Wet van 13 november 2019, houdende regels inzake een uniform experiment met teelt en verkoop van hennep en hasjiesj voor recreatief gebruik in een gesloten coffeeshopketen (Wet experiment gesloten coffeeshopketen)
- BWB-id
- BWBR0042818
- Type
- Wet
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0042818
- ELI
- /eli/nl/wet/2020/wet-experiment-gesloten-coffeeshopketen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2020/wet-experiment-gesloten-coffeeshopketen/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0042818&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0042818&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0042818/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2020/wet-experiment-gesloten-coffeeshopketen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: hennep: Opiumwet hennep als bedoeld op lijst II bij de; hasjiesj: Opiumwet hasjiesj als bedoeld op lijst II bij de; coffeeshop: artikel 6a coffeeshop als bedoeld in; gesloten coffeeshopketen: artikel 3, onderdelen B en C, van de Opiumwet een keten waarin de teelt van hennep of hasjiesj voor recreatief gebruik en de aflevering aan en verkoop daarvan in een coffeeshop, dan wel enige andere in dat verband verrichte handeling, bedoeld in, plaatsvindt; Onze Ministers: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Onze Minister van Justitie en Veiligheid. 2023 293 13-09-2023 25-08-2023 36002 2023 323 04-10-2023 25-09-2023 05-10-2023
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Er vindt een experiment plaats met op kwaliteit gecontroleerde teelt van hennep en hasjiesj voor recreatief gebruik en de aflevering aan en verkoop daarvan in een coffeeshop in een gesloten coffeeshopketen, overeenkomstig de bij of krachtens deze wet gestelde regels, met als doel om te bezien of en hoe hennep en hasjiesj gedecriminaliseerd aan de coffeeshops kunnen worden afgeleverd en wat de effecten daarvan zijn. 2019 433 28-11-2019 13-11-2019 34997 2020 216 29-06-2020 17-06-2020 01-07-2020
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 3, onderdelen B en C, van de Opiumwet artikel 6 7 van deze wet Ten aanzien van de handelingen, bedoeld in, geldt het in die artikelonderdelen omschreven verbod niet, voor zover die handelingen worden verricht in het kader van de voorbereiding, uitvoering en afbouw van het experiment en in overeenstemming met de eisen die aan die handelingen bij of krachtensofworden gesteld. 2 Artikel 13b van de Opiumwet is niet van toepassing voor zover de in het eerste lid van dat artikel genoemde handelingen worden verricht in het kader van de voorbereiding, uitvoering en afbouw van het experiment. 2019 433 28-11-2019 13-11-2019 34997 2020 216 29-06-2020 17-06-2020 01-07-2020
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De uitvoering van het experiment vangt aan op een bij besluit van Onze Ministers vastgesteld tijdstip en heeft een looptijd van vier jaar na de aanvangsdatum van de uitvoering van het experiment, waarna het experiment binnen ten hoogste zes maanden wordt afgebouwd, tenzij bij algemene maatregel van bestuur een andere looptijd wordt bepaald. Bij algemene maatregel van bestuur kan de looptijd met ten hoogste een jaar en zes maanden worden verlengd. 2 Van het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 2019 433 28-11-2019 13-11-2019 34997 2020 216 29-06-2020 17-06-2020 01-07-2020
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 In het kader en voor de duur van het experiment kunnen Onze Ministers op aanvraag een of meer telers aanwijzen die ten behoeve van het experiment hennep of hasjiesj telen. Onze Ministers kunnen een aanwijzing intrekken. 2 Onze Ministers kunnen aan een aanwijzing of aan een verleende aanwijzing voorschriften verbinden. Een voorschrift kan worden gewijzigd of worden ingetrokken. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over: a. de criteria en procedure voor het selecteren en aanwijzen van de telers; b. de aan een aanwijzing te verbinden voorschriften; c. de gronden voor afwijzing van een aanvraag; d. de gronden voor intrekking van een aanwijzing. 4 artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur Een aanvraag om een aanwijzing kan in elk geval worden afgewezen of een aanwijzing kan in elk geval worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in. 5 artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur artikel 9 van die wet Voordat toepassing wordt gegeven aan het vierde lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in, om een advies als bedoeld inworden gevraagd. 2019 433 28-11-2019 13-11-2019 34997 2020 216 29-06-2020 17-06-2020 01-07-2020
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De aflevering aan en verkoop in coffeeshops van hennep of hasjiesj vindt in het kader en voor de duur van het experiment plaats in maximaal tien bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gemeenten. 2 Ingeval van spoed kunnen Onze Ministers ter bescherming van de volksgezondheid of in het belang van de openbare orde en veiligheid een last tot onmiddellijke staking van de uitvoering van het experiment in een aangewezen gemeente opleggen. Van het opleggen van de last wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. Na het onherroepelijk worden van het besluit tot oplegging van de last, wordt een voordracht voor een wijziging van de krachtens het eerste lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur gedaan, waarbij de aanwijzing van de betreffende gemeente wordt beëindigd. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald ten aanzien van welke eisen de burgemeester van een gemeente bevoegd is tot het stellen van nadere regels over de uitvoering van het experiment in die gemeente. 2019 433 28-11-2019 13-11-2019 34997 2020 216 29-06-2020 17-06-2020 01-07-2020 2020 67 24-02-2020 05-02-2020 35299 2020 216 29-06-2020 17-06-2020 01-07-2020 De wijziging is in werking getreden op 19 maart 2020 (Stb. 2020/93).
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a 1 artikel 6, eerste lid De burgemeester van een gemeente als bedoeld in, bepaalt hoeveel coffeeshops in zijn gemeente zijn toegestaan. 2 Een coffeeshop wordt aangemerkt als toegestaan, indien daar de verkoop van hennep of hasjiesj mag plaatsvinden op grond van een expliciete verklaring of bestendige gedragslijn van de burgemeester. 2019 433 28-11-2019 13-11-2019 34997 2020 216 29-06-2020 17-06-2020 01-07-2020
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het experiment. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op: a. eisen aan: 1°. artikel 6, eerste lid artikel 3, onderdelen B en C, van de Opiumwet het telen van hennep of hasjiesj, het afleveren en het verkopen daarvan aan coffeeshops in de gemeenten, bedoeld in, dan wel enige andere in dat verband verrichte handeling, bedoeld in, de bedrijfsvoering, productinformatie en de veiligheid en kwaliteit van de geteelde hennep of hasjiesj; 2°. artikel 6, eerste lid artikel 3, onderdelen B en C, van de Opiumwet de houders van een coffeeshop in de gemeenten, bedoeld in, waaronder eisen aan de deelname aan het experiment, bedrijfsvoering, het verkopen van hennep of hasjiesj, dan wel enige andere in dat verband verrichte handeling, bedoeld in, dan wel aan het niet-deelnemen aan het experiment; b. de ten behoeve van de evaluatie te registreren gegevens; c. artikel 4, eerste lid de afbouw van het experiment, waarbij kan worden bepaald in welke gevallen de afbouw eerder plaatsvindt dan het tijdstip, bedoeld in. 2 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het verstrekken van gegevens of bescheiden uit de door aangewezen telers en coffeeshops krachtens het eerste lid, onder a, bij te houden administratie uitsluitend op elektronische wijze plaatsvindt. Daarbij kunnen nadere eisen worden gesteld aan het gebruik van de elektronische weg. 2023 183 07-06-2023 10-05-2023 35261 2024 321 05-11-2024 22-10-2024 01-01-2026 Abusievelijk geeft het Staatsblad een wijzigingsopdracht voor het
derde lid in plaats van het tweede lid.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 6 7 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtensofvan deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Ministers aangewezen personen. Bij dat besluit kunnen Onze Ministers bepalen dat de burgemeester van een gemeente als bedoeld in artikel 6, eerste lid, de personen aanwijst die belast zijn met het toezicht op de coffeeshops in die gemeente. 2 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 2019 433 28-11-2019 13-11-2019 34997 2020 216 29-06-2020 17-06-2020 01-07-2020
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a 1 Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald hoe lang de persoonsgegevens die Onze Ministers in verband met de uitoefening van hun taken op grond van deze wet verwerken, mogen worden bewaard. 2 artikel 6, eerste lid artikel 8, eerste lid Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de verstrekking van gegevens, waaronder persoonsgegevens, die Onze Ministers, de burgemeesters van de gemeenten, bedoeld in, of de krachtens, aangewezen personen hebben verkregen of die nodig zijn in verband met de uitoefening van hun taken of bevoegdheden op grond van deze wet, en over de verdere verwerking van die gegevens in het kader van het experiment. Daarbij wordt in ieder geval bepaald aan wie welke persoonsgegevens mogen worden verstrekt en voor welk doel deze persoonsgegevens mogen worden verstrekt. 2019 433 28-11-2019 13-11-2019 34997 2020 216 29-06-2020 17-06-2020 01-07-2020
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 6, eerste en tweede lid 7, eerste lid, onder a, onderdeel 1°, onder b en c, en tweede lid Onze Ministers zijn bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens,, van deze wet. 2023 293 13-09-2023 25-08-2023 36002 2023 323 04-10-2023 25-09-2023 05-10-2023
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a 1 artikel 7, eerste lid, onder a, onderdeel 1°, en onder c Onze Ministers zijn bevoegd een bestuurlijke boete op te leggen ter zake van overtreding van de regels, bedoeld in, voor zover dat bij algemene maatregel van bestuur is bepaald. 2 artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht De op grond van het eerste lid op te leggen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in. 2019 433 28-11-2019 13-11-2019 34997 2020 216 29-06-2020 17-06-2020 01-07-2020
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 6, eerste lid artikel 7, eerste lid, onder a, onderdeel 2°, onder c en tweede lid De burgemeester van een gemeente, bedoeld in, is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ten aanzien van een coffeeshop ter handhaving van de eisen die bij of krachtens artikel 6, derde lid, en, van deze wet gelden. 2023 293 13-09-2023 25-08-2023 36002 2023 323 04-10-2023 25-09-2023 05-10-2023
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Er is een Begeleidings- en evaluatiecommissie experiment gesloten coffeeshopketen, die tot taak heeft het experiment en de uitvoering van de evaluatie te volgen en daarover verslag te doen aan Onze Ministers. 2 Bij algemene maatregel van bestuur worden eisen gesteld aan het volgen en de evaluatie, in het bijzonder teneinde de onafhankelijkheid en wetenschappelijke kwaliteit daarvan te waarborgen. 3 Uiterlijk acht maanden voor het tijdstip waarop de uitvoering van het experiment eindigt, rondt de commissie de evaluatie af met een verslag en zendt dit aan Onze Ministers. 2019 433 28-11-2019 13-11-2019 34997 2020 216 29-06-2020 17-06-2020 01-07-2020
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Artikel 24 van de Kaderwet adviescolleges Onze Ministers zenden binnen vier maanden na de ontvangst van het evaluatieverslag, het kabinetsstandpunt over dat verslag en de gevolgen die het daaraan wenst te verbinden, alsmede het verslag, aan de Staten-Generaal.is niet van toepassing. 2019 433 28-11-2019 13-11-2019 34997 2020 216 29-06-2020 17-06-2020 01-07-2020
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 4, eerste lid 5, derde lid 6 7, eerste lid 8a 9a, eerste lid 11, tweede lid De voordracht voor een krachtens,,,,,, of, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan de Staten-Generaal is overgelegd. 2019 433 28-11-2019 13-11-2019 34997 2020 216 29-06-2020 17-06-2020 01-07-2020
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Wijzigt Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 2019 433 28-11-2019 13-11-2019 34997 2020 216 29-06-2020 17-06-2020 01-07-2020
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Wijzigt deze wet en het voorstel van wet Aanpassingswet Wet toetreding zorgaanbieders (Kst. 34768). 2019 433 28-11-2019 13-11-2019 34997 2020 216 29-06-2020 17-06-2020 01-07-2020
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Deze wet wordt aangehaald als: Wet experiment gesloten coffeeshopketen. 2019 433 28-11-2019 13-11-2019 34997 2020 216 29-06-2020 17-06-2020 01-07-2020
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2 artikel 4, eerste lid Deze wet vervalt vier jaar en zes maanden na het tijdstip, bedoeld in, tenzij krachtens dat artikel bij algemene maatregel van bestuur anders wordt bepaald. 2019 433 28-11-2019 13-11-2019 34997 2020 216 29-06-2020 17-06-2020 01-07-2020