Wet van 24 maart 2023, houdende regels ter bevordering van goed verhuurderschap en het voorkomen en tegengaan van ongewenste verhuurpraktijken (Wet goed verhuurderschap)
- BWB-id
- BWBR0048028
- Type
- Wet
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0048028
- ELI
- /eli/nl/wet/2023/wet-goed-verhuurderschap
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2023/wet-goed-verhuurderschap/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0048028&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0048028&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0048028/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2023/wet-goed-verhuurderschap
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: arbeidsmigrant: onderdaan van een andere lidstaat van de Europese Unie die zijn hoofdverblijf niet in Nederland heeft en in Nederland verblijft om tijdelijke werkzaamheden te verrichten; beheerder: burgemeester en wethouders of een door hen aangewezen: a. artikel 5, eerste lid andere natuurlijke of rechtspersoon dan de verhuurder die uit hoofde van beroep of bedrijf op het terrein van de huisvesting werkzaam is, en aan wie een vergunning als bedoeld in, is of kan worden verleend; b. toegelaten instelling; of c. dochtermaatschappij; dochtermaatschappij: artikel 1, tweede lid, van de Woningwet dochtermaatschappij van een toegelaten instelling als bedoeld in; gebouw: artikel 1, eerste lid, van de Woningwet gebouw als bedoeld in; toegelaten instelling: artikel 19 van de Woningwet toegelaten instelling als bedoeld in; verhuurbemiddelaar: artikel 414, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek natuurlijke of rechtspersoon die als de lasthebber, bedoeld in, namens de verhuurder handelingen verricht om een overeenkomst van huur van een woon- of verblijfsruimte tot stand te brengen; verblijfsruimte: gebouw of deel van een gebouw dat bestemd is of gebruikt wordt voor de huisvesting van arbeidsmigranten; verhuurder: verhuurder niet zijnde een toegelaten instelling of een dochtermaatschappij; verhuurverordening: artikel 5, eerste lid verhuurverordening als bedoeld in; woondiscriminatie: artikel 7 van de Algemene wet gelijke behandeling paragraaf 3a van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte het bij het aanbieden of verhuren van woon- of verblijfsruimte handelen in strijd metof met; woonruimte: besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning, alsmede een kavel die bestemd is voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten. 2023 103 03-04-2023 24-03-2023 36130 2023 227 27-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Een verhuurder of verhuurbemiddelaar van een woon- of verblijfsruimte handelt in overeenstemming met de regels van goed verhuurderschap. 2 Onder goed verhuurderschap wordt verstaan: a. het zich onthouden van iedere vorm van ongerechtvaardigd onderscheid, in ieder geval door: 1°. het hanteren van een heldere en transparante selectieprocedure; 2°. het gebruiken en communiceren van objectieve selectiecriteria bij het openbaar aanbieden van de woon- of verblijfsruimte; 3°. het motiveren van de keuze voor de gekozen huurder aan de afgewezen kandidaat- huurders; b. het zich onthouden van iedere vorm van intimidatie; c. artikel 261b, tweede lid van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek het zich onthouden van het in rekening brengen van een waarborgsom die hoger is dan hetgeen is bepaald in; d. het schriftelijk vastleggen van de huurovereenkomst; e. het schriftelijk verstrekken van informatie aan de huurder over: 1°. de rechten en plichten van de huurder ten aanzien van het gehuurde, voor zover deze rechten en plichten niet in de huurovereenkomst zijn opgenomen; 2°. artikel 261b van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek indien een waarborgsom, als bedoeld in, in rekening wordt gebracht, de hoogte van de waarborgsom, de wijze waarop en de termijnen waarbinnen bij beëindiging van de huurovereenkomst de vordering van de huurder op de verhuurder ten aanzien van de waarborgsom wordt vastgesteld; 3°. de contactgegevens van een contactpunt waar de huurder terecht kan bij zaken die het gehuurde betreffen; 4°. artikel 4 de contactgegevens van het meldpunt, bedoeld in, van de gemeente waarin het gehuurde is gelegen; 5°. artikel 237, derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek indien servicekosten als bedoeld in, in rekening worden gebracht, de betalingsverplichting van de huurder waarbij geldt dat jaarlijks een volledige kostenspecificatie aan de huurder dient te worden verstrekt; en 6°. de waardering van de kwaliteit van de woonruimte, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte op de datum van ingang van de huurovereenkomst en de krachtens dat lid bepaalde bijbehorende maximale huurprijs, en indien krachtens die wet ten aanzien van de woonruimte een prijsopslag geldt, tevens de bewijsstukken waaruit het gelden van deze opslag blijkt; en f. artikelen 259 261 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek het zich onthouden van het in rekening brengen van servicekosten anders dan in overeenstemming met deen. 3 Onverminderd het tweede lid wordt in het geval van verhuur van verblijfsruimte aan arbeidsmigranten: a. de huurovereenkomst afzonderlijk van de arbeidsovereenkomst vastgelegd; en b. de informatie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, waaronder mede begrepen de rechten en plichten van de huurder ten aanzien van het gehuurde die in de huurovereenkomst zijn opgenomen, verstrekt in een taal waaraan de arbeidsmigrant de voorkeur geeft, tenzij er een andere taal kan worden gebruikt die hij begrijpt en waarin hij helder kan communiceren. 4 artikel 417, vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Onverminderd het tweede en derde lid handelt de verhuurbemiddelaar in overeenstemming met. 5 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gegeven over de informatie die een verhuurder of verhuurbemiddelaar aan de huurder verstrekt op grond van het tweede lid, onderdeel e, onder 1°. 6 artikel 274, eerste lid, onder h, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 4, eerste lid De verhuurder die een huurovereenkomst heeft opgezegd op grond vandoet een melding bij het meldpunt als bedoeld in. 2024 391 10-12-2024 23-10-2024 36481 2025 34 11-02-2025 30-01-2025 12-02-2025
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a 1 artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte Het is verhuurders, toegelaten instellingen en dochtermaatschappijen verboden een zelfstandige woonruimte te verhuren met een huurprijs die hoger is dan de krachtensgeldende maximale huurprijs. 2 artikel 3, tweede lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op een overeenkomst van huur en verhuur van een zelfstandige woonruimte met een geldende maximale huurprijs die hoger is dan het inbedoelde bedrag. 3 artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte Het is verhuurders, toegelaten instellingen en dochtermaatschappijen verboden een onzelfstandige woonruimte te verhuren met een huurprijs die hoger is dan de krachtensgeldende maximale huurprijs. 4 artikel 10 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte Het is verhuurders, toegelaten instellingen en dochtermaatschappijen verboden een huurverhoging toe te passen die een bij of krachtensvastgesteld maximaal toegestaan huurverhogingspercentage overschrijdt. 2024 193 28-06-2024 26-06-2024 36496 2024 197 28-06-2024 26-06-2024 01-01-2025
Artikel 2b — Artikel 2b#
Artikel 2b artikel 247 artikel 247a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 255a van dat boek artikel 10, derde lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte Het is verhuurders, toegelaten instellingen en dochtermaatschappijen verboden om in geval van een huurovereenkomst als bedoeld inof, behoudens, de huurprijs te verhogen met een percentage dat hoger is dan het percentage, bedoeld in. 2024 108 26-04-2024 24-04-2024 36511 2024 197 28-06-2024 26-06-2024 01-01-2025
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2 Ter uitvoering vanbeschikt een verhuurder, verhuurbemiddelaar of beheerder van een woon- of verblijfsruimte in ieder geval over een werkwijze die gericht is op voorkoming van woondiscriminatie. 2 De verhuurder, verhuurbemiddelaar of beheerder van een woon- of verblijfsruimte neemt in het kader van die werkwijze doeltreffende maatregelen en voert deze uit. Hij is daarbij in ieder geval gehouden werknemers die vanwege hun functie handelingen verrichten om een overeenkomst van huur van een woon- of verblijfsruimte tot stand te brengen, te informeren over voorkoming van woondiscriminatie en de maatregelen. 3 De verhuurder, verhuurbemiddelaar of beheerder van een woon- of verblijfsruimte past de werkwijze en maatregelen aan als de daarmee opgedane ervaring daartoe aanleiding geeft. 4 De verhuurder, verhuurbemiddelaar of beheerder van een woon- of verblijfsruimte zorgt ervoor dat eenieder kennis kan nemen van de geldende werkwijze. 5 De verhuurder, verhuurbemiddelaar of beheerder van een woon- of verblijfsruimte legt de werkwijze en de daarbij behorende maatregelen schriftelijk vast. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de werkwijze. 2023 103 03-04-2023 24-03-2023 36130 2023 227 27-06-2023 22-06-2023 01-01-2024
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2, zesde lid Burgemeester en wethouders stellen een meldpunt in waar klachten over ongewenst verhuurgedrag en de in, genoemde opzeggingen kunnen worden gemeld. 2 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens ten behoeve van het afwikkelen van bij het meldpunt ingediende klachten. Burgemeester en wethouders zijn verwerkingsverantwoordelijke voor deze verwerking. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de verwerking van de persoonsgegevens. Deze nadere regels hebben in ieder geval betrekking op de vastlegging, de bewaartermijn en de vernietiging van de persoonsgegevens. 2023 480 20-12-2023 11-12-2023 36195 2024 152 11-06-2024 05-06-2024 01-07-2024
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De gemeenteraad kan in een verhuurverordening bepalen dat het voor een verhuurder verboden is om: a. een in de verordening aangewezen categorie van woonruimte die gelegen is in een in die verordening aangewezen gebied, zonder vergunning van burgemeester en wethouders te verhuren; b. een in de verordening aangewezen categorie van verblijfsruimte zonder vergunning van burgemeester en wethouders te verhuren. 2 De gemeenteraad maakt van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, slechts gebruik indien dat in het aangewezen gebied noodzakelijk en geschikt is voor het behoud van de leefbaarheid. 3 artikel 1, onderdeel k, van de Huisvestingswet 2014 Bij de voorbereiding van de vaststelling of wijziging van een verhuurverordening voeren burgemeester en wethouders overleg met burgemeester en wethouders van de overige gemeenten die deel uitmaken van de woningmarktregio, bedoeld in, waarin de gemeente is gelegen. 2023 103 03-04-2023 24-03-2023 36130 2023 227 27-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b Een vergunning als bedoeld in, kan slechts worden aangevraagd door de verhuurder van de woon- of verblijfsruimte. 2 artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b artikel 5.1, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Omgevingswet artikel 21, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014 In het geval van een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in, betrekking heeft op een woon- of verblijfsruimte of het gebouw waarin die woon- of verblijfsruimte is gelegen en voor de realisatie van deze functie een omgevingsvergunning als bedoeld in, of een vergunning als bedoeld inis aangevraagd, maar nog niet is verleend, wordt de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, aangehouden tot dat een beslissing is genomen op de aanvraag van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Omgevingswet, of een vergunning als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014. 2023 103 03-04-2023 24-03-2023 36130 2024 321 05-11-2024 22-10-2024 01-01-2026
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onderdeel a, of tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Omgevingswet artikel 4.3, eerste lid, onderdeel a, van de Omgevingswet artikel 21, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014 Een vergunning als bedoeld in, wordt geweigerd indien voor de realisatie van die woon- of verblijfsruimte een vereiste omgevingsvergunning als bedoeld in, of indien de betrokken woon- of verblijfsruimte is gerealiseerd en op grond vanbij algemene maatregel van bestuur is bepaald dat het feitelijk in gebruik nemen van het bouwwerk of de bouwwerken die onderdeel uitmaken van een bouwactiviteit verboden is zonder voorafgaande melding, of een vergunning als bedoeld in, vereist is en de verhuurder de vereiste vergunning of melding of een aanvraag voor die vergunning waarop het bevoegd gezag nog niet heeft beslist, niet heeft overgelegd bij de aanvraag. 2 artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b Een vergunning als bedoeld in, kan uitsluitend worden geweigerd: a. indien aan de verhuurder binnen een tijdvak van acht jaar voorafgaand aan de aanvraag een bestuurlijke boete of een last onder bestuursdwang is opgelegd voor het handelen door de verhuurder in strijd met: 1°. artikelen 2 3 artikel 2a artikel 2b de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in deenofof; 2°. een verbod op grond van: i. artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b ; ii. artikel 8, tweede lid artikel 21, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014 , en; of iii. artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onderdeel a, of tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Omgevingswet ; 3°. artikel 4.1, eerste lid, van de Omgevingswet artikel 4.3, eerste lid, aanhef en onderdeel a, en vierde lid, van de Omgevingswet de op grond vanin een omgevingsplan gestelde regels over het gebruik of de staat van open erven of terreinen of het gebruik van gebouwen, of over het tegengaan van hinder, of de op grond vangestelde verboden voor en regels of voorschriften over bouwactiviteiten en het gebruik en in stand houden van bouwwerken; 4°. artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b artikel 8, eerste of tweede lid de aan een vergunning als bedoeld in, verbonden voorwaarden, bedoeld in; 5°. artikel 21, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014 artikel 24 van de Huisvestingswet 2014 de aan een vergunning als bedoeld inverbonden voorwaarden en voorschriften, bedoeld in; b. artikel 12, eerste lid artikel 16 indien ten aanzien van de verhuurder een besluit als bedoeld in, is genomen en het beheer overeenkomstignog niet is beëindigd; c. artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in. 3 artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur artikel 9 van die wet Voordat toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, onderdeel c, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in, om een advies als bedoeld inworden gevraagd. 4 artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b artikel 12, eerste lid Indien de vergunning, bedoeld in, wordt geweigerd en deze vergunning betrekking heeft op een woon- of verblijfsruimte die op het moment van de weigering van de vergunning is verhuurd, kunnen burgemeester en wethouders een besluit nemen als bedoeld in. 2024 391 10-12-2024 23-10-2024 36481 2025 34 11-02-2025 30-01-2025 12-02-2025
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 5, eerste lid, onderdeel a Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning als bedoeld in, voorwaarden verbinden die uitsluitend betrekking hebben op: a. artikelen 2 3 artikel 2a de wijze waarop de verhuurder aantoont hoe hij invulling geeft aan de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in deenof; b. het opstellen en uitvoeren van een onderhoudsplan waarvan een afschrift binnen een door burgemeester en wethouders te bepalen termijn aan hen wordt toegezonden, dat ten minste bevat: 1°. de in de periode van de komende vijf jaar uit te voeren onderhouds- en herstelwerkzaamheden aan en vernieuwingen van het gebouw; 2°. een schatting van de aan de werkzaamheden en de vernieuwingen, bedoeld in onderdeel 1°, verbonden kosten en een gelijkmatige toerekening van die kosten aan de onderscheiden jaren; en 3°. een schatting van de benodigde jaarlijkse reservering voor andere dan de gewone jaarlijkse kosten na de periode waarop het onderhoudsplan betrekking heeft. 2 artikel 5, eerste lid, onderdeel b Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning als bedoeld in, voorwaarden verbinden die uitsluitend betrekking hebben op: a. artikelen 2 3 artikel 2a de wijze waarop de verhuurder aantoont hoe hij invulling geeft aan de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in deenof; b. het in gebruik geven van een afzonderlijk afsluitbare verblijfsruimte die voldoet aan de daarvoor geldende eisen van de bouwregelgeving aan iedere arbeidsmigrant die geen huishouden vormt met een andere arbeidsmigrant; of c. de voorzieningen voor het bewaren en bereiden van voeding, wasruimte en doucheruimte die in het gebouw waarin de verblijfsruimte gelegen is aanwezig moeten zijn, rekening houdend met het maximaal aantal arbeidsmigranten die in dat gebouw kunnen verblijven. 3 artikel 5, eerste lid, onderdeel b Indien de verblijfsruimte een woonruimte betreft die bestemd is of gebruikt wordt voor de huisvesting van arbeidsmigranten, kunnen burgemeester en wethouders, onverminderd het tweede lid, aan een vergunning als bedoeld in, ook de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, onderdeel b verbinden. 4 artikel 5, eerste lid, onderdeel b artikel 5.1, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Omgevingswet De voorwaarde, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, kan uitsluitend aan de vergunning, bedoeld in, worden verbonden voor verblijfsruimte die in gebruik wordt genomen na inwerkingtreding van deze wet. Voor verblijfsruimte die reeds in gebruik was voor inwerkingtreding van deze wet of waarvoor een vergunning als bedoeld in, is verstrekt voor inwerkingtreding van deze wet, kunnen burgemeester en wethouders de voorwaarde aan de vergunning verbinden dat de desbetreffende verblijfsruimte binnen drie jaar na inwerkingtreding van deze wet aan de voorwaarde, bedoeld in het tweede lid onderdeel b, moet voldoen. 2024 391 10-12-2024 23-10-2024 36481 2025 34 11-02-2025 30-01-2025 12-02-2025
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 6, eerste lid Burgemeester en wethouders beslissen op de aanvraag, bedoeld in, binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2 Burgemeester en wethouders kunnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, eenmaal verlengen met ten hoogste zes weken. Zij maken hun besluit daartoe bekend binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid. 3 Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. 2023 103 03-04-2023 24-03-2023 36130 2023 227 27-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning als bedoeld in, uitsluitend intrekken voor één of meerdere woon- of verblijfsruimten indien: a. artikelen 2 3 artikel 2a ter zake het niet naleven van de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in deenof, een last onder bestuursdwang of een bestuurlijke boete is opgelegd en de verhuurder deze regels opnieuw niet naleeft binnen een tijdvak van vier jaar nadat de last onder bestuursdwang of de bestuurlijke boete is opgelegd; b. artikel 8, eerste of tweede lid ter zake het niet naleven van de aan de vergunning verbonden voorwaarden, bedoeld in, een last onder bestuursdwang of een bestuurlijke boete is opgelegd en de verhuurder deze voorwaarden opnieuw niet naleeft binnen een tijdvak van vier jaar nadat de last onder bestuursdwang of de bestuurlijke boete is opgelegd; c. die vergunning is verleend op grond van door de houder van die vergunning verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; d. artikel 5.1, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Omgevingswet artikel 21, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014 een omgevingsvergunning als bedoeld invoor de realisatie van die woon- of verblijfsruimte, of een vergunning als bedoeld in, geheel of gedeeltelijk is ingetrokken; e. artikel 21, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014 artikel 5.1, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Omgevingswet de verboden, bedoeld inof, met betrekking tot de woon- of verblijfsruimten worden overtreden; of f. artikel 35, tweede lid, onderdeel d, van de Huisvestingswet 2014 een bestuurlijke boete is opgelegd op grond van. 2 artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur De vergunning, bedoeld in, kan voorts worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in. 3 artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen artikel 9 van die wet Voordat toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld indoor het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld inworden gevraagd. 4 artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b artikel 12, tweede lid Indien de vergunning, bedoeld in, wordt ingetrokken en deze vergunning betrekking heeft op een woon- of verblijfsruimte die op het moment van de intrekking is verhuurd, nemen burgemeester en wethouders een besluit als bedoeld in. 2024 391 10-12-2024 23-10-2024 36481 2025 34 11-02-2025 30-01-2025 12-02-2025
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder beheer: a. het verhuren van een woon- of verblijfsruimte; b. het innen van de huur en andere vergoedingen voor de woon- of verblijfsruimte; en c. het verrichten van alle handelingen met betrekking tot die woon- of verblijfsruimte die volgens het burgerlijk recht tot de rechten en plichten van een verhuurder behoren met uitzondering van vervreemden en bezwaren. 2023 103 03-04-2023 24-03-2023 36130 2023 227 27-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Burgemeester en wethouders kunnen de verhuurder verplichten tot het aan een beheerder in beheer geven van een woon- of verblijfsruimte of een gebouw waarin die woon- of verblijfsruimte is gelegen, indien: a. artikelen 2 3 artikel 2a de verhuurder binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering dat hij handelt in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in deenof, reeds tweemaal een bestuurlijke boete is opgelegd voor het handelen in strijd met die regels; en b. artikel 7, vierde lid in het geval genoemd in. 2 artikel 10, vierde lid Burgemeester en wethouders verplichten de verhuurder tot het aan een beheerder in beheer geven van een woon- of verblijfsruimte of een gebouw waarin die woon- of verblijfsruimte is gelegen, in het geval genoemd in. 3 Het is de verhuurder tot wie het besluit, bedoeld in het eerste of tweede lid, is gericht, gedurende de termijn waarvoor de woon- of verblijfsruimte of het gebouw waarin die woon- of verblijfsruimte gelegen is in beheer is genomen, verboden om beheershandelingen te verrichten. 4 De beoogde beheerder is niet verplicht de beheersopdracht te aanvaarden. 2024 391 10-12-2024 23-10-2024 36481 2025 34 11-02-2025 30-01-2025 12-02-2025
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 12, eerste of tweede lid In het besluit, bedoeld in, stellen burgemeester en wethouders de huurprijs van de woon- of verblijfsruimte vast op een bedrag dat redelijk is in het economisch verkeer en voldoet aan de voor de betreffende huurprijs geldende wettelijke regels die de beheerder in rekening mag brengen bij de gebruikers van de woon- of verblijfsruimte. 2023 103 03-04-2023 24-03-2023 36130 2023 227 27-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Indien een woon- of verblijfsruimte of het gebouw waarin die woon- of verblijfsruimte gelegen is, noodzakelijke voorzieningen of aanpassingen behoeft, kunnen burgemeester en wethouders besluiten dat de beheerder binnen een in dat besluit bepaalde termijn die voorzieningen aanbrengt of aanpassingen uitvoert. 2 De uitvoering van de voorzieningen of aanpassingen, bedoeld in het eerste lid, geschiedt op kosten van de verhuurder. 2023 103 03-04-2023 24-03-2023 36130 2023 227 27-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 12, eerste of tweede lid In het besluit, bedoeld in, bepalen burgemeester en wethouders een kostendekkende beheervergoeding die de verhuurder aan hen is verschuldigd ten behoeve van het beheer. 2 artikel 14, eerste lid Burgemeester en wethouders verrekenen de door de beheerder geïnde huur voor de woonruimte of vergoeding voor het gebruik van de verblijfsruimte met de beheervergoeding en de verschuldigde kosten van de voorzieningen of aanpassingen, bedoeld in. 3 Op basis van de verrekening bepalen burgemeester en wethouders het bedrag dat de beheerder verschuldigd is aan de verhuurder. 4 artikel 14, tweede lid Indien blijkt uit de verrekening dat de geïnde huur van de woonruimte of vergoeding voor het gebruik van de verblijfsruimte lager zijn dan de som van de beheervergoeding en de verschuldigde kosten, bedoeld in, kunnen burgemeester en wethouders het resterende bedrag bij de verhuurder invorderen bij dwangbevel. 2023 103 03-04-2023 24-03-2023 36130 2023 227 27-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Burgemeester en wethouders beëindigen het beheer: a. artikelen 2 3 artikel 2a artikel 8, eerste of tweede lid als de verhuurder door middel van een verhuurplan naar het oordeel van burgemeester en wethouders voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de toekomst zal handelen in overeenstemming met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in deenof, of de van toepassing zijnde voorwaarden, bedoeld in; b. artikel 14, eerste lid indien van toepassing, de noodzakelijke voorzieningen of aanpassingen, bedoeld in, zijn uitgevoerd; en c. artikel 15, vierde lid indien van toepassing, de resterende kosten, bedoeld in, door de verhuurder zijn voldaan. 2 Indien het eigendom van de woon- of verblijfsruimte of het gebouw waarin die woon- of verblijfsruimte is gelegen door de verhuurder is overgedragen aan een nieuwe eigenaar beëindigen burgemeester en wethouders het beheer: a. artikel 14, eerste lid indien van toepassing, de noodzakelijke voorzieningen of aanpassingen, bedoeld in, zijn uitgevoerd; b. artikel 15, vierde lid indien van toepassing, de resterende kosten, bedoeld in, zijn voldaan; en c. artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b indien voor het verhuren van die woon- of verblijfsruimte een vergunning als bedoeld in, verplicht is en deze aan de nieuwe eigenaar is verstrekt. 2024 391 10-12-2024 23-10-2024 36481 2025 34 11-02-2025 30-01-2025 12-02-2025
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde. 2023 103 03-04-2023 24-03-2023 36130 2023 227 27-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren. 2 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in het Gemeenteblad. 3 artikel 19 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in. 2023 103 03-04-2023 24-03-2023 36130 2023 227 27-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikelen 2 3 artikel 2a artikel 2b De bestuurlijke boete ter zake van het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in deenof, of het verbod, bedoeld in, bedraagt ten hoogste: a. artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht het bedrag dat is vastgesteld voor de vierde categorie, bedoeld in; b. artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht artikelen 2 3 artikel 2a artikel 2b artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b artikel 12, derde lid artikel 8, eerste of tweede lid het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in, indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering van de overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in deenofof het verbod, bedoeld in, of, indien toepassing is gegeven aan het tweede lid, voor het overtreden van de verboden, bedoeld in, of, of de op basis van, aan een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, verbonden voorwaarden. 2 artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b artikel 12, derde lid artikel 8, eerste of tweede lid artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b Indien de gemeenteraad een verhuurverordening vaststelt, bepaalt hij dat een bestuurlijke boete kan worden opgelegd ter zake van het overtreden van de verboden, bedoeld in, of, of de op basis van, aan een vergunning als bedoeld in, verbonden voorwaarden. 3 De op grond van het tweede lid op te leggen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste: a. artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b artikel 12, derde lid artikel 8, eerste of tweede lid het bedrag dat is vastgesteld voor de vierde categorie, bedoeld in, voor het overtreden van de verboden, bedoeld in, of, of voor het handelen in strijd met de op basis van, aan een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, verbonden voorwaarden; b. artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b artikel 12, derde lid artikel 8, eerste of tweede lid artikelen 2 3 artikel 2a het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in, voor het overtreden van de verboden, bedoeld in, of, of voor het handelen in strijd met de op basis van, aan een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, verbonden voorwaarden indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering van die overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van die verboden of het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in deenof. 2024 391 10-12-2024 23-10-2024 36481 2025 34 11-02-2025 30-01-2025 12-02-2025
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 19 artikelen 2 3 artikel 2a artikel 2b artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b artikel 12, eerste of tweede lid Burgemeester en wethouders maken het feit dat een bestuurlijke boete als bedoeld in, is opgelegd voor het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in deenof, overtreding van de verboden, bedoeld in,, of een besluit als bedoeld in, is genomen, openbaar teneinde de naleving ervan te bevorderen, woningzoekenden en huurders te informeren en inzicht te geven in het uitvoeren van toezicht op de naleving van deze artikelen, met dien verstande dat: a. artikel 5.1, tweede lid, onderdeel e, van de Wet open overheid de namen van betrokken natuurlijke personen niet openbaar worden gemaakt, indien het belang van openbaarmaking naar het oordeel van de burgemeester en wethouders niet opweegt tegen het belang, bedoeld in; b. artikel 5.1, tweede lid, onderdeel c of d, van de Wet open overheid geen openbaarmaking plaatsvindt, indien het belang van de openbaarmaking naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet opweegt tegen de belangen, bedoeld in. 2 De openbaarmaking geschiedt niet eerder dan nadat tien werkdagen zijn verstreken na de dag waarop het besluit van openbaarmaking aan belanghebbende bekend is gemaakt. 3 Bij de openbaarmaking wordt vermeld of tegen een besluit tot oplegging van een bestuurlijke boete een rechtsmiddel is ingesteld dan wel of daartoe de mogelijkheid bestaat. 4 artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht Indien wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in, wordt de openbaarmaking opgeschort totdat de voorzieningenrechter een uitspraak heeft gedaan. 5 Indien de openbaarmaking in strijd is of zou kunnen komen met het doel van het toezicht op de naleving dat door de door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren wordt uitgeoefend, blijft openbaarmaking achterwege. 6 artikelen 2 3 artikel 2a artikel 2b artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b De openbaarmaking van het feit dat een bestuurlijke boete is opgelegd voor het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in deenof, of overtreding van de verboden, bedoeld inof, wordt verwijderd vier jaar na de dagtekening van het besluit van openbaarmaking. 7 artikel 12, eerste of tweede lid artikel 16 De openbaarmaking van het feit dat een besluit als bedoeld in, is genomen wordt verwijderd op het moment dat burgemeester en wethouders besluiten tot het beëindigen van het beheer op grond van. 8 Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de openbaar te maken gegevens, waaronder de mogelijke reactie van een belanghebbende in verband met de openbaarmaking van zijn gegevens, de termijn waarop deze gegevens beschikbaar worden gesteld en de wijze waarop de openbaarmaking plaatsvindt. 2024 391 10-12-2024 23-10-2024 36481 2025 34 11-02-2025 30-01-2025 12-02-2025
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Wijzigt de Woningwet. 2023 103 03-04-2023 24-03-2023 36130 2023 227 27-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 7. 2023 103 03-04-2023 24-03-2023 36130 2023 227 27-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 2, tweede lid, onderdeel d De verplichting tot het schriftelijk vastleggen van de huurovereenkomst, bedoeld in, is uitsluitend van toepassing op huurovereenkomsten die worden afgesloten na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet. 2 artikel 2, tweede lid, onderdeel e Het schriftelijk verstrekken van informatie aan de huurder, bedoeld in, vindt plaats: a. voor huurovereenkomsten die zijn afgesloten na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet op het moment waarop de huurovereenkomst wordt aangegaan; b. voor huurovereenkomsten die zijn afgesloten voor de inwerkingtreding van deze wet, verstrekt de verhuurder deze informatie aan de huurder uiterlijk één jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet. 3 artikel 2, derde lid, onderdeel a De verplichting tot het afzonderlijk vastleggen van de huurovereenkomst van de arbeidsovereenkomst, bedoeld in, is uitsluitend van toepassing op huurovereenkomsten die worden afgesloten na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet. 4 artikel 2, derde lid, onderdeel b Het schriftelijk verstrekken van informatie aan de huurder, bedoeld in, vindt plaats: a. voor huurovereenkomsten die zijn afgesloten na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet op het moment waarop de huurovereenkomst wordt aangegaan; b. voor huurovereenkomsten die zijn afgesloten voor de inwerkingtreding van deze wet uiterlijk drie maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet. 5 artikel 7, tweede lid, onderdeel a artikel 10, eerste lid, onderdeel a Het tijdvak van acht jaar, bedoeld in, met betrekking tot de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, onder 1°, het tijdvak van vier jaar, bedoeld in, vangt aan op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet. 6 artikel 7, tweede lid, onderdeel a artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b Het tijdvak van acht jaar, bedoeld inmet betrekking tot een verbod als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, onder 2°, en de voorwaarden, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, onder 4°, vangt aan op het tijdstip waarop het verbod, bedoeld in, in werking treedt. 7 artikel 2, tweede lid, onderdeel e, onder 6° In afwijking van het tweede lid geldt dat de informatie, bedoeld in, enkel schriftelijk wordt verstrekt aan de huurder voor huurovereenkomsten die zijn afgesloten na het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet betaalbare huur. 2024 391 10-12-2024 23-10-2024 36481 2025 34 11-02-2025 30-01-2025 12-02-2025
Artikel 23a — Artikel 23a#
Artikel 23a 1 Artikel 2a, eerste lid Wet betaalbare huur , is niet van toepassing op huurovereenkomsten die zijn afgesloten voor het tijdstip van inwerkingtreding van de. 2 artikel 2a, eerste lid Wet betaalbare huur artikel 10 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag In afwijking van het eerste lid is, van toepassing op voor het tijdstip van inwerkingtreding van deafgesloten huurovereenkomsten die betrekking hebben op zelfstandige woonruimten met een op dat tijdstip krachtensgeldende maximale huurprijs die niet hoger is dan het bedrag, genoemd in, en indien de feitelijke huurprijs niet hoger is dan dat bedrag. 3 artikel 2a, eerste lid Wet betaalbare huur artikel 10 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag In afwijking van het eerste lid is, een jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van devan toepassing op de voor dat tijdstip afgesloten huurovereenkomsten die betrekking hebben op zelfstandige woonruimten met een op dat tijdstip krachtensgeldende maximale huurprijs die lager is dan het bedrag, genoemd in, indien de feitelijke huurprijs hoger is dan dat bedrag. 2024 193 28-06-2024 26-06-2024 36496 2024 197 28-06-2024 26-06-2024 01-01-2025
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 artikel 5, onderdeel a of b Indien de gemeenteraad een verhuurverordening vaststelt, geldt voor verhuurders die een woon- of verblijfsruimte voor de inwerkingtreding van het verbod, bedoeld in, verhuurden, dat dit verbod niet eerder dan zes maanden na de inwerkingtreding ervan geldt. 2023 103 03-04-2023 24-03-2023 36130 2023 227 27-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 artikel 122 van de Gemeentewet In afwijking van, vervallen de onderdelen van gemeentelijke verordeningen die voorzien in regelingen inzake een verhuurdervergunning, de exploitatie van verhuurbemiddelingsbedrijven en het tegengaan van uitbuiting en onevenredige benadeling van huurders van rechtswege één jaar na inwerkingtreding van deze wet. 2023 103 03-04-2023 24-03-2023 36130 2023 227 27-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Wijzigt deze wet. 2023 103 03-04-2023 24-03-2023 36130 2023 227 27-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Wijzigt deze wet. 2023 103 03-04-2023 24-03-2023 36130 2023 227 27-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Artikel 8, eerste lid, onderdeel b Wet betaalbare huur , zoals dat onderdeel luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van de, blijft gedurende een jaar na dat tijdstip van toepassing op vergunningen die voor dat tijdstip zijn verleend. 2024 193 28-06-2024 26-06-2024 36496 2024 197 28-06-2024 26-06-2024 01-01-2025
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zendt binnen drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. 2024 391 10-12-2024 23-10-2024 36481 2025 34 11-02-2025 30-01-2025 12-02-2025
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2023 103 03-04-2023 24-03-2023 36130 2023 227 27-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Deze wet wordt aangehaald als: Wet goed verhuurderschap. 2023 103 03-04-2023 24-03-2023 36130 2023 227 27-06-2023 22-06-2023 01-07-2023