Wet van 16 mei 2018, houdende regels ter uitvoering van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2016, L 119) (Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming)
- BWB-id
- BWBR0040940
- Type
- Wet
- Ministerie
- Justitie en Veiligheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2021-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0040940
- ELI
- /eli/nl/wet/2018/uitvoeringswet-algemene-verordening-gegevensbescherming
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2018/uitvoeringswet-algemene-verordening-gegevensbescherming/2021-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0040940&g=2021-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0040940&z=2026-06-06&g=2021-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0040940/2021-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2018/uitvoeringswet-algemene-verordening-gegevensbescherming
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: bijzondere categorieën van persoonsgegevens: de categorieën van persoonsgegevens, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de verordening Onze Minister: Onze Minister voor Rechtsbescherming; persoonsgegevens van strafrechtelijke aard: persoonsgegevens betreffende strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten of daarmee verband houdende veiligheidsmaatregelen als bedoeld in artikel 10 van de verordening, alsmede persoonsgegevens betreffende een door de rechter opgelegd verbod naar aanleiding van onrechtmatig of hinderlijk gedrag; verordening: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2016, L 119). 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 2 — Artikel 2 Materiële reikwijdte#
Artikel 2 Materiële reikwijdte 1 Deze wet en de daarop berustende bepalingen zijn van toepassing op de geheel of gedeeltelijk geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens, alsmede op de verwerking van persoonsgegevens die in een bestand zijn opgenomen of die bestemd zijn om daarin te worden opgenomen. 2 Wet basisregistratie personen Kieswet Wet raadgevend referendum In afwijking van het eerste lid, is deze wet niet van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens voor zover daarop de, deof devan toepassing is. 3 artikel 3 Behoudens het bepaalde in, is deze wet niet van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de verordening. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 2a — Artikel 2a Inachtneming behoeften kleine, middelgrote en micro-ondernemingen#
Artikel 2a Inachtneming behoeften kleine, middelgrote en micro-ondernemingen De Autoriteit persoonsgegevens neemt bij de toepassing van de verordening de specifieke behoeften van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen als bedoeld in artikel 2 van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PbEU 2003 L124) in aanmerking. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 3 — Artikel 3 Schakelbepaling verwerkingen buiten werkingssfeer verordening#
Artikel 3 Schakelbepaling verwerkingen buiten werkingssfeer verordening 1 Deze wet en de daarop berustende bepalingen zijn mede van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens: a. in het kader van activiteiten die buiten de werkingssfeer van het Unierecht vallen; b. door de krijgsmacht bij de uitvoering van activiteiten die binnen de werkingssfeer van titel V, hoofdstuk 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie vallen. 2 De verordening is van overeenkomstige toepassing op de verwerking van persoonsgegevens, bedoeld in het eerste lid. 3 Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op: a. artikel 97 van de Grondwet de verwerking van persoonsgegevens door de krijgsmacht, voor zover Onze Minister van Defensie daartoe beslist met het oog op de inzet of het ter beschikking stellen van de krijgsmacht ter uitvoering van de inomschreven taken; b. Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 de verwerking van persoonsgegevens voor zover daarop devan toepassing is. 4 Van een besluit als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, wordt zo spoedig mogelijk mededeling gedaan aan de Autoriteit persoonsgegevens. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 4 — Artikel 4 Territoriale reikwijdte#
Artikel 4 Territoriale reikwijdte 1 Deze wet en de daarop berustende bepalingen zijn van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens in het kader van activiteiten van een vestiging van een verwerkingsverantwoordelijke of een verwerker in Nederland. 2 Deze wet en de daarop berustende bepalingen zijn van toepassing op verwerking van persoonsgegevens van betrokkenen die zich in Nederland bevinden door een niet in de Europese Unie gevestigde verwerkingsverantwoordelijke of verwerker, wanneer de verwerking verband houdt met: a. het aanbieden van goederen of diensten aan deze betrokkenen in Nederland, ongeacht of een betaling door de betrokkenen is vereist; of b. het monitoren van hun gedrag, voor zover dit gedrag in Nederland plaatsvindt. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 5 — Artikel 5 Toestemming van wettelijk vertegenwoordiger#
Artikel 5 Toestemming van wettelijk vertegenwoordiger 1 Indien artikel 8 van de verordening niet van toepassing is, is in de plaats van de toestemming van de betrokkene die van zijn wettelijk vertegenwoordiger vereist indien de betrokkene de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt. 2 Indien de betrokkene onder curatele is gesteld, dan wel ten behoeve van de betrokkene een bewind of mentorschap is ingesteld, is, voor zover het een aangelegenheid betreft waarvoor de betrokkene onbekwaam dan wel onbevoegd is, in de plaats van de toestemming van de betrokkene die van zijn wettelijk vertegenwoordiger vereist. 3 Toestemming kan door de wettelijk vertegenwoordiger van de betrokkene te allen tijde worden ingetrokken. 4 De rechten van de betrokkene, bedoeld in hoofdstuk III van de verordening, worden ten aanzien van betrokkenen die de leeftijd van zestien jaren nog niet hebben bereikt, ten aanzien van onder curatele gestelden en ten aanzien van betrokkenen ten behoeve van wie een bewind of mentorschap is ingesteld, uitgeoefend door hun wettelijk vertegenwoordigers, voor zover het een aangelegenheid betreft waarvoor de betrokkene onbekwaam dan wel onbevoegd is. 5 Dit artikel is niet van toepassing op hulp- en adviesdiensten die rechtstreeks en kosteloos aan een minderjarige of een onder curatele gestelde worden aangeboden. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 6 — Artikel 6 Oprichting en aanwijzing als toezichthoudende autoriteit#
Artikel 6 Oprichting en aanwijzing als toezichthoudende autoriteit 1 Er is een Autoriteit persoonsgegevens. De Autoriteit persoonsgegevens bezit rechtspersoonlijkheid. 2 De Autoriteit persoonsgegevens is de toezichthoudende autoriteit, bedoeld in artikel 51, eerste lid, van de verordening. 3 Onverminderd artikel 57 van de verordening, heeft de Autoriteit persoonsgegevens tot taak toe te zien op de verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig het bij en krachtens de verordening of de wet bepaalde. 4 Ter uitvoering van een bindende EU-rechtshandeling kunnen, gehoord de Autoriteit persoonsgegevens, bij regeling van Onze Minister aan de Autoriteit persoonsgegevens taken worden opgedragen. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 518 28-12-2018 19-12-2018 01-01-2019
Artikel 7 — Artikel 7 Samenstelling#
Artikel 7 Samenstelling 1 De Autoriteit persoonsgegevens bestaat uit een voorzitter en twee andere leden. 2 Bij de Autoriteit persoonsgegevens kunnen voorts buitengewone leden worden benoemd. Bij de benoeming van buitengewone leden wordt spreiding over de onderscheidene sectoren van de maatschappij nagestreefd. 3 De voorzitter, de andere leden en de buitengewone leden van de Autoriteit persoonsgegevens worden bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister, benoemd. 4 artikel 5 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren De voorzitter voldoet aan de bij of krachtensgestelde vereisten voor benoembaarheid tot rechter in een rechtbank. 5 De benoeming, bedoeld in het derde lid, geldt voor een tijdvak van vijf jaar. 6 De voorzitter, de andere leden en de buitengewone leden van de Autoriteit persoonsgegevens kunnen eenmaal worden herbenoemd voor een tijdvak van vijf jaar. 7 Op eigen verzoek worden de voorzitter, de andere leden en de buitengewone leden van de Autoriteit persoonsgegevens door Onze Minister ontslagen. 8 Artikel 12 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is niet van toepassing. 9 Er is een Raad van advies die de Autoriteit persoonsgegevens adviseert over algemene aspecten van de bescherming van persoonsgegevens. De leden zijn afkomstig uit de onderscheidene sectoren van de maatschappij en worden benoemd door Onze Minister, op voordracht van de voorzitter van de Autoriteit persoonsgegevens. De leden worden benoemd voor ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan tweemaal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden. Bij ministeriële regeling wordt de vergoeding van de kosten aan de leden van de Raad van advies vastgesteld. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 8 — Artikel 8 Disciplinaire maatregelen voorzitter en andere leden#
Artikel 8 Disciplinaire maatregelen voorzitter en andere leden artikelen 46c 46d, tweede lid 46f 46g 46i, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c 46j 46l, eerste en derde lid 46m 46n 46o 46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren De,,,,,,,,,enzijn van overeenkomstige toepassing op de voorzitter en de andere leden van de Autoriteit persoonsgegevens, met dien verstande dat: a. artikel 46c, eerste lid de disciplinaire maatregel bedoeld in, ten aanzien van de andere leden van de Autoriteit persoonsgegevens door de voorzitter van de Autoriteit persoonsgegevens wordt opgelegd; b. artikel 46c, eerste lid, onderdeel b het in, genoemde verbod zich in een onderhoud of een gesprek in te laten met partijen of hun advocaten of gemachtigden of een bijzondere inlichting of schriftelijk stuk van hen aan te nemen, niet op de voorzitter en de andere leden van de Autoriteit persoonsgegevens van toepassing is; c. artikel 46c, eerste lid de disciplinaire maatregel bedoeld in, ten aanzien van de voorzitter van de Autoriteit persoonsgegevens door de president van het gerechtshof Den Haag wordt opgelegd. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 9 — Artikel 9 Rechtspositie voorzitter, andere leden en buitengewone leden#
Artikel 9 Rechtspositie voorzitter, andere leden en buitengewone leden De rechtspositie van de voorzitter, de andere leden en de buitengewone leden wordt geregeld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 10 — Artikel 10 Secretariaat#
Artikel 10 Secretariaat De Autoriteit persoonsgegevens heeft een secretariaat. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 11 — Artikel 11 Begroting, verantwoording en vertegenwoordigingsbevoegdheid#
Artikel 11 Begroting, verantwoording en vertegenwoordigingsbevoegdheid 1 De Autoriteit persoonsgegevens stelt jaarlijks voorafgaand aan het desbetreffende begrotingsjaar een ontwerpbegroting op. 2 artikel 2.1, zesde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 In de departementale begroting, bedoeld in, kent Onze Minister jaarlijks aan de Autoriteit persoonsgegevens een budget toe ten laste van de rijksbegroting. 3 De Autoriteit persoonsgegevens stelt de begroting vast in overeenstemming met het budget, bedoeld in het tweede lid. 4 De Autoriteit persoonsgegevens wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter en de andere leden, dan wel door een van hen. 5 De leden stellen een verdeling van taken vast en betrekken hierbij zoveel mogelijk de buitengewone leden. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 518 28-12-2018 19-12-2018 01-01-2019
Artikel 12 — Artikel 12 Beperking inlichtingenplicht jegens minister#
Artikel 12 Beperking inlichtingenplicht jegens minister Artikel 20 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is niet van toepassing indien de Autoriteit persoonsgegevens de informatie van derden heeft verkregen onder de voorwaarde dat het geheime karakter daarvan wordt gehandhaafd. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 13 — Artikel 13 Uitzonderingen bevoegdheden inzake beleidsregels, vernietiging en taakverwaarlozing#
Artikel 13 Uitzonderingen bevoegdheden inzake beleidsregels, vernietiging en taakverwaarlozing 1 artikelen 21 22 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Deenzijn niet van toepassing op de Autoriteit persoonsgegevens. 2 Artikel 23 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen vindt slechts toepassing ten aanzien van het door de Autoriteit persoonsgegevens gevoerde financiële beheer en de administratieve organisatie. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 14 — Artikel 14 Taken en bevoegdheden#
Artikel 14 Taken en bevoegdheden 1 De Autoriteit persoonsgegevens is bevoegd om de taken uit te voeren en de bevoegdheden uit te oefenen die bij of krachtens de verordening zijn toegekend aan de toezichthoudende autoriteit. 2 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding van een besluit omtrent goedkeuring van een gedragscode, dan wel de wijziging of uitbreiding daarvan, als bedoeld in artikel 40, vijfde lid, van de verordening isvan toepassing. 3 De Autoriteit persoonsgegevens kan in geval van overtreding van het bepaalde in artikel 83, vierde, vijfde of zesde lid, van de verordening een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de in deze leden genoemde bedragen. 4 artikelen 5:4 tot en met 5:10a de Algemene wet bestuursrecht Dezijn van overeenkomstige toepassing op corrigerende maatregelen als bedoeld in artikel 58, tweede lid, onderdelen b tot en met j van de verordening. 5 artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderdkan de Autoriteit Persoonsgegevens de termijn voor het geven van een beschikking opschorten voor zover dit noodzakelijk is in verband met het naleven van op de Autoriteit Persoonsgegevens rustende verplichtingen op grond van de artikelen 60 tot en met 66 van de verordening. Het derde en vierde lid van artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht zijn op deze opschorting van overeenkomstige toepassing. 6 De bestuurlijke boete komt toe aan de Staat. 2018 247 27-07-2018 11-07-2018 34939 2018 518 28-12-2018 19-12-2018 01-01-2019
Artikel 15 — Artikel 15 Toezicht op de naleving#
Artikel 15 Toezicht op de naleving 1 Met het toezicht op de naleving van de verordening en op de verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig het bij of krachtens de wet bepaalde zijn belast de leden en buitengewone leden van de Autoriteit persoonsgegevens, de ambtenaren van het secretariaat van de Autoriteit persoonsgegevens, alsmede de bij besluit van de Autoriteit persoonsgegevens aangewezen personen. 2 De in het eerste lid bedoelde personen zijn bevoegd een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner. 3 artikel 2 van de Algemene wet op het binnentreden De in het eerste lid bedoelde personen behoeven voor de uitoefening van de in het tweede lid omschreven bevoegdheid de uitdrukkelijke en bijzondere volmacht van de Autoriteit persoonsgegevens, onverminderd het bepaalde in. 4 Geen beroep is mogelijk op een geheimhoudingsplicht, voor zover inlichtingen of medewerking wordt verlangd in verband met de eigen betrokkenheid bij de verwerking van persoonsgegevens. 5 titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht Dit artikel enzijn van overeenkomstige toepassing voor zover dit noodzakelijk is voor een goede uitoefening van de taken die de Autoriteit persoonsgegevens uitvoert in het kader van hoofdstuk VII van de verordening. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 16 — Artikel 16 Last onder bestuursdwang#
Artikel 16 Last onder bestuursdwang 1 De Autoriteit persoonsgegevens kan een last onder bestuursdwang opleggen ter handhaving van de bij of krachtens de verordening of deze wet gestelde verplichtingen. 2 De te betalen geldsom van een verbeurde dwangsom komt toe aan de Staat. 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021
Artikel 17 — Artikel 17 Boete bij onrechtmatige verwerking persoonsgegevens strafrechtelijke aard#
Artikel 17 Boete bij onrechtmatige verwerking persoonsgegevens strafrechtelijke aard 1 artikel 31 De Autoriteit persoonsgegevens kan in geval van overtreding van het bepaalde in artikel 10 van de verordening of invan deze wet een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste 20.000.000 euro of, voor een onderneming, ten hoogste 4% van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar indien dit bedrag hoger is. 2 Artikel 83, eerste tot en met derde lid, van de verordening zijn van overeenkomstige toepassing. 3 De bestuurlijke boete komt toe aan de Staat. 2018 247 27-07-2018 11-07-2018 34939 2018 518 28-12-2018 19-12-2018 01-01-2019
Artikel 18 — Artikel 18 Bestuurlijke boete aan overheden#
Artikel 18 Bestuurlijke boete aan overheden 1 De Autoriteit persoonsgegevens kan in geval van overtreding van het bepaalde in artikel 83, vierde, vijfde of zesde lid, van de verordening door een overheidsinstantie of een overheidsorgaan een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de in deze leden genoemde bedragen. 2 Artikel 83, eerste tot en met derde lid, van de verordening zijn van toepassing. 3 De bestuurlijke boete komt toe aan de Staat. 2018 247 27-07-2018 11-07-2018 34939 2018 518 28-12-2018 19-12-2018 01-01-2019
Artikel 19 — Artikel 19 Samenwerking met andere toezichthouders#
Artikel 19 Samenwerking met andere toezichthouders 1 De Autoriteit persoonsgegevens is bevoegd om in het belang van een efficiënt en effectief toezicht op de verwerking van persoonsgegevens afspraken te maken met andere toezichthouders en daartoe gezamenlijk met deze toezichthouders samenwerkingsprotocollen vast te stellen. Een samenwerkingsprotocol wordt bekendgemaakt in de Staatscourant. 2 De Autoriteit persoonsgegevens en de toezichthouders, bedoeld in het eerste lid, zijn bevoegd uit eigen beweging en desgevraagd verplicht aan elkaar de gegevens betreffende de verwerking van persoonsgegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun taak of om te kunnen voldoen aan een op hen rustende wettelijke verplichting. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 20 — Artikel 20 In rechte optreden tegen inbreuken op verordening inzake doorgifte naar derde land#
Artikel 20 In rechte optreden tegen inbreuken op verordening inzake doorgifte naar derde land 1 Indien de Autoriteit persoonsgegevens in een onderzoek betreffende de doorgifte van persoonsgegevens naar een land buiten de Europese Unie of naar een internationale organisatie, ingesteld op verzoek van een belanghebbende, gegronde redenen heeft om aan te nemen dat een door de Europese Commissie ten aanzien van het desbetreffende land of de desbetreffende internationale organisatie genomen adequaatheidsbesluit als bedoeld in artikel 45, eerste lid, van de verordening of een door de Europese Commissie genomen besluit met betrekking tot het vaststellen of goedkeuren van standaardbepalingen als bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdelen c en d, van de verordening onvoldoende waarborgen biedt voor een passend niveau van gegevensbescherming, kan de Autoriteit persoonsgegevens bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek indienen om voor recht te verklaren dat het desbetreffende besluit geldig is. 2 Het verzoekschrift wordt ondertekend en bevat ten minste: a. de dagtekening; b. de gronden van het verzoek; c. de namen van de belanghebbende en de partij die voorwerp is van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid. 3 Bij het verzoekschrift wordt een afschrift overgelegd van het verzoek van de belanghebbende om handhaving van bij of krachtens wet bepaalde regels inzake de bescherming van persoonsgegevens, waarop het in het tweede lid bedoelde verzoekschrift van de Autoriteit persoonsgegevens betrekking heeft en worden andere op de zaak betrekking hebbende stukken meegezonden. 4 artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderdwordt de termijn voor het geven van een beschikking op het verzoek om handhaving opgeschort gerekend vanaf de dag na die waarop de Autoriteit persoonsgegevens de verzoeker meedeelt dat toepassing is gegeven aan het eerste lid, tot de dag waarop de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak als bedoeld in het zesde lid heeft gedaan. 5 titels 8.1 8.2 van de Algemene wet bestuursrecht artikelen 8:1 tot en met 8:10 8:41 afdelingen 8.2.2a 8.2.4a artikelen 8:70 8:72 8:74 Op de behandeling van het verzoek zijn deenvan overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de,, deenen de,en. De in het tweede lid, onderdeel c, bedoelde partijen worden als partijen in het geding aangemerkt. 6 Indien de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, al dan niet na prejudiciële verwijzing op grond van artikel 267 van het Verdrag inzake de werking van de Europese Unie aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, tot het oordeel komt dat het aan haar voorgelegde besluit van de Europese Commissie geldig is, dan verklaart zij dat voor recht. Komt zij, na prejudiciële verwijzing aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, tot het oordeel dat het aan haar voorgelegde besluit ongeldig is, dan wijst zij het verzoek af. 7 De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan besluiten het verzoek aan te houden als er bij het Hof van Justitie van de Europese Unie al een prejudiciële vraag omtrent de geldigheid van het desbetreffende besluit aanhangig is. 8 Tegen het aanhouden van het verzoek door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, staat geen voorziening open. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 21 — Artikel 21 Aanwijzing accrediterende instantie#
Artikel 21 Aanwijzing accrediterende instantie Bij ministeriële regeling wordt of de Autoriteit persoonsgegevens of de Raad voor Accreditatie of worden zij beide aangewezen als accrediterende instantie als bedoeld in artikel 43 van de verordening. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 21a — Artikel 21a#
Artikel 21a 1 artikel 6, derde lid artikel 3:17, zevende lid, van de Wet op het financieel toezicht De taak van de Autoriteit persoonsgegevens, bedoeld in, omvat mede het toezicht op de naleving van de krachtensgestelde verplichtingen met betrekking tot de toegang van betaaldienstverleners tot de persoonsgegevens van betaaldienstgebruikers. 2 artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht Met betrekking tot het toezicht, bedoeld in het eerste lid, vindt de samenwerking en uitwisseling van informatie met De Nederlandsche Bank N.V. en andere relevante toezichthouders plaats overeenkomstig artikel 26 van de richtlijn betaaldiensten, bedoeld in. 3 artikel 3.17, zevende lid, van de Wet op het financieel toezicht Artikel 16 De Autoriteit persoonsgegevens kan in geval van overtreding van de krachtensgestelde verplichtingen aan de overtreder een last opleggen om waar passend, op een nader bepaalde manier en binnen een nader bepaalde termijn, verwerkingen in overeenstemming te brengen met het daar bepaalde.is van overeenkomstige toepassing. 4 artikel 3.17, zevende lid, van de Wet op het financieel toezicht De Autoriteit persoonsgegevens kan in geval van een overtreding van de krachtensgestelde verplichtingen aan de overtreder een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste 20.000.000 euro of, indien dit meer is, ten hoogste 4% van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar. Artikel 83, tweede en derde lid, van de verordening is van overeenkomstige toepassing. 5 De bestuurlijke boete en de te betalen geldsom van een verbeurde dwangsom komen toe aan de Staat. 2018 503 27-12-2018 05-12-2018 34813 2019 60 18-02-2019 08-02-2019 19-02-2019
Artikel 22 — Artikel 22 Verwerkingsverbod bijzondere categorieën persoonsgegevens en algemene uitzonderingen uit verordening#
Artikel 22 Verwerkingsverbod bijzondere categorieën persoonsgegevens en algemene uitzonderingen uit verordening 1 Overeenkomstig artikel 9, eerste lid, van de verordening zijn verwerking van persoonsgegevens waaruit ras of etnische afkomst, politieke opvattingen, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen, of het lidmaatschap van een vakbond blijken, en verwerking van genetische gegevens, biometrische gegevens met het oog op de unieke identificatie van een persoon, of gegevens over gezondheid, of gegevens met betrekking tot iemands seksueel gedrag of seksuele gerichtheid verboden. 2 Overeenkomstig artikel 9, tweede lid, onderdelen a, c, d, e en f, van de verordening is het verbod om bijzondere categorieën van persoonsgegevens te verwerken niet van toepassing, indien: a. de betrokkene uitdrukkelijke toestemming heeft gegeven voor de verwerking van die persoonsgegevens voor een of meer welbepaalde doeleinden; b. de verwerking noodzakelijk is ter bescherming van de vitale belangen van de betrokkene of van een andere natuurlijke persoon, indien de betrokkene fysiek of juridisch niet in staat is zijn toestemming te geven; c. de verwerking wordt verricht door een stichting, een vereniging of een andere instantie zonder winstoogmerk die op politiek, levensbeschouwelijk, godsdienstig of vakbondsgebied werkzaam is, in het kader van haar gerechtvaardigde activiteiten en met passende waarborgen, mits de verwerking uitsluitend betrekking heeft op de leden of de voormalige leden van de instantie of op personen die in verband met haar doeleinden regelmatig contact met haar onderhouden, en de persoonsgegevens niet zonder de toestemming van de betrokkenen buiten die instantie worden verstrekt; d. de verwerking betrekking heeft op persoonsgegevens die kennelijk door de betrokkene openbaar zijn gemaakt; of e. de verwerking noodzakelijk is voor de instelling, uitoefening of onderbouwing van een rechtsvordering, of wanneer gerechten handelen in het kader van hun rechtsbevoegdheid. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 23 — Artikel 23 Nationaalrechtelijke algemene uitzonderingen#
Artikel 23 Nationaalrechtelijke algemene uitzonderingen Gelet op artikel 9, tweede lid, onderdeel g, van de verordening, is het verbod om bijzondere categorieën van persoonsgegevens te verwerken niet van toepassing, indien: a. de verwerking noodzakelijk is ter voldoening aan een volkenrechtelijke verplichting; b. artikel 9:17 van de Algemene wet bestuursrecht de gegevens worden verwerkt door de Autoriteit persoonsgegevens of een ombudsman als bedoeld in, en voor zover de verwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van de hun wettelijk opgedragen taken, onder voorwaarde dat bij die uitvoering is voorzien in zodanige waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet onevenredig wordt geschaad; of c. de verwerking noodzakelijk is in aanvulling op de verwerking van persoonsgegevens van strafrechtelijke aard voor de doeleinden waarvoor deze gegevens worden verwerkt. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 24 — Artikel 24 Uitzonderingen voor wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden#
Artikel 24 Uitzonderingen voor wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden Gelet op artikel 9, tweede lid, onderdeel j, van de verordening, is het verbod om bijzondere categorieën van persoonsgegevens te verwerken niet van toepassing, indien: a. de verwerking noodzakelijk is met het oog op wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden overeenkomstig artikel 89, eerste lid, van de verordening; b. het onderzoek, bedoeld in onderdeel a, een algemeen belang dient; c. het vragen van uitdrukkelijke toestemming onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning kost; en d. bij de uitvoering is voorzien in zodanige waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet onevenredig wordt geschaad. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 25 — Artikel 25 Uitzonderingen inzake verwerking persoonsgegevens waaruit ras of etnische afkomst blijkt#
Artikel 25 Uitzonderingen inzake verwerking persoonsgegevens waaruit ras of etnische afkomst blijkt Gelet op artikel 9, tweede lid, onderdeel g, van de verordening, is het verbod om persoonsgegevens te verwerken waaruit ras of etnische afkomst blijkt, niet van toepassing, indien de verwerking geschiedt: a. met het oog op de identificatie van de betrokkene, en slechts voor zover de verwerking voor dat doel onvermijdelijk is; of b. met het doel personen van een bepaalde etnische of culturele minderheidsgroep een bevoorrechte positie toe te kennen teneinde feitelijke nadelen, verband houdende met de grond ras of etnische afkomst, op te heffen of te verminderen, en slechts voor zover: 1°. de verwerking voor dat doel noodzakelijk is; 2°. de gegevens betrekking hebben op het geboorteland van de betrokkene, diens ouders of diens grootouders, dan wel op andere, bij wet vastgestelde criteria op grond waarvan op objectieve wijze vastgesteld kan worden of iemand tot een bepaalde etnische of culturele minderheidsgroep behoort; en 3°. de betrokkene tegen de verwerking geen schriftelijk bezwaar heeft gemaakt. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 26 — Artikel 26 Uitzonderingen inzake verwerking persoonsgegevens waaruit politieke opvattingen blijken voor vervulling openbare functies#
Artikel 26 Uitzonderingen inzake verwerking persoonsgegevens waaruit politieke opvattingen blijken voor vervulling openbare functies Gelet op artikel 9, tweede lid, onderdeel g, van de verordening, is het verbod om persoonsgegevens te verwerken waaruit politieke opvattingen blijken, niet van toepassing, indien de verwerking geschiedt met het oog op de eisen die met betrekking tot politieke opvattingen in redelijkheid kunnen worden gesteld in verband met de vervulling van functies in bestuursorganen en adviescolleges. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 27 — Artikel 27 Uitzonderingen inzake verwerking persoonsgegevens waaruit religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen blijken voor geestelijke verzorging#
Artikel 27 Uitzonderingen inzake verwerking persoonsgegevens waaruit religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen blijken voor geestelijke verzorging 1 artikel 22, tweede lid, onderdeel c Gelet op artikel 9, tweede lid, onderdeel g, van de verordening, is het verbod om persoonsgegevens te verwerken waaruit religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen blijken, niet van toepassing, indien de verwerking geschiedt door andere instellingen dan de instellingen, bedoeld in, en voor zover de verwerking noodzakelijk is met het oog op de geestelijke verzorging van de betrokkene, tenzij deze daartegen schriftelijk bezwaar heeft gemaakt. 2 In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, worden geen persoonsgegevens aan derden verstrekt zonder toestemming van de betrokkene. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 28 — Artikel 28 Uitzonderingen inzake genetische gegevens#
Artikel 28 Uitzonderingen inzake genetische gegevens 1 Gelet op artikel 9, tweede lid, onderdeel g, van de verordening, is het verbod om genetische gegevens te verwerken niet van toepassing, indien deze verwerking plaatsvindt met betrekking tot de betrokkene bij wie de desbetreffende gegevens zijn verkregen. 2 In andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid, is het verbod om genetische gegevens te verwerken uitsluitend niet van toepassing, indien: a. een zwaarwegend geneeskundig belang prevaleert; of b. de verwerking noodzakelijk is ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek dat een algemeen belang dient of ten behoeve van statistiek, indien: 1°. de betrokkene uitdrukkelijke toestemming heeft gegeven; en 2°. bij de uitvoering is voorzien in zodanige waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet onevenredig wordt geschaad. 3 Toestemming als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, is niet vereist, indien het vragen van uitdrukkelijke toestemming onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning vergt. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 29 — Artikel 29 Uitzonderingen inzake biometrische gegevens#
Artikel 29 Uitzonderingen inzake biometrische gegevens Gelet op artikel 9, tweede lid, onderdeel g, van de verordening, is het verbod om biometrische gegevens met het oog op de unieke identificatie van een persoon te verwerken niet van toepassing, indien de verwerking noodzakelijk is voor authenticatie of beveiligingsdoeleinden. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 30 — Artikel 30 Uitzonderingen inzake gegevens over gezondheid#
Artikel 30 Uitzonderingen inzake gegevens over gezondheid 1 Gelet op artikel 9, tweede lid, onderdeel b, van de verordening, is het verbod om gegevens over gezondheid te verwerken niet van toepassing, indien de verwerking geschiedt door bestuursorganen, pensioenfondsen, werkgevers of instellingen die te hunnen behoeve werkzaam zijn, en voor zover de verwerking noodzakelijk is voor: a. een goede uitvoering van wettelijke voorschriften, pensioenregelingen of collectieve arbeidsovereenkomsten die voorzien in aanspraken die afhankelijk zijn van de gezondheidstoestand van de betrokkene; of b. de re-integratie of begeleiding van werknemers of uitkeringsgerechtigden in verband met ziekte of arbeidsongeschiktheid. 2 Gelet op artikel 9, tweede lid, onderdeel g, van de verordening, is het verbod om gegevens over gezondheid te verwerken niet van toepassing, indien de verwerking geschiedt door: a. scholen, voor zover de verwerking met het oog op de speciale begeleiding van leerlingen of het treffen van bijzondere voorzieningen in verband met hun gezondheidstoestand noodzakelijk is; b. artikel 1.1 van de Jeugdwet artikel 256, eerste lid artikel 302, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek een reclasseringsinstelling, een bijzondere reclasseringsambtenaar, de raad voor de kinderbescherming, de gecertificeerde instelling, bedoeld in, of de rechtspersoon, bedoeld in, of, voor zover de verwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van de aan hen opgedragen wettelijke taken; of c. Onze Minister en Onze Minister van Justitie en Veiligheid voor zover de verwerking in verband met de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende maatregelen noodzakelijk is. 3 Gelet op artikel 9, tweede lid, onderdeel h, van de verordening, is het verbod om gegevens over gezondheid te verwerken niet van toepassing indien de verwerking geschiedt door: a. hulpverleners, instellingen of voorzieningen voor gezondheidszorg of maatschappelijke dienstverlening, voor zover de verwerking noodzakelijk is met het oog op een goede behandeling of verzorging van de betrokkene dan wel het beheer van de betreffende instelling of beroepspraktijk; of b. artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht verzekeraars als bedoeld inof financiële dienstverleners die bemiddelen in verzekeringen als bedoeld in artikel 1:1 van die wet, voor zover de verwerking noodzakelijk is voor: 1°. de beoordeling van het door de verzekeraar te verzekeren risico en de betrokkene geen bezwaar heeft gemaakt; of 2°. de uitvoering van de overeenkomst van verzekering dan wel het assisteren bij het beheer en de uitvoering van de verzekering. 4 Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste, tweede of derde lid, worden de gegevens alleen verwerkt door personen die uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift dan wel krachtens een overeenkomst tot geheimhouding zijn verplicht. Indien de verwerkingsverantwoordelijke persoonlijk gegevens verwerkt en op hem niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift een geheimhoudingsplicht rust, is hij verplicht tot geheimhouding van de gegevens, behoudens voor zover de wet hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak voortvloeit dat de gegevens worden meegedeeld aan anderen die krachtens het eerste, tweede of derde lid bevoegd zijn tot verwerking daarvan. 5 Het verbod om andere bijzondere categorieën van persoonsgegevens te verwerken is niet van toepassing, indien de verwerking noodzakelijk is in aanvulling op de verwerking van gegevens over gezondheid, bedoeld in het derde lid, aanhef en onderdeel a, met het oog op een goede behandeling of verzorging van de betrokkene. 6 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen omtrent de toepassing van het eerste lid en het derde lid, aanhef en onderdeel b, nadere regels worden gesteld. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 31 — Artikel 31 Uitzonderingen op de verplichting tot verwerking onder overheidstoezicht#
Artikel 31 Uitzonderingen op de verplichting tot verwerking onder overheidstoezicht artikelen 32 33 Onverminderd artikel 10 van de verordening mogen persoonsgegevens van strafrechtelijke aard alleen worden verwerkt voor zover dit krachtens deenis toegestaan. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 32 — Artikel 32 Algemene uitzonderingsgronden inzake gegevens van strafrechtelijke aard#
Artikel 32 Algemene uitzonderingsgronden inzake gegevens van strafrechtelijke aard Persoonsgegevens van strafrechtelijke aard mogen worden verwerkt, indien: a. de betrokkene uitdrukkelijke toestemming heeft gegeven voor de verwerking van die persoonsgegevens voor een of meer welbepaalde doeleinden; b. de verwerking noodzakelijk is ter bescherming van de vitale belangen van de betrokkene of van een andere natuurlijke persoon, indien de betrokkene fysiek of juridisch niet in staat is zijn toestemming te geven; c. de verwerking betrekking heeft op persoonsgegevens die kennelijk door de betrokkene openbaar zijn gemaakt; d. de verwerking noodzakelijk is voor de instelling, uitoefening of onderbouwing van een rechtsvordering, of wanneer gerechten handelen in het kader van hun rechtsbevoegdheid; e. artikel 23, onderdelen a en b de verwerking noodzakelijk is om redenen van zwaarwegend algemeen belang als bedoeld in; of f. artikel 24, onderdelen b tot en met d de verwerking noodzakelijk is met het oog op wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden overeenkomstig artikel 89, eerste lid, van de verordening, en is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 33 — Artikel 33 Overige uitzonderingsgronden inzake gegevens van strafrechtelijke aard#
Artikel 33 Overige uitzonderingsgronden inzake gegevens van strafrechtelijke aard 1 Persoonsgegevens van strafrechtelijke aard mogen worden verwerkt, indien: a. Wet politiegegevens Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens de verwerking geschiedt door organen die krachtens de wet zijn belast met de toepassing van het strafrecht, dan wel door verwerkingsverantwoordelijken die deze hebben verkregen krachtens deof de; b. de verwerking geschiedt door en ten behoeve van publiekrechtelijke samenwerkingsverbanden van verwerkingsverantwoordelijken of groepen van verwerkingsverantwoordelijken, indien: 1°. de verwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van de taak van deze verwerkingsverantwoordelijken of groepen van verwerkingsverantwoordelijken; en 2°. bij de uitvoering is voorzien in zodanige waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet onevenredig wordt geschaad; of c. artikel 30, derde lid, aanhef en onderdeel a de verwerking noodzakelijk is in aanvulling op de verwerking van gegevens over gezondheid, bedoeld in, met het oog op een goede behandeling of verzorging van de betrokkene. 2 Persoonsgegevens van strafrechtelijke aard mogen worden verwerkt door de verwerkingsverantwoordelijke die deze gegevens ten eigen behoeve verwerkt: a. ter beoordeling van een verzoek van betrokkene om een beslissing over hem te nemen of aan hem een prestatie te leveren; of b. ter bescherming van zijn belangen, voor zover het gaat om strafbare feiten die zijn of op grond van feiten en omstandigheden naar verwachting zullen worden gepleegd jegens hem of jegens personen die in zijn dienst zijn. 3 Wet op de ondernemingsraden Persoonsgegevens van strafrechtelijke aard over personeel in dienst van de verwerkingsverantwoordelijke mogen uitsluitend worden verwerkt, indien dit geschiedt overeenkomstig regels die zijn vastgesteld in overeenstemming met de procedure bedoeld in de. 4 Persoonsgegevens van strafrechtelijke aard mogen ten behoeve van derden worden verwerkt: a. Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus door verwerkingsverantwoordelijken die optreden krachtens een vergunning op grond van de; b. artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek indien deze derde een rechtspersoon is die in dezelfde groep is verbonden als bedoeld in; of c. indien de Autoriteit persoonsgegevens met inachtneming van het vijfde lid een vergunning voor de verwerking heeft verleend. 5 Een vergunning als bedoeld in het vierde lid, onderdeel c, kan slechts worden verleend, indien de verwerking noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend belang van derden en bij de uitvoering is voorzien in zodanige waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet onevenredig wordt geschaad. Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 34 — Artikel 34 Algemene wet bestuursrecht Toepasselijkheidbij beslissing van bestuursorganen#
Artikel 34 Algemene wet bestuursrecht Toepasselijkheidbij beslissing van bestuursorganen Algemene wet bestuursrecht Een schriftelijke beslissing op een verzoek als bedoeld in de artikelen 15 tot en met 22 van de verordening wordt genomen binnen de in artikel 12, derde lid, van de verordening genoemde termijnen en geldt, voor zover deze is genomen door een bestuursorgaan, als een besluit in de zin van de. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 35 — Artikel 35 Toepasselijkheid burgerlijk recht bij beslissing van niet-bestuursorganen#
Artikel 35 Toepasselijkheid burgerlijk recht bij beslissing van niet-bestuursorganen 1 artikel 34 Indien de beslissing op een verzoek als bedoeld inis genomen door een ander dan een bestuursorgaan, kan de belanghebbende zich tot de rechtbank wenden met het schriftelijk verzoek de verwerkingsverantwoordelijke te bevelen het verzoek als bedoeld in de artikelen 15 tot en met 22 van de verordening alsnog toe of af te wijzen. 2 Het verzoekschrift wordt ingediend binnen zes weken na ontvangst van het antwoord van de verwerkingsverantwoordelijke. Indien de verwerkingsverantwoordelijke niet binnen de in artikel 12, derde lid, van de verordening genoemde termijnen heeft geantwoord, is de indiening van het verzoekschrift niet aan een termijn gebonden. 3 De rechtbank wijst het verzoek toe, voor zover zij dit gegrond oordeelt. Alvorens de rechtbank beslist, stelt zij zo nodig de belanghebbenden in de gelegenheid hun zienswijze naar voren te brengen. 4 De indiening van het verzoekschrift behoeft niet door een advocaat te geschieden. 5 derde afdeling van de vijfde titel van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Deis van overeenkomstige toepassing. 6 artikelen 8:45, tweede en derde lid 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht De rechtbank kan partijen en anderen verzoeken binnen een door haar te bepalen termijn schriftelijke inlichtingen te geven en onder hen berustende stukken in te zenden. De verwerkingsverantwoordelijke en belanghebbende zijn verplicht aan dit verzoek te voldoen. De, enzijn van overeenkomstige toepassing. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 36 — Artikel 36 Geschilbeslechting door Autoriteit persoonsgegevens of via gedragscode#
Artikel 36 Geschilbeslechting door Autoriteit persoonsgegevens of via gedragscode 1 Algemene wet bestuursrecht artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 35, tweede lid De belanghebbende kan zich ook binnen de termijn bepaald voor het instellen van beroep op grond van de, dan wel die, bedoeld in, tot de Autoriteit persoonsgegevens wenden met het verzoek te bemiddelen of te adviseren in zijn geschil met de verwerkingsverantwoordelijke, dan wel gebruik maken van een geschillenbeslechtingsregeling als bedoeld in artikel 40, tweede lid, onderdeel k, van de verordening, op grond van een goedgekeurde gedragscode als bedoeld in artikel 40, vijfde lid, van de verordening. In dat geval kan het beroep in afwijking vannog worden ingesteld dan wel de procedure ingevolge artikel 35 nog aanhangig worden gemaakt nadat de belanghebbende van de Autoriteit persoonsgegevens bericht heeft ontvangen dat de behandeling van de zaak is beëindigd of ingevolge de geschillenbeslechtingsregeling, bericht heeft ontvangen dat de behandeling van de zaak is beëindigd, doch uiterlijk zes weken na dat tijdstip. 2 Tijdens de behandeling van het beroep en de procedure, bedoeld in het eerste lid, kunnen de instanties die zijn belast met de behandeling van het geschil, advies van de Autoriteit persoonsgegevens inwinnen. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 37 — Artikel 37 Vertegenwoordiging van betrokkenen#
Artikel 37 Vertegenwoordiging van betrokkenen artikel 305a, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek artikel 1:2, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht Een verwerking kan niet ten grondslag worden gelegd aan een vordering als bedoeld inof een beroep ingesteld in een bestuursrechtelijke procedure door een belanghebbende in de zin van, voor zover degene die door deze verwerking wordt getroffen, daartegen bezwaar heeft. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 38 — Artikel 38 Opschortende werking bezwaar en beroep#
Artikel 38 Opschortende werking bezwaar en beroep De werking van de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete wordt opgeschort totdat de bezwaar- of beroepstermijn is verstreken of, indien bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld, totdat op het bezwaar of het beroep is beslist. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 39 — Artikel 39 Geheimhoudingsplicht#
Artikel 39 Geheimhoudingsplicht De functionaris voor gegevensbescherming, bedoeld in de artikelen 37 tot en met 39 van de verordening, is verplicht tot geheimhouding van hetgeen hem op grond van een klacht of een verzoek van betrokkene is bekend geworden, tenzij de betrokkene in bekendmaking toestemt. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 40 — Artikel 40 Uitzonderingen op verbod geautomatiseerde individuele besluitvorming#
Artikel 40 Uitzonderingen op verbod geautomatiseerde individuele besluitvorming 1 Artikel 22, eerste lid, van de verordening geldt niet indien de in die bepaling bedoelde geautomatiseerde individuele besluitvorming, anders dan op basis van profilering, noodzakelijk is om te voldoen aan een wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust of noodzakelijk is voor de vervulling van een taak van algemeen belang. 2 Bij de geautomatiseerde individuele besluitvorming, bedoeld in het eerste lid, treft de verwerkingsverantwoordelijke passende maatregelen die strekken tot bescherming van de rechten en vrijheden en gerechtvaardigde belangen van de betrokkene. 3 Indien de verwerkingsverantwoordelijke geen bestuursorgaan is, dan zijn passende maatregelen als bedoeld in het tweede lid, in ieder geval getroffen indien het recht op menselijke tussenkomst, het recht voor betrokkene om zijn standpunt kenbaar te maken en het recht om het besluit aan te vechten, zijn geborgd. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 41 — Artikel 41 Uitzonderingen op rechten betrokkene en plichten verwerkingsverantwoordelijke#
Artikel 41 Uitzonderingen op rechten betrokkene en plichten verwerkingsverantwoordelijke 1 De verwerkingsverantwoordelijke kan de verplichtingen en rechten, bedoeld in de artikelen 12 tot en met 21 en artikel 34 van de verordening, buiten toepassing laten voor zover zulks noodzakelijk en evenredig is ter waarborging van: a. de nationale veiligheid; b. landsverdediging; c. de openbare veiligheid; d. de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, met inbegrip van de bescherming tegen en de voorkoming van gevaren voor de openbare veiligheid; e. andere belangrijke doelstellingen van algemeen belang van de Europese Unie of van Nederland, met name een belangrijk economisch of financieel belang van de Europese Unie of van Nederland, met inbegrip van monetaire, budgettaire en fiscale aangelegenheden, volksgezondheid en sociale zekerheid; f. de bescherming van de onafhankelijkheid van de rechter en gerechtelijke procedures; g. de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van schendingen van de beroepscodes voor gereglementeerde beroepen; h. een taak op het gebied van toezicht, inspectie of regelgeving die verband houdt, al is het incidenteel, met de uitoefening van het openbaar gezag in de gevallen, bedoeld in de onderdelen a, b, c, d, e en g; i. de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen; of j. de inning van civielrechtelijke vorderingen. 2 Bij de toepassing van het eerste lid houdt de verwerkingsverantwoordelijke rekening met in ieder geval, voor zover van toepassing: a. de doeleinden van de verwerking of van de categorieën van verwerking; b. de categorieën van persoonsgegevens; c. het toepassingsgebied van de ingevoerde beperkingen; d. de waarborgen ter voorkoming van misbruik of onrechtmatige toegang of doorgifte; e. de specificatie van de verwerkingsverantwoordelijke of de categorieën van verwerkingsverantwoordelijken; f. de opslagperiodes en de toepasselijke waarborgen, rekening houdend met de aard, de omvang en de doeleinden van de verwerking of van de categorieën van verwerking; g. de risico's voor de rechten en vrijheden van de betrokkenen; en h. het recht van betrokkenen om van de beperking op de hoogte te worden gesteld, tenzij dit afbreuk kan doen aan het doel van de beperking. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 42 — Artikel 42 Uitzondering op meldplicht datalekken aan de betrokkene#
Artikel 42 Uitzondering op meldplicht datalekken aan de betrokkene Wet op het financieel toezicht Artikel 34 van de verordening is niet van toepassing op financiële ondernemingen als bedoeld in de. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 43 — Artikel 43 Uitzonderingen inzake journalistieke doeleinden of academische, artistieke of literaire uitdrukkingsvormen#
Artikel 43 Uitzonderingen inzake journalistieke doeleinden of academische, artistieke of literaire uitdrukkingsvormen 1 artikelen 1 tot en met 4 5, eerste en tweede lid Deze wet, met uitzondering van deen, is niet van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens voor uitsluitend journalistieke doeleinden en ten behoeve van uitsluitend academische, artistieke of literaire uitdrukkingsvormen. 2 De navolgende hoofdstukken en artikelen van de verordening zijn niet van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens voor uitsluitend journalistieke doeleinden en ten behoeve van academische, artistieke of literaire uitdrukkingsvormen: a. artikel 7, derde lid, en artikel 11, tweede lid: b. hoofdstuk III; c. hoofdstuk IV, met uitzondering van de artikelen 24, 25, 28, 29 en 32; d. hoofdstuk V; e. hoofdstuk VI; en f. hoofdstuk VII. 3 De artikelen 9 en 10 van de verordening zijn niet van toepassing voor zover de verwerking van de in die artikelen bedoelde gegevens noodzakelijk is voor het journalistieke doel of de academische, artistieke of literaire uitdrukkingsvorm. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 44 — Artikel 44 Uitzonderingen inzake wetenschappelijk onderzoek en statistiek#
Artikel 44 Uitzonderingen inzake wetenschappelijk onderzoek en statistiek Indien een verwerking wordt verricht door instellingen of diensten voor wetenschappelijk onderzoek of statistiek, en de nodige voorzieningen zijn getroffen om te verzekeren dat de persoonsgegevens uitsluitend voor statistische of wetenschappelijke doeleinden kunnen worden gebruikt, kan de verwerkingsverantwoordelijke de artikelen 15, 16 en 18 van de verordening buiten toepassing laten. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 45 — Artikel 45 Uitzonderingen inzake archivering in het algemeen belang#
Artikel 45 Uitzonderingen inzake archivering in het algemeen belang 1 artikel 1, onderdeel c, van de Archiefwet 1995 Bij de verwerking van persoonsgegevens die deel uitmaken van archiefbescheiden als bedoeld in, die berusten in een archiefbewaarplaats als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van die wet, zijn de artikelen 15, 16, 18, eerste lid, onderdeel a, en 20 van de verordening niet van toepassing. 2 Betrokkene heeft het recht om inzage te verkrijgen in de archiefbescheiden, tenzij verzoeken om inzage zodanig ongericht zijn dat deze in redelijkheid niet kunnen worden ingewilligd. 3 Betrokkene heeft het recht om, in geval van onjuiste persoonsgegevens, zijn eigen lezing aan de desbetreffende archiefbescheiden toe te voegen. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 46 — Artikel 46 Verwerking nationaal identificatienummer#
Artikel 46 Verwerking nationaal identificatienummer 1 Een nummer dat ter identificatie van een persoon bij wet is voorgeschreven, wordt bij de verwerking van persoonsgegevens slechts gebruikt ter uitvoering van de desbetreffende wet dan wel voor doeleinden bij de wet bepaald. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere dan in het eerste lid bedoelde gevallen worden aangewezen waarin een daarbij aan te wijzen nummer als bedoeld in het eerste lid, kan worden gebruikt. Daarbij kunnen nadere regels worden gegeven over het gebruik van een zodanig nummer. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 47 — Artikel 47 Uitzonderingen op rechten betrokkene bij openbare registers#
Artikel 47 Uitzonderingen op rechten betrokkene bij openbare registers 1 De artikelen 15, 16, 18 en 19 van de verordening zijn niet van toepassing op bij de wet ingestelde openbare registers, indien bij of krachtens die wet een bijzondere procedure voor de verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming van gegevens is geregeld. 2 Artikel 21 van de verordening is niet van toepassing op bij de wet ingestelde openbare registers. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 48 — Artikel 48 Overgangsrecht#
Artikel 48 Overgangsrecht 1 Degene die voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet is benoemd als lid van het College bescherming persoonsgegevens, is van rechtswege benoemd als lid van de Autoriteit persoonsgegevens. 2 Degene die voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet is benoemd als voorzitter van het College bescherming persoonsgegevens, is van rechtswege is benoemd als voorzitter van de Autoriteit persoonsgegevens. 3 artikel 7, vijfde lid Voor het bepalen van het tijdvak van de benoeming, bedoeld in, geldt het tijdvak, vervuld als voorzitter van het College bescherming persoonsgegevens, voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet als een tijdvak, vervuld als voorzitter van de Autoriteit persoonsgegevens. 4 artikel 53, derde lid, eerste, tweede en derde volzin, van de Wet bescherming persoonsgegevens Op de leden van het College bescherming persoonsgegevens die zijn benoemd of herbenoemd voor 1 januari 2014, blijftvan toepassing, zoals dat luidde voor dat tijdstip. 5 De ambtenaar die voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet is benoemd in het secretariaat van het College bescherming persoonsgegevens, is van rechtswege benoemd als ambtenaar in het secretariaat van de Autoriteit persoonsgegevens. 6 Besluiten die voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet zijn genomen door het College bescherming persoonsgegevens gelden van rechtswege als besluiten, genomen door de Autoriteit persoonsgegevens. 7 In wettelijke procedures en rechtsgedingen waarbij het College bescherming persoonsgegevens voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet is betrokken, treedt de Autoriteit persoonsgegevens van rechtswege in de plaats van het College bescherming persoonsgegevens. 8 Op wettelijke procedures en rechtsgedingen waarbij het College bescherming persoonsgegevens voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet is betrokken, is het recht van toepassing zoals dit gold voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet. 9 In samenwerkingsprotocollen treedt op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet de Autoriteit persoonsgegevens van rechtswege in de plaats van het College bescherming persoonsgegevens. 10 artikel 46 van de Wet bescherming persoonsgegevens artikel 49 van de Wet bescherming persoonsgegevens artikel 50 van de Wet bescherming persoonsgegevens Op schriftelijke verzoeken als bedoeld in, rechtsgedingen op basis vanen vorderingen op basis van, die op het moment van inwerkingtreding van deze wet reeds aanhangig zijn bij de rechtbank is het recht van toepassing zoals dit gold voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet. 11 artikel 32, vijfde lid, artikel 22, vierde lid, onder c, van de Wet bescherming persoonsgegevens artikel 33, vierde lid, onder c, van deze wet Een verklaring van rechtmatigheid van de gegevensverwerking die voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet is afgegeven op grond vanin samenhang met, geldt van rechtswege als een vergunning in de zin van. 12 Voor zover deze wet daarin niet voorziet, kunnen bij algemene maatregel van bestuur regels of nadere regels worden gesteld omtrent de invoering van de verordening of deze wet. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 48a — Artikel 48a Overgangsrecht II#
Artikel 48a Overgangsrecht II 1 Wijzigt deze wet. 2 Wijzigt deze wet. 3 artikel 10, eerste lid Op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel zijn de ambtenaren van het secretariaat, bedoeld in, van wie naam en functie zijn vermeld op een door Onze Minister in overleg met de Autoriteit persoonsgegevens vastgestelde lijst, van rechtswege ontslagen en aangesteld als ambtenaar in dienst van de Autoriteit persoonsgegevens. De overgang van de in de vorige volzin bedoelde ambtenaren vindt plaats met een rechtspositie die als geheel ten minste gelijkwaardig is aan die welke voor elk van hen gold op de dag voor de datum van inwerkingtreding van dit artikel. 4 Onze Minister bepaalt in overeenstemming met Onze Minister van Financiën welke vermogensbestanddelen van de Staat worden toebedeeld aan de Autoriteit persoonsgegevens. 5 De in het vierde lid bedoelde vermogensbestanddelen gaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel onder algemene titel over op tegen een door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën te bepalen waarde. 6 afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek Artikel 24, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek Ingeval krachtens het vierde en het vijfde lid registergoederen overgaan, doet Onze Minister van Financiën de overgang van die registergoederen onverwijld inschrijven in de openbare registers, bedoeld in.is niet van toepassing. 7 In wettelijke procedures en rechtsgedingen, waarbij de Autoriteit persoonsgegevens is betrokken, treedt op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel de Autoriteit persoonsgegevens in de plaats van de Staat dan wel Onze Minister. 8 Wet Nationale ombudsman In zaken waarin voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel aan de Nationale ombudsman is verzocht een onderzoek te doen dan wel de Nationale ombudsman een onderzoek heeft ingesteld naar een gedraging die kan worden toegerekend aan de Autoriteit persoonsgegevens, treedt de Autoriteit persoonsgegevens op dat tijdstip als bestuursorgaan in de zin van dein de plaats van Onze Minister. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 518 28-12-2018 19-12-2018 01-01-2019 2018 247 27-07-2018 11-07-2018 34939 2018 518 28-12-2018 19-12-2018 01-01-2019
Artikel 49 — Artikel 49 Samenloop#
Artikel 49 Samenloop Wijzigt deze wet. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 50 — Artikel 50 Evaluatie#
Artikel 50 Evaluatie Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na vier jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de effecten van deze wet in de praktijk en over de uitvoering van de wet in de praktijk. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 51 — Artikel 51 Wet bescherming persoonsgegevens Intrekking#
Artikel 51 Wet bescherming persoonsgegevens Intrekking Wet bescherming persoonsgegevens Dewordt ingetrokken. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 52 — Artikel 52 Citeertitel verordening#
Artikel 52 Citeertitel verordening Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2016, L 119) wordt in overige wetgeving aangehaald als: Algemene verordening gegevensbescherming. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 53 — Artikel 53 Inwerkingtreding#
Artikel 53 Inwerkingtreding De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018
Artikel 54 — Artikel 54 Citeertitel wet#
Artikel 54 Citeertitel wet Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming. 2018 144 22-05-2018 16-05-2018 34851 2018 145 22-05-2018 16-05-2018 25-05-2018