Wet van 7 juni 2023, houdende regels met betrekking tot de vaststelling van staatloosheid (Wet vaststellingsprocedure staatloosheid)
- BWB-id
- BWBR0048458
- Type
- Wet
- Ministerie
- Justitie en Veiligheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2023-10-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0048458
- ELI
- /eli/nl/wet/2023/wet-vaststellingsprocedure-staatloosheid
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2023/wet-vaststellingsprocedure-staatloosheid/2023-10-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0048458&g=2023-10-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0048458&z=2026-06-06&g=2023-10-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0048458/2023-10-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2023/wet-vaststellingsprocedure-staatloosheid
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Voor de toepassing van deze wet en de daarop rustende bepalingen wordt onder «Onze Minister» verstaan: Onze Minister van Justitie en Veiligheid. 2023 230 28-06-2023 07-06-2023 35687 2023 259 13-07-2023 07-06-2023 01-10-2023
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Een ieder die, buiten een bij enige rechterlijke instantie aanhangige zaak, daarbij onmiddellijk belang heeft en in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft, kan bij de rechtbank Den Haag een verzoek indienen tot vaststelling van zijn staatloosheid. Het verzoek kan ook strekken tot de vaststelling dat de betrokkene op een bepaald tijdstip staatloos was. 2 De rechtbank stelt de staatloosheid van de verzoeker vast, indien hem niet is gebleken dat de verzoeker door enige staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd. 2023 230 28-06-2023 07-06-2023 35687 2023 259 13-07-2023 07-06-2023 01-10-2023
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2 artikel 79 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Omtrent verzoeken als bedoeld inhoort de rechtbank de Staat. In afwijking vankan de Staat zonder advocaat in rechte optreden. 2 artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 Indien de verzoeker tevens een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld inheeft ingediend, is een verzoek als bedoeld in artikel 2 niet-ontvankelijk zolang de beschikking van Onze Minister op die aanvraag nog niet onherroepelijk is. 3 De rechtbank beslist binnen zes maanden na indiening van het verzoek. Hij kan deze termijn verlengen met nog eens zes maanden, indien hij dat noodzakelijk acht. 4 artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 Indien na de indiening van het verzoek een aanvraag voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld inwordt gedaan, houdt de rechtbank de behandeling van de zaak aan totdat de beschikking van Onze Minister op die aanvraag onherroepelijk is geworden. Het derde lid is niet van toepassing. 5 Van de beschikking van de rechtbank staat uitsluitend beroep in cassatie open. 2023 230 28-06-2023 07-06-2023 35687 2023 259 13-07-2023 07-06-2023 01-10-2023
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikelen 2 3 Aan een onherroepelijk geworden beschikking van de rechtbank, gegeven met toepassing van deen, is elk met de uitvoering van enige wettelijke regeling belast orgaan gebonden, zolang niet is gebleken dat de betrokkene ten aanzien van wie de beschikking is genomen een nationaliteit heeft verworven. 2023 230 28-06-2023 07-06-2023 35687 2023 259 13-07-2023 07-06-2023 01-10-2023
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Evidente staatloosheid kan tevens op niet-judiciële wijze worden vastgesteld, met toepassing van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden. 2023 230 28-06-2023 07-06-2023 35687 2023 259 13-07-2023 07-06-2023 01-10-2023
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Vreemdelingenwet 2000 Onze Minister verstrekt aan de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in de zin van deeen identificatiedocument indien aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. artikel 4 5 de vreemdeling is vastgesteld staatloos als bedoeld inof; b. artikel 106a van de Vreemdelingenwet biometrische gegevens van de vreemdeling als bedoeld inzijn beschikbaar; en c. de vreemdeling heeft bij de indiening van zijn verzoek om verstrekking van een identificatiedocument de bij ministeriële regeling te bepalen leges voldaan. 2 Onze Minister kan een model vaststellen voor het identificatiedocument. 3 Bij ministeriële regeling kan worden voorzien in intrekking en vervanging van het identificatiedocument en in een verplichting tot het inleveren van het identificatiedocument. 2023 230 28-06-2023 07-06-2023 35687 2023 259 13-07-2023 07-06-2023 01-10-2023
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Wijzigt de Vreemdelingenwet 2000. 2023 230 28-06-2023 07-06-2023 35687 2023 259 13-07-2023 07-06-2023 01-10-2023
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Wijzigt de Wet basisregistratie personen. 2023 230 28-06-2023 07-06-2023 35687 2023 259 13-07-2023 07-06-2023 01-10-2023
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De opneming van het gegeven dat een ingeschrevene geen nationaliteit bezit in de basisregistratie personen voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze wet blijft in stand bij inwerkingtreding van deze wet en wordt beheerst door het materiële recht en procesrecht zoals dat gold voor inwerkingtreding van deze wet. 2023 230 28-06-2023 07-06-2023 35687 2023 259 13-07-2023 07-06-2023 01-10-2023
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2023 230 28-06-2023 07-06-2023 35687 2023 259 13-07-2023 07-06-2023 01-10-2023
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Deze wet wordt aangehaald als: Wet vaststellingsprocedure staatloosheid. 2023 230 28-06-2023 07-06-2023 35687 2023 259 13-07-2023 07-06-2023 01-10-2023