Wet van 17 oktober 2018, houdende regels met betrekking tot de begroting en verantwoording van de kosten van het toezicht van de Autoriteit Financiële Markten en de Nederlandsche Bank en de financiering van de toezichtkosten (Wet bekostiging financieel toezicht 2019)
- BWB-id
- BWBR0041548
- Type
- Wet
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2023-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0041548
- ELI
- /eli/nl/wet/2018/wet-bekostiging-financieel-toezicht-2019
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2018/wet-bekostiging-financieel-toezicht-2019/2023-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0041548&g=2023-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0041548&z=2026-06-06&g=2023-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0041548/2023-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2018/wet-bekostiging-financieel-toezicht-2019
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Autoriteit Financiële Markten: Stichting Autoriteit Financiële Markten; de Nederlandsche Bank: De Nederlandsche Bank N.V.; eenmalige handeling: het behandelen van een aanvraag of melding, het behandelen van een verzoek tot het registreren van een persoon, het geven van een beschikking, of het verrichten van een vergelijkbare handeling met een eenmalig karakter ten behoeve van een persoon; onder toezicht staande persoon: persoon die onder het toezicht van de toezichthouder valt; Onze Ministers: Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; persoon: natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap, waaronder personenvennootschappen, of daarmee vergelijkbare lichamen of samenwerkingsverbanden; toezichthouder: de Nederlandsche Bank of de Autoriteit Financiële Markten. 2018 409 15-11-2018 17-10-2018 34870 2018 458 13-12-2018 23-11-2018 01-01-2019
Artikel 2 — Artikel 2 Reikwijdte#
Artikel 2 Reikwijdte 1 Deze wet is van toepassing op de bij of krachtens enige wet aan de Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten opgedragen taken en daaruit voortvloeiende werkzaamheden. Onder deze werkzaamheden valt ook de betrokkenheid van de toezichthouder bij de voorbereiding van nationale en internationale wet- en regelgeving. 2 In afwijking van het eerste lid is deze wet voor de Nederlandsche Bank niet van toepassing op: a. artikelen 3 4, eerste lid, onderdelen b tot en met d, van de Bankwet 1998 artikel 4 van de Wet geldstelsel BES de taken, bedoeld in deenen; b. artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht het toezicht op afwikkelondernemingen, bedoeld in; c. artikel 1:24, derde lid, van de Wet op het financieel toezicht de uitvoering en handhaving, bedoeld in, van regels gesteld bij of krachtens: 1°. Verordening (EG) nr. 924/2009 verordening (EU) nr. 260/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro en tot wijziging van(PbEU 2012 L 94); 2°. de titels III, IV en V van verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PbEU 2012, L 201); 3°. Verordening (EU) 2021/23 Verordeningen (EU) nr. 1095/2010 (EU) nr. 648/2012 (EU) nr. 600/2014 (EU) nr. 806/2014 (EU) 2015/2365 Richtlijnen 2002/47/EG 2004/25/EG 2007/36/EG 2014/59 2017/1132 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een kader voor het herstel en de afwikkeling van centrale tegenpartijen en tot wijziging van de,,,en, en de,,,/EU en (EU)(PbEU 2021, L 22); d. Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen de taken op grond van de. 2022 428 03-11-2022 13-10-2022 36105 2022 428 03-11-2022 13-10-2022 36105 04-11-2022
Artikel 3 — Artikel 3 Indiening begroting#
Artikel 3 Indiening begroting artikel 26 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen De toezichthouder zendt de begroting, bedoeld in, jaarlijks voor 1 december aan Onze Ministers. 2018 409 15-11-2018 17-10-2018 34870 2018 458 13-12-2018 23-11-2018 01-01-2019
Artikel 4 — Artikel 4 Kostenkader en hoogte begroting toezichthouders#
Artikel 4 Kostenkader en hoogte begroting toezichthouders 1 Onze Ministers stellen voor de begroting van de toezichthouders een kader op. De totale hoogte van het kader is in enig jaar niet hoger dan het maximum in het kader van het daaraan voorafgaande jaar met daarbij opgeteld: a. loon- of prijsmutatie; b. de naar kosten herleide mutaties in het takenpakket van de toezichthouder. 2 De begroting van de toezichthouder is in enig jaar niet hoger dan het maximum dat volgt uit het voor het desbetreffende begrotingsjaar vastgestelde kader. 3 Onze Ministers informeren beide kamers der Staten-Generaal tijdig: a. voorafgaand aan de vaststelling van een kostenkader; b. voorafgaand aan de wijziging van een kostenkader; c. bij overschrijding van een kostenkader door een toezichthouder. 4 Onze Ministers kunnen in bijzondere omstandigheden afwijken van dit artikel en informeren de beide kamers der Staten-Generaal hier tijdig over. 2018 409 15-11-2018 17-10-2018 34870 2018 458 13-12-2018 23-11-2018 01-01-2019
Artikel 5 — Artikel 5 Inrichting begroting#
Artikel 5 Inrichting begroting 1 artikel 27, vierde lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen artikel 8 Voor de toepassing vanwordt met betrekking tot de begroting van de Nederlandsche Bank voor «laatst goedgekeurde jaarrekening» gelezen: laatst goedgekeurde verantwoording als bedoeld invan de Wet bekostiging financieel toezicht 2019. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels over de inrichting van de begroting worden gesteld. 2018 409 15-11-2018 17-10-2018 34870 2018 458 13-12-2018 23-11-2018 01-01-2019
Artikel 6 — Artikel 6 Goedkeuring begroting#
Artikel 6 Goedkeuring begroting 1 artikel 29, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Het onthouden van de goedkeuring, bedoeld in, vindt niet plaats dan nadat de toezichthouder in de gelegenheid is gesteld de begroting binnen een door Onze Ministers gezamenlijk te stellen redelijke termijn aan te passen. 2 De toezichthouder doet na goedkeuring van de begroting onverwijld mededeling van de begroting in de Staatscourant en houdt de begroting gedurende ten minste twee jaar na goedkeuring op elektronische wijze ter inzage. 3 Indien de begroting niet is goedgekeurd voor 1 januari van het begrotingsjaar waarop zij betrekking heeft, kan de toezichthouder, zolang de begroting niet is goedgekeurd, voor het aangaan van verplichtingen en het verrichten van uitgaven beschikken over ten hoogste vier twaalfde gedeelten van de bedragen die bij de overeenkomstige onderdelen van de begroting van het voorafgaande jaar waren toegestaan. 2018 409 15-11-2018 17-10-2018 34870 2018 458 13-12-2018 23-11-2018 01-01-2019
Artikel 7 — Artikel 7 Bijzondere bepalingen#
Artikel 7 Bijzondere bepalingen 1 artikelen 34 35 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen artikel 2 Bij de toepassing van deenwordt het afleggen van rekening en verantwoording voor de uitvoering van de taken, bedoeld in, door de Nederlandsche Bank aangeduid als «verantwoording» in plaats van «jaarrekening». 2 artikel 35, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen artikel 36, tweede lid, onderdeel i, van de Wet op het accountantsberoep In afwijking vangaat de jaarrekening van de Autoriteit Financiële Markten vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de Autoriteit Financiële Markten aangewezen registeraccountant of Accountant-administratieconsulent ten aanzien van wie in het accountantsregister een aantekening is geplaatst als bedoeld in, die niet werkzaam is bij of verbonden is aan een accountantsorganisatie. 3 De jaarrekening, onderscheidenlijk de verantwoording, behoeft de goedkeuring van de Raad van toezicht onderscheidenlijk de Raad van commissarissen, voordat deze bij Onze Ministers wordt ingediend. 2018 409 15-11-2018 17-10-2018 34870 2018 458 13-12-2018 23-11-2018 01-01-2019
Artikel 8 — Artikel 8 Inrichting jaarrekening#
Artikel 8 Inrichting jaarrekening 1 De jaarrekening, onderscheidenlijk de verantwoording, bevatten een opgave van het over het desbetreffende jaar gerealiseerde exploitatiesaldo. Het saldo geeft het verschil aan tussen de gerealiseerde baten en lasten. 2 Tot de in een jaar gerealiseerde baten worden mede gerekend de in dat jaar ontvangen opbrengsten uit verbeurde dwangsommen of opgelegde bestuurlijke boetes, met dien verstande dat, indien de beschikking waarbij de last onder dwangsom of de bestuurlijke boete is opgelegd nog niet onherroepelijk is, de uit een verbeurde dwangsom of opgelegde bestuurlijke boete ontvangen opbrengsten worden gerekend tot de gerealiseerde baten in het jaar waarin die beschikking onherroepelijk wordt. 3 Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald hoe de ontvangen opbrengsten uit verbeurde dwangsommen of opgelegde bestuurlijke boetes worden toegerekend aan de verschillende toezichtcategorieën. 4 In de opgave, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgelegd: a. Wet financiële markten BES Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES het deel van het exploitatiesaldo dat is voortgekomen uit de uitvoering van de taken op grond van deen de; b. het deel van de opbrengsten ontvangen uit dwangsommen of opgelegde bestuurlijke boetes dat het bedrag van € 4.500.000 te boven gaat; en c. artikel 8a het deel van de opbrengsten ontvangen uit dwangsommen of opgelegde bestuurlijke boetes tot een bedrag van € 4.500.000 dat aan de reserve, bedoeld in, wordt toegerekend. 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels over de inrichting van de jaarrekening onderscheidenlijk verantwoording worden gesteld. 2022 197 27-05-2022 11-05-2022 35950 2022 280 06-07-2022 23-06-2022 01-01-2023
Artikel 8a — Artikel 8a Reserve#
Artikel 8a Reserve 1 De toezichthouder kan een reserve aanhouden die gevormd wordt uit de opbrengsten ontvangen uit dwangsommen of opgelegde bestuurlijke boetes tot een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen maximum. 2 Bij de vaststelling van de jaarrekening, bepaalt de toezichthouder het in dat jaar aan de reserve toe te rekenen bedrag met een maximum van € 4.500.000. 3 De reserve heeft tot doel het dekken van incidentele kosten of andere kosten die tot onevenredig hoge tarieven voor bepaalde personen zouden leiden. 4 De inzet van de reserve behoeft de toestemming van Onze Ministers. 2022 197 27-05-2022 11-05-2022 35950 2022 280 06-07-2022 23-06-2022 01-01-2023
Artikel 9 — Artikel 9 Goedkeuring jaarrekening#
Artikel 9 Goedkeuring jaarrekening 1 artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Het onthouden van de goedkeuring, bedoeld in, vindt niet plaats dan nadat de toezichthouder in de gelegenheid is gesteld de jaarrekening, onderscheidenlijk verantwoording, binnen een door Onze Ministers gezamenlijk te stellen redelijke termijn aan te passen. 2 De toezichthouder doet na goedkeuring van de jaarrekening, onderscheidenlijk de verantwoording, onverwijld mededeling van die jaarrekening of verantwoording in de Staatscourant en houdt de jaarrekening of verantwoording gedurende ten minste vijf jaar na goedkeuring op elektronische wijze ter inzage. 2018 409 15-11-2018 17-10-2018 34870 2018 458 13-12-2018 23-11-2018 01-01-2019
Artikel 10 — Artikel 10 Jaarverslag#
Artikel 10 Jaarverslag 1 artikel 18 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Het door de Nederlandsche Bank ingevolgeop te stellen jaarverslag maakt deel uit van de verantwoording. 2 De toezichthouder houdt het jaarverslag dan wel de verantwoording gedurende ten minste vijf jaren op elektronische wijze ter inzage. 3 Bij ministeriële regeling van Onze Ministers gezamenlijk kunnen nadere regels worden gesteld voor de inrichting van het jaarverslag onderscheidenlijk de verantwoording. 2018 409 15-11-2018 17-10-2018 34870 2018 458 13-12-2018 23-11-2018 01-01-2019
Artikel 11 — Artikel 11 Afdracht inkomsten uit boetes en verbeurde dwangsommen#
Artikel 11 Afdracht inkomsten uit boetes en verbeurde dwangsommen 1 Voor zover de tot de gerealiseerde baten in een jaar te rekenen opbrengsten uit dwangsommen of bestuurlijke boetes het bedrag van € 4.500.000 te boven gaan, komen die opbrengsten toe aan de Staat. 2 artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen De toezichthouder draagt het aan de Staat verschuldigde bedrag af, zodra het besluit tot vaststelling van de desbetreffende jaarrekening, onderscheidenlijk verantwoording, overeenkomstigis goedgekeurd. 2022 197 27-05-2022 11-05-2022 35950 2022 280 06-07-2022 23-06-2022 01-01-2023
Artikel 12 — Artikel 12 Periodiek overleg met de sector#
Artikel 12 Periodiek overleg met de sector 1 De toezichthouder organiseert tweemaal per jaar overleg met een daarvoor in aanmerking komende representatieve vertegenwoordiging van de onder zijn toezicht staande personen. De toezichthouder kan tevens daarvoor in aanmerking komende cliëntenorganisaties toelaten tot het overleg. Ambtenaren kunnen namens Onze Ministers het overleg bijwonen. 2 De toezichthouder maakt het verslag van het overleg binnen een redelijke termijn na het overleg openbaar. 2018 409 15-11-2018 17-10-2018 34870 2018 458 13-12-2018 23-11-2018 01-01-2019
Artikel 12a — Artikel 12a Spreiding exploitatiesaldo#
Artikel 12a Spreiding exploitatiesaldo 1 Op verzoek van een toezichthouder kunnen Onze Ministers toestemming geven om een exploitatiesaldo of een deel daarvan over meerdere jaren aan de onder toezicht staande personen in rekening te brengen. 2 Toestemming wordt alleen gegeven in geval van een exploitatiesaldo dat is ontstaan door omstandigheden met een incidenteel karakter en waarbij doorberekening van dit exploitatiesaldo in één keer tot aanzienlijke fluctuaties in de kosten voor het doorlopend toezicht voor de onder toezicht staande personen zou leiden. 3 Bij de toestemming bepalen Onze Ministers in overleg met de desbetreffende toezichthouder in welke jaren het bedrag van het exploitatiesaldo in rekening wordt gebracht bij de onder toezicht staande personen. 2022 197 27-05-2022 11-05-2022 35950 2022 280 06-07-2022 23-06-2022 01-01-2023
Artikel 13 — Artikel 13 Vergoeding kosten toezichthouders#
Artikel 13 Vergoeding kosten toezichthouders 1 artikel 2 De kosten van de toezichthouder voor de uitvoering van de taken, bedoeld in, worden ten laste gebracht van de onder toezicht staande personen en de personen voor wie de toezichthouder een eenmalige handeling verricht. 2 De kosten worden bepaald en ten laste gebracht op basis van een systematiek met de volgende uitgangspunten: a. artikel 12a de kosten die ten laste worden gebracht, houden niet meer in dan die volgen uit de begroting van de toezichthouder, met inbegrip van het exploitatiesaldo van het daaraan voorafgaande jaar en het te spreiden deel van het exploitatiesaldo overeenkomstig; b. zowel directe als indirecte kosten kunnen in rekening worden gebracht; c. de kosten van een eenmalige handeling worden ten laste gebracht aan de persoon voor wie die handeling is verricht; en d. de kosten voor de uitvoering van de taken in de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba worden niet op grond van deze wet in rekening gebracht, met uitzondering van de taken op grond van de Pensioenwet BES. 2022 197 27-05-2022 11-05-2022 35950 2022 280 06-07-2022 23-06-2022 01-01-2023
Artikel 14 — Artikel 14 Eenmalige handelingen#
Artikel 14 Eenmalige handelingen 1 Een persoon is de toezichthouder een vergoeding verschuldigd voor het verrichten van een eenmalige handeling. 2 Bij regeling van Onze Ministers, ieder voor diens beleidsverantwoordelijkheid, worden de eenmalige handelingen waar een vergoeding voor verschuldigd is en de kosten daarvoor of de wijze waarop deze kosten worden berekend vastgesteld. Bij die regeling kunnen tevens regels worden gesteld over de wijze en het moment waarop de kosten in rekening worden gebracht. 2018 409 15-11-2018 17-10-2018 34870 2018 458 13-12-2018 23-11-2018 01-01-2019
Artikel 15 — Artikel 15 Doorlopend toezicht#
Artikel 15 Doorlopend toezicht 1 De toezichthouder brengt jaarlijks bij een onder toezicht staande persoon een bedrag voor de kosten van het toezicht in rekening. 2 De totale kosten van het toezicht die in enig jaar in rekening worden gebracht, bedragen de som van: a. het totaal van de begrote kosten voor het desbetreffende jaar met uitzondering van de begrote kosten voor: 1°. eenmalige handelingen; 2°. de uitvoering van de taken in de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba, met uitzondering van de taken op grond van de Pensioenwet BES; b. het exploitatiesaldo over het voorafgaande jaar, verminderd met: 1°. artikel 8, vierde lid, onderdeel a het deel van het exploitatiesaldo, bedoeld in; 2°. artikel 8, vierde lid, onderdeel c het deel dat aan de reserve is toegerekend, bedoeld in; 3°. artikel 12a het deel van het exploitatiesaldo waarvoor overeenkomstigtoestemming is gegeven dit over meerdere jaren in rekening te brengen, tenzij een overschot wordt gespreid, dan wordt dit bedrag hierbij opgeteld; 4°. artikel 11 de aan de Staat toekomende opbrengsten, bedoeld in; c. artikel 8a met aftrek van de inzet in het desbetreffende jaar van de reserve, bedoeld in; d. artikel 12a het bedrag dat overeenkomstigin het desbetreffende jaar in rekening wordt gebracht. 3 Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de personen die, gelet op de aard en omvang van het toezicht, voor de toepassing van deze wet worden aangemerkt als onder toezicht staand alsmede over de indeling van deze personen in categorieën. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de systematiek op basis waarvan de totale kosten over de categorieën onder toezicht staande personen worden verdeeld en de berekening van de kosten per onder toezicht staande persoon. 5 Bij algemene maatregel van bestuur worden tevens regels gesteld over: a. de hoogte van de kosten voor het doorlopend toezicht indien een onder toezicht staande persoon slechts een deel van het kalenderjaar onder het toezicht van een toezichthouder valt, waarbij een minimumbedrag kan worden vastgesteld waaronder geen kosten in rekening worden gebracht of geen terugbetaling plaats vindt; en b. het in rekening brengen van de kosten indien sprake is van fusie, collectieve waardeoverdracht of indien een onder toezicht staande persoon in afwikkeling wordt geplaatst en vermogen overgaat. 6 De voordracht voor een krachtens het vierde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 2022 197 27-05-2022 11-05-2022 35950 2022 280 06-07-2022 23-06-2022 01-01-2023
Artikel 16 — Artikel 16 Kosten curator en bijzondere bewindvoerder#
Artikel 16 Kosten curator en bijzondere bewindvoerder 1 artikelen 1:76 1:76a van de Wet op het financieel toezicht De toezichthouder kan aan de betrokken financiële onderneming een bedrag in rekening brengen ter vergoeding van de kosten die hij maakt voor de toepassing van deen. 2 De hoogte van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt per geval vastgesteld door de toezichthouder en is gebaseerd op de voor het toezicht op de desbetreffende financiële onderneming werkelijk gemaakte kosten. 2018 409 15-11-2018 17-10-2018 34870 2018 458 13-12-2018 23-11-2018 01-01-2019
Artikel 16a — Artikel 16a Evaluatiebepaling#
Artikel 16a Evaluatiebepaling Onze Minister van Financiën zendt in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. 2018 409 15-11-2018 17-10-2018 34870 2018 458 13-12-2018 23-11-2018 01-01-2019
Artikel 17 — Artikel 17 Wet bekostiging financieel toezicht Intrekking#
Artikel 17 Wet bekostiging financieel toezicht Intrekking Wet bekostiging financieel toezicht Dewordt ingetrokken. 2018 409 15-11-2018 17-10-2018 34870 2018 458 13-12-2018 23-11-2018 01-01-2019
Artikel 18 — Artikel 18 Overgangsrecht#
Artikel 18 Overgangsrecht 1 Wet bekostiging financieel toezicht De, zoals die wet luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, blijft van toepassing op: a. de vergoeding van kosten van de toezichthouders voor het behandelen van aanvragen en meldingen die zijn ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet en de vergoeding van de overige kosten in de jaren voorafgaand aan het jaar waarop deze wet in werking treedt alsmede op bestuursrechtelijke procedures die volgen uit het in rekening brengen van een vergoeding voor de inwerkingtreding van deze wet; en b. het afleggen van verantwoording door de toezichthouders over het jaar voorafgaand aan het jaar waarop deze wet in werking treedt. 2 Artikel 1:104, eerste lid, onderdeel m, van de Wet op het financieel toezicht Wet bekostiging financieel toezicht is van overeenkomstige toepassing op heffingen die verschuldigd zijn op grond van de. 3 Bijlage 2 bij de Algemene wet bestuursrecht , zoals die wet luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, blijft van toepassing op de verantwoording, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. 4 artikel 4, tweede lid In afwijking van, geldt voor de begroting van de Nederlandsche Bank voor het jaar 2020 dat het maximum van de begroting niet hoger is dan het kostenkader vermeerdert met de kosten voor de uitvoering van: a. hoofdstuk 3A.1 van de Wet op het financieel toezicht de afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen, bedoeld in, en Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk bankenafwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees parlement en de Raad (PbEU 2014, L 225); b. hoofdstuk 3A.2 van de Wet op het financieel toezicht de afwikkeling van verzekeraars, bedoeld in; c. afdeling 3.5.6 van de Wet op het financieel toezicht het depositogarantiestelsel, bedoeld in; d. artikel 4:17 van de Wet financiële markten BES het depositogarantiestelsel, bedoeld in. 2018 409 15-11-2018 17-10-2018 34870 2018 458 13-12-2018 23-11-2018 01-01-2019
Artikel 19 — Artikel 19 Algemene wet bestuursrecht Wijziging#
Artikel 19 Algemene wet bestuursrecht Wijziging Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht 2018 409 15-11-2018 17-10-2018 34870 2018 458 13-12-2018 23-11-2018 01-01-2019
Artikel 20 — Artikel 20 Wet op het financieel toezicht Wijziging#
Artikel 20 Wet op het financieel toezicht Wijziging Wijzigt de Wet op het financieel toezicht. 2018 409 15-11-2018 17-10-2018 34870 2018 458 13-12-2018 23-11-2018 01-01-2019
Artikel 21 — Artikel 21 Wet bekostiging financieel toezicht Wijziging#
Artikel 21 Wet bekostiging financieel toezicht Wijziging Wijzigt de Wet bekostiging financieel toezicht. 2018 409 15-11-2018 17-10-2018 34870 2018 409 15-11-2018 17-10-2018 34870 16-11-2018 01-01-2018
Artikel 22 — Artikel 22 Inwerkingtreding#
Artikel 22 Inwerkingtreding 1 artikel 21 Deze wet treedt, met uitzondering van, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2 Artikel 21 artikel 12, eerste lid, van de Wet raadgevend referendum treedt, onder toepassing van, in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2018. 2018 409 15-11-2018 17-10-2018 34870 2018 458 13-12-2018 23-11-2018 01-01-2019
Artikel 23 — Artikel 23 Citeertitel#
Artikel 23 Citeertitel Deze wet wordt aangehaald als: Wet bekostiging financieel toezicht 2019. 2018 409 15-11-2018 17-10-2018 34870 2018 458 13-12-2018 23-11-2018 01-01-2019