuurlijke-maatregelen-terrorismebestrijdin
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2017/tijdelijke-wet-bestuurlijke-maatregelen-terrorismebestrijdin/2022-02-26
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0039210&g=2022-02-26
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0039210&z=2026-06-06&g=2022-02-26
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0039210/2022-02-26
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2017/tijdelijke-wet-bestuurlijke-maatregelen-terrorismebestrijdin
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Justitie en Veiligheid; b. Schengengebied: het grondgebied van de staten waarop de Schengengrenscode van toepassing is; c. Schengengrenscode: Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) (PbEU 2016, L77). 2022 85 25-02-2022 23-02-2022 35917 2022 85 25-02-2022 23-02-2022 35917 26-02-2022
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Onze Minister kan, indien dat noodzakelijk is met het oog op de bescherming van de nationale veiligheid, aan een persoon die op grond van zijn gedragingen in verband kan worden gebracht met terroristische activiteiten of de ondersteuning daarvan, een maatregel opleggen, strekkende tot beperking van de vrijheid van beweging. 2 Een maatregel kan bestaan uit: a. een verplichting om zich op door Onze Minister vast te stellen tijdstippen te melden bij een door Onze Minister aangewezen politiechef of organisatie; b. een verbod om zich te bevinden in of in de omgeving van een of meer bepaalde objecten dan wel in een bepaald gedeelte of bepaalde delen van Nederland, dat niet groter is of die niet groter zijn dan strikt noodzakelijk voor de bescherming van de nationale veiligheid; c. een verbod om zich te bevinden in de nabijheid van een of meer bepaalde personen. 2017 51 22-02-2017 10-02-2017 34359 2017 65 27-02-2017 17-02-2017 01-03-2017
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a 1 artikel 2, tweede lid, onderdeel b Indien dat noodzakelijk is met het oog op de naleving van een verbod als bedoeld in, kan Onze Minister besluiten tot het toepassen van een technische voorziening waarmee toezicht wordt gehouden op de naleving van dat verbod. 2 artikel 2, tweede lid, onderdeel b Het in het eerste lid bedoelde besluit wordt ingetrokken zodra het niet meer noodzakelijk is met het oog op de naleving van een verbod als bedoeld in. 3 Artikel 4, vijfde lid , is van overeenkomstige toepassing op de bekendmaking van een besluit op grond van het eerste lid. 4 Voor de toepassing van de in het eerste lid bedoelde technische voorziening kan Onze Minister een krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen reclasseringsinstelling aanwijzen. 5 Onze Minister kan algemene en bijzondere aanwijzingen geven ter zake van de toepassing van de in het eerste lid bedoelde technische voorziening. 2017 51 22-02-2017 10-02-2017 34359 2017 65 27-02-2017 17-02-2017 01-03-2017
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap Onze Minister kan, indien dat noodzakelijk is met het oog op de bescherming van de nationale veiligheid, aan een persoon een verbod opleggen het Schengengebied te verlaten, indien ten aanzien van deze persoon het gegronde vermoeden bestaat dat deze zich buiten dit grondgebied zal begeven met als doel zich aan te sluiten bij een organisatie die is geplaatst op de lijst van organisaties, bedoeld in. 2017 51 22-02-2017 10-02-2017 34359 2017 67 28-02-2017 10-02-2017 01-03-2017 2017 51 22-02-2017 10-02-2017 34359 2017 65 27-02-2017 17-02-2017 01-03-2017
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikelen 2 3 Een maatregel als bedoeld in deenwordt opgelegd voor een periode van ten hoogste zes maanden, maar niet langer dan strikt noodzakelijk is voor de bescherming van de nationale veiligheid. De maatregel kan worden verlengd met een telkens door Onze Minister vast te stellen periode van ten hoogste zes maanden. 2 Indien dat aanvaardbaar is met het oog op de bescherming van de nationale veiligheid kan Onze Minister op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een of meer verplichtingen die voortvloeien uit een opgelegde maatregel. Onze Minister kan aan de ontheffing voorschriften verbinden. 3 Onze Minister wijzigt een opgelegde maatregel ten gunste van de betrokkene of trekt hem in, indien nieuwe feiten of omstandigheden daartoe aanleiding geven. Onze Minister kan op grond van nieuwe feiten of omstandigheden een maatregel wijzigen ten nadele van de betrokkene. 4 Een maatregel wordt in ieder geval ingetrokken zodra deze niet langer noodzakelijk is met het oog op de bescherming van de nationale veiligheid. 5 artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht Indien de situatie dermate spoedeisend is dat Onze Minister de beslissing tot het opleggen, wijzigen of verlengen van een maatregel niet tevoren op schrift kan stellen, maakt Onze Minister de beslissing op een door hem te bepalen wijze aan de betrokkene bekend. In dat geval zorgt hij alsnog onverwijld voor de opschriftstelling en voor de bekendmaking aan belanghebbende overeenkomstig. 2017 51 22-02-2017 10-02-2017 34359 2017 65 27-02-2017 17-02-2017 01-03-2017
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikelen 2 3 artikel 2a, eerste lid artikel 4, tweede lid artikel 8:52 van de Algemene wet bestuursrecht De rechtbank behandelt het beroep tegen een besluit omtrent het opleggen, wijzigen, verlengen of intrekken van een maatregel als bedoeld in deen, een besluit omtrent het toepassen van een technische voorziening als bedoeld in, en een besluit omtrent het verlenen van een ontheffing als bedoeld in, met toepassing van. 2 De rechtbank houdt bij de beoordeling van het beroep rekening met feiten en omstandigheden die na het nemen van het bestreden besluit zijn opgekomen, tenzij de goede procesorde zich daartegen verzet of de afdoening van de zaak daardoor ontoelaatbaar wordt vertraagd. De rechtbank verzoekt Onze Minister om zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de wederpartij en de rechtbank te laten weten of de ingeroepen feiten en omstandigheden aanleiding zijn voor handhaving, wijziging of intrekking van het bestreden besluit. 2017 51 22-02-2017 10-02-2017 34359 2017 65 27-02-2017 17-02-2017 01-03-2017
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Een bestuursorgaan kan een aanvraag voor een subsidie, vergunning, ontheffing of erkenning afwijzen dan wel een beschikking ter zake van een subsidie, vergunning, ontheffing of erkenning intrekken, indien: a. de aanvrager, subsidieontvanger of houder van een vergunning, ontheffing of erkenning op grond van zijn gedragingen in verband kan worden gebracht met terroristische activiteiten of de ondersteuning daarvan; en b. ernstig gevaar bestaat dat de subsidie, vergunning, ontheffing of erkenning mede zal worden gebruikt ten behoeve van terroristische activiteiten of de ondersteuning daarvan. 2017 51 22-02-2017 10-02-2017 34359 2017 65 27-02-2017 17-02-2017 01-03-2017
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikelen 2 3 artikel 4, tweede lid Alvorens een besluit te nemen omtrent het opleggen, wijzigen, verlengen of intrekken van een maatregel als bedoeld in deenof omtrent het verlenen van een ontheffing als bedoeld in, overlegt Onze Minister met de burgemeester van de gemeente waar degene tot wie het voorgenomen besluit zich richt woon- of verblijfplaats heeft alsmede andere bij het voorgenomen besluit betrokken burgemeesters, tenzij de spoedeisendheid van de situatie daaraan in de weg staat. In dat geval informeert Onze Minister deze burgemeesters hierover onverwijld. 2 artikel 6 artikel 3:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Alvorens een besluit te nemen op grond van, dan wel het ontwerp van het te nemen besluit overeenkomstigter inzage te leggen, overlegt een bestuursorgaan met Onze Minister. 3 artikelen 4:7 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht Aan deenwordt niet eerder toepassing gegeven dan nadat het in het eerste en tweede lid bedoelde overleg heeft plaatsgevonden. 2017 51 22-02-2017 10-02-2017 34359 2017 65 27-02-2017 17-02-2017 01-03-2017
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a 1 paragraaf 3.1 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming Gelet op artikel 9, tweede lid, onderdeel g, van de Algemene verordening gegevensbescherming, is het verbod om gegevens waaruit ras of etnische afkomst, politieke, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen blijken en verwerking van gegevens over gezondheid als bedoeld inte verwerken niet van toepassing indien de verwerking geschiedt door Onze Minister voor zover de verwerking van deze gegevens noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn bevoegdheden op grond van deze wet. 2 paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming Gelet op artikel 10 van de Algemene verordening gegevensbescherming mag Onze Minister persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld inverwerken, indien de verwerking noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn bevoegdheden op grond van deze wet. 2022 85 25-02-2022 23-02-2022 35917 2022 85 25-02-2022 23-02-2022 35917 26-02-2022
Artikel 7b — Artikel 7b#
Artikel 7b artikel 7a De inbedoelde persoonsgegevens worden vernietigd zodra zij niet langer noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de bevoegdheden op grond van deze wet, in ieder geval uiterlijk 5 jaar na de laatste verwerking. 2022 85 25-02-2022 23-02-2022 35917 2022 85 25-02-2022 23-02-2022 35917 26-02-2022
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 2, eerste lid artikel 3 artikel 4, tweede lid Opzettelijk handelen in strijd met een verplichting of verbod, opgelegd krachtens,, of de voorschriften, verbonden aan een ontheffing als bedoeld in, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie. 2 artikel 2a, eerste lid Opzettelijk onttrekken aan controle middels een technische voorziening als bedoeld in, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie. 3 De in het eerste en tweede lid strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven. 2017 51 22-02-2017 10-02-2017 34359 2017 65 27-02-2017 17-02-2017 01-03-2017
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Wijzigt het Wetboek van Strafvordering. 2017 51 22-02-2017 10-02-2017 34359 2017 65 27-02-2017 17-02-2017 01-03-2017
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht. 2017 51 22-02-2017 10-02-2017 34359 2017 65 27-02-2017 17-02-2017 01-03-2017
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Wijzigt deze wet. 2017 51 22-02-2017 10-02-2017 34359 2017 65 27-02-2017 17-02-2017 01-03-2017
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Onze Minister zendt voor 1 september 2024 aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. 2022 85 25-02-2022 23-02-2022 35917 2022 85 25-02-2022 23-02-2022 35917 26-02-2022
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 12 van de Wet raadgevend referendum Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. In dat besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan. 2 Deze wet vervalt met ingang van 1 maart 2027. 2022 85 25-02-2022 23-02-2022 35917 2022 85 25-02-2022 23-02-2022 35917 26-02-2022
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Wijzigt het Wetboek van Strafvordering. 2017 51 22-02-2017 10-02-2017 34359 2017 65 27-02-2017 17-02-2017 01-03-2017
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht. 2017 51 22-02-2017 10-02-2017 34359 2017 65 27-02-2017 17-02-2017 01-03-2017
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Deze wet wordt aangehaald als: Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding. 2017 51 22-02-2017 10-02-2017 34359 2017 65 27-02-2017 17-02-2017 01-03-2017