Wet van 26 oktober 2016, houdende uitvoering van de op 28 juni 2006 te Wenen tot stand gekomen Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen betreffende de procedures voor overlevering tussen de lidstaten van de Europese Unie en IJsland en Noorwegen (Pb EU L 292)
- BWB-id
- BWBR0038687
- Type
- Wet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2019-11-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0038687
- ELI
- /eli/nl/wet/2019/uitvoeringswet-overeenkomst-tussen-europese-unie-en-republie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2019/uitvoeringswet-overeenkomst-tussen-europese-unie-en-republie/2019-11-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0038687&g=2019-11-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0038687&z=2026-06-06&g=2019-11-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0038687/2019-11-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2019/uitvoeringswet-overeenkomst-tussen-europese-unie-en-republie
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Overlevering tussen Nederland, enerzijds, en Noorwegen of IJsland, anderzijds vindt plaats met inachtneming van het bepaalde in: a. de op 28 juni 2006 te Wenen tot stand gekomen Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen betreffende de procedures voor overlevering tussen de lidstaten van de Europese Unie en IJsland en Noorwegen; b. de door Nederland afgelegde verklaringen bij de in onderdeel a genoemde overeenkomst; c. Overleveringswet artikel 3 de, zoals nader aangegeven in, en d. deze wet. 2016 412 04-11-2016 26-10-2016 34365 2019 376 31-10-2019 24-10-2019 01-11-2019 2018 228 20-07-2018 15-06-2018 34887 2019 376 31-10-2019 24-10-2019 01-11-2019 De wijziging is in werking getreden op 19 september 2018 (Stb. 2018/312).
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Overlevering wordt niet toegestaan indien het aanhoudingsbevel een strafbaar feit betreft dat: a. naar Nederlands recht geacht wordt geheel of ten dele op Nederlands grondgebied of buiten Nederland aan boord van een Nederlands vaartuig of luchtvaartuig te zijn gepleegd; of b. buiten het grondgebied van de uitvaardigende staat is gepleegd, terwijl naar Nederlands recht geen vervolging zou kunnen worden ingesteld indien het feit buiten Nederland zou zijn gepleegd. 2 Op vordering van de officier van justitie wordt afgezien van een weigering van de overlevering uitsluitend krachtens het eerste lid, onder a of b, tenzij naar het oordeel van de rechtbank de officier niet in redelijkheid tot zijn vordering heeft kunnen komen. 2016 412 04-11-2016 26-10-2016 34365 2019 376 31-10-2019 24-10-2019 01-11-2019
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Artikel 1 afdeling 2 van hoofdstuk II hoofdstukken III tot en met V van de Overleveringswet en, alsmede dezijn van overeenkomstige toepassing op de behandeling van aanhoudingsbevelen als bedoeld in de op 28 juni 2006 te Wenen tot stand gekomen Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen betreffende de procedures voor overlevering tussen de lidstaten van de Europese Unie en IJsland en Noorwegen. 2 artikel 1 van de Overleveringswet Uitsluitend met het oog op de in het eerste lid bedoelde toepassing vanwordt tevens verstaan onder: a. overleveringsovereenkomst: de op 28 juni 2006 te Wenen tot stand gekomen Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen betreffende de procedures voor overlevering tussen de lidstaten van de Europese Unie en IJsland en Noorwegen (Pb EU L 292); b. Europees aanhoudingsbevel: een aanhoudingsbevel als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van de overleveringsovereenkomst; c. overlevering: de wederzijdse terbeschikkingstelling op grond van de overleveringsovereenkomst van een persoon door de justitiële autoriteiten van respectievelijk Nederland, Noorwegen of IJsland ten behoeve van hetzij een in respectievelijk Nederland, Noorwegen of IJsland tegen hem gericht strafrechtelijk onderzoek, hetzij de tenuitvoerlegging van een hem in respectievelijk Nederland, Noorwegen of IJsland opgelegde vrijheidsbenemende straf of maatregel; d. opgeëiste persoon: de persoon op wie een aanhoudingsbevel, een signalering in het Schengen-informatiesysteem of via Interpol strekkende tot aanhouding en overlevering op grond van de overleveringsovereenkomst betrekking heeft; e. uitvaardigende justitiële autoriteit: de justitiële autoriteit van respectievelijk Nederland, Noorwegen of IJsland, krachtens het nationale recht bevoegd tot het afgeven van een aanhoudingsbevel als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van de overleveringsovereenkomst; f. uitvaardigende staat: de staat waar de Nederlands, Noorse of IJslandse uitvaardigende justitiële autoriteit werkzaam is; g. uitvoerende justitiële autoriteit: de justitiële autoriteit van respectievelijk Nederland, Noorwegen of IJsland, krachtens het nationale recht bevoegd tot het nemen van de beslissing tot overlevering op basis van een aanhoudingsbevel, als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van de overleveringsovereenkomst; h. uitvoerende staat: de staat waar de uitvoerende Nederlandse, Noorse of IJslandse justitiële autoriteit werkzaam is. 2016 412 04-11-2016 26-10-2016 34365 2019 376 31-10-2019 24-10-2019 01-11-2019
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2016 412 04-11-2016 26-10-2016 34365 2019 376 31-10-2019 24-10-2019 01-11-2019