Wet van 11 juli 2018, houdende bepalingen samenhangend met de vervolging en berechting in Nederland van strafbare feiten die verband houden met het neerhalen van Malaysia Airlines vlucht MH17 op 17 juli 2014
- BWB-id
- BWBR0041260
- Type
- Wet
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2018-08-25
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0041260
- ELI
- /eli/nl/wet/2018/wet-vervolging-en-berechting-in-nederland-van-strafbare-feit
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2018/wet-vervolging-en-berechting-in-nederland-van-strafbare-feit/2018-08-25
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0041260&g=2018-08-25
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0041260&z=2026-06-06&g=2018-08-25
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0041260/2018-08-25
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2018/wet-vervolging-en-berechting-in-nederland-van-strafbare-feit
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet wordt verstaan onder: a. verdrag: het op 7 juli 2017 te Tallinn tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Oekraïne inzake internationale juridische samenwerking met betrekking tot misdrijven die verband houden met het neerhalen van vlucht MH17 van Malaysia Airlines op 17 juli 2014 (Trb. 2017, 102); b. zaak: strafbare feiten die verband houden met het neerhalen vlucht MH17 van Malaysia Airlines op 17 juli 2014. 2018 263 24-08-2018 11-07-2018 34916 2018 263 24-08-2018 11-07-2018 34916 25-08-2018
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 2 van het Wetboek van Strafvordering In afwijking vanis de rechtbank Den Haag bevoegd tot kennisneming van strafbare feiten die verband houden met het neerhalen van Malaysia Airlines vlucht MH17 op 17 juli 2014. 2018 263 24-08-2018 11-07-2018 34916 2018 263 24-08-2018 11-07-2018 34916 25-08-2018
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Onze Minister van Justitie en Veiligheid zendt een verzoek van de Oekraïense autoriteiten tot het instellen van een strafvervolging als bedoeld in artikel 6 van het verdrag, met de daarbij gevoegde stukken aan de officier van justitie bij het landelijk parket. 2 Artikel 5.3.9, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is niet van toepassing indien degene op wie het verzoek, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft, zich buiten Nederland bevindt. 2018 263 24-08-2018 11-07-2018 34916 2018 263 24-08-2018 11-07-2018 34916 25-08-2018
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Een verdachte als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het verdrag kan aanwezig zijn bij het onderzoek van de zaak ter terechtzitting met gebruikmaking van videoconferentie. 2 artikel 131a van het Wetboek van Strafvordering De gebruikmaking van videoconferentie omvat de deelname aan het onderzoek ter terechtzitting waarbij een directe beeld- en geluidsverbinding tot stand komt tussen de betrokken personen en omvat eveneens het horen, verhoren of ondervragen per videoconferentie als bedoeld in. 3 artikel 131a van het Wetboek van Strafvordering Van videoconferentie kan ook gebruik worden gemaakt in de gevallen dat het gebruik ervan is uitgesloten door een op grond vanvastgestelde algemene maatregel van bestuur. 4 Terechtstaan per videoconferentie vindt uitsluitend plaats indien de verdachte verklaart daarmee in te stemmen. De instemming kan alleen worden afgelegd ten overstaan van een rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken. De verdachte kan zich bij het afleggen van de verklaring doen bijstaan door een raadsman en een tolk. Voordat hij de verklaring aflegt, wordt de verdachte op de mogelijke gevolgen daarvan opmerkzaam gemaakt. Van de verklaring wordt proces-verbaal opgemaakt. De instemming kan niet worden ingetrokken. 5 Wanneer de verdachte, overeenkomstig het vierde lid, zijn instemming heeft gegeven, wordt slechts afgezien van gebruikmaking van videoconferentie indien naar het oordeel van de rechter zwaarwegende belangen zich daartegen verzetten. Onder zwaarwegende belangen wordt mede begrepen een zodanige auditieve of visuele handicap van de verdachte dat daardoor redelijkerwijs kan worden verondersteld dat videoconferentie afbreuk doet aan zijn inbreng of positie in het strafproces, dan wel aan de rechten van andere procesdeelnemers. 6 Het verhoor wordt overeenkomstig het Nederlands recht afgenomen. 7 De behandeling van de zaak tegen de verdachte met gebruikmaking van videoconferentie, geldt als een procedure op tegenspraak. 8 artikel 131a van het Wetboek van Strafvordering Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de uitvoering van dit artikel, voor zover aanvulling op of afwijking van de regels vervat in de op grond vanvastgestelde algemene maatregel van bestuur noodzakelijk is. 2018 263 24-08-2018 11-07-2018 34916 2018 263 24-08-2018 11-07-2018 34916 25-08-2018
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De voorzitter van het gerecht in feitelijke aanleg dat de zaak behandelt, kan bepalen dat bij het onderzoek van de zaak ter terechtzitting gebruik wordt gemaakt van de Engelse taal. 2018 263 24-08-2018 11-07-2018 34916 2018 263 24-08-2018 11-07-2018 34916 25-08-2018
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikelen 54 55 van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen Deenzijn niet van toepassing in geval van de overdracht van de tenuitvoerlegging op grond van deel V van het verdrag. 2018 263 24-08-2018 11-07-2018 34916 2018 263 24-08-2018 11-07-2018 34916 25-08-2018
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Wijzigt deze wet. 2018 263 24-08-2018 11-07-2018 34916 2018 263 24-08-2018 11-07-2018 34916 25-08-2018
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 12, eerste lid, van de Wet raadgevend referendum Deze wet treedt, onder toepassing van, in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. 2018 263 24-08-2018 11-07-2018 34916 2018 263 24-08-2018 11-07-2018 34916 25-08-2018