Wet van 12 december 2018, houdende regeling van de mogelijke toewijzing van extra zetels voor Nederland in het Europees Parlement
- BWB-id
- BWBR0041821
- Type
- Wet
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2019-02-19
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0041821
- ELI
- /eli/nl/wet/2019/wet-houdende-regeling-van-de-mogelijke-toewijzing-van-extra-
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2019/wet-houdende-regeling-van-de-mogelijke-toewijzing-van-extra-/2019-02-19
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0041821&g=2019-02-19
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0041821&z=2026-06-06&g=2019-02-19
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0041821/2019-02-19
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2019/wet-houdende-regeling-van-de-mogelijke-toewijzing-van-extra-
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Deze wet geldt indien de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie overeenkomstig artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie plaatsvindt in de periode tussen 23 mei 2019 en de dag van de eerste zitting van het Europees Parlement in de periode 2024–2029. 2019 7 18-01-2019 12-12-2018 35016 2019 57 18-02-2019 31-01-2019 19-02-2019
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 In deze wet wordt verstaan onder: extra zetels: aantal aan Nederland toekomende zetels op grond van het besluit van de Europese Raad ingevolge artikel 14, tweede lid, van het Verdrag betreffende de Europese Unie indien het Verenigd Koninkrijk geen lid meer is van de Europese Unie minus het aantal aan Nederland toekomende zetels indien het Verenigd Koninkrijk nog lid is van de Europese Unie. 2019 7 18-01-2019 12-12-2018 35016 2019 57 18-02-2019 31-01-2019 19-02-2019
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikelen H 12, vijfde lid P 20 P 22 P 23 P 24 van de Kieswet Het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van het Europees Parlement stelt in aanvulling op de vaststelling van de uitslag van de verkiezing van de leden van het Europees Parlement in mei 2019 vast aan welke lijst of lijsten en aan welke kandidaten op die lijst of lijsten de extra zetels toevallen. Deze vaststelling vindt plaats op een bij koninklijk besluit te bepalen datum. De,,,enzijn van overeenkomstige toepassing. 2 artikelen P 7 P 10 tot en met P 18 P 19, eerste tot en met het vierde lid P 19a Y 23a van de Kieswet De extra zetels vallen toe aan de lijst of lijsten die, na toewijzing van de laatst toegewezen restzetel bij de vaststelling van de uitslag van de verkiezing van de leden van het Europees Parlement in mei 2019, bij voortgezette toepassing van de,,,enachtereenvolgens als eerste in aanmerking komen voor de toewijzing van de extra zetels. 3 Bij de toewijzing van de extra zetels, gaat het centraal stembureau uit van een kiesdeler die wordt gevormd door de som van de stemcijfers van alle lijsten, zoals vastgesteld op basis van de uitslag van de verkiezing van de leden van het Europees Parlement in mei 2019, gedeeld door het aantal aan Nederland toegewezen zetels op grond van het besluit van de Europese Raad ingevolge artikel 14, tweede lid, van het Verdrag betreffende de Europese Unie. 4 artikel P 19, eerste lid tot en met vierde lid Ten aanzien van de lijsten waarop op basis van de uitslag van de verkiezing van de leden van het Europees Parlement in mei 2019 geen kandidaten gekozen zijn verklaard die niet deel uitmaken van een lijstengroep waaraan een of meer zetels zijn toegekend, en die in aanmerking komen voor de toewijzing van één of meer van de extra zetels, rangschikt het centraal stembureau de daarop voorkomende kandidaten op basis van de uitslag van de verkiezing van de leden van het Europees Parlement in mei 2019 in de volgorde, bedoeld in, van de Kieswet. 5 artikel P 19, tweede lid van de Kieswet Artikel W 2 van de Kieswet Tot leden van het Europees Parlement worden benoemd verklaard de daarvoor in aanmerking komende kandidaten die in de volgorde, bedoeld in, het hoogst zijn geplaatst op de lijst.is van overeenkomstige toepassing. 6 Artikel 8:4, vierde lid, aanhef en onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de vaststelling, bedoeld in het eerste lid. 2019 7 18-01-2019 12-12-2018 35016 2019 57 18-02-2019 31-01-2019 19-02-2019
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikelen Y 25 Y 26 van de Kieswet Deenzijn van toepassing, met dien verstande dat: a. artikel 3, vijfde lid artikelen V 1 V 3 tot en met V 10 van de Kieswet artikel W 1 van de Kieswet de benoeming, bedoeld in, bij de toepassing van deenwordt aangemerkt als een benoeming in een opengevallen plaats als bedoeld in; en b. artikel V 4 van de Kieswet artikel 3, eerste lid bij het onderzoek van de geloofsbrieven, bedoeld in, de vaststelling, bedoeld in, kan worden betrokken. 2019 7 18-01-2019 12-12-2018 35016 2019 57 18-02-2019 31-01-2019 19-02-2019
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel Y 5 van de Kieswet artikel 3, vijfde lid In afwijking vanvangt het lidmaatschap van het op grond van, benoemde lid van het Europees Parlement aan met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen datum en eindigt het lidmaatschap op het tijdstip waarop de zittingsperiode eindigt van de leden van het Europees Parlement die op 23 mei 2019 zijn gekozen. 2019 7 18-01-2019 12-12-2018 35016 2019 57 18-02-2019 31-01-2019 19-02-2019
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2 Deze wet vervalt met ingang van 1 september 2024. 2019 7 18-01-2019 12-12-2018 35016 2019 57 18-02-2019 31-01-2019 19-02-2019