Wet van 11 december 2019, houdende Regels voor het produceren van elektriciteit met behulp van kolen (Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie)
- BWB-id
- BWBR0042905
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken en Klimaat
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0042905
- ELI
- /eli/nl/wet/2019/wet-verbod-op-kolen-bij-elektriciteitsproductie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2019/wet-verbod-op-kolen-bij-elektriciteitsproductie/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0042905&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0042905&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0042905/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2019/wet-verbod-op-kolen-bij-elektriciteitsproductie
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: elektrisch rendement: het elektrisch rendement zoals opgenomen in de omgevingsvergunning voor een productie-installatie op het moment waarop deze wet in werking treedt; kolen: Verordening (EEG) nr. 2658/87 producten van de GN-codes 2701, 2702 en 2704 als bedoeld in bijlage I bijvan de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PbEU 1987, L 256); Onze Minister: Onze Minister van Klimaat en Groene Groei; productie-installatie: een installatie, bestaande uit één of meer productie-eenheden, voor de opwekking van elektriciteit. 2025 349 13-11-2025 29-10-2025 36776 2025 350 13-11-2025 10-11-2025 01-01-2026
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Het is verboden om in een productie-installatie elektriciteit op te wekken met behulp van kolen. 2019 493 19-12-2019 11-12-2019 35167 2019 493 19-12-2019 11-12-2019 35167 20-12-2019
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2 Het verbod, bedoeld in, is: a. tot en met 31 december 2024 niet van toepassing op alle productie-installaties; b. tot 1 januari 2030 niet van toepassing op een productie-installatie met een elektrisch rendement van 44% of meer. 2025 349 13-11-2025 29-10-2025 36776 2025 350 13-11-2025 10-11-2025 01-01-2026
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a artikel 3, aanhef en onderdeel a artikel 2 In afwijking van, is het verbod, bedoeld in, tot 1 januari 2020 niet van toepassing op een productie-installatie die: a. een elektrisch rendement van minder dan 44% heeft; b. waarin geen hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd door middel van biomassa; en c. waarin geen hernieuwbare warmte wordt geproduceerd. 2021 382 28-07-2021 07-07-2021 35668 382 28-07-2021 2021 382 28-07-2021 07-07-2021 35668 382 28-07-2021 28-06-2024 21-06-2022 2024 192 27-06-2024 14-06-2024 36197 Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2021/382 gesteld op 1 januari 2025.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Onze Minister kan op verzoek van een exploitant van een productie-installatie een tegemoetkoming verlenen indien de desbetreffende exploitant aantoont dat hij ten gevolge van het verbod, ten opzichte van andere exploitanten van een kolengestookte productie-installatie, onevenredig zwaar wordt geraakt. 2021 382 28-07-2021 07-07-2021 35668 382 28-07-2021 2021 382 28-07-2021 07-07-2021 35668 382 28-07-2021 28-06-2024 21-06-2022 2024 192 27-06-2024 14-06-2024 36197 Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2021/382 gesteld op 1 januari 2025.
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a 1 Er is een fonds waaruit uitkeringen kunnen worden gedaan aan werknemers van een productie-installatie alsmede investeringen in om- en bijscholing. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over het fonds en de wijze waarop de uitkeringen worden verstrekt alsmede de wijze waarop investeringen worden gedaan in om- en bijscholing. 3 Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid consulteert de betrokken werknemers dan wel een vereniging van werknemers die krachtens haar statuten ten doel heeft de belangen van haar leden als werknemers te behartigen over de regels, bedoeld in het tweede lid, en informeert de Tweede Kamer der Staten-Generaal uiterlijk twee maanden nadat dit lid is ingevoegd over de voorwaarden waaronder en de wijze waarop de bekostiging van de om- en bijscholing van werknemers wordt geregeld. 4 De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 2024 192 27-06-2024 14-06-2024 36197 2024 192 27-06-2024 14-06-2024 36197 28-06-2024
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister daartoe aangewezen ambtenaren van de Nederlandse Emissieautoriteit. 2 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 3 artikel 2 De in het eerste lid aangewezen ambtenaren zijn bevoegd gegevens of inlichtingen te verstrekken aan een bestuursorgaan, dat bevoegd is een vergunning in te trekken als het verbod als bedoeld inniet wordt nageleefd, indien verstrekking voor de goede vervulling van deze bevoegdheid noodzakelijk is. 4 Verstrekking aan een bestuursorgaan vindt uitsluitend plaats indien de geheimhouding van de gegevens of inlichtingen in voldoende mate is gewaarborgd. 2019 493 19-12-2019 11-12-2019 35167 2019 493 19-12-2019 11-12-2019 35167 20-12-2019
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a Vervallen 2021 382 28-07-2021 07-07-2021 35668 382 28-07-2021 2021 382 28-07-2021 07-07-2021 35668 382 28-07-2021 28-06-2024 21-06-2022 2024 192 27-06-2024 14-06-2024 36197 Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2021/382 gesteld op 1 januari 2025.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Onze Minister kan in geval van overtreding van deze wet de overtreder een last onder bestuursdwang opleggen. 2021 382 28-07-2021 07-07-2021 35668 382 28-07-2021 2021 382 28-07-2021 07-07-2021 35668 382 28-07-2021 28-06-2024 21-06-2022 2024 192 27-06-2024 14-06-2024 36197 Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2021/382 gesteld op 1 januari 2025.
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a Artikel 4, tweede tot en met zesde lid artikel 3, tweede lid , en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden voor 21 juni 2022, blijven van toepassing op schade die is ontstaan in de periode van 1 januari 2022 tot en met 20 juni 2022 als gevolg van de voorwaarde, bedoeld in, zoals dat luidde voor 21 juni 2022. 2024 192 27-06-2024 14-06-2024 36197 2024 192 27-06-2024 14-06-2024 36197 28-06-2024
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. 2019 493 19-12-2019 11-12-2019 35167 2019 493 19-12-2019 11-12-2019 35167 20-12-2019
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Deze wet wordt aangehaald als: Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie. 2019 493 19-12-2019 11-12-2019 35167 2019 493 19-12-2019 11-12-2019 35167 20-12-2019