Wet van 22 juni 2022, houdende tijdelijke regels inzake instelling van een Nationaal Groeifonds (Tijdelijke wet Nationaal Groeifonds)
- BWB-id
- BWBR0046840
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken en Klimaat
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2022-08-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0046840
- ELI
- /eli/nl/wet/2022/tijdelijke-wet-nationaal-groeifonds
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2022/tijdelijke-wet-nationaal-groeifonds/2022-08-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0046840&g=2022-08-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0046840&z=2026-06-06&g=2022-08-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0046840/2022-08-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2022/tijdelijke-wet-nationaal-groeifonds
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: duurzaam verdienvermogen: het bruto binnenlands product dat Nederland op de lange termijn op structurele basis kan genereren, met oog voor een economische, sociale en milieuvriendelijke duurzame toekomst voor de aarde en voor huidige en toekomstige generaties; fonds: artikel 2 Nationaal Groeifonds, bedoeld in; Onze Ministers: Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat en Onze Minister van Financiën. 2022 271 01-07-2022 22-06-2022 35976 2022 282 06-07-2022 01-07-2022 01-08-2022
Artikel 2 — Artikel 2 Instelling, doel en bereik van het fonds#
Artikel 2 Instelling, doel en bereik van het fonds 1 Er is een Nationaal Groeifonds. 2 Het fonds heeft als doel het beschikbaar stellen van financiële middelen om het duurzaam verdienvermogen te vergroten door het doen van investeringen, op het gebied van: a. kennisontwikkeling; b. onderzoek, ontwikkeling en innovatie. 3 Uit het fonds kunnen financiële middelen ter beschikking worden gesteld voor activiteiten die ten minste: a. het duurzaam verdienvermogen vergroten; b. betrekking hebben op investeringen die niet structureel zijn; c. betrekking hebben op investeringen die additioneel zijn aan private investeringen; d. betrekking hebben op investeringen die additioneel zijn aan bestaande of geplande publieke investeringen en niet vallen binnen een bestaande regeling van de overheid; e. een positief saldo van maatschappelijke baten en lasten hebben; f. niet strijdig zijn met het kabinetsbeleid; en g. betrekking hebben op investeringen die voldoen aan het beginsel van subsidiariteit in relatie tot financieringsmogelijkheden die de Europese Unie of decentrale overheden kunnen bieden. 4 Voor de activiteiten, bedoeld in het derde lid, kan een nader te bepalen omvang worden vastgesteld die noodzakelijk is om een substantieel effect te hebben op het duurzaam verdienvermogen, voor zover die betrekking heeft op de omvang van de activiteiten of de bijdrage uit het fonds. 5 Bij het beschikbaar stellen van financiële middelen, bedoeld in het tweede lid, wordt een redelijke regionale spreiding over Nederland gewaarborgd. 6 Deze wet is mede van toepassing op de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 2022 271 01-07-2022 22-06-2022 35976 2022 282 06-07-2022 01-07-2022 01-08-2022
Artikel 3 — Artikel 3 Beheer en begroting van het fonds#
Artikel 3 Beheer en begroting van het fonds 1 artikel 2.11, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 Het fonds is een begrotingsfonds als bedoeld in. 2 Onze Ministers beheren het fonds. 2022 271 01-07-2022 22-06-2022 35976 2022 282 06-07-2022 01-07-2022 01-08-2022
Artikel 4 — Artikel 4 Meerjarenprogramma Nationaal Groeifonds#
Artikel 4 Meerjarenprogramma Nationaal Groeifonds 1 Jaarlijks bieden Onze Ministers gelijktijdig met het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van het fonds een Meerjarenprogramma Nationaal Groeifonds aan de Staten-Generaal aan. 2 artikel 6, aanhef en onderdelen a en b Het meerjarenprogramma verschaft informatie over de meerjarige uitgaven van het fonds, bedoeld in. Het meerjarenprogramma maakt tevens zichtbaar hoe de financiële middelen van het fonds worden verdeeld over verschillende beleidsterreinen. 2022 271 01-07-2022 22-06-2022 35976 2022 282 06-07-2022 01-07-2022 01-08-2022
Artikel 5 — Artikel 5 Ontvangsten van het fonds#
Artikel 5 Ontvangsten van het fonds De ontvangsten van het fonds zijn: a. gelden verkregen uit algemene middelen van het Rijk; b. artikel 2.1, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 bijdragen ten laste van andere begrotingen van het Rijk als bedoeld in; c. artikel 2, tweede lid ontvangsten van derden in het kader van het bereiken van het doel, genoemd in. 2022 271 01-07-2022 22-06-2022 35976 2022 282 06-07-2022 01-07-2022 01-08-2022
Artikel 6 — Artikel 6 Uitgaven van het fonds#
Artikel 6 Uitgaven van het fonds artikel 2, tweede lid In het kader van het bereiken van het doel, genoemd in, komen ten laste van het fonds: a. subsidies aan provincies, gemeenten of andere publiekrechtelijke rechtspersonen, privaatrechtelijke rechtspersonen of natuurlijke personen; b. artikel 2.1, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 bijdragen aan andere begrotingen van het Rijk als bedoeld in; c. andere uitgaven. 2022 271 01-07-2022 22-06-2022 35976 2022 282 06-07-2022 01-07-2022 01-08-2022
Artikel 7 — Artikel 7 Subsidieverstrekking#
Artikel 7 Subsidieverstrekking 1 artikel 2, tweede lid Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat kan subsidies verstrekken voor activiteiten in het kader van het bereiken van het doel van het fonds, genoemd in. 2 artikel 4:35, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderd, kan Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat, voor zover subsidieverstrekking in strijd is met verdragsrechtelijke verplichtingen: a. subsidieverstrekking weigeren; b. een subsidie lager vaststellen dan overeenkomstig de subsidieverlening; c. een subsidieverlening of subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen. 3 Bij de vaststelling, intrekking of wijziging, bedoeld in het tweede lid, kan worden bepaald, dat over onverschuldigd betaalde subsidiebedragen een rentevergoeding verschuldigd is. 4 De intrekking of wijziging, bedoeld in het tweede lid, werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verstrekt, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald. 5 artikelen 4:49, derde lid 4:57, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht De, enzijn niet van toepassing op de vaststelling, intrekking en wijziging, bedoeld in het tweede lid. 6 artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet artikel 2, tweede lid artikel 8, tweede tot en met zesde lid Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat kan specifieke uitkeringen als bedoeld inverstrekken voor activiteiten in het kader van het bereiken van het doel, genoemd in. Het tweede tot en met vijfde lid en, zijn van overeenkomstige toepassing op deze uitkeringen. 2022 271 01-07-2022 22-06-2022 35976 2022 282 06-07-2022 01-07-2022 01-08-2022
Artikel 8 — Artikel 8 Nadere regelgeving#
Artikel 8 Nadere regelgeving 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij regeling van Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat kunnen nadere regels worden gesteld over de uitgaven ten laste van het fonds, bedoeld in artikel 6, onderdeel b. 2 artikel 7 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij regeling van Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat kunnen regels over subsidies als bedoeld inworden gesteld, met betrekking tot: a. de activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt; b. het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald; c. de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover; d. de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend; e. de verplichtingen voor de subsidieontvanger; f. de vaststelling van de subsidie; g. intrekking en wijziging van de subsidieverlening of -vaststelling; h. de betaling van de subsidie en het verlenen van voorschotten; i. artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht het verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk, bedoeld in. 3 In de regels, bedoeld in het tweede lid, wordt voorzien in de vaststelling van een subsidieplafond, tenzij Onze Minister van Financiën heeft ingestemd met het achterwege laten daarvan. 4 artikel 4:21, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking van, kan in de regels, bedoeld in het tweede lid,van toepassing worden verklaard op subsidies die op grond van die regels uitsluitend voorzien in verstrekking aan rechtspersonen die krachtens publiekrecht zijn ingesteld. 5 artikel 7 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtensen het tweede tot en met het vierde lid van dit artikel, zijn belast de bij besluit van Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat aangewezen personen. 6 Van een besluit als bedoeld in het vijfde lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 2022 271 01-07-2022 22-06-2022 35976 2022 282 06-07-2022 01-07-2022 01-08-2022
Artikel 9 — Artikel 9 Adviescommissie Nationaal Groeifonds#
Artikel 9 Adviescommissie Nationaal Groeifonds 1 Er is een Adviescommissie Nationaal Groeifonds. 2 artikel 2, tweede lid De adviescommissie heeft tot taak Onze Ministers te adviseren over investeringsvoorstellen voor het beschikbaar stellen van financiële middelen, bedoeld in. 3 De adviescommissie stelt een werkwijze vast voor de wijze waarop zij haar taken uitvoert en maakt deze openbaar. 4 De leden van de adviescommissie worden benoemd door Onze Ministers en kunnen op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door Onze Ministers. 5 Bij ministeriële regeling van Onze Ministers worden nadere regels gesteld over onder meer de taak van de adviescommissie, de onafhankelijkheid van de leden van de adviescommissie en het afleggen van verantwoording door de adviescommissie. 2022 271 01-07-2022 22-06-2022 35976 2022 282 06-07-2022 01-07-2022 01-08-2022
Artikel 10 — Artikel 10 bijlage 2 Awb Wijziging#
Artikel 10 bijlage 2 Awb Wijziging Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht. 2022 271 01-07-2022 22-06-2022 35976 2022 282 06-07-2022 01-07-2022 01-08-2022
Artikel 11 — Artikel 11 Evaluatie#
Artikel 11 Evaluatie deze wet deze wet Onze Ministers zenden binnen vijf jaar na de inwerkingtreding vanaan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten vanin de praktijk. 2022 271 01-07-2022 22-06-2022 35976 2022 282 06-07-2022 01-07-2022 01-08-2022
Artikel 12 — Artikel 12 Comptabiliteitswet 2016 Vervallen bepalingenen overgangsrecht#
Artikel 12 Comptabiliteitswet 2016 Vervallen bepalingenen overgangsrecht 1 artikel 2.1 van de Comptabiliteitswet 2016 artikel 2.1, vijfde lid, onderdeel e artikel 4.3, vierde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 Onder vervanging van de puntkomma aan het slot van het vijfde lid, onderdeel d, vandoor een punt, vervallen, en. 2 Op financiële verplichtingen die zijn aangegaan voor het tijdstip van het vervallen van de artikelen, genoemd in het eerste lid, blijft het bij of krachtens die artikelen bepaalde van toepassing. 2022 271 01-07-2022 22-06-2022 35976 2022 282 06-07-2022 01-07-2022 01-08-2022
Artikel 13 — Artikel 13 Inwerkingtredings- en vervalbepaling en overgangsrecht#
Artikel 13 Inwerkingtredings- en vervalbepaling en overgangsrecht 1 Deze wet de wet artikel 6 de wet treedt in werking en vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, met dien verstande datvan toepassing blijft op uitgaven als bedoeld indie zijn gedaan voordatvervalt. 2 deze wet artikel 2, tweede lid Na zes jaar na het tijdstip van inwerkingtreding vanworden geen financiële middelen beschikbaar gesteld als bedoeld in, voor het doen van nieuwe investeringen. 2022 271 01-07-2022 22-06-2022 35976 2022 282 06-07-2022 01-07-2022 01-08-2022
Artikel 14 — Artikel 14 Citeertitel#
Artikel 14 Citeertitel Deze wet wordt aangehaald als: Tijdelijke wet Nationaal Groeifonds. 2022 271 01-07-2022 22-06-2022 35976 2022 282 06-07-2022 01-07-2022 01-08-2022