Wet van 21 december 2022 tot wijziging van het voordeel uit sparen en beleggen als bedoeld in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 over de kalenderjaren 2017 tot met 2022 door het lager vaststellen van het voordeel in gevallen waarin dat nodig is om het voordeel in overeenstemming te brengen met de uitspraak van de Hoge Raad van 24 december 2021 (Wet rechtsherstel box 3)
- BWB-id
- BWBR0047699
- Type
- Wet
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-07-19
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0047699
- ELI
- /eli/nl/wet/2022/wet-rechtsherstel-box-3
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2022/wet-rechtsherstel-box-3/2025-07-19
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0047699&g=2025-07-19
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0047699&z=2026-06-06&g=2025-07-19
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0047699/2025-07-19
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2022/wet-rechtsherstel-box-3
Artikel 1 — Artikel 1 Reikwijdte en begripsbepalingen#
Artikel 1 Reikwijdte en begripsbepalingen 1 Voor toepassing van deze wet wordt verstaan onder: – banktegoeden: artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht bezittingen als bedoeld indie deposito’s als bedoeld inzijn of daarmee naar aard en strekking overeenkomende buitenlandse deposito’s; – het besluit: artikel 38, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen de opberustende algemene maatregel van bestuur die voorziet in het voorkomen van dubbele belasting; – overige bezittingen: artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bezittingen als bedoeld in, anders dan banktegoeden; – schulden: artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 schulden als bedoeld in. 2 Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Deze wet regelt de wijze waarop, in afwijking van dezoals die luidde voor het betreffende kalenderjaar, het voordeel uit sparen en beleggen, bedoeld in, wordt vastgesteld en, in afwijking van het besluit zoals dat luidde voor het betreffende kalenderjaar, de vrijstelling voor buitenlands voordeel uit sparen en beleggen, bedoeld in artikel 22 van het besluit, wordt vastgesteld met betrekking tot: a. aanslagen inkomstenbelasting of premie volksverzekeringen over de kalenderjaren 2017, 2018, 2019 of 2020 die op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststonden of nog niet waren vastgesteld; b. aanslagen inkomstenbelasting of premie volksverzekeringen over de kalenderjaren 2021 of 2022. 3 artikel 6a Deze wet regelt tevens een tegenbewijsregeling op basis van het werkelijke rendement, bedoeld in, met betrekking tot de aanslagen, genoemd in het tweede lid, onderdelen a of b. 4 Het tweede lid is slechts van toepassing voor zover dit met betrekking tot de betreffende aanslag tot een lager voordeel uit sparen en beleggen leidt dan zonder toepassing van deze wet het geval is. 5 Wet inkomstenbelasting 2001 Voor zover in deze wet niet wordt afgeweken van de, zijn die wet en de daarop berustende bepalingen mede van toepassing met betrekking tot deze wet. 6 Wet inkomstenbelasting 2001 Bij de toepassing van deze wet worden de, de daarop berustende bepalingen en het besluit toegepast zoals deze luidden in het kalenderjaar waarover het voordeel uit sparen en beleggen of het werkelijke rendement van bezittingen en schulden wordt vastgesteld, met dien verstande dat: a. afdeling 5.6 van die wet artikel V wordt toegepast zoals die luidt op het bij koninklijk besluit bepaalde tijdstip, bedoeld in; b. artikel 5.27, tweede lid, onderdeel b, van die wet artikel 5.2, derde lid, van die wet artikel V bij de toepassing vanwordt toegepast zoals dat luidt op het bij koninklijk besluit bepaalde tijdstip, bedoeld in; c. artikelen 5.35, eerste lid 5.36, eerste lid, van die wet artikel 5.2, tweede lid bij de toepassing van de, enin plaats van, wordt gelezen: artikel 5.2, eerste lid. 2025 195 18-07-2025 14-07-2025 36706 2025 196 18-07-2025 14-07-2025 19-07-2025 01-01-2017
Artikel 2 — Artikel 2 Voordeel uit sparen en beleggen#
Artikel 2 Voordeel uit sparen en beleggen 1 artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3 Het voordeel uit sparen en beleggen, bedoeld in, wordt vastgesteld op het bedrag dat volgt uit de berekening, opgenomen in. 2 Het voordeel uit sparen en beleggen wordt gesteld op ten minste nihil. 2022 533 27-12-2022 21-12-2022 36203 2022 533 27-12-2022 21-12-2022 36203 28-12-2022 01-01-2017
Artikel 3 — Artikel 3 Berekening voordeel uit sparen en beleggen#
Artikel 3 Berekening voordeel uit sparen en beleggen 1 artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Het voordeel uit sparen en beleggen wordt berekend door de vermenigvuldiging van het effectieve rendementspercentage, bedoeld in het tweede lid, met de grondslag sparen en beleggen, bedoeld in. 2 artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Het effectieve rendementspercentage wordt gesteld op het rendement, bedoeld in het derde lid, gedeeld door de rendementsgrondslag, bedoeld in. 3 Het rendement voor het betreffende kalenderjaar is het in kolom I vermelde percentage van de waarde van de banktegoeden aan het begin van het kalenderjaar (peildatum), vermeerderd met het in kolom II vermelde percentage van de waarde van de overige bezittingen op de peildatum, verminderd met het in kolom III vermelde percentage van de waarde van de schulden op de peildatum. I II III 2017 0,25% 5,39% 3,43% 2018 0,12% 5,38% 3,20% 2019 0,08% 5,59% 3,00% 2020 0,04% 5,28% 2,74% 2021 0,01% 5,69% 2,46% 2022 0,00% 5,53% 2,28% 4 artikel 2.17 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Indien de belastingplichtige het gehele kalenderjaar dezelfde partner heeft of voor de toepassing vangeacht wordt te hebben gehad, wordt bij de toepassing van: a. artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 het eerste lid uitgegaan van het op grond van dat artikel aan hem toegerekende gedeelte van de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, bedoeld in; b. artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 het tweede lid uitgegaan van de gezamenlijke rendementsgrondslag, bedoeld in; c. het derde lid uitgegaan van de waarde van de banktegoeden, de waarde van de overige bezittingen en de waarde van de schulden van de belastingplichtige en zijn partner tezamen. 2023 7968 15-03-2023 22-02-2023 2023-0000004070 2023 7968 15-03-2023 22-02-2023 2023-0000004070 16-03-2023 01-01-2022
Artikel 4 — Artikel 4 Forfaitaire percentages 2022#
Artikel 4 Forfaitaire percentages 2022 1 artikel 3 Na afloop van het kalenderjaar 2022 wordt binnen twee maanden het in, derde lid, kolom I, laatste regel, vermelde percentage bij ministeriële regeling vervangen door een ander percentage. Dit percentage wordt gesteld op de door twaalf te delen som van de maandelijkse rentepercentages op deposito’s van huishoudens met een opzegtermijn van maximaal drie maanden, zoals gepubliceerd door De Nederlandsche Bank, uit een periode van elf maanden, beginnend op 1 januari en eindigend op 30 november van het kalenderjaar 2022, onder dubbeltelling van het percentage over de maand november. 2 artikel 3 Na afloop van het kalenderjaar 2022 wordt binnen twee maanden het in, derde lid, kolom III, laatste regel, vermelde percentage bij ministeriële regeling vervangen door een ander percentage. Dit percentage wordt gesteld op de door twaalf te delen som van de maandelijkse rentes over het totale uitstaande bedrag aan woninghypotheken van huishoudens, zoals gepubliceerd door De Nederlandsche Bank, uit een periode van elf maanden, beginnend op 1 januari en eindigend op 30 november van het kalenderjaar 2022, onder dubbeltelling van het percentage over de maand november. 2022 533 27-12-2022 21-12-2022 36203 2022 533 27-12-2022 21-12-2022 36203 28-12-2022 01-01-2017
Artikel 5 — Artikel 5 Persoonsgebonden aftrek#
Artikel 5 Persoonsgebonden aftrek 2.17, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 afdeling 6.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001 afdeling 6.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikelen 2 3 6a In afwijking van artikel, wordt voor de persoonsgebonden aftrek, die voortvloeit uit een herrekening van het verzamelinkomen door toepassing van de,of, aangesloten bij de door de fiscale partners in de aangifte gekozen verdeling van uitgaven voor specifieke zorgkosten als bedoeld inof aftrekbare giften als bedoeld in. Indien de belastingplichtige tezamen met zijn partner op een andere wijze het extra bedrag aan persoonsgebonden aftrek wil verdelen, kunnen zij hiervoor een verzoek om ambtshalve vermindering indienen bij de inspecteur waarin zij hun gezamenlijke keuze kenbaar maken. 2025 195 18-07-2025 14-07-2025 36706 2025 196 18-07-2025 14-07-2025 19-07-2025 01-01-2017
Artikel 6 — Artikel 6 Voorkomen van dubbele belasting#
Artikel 6 Voorkomen van dubbele belasting 1 artikel 24, tweede lid, van het besluit artikel 2 In afwijking van, wordt de vermindering, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, berekend met inachtneming van de inkomstenbelasting die over het belastbare inkomen uit sparen en beleggen na toepassing van, maar vóór de vermindering ter voorkoming van dubbele belasting, verschuldigd zou zijn. 2 artikel 24, vijfde lid, onderdelen a en b, van het besluit In afwijking vanwordt verstaan onder: a. het forfaitaire rendement van de rendementsgrondslag in het buitenland: artikel 23, tweede lid, van het besluit het rendement van de bezittingen in het buitenland, bedoeld in, verminderd met het rendement van de schulden in verband met die bezittingen; b. het noemerinkomen: artikel 2 het belastbare inkomen uit sparen en beleggen zoals dat na toepassing vanis vastgesteld. 3 artikel 3, derde lid Voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel a, wordt het rendement van de bezittingen in het buitenland en het rendement van de schulden in verband met die bezittingen bepaald met inachtneming van. 4 artikel 6a Indien het belastbare inkomen uit sparen en beleggen wordt bepaald met inachtneming van, vinden het eerste tot en met derde lid geen toepassing en wordt het besluit toegepast met inachtneming van het vijfde tot en met elfde lid. 5 artikel 23, eerste lid, van het besluit In afwijking vanbestaat het buitenlandse voordeel uit sparen en beleggen uit het gezamenlijke bedrag aan werkelijk rendement van bezittingen in het buitenland en van schulden in verband met die bezittingen. Daarbij zijn bezittingen in het buitenland bezittingen als bedoeld in artikel 23, tweede lid, van het besluit voor zover de daaruit genoten opbrengsten zijn onderworpen aan een belasting naar het inkomen die vanwege de andere Mogendheid waarin de bezittingen zijn gelegen, wordt geheven. 6 artikel 24, tweede lid, van het besluit artikel 6a In afwijking vanwordt de vermindering, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, berekend met inachtneming van de inkomstenbelasting die over het belastbare inkomen uit sparen en beleggen na toepassing van, maar vóór de vermindering ter voorkoming van dubbele belasting, verschuldigd zou zijn. 7 Artikel 24, derde lid, van het besluit blijft buiten toepassing. 8 artikel 24, vijfde lid, onderdelen a en b, van het besluit In afwijking vanwordt verstaan onder: a. het forfaitaire rendement van de rendementsgrondslag in het buitenland: artikel 23, tweede lid, van het besluit het werkelijke rendement van de bezittingen in het buitenland, bedoeld in, en de schulden in verband met die bezittingen; b. het noemerinkomen: artikel 6a het belastbare inkomen uit sparen en beleggen zoals dat na toepassing vanis vastgesteld. 9 artikel 6a, tweede lid Voor de toepassing van het vijfde lid en het achtste lid, onderdeel a, worden het werkelijke rendement van de bezittingen in het buitenland en het werkelijke rendement van de schulden in verband met die bezittingen bepaald met inachtneming van. 10 artikel 25, vierde lid, van het besluit artikel 6a Voor de toepassing vanwordt onder het bedrag aan berekende belasting op het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen verstaan: het bedrag aan berekende belasting op het belastbare inkomen uit sparen en beleggen na toepassing van. 11 artikel 25b, vierde lid, van het besluit artikel 6a Bij de toepassing vanwordttoegepast bij het bepalen van het belastbare inkomen uit sparen en beleggen. 2025 195 18-07-2025 14-07-2025 36706 2025 196 18-07-2025 14-07-2025 19-07-2025 01-01-2017
Artikel 6a — Artikel 6a Tegenbewijsregeling op basis van werkelijk rendement#
Artikel 6a Tegenbewijsregeling op basis van werkelijk rendement 1 artikel 5.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Indien de belastingplichtige aannemelijk maakt dat het werkelijke rendement van bezittingen en schulden lager is dan het voordeel uit sparen en beleggen dat ingevolge deze wet in aanmerking wordt genomen, wordt het belastbare inkomen uit sparen en beleggen in afwijking vangesteld op het werkelijke rendement van bezittingen en schulden, verminderd met de persoonsgebonden aftrek. 2 afdeling 5.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Het werkelijke rendement van bezittingen en schulden wordt bepaald met toepassing van. 3 artikel 7.7, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 Indien de belastingplichtige aannemelijk maakt dat het werkelijke rendement van de bezittingen in Nederland en de schulden in verband met die bezittingen in Nederland lager is dan het voordeel uit sparen en beleggen in Nederland, wordt het belastbare inkomen uit sparen en beleggen in Nederland in afwijking vangesteld op het werkelijke rendement van deze bezittingen en schulden. Dit werkelijke rendement wordt berekend met overeenkomstige toepassing van het tweede lid. 4 artikelen 4:1 4:2, eerste lid 6:4, eerste lid 6:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking van de,,enmaakt de belastingplichtige bij een beroep op de tegenbewijsregeling op basis van het werkelijke rendement gebruik van een door de inspecteur ter beschikking te stellen formulier. 5 Ter aanvulling van het ter beschikking gestelde formulier kunnen tot zes weken na verzending van het formulier nadere stukken ingediend worden. 2025 195 18-07-2025 14-07-2025 36706 2025 196 18-07-2025 14-07-2025 19-07-2025 01-01-2017
Artikel 7 — Artikel 7 Inwerkingtreding#
Artikel 7 Inwerkingtreding Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2017. 2022 533 27-12-2022 21-12-2022 36203 2022 533 27-12-2022 21-12-2022 36203 28-12-2022 01-01-2017
Artikel 8 — Artikel 8 Citeertitel#
Artikel 8 Citeertitel Deze wet wordt aangehaald als: Wet rechtsherstel box 3. 2022 533 27-12-2022 21-12-2022 36203 2022 533 27-12-2022 21-12-2022 36203 28-12-2022 01-01-2017