Wet van 3 juni 2023, houdende regels aangaande een tijdelijke uitwisseling van persoonsgegevens ter identificering van de ouders die gedupeerd zijn als gevolg van problemen bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag en geconfronteerd zijn met uithuisplaatsing van kinderen (Tijdelijke wet uitwisseling persoonsgegevens UHP KOT)
- BWB-id
- BWBR0048336
- Type
- Wet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2023-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0048336
- ELI
- /eli/nl/wet/2023/tijdelijke-wet-uitwisseling-persoonsgegevens-uhp-kot
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2023/tijdelijke-wet-uitwisseling-persoonsgegevens-uhp-kot/2023-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0048336&g=2023-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0048336&z=2026-06-06&g=2023-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0048336/2023-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2023/tijdelijke-wet-uitwisseling-persoonsgegevens-uhp-kot
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze wet wordt verstaan onder: Burgerlijk Wetboek (oud): het Burgerlijk Wetboek zoals dat gold in de periode tussen 1 januari 2005 en 1 januari 2015; commissie: artikel 2 van het Instellingsbesluit de Commissie onderzoek uithuisplaatsingen in relatie tot de toeslagenaffaire, bedoeld in; gecertificeerde instelling: artikel 1.1 van de Jeugdwet gecertificeerde instelling als bedoeld in; gedupeerde aanvrager van een kinderopvangtoeslag: Stb. Wet hersteloperatie toeslagen de aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel en daarvoor voor 1 januari 2024 een aanvraag heeft ingediend of recht heeft op toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in de Wet van 2 november 2022, houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen () (2022, 433); gerechten: de rechtbanken en de gerechtshoven; instelling of dienst: artikel 1, onderdeel g, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld inof dienst met taken op het terrein van onderzoek; Instellingsbesluit: Instellingsbesluit Commissie onderzoek uithuisplaatsingen in relatie tot de toeslagenaffaire Besluit van de Minister voor Rechtsbescherming, de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris Financiën – Toeslagen en Douane van 30 januari 2023, nr. 4437273, houdende instelling van de commissie onderzoek naar uithuisplaatsingen in relatie tot de toeslagenaffaire (); kind van een gedupeerde aanvrager van een kinderopvangtoeslag: Stb Wet hersteloperatie toeslagen kind of pleegkind, zoals omschreven in de Wet van 2 november 2022, houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen () (. 2022, 433), van een gedupeerde aanvrager van een kinderopvangtoeslag; kind waarvoor een verzoek tot uithuisplaatsing is gedaan: de persoon waarvoor in de periode vanaf 1 januari 2005 een verzoek is gedaan dat strekt tot: a. artikel 265b van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek artikel 261 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige als bedoeld inof als bedoeld in(oud); b. artikel 266, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek 269 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek het beëindigen van het ouderlijk gezag over een minderjarige als bedoeld inof het ontheffen of ontzetten van een ouder van de ouderlijke macht over dan wel het gezag over een of meer van zijn kinderen als bedoeld in de artikelen 266 en(oud); of c. artikelen 6.1.2 6.1.3 6.1.4 van de Jeugdwet artikelen 29b 29c van de Wet op de Jeugdzorg het verlenen van een machtiging om de jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven als bedoeld in de,ofof het verlenen van een machtiging om een jeugdige in een accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven als bedoeld in deen. Onze Minister: Onze Minister voor Rechtsbescherming; ouder: een ouder of stiefouder van een kind of een ander die het kind als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt of heeft verzorgd en opgevoed; UHP KOT-kind: het uithuisgeplaatste kind van een UHP KOT-ouder; UHP KOT-ouder: een gedupeerde aanvrager van een kinderopvangtoeslag, die tevens ouder is van het uithuisgeplaatste kind; uithuisgeplaatst kind: de persoon waarvoor in de periode vanaf 1 januari 2005: a. artikel 265b van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek artikel 261 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek een machtiging tot uithuisplaatsing als bedoeld inof als bedoeld in(oud), is verleend; b. artikel 266, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek artikelen 266 269 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek van zijn ouder het ouderlijk gezag is beëindigd als bedoeld inof zijn ouder van de ouderlijke macht dan wel het gezag is ontheven of ontzet als bedoeld in deen(oud); of c. artikelen 6.1.2 6.1.3 6.1.4 van de Jeugdwet artikelen 29b 29c van de Wet op de Jeugdzorg een machtiging is verleend om de jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven als bedoeld in de,ofof een machtiging is verleend om een jeugdige in een accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven als bedoeld in deen. 2023 234 30-06-2023 03-06-2023 36275 2023 234 30-06-2023 03-06-2023 36275 01-07-2023
Artikel 2 — Artikel 2 Taak en doel verstrekken en verwerken van persoonsgegevens#
Artikel 2 Taak en doel verstrekken en verwerken van persoonsgegevens 1 Onze Minister heeft, ten behoeve van de in het tweede lid bedoelde doelen, tot taak: a. het verkrijgen van inzicht in de groep van UHP KOT-ouders en de UHP KOT-kinderen; b. het doen van een ondersteuningsaanbod aan de UHP KOT-ouders, en c. artikel 9 het informeren van UHP KOT-ouders en UHP KOT-kinderen als bedoeld in. 2 Deze wet strekt ertoe de volgende doelen voor verwerking en verstrekking van persoonsgegevens vast te stellen: a. het verkrijgen van inzicht in de groep van UHP KOT-ouders en de UHP KOT-kinderen; b. het doen van een ondersteuningsaanbod aan de UHP KOT-ouders; c. het reflecteren op het eigen handelen door de raad voor de kinderbescherming, gecertificeerde instellingen en de gerechten inzake de dossiers van de UHP KOT-kinderen; d. het kunnen verrichten van wetenschappelijk onderzoek al dan niet op verzoek van de commissie of Onze Minister of het verrichten van onderzoek door de commissie, naar de samenhang van de problemen bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag en de uithuisplaatsing van UHP KOT-kinderen, en e. artikel 9 het informeren van UHP KOT-ouders en UHP KOT-kinderen als bedoeld inover wat er met de persoonsgegevens is gedaan. 2023 234 30-06-2023 03-06-2023 36275 2023 234 30-06-2023 03-06-2023 36275 01-07-2023
Artikel 3 — Artikel 3 Verstrekken persoonsgegevens door de Belastingdienst/Toeslagen aan Onze Minister#
Artikel 3 Verstrekken persoonsgegevens door de Belastingdienst/Toeslagen aan Onze Minister artikel 2, tweede lid De Belastingdienst/Toeslagen verstrekt aan Onze Minister de burgerservicenummers, namen, geboortedata, geslacht en adresgegevens van de gedupeerde aanvragers van een kinderopvangtoeslag en hun kinderen, ten behoeve van de in, genoemde doelen. 2023 234 30-06-2023 03-06-2023 36275 2023 234 30-06-2023 03-06-2023 36275 01-07-2023
Artikel 4 — Artikel 4 Verstrekken persoonsgegevens door de raad voor de kinderbescherming, de Raad voor de rechtspraak en de gerechten aan Onze Minister#
Artikel 4 Verstrekken persoonsgegevens door de raad voor de kinderbescherming, de Raad voor de rechtspraak en de gerechten aan Onze Minister 1 artikel 2, tweede lid De raad voor de kinderbescherming verstrekt aan Onze Minister de burgerservicenummers, namen, geboortedata, geslacht en adresgegevens van de kinderen waarvoor een verzoek tot uithuisplaatsing is gedaan en de uithuisgeplaatste kinderen, ten behoeve van de in, genoemde doelen. 2 artikel 2, tweede lid De Raad voor de rechtspraak en de gerechten verstrekken aan Onze Minister de burgerservicenummers, namen, geboortedata, geslacht en adresgegevens van de kinderen waarvoor een verzoek tot uithuisplaatsing is gedaan en de uithuisgeplaatste kinderen, en de door de gerechten ten behoeve van die kinderen aangemaakte zaaknummers, ten behoeve van de in, genoemde doelen. 2023 234 30-06-2023 03-06-2023 36275 2023 234 30-06-2023 03-06-2023 36275 01-07-2023
Artikel 5 — Artikel 5 Totstandkoming lijsten van UHP KOT-kinderen en UHP KOT-ouders door Onze Minister#
Artikel 5 Totstandkoming lijsten van UHP KOT-kinderen en UHP KOT-ouders door Onze Minister 1 artikel 3 artikel 4 artikel 2, tweede lid Onze Minister draagt zorg voor een lijst van UHP KOT-kinderen en een lijst van UHP KOT-ouders, door de op grond vanvan de Belastingdienst/Toeslagen ontvangen persoonsgegevens te koppelen aan de op grond vanvan de raad voor de kinderbescherming en de Raad voor de rechtspraak en de gerechten ontvangen persoonsgegevens, ten behoeve van de in, genoemde doelen. 2 De lijst van UHP KOT-ouders bestaat uit de burgerservicenummers, namen, geslacht en adresgegevens van de UHP KOT-ouders. 3 De lijst van UHP KOT-kinderen bestaat uit de burgerservicenummers en geboortedata van de UHP KOT-kinderen. 2023 234 30-06-2023 03-06-2023 36275 2023 234 30-06-2023 03-06-2023 36275 01-07-2023
Artikel 6 — Artikel 6 Verstrekken lijst van UHP KOT-kinderen door Onze Minister aan de organisaties#
Artikel 6 Verstrekken lijst van UHP KOT-kinderen door Onze Minister aan de organisaties 1 artikel 2, tweede lid, onderdelen a, c en d Onze Minister verstrekt aan de gecertificeerde instellingen de lijst van UHP KOT-kinderen, ten behoeve van de in, genoemde doelen. 2 artikel 2, tweede lid, onderdelen c en d Onze Minister verstrekt aan de raad voor de kinderbescherming, de Raad voor de rechtspraak en de gerechten de lijst van UHP KOT-kinderen, ten behoeve van de in, genoemde doelen. 3 Onze Minister verstrekt de lijst van UHP KOT-kinderen aan de in het eerste en tweede lid genoemde organisaties tenminste zes weken na het doen van een ondersteuningsaanbod aan de UHP KOT-ouders. 4 artikel 2, tweede lid, onderdeel d Onze Minister kan de lijst van UHP KOT-kinderen verstrekken aan een instelling of dienst, ten behoeve van het in, genoemde doel. 2023 234 30-06-2023 03-06-2023 36275 2023 234 30-06-2023 03-06-2023 36275 01-07-2023
Artikel 7 — Artikel 7 Commissie onderzoek uithuisplaatsingen in relatie tot de toeslagenaffaire#
Artikel 7 Commissie onderzoek uithuisplaatsingen in relatie tot de toeslagenaffaire 1 artikel 2, tweede lid, onderdeel d Onze Minister verstrekt aan de commissie de lijst van UHP KOT-ouders en de lijst van UHP KOT-kinderen, ten behoeve van het in, genoemde doel. Onze Minister verstrekt de lijst van UHP KOT-ouders en de lijst van UHP KOT-kinderen aan de commissie tenminste zes weken na het doen van een ondersteuningsaanbod aan de UHP KOT-ouders. 2 artikel 2 van het Instellingsbesluit De raad voor de kinderbescherming en de gecertificeerde instelling geven, op verzoek van de commissie, aan de commissie of aan de instelling of dienst waaraan de commissie een verzoek heeft gedaan inzage in het dossier van een UHP KOT-kind, ten behoeve van het uitvoeren van de taak, bedoeld in. Op een dergelijk verzoek gedaan aan de Raad voor de rechtspraak of het gerecht kan inzage worden gegeven in het dossier van een UHP KOT-kind. Indien de Raad voor de rechtspraak of het gerecht geen inzage geven in het dossier van een UHP KOT-kind en de commissie of de instelling of dienst waaraan de commissie een verzoek heeft gedaan Onze Minister hiervan op de hoogte stelt, verzoekt Onze Minister de Raad voor de rechtspraak of het gerecht dat geen inzage geeft in het dossier van een UHP KOT-kind om een motivering en informeert Onze Minister de Tweede Kamer van de Staten-Generaal terstond over dit verzoek en de reactie van de Raad voor de rechtspraak of het gerecht. 3 De verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens door de commissie is de voorzitter van de commissie. 4 artikel 1 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming Gelet op artikel 9, tweede lid, aanhef en onder g, en artikel 10 van de Algemene verordening gegevensbescherming mag de commissie of de instelling of dienst waaraan de commissie een verzoek heeft gedaan bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld inverwerken indien: a. artikel 2 van het Instellingsbesluit artikel 2, tweede lid, onderdeel d de verwerking door de commissie noodzakelijk is ten behoeve van de taak, bedoeld inen, en b. de betrokkene uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven voor de verwerking van die persoonsgegevens of indien het vragen van uitdrukkelijke toestemming onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning vergt, en c. er voldoende aanvullende passende en specifieke waarborgen zijn genomen ter bescherming van de grondrechten en fundamentele belangen van de betrokkenen. 5 artikel 30, vierde lid, van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming Indien de commissie gegevens over de gezondheid verwerkt, isvan overeenkomstige toepassing. 6 In het eindrapport van de commissie wordt aangegeven op welke wijze de commissie de bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard heeft verwerkt. 7 In het eindrapport van de commissie worden geen tot personen herleidbare gegevens opgenomen. 2023 234 30-06-2023 03-06-2023 36275 2023 234 30-06-2023 03-06-2023 36275 01-07-2023
Artikel 8 — Artikel 8 Vernietiging persoonsgegevens UHP KOT-ouders en UHP KOT-kinderen#
Artikel 8 Vernietiging persoonsgegevens UHP KOT-ouders en UHP KOT-kinderen 1 artikel 6, eerste lid Onmiddellijk na ontvangst van de op grond van, verstrekte lijst van UHP KOT-kinderen, vernietigt de gecertificeerde instelling de persoonsgegevens van de UHP KOT-kinderen waarbij de gecertificeerde instelling niet betrokken is of is geweest. 2 Onze Minister verwijdert de persoonsgegevens van een UHP KOT-ouder van de lijst van UHP KOT-ouders, op een daartoe strekkend verzoek van die UHP KOT-ouder. Op verzoek van Onze Minister vernietigt de commissie de op grond van deze wet verstrekte persoonsgegevens van die UHP KOT-ouder van de lijst van UHP KOT-ouders. 3 Onze Minister verwijdert de persoonsgegevens van een UHP KOT-kind van de lijst van UHP KOT-kinderen, op een daartoe strekkend verzoek van de UHP KOT-ouder van dat kind, op een daartoe strekkend verzoek van de wettelijk vertegenwoordiger van dat UHP KOT-kind jonger dan zestien jaren of op een daartoe strekkend verzoek van dat UHP KOT-kind van zestien jaren of ouder. Op verzoek van Onze Minister vernietigen de in deze wet genoemde organisaties de op grond van deze wet verstrekte persoonsgegevens van dat UHP KOT-kind van de lijst van UHP KOT-kinderen. 2023 234 30-06-2023 03-06-2023 36275 2023 234 30-06-2023 03-06-2023 36275 01-07-2023
Artikel 9 — Artikel 9 Rapportage over het gebruik van persoonlijke gegevens#
Artikel 9 Rapportage over het gebruik van persoonlijke gegevens artikel 10 Voordat Onze Minister en de in deze wet genoemde organisaties overgaan tot het vernietigen van de persoonsgegevens als bedoeld in, stellen zij de UHP KOT-ouders en de UHP KOT-kinderen van wie de persoonsgegevens zijn gebruikt er schriftelijk in begrijpelijke taal van op de hoogte: a. dat deze wet komt te vervallen; b. dat de lijsten en persoonsgegevens worden vernietigd; c. voor welke doelen de persoonsgegevens mogelijk gebruikt zijn, en d. artikel 2, tweede lid, onderdelen c en d welke resultaten er bekend zijn naar aanleiding van reflectie of verricht onderzoek als bedoeld in. 2023 234 30-06-2023 03-06-2023 36275 2023 234 30-06-2023 03-06-2023 36275 01-07-2023
Artikel 10 — Artikel 10 Vernietiging persoonsgegevens vóór het vervallen van de wet#
Artikel 10 Vernietiging persoonsgegevens vóór het vervallen van de wet Onze Minister en de in deze wet genoemde organisaties vernietigen vóór het vervallen van de wet de op grond van deze wet verstrekte persoonsgegevens, de lijst van UHP KOT-kinderen en de lijst van UHP KOT-ouders. 2023 234 30-06-2023 03-06-2023 36275 2023 234 30-06-2023 03-06-2023 36275 01-07-2023
Artikel 11 — Artikel 11 Inwerkingtreding en verval#
Artikel 11 Inwerkingtreding en verval 1 Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 1 januari 2025. 2 artikel 2, eerste lid artikel 2, tweede lid Het tijdstip waarop deze wet vervalt kan bij koninklijk besluit telkens met twee jaren worden verlengd indien daarvoor dringende redenen zijn die samenhangen met de uitoefening van de taak, bedoeld in, of het bereiken van de doelen, bedoeld in. Een verlenging kan ten hoogste drie maal plaatsvinden. 3 De voordracht voor het koninklijk besluit wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers van de Staten-Generaal is overgelegd. 2023 234 30-06-2023 03-06-2023 36275 2023 234 30-06-2023 03-06-2023 36275 01-07-2023
Artikel 12 — Artikel 12 Citeertitel#
Artikel 12 Citeertitel Deze wet wordt aangehaald als: Tijdelijke wet uitwisseling persoonsgegevens UHP KOT. 2023 234 30-06-2023 03-06-2023 36275 2023 234 30-06-2023 03-06-2023 36275 01-07-2023