Wet van 7 november 2018, houdende regels met betrekking tot het verlenen van trustdiensten en het toezicht daarop (Wet toezicht trustkantoren 2018)
- BWB-id
- BWBR0041583
- Type
- Wet
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-03-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0041583
- ELI
- /eli/nl/wet/2019/wet-toezicht-trustkantoren-2018
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2019/wet-toezicht-trustkantoren-2018/2025-03-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0041583&g=2025-03-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0041583&z=2026-06-06&g=2025-03-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0041583/2025-03-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2019/wet-toezicht-trustkantoren-2018
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: algemene verordening gegevensbescherming: Richtlijn 95/46/EG verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van(algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2016, 119); belastingadvies: adviseren over de opzet, inrichting of werking van structuren van rechtspersonen en vennootschappen gericht op de toepassing van internationaal en nationaal belastingrecht; bijkantoor: duurzaam in een andere staat dan de staat van de zetel aanwezig onderdeel zonder rechtspersoonlijkheid van een trustkantoor; cliënt: natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap met wie een zakelijke relatie wordt aangegaan of die een trustdienst laat verrichten; de Nederlandsche Bank: De Nederlandsche Bank N.V.; doelvennootschap: rechtspersoon of vennootschap waaraan de trustdiensten, bedoeld in de onderdelen a en b van de begripsomschrijving van trustdienst, worden verleend; familielid van een politiek prominente persoon: Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme familielid van een politiek prominente persoon als bedoeld in de; financieren van terrorisme: artikel 421, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht gedraging strafbaar gesteld in; Financiële inlichtingen eenheid: artikel 12, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme Financiële inlichtingen eenheid, bedoeld in; gekwalificeerde deelneming: rechtstreeks of middellijk belang van ten minste tien procent van het geplaatste aandelenkapitaal of een daarmee vergelijkbaar belang, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van ten minste tien procent van de stemrechten of een daarmee vergelijkbare zeggenschap; groep: economische eenheid waarin natuurlijke personen, rechtspersonen, en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden; identificeren: opgave van de identiteit laten doen; integriteitrisico: a. risico van ontoereikende naleving van hetgeen bij of krachtens enig wettelijk voorschrift is bepaald; b. risico van betrokkenheid van het trustkantoor of zijn medewerkers bij handelingen die op een dusdanige wijze ingaan tegen hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, dat hierdoor het vertrouwen in het trustkantoor of in de financiële markten ernstig kan worden geschaad; introducerende instelling: artikel 5, eerste lid, onderdeel a, onder 2° en 3°, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme instelling als bedoeld indie behoort tot dezelfde groep als het trustkantoor; lidstaat: lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte; moederonderneming: richtlijn 2013/34 Richtlijn 2006/43/EG Richtlijnen 78/660/EEG 83/349/EEG moederonderneming als bedoeld in artikel 2, negende lid, van/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging vanvan het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking vanenvan de Raad (PbEU 2013, L 182); Onze Minister: Onze Minister van Financiën; personenvennootschap: artikel 1655 van Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek artikel 16 van het Wetboek van Koophandel artikel 19 van het Wetboek van Koophandel een maatschap als bedoeld in, een vennootschap onder firma als bedoeld inen een commanditaire vennootschap als bedoeld in, alsmede een maatschap of vennootschap naar buitenlands recht die met deze rechtsvormen vergelijkbaar is; persoon bekend als naaste geassocieerde van een politiek prominente persoon: Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme persoon bekend als naaste geassocieerde van een politiek prominente persoon als bedoeld in de; persoonsgegeven: persoonsgegeven als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de algemene verordening gegevensbescherming; politiek prominente persoon: Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme politiek prominente persoon als bedoeld in de; trustdienst: a. het optreden als bestuurder van een rechtspersoon of vennoot van een vennootschap die niet tot dezelfde groep behoort als degene die bestuurder of vennoot is ten behoeve van een cliënt; b. artikelen 11, eerste lid, onderdeel c 14, eerste lid, onderdeel c, van de Handelsregisterwet 2007 natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die een adres of postadres ter beschikking stellen, als bedoeld in de, en, aan een rechtspersoon of vennootschap die niet tot dezelfde groep behoort als het trustkantoor, indien ten minste één van de volgende aanvullende werkzaamheden wordt verricht ten behoeve van die rechtspersoon of vennootschap of ten behoeve van een tot dezelfde groep als die rechtspersoon of vennootschap behorende natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap: 1°. het geven van juridisch advies of het verlenen van bijstand, met uitzondering van het verrichten van receptiewerkzaamheden; 2°. het verzorgen van belastingaangiften en daarmee verband houdende werkzaamheden; 3°. het verrichten van werkzaamheden in verband met het opstellen, beoordelen of controleren van de jaarrekening of het voeren van administratie; 4°. het werven van een bestuurder voor een rechtspersoon of vennootschap; 5°. andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen aanvullende werkzaamheden; c. het verkopen van of bemiddelen bij de verkoop van rechtspersonen; d. het zijn van een trustee in opdracht van een niet tot dezelfde groep behorende natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap; e. andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen diensten; trustkantoor: degene die, al dan niet tezamen met andere natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen, beroeps- of bedrijfsmatig een of meer trustdiensten verleent; uiteindelijk belanghebbende: artikel 1 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme uiteindelijk belanghebbende als bedoeld in; vierde anti-witwasrichtlijn: richtlijn 2015/849 Richtlijn 2005/60 Richtlijn 2006/70/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking vanvan het Europees Parlement en de Raad envan de Commissie (PbEU 2015, L 141); witwassen: artikelen 420bis 420bis.1 420ter 420quater 420quater.1 van het Wetboek van Strafrecht gedragingen strafbaar gesteld in de,,,en; zakelijke relatie: zakelijke, professionele of commerciële relatie tussen een trustkantoor en een natuurlijke persoon, een rechtspersoon of een vennootschap, die verband houdt met trustdiensten verleend door het trustkantoor en waarvan op het tijdstip dat het contact wordt gelegd, wordt aangenomen dat deze enige tijd zal duren; zetel: plaats waar een trustkantoor volgens haar statuten of reglementen is gevestigd of, indien het trustkantoor geen rechtspersoon is, de plaats waar het trustkantoor zijn hoofdvestiging heeft. 2 In deze wet en de daarop rustende bepalingen wordt onder de begrippen «trust», «trustee» en «insteller» verstaan hetgeen daaronder in het Verdrag inzake het recht dat toepasselijk is op trusts en inzake de erkenning van trusts (Trb. 1985, 141) wordt verstaan. 2024 241 30-08-2024 17-07-2024 36442 2024 246 05-09-2024 24-08-2024 01-01-2025
Artikel 2 — Artikel 2 Overdraagbaarheid van vergunningen#
Artikel 2 Overdraagbaarheid van vergunningen Vergunningen en ontheffingen, verleend ingevolge deze wet, zijn persoonlijk en niet overdraagbaar. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 3 — Artikel 3 Verbod op trustdienstverlening zonder vergunning#
Artikel 3 Verbod op trustdienstverlening zonder vergunning 1 Het is een ieder met zetel in Nederland verboden zonder een daartoe door de Nederlandsche Bank verleende vergunning beroeps- of bedrijfsmatig trustdiensten te verlenen. 2 Het is een ieder met zetel in een andere lidstaat verboden zonder een daartoe door de Nederlandsche Bank verleende vergunning beroeps- of bedrijfsmatig trustdiensten te verlenen naar Nederland, dan wel vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor beroeps- of bedrijfsmatig trustdiensten te verlenen. 3 Het is een ieder met zetel in een staat die geen lidstaat is verboden beroeps- of bedrijfsmatig naar Nederland trustdiensten te verlenen, dan wel vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor beroeps- of bedrijfsmatig trustdiensten te verlenen. 4 Het is een ieder verboden: a. werkzaamheden te verrichten gericht op activiteiten die in strijd zijn met de verboden in het eerste tot en met derde lid; of b. zonder vergunning op grond van deze wet werkzaamheden te verrichten gericht op zowel het ter beschikking stellen van een postadres of bezoekadres als bedoeld in onderdeel b van de begripsomschrijving van trustdienst, als het verrichten van aanvullende werkzaamheden als bedoeld in dat onderdeel, ten behoeve van een en dezelfde natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap of ten behoeve van een tot dezelfde groep als die rechtspersoon of vennootschap behorende, natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap. 5 Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op: a. de Nederlandsche Bank; b. een lichaam dat krachtens publiekrecht rechtspersoonlijkheid bezit; c. een natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap die beroeps- of bedrijfsmatig opdrachten van tijdelijke aard die betrekking hebben op management- en organisatievraagstukken, met daarbij behorende verantwoordelijkheden en bevoegdheden, uitvoert of doet uitvoeren, voor zover deze de diensten, bedoeld in onderdeel a van de begripsomschrijving van trustdienst, verleent. 6 Het tweede lid is niet van toepassing op trustkantoren, zonder bijkantoor in Nederland, die beschikken over een vergelijkbare vergunning in een andere lidstaat en waarop toezicht wordt uitgeoefend dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die deze wet beoogt te beschermen. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 3a — Artikel 3a Verbod optreden als doorstroomvennootschap#
Artikel 3a Verbod optreden als doorstroomvennootschap 1 Het is eenieder met zetel in Nederland verboden om beroeps- of bedrijfsmatig gebruik te maken van doorstroomvennootschappen ten behoeve van een cliënt. 2 Onder doorstroomvennootschap wordt verstaan een rechtspersoon of vennootschap die tot dezelfde groep behoort als degene die gebruik maakt van deze rechtspersoon of vennootschap ten behoeve van een cliënt. 2023 58 21-02-2023 07-12-2022 36102 2023 232 29-06-2023 05-04-2023 01-07-2023 Artikel III van Stb. 2023/58 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 4 — Artikel 4 Trustkantoor in aangewezen staat#
Artikel 4 Trustkantoor in aangewezen staat 1 Artikel 3, derde lid , is niet van toepassing op een trustkantoor dat: a. zijn zetel heeft in een bij ministeriële regeling aangewezen staat; b. in die staat bevoegd is als trustkantoor werkzaam te zijn; en c. beschikt over een vergunning van de Nederlandsche Bank voor het verlenen van trustdiensten naar Nederland, dan wel vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor. 2 Op grond van het eerste lid, onderdeel a, worden slechts staten aangewezen waar toezicht op het verlenen van trustdiensten wordt uitgeoefend dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die deze wet beoogt te beschermen. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het aanwijzen van staten als bedoeld in het tweede lid. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 5 — Artikel 5 Vrijstelling en ontheffing#
Artikel 5 Vrijstelling en ontheffing 1 artikel 3, eerste tot en met derde lid artikel 3a, eerste lid artikel 4, eerste lid, onderdeel c Bij ministeriële regeling kan geheel of gedeeltelijk vrijstelling worden verleend van,, en. Aan deze vrijstelling kunnen voorschriften worden verbonden. 2 artikel 3, eerste tot en met derde lid artikel 4, eerste lid, onderdeel c artikelen 7 8 De Nederlandsche Bank kan op aanvraag een ontheffing verlenen van, en, indien de aanvrager aantoont dat de specifieke situatie van een trustkantoor dat rechtvaardigt en dat de belangen die deze wet beoogt te beschermen voldoende worden gewaarborgd. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld. Deenzijn van overeenkomstige toepassing. 2023 58 21-02-2023 07-12-2022 36102 2023 232 29-06-2023 05-04-2023 01-07-2023
Artikel 6 — Artikel 6 Vergunning#
Artikel 6 Vergunning 1 artikel 3, eerste en tweede lid artikel 4, eerste lid, onderdeel c artikelen 10, eerste, tweede, derde en vierde lid 11 tot en met 14 De Nederlandsche Bank verleent op aanvraag een vergunning als bedoeld in, of, indien de aanvrager aantoont dat zal worden voldaan aan de bij of krachtens deengestelde regels. 2 De aanvraag van de vergunning geschiedt onder opgave van bij ministeriële regeling te bepalen gegevens. 3 Aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld. 4 De Nederlandsche Bank beslist binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag. 2020 380 14-10-2020 07-10-2020 35440 2020 380 14-10-2020 07-10-2020 35440 01-05-2021
Artikel 7 — Artikel 7 Intrekken of wijzigen van een vergunning#
Artikel 7 Intrekken of wijzigen van een vergunning 1 De Nederlandsche Bank kan een door haar verleende vergunning wijzigen, geheel of gedeeltelijk intrekken of beperken, dan wel daaraan nadere voorschriften verbinden, indien: a. de vergunninghouder daartoe een aanvraag heeft ingediend; b. is gebleken dat de vergunninghouder bij de aanvraag van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, en kennis omtrent de juiste en volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; c. de vergunninghouder omstandigheden of feiten heeft verzwegen op grond waarvan, zo zij voor het tijdstip waarop de vergunning werd verleend zich hadden voorgedaan of bekend waren geweest, de vergunning zou zijn geweigerd; d. de vergunninghouder niet voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde regels dan wel niet meer voldoet aan de aan de vergunning verbonden voorschriften of de gestelde beperkingen niet naleeft; e. Wet bekostiging financieel toezicht 2019 de vergunninghouder niet voldoet aan de verplichting tot betaling van een bedrag op grond van de; f. de vergunninghouder geen gebruik van de vergunning heeft gemaakt binnen een termijn van zes maanden na vergunningverlening; g. de vergunninghouder de vergunningplichtige activiteit heeft beëindigd, dan wel gedurende meer dan zes maanden het verlenen van trustdiensten, waarvoor hij een vergunning heeft, heeft gestaakt; h. de vergunninghouder de onderneming ten behoeve waarvan de vergunning is verleend, geheel of gedeeltelijk overdraagt; i. de vergunninghouder in staat van faillissement is komen te verkeren; j. Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme in geval de vergunninghouder niet voldoet aan de bij of krachtens degestelde regels; k. Sanctiewet 1977 in geval de vergunninghouder niet voldoet aan de bij of krachtens degestelde regels; of l. artikel 1, eerste lid, onderdeel h van de Handelsregisterwet 2007 doorhaling of beëindiging heeft plaatsgevonden van de inschrijving van de vergunninghouder in het handelsregister bedoeld in. 2 De vergunning vervalt van rechtswege indien de vergunninghouder opgehouden is te bestaan. 3 De Nederlandsche Bank kan bij het besluit tot intrekking van een vergunning tevens bepalen dat het trustkantoor binnen een door de Nederlandsche Bank te stellen termijn het bedrijf geheel of gedeeltelijk afwikkelt. Bij een afwikkeling, al dan niet bepaald door de Nederlandsche Bank, wordt het trustkantoor of de curator in faillissement van het trustkantoor aangemerkt als vergunninghoudende onderneming. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 8 — Artikel 8 Wijzigingen in de gegevens van een trustkantoor#
Artikel 8 Wijzigingen in de gegevens van een trustkantoor 1 Een trustkantoor meldt schriftelijk aan de Nederlandsche Bank een voornemen tot wijziging van: a. de identiteit van de bestuurders en commissarissen van het trustkantoor; b. de identiteit van degenen die het beleid van het trustkantoor bepalen of mede bepalen; c. de identiteit van degenen die al dan niet middelijk een gekwalificeerde deelneming houden in het trustkantoor of een wijziging van de omvang van de desbetreffende gekwalificeerde deelneming; d. de identiteit van de uiteindelijk belanghebbende van het trustkantoor. 2 Een wijziging als bedoeld in het eerste lid wordt niet doorgevoerd dan nadat de Nederlandsche Bank hiervoor toestemming heeft gegeven. 3 Een trustkantoor meldt onverwijld schriftelijk aan de Nederlandsche Bank een wijziging van: a. de antecedenten van de bestuurders en commissarissen van het trustkantoor; b. de antecedenten van degenen die het beleid van het trustkantoor bepalen of mede bepalen; c. de antecedenten van degenen die een gekwalificeerde deelneming houden in het trustkantoor, alsmede de omvang van de desbetreffende gekwalificeerde deelneming; d. de antecedenten van de uiteindelijk belanghebbende van het trustkantoor; e. de naam, het adres en de statutaire zetel van het trustkantoor en, indien van toepassing, de naam en het adres van zijn bijkantoren; f. de formele en feitelijke zeggenschapstructuur of de bedrijfsvoering van het trustkantoor; g. de formele en feitelijke zeggenschapsstructuur van de groep waartoe het trustkantoor behoort; h. overige bij ministeriële regeling te bepalen gegevens. 4 De houder van een gekwalificeerde deelneming en de uiteindelijk belanghebbende verschaffen het trustkantoor alle informatie die noodzakelijk is om te voldoen aan dit artikel. 5 artikel 10a, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme In dit artikel wordt verstaan onder uiteindelijk belanghebbende: uiteindelijk belanghebbende als bedoeld in. 2024 241 30-08-2024 17-07-2024 36442 2024 246 05-09-2024 24-08-2024 01-01-2025
Artikel 9 — Artikel 9 Het register#
Artikel 9 Het register 1 artikelen 3 4 artikel 5 Er is een openbaar register van trustkantoren met een vergunning als bedoeld in deenof een ontheffing als bedoeld in. Het register wordt gehouden door de Nederlandsche Bank en wordt in ieder geval gepubliceerd op een daartoe geschikte website. 2 De Nederlandsche Bank verricht de inschrijving en doorhaling in het register op zodanige wijze dat uit het register is op te maken vanaf welk tijdstip, welke trustdiensten een ingeschreven trustkantoor mag verrichten. 3 In het register worden ten aanzien van een trustkantoor de volgende gegevens opgenomen: a. de naam, het adres en de statutaire zetel van het trustkantoor en, indien van toepassing, de naam en het adres van zijn bijkantoren; b. de datum van inschrijving van het trustkantoor in het register; c. het nummer van inschrijving van het trustkantoor bij de Kamer van Koophandel; d. de aan de vergunning of de ontheffing verbonden voorschriften en gestelde beperkingen, tenzij de bescherming van de persoonlijke levenssfeer of van gerechtvaardigde bedrijfsbelangen zich daartegen verzet. 4 De Nederlandsche Bank draagt onverwijld zorg voor de inschrijving van trustkantoren die beschikken over een vergunning of ontheffing. 5 Indien van toepassing vermeldt de Nederlandsche Bank bij doorhaling dat het desbetreffende besluit nog niet onherroepelijk is. 6 De Nederlandsche Bank verstrekt aan een ieder desgevraagd, tegen betaling van de kostprijs, afschriften uit het register. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 10 — Artikel 10 Betrouwbaarheid en geschiktheid#
Artikel 10 Betrouwbaarheid en geschiktheid 1 Het beleid van een trustkantoor met zetel in Nederland wordt bepaald of mede bepaald door personen die geschikt zijn in verband met de uitoefening van het bedrijf van trustkantoor. Indien binnen het trustkantoor een orgaan is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van het trustkantoor, wordt dit toezicht gehouden door personen die geschikt zijn voor de uitoefening van dit toezicht. 2 Het beleid van een trustkantoor met zetel in Nederland wordt bepaald of mede bepaald door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat. Indien binnen het trustkantoor een orgaan is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van het trustkantoor, wordt dit toezicht gehouden door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat. 3 Indien sprake is van een gekwalificeerde deelneming wordt die gehouden door natuurlijke personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat of, in geval van een rechtspersoon, de betrouwbaarheid van de bestuurders van die rechtspersoon buiten twijfel staat. 4 artikel 10a, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme De uiteindelijk belanghebbende van een trustkantoor met zetel in Nederland is, gelet op zijn reputatie, geschikt en zijn betrouwbaarheid staat buiten twijfel. In dit lid wordt verstaan onder uiteindelijk belanghebbende: uiteindelijk belanghebbende als bedoeld in. 5 Wet op het financieel toezicht Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme De betrouwbaarheid van een persoon staat buiten twijfel wanneer dat eenmaal door de Nederlandsche Bank of de Stichting Autoriteit Financiële Markten voor de toepassing van deze wet, de, of deis vastgesteld, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een nieuwe beoordeling. 6 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop wordt vastgesteld of de betrouwbaarheid van een persoon buiten twijfel staat en welke feiten en omstandigheden daarbij in aanmerking worden genomen, alsmede regels met betrekking tot de misdrijven die, indien begaan door die persoon, met het oog op de belangen die de wet beoogt te beschermen, tot de vaststelling leiden dat de betrouwbaarheid van die persoon niet buiten twijfel staat. 2022 197 27-05-2022 11-05-2022 35950 2022 280 06-07-2022 23-06-2022 07-07-2022
Artikel 11 — Artikel 11 Twee dagelijks beleidsbepalers#
Artikel 11 Twee dagelijks beleidsbepalers 1 Ten minste twee natuurlijke personen bepalen het dagelijks beleid van een trustkantoor met zetel in Nederland. 2 De personen die het dagelijks beleid van een trustkantoor met zetel in Nederland bepalen, verrichten hun werkzaamheden in verband daarmee vanuit Nederland. 3 De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van dit artikel, voor zover de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de belangen die dit artikel beoogt te beschermen voldoende worden gewaarborgd. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 12 — Artikel 12 Feitelijke zeggenschapsstructuur#
Artikel 12 Feitelijke zeggenschapsstructuur 1 Een trustkantoor met zetel in Nederland is niet met personen verbonden in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur die in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op het trustkantoor. 2 Een trustkantoor met zetel in Nederland is niet met personen verbonden in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur indien het recht van een staat, dat op die personen van toepassing is, een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op het trustkantoor. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 13 — Artikel 13 Rechtsvorm trustkantoor#
Artikel 13 Rechtsvorm trustkantoor 1 Een trustkantoor met zetel in Nederland heeft de rechtsvorm van een naamloze vennootschap, een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of een Europese naamloze vennootschap. 2 artikel 4, eerste lid Een trustkantoor met zetel in een lidstaat of in een aangewezen staat als bedoeld in, dat trustdiensten verleent naar Nederland, dan wel vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor trustdiensten verleent, beschikt naar het recht van de staat van zijn zetel over rechtspersoonlijkheid. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 14 — Artikel 14 Integere en beheerste bedrijfsvoering#
Artikel 14 Integere en beheerste bedrijfsvoering 1 hoofdstukken 4 5 Een trustkantoor met zetel in Nederland voert een adequaat beleid dat een integere en beheerste uitoefening van het bedrijf waarborgt, met inachtneming van deen. 2 hoofdstukken 4 5 Een trustkantoor met zetel in Nederland richt de bedrijfsvoering zodanig in dat deze een beheerste en integere uitoefening van haar bedrijf waarborgt, met inachtneming van deen. 3 Ten behoeve van een integere en beheerste uitoefening van het bedrijf maakt een trustkantoor met zetel in Nederland periodiek een analyse van de risico’s voor de integere bedrijfsvoering. Het trustkantoor met zetel in Nederland heeft procedures, processen en maatregelen waarmee de geïdentificeerde risico’s gemitigeerd worden. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de verplichtingen in dit artikel. Deze regels kunnen betrekking hebben op: a. een integere bedrijfsuitoefening, waaronder wordt verstaan het tegengaan van: 1°. belangenverstrengeling; 2°. strafbare feiten of andere wetsovertredingen door het trustkantoor of zijn werknemers, die het vertrouwen in het trustkantoor of in de financiële markten kunnen schaden; 3°. relaties met cliënten of derden, die het vertrouwen in het trustkantoor of in de financiële markten kunnen schaden; 4°. andere handelingen door het trustkantoor of zijn werknemers, die op een dusdanige wijze ingaan tegen hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, dat hierdoor het vertrouwen in de onderneming of in de financiële markten ernstig kan worden geschaad; b. het beheersen van bedrijfsprocessen en bedrijfsrisico’s. 5 De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het derde lid indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de belangen die dit artikel beoogt te beschermen voldoende worden gewaarborgd. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 15 — Artikel 15 Compliance- en auditfunctie#
Artikel 15 Compliance- en auditfunctie 1 Een trustkantoor met zetel in Nederland beschikt over een onafhankelijke en effectieve compliancefunctie. De compliancefunctie is gericht op het controleren van de naleving door het trustkantoor van wettelijke voorschriften en interne regels van het trustkantoor zelf. 2 Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme Sanctiewet 1977 Een trustkantoor met zetel in Nederland draagt er zorg voor dat op onafhankelijke wijze een auditfunctie wordt uitgeoefend ten aanzien van zijn werkzaamheden. De auditfunctie controleert de naleving door een trustkantoor van de bij of krachtens deze wet, deen degestelde regels en de uitoefening van de compliancefunctie. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de uitoefening van de compliancefunctie en auditfunctie. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 16 — Artikel 16 Uitbesteding van werkzaamheden#
Artikel 16 Uitbesteding van werkzaamheden 1 Indien een trustkantoor met zetel in Nederland werkzaamheden uitbesteedt aan een derde in het kader van een uitbestedings- of agentuurovereenkomst, draagt het trustkantoor er zorg voor dat deze derde de ingevolge deze wet met betrekking tot die werkzaamheden op het trustkantoor van toepassing zijnde regels naleeft. 2 Een trustkantoor met zetel in Nederland besteedt de uitoefening van de compliancefunctie niet uit. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere werkzaamheden worden aangewezen die een trustkantoor met zetel in Nederland niet uitbesteedt. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over: a. het uitbesteden van werkzaamheden, in verband met het toezicht op de naleving van het ingevolge deze wet bepaalde; b. de beheersing van risico’s die verband houden met het uitbesteden van werkzaamheden door trustkantoren; c. de tussen een trustkantoor en de derde te sluiten overeenkomst over het uitbesteden van werkzaamheden. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 17 — Artikel 17 Verbod op belastingadvies#
Artikel 17 Verbod op belastingadvies Het is een trustkantoor met zetel in Nederland verboden om: a. belastingadvies te verstrekken; b. trustdiensten te verlenen aan een cliënt die uitvoering geven aan belastingadvies dat aan die cliënt is verstrekt door een natuurlijk persoon, rechtspersoon, of vennootschap die deel uitmaakt van dezelfde groep als het trustkantoor. 2024 241 30-08-2024 17-07-2024 36442 2024 246 05-09-2024 24-08-2024 01-01-2025
Artikel 18 — Artikel 18 Periodieke rapportage#
Artikel 18 Periodieke rapportage 1 Een trustkantoor met zetel in Nederland verstrekt jaarlijks, of zoveel vaker als nodig voor het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde, een rapportage omtrent zijn bedrijfsvoering aan de Nederlandsche Bank. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de inhoud van de door trustkantoren in te dienen rapportages en de termijn waarbinnen de rapportages dienen te worden verstrekt. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 19 — Artikel 19 Zorgplicht derdengelden#
Artikel 19 Zorgplicht derdengelden Een trustkantoor met zetel in Nederland treft met betrekking tot gelden of geldswaarden van doelvennootschappen of derden die door het trustkantoor worden beheerd, maatregelen om de rechten van die doelvennootschappen of derden te beschermen. 2023 58 21-02-2023 07-12-2022 36102 2023 232 29-06-2023 05-04-2023 01-07-2023
Artikel 20 — Artikel 20 Incidenten#
Artikel 20 Incidenten 1 Een trustkantoor met zetel in Nederland informeert de Nederlandsche Bank onverwijld omtrent incidenten. 2 Een trustkantoor met zetel in Nederland neemt naar aanleiding van een incident passende maatregelen die zijn gericht op het beheersen van de opgetreden risico’s en het voorkomen van herhaling. 3 Een trustkantoor met zetel in Nederland draagt zorg voor de administratieve vastlegging van incidenten en de naar aanleiding daarvan genomen maatregelen. 4 Onder incident wordt in dit artikel verstaan: gedraging of gebeurtenis die een ernstig gevaar vormt voor de integere uitoefening van het bedrijf van het trustkantoor. 5 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de informatie die een trustkantoor verstrekt aan de Nederlandsche Bank bij een melding van een incident. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 21 — Artikel 21 Buitenlandse trustkantoren en bijkantoren#
Artikel 21 Buitenlandse trustkantoren en bijkantoren 1 artikelen 10 11, eerste lid 12 14 tot en met 19 De,,enzijn van overeenkomstige toepassing op trustkantoren met zetel in een andere lidstaat of in een aangewezen staat die trustdiensten verlenen naar Nederland, dan wel die via een in Nederland gelegen bijkantoor trustdiensten verlenen. 2 artikelen 12 14 tot en met 19 Deenzijn van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van trustkantoren met zetel in een andere lidstaat of in een aangewezen staat. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 22 — Artikel 22 Cliëntenonderzoek bij trustdienstverlening#
Artikel 22 Cliëntenonderzoek bij trustdienstverlening Een trustkantoor verricht ter beheersing van integriteitrisico’s onderzoek zoals voorgeschreven in dit hoofdstuk indien: a. het trustkantoor een zakelijke relatie aangaat; b. het trustkantoor een trustdienst verleent; c. er indicaties zijn dat de cliënt betrokken is bij witwassen of financieren van terrorisme; d. het trustkantoor twijfelt aan de juistheid of volledigheid van eerder verkregen gegevens; e. het risico van betrokkenheid van een bestaande cliënt bij witwassen of financieren van terrorisme daartoe aanleiding geeft; f. er, gelet op de staat waarin een cliënt of doelvennootschap woonachtig of gevestigd is, een verhoogd risico op witwassen of financieren van terrorisme bestaat. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 23 — Artikel 23 Verbod op vroegtijdige dienstverlening#
Artikel 23 Verbod op vroegtijdige dienstverlening 1 Het is een trustkantoor verboden een zakelijke relatie aan te gaan of een trustdienst te verlenen, tenzij: a. artikelen 27 tot en met 30a 33 34 het trustkantoor of een introducerende instelling cliëntenonderzoek heeft verricht en dit cliëntenonderzoek heeft geleid tot het in de,enbedoelde resultaat en er redelijkerwijs geen twijfel kan bestaan over de juistheid of volledigheid van dit resultaat; b. artikel 37, eerste en tweede lid het trustkantoor of een introducerende instelling voldoet aan; en c. artikel 37, eerste en tweede lid voor zover het cliëntenonderzoek is verricht door een introducerende instelling, het trustkantoor beschikt over de informatie, bedoeld in. 2 paragraaf 4.2 Voor zover inis voorgeschreven dat een trustkantoor in het kader van het cliëntenonderzoek een voortdurende controle op de zakelijke relatie uitoefent, ten einde te verzekeren dat deze overeenkomt met het integriteitrisicoprofiel van de cliënt of doelvennootschap, verzekert een trustkantoor zich er voorafgaand aan het aangaan van een zakelijke relatie van dat het trustkantoor hiertoe in staat zal zijn gedurende de zakelijke relatie. 3 Indien een trustkantoor met betrekking tot een zakelijke relatie niet in staat is te voldoen aan de voorschriften in dit hoofdstuk, beëindigt het trustkantoor de zakelijke relatie. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 23a — Artikel 23a Verbod op dienstverlening bij betrokkenheid bepaalde landen#
Artikel 23a Verbod op dienstverlening bij betrokkenheid bepaalde landen 1 Het is een trustkantoor verboden een trustdienst te verlenen indien cliënten, doelvennootschappen, uiteindelijk belanghebbenden van cliënten en uiteindelijk belanghebbenden van doelvennootschappen woonachtig of gevestigd zijn of hun zetel hebben in: a. de Russische Federatie; b. de Republiek Belarus; c. staten die op grond van artikel 9 van de vierde anti-witwasrichtlijn, in gedelegeerde handelingen van de Europese Commissie, zijn aangewezen als staten met een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme; of d. staten die door de Raad van de Europese Unie, op grond van de Conclusies van de Raad over de criteria en het proces voor de opstelling van de EU-lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (PbEU 2016, C 461), zijn aangewezen als jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied. 2 Sanctiewet 1977 Het eerste lid is niet van toepassing voor zover de identiteit van een cliënt, doelvennootschap, uiteindelijk belanghebbende van de cliënt of uiteindelijk belanghebbende van doelvennootschap overeenkomt met een rechtspersoon of natuurlijk persoon als bedoeld in deen de op grond van de Sanctiewet 1977 vastgestelde regelingen en besluiten met betrekking tot het financieel verkeer. Na beëindiging van de omstandigheid, bedoeld in de eerste volzin, voldoet een trustkantoor binnen drie maanden aan het eerste lid, gerekend vanaf de datum dat de omstandigheid is beëindigd. 3 Het eerste lid is niet van toepassing indien de cliënt of uiteindelijk belanghebbende, bedoeld in het eerste lid, een natuurlijk persoon is die de nationaliteit bezit van een lidstaat van de Europese Unie, van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of van Zwitserland, of die in het bezit is van een verblijfsvergunning voor een van deze staten. 4 Een trustkantoor voldoet binnen drie maanden aan het eerste lid, gerekend vanaf het moment waarop een land is toegevoegd aan een lijst als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c of d. 2023 58 21-02-2023 07-12-2022 36102 2023 232 29-06-2023 05-04-2023 01-07-2023 Artikel III van Stb. 2023/58 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 24 — Artikel 24 Verificatie van de identiteit#
Artikel 24 Verificatie van de identiteit 1 In het kader van het cliëntenonderzoek wordt onder het verifiëren van de identiteit verstaan het vaststellen dat de opgegeven identiteit overeenkomt met de werkelijke identiteit van een persoon. 2 Artikel 11 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme is van overeenkomstige toepassing. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 25 — Artikel 25 Onderzoek naar de uiteindelijk belanghebbende#
Artikel 25 Onderzoek naar de uiteindelijk belanghebbende Het op grond van dit hoofdstuk vaststellen van een uiteindelijk belanghebbende houdt in ieder geval in dat een trustkantoor: a. zoveel mogelijk met zekerheid alle uiteindelijk belanghebbenden identificeert; b. de identiteit van de uiteindelijk belanghebbenden verifieert; en c. de aard en omvang van het uiteindelijk belang van de uiteindelijk belanghebbende verifieert. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 26 — Artikel 26 Onderzoek naar integriteitrisico’s bij dienstverlening#
Artikel 26 Onderzoek naar integriteitrisico’s bij dienstverlening 1 Een trustkantoor heeft kennis van het doel van hetgeen de cliënt beoogt met de trustdienstverlening en onderzoekt, mede aan de hand van de uitkomst van het in dit hoofdstuk voorgeschreven cliëntenonderzoek, of aan die dienstverlening integriteitrisico’s zijn verbonden. 2 Naar gelang de uitkomst van het onderzoek vergewist een trustkantoor zich ervan dat integriteitrisico’s verbonden aan zijn dienstverlening adequaat zijn ondervangen. 3 Een trustkantoor beschikt voor iedere cliënt over een acceptatiememorandum waarin de uitkomst van het cliëntenonderzoek, het onderzoek naar de verbonden integriteitsrisico’s en de mate waarin deze worden ondervangen in samenhang tot elkaar zijn beschreven, en waarin de aanvaarding van de cliënt tot uitdrukking is gebracht. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 27 — Artikel 27 Cliëntenonderzoek bij trustdienst a en b#
Artikel 27 Cliëntenonderzoek bij trustdienst a en b 1 Een trustkantoor verricht voor het aangaan van een zakelijke relatie gericht op het verlenen van de trustdiensten, bedoeld in de onderdelen a en b van de begripsomschrijving van trustdienst, alsmede bij het verlenen van die trustdiensten, onderzoek naar de cliënt en de doelvennootschap. 2 Het onderzoek stelt het trustkantoor in staat om met betrekking tot de doelvennootschap: a. het integriteitrisicoprofiel van de doelvennootschap vast te stellen; b. het transactieprofiel van de doelvennootschap vast te stellen; c. de herkomst van het vermogen van de doelvennootschap vast te stellen; d. de vermogenspositie van de uiteindelijk belanghebbende van de doelvennootschap zoveel mogelijk met zekerheid vast te stellen; e. zoveel mogelijk met zekerheid te bepalen dat het vermogen als bedoeld in onderdeel c en het aan de vermogenspositie verbonden vermogen als bedoeld in onderdeel d uit legitieme bron afkomstig zijn; f. artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 vast te stellen dat voldaan is aan verplichtingen tot inschrijving van de doelvennootschap, alsmede de relevante delen van de structuur van de groep waartoe de doelvennootschap behoort, in het handelsregister, bedoeld in, of een daarmee vergelijkbaar register in een ander land, en dat voldaan is aan verplichtingen tot het registreren van de uiteindelijk belanghebbenden van die entiteiten; g. de eigendomsstructuur en de formele zeggenschapsstructuur van de doelvennootschap, alsmede de relevante delen van de structuur van de groep waartoe de doelvennootschap behoort vast te stellen; h. inzicht te verwerven in de feitelijke zeggenschapsstructuur van de doelvennootschap en deze zoveel mogelijk met zekerheid vast te stellen; i. de strekking waarmee de structuur van de groep waartoe de doelvennootschap behoort is opgezet vast te stellen; j. de herkomst en bestemming van de middelen van de doelvennootschap vast te stellen; en k. een voortdurende controle op de zakelijke relatie en de verrichte transacties uit te oefenen, teneinde zoveel mogelijk met zekerheid vast te stellen dat deze overeenkomen met de kennis die het trustkantoor heeft van de doelvennootschap, het integriteitrisicoprofiel en het transactieprofiel van de doelvennootschap. 3 Het onderzoek stelt het trustkantoor in staat om met betrekking tot de cliënt: a. de cliënt te identificeren en diens identiteit te verifiëren; b. de uiteindelijk belanghebbende van de cliënt vast te stellen; c. het doel en de beoogde aard van de zakelijke relatie vast te stellen; d. een voortdurende controle op de zakelijke relatie en de verrichte transacties uit te oefenen teneinde zoveel mogelijk met zekerheid vast te stellen dat deze overeenkomen met het integriteitrisicoprofiel van de cliënt met zo nodig een onderzoek naar de bron van de middelen die bij de zakelijke relatie of de trustdienst worden gebruikt; e. vast te stellen of de natuurlijke persoon die de cliënt vertegenwoordigt daartoe bevoegd is; f. zoveel mogelijk met zekerheid vast te stellen of de cliënt ten behoeve van zichzelf optreedt, dan wel ten behoeve van een derde; en g. in voorkomend geval, de natuurlijke persoon, bedoeld in onderdeel e, alsmede de derde, bedoeld in onderdeel f, te identificeren en diens identiteit te verifiëren. 4 Indien de cliënt niet de doelvennootschap of de uiteindelijk belanghebbende van de doelvennootschap is, verricht het trustkantoor aanvullend onderzoek dat hem in staat stelt om: a. het integriteitrisicoprofiel van de cliënt vast te stellen; b. indien de cliënt een rechtspersoon is: 1°. de eigendomsstructuur en de formele zeggenschapstructuur van de cliënt vast te stellen; 2°. inzicht te verwerven in de feitelijke zeggenschapsstructuur van de cliënt en deze zoveel als redelijkerwijs mogelijk is met zekerheid vast te stellen; en c. de uiteindelijk belanghebbende van de doelvennootschap vast te stellen. 2020 146 20-05-2020 22-04-2020 35245 2020 148 20-05-2020 11-05-2020 21-05-2020
Artikel 28 — Artikel 28 Cliëntenonderzoek bij trustdienst c#
Artikel 28 Cliëntenonderzoek bij trustdienst c 1 Een trustkantoor verricht voor het aangaan van een zakelijke relatie gericht op het verlenen van de trustdienst, bedoeld in onderdeel c van de begripsomschrijving van trustdienst, alsmede bij het verlenen van die trustdienst onderzoek naar de cliënt en voor zover van toepassing de koper en de verkoper. 2 Het onderzoek stelt het trustkantoor in staat om met betrekking tot de cliënt: a. het integriteitrisicoprofiel van de cliënt vast te stellen; b. het doel en de beoogde aard van de zakelijke relatie vast te stellen; c. een voortdurende controle op de zakelijke relatie en de tijdens de duur van deze relatie verrichte transacties uit te oefenen, teneinde zoveel mogelijk met zekerheid vast te stellen dat deze overeenkomen met de kennis die het trustkantoor heeft van de cliënt en het risicoprofiel van de cliënt, met zo nodig een onderzoek naar de bron van de middelen die bij de zakelijke relatie of de trustdienst worden gebruikt; d. de cliënt te identificeren en diens identiteit te verifiëren; e. de uiteindelijk belanghebbende van de cliënt vast te stellen; f. indien de cliënt een rechtspersoon is: 1°. de eigendomsstructuur en de formele zeggenschapsstructuur van de cliënt vast te stellen; 2°. inzicht te verwerven in de feitelijke zeggenschapsstructuur van de cliënt en deze zoveel mogelijk met zekerheid vast te stellen; g. vast te stellen of de natuurlijke persoon die de cliënt vertegenwoordigt daartoe bevoegd is; h. zoveel mogelijk met zekerheid vast te stellen of de cliënt ten behoeve van zichzelf optreedt dan wel ten behoeve van een derde; en i. in voorkomend geval, de natuurlijke persoon, bedoeld in onderdeel g, alsmede de derde, bedoeld in onderdeel h, te identificeren en diens identiteit te verifiëren. 3 Het onderzoek stelt het trustkantoor in staat om met betrekking tot de koper of verkoper: a. het integriteitrisicoprofiel van de koper of verkoper vast te stellen; b. de koper of verkoper te identificeren en diens identiteit te verifiëren; c. de uiteindelijk belanghebbende van de koper of verkoper vast te stellen; d. de vermogenspositie van de uiteindelijk belanghebbende van de koper zoveel mogelijk met zekerheid vast te stellen; e. zoveel mogelijk met zekerheid te bepalen dat het aan de vermogenspositie, bedoeld in onderdeel d, verbonden vermogen uit legitieme bron afkomstig is; en f. de herkomst van het vermogen van de koper vast te stellen. 2023 58 21-02-2023 07-12-2022 36102 2023 232 29-06-2023 05-04-2023 01-07-2023 Voorheen art. 29.
Artikel 29 — Artikel 29 Cliëntenonderzoek bij trustdienst d#
Artikel 29 Cliëntenonderzoek bij trustdienst d 1 Een trustkantoor verricht voor het aangaan van een zakelijke relatie gericht op het verlenen van de trustdienst, bedoeld in onderdeel d van de begripsomschrijving van trustdienst, alsmede bij het verlenen van die trustdienst onderzoek naar de cliënt en de trust. 2 Het onderzoek stelt het trustkantoor in staat om met betrekking tot de cliënt: a. het integriteitrisicoprofiel van de cliënt vast te stellen; b. het doel en de beoogde aard van de zakelijke relatie vast te stellen; c. een voortdurende controle op de zakelijke relatie en de tijdens de duur van deze relatie verrichte transacties uit te oefenen, teneinde zoveel mogelijk met zekerheid vast te stellen dat deze overeenkomen met de kennis die het trustkantoor heeft van de cliënt en het risicoprofiel van de cliënt, met zo nodig een onderzoek naar de bron van de middelen die bij de zakelijke relatie of de trustdienst worden gebruikt; d. de cliënt te identificeren en diens identiteit te verifiëren; e. de uiteindelijk belanghebbende van de cliënt vast te stellen; f. indien de cliënt een rechtspersoon is: 1°. de eigendomsstructuur en de formele zeggenschapsstructuur van de cliënt vast te stellen; 2°. inzicht te verwerven in de feitelijke zeggenschapsstructuur van de cliënt en deze zoveel mogelijk met zekerheid vast te stellen; g. vast te stellen of de natuurlijke persoon die de cliënt vertegenwoordigt daartoe bevoegd is; h. zoveel mogelijk met zekerheid vast te stellen of de cliënt ten behoeve van zichzelf optreedt dan wel ten behoeve van een derde; en i. in voorkomend geval, de natuurlijke persoon, bedoeld in onderdeel g, alsmede de derde, bedoeld in onderdeel h, te identificeren en diens identiteit te verifiëren. 3 Het onderzoek stelt het trustkantoor in staat om met betrekking tot de trust: a. de uiteindelijk belanghebbende van de trust vast te stellen; b. het transactieprofiel van de trust vast te stellen; c. de vermogenspositie van de insteller van de trust zoveel mogelijk met zekerheid vast te stellen; d. zoveel mogelijk met zekerheid vast te stellen dat het aan de vermogenspositie als bedoeld in onderdeel c verbonden vermogen uit legitieme bron afkomstig is; e. de herkomst van het vermogen van de trust vast te stellen; en f. de herkomst en bestemming van middelen van de trust vast te stellen. 2023 58 21-02-2023 07-12-2022 36102 2023 232 29-06-2023 05-04-2023 01-07-2023 Voorheen art. 30.
Artikel 30 — Artikel 30 Cliëntenonderzoek bij andere trustdiensten#
Artikel 30 Cliëntenonderzoek bij andere trustdiensten Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het cliëntenonderzoek voor het verrichten van een andere dienst als bedoeld in onderdeel e van de begripsomschrijving van trustdienst. 2023 58 21-02-2023 07-12-2022 36102 2023 232 29-06-2023 05-04-2023 01-07-2023 Voorheen art. 30a.
Artikel 31 — Artikel 31 Bijzondere voorschriften bij trusts en andere juridische constructies#
Artikel 31 Bijzondere voorschriften bij trusts en andere juridische constructies 1 artikelen 27, derde lid 28, derde lid 29, tweede lid 30, tweede lid 34 Indien een cliënt handelt als trustee van een trust of ten behoeve van een andere juridische constructie strekt het cliëntenonderzoek zich tevens uit tot de trust of de juridische constructie, waarbij overeenkomstige toepassing wordt gegeven aan de,,,, en. Het cliëntenonderzoek stelt het trustkantoor in dat geval eveneens in staat om: a. de vermogenspositie van de insteller van de trust of andere juridische constructie vast te stellen; b. zoveel als redelijkerwijs mogelijk is met zekerheid te bepalen dat het aan de vermogenspositie, bedoeld in onderdeel a, verbonden vermogen uit legitieme bron afkomstig is; c. vast te stellen of de cliënt bevoegd is te handelen als trustee van een trust of ten behoeve van een andere juridische constructie; en d. vast te stellen door welk recht de trust of andere juridische constructie wordt beheerst. 2 paragraaf 4.2 Indien een trustkantoor ingevolgebij het onderzoek naar de uiteindelijk belanghebbende informatie vergaart over een trust of soortgelijke juridische constructie: a. artikel 23 is het een trustkantoor in afwijking vantoegestaan om de identiteit van de begunstigde van een trust of van een soortgelijke juridische constructie pas vast te stellen voorafgaand aan uitbetaling of aan het tijdstip waarop de begunstigde zijn definitieve rechten uitoefent, mits de begunstigde voor het aangaan van de zakelijke relatie of het verlenen van een trustdienst aan de hand van specifieke kenmerken of naar categorie is omschreven en het trustkantoor dan al zodanige informatie inwint dat het in staat is de identiteit van de begunstigde vast te stellen voorafgaand aan het tijdstip van uitbetaling of aan het tijdstip waarop de begunstigde zijn definitieve rechten uitoefent; b. stelt het trustkantoor vast dat hij gedurende de zakelijke relatie accuraat en ten minste 30 dagen voorafgaand wordt geïnformeerd over enige wijziging van de begunstigden van de trust of de soortgelijke juridische constructie. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 32 — Artikel 32 Cliënt is een vennoot#
Artikel 32 Cliënt is een vennoot artikelen 27, derde lid 28, derde lid 29, tweede lid 30, tweede lid 34 Indien een cliënt optreedt als vennoot van een personenvennootschap strekt het cliëntenonderzoek zich tevens uit tot de personenvennootschap, waarbij overeenkomstige toepassing wordt gegeven aan de,,,, en. Het cliëntenonderzoek stelt het trustkantoor in dat geval eveneens in staat om vast te stellen of de natuurlijke persoon die de vennoten in de personenvennootschap vertegenwoordigt daartoe bevoegd is en, in voorkomend geval, om die persoon te identificeren en diens identiteit te verifiëren. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 33 — Artikel 33 Verscherpt cliëntenonderzoek#
Artikel 33 Verscherpt cliëntenonderzoek 1 paragraaf 4.2 Een trustkantoor verricht in aanvulling opverscherpt cliëntenonderzoek indien de zakelijke relatie of trustdienst naar zijn aard een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme met zich brengt. 2 Een trustkantoor houdt ten minste rekening met de risicofactoren, bedoeld in bijlage III behorende bij de vierde anti-witwasrichtlijn, om vast te stellen of het eerste lid, onderdeel a, van toepassing is. 2023 58 21-02-2023 07-12-2022 36102 2023 232 29-06-2023 05-04-2023 01-07-2023
Artikel 34 — Artikel 34 Politiek prominente personen#
Artikel 34 Politiek prominente personen 1 Een trustkantoor beschikt over passende risicobeheersystemen, waaronder op risico gebaseerde procedures, om te bepalen of de cliënt, de uiteindelijk belanghebbende van de cliënt of de uiteindelijk belanghebbende van de doelvennootschap: a. een politiek prominente persoon is; b. een familielid van een politiek prominente persoon is; of c. een persoon bekend als naaste geassocieerde van een politiek prominente persoon is. 2 artikel 33, eerste lid Onverminderd, past een trustkantoor de volgende maatregelen toe bij het aangaan of voortzetten van een zakelijke relatie of het verlenen van een trustdienst waarbij de cliënt, de uiteindelijk belanghebbende van de cliënt of de uiteindelijk belanghebbende van de doelvennootschap een persoon is als bedoeld in de onderdelen a tot en met c van het eerste lid: a. voor het aangaan of voortzetten van deze zakelijke relatie of het verlenen van deze trustdienst, is de toestemming vereist van een persoon die het dagelijks beleid van het trustkantoor bepaalt; en b. de zakelijke relatie wordt doorlopend aan verscherpte controle onderworpen. 3 Indien een cliënt, een uiteindelijk belanghebbende van een cliënt of een uiteindelijk belanghebbende van een doelvennootschap niet langer een politiek prominente publieke functie bekleedt, past het trustkantoor passende risicogebaseerde maatregelen ten minste gedurende 12 maanden toe, of zoveel langer als nodig totdat deze persoon niet langer het hoger risico met zich brengt dat hoort bij politiek prominente personen. 4 artikel 33 Indien een cliënt, een uiteindelijk belanghebbende van een cliënt of een uiteindelijk belanghebbende van een doelvennootschap gedurende de zakelijke relatie een persoon als bedoeld in het eerste lid wordt of blijkt te zijn, voldoet het trustkantoor onverwijld nadat hiervan is gebleken aanen aan het tweede lid. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 35 — Artikel 35 Complexe en ongebruikelijke transacties#
Artikel 35 Complexe en ongebruikelijke transacties Een trustkantoor neemt redelijke maatregelen om alle complexe en ongebruikelijk grote transacties en alle ongebruikelijke transactiepatronen die geen duidelijk economisch of rechtmatig doel hebben te onderzoeken en onderwerpt de gehele zakelijke relatie met de cliënt in dat geval aan een verscherpte controle. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 36 — Artikel 36 Hoogrisico derde landen#
Artikel 36 Hoogrisico derde landen Vervallen 2023 58 21-02-2023 07-12-2022 36102 2023 232 29-06-2023 05-04-2023 01-07-2023
Artikel 37 — Artikel 37 Vastlegging cliëntenonderzoek#
Artikel 37 Vastlegging cliëntenonderzoek 1 hoofdstuk 4 Een trustkantoor dat of een introducerende instelling die uitvoering heeft gegeven aan de voorschriften inlegt de daartoe gebruikte gegevens vast. 2 artikel 23 artikel 33 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme Een trustkantoor dat op grond van deze wet een persoon heeft geïdentificeerd en zijn identiteit heeft geverifieerd, of bij wie een cliënt is geïntroduceerd door een introducerende instelling met inachtneming van, legt op opvraagbare wijze de inbedoelde gegevens vast. 3 Een trustkantoor neemt redelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens actueel gehouden worden. 4 Een trustkantoor bewaart de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens op toegankelijke wijze gedurende vijf jaar na het tijdstip van het beëindigen van de zakelijke relatie of tot vijf jaar na het verlenen van de desbetreffende trustdienst. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 38 — Artikel 38 Vastlegging gegevens trustkantoor#
Artikel 38 Vastlegging gegevens trustkantoor Een trustkantoor houdt de volgende gegevens met betrekking tot de eigen organisatie actueel en op een overzichtelijke wijze te allen tijde beschikbaar: a. artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 een uittreksel van de inschrijving van het trustkantoor in het handelsregister, bedoeld in, en een actueel overzicht van de personen die het beleid van het trustkantoor bepalen of mede bepalen, met vermelding van volledige naam, adres en woonplaats; b. een overzicht van houders van een gekwalificeerde deelneming in het trustkantoor, met vermelding van volledige naam, adres, woonplaats en omvang van de gehouden deelneming; c. een afschrift van de statuten van het trustkantoor; d. een overzicht van de formele en feitelijke zeggenschapsstructuur en zeggenschapsverhoudingen van het trustkantoor en van de groep waartoe het trustkantoor behoort; e. een structuuroverzicht van de groep waartoe het trustkantoor behoort; f. de vastgestelde jaarrekeningen over de afgelopen drie boekjaren dan wel de voorlopige jaarcijfers indien een jaarrekening nog niet is vastgesteld; g. artikel 14 het beleid, bedoeld in; h. artikel 16 de overeenkomsten, bedoeld in; i. artikel 20, derde lid de vastlegging van incidenten, bedoeld in; en j. artikel 39, tweede lid de bescheiden, bedoeld in. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 39 — Artikel 39 Dienstverleningsdossier#
Artikel 39 Dienstverleningsdossier 1 Een trustkantoor beschikt over een dienstverleningsdossier voor iedere cliënt. Het dienstverleningsdossier omvat informatie over de cliënt, de doelvennootschappen, de trustdiensten die worden verleend en, in voorkomend geval, de trust waarvoor het trustkantoor als trustee optreedt. 2 Een dienstverleningsdossier bevat ten minste de volgende bescheiden: a. de schriftelijke overeenkomsten tussen het trustkantoor en de cliënt en, indien van toepassing, de doelvennootschap en andere overeenkomsten die het trustkantoor heeft gesloten ter zake van de door het trustkantoor geleverde trustdiensten; b. artikel 26, derde lid het acceptatiememorandum, bedoeld in; c. een overzicht van de door het trustkantoor geleverde trustdiensten; d. artikel 37 de gegevens, bedoeld in; e. artikel 20 de vastlegging van incidenten en maatregelen, bedoeld in, voor zover gerelateerd aan de desbetreffende doelvennootschap, cliënt of trustdienst; f. indien er belastingadvies is ingewonnen door het trustkantoor, de cliënt of de doelvennootschap: 1°. het volledige advies voorzien van de volledige (statutaire) namen van de betrokken adviseurs en de datum van afgifte van het belastingadvies; 2°. vermelding of er uitvoering is gegeven aan het belastingadvies. 3 Een trustkantoor neemt redelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat het dienstverleningsdossier voldoende actueel gehouden wordt. 4 Het trustkantoor bewaart een dienstverleningsdossier gedurende vijf jaar na het tijdstip van het beëindigen van de zakelijke relatie of na het verlenen van de desbetreffende trustdienst. 2024 241 30-08-2024 17-07-2024 36442 2024 246 05-09-2024 24-08-2024 01-01-2025
Artikel 40 — Artikel 40 Verwerking persoonsgegevens#
Artikel 40 Verwerking persoonsgegevens 1 Persoonsgegevens, verzameld op grond van deze wet, worden door een trustkantoor alleen verwerkt met het oog op het beheersen van integriteitrisico’s en worden niet verder verwerkt voor commerciële doeleinden of andere doeleinden die niet verenigbaar zijn met dat doel. 2 Een trustkantoor verstrekt, alvorens een zakelijke relatie aan te gaan of een incidentele transactie te verrichten, informatie aan een cliënt over de krachtens deze wet geldende verplichtingen ter zake van de verwerking van persoonsgegevens. 3 artikelen 37, vierde lid 39, vierde lid Een trustkantoor vernietigt de persoonsgegevens die het uit hoofde van deze wet heeft verkregen onmiddellijk na het verstrijken van de termijn, bedoeld in de, en, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 41 — Artikel 41 Handhaving#
Artikel 41 Handhaving 1 De Nederlandsche Bank is belast met de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde regels. 2 De Nederlandsche Bank oefent haar taken op grond van deze wet uit op een risicogebaseerde en effectieve wijze, met inachtneming van artikel 48, zesde tot en met achtste lid, van de vierde anti-witwasrichtlijn. 3 De Nederlandsche Bank stelt beleidsregels over de wijze waarop zij in het toezicht op de naleving beoordeelt in hoeverre trustkantoren het risico voorkomen op betrokkenheid van het trustkantoor of zijn medewerkers bij handelingen die op een dusdanige wijze ingaan tegen hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, dat hierdoor het vertrouwen in het trustkantoor of in de financiële markten ernstig kan worden geschaad. 4 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de taakuitoefening van de Nederlandsche Bank. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 42 — Artikel 42 Toezicht op de naleving#
Artikel 42 Toezicht op de naleving 1 Met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze wet gestelde regels zijn belast de bij besluit van de Nederlandsche Bank aangewezen personen. Van dat besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 2 artikelen 5:18 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht De personen, bedoeld in het eerste lid, beschikken niet over de bevoegdheden, genoemd in deen. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 43 — Artikel 43 Inlichtingenbevoegdheid de Nederlandsche Bank#
Artikel 43 Inlichtingenbevoegdheid de Nederlandsche Bank 1 De Nederlandsche Bank kan voor de vervulling van haar taken op grond van deze wet van een ieder inlichtingen vorderen. 2 artikelen 5:13 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht Deenzijn van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht De Nederlandsche Bank is bevoegd tot overeenkomstige toepassing vanten aanzien van de in het eerste lid bedoelde inlichtingen. 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021
Artikel 44 — Artikel 44 Inlichten Financiële inlichtingen eenheid#
Artikel 44 Inlichten Financiële inlichtingen eenheid artikel 42, eerste lid Indien de personen, bedoeld in, bij de uitoefening van hun taak feiten ontdekken die kunnen duiden op witwassen of financieren van terrorisme, licht de Nederlandsche Bank de Financiële inlichtingen eenheid in, voor zover de gegevens of inlichtingen dienstig zijn voor de uitoefening van de wettelijke taken van de Financiële inlichtingen eenheid. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 45 — Artikel 45 Inlichtingenbevoegdheid internationaal#
Artikel 45 Inlichtingenbevoegdheid internationaal 1 De Nederlandsche Bank kan inlichtingen vragen aan of een onderzoek instellen of doen instellen bij ieder ingeschreven trustkantoor dat ingevolge deze wet onder haar toezicht valt, indien: a. dit dient ter uitvoering van verdragen tot uitwisseling van gegevens of inlichtingen, dan wel ter uitvoering van bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties met betrekking tot het toezicht op financiële markten of op natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen die op die markten werkzaam zijn; en b. de inlichtingen worden ingewonnen of het onderzoek wordt ingesteld ten behoeve van een instantie die werkzaam is in een staat die met Nederland partij is bij een verdrag of die met Nederland valt onder eenzelfde bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie en die in die staat is belast met de uitvoering van wettelijke regelingen inzake het toezicht op de financiële markten. 2 Een verzoek om inlichtingen of een onderzoek kan zich tevens richten tot een ieder waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij over gegevens of inlichtingen beschikt die van belang kunnen zijn voor de uitvoering van een verdrag of besluit als bedoeld in het eerste lid. 3 artikelen 5:13 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht Deenzijn van overeenkomstige toepassing. 4 artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht De Nederlandsche Bank is bevoegd tot overeenkomstige toepassing vanten aanzien van de in het eerste lid bedoelde inlichtingen en onderzoeken. 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021
Artikel 46 — Artikel 46 Samenwerking met Europese toezichthouders#
Artikel 46 Samenwerking met Europese toezichthouders De Nederlandsche Bank werkt samen met de toezichthoudende instanties van andere lidstaten, voor zover dat voor de vervulling van haar taak op grond van deze wet of de vervulling van de taken van die instanties nodig is. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 47 — Artikel 47 Aanwijzing#
Artikel 47 Aanwijzing De Nederlandsche Bank kan een ieder die niet voldoet aan een ingevolge deze wet op hem rustende verplichting een aanwijzing geven om binnen een door de Nederlandsche Bank gestelde redelijke termijn ten aanzien van in de aanwijzingsbeschikking aan te geven onderwerpen een bepaalde gedragslijn te volgen. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 48 — Artikel 48 Last onder dwangsom en bestuurlijke boete#
Artikel 48 Last onder dwangsom en bestuurlijke boete 1 De Nederlandsche Bank kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van: a. hoofdstukken 2 tot en met 5 8 overtreding van bij of krachtens deengestelde regels; b. artikel 47 het geen dan wel niet tijdig of onvolledig gevolg geven aan een krachtensgegeven aanwijzing. 2 De Nederlandsche Bank kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van: a. hoofdstukken 2 tot en met 5 8 overtreding van bij of krachtens deengestelde regels; b. artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht overtreding van; c. artikel 47 het geen dan wel niet tijdig of onvolledig gevolg geven aan een krachtensgegeven aanwijzing. 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021
Artikel 49 — Artikel 49 Hoogte bestuurlijke boete#
Artikel 49 Hoogte bestuurlijke boete 1 Bij algemene maatregel van bestuur worden voor de verschillende overtredingen de bedragen van de op te leggen bestuurlijke boete vastgesteld, met dien verstande dat de bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 5.000.000, of in gevallen bedoeld in het derde lid, ten hoogste € 10.000.000 bedraagt. 2 De overtredingen worden gerangschikt in categorieën naar zwaarte van de overtreding met de daarbij behorende basisbedragen, minimumbedragen en maximumbedragen. Daarbij wordt de volgende indeling gebruikt: Categorie Basisbedrag Minimumbedrag Maximumbedrag 1 € 10.000,– € 0,– € 10.000,– 2 € 500.000,– € 0,– € 1.000.000,– 3 € 2.500.000,– € 0,– € 5.000.000,– 3 Indien ten tijde van het plegen van de overtreding nog geen vijf jaren zijn verstreken sinds het opleggen van een bestuurlijke boete aan de overtreder ter zake van eenzelfde overtreding, bedraagt de bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 10.000.000. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 50 — Artikel 50 Omzetgerelateerde boete#
Artikel 50 Omzetgerelateerde boete 1 artikel 49 In afwijking vanbedraagt de bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding van een voorschrift gerangschikt in de derde categorie ten hoogste 20% van de netto-omzet van de overtreder in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking waarmee de bestuurlijke boete wordt opgelegd, indien dit meer is dan € 10.000.000. 2 Indien de bestuurlijke boete wordt opgelegd aan een onderneming die opgenomen is in een groep met een geconsolideerde jaarrekening, worden bij de berekening van de netto-omzet de totaalbedragen gehanteerd uit de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijke moederonderneming. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 51 — Artikel 51 Voordeelgerelateerde boete#
Artikel 51 Voordeelgerelateerde boete artikel 49 50 De Nederlandsche Bank kan in afwijking vanofeen bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste tweemaal het bedrag van het voordeel dat de overtreder door de overtreding heeft verkregen. 2024 241 30-08-2024 17-07-2024 36442 2024 246 05-09-2024 24-08-2024 06-09-2024
Artikel 52 — Artikel 52 Schorsende werking betalingsverplichting#
Artikel 52 Schorsende werking betalingsverplichting 1 Indien tegen een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete bezwaar, beroep of hoger beroep wordt aangetekend, schorst dit de verplichting tot betaling van de bestuurlijke boete totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep of hoger beroep is ingesteld, op het beroep of hoger beroep is beslist. 2 De schorsing van de verplichting tot betaling schorst niet de berekening van de wettelijke rente. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 53 — Artikel 53 Verbod beleidsbepalende functie#
Artikel 53 Verbod beleidsbepalende functie 1 artikel 49, tweede lid Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme Bij een overtreding die beboetbaar is met een boete gerangschikt in de tweede of derde boetecategorie, bedoeld in, kan de Nederlandsche Bank de overtreder, dan wel, indien de overtreding is begaan door een rechtspersoon, de natuurlijke personen die tot de betrokken gedraging opdracht hebben gegeven of daar feitelijk leiding aan hebben gegeven, de bevoegdheid ontzeggen om bij een trustkantoor of een andere instelling als bedoeld in debeleidsbepalende functies uit te oefenen. 2 Een ontzegging als bedoeld in het eerste lid kan worden opgelegd voor de duur van ten hoogste een jaar en eenmaal met ten hoogste een jaar worden verlengd. Ingeval van zwaarwegende omstandigheden kan van de termijnen, genoemd in de eerste zin, worden afgeweken. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 54 — Artikel 54 Curator#
Artikel 54 Curator 1 De Nederlandsche Bank kan één of meer personen benoemen als curator ten aanzien van alle of bepaalde organen of vertegenwoordigers van een trustkantoor indien dat trustkantoor niet voldoet aan hetgeen ingevolge deze wet is bepaald. 2 Het benoemingsbesluit wordt slechts genomen: a. artikel 47 nadat door het trustkantoor niet of niet volledig binnen de gestelde termijn aan een aanwijzing als bedoeld ingevolg is gegeven; of b. indien een overtreding ingevolge deze wet een adequate functionering van het trustkantoor ernstig in gevaar brengt en dat trustkantoor voorafgaand in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen over het voorgenomen besluit. 3 Het benoemingsbesluit bevat in ieder geval een beschrijving van de belangen waardoor de curator zich dient te laten leiden. De Nederlandsche Bank benoemt de curator voor ten hoogste twee jaren, met de mogelijkheid om deze termijn telkens voor ten hoogste een jaar te verlengen. De verlenging wordt terstond van kracht. Met ingang van het tijdstip waarop het besluit tot benoeming van de curator aan het trustkantoor is bekendgemaakt mogen de desbetreffende organen of vertegenwoordigers hun bevoegdheden slechts uitoefenen na goedkeuring door de curator en met inachtneming van de opdrachten van de curator. 4 Na de benoeming van een curator: a. verlenen de organen en de vertegenwoordigers van het trustkantoor de curator alle medewerking; b. kan de Nederlandsche Bank de betrokken organen of vertegenwoordigers van het trustkantoor toestaan bepaalde rechtshandelingen zonder goedkeuring te verrichten; c. kan de Nederlandsche Bank te allen tijde de door hem aangewezen curator vervangen; d. is voor schade ten gevolge van handelingen, die zijn verricht in strijd met een besluit als bedoeld in het eerste lid, elke persoon die deel uitmaakt van het orgaan van het trustkantoor dat deze handelingen verrichtte, hoofdelijk aansprakelijk tegenover het trustkantoor, tenzij het verrichten van deze handelingen niet aan hem is te verwijten en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden; e. zijn de handelingen, bedoeld in onderdeel d, voor zover deze rechtshandelingen zijn, vernietigbaar, indien de wederpartij wist of behoorde te weten dat de vereiste goedkeuring ontbrak. 5 Zodra de omstandigheid, bedoeld in het eerste lid, niet langer aanwezig is, trekt de Nederlandsche Bank het besluit tot benoeming van de curator in. De Nederlandsche Bank maakt het besluit tot intrekking onverwijld bekend aan het trustkantoor. 6 De kosten van de in het eerste lid bedoelde maatregel komen voor rekening van het betrokken trustkantoor. 7 De curator is niet aansprakelijk voor schade veroorzaakt door een handelen of nalaten in de uitoefening van de taak op grond van dit artikel, tenzij deze schade in belangrijke mate het gevolg is van een opzettelijk onbehoorlijke taakuitoefening of een opzettelijk onbehoorlijke uitoefening van bevoegdheden of in belangrijke mate te wijten is aan grove schuld. 2023 57 21-02-2023 07-12-2022 36131 2023 107 04-04-2023 24-03-2023 01-07-2023
Artikel 55 — Artikel 55 Geheimhouding#
Artikel 55 Geheimhouding 1 titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 56 Het is een ieder die uit hoofde van de toepassing van deze wet of van ingevolge deze wet genomen besluiten enige taak vervult of heeft vervuld, verboden van vertrouwelijke gegevens of inlichtingen die ingevolge deze wet dan wel ingevolgezijn verstrekt of verkregen of van een persoon of instantie als bedoeld inzijn ontvangen, verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitvoering van zijn taak noodzakelijk is of tenzij deze wet anders bepaalt. 2 De Nederlandsche Bank kan met gebruikmaking van vertrouwelijke gegevens of inlichtingen verkregen bij de uitvoering van zijn taak op grond van deze wet, mededelingen doen, indien deze niet kunnen worden herleid tot afzonderlijke personen. 3 Wetboek van Strafvordering Het eerste en tweede lid laten ten aanzien van degene op wie het tweede lid van toepassing is, onverlet de toepasselijkheid van de bepalingen van het. 2023 58 21-02-2023 07-12-2022 36102 2023 232 29-06-2023 05-04-2023 01-07-2023
Artikel 56 — Artikel 56 Informatieuitwisseling#
Artikel 56 Informatieuitwisseling 1 De Nederlandsche Bank kan gegevens of inlichtingen, verkregen bij de vervulling van de haar ingevolge deze wet opgedragen taak, verstrekken aan Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties, alsmede aan Nederlandse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die zijn belast met het toezicht op trustkantoren, financiële markten of op natuurlijke personen, rechtspersonen, of vennootschappen die op die markten werkzaam zijn, tenzij: a. de verstrekking van gegevens of inlichtingen in internationaal verband niet kan plaatsvinden op basis van wederkerigheid; b. Sanctiewet 1977 Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme de gegevens betrekking hebben op een natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap waaraan of aan wie het trustkantoor diensten verleent, onverlet de toepasselijkheid van de, de, de Nederlandse belastingwetgeving, de bilaterale belastingverdragen en verdragen tot uitwisseling van gegevens of inlichtingen dan wel de toepasselijkheid van bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties met betrekking tot het toezicht op de financiële markten of op natuurlijke personen en rechtspersonen die op die markten werkzaam zijn; c. het doel waarvoor de gegevens of inlichtingen zullen worden gebruikt onvoldoende is bepaald; d. het beoogde gebruik van de gegevens of inlichtingen niet past in het kader van het toezicht op trustkantoren, financiële markten of op natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen die op die markten werkzaam zijn; e. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen zich niet zou verdragen met de Nederlandse wet of de openbare orde; f. de geheimhouding van de gegevens of inlichtingen niet in voldoende mate is gewaarborgd; g. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen redelijkerwijs in strijd is of zou kunnen komen met de belangen die deze wet beoogt te beschermen; of h. onvoldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze worden verstrekt. 2 Voor zover de gegevens of inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, zijn verkregen van een buitenlandse overheidsinstantie dan wel van een buitenlandse van overheidswege aangewezen instantie, die is belast met het toezicht op financiële markten of op natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen die op die markten werkzaam zijn, verstrekt de Nederlandsche Bank deze niet aan een Nederlandse of buitenlandse instantie als bedoeld in het eerste lid, tenzij de buitenlandse instantie waarvan de gegevens of inlichtingen zijn verkregen uitdrukkelijk heeft ingestemd met de verstrekking van de gegevens of inlichtingen en in voorkomend geval heeft ingestemd met het gebruik voor een ander doel dan waarvoor de gegevens of inlichtingen zijn verstrekt. 3 Indien een buitenlandse instantie als bedoeld in het eerste of tweede lid aan de Nederlandsche Bank verzoekt om de gegevens of inlichtingen die op grond van dat lid zijn verstrekt te mogen gebruiken voor een ander doel dan waarvoor zij zijn verstrekt, wordt dat verzoek slechts ingewilligd indien: a. het beoogde gebruik niet in strijd is met het eerste lid; en b. die buitenlandse instantie niet op een andere wijze dan in deze wet voorzien vanuit Nederland met inachtneming van de daarvoor geldende procedures voor dat andere doel de beschikking over die gegevens of inlichtingen zou kunnen verkrijgen. 4 Indien het in het derde lid bedoelde verzoek betrekking heeft op een onderzoek naar strafbare feiten, wordt dit niet ingewilligd dan na toestemming van Onze Minister van Veiligheid en Justitie. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 56a — Artikel 56a#
Artikel 56a 1 Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden hoofdstuk 2 van die wet De Nederlandsche Bank verstrekt, indien zij deelneemt aan een samenwerkingsverband als bedoeld in de, aan het samenwerkingsverband gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van de haar ingevolge deze wet opgedragen taak, en behorend tot de inof bij algemene maatregel van bestuur op grond van die wet aangewezen categorieën, voor zover dat noodzakelijk is voor het doel van dat samenwerkingsverband, tenzij naar het oordeel van De Nederlandsche Bank zwaarwegende redenen zich daartegen verzetten. 2 artikelen 56 57 58 Indien voor de verstrekking aan bepaalde partijen op grond van de,enbijzondere regels gelden, geschiedt de in het eerste lid bedoelde verstrekking steeds met inachtneming van die regels. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden en beperkingen worden gesteld aan de verstrekkingen op grond van dit artikel. 2024 198 28-06-2024 19-06-2024 35447 2024 380 04-12-2024 29-11-2024 01-03-2025
Artikel 57 — Artikel 57 Sanctiewet 1977 Informatieuitwisseling#
Artikel 57 Sanctiewet 1977 Informatieuitwisseling 1 artikel 1, onderdelen a en b, van de Sanctiewet 1977 De Nederlandsche Bank kan gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van de haar ingevolge deze wet opgedragen taak, verstrekken aan de instantie die is belast met de uitvoering van ingevolge een sanctiebesluit of sanctieregeling in de zin vanvastgestelde regels, voor zover de gegevens of inlichtingen dienstig zijn voor de uitvoering van die regels. 2 De Nederlandsche Bank verstrekt geen gegevens of inlichtingen die zijn verkregen van de Europese Centrale Bank of een toezichthoudende instantie, indien deze niet uitdrukkelijk instemt met het verstrekken van de gegevens of inlichtingen. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 58 — Artikel 58 Informatieuitwisseling AFM#
Artikel 58 Informatieuitwisseling AFM 1 artikel 10, tweede lid Wet op het financieel toezicht De Nederlandsche Bank verstrekt aan de Stichting Autoriteit Financiële Markten de gegevens of inlichtingen die zij heeft verkregen bij de vervulling van de haar ingevolge deze wet opgedragen taak en die betrekking hebben op de betrouwbaarheid van de personen, bedoeld in, voor zover deze naar het oordeel van de Nederlandsche Bank van belang zijn of zouden kunnen zijn voor het toezicht dat door de Stichting Autoriteit Financiële Markten wordt uitgeoefend op grond van de. 2 artikel 56 De Nederlandsche Bank verstrekt geen gegevens of inlichtingen als bedoeld in het eerste lid, indien deze zijn verkregen van een buitenlandse overheidsinstantie of van een buitenlandse van overheidswege aangewezen instantie als bedoeld in, tenzij die buitenlandse instantie waarvan de gegevens of inlichtingen zijn verkregen uitdrukkelijk heeft ingestemd met de verstrekking van de gegevens of inlichtingen en in voorkomend geval heeft ingestemd met het gebruik voor een ander doel dan waarvoor de gegevens of inlichtingen zijn verstrekt. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 58a — Artikel 58a Informatie-uitwisseling opsporing, parlement en Algemene Rekenkamer#
Artikel 58a Informatie-uitwisseling opsporing, parlement en Algemene Rekenkamer 1 De Nederlandsche Bank kan gegevens of inlichtingen, verkregen bij de vervulling van de haar ingevolge deze wet opgedragen taak, verstrekken aan: a. de Belastingdienst, de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, de Nationale Politie, de Financiële Inlichtingen Eenheid of het Openbaar Ministerie, voor zover de gegevens of inlichtingen dienstig zijn voor de uitoefening van hun wettelijke taken; b. een tijdelijke enquêtecommissie van het Europees Parlement, bedoeld in artikel 226 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; c. artikel 2, tweede lid, van de Wet op de parlementaire enquête 2008 een commissie, als bedoeld in, voor zover de gegevens of inlichtingen naar het oordeel van die commissie noodzakelijk zijn voor de vervulling van haar taak; d. artikel 7.24 van de Comptabiliteitswet 2016 de Algemene Rekenkamer, voor zover de gegevens of inlichtingen naar het oordeel van de Algemene Rekenkamer noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar wettelijke taak op grond van. 2 Artikel 56, tweede lid , is van overeenkomstige toepassing. 3 De partijen bedoeld in het eerste lid, onderdeel b tot en met d, zijn verplicht tot geheimhouding van de op grond van het eerste lid ontvangen vertrouwelijke gegevens of inlichtingen en maken die slechts openbaar indien deze niet herleid kunnen worden tot afzonderlijke personen. 2020 146 20-05-2020 22-04-2020 35245 2020 148 20-05-2020 11-05-2020 21-05-2020
Artikel 59 — Artikel 59 Openbaarmaking overtreding#
Artikel 59 Openbaarmaking overtreding 1 artikel 49, tweede lid De Nederlandsche Bank kan met een verklaring een overtreding van de bij of krachtens deze wet gestelde regels, die met de tweede of derde boetecategorie, bedoeld in, beboetbaar is gesteld en de naam van de overtreder openbaar maken. 2 De Nederlandsche Bank kan met een waarschuwing een overtreding van de bij of krachtens deze wet gestelde regels en de naam van de overtreder openbaar maken, indien het naar het oordeel van de Nederlandsche Bank nodig is om het publiek snel en effectief te informeren teneinde schade te voorkomen of te beperken. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 60 — Artikel 60 Belangenafweging openbaarmaking#
Artikel 60 Belangenafweging openbaarmaking artikel 59 De Nederlandsche Bank maakt op grond vangeen gegevens openbaar, voor zover: a. die gegevens herleidbaar zijn tot een natuurlijk persoon en bekendmaking van zijn persoonsgegevens onevenredig zou zijn; b. betrokken partijen in onevenredige mate schade zou worden berokkend; c. een lopend strafrechtelijk onderzoek of een lopend onderzoek door de Nederlandsche Bank naar mogelijke overtredingen zou worden ondermijnd; d. de stabiliteit van het financiële stelsel in gevaar zou worden gebracht; of e. openbaarmaking in strijd is of zou kunnen komen met de belangen die deze wet beoogt te beschermen. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 61 — Artikel 61 Publicatie formele maatregel#
Artikel 61 Publicatie formele maatregel 1 artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht De Nederlandsche Bank maakt een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie ingevolge deze wet ofopenbaar. De openbaarmaking geschiedt zodra het besluit onherroepelijk is geworden. 2 Indien tegen een besluit als bedoeld in het eerste lid bezwaar, beroep of hoger beroep is ingesteld, wordt de uitkomst daarvan tezamen met het besluit openbaar gemaakt. 3 artikel 5:2, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 53 In aanvulling opwordt onder bestuurlijke sanctie mede verstaan: het door de Nederlandsche Bank wegens een overtreding intrekken of beperken van een vergunning alsmede het opleggen van een verbod als bedoeld in. 4 artikel 49, tweede lid In afwijking van het eerste lid maakt de Nederlandsche Bank een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete zo spoedig mogelijk openbaar, indien het een bestuurlijke boete betreft ter zake van een overtreding van een voorschrift dat op grond van, is gerangschikt in de derde categorie. 5 artikel 5:20, derde lid artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht De Nederlandsche Bank maakt in afwijking van het eerste lid een besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom ingevolge deze wet of, junctozo spoedig mogelijk openbaar, indien een dwangsom wordt verbeurd. 6 artikel 62 De Nederlandsche Bank maakt de indiening van een bezwaar of de instelling van een beroep of hoger beroep tegen een besluit als bedoeld in het vierde of vijfde lid, alsmede de beslissing op bezwaar en de uitkomst van dat beroep of hoger beroep, zo spoedig mogelijk openbaar, tenzij het besluit op grond vanniet openbaar is gemaakt. 7 Een besluit dat ingevolge het eerste, vierde of vijfde lid openbaar is gemaakt, blijft gedurende een periode van vijf jaar na bekendmaking beschikbaar op de website van de Nederlandsche Bank, met uitzondering van de persoonsgegevens die deel uitmaken van het besluit voor zover enig wettelijk voorschrift aan de openbaarmaking van de persoonsgegevens in de weg staat. 2022 197 27-05-2022 11-05-2022 35950 2022 280 06-07-2022 23-06-2022 07-07-2022
Artikel 62 — Artikel 62 Uitzonderingen publicatieplicht#
Artikel 62 Uitzonderingen publicatieplicht 1 artikel 61 Openbaarmaking op grond vanwordt uitgesteld of geschiedt in zodanige vorm dat de openbaar te maken gegevens niet herleidbaar zijn tot afzonderlijke personen, voor zover: a. die gegevens herleidbaar zijn tot een natuurlijke persoon en bekendmaking van zijn persoonsgegevens onevenredig zou zijn; b. betrokken partijen in onevenredige mate schade zou worden berokkend; c. een lopend strafrechtelijk onderzoek of een lopend onderzoek door de Nederlandsche Bank naar mogelijke overtredingen zou worden ondermijnd; d. de stabiliteit van het financiële stelsel in gevaar zou worden gebracht. 2 artikel 61 Openbaarmaking op grond vanblijft achterwege, indien openbaarmaking overeenkomstig het eerste lid: a. onevenredig zou zijn gezien de geringe ernst van de overtreding, tenzij het een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete betreft; b. niet in overeenstemming is met het doel van de opgelegde bestuurlijke sanctie, tenzij het een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete betreft; of c. de stabiliteit van het financiële stelsel in gevaar zou brengen. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 63 — Artikel 63 Besluit tot openbaarmaking#
Artikel 63 Besluit tot openbaarmaking 1 Alvorens over te gaan tot openbaarmaking van gegevens die tot afzonderlijke personen herleidbaar zijn op grond van deze paragraaf, neemt de Nederlandsche bank een besluit tot openbaarmaking. Dit besluit bevat de openbaar te maken gegevens en de wijze en termijn waarop de openbaarmaking zal plaatsvinden. 2 artikel 4:11 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 59 Onverminderdkan de Nederlandsche Bank bij het nemen van een besluit op grond vande toepassing vanachterwege laten, indien van de belanghebbende geen adres bekend is en het adres ook niet met een redelijke inspanning kan worden verkregen. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 64 — Artikel 64 Regels omtrent openbaarmaking#
Artikel 64 Regels omtrent openbaarmaking 1 De Nederlandsche Bank gaat pas over tot openbaarmaking op grond van deze afdeling, nadat vijf werkdagen zijn verstreken na de dag waarop het besluit tot openbaarmaking aan de belanghebbende is bekendgemaakt. 2 artikel 59, eerste lid In afwijking van het eerste lid gaat de Nederlandsche Bank pas over tot openbaarmaking op grond van, nadat het besluit tot openbaarmaking onherroepelijk is. 3 artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht Indien wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld inom openbaarmaking op grond van deze afdeling te voorkomen, gaat de toezichthouder niet over tot openbaarmaking totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan. 4 De toezichthouder beëindigt het openbaar beschikbaar houden van gegevens die tot afzonderlijke personen herleidbaar zijn op grond van deze paragraaf onverwijld indien en voor zover: a. het besluit tot openbaarmaking wordt ingetrokken; of b. het besluit tot openbaarmaking door de bestuursrechter onherroepelijk is vernietigd. 5 In de gevallen, bedoeld in het vierde lid, biedt de toezichthouder de belanghebbende aan de intrekking of de vernietiging openbaar te maken. 6 artikel 61, zesde en zevende lid artikel 62 In afwijking van, zijn het vierde en vijfde lid van overeenkomstige toepassing op een besluit tot openbaarmaking op grond van artikel 61, vierde of vijfde lid, voor zover de openbaarmaking in strijd metheeft plaatsgevonden. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 65 — Artikel 65 Vroegtijdige openbaarmaking#
Artikel 65 Vroegtijdige openbaarmaking 1 artikel 64, eerste lid In afwijking van, kan de Nederlandsche Bank op een kortere termijn en zo nodig onverwijld overgaan tot openbaarmaking op grond van deze paragraaf, voor zover: a. bescherming van de belangen die deze wet beoogt te beschermen, geen verder uitstel toelaat; of b. de overtreder zelf informatie openbaar heeft gemaakt over de overtreding of het besluit tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie waarop de openbaarmaking betrekking heeft, en versnelde openbaarmaking in het belang van het publiek noodzakelijk is ter bescherming van het vertrouwen in het toezicht op de integriteit van het financiële stelsel. 2 artikel 64, tweede lid In de gevallen bedoeld in het eerste lid kan de Nederlandsche Bank tevens besluiten dat, buiten toepassing blijft. 3 De Nederlandsche Bank verricht een redelijke inspanning om de betrokkene voorafgaand aan de openbaarmaking in kennis te stellen van de voorgenomen openbaarmaking. 4 artikel 61, zesde lid Bij openbaarmaking van een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie is, van overeenkomstige toepassing. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 66 — Artikel 66 Voorlopige voorziening#
Artikel 66 Voorlopige voorziening 1 artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht Indien wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld inom openbaarmaking op grond van deze paragraaf te voorkomen, vindt het onderzoek ter zitting plaats met gesloten deuren. 2 artikel 62 Indien de voorzieningenrechter openbaarmaking op grond van deze paragraaf heeft verboden, of indien op grond vannog geen tot personen herleidbare openbaarmaking heeft plaatsgevonden, vindt het horen van belanghebbenden ter zake van het bezwaar tegen het besluit tot openbaarmaking of het besluit tot het opleggen van de bestuurlijke sanctie niet in het openbaar plaats. 3 artikel 62 Indien de voorzieningenrechter openbaarmaking op grond van deze paragraaf heeft verboden, of indien op grond vannog geen tot afzonderlijke personen herleidbare openbaarmaking heeft plaatsgevonden, en beroep of hoger beroep wordt ingesteld tegen de beslissing op het bezwaar tegen het besluit tot openbaarmaking of het besluit tot het opleggen van de bestuurlijke sanctie, vindt het onderzoek ter zitting plaats met gesloten deuren. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 67 — Artikel 67 Opleiding#
Artikel 67 Opleiding 1 Een trustkantoor draagt er zorg voor dat alle personen die werkzaamheden voor het trustkantoor verrichten, voor zover relevant voor de uitoefening van hun taken en rekening houdend met de risico’s, aard en omvang van het trustkantoor, bekend zijn met de bij of krachtens deze wet gestelde regels en periodiek opleidingen genieten die hen in staat stellen de verplichtingen ingevolge deze wet volledig uit te voeren. 2 Een trustkantoor stelt ieder kalenderjaar voor de in het eerste lid bedoelde personen een opleidingsprogramma samen en legt dit vast. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 68 — Artikel 68 Informatie uitwisseling trustkantoren#
Artikel 68 Informatie uitwisseling trustkantoren 1 Een trustkantoor onderzoekt of een ander trustkantoor diensten verleent of heeft verleend aan de cliënt of de doelvennootschap. 2 Indien een ander trustkantoor diensten verleent of heeft verleend aan de cliënt of de doelvennootschap, doet het trustkantoor bij dat andere trustkantoor navraag naar gebleken integriteitrisico’s. 3 Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming Een trustkantoor dat een verzoek ontvangt als bedoeld in het tweede lid, informeert het verzoekende trustkantoor onverwijld. Voor zover noodzakelijk om te voldoen aan het verzoek, verstrekt een trustkantoor persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in de. 4 Een trustkantoor verstrekt, alvorens een zakelijke relatie aan te gaan of een trustdienst te verlenen, informatie aan een cliënt over de krachtens dit artikel op het trustkantoor rustende verplichtingen met betrekking tot het verstrekken van informatie aan een ander trustkantoor. 5 Een trustkantoor verstrekt op grond van dit artikel geen informatie over integriteitrisico’s die voor inwerkingtreding van deze wet zijn gebleken. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 69 — Artikel 69 Evaluatie#
Artikel 69 Evaluatie Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 70 — Artikel 70 Vergunningen#
Artikel 70 Vergunningen 1 artikel 4 van de Wet toezicht trustkantoren artikel 6, eerste lid Een vergunning voor het werkzaam zijn als trustkantoor, verleend op grond van, wordt na de inwerkingtreding van deze wet gelijkgesteld met een vergunning als bedoeld in. 2 artikel 4 van de Wet toezicht trustkantoren artikel 6, vierde lid Op aanvragen om een vergunning op grond vanwaarop op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet nog niet is beslist, wordt met toepassing van deze wet beslist. De beslistermijn, bedoeld in, vangt aan op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 71 — Artikel 71 Ontheffingen#
Artikel 71 Ontheffingen 1 artikel 2a, tweede lid, van de Wet toezicht trustkantoren artikel 5, tweede lid Een ontheffing, verleend op grond van, wordt na de inwerkingtreding van deze wet gelijkgesteld aan een ontheffing als bedoeld in. 2 artikel 2a, tweede lid, van de Wet toezicht trustkantoren Op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld inwaarop op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet nog niet is beslist, wordt met toepassing van deze wet beslist. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 72 — Artikel 72 Toetsingen#
Artikel 72 Toetsingen 1 artikel 4, onderdeel a, van de Wet toezicht trustkantoren artikel 10, tweede lid Indien de Nederlandsche Bank op grond vande betrouwbaarheid heeft vastgesteld van een persoon als bedoeld in, staat de betrouwbaarheid van die persoon voor de toepassing van artikel 10, tweede lid, van deze wet buiten twijfel, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een nieuwe beoordeling. 2 artikel 10, eerste lid artikel 4, onderdeel b, van de Wet toezicht trustkantoren Indien een persoon als bedoeld in, op grond vangeschikt is bevonden, wordt hij voor de toepassing van artikel 10, eerste lid, van deze wet eveneens geschikt geacht, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een nieuwe beoordeling. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 73 — Artikel 73 Omzetting rechtsvorm#
Artikel 73 Omzetting rechtsvorm artikel 70, eerste lid artikel 13 Trustkantoren met zetel in Nederland, die over een vergunning als bedoeld in, beschikken, voldoen binnen zes maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aan. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 74 — Artikel 74 Cliëntenonderzoek#
Artikel 74 Cliëntenonderzoek Wet toezicht trustkantoren hoofdstuk 4 Ten aanzien van cliënten waarnaar reeds cliëntenonderzoek is verricht op grond van de, verricht een trustkantoor het cliëntenonderzoek, bedoeld in, op het eerste moment dat door de cliënt contact wordt opgenomen met het trustkantoor of zoveel eerder als het trustkantoor, met inachtneming van de aan het type cliënt, doelvennootschap, zakelijke relatie, of trustdienst verbonden integriteitrisico, aanleiding vindt om het cliëntenonderzoek te doen plaatsvinden. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 75 — Artikel 75 Overtredingen#
Artikel 75 Overtredingen hoofdstukken 7 7a 8 van de Wet toezicht trustkantoren Paragraaf 7.2 Op overtredingen die hebben plaatsgevonden en zijn beëindigd voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, blijven de,envan toepassing zoals die luidden onmiddellijk voor het in werking treden van deze wet.van deze wet is niet van toepassing op die overtredingen. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 76 — Artikel 76 Wijziging van de vierde anti-witwasrichtlijn#
Artikel 76 Wijziging van de vierde anti-witwasrichtlijn Een wijziging van de vierde anti-witwasrichtlijn gaat voor de toepassing van deze wet gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij besluit van Onze Minister van Financiën, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 77 — Artikel 77 Algemene wet bestuursrecht Wijziging#
Artikel 77 Algemene wet bestuursrecht Wijziging Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 78 — Artikel 78 Sanctiewet 1977 Wijziging#
Artikel 78 Sanctiewet 1977 Wijziging Wijzigt de Sanctiewet 1977. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 79 — Artikel 79 Wet bekostiging financieel toezicht Wijziging#
Artikel 79 Wet bekostiging financieel toezicht Wijziging Wijzigt de Wet bekostiging financieel toezicht. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 80 — Artikel 80 Wet op de economische delicten Wijziging#
Artikel 80 Wet op de economische delicten Wijziging Wijzigt de Wet op de economische delicten. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 81 — Artikel 81 Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme Wijziging#
Artikel 81 Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme Wijziging Wijzigt de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 82 — Artikel 82 Wet toezicht trustkantoren Intrekking#
Artikel 82 Wet toezicht trustkantoren Intrekking Wet toezicht trustkantoren Dewordt ingetrokken. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 83 — Artikel 83 Inwerkingtreding#
Artikel 83 Inwerkingtreding Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019
Artikel 84 — Artikel 84 Citeertitel#
Artikel 84 Citeertitel Deze wet wordt aangehaald als: Wet toezicht trustkantoren 2018. 2018 443 29-11-2018 07-11-2018 34910 2018 464 14-12-2018 03-12-2018 01-01-2019