Wet van 5 december 2018 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Wet bekostiging financieel toezicht, het Burgerlijk Wetboek en de Wet handhaving consumentenbescherming ter implementatie van richtlijn nr. 2015/2366/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG (PbEU 2015, L 337) (Implementatiewet herziene richtlijn betaaldiensten)
- BWB-id
- BWBR0041768
- Type
- Wet
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2019-09-14
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0041768
- ELI
- /eli/nl/wet/2019/implementatiewet-herziene-richtlijn-betaaldiensten
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2019/implementatiewet-herziene-richtlijn-betaaldiensten/2019-09-14
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0041768&g=2019-09-14
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0041768&z=2026-06-06&g=2019-09-14
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0041768/2019-09-14
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2019/implementatiewet-herziene-richtlijn-betaaldiensten
Artikel I — Artikel I#
Artikel I Wijzigt de Wet op het financieel toezicht. 2018 503 27-12-2018 05-12-2018 34813 2019 60 18-02-2019 08-02-2019 19-02-2019
Artikel II — Artikel II#
Artikel II Wijzigt de Wet bekostiging financieel toezicht. 2018 503 27-12-2018 05-12-2018 34813 2019 60 18-02-2019 08-02-2019 19-02-2019
Artikel III — Artikel III#
Artikel III Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 7. 2018 503 27-12-2018 05-12-2018 34813 2019 60 18-02-2019 08-02-2019 14-09-2019 2019 114 15-03-2019 05-03-2019 Onderdeel J, wat betreft artikel 522a.
Artikel IV — Artikel IV#
Artikel IV Wijzigt de Wet handhaving consumentenbescherming. 2018 503 27-12-2018 05-12-2018 34813 2019 60 18-02-2019 08-02-2019 19-02-2019
Artikel IVa — Artikel IVa#
Artikel IVa Wijzigt de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming. 2018 503 27-12-2018 05-12-2018 34813 2019 60 18-02-2019 08-02-2019 19-02-2019
Artikel IVb — Artikel IVb#
Artikel IVb Onze Minister van Financiën zendt in overeenstemming met Onze Minister van Justitie en Veiligheid binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. 2018 503 27-12-2018 05-12-2018 34813 2019 60 18-02-2019 08-02-2019 19-02-2019
Artikel V — Artikel V#
Artikel V 1 artikelen 1:1 1:5a 1:25a 1:55 1:56 1:58 1:59 1:93, eerste lid, onderdelen i en j 1:104 1:107 2:3b 2:3c 2:3e 2:10b 2:10c 2:106a 2:107a 3:29c 5:88 5:88a van de Wet op het financieel toezicht artikel I, onderdelen A tot en met Q, T en Z tot en met CC De,,,,,,,,,,,,,,,,,,en, zoals deze luidden op het moment voor de inwerkingtreding van, van deze wet, blijven tot 13 juli 2018 van toepassing op betaalinstellingen of elektronischgeldinstellingen die op 12 januari 2018 in het bezit waren van een vergunning als bedoeld in de artikelen 2:3b respectievelijk 2:10b van de Wet op het financieel toezicht. 2 artikelen 2:3b 2:10b van de Wet op het financieel toezicht artikel 1:107 van die wet Aan een betaalinstelling of een elektronischgeldinstelling als bedoeld in het eerste lid wordt ambtshalve een vergunning verleend op grond van derespectievelijken deze instellingen blijven ingeschreven in het openbaar register als bedoeld in, indien De Nederlandsche Bank N.V. reeds over het bewijs beschikt dat aan de in die artikelen genoemde eisen wordt voldaan. Indien De Nederlandsche Bank N.V. op 13 juli 2018 niet over dit bewijs beschikt, kan De Nederlandsche Bank N.V. maatregelen nemen om de naleving van deze eisen te waarborgen, dan wel de op grond van de artikelen 2:3b respectievelijk 2:10b van de Wet op het financieel toezicht verleende vergunning intrekken. 3 artikel I, onderdelen A tot en met Q, T en Z tot en met CC artikel 2:3d van de Wet op het financieel toezicht De in het eerste lid genoemde artikelen, zoals deze luidden op het moment voor de inwerkingtreding van, van deze wet, blijven tot 13 januari 2019 van toepassing op natuurlijke personen of rechtspersonen die op het moment voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdelen A tot en met Q, T en Z tot en met CC, van deze wet zijn vrijgesteld op grond van, zoals dat artikel op dat moment luidde. 4 artikelen 2:3d 2:10d van de Wet op het financieel toezicht artikel 1:107 van die wet Natuurlijke personen of rechtspersonen als bedoeld in het derde lid worden geacht te zijn vrijgesteld op grond van derespectievelijken worden ambtshalve ingeschreven in het openbaar register, bedoeld in, indien de Nederlandsche Bank reeds over het bewijs beschikt dat aan de bij of krachtens die artikelen gestelde eisen wordt voldaan. 5 artikel 2:3b van de Wet op het financieel toezicht artikelen 3:53 3:57 van de Wet op het financieel toezicht Onverminderd het eerste lid, blijven betaalinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld invoor het verlenen van diensten als bedoeld onder punt 7 van de bijlage bij richtlijn nr. 2007/64/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 november 2007 betreffende betalingsdiensten in de interne markt (PbEU L 319) die aangemerkt kunnen worden als diensten als bedoeld onder punt 3 van bijlage I van die richtlijn, in het bezit van deze vergunning indien zij aantonen op 13 januari 2020 te voldoen aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deen. 6 Artikel 3:95, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht artikel I, onderdeel V , zoals dat luidde op het moment voor de inwerkingtreding van, van deze wet, blijft tot 13 januari 2019 van toepassing op houders van gekwalificeerde deelnemingen als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, aanhef, van de Wet op het financieel toezicht, in een betaalinstelling, voor zover deze voor of op 12 januari 2018 tot stand zijn gekomen. 2018 503 27-12-2018 05-12-2018 34813 2019 60 18-02-2019 08-02-2019 19-02-2019
Artikel VI — Artikel VI#
Artikel VI Deze wet wordt aangehaald als: Implementatiewet herziene richtlijn betaaldiensten. 2018 503 27-12-2018 05-12-2018 34813 2019 60 18-02-2019 08-02-2019 19-02-2019
Artikel VII — Artikel VII#
Artikel VII Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2018 503 27-12-2018 05-12-2018 34813 2019 60 18-02-2019 08-02-2019 19-02-2019