Wet van 17 november 2021, houdende instelling van een adviescollege op het terrein van de rechtspositie van politieke ambtsdragers (Wet adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers)
- BWB-id
- BWBR0045946
- Type
- Wet
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-02-20
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0045946
- ELI
- /eli/nl/wet/2022/wet-adviescollege-rechtspositie-politieke-ambtsdragers
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2022/wet-adviescollege-rechtspositie-politieke-ambtsdragers/2026-02-20
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0045946&g=2026-02-20
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0045946&z=2026-06-06&g=2026-02-20
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0045946/2026-02-20
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2022/wet-adviescollege-rechtspositie-politieke-ambtsdragers
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Er is een adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers. 2 Het adviescollege bestaat, met inbegrip van de voorzitter, uit ten minste vijf leden. 2021 576 30-11-2021 17-11-2021 35530 2021 622 17-12-2021 08-12-2021 01-01-2022
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Het adviescollege heeft tot taak de regering te adviseren over het beloningsniveau, de onderlinge beloningsverhoudingen en overige geldelijke aanspraken van: – de leden van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal; – Onze ministers en staatssecretarissen; – de leden van de Raad van State; – de leden van de Algemene Rekenkamer; – de Nationale ombudsman en de substituut-ombudsmannen; – de leden van provinciale staten; – artikelen 80 81 82 van de Provinciewet de leden van een commissie als bedoeld in de,en, die niet tevens statenlid zijn of ambtenaren die als zodanig tot lid van een commissie zijn benoemd; – de commissarissen van de Koning en gedeputeerden; – de leden van gemeenteraden; – artikelen 82 83 84 van de Gemeentewet de leden van een commissie als bedoeld in de,en, die niet tevens raadslid zijn of ambtenaren die als zodanig tot lid van een commissie zijn benoemd; – de burgemeesters en wethouders; – de leden van het algemeen bestuur van waterschappen; – de voorzitters en leden van het dagelijks bestuur van waterschappen; – de leden van een commissie die door het algemeen bestuur van een waterschap bij verordening is ingesteld, die niet tevens lid van het algemeen bestuur zijn of ambtenaren die als zodanig tot lid van een commissie zijn benoemd; – de leden van de eilandsraden; – de gezaghebbers en de eilandgedeputeerden, en – de Rijksvertegenwoordiger BES. 2 In aanvulling op het eerste lid heeft het adviescollege tot taak: a. artikel 2 van de Wet regels vervolgfuncties bewindspersonen een bewindspersoon of gewezen bewindspersoon te adviseren over de aanvaardbaarheid van het aangaan van een dienstverband als bedoeld in; b. artikelen 3, derde lid 4, vierde lid, van de Wet regels vervolgfuncties bewindspersonen Onze Minister-President te adviseren over een ontheffing als bedoeld in de, en, en c. artikel 2, eerste lid 3, derde lid 4, vierde lid, van de Wet regels vervolgfuncties bewindspersonen de adviezen als bedoeld in,, en, alsmede de naam van een gewezen bewindspersoon en een aanvaard dienstverband, bedoeld in artikel 2, tiende lid, van die wet, openbaar te maken. 2025 269 13-10-2025 01-10-2025 36549 2026 34 17-02-2026 12-02-2026 20-02-2026
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De leden van het adviescollege hebben zitting zonder last. 2 De leden van het adviescollege vervullen geen functies waarvan de uitoefening onverenigbaar is met de onafhankelijke taakvervulling van het adviescollege. 3 artikel 2 Een lid van het adviescollege bekleedt geen functie, genoemd in, en heeft gedurende de twee jaar voorafgaand aan diens benoeming niet een in artikel 2, met uitzondering van de functies van lid van de Raad van State, lid van de Algemene Rekenkamer, Nationale ombudsman of substituut-ombudsman of Rijksvertegenwoordiger BES, genoemde functie bekleed. 4 artikel 1.1, onderdeel b, van de Wet normering topinkomens Een lid van het adviescollege bekleedt geen functie als topfunctionaris als bedoeld in, tenzij dit een functie als lid van een hoogste toezichthoudend orgaan van een rechtspersoon of instelling betreft. 5 Alvorens hun lidmaatschap te aanvaarden, leggen de te benoemen voorzitter en leden een verklaring af dat zij tot het verkrijgen van hun benoeming rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of onder welk voorwendsel ook, aan iemand iets hebben gegeven of beloofd, alsmede dat zij om iets in hun ambt te doen of te laten rechtstreeks noch middellijk van iemand enig geschenk of enige belofte hebben aangenomen of zullen aannemen. 6 De verklaring gaat vergezeld van een opgave van de functies die de te benoemen leden vervullen 2025 269 13-10-2025 01-10-2025 36549 2026 34 17-02-2026 12-02-2026 20-02-2026
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Aanpassingen in het beloningsniveau, de onderlinge beloningsverhoudingen en overige geldelijke aanspraken van de leden van de Eerste respectievelijk Tweede Kamer der Staten-Generaal als gevolg van een advies van het adviescollege treden niet in werking dan nadat een nieuw gekozen Eerste respectievelijk Tweede Kamer is samengekomen na het tijdstip dat het advies gegeven is. 2 Aanpassingen in het beloningsniveau, de onderlinge beloningsverhoudingen en overige geldelijke aanspraken van Onze ministers en staatssecretarissen als gevolg van een advies van het adviescollege treden niet in werking dan nadat nieuwe ministers en staatssecretarissen naar aanleiding van een nieuw gekozen Tweede Kamer beëdigd zijn na het tijdstip dat het advies gegeven is. 2021 576 30-11-2021 17-11-2021 35530 2021 622 17-12-2021 08-12-2021 01-01-2022
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2021 576 30-11-2021 17-11-2021 35530 2021 622 17-12-2021 08-12-2021 01-01-2022
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Deze wet wordt aangehaald als: Wet adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers. 2021 576 30-11-2021 17-11-2021 35530 2021 622 17-12-2021 08-12-2021 01-01-2022