Wet van 22 augustus 2022, houdende regels voor het in rekening brengen van een vrachtwagenheffing voor het rijden met een vrachtwagen op aangewezen wegvakken (Wet vrachtwagenheffing)
- BWB-id
- BWBR0047082
- Type
- Wet
- Ministerie
- Infrastructuur en Waterstaat
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-03-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0047082
- ELI
- /eli/nl/wet/2023/wet-vrachtwagenheffing
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2023/wet-vrachtwagenheffing/2026-03-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0047082&g=2026-03-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0047082&z=2026-06-06&g=2026-03-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0047082/2026-03-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2023/wet-vrachtwagenheffing
Artikel 1 — Artikel 1 (begripsbepalingen)#
Artikel 1 (begripsbepalingen) Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: aanhangwagen: Verordening (EU) 2018/858 aanhangwagen als bedoeld in artikel 3, onderdeel 17, van; boordapparatuur: artikel 1 van de Wet implementatie EETS-richtlijn boordapparatuur als bedoeld in; 2 CO-emissie: 2 hoeveelheid aan COdie vrijkomt tijdens het gebruik van een vrachtwagen; 2 CO-emissieklassen: Richtlijn 99/62/EG indeling als bedoeld in artikel 7 octies bis, tweede lid, onderdelen a tot en met e, van; dienstaanbieder: hoofddienstaanbieder of EETS-aanbieder; dienstverleningsovereenkomst: artikel 8, eerste lid overeenkomst als bedoeld in; eendagskenteken: kenteken opgegeven ten behoeve van de verplaatsing van een motorrijtuig naar en van de plaats van weging en onderzoek ter verkrijging van een regulier kenteken; EETS-aanbieder: artikel 1 van de Wet implementatie EETS-richtlijn EETS-aanbieder als bedoeld in; emissievrije vrachtwagen: Richtlijn 99/62/EG emissievrij zwaar bedrijfsvoertuig als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel 29, onder a, van; euro-emissieklasse: Richtlijn 99/62/EG Richtlijn 2007/46/EG Richtlijnen 80/1269/EEG 2005/55/EG 2005/78/EG emissieklasse EURO 0, EURO I, EURO, II, EURO III, EURO IV of EURO V als bedoeld in bijlage 0 bij, of emissieklasse EURO VI als bedoeld in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen en motoren met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 enen tot intrekking van de,en(PbEU 2009, L 188); 2 externekostenheffing in verband met CO-emissies: Richtlijn 99/62/EG heffing als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen 9, onder c, jo. 12, van; externekostenheffing in verband met luchtverontreiniging en geluidshinder: Richtlijn 99/62/EG heffing als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen 9, onder a en b, jo. 10 en 11, van; fysieke leefomgeving: artikel 1.2, tweede lid, van de Omgevingswet fysieke leefomgeving als bedoeld in; handelaarskenteken: op grond van artikel 37, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 opgegeven kenteken; hoofddienstaanbieder: artikel 1 van de Wet implementatie EETS-richtlijn toldienstaanbieder als bedoeld in; houder: artikel 1 van de Wet implementatie EETS-richtlijn houder als bedoeld in: a. op wiens naam een vrachtwagen is gesteld in het kentekenregister; b. die een vrachtwagen waarvoor geen kenteken is opgegeven, feitelijk ter beschikking heeft; c. op wiens naam een vrachtwagen is gesteld in een buitenlands register betreffende aldaar geregistreerde motorrijtuigen, de registratie betreffende motorrijtuigen gebezigd ten behoeve van de strijdkrachten, bijgehouden door Onze Minister van Defensie, alsmede enig andere registratie betreffende motorrijtuigen, waarvan hij gerechtigd is deze in Nederland te voeren; infrastructuurheffing: Richtlijn 99/62/EG heffing als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel 8, van; kentekenbewijs: Richtlijn 1999/37/EG document als bedoeld in artikel 2, onder c, vanvan de Raad van 29 april 1999 inzake de kentekenbewijzen van motorvoertuigen (PbEG 1999, L 138); kentekenregister: artikel 42 van de Wegenverkeerswet 1994 register als bedoeld in; maximummassa: de technisch toelaatbare maximummassa van een vrachtwagen in beladen toestand; maximummassa van de combinatie: de maximummassa die, voor zover de vrachtwagen mag worden uitgerust met een of meer aanhangwagens of opleggers, wordt vermeerderd met de technisch toelaatbare maximummassa van de aanhangwagens of opleggers in beladen toestand die de vrachtwagen maximaal mag trekken; motorrijtuig: motorrijtuig als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Wegenverkeerswet 1994; Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat; oplegger: Verordening (EU) 2018/858 oplegger als bedoeld in artikel 3, onderdeel 33, van; Richtlijn 99/62/EG: Richtlijn 1999/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 1999 betreffende het in rekening brengen van het gebruik van wegeninfrastructuur aan voertuigen (PbEG 1999, L 187); toezichthouder: artikel 14, eerste lid degene die is aangewezen op grond van; transitokenteken: kenteken opgegeven voor een motorrijtuig dat naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer technisch in goede staat is, niet in Nederland is geregistreerd en binnen of buiten Nederland wordt gebracht; Uitvoeringsverordening (EU) 2020/204: verordening (EU) 2020/204 Uitvoeringsvan de Commissie van 28 november 2019 inzake gedetailleerde verplichtingen van aanbieders van de Europese elektronische tolheffingsdienst, de minimuminhoud van de gebiedsverklaring van de Europese elektronische tolheffingsdienst, elektronische interfaces en eisen voor interoperabiliteitsonderdelen, en tot intrekking van Beschikking 2009/750/EG (PbEU 2020, L 43); Verordening (EU) 2018/858: Verordening (EU) 2018/858 Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van(PbEU 2018, L 151); vrachtwagen: Verordening (EU) 2018/858 voertuig van categorie N2 of categorie N3 als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, onder ii, respectievelijk onder iii van; vrachtwagenheffing: artikel 2, eerste lid heffing als bedoeld in; weg: artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994 weg als bedoeld in; wegbeheerder: a. Onze Minister voor wegen onder beheer van het Rijk; b. gedeputeerde staten voor wegen onder beheer van een provincie; c. het algemeen bestuur voor wegen onder het beheer van het waterschap of, krachtens besluit van het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur; d. het college van burgemeester en wethouders of, krachtens besluit van hen, een door hen ingestelde bestuurscommissie voor andere wegen; wegvak: specifiek aangeduide weg of deel van die weg. 2025 402 02-12-2025 19-11-2025 36626 2026 38 19-02-2026 16-02-2026 01-03-2026 2025 444 23-12-2025 17-12-2025 36812 2026 38 19-02-2026 16-02-2026 01-03-2026
Artikel 2 — Artikel 2 (betalingsplichtige en belastbaar feit)#
Artikel 2 (betalingsplichtige en belastbaar feit) 1 Dit lid is nog niet in werking getreden. 2 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over het begin en einde van het wegvak of deel daarvan. 3 Wet implementatie EETS-richtlijn Onze Minister is tolheffer als bedoeld in de. 4 artikelen 8 9 10 11 12 23 37 38 van de Wet implementatie EETS-richtlijn Onze Minister is namens de Staat tolheffer als bedoeld in de,,,,,,en. 5 De datum met ingang waarvan de vrachtwagenheffing wordt geheven, wordt vastgesteld bij ministeriële regeling. 6 Richtlijn 99/62/EG Bij het heffen van de vrachtwagenheffing wordt geen direct of indirect onderscheid als bedoeld in artikel 7, vijfde lid, vangemaakt op grond van de nationaliteit van de weggebruiker, de lidstaat van de Europese Unie of de staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie waar de vervoerder gevestigd is dan wel waar het voertuig geregistreerd is, of de herkomst of de bestemming van het vervoer. 2025 402 02-12-2025 19-11-2025 36626 2026 38 19-02-2026 16-02-2026 01-03-2026
Artikel 3 — Artikel 3 (vrijstelling of ontheffing)#
Artikel 3 (vrijstelling of ontheffing) 1 De houder is vrijgesteld van de vrachtwagenheffing voor vrachtwagens die: a. blijkens: 1°. een door Onze Minister van Defensie aangehouden registratie worden gebruikt door het Ministerie van Defensie; 2°. een door Onze Minister van Defensie bekend gestelde registratie worden gebruikt door een bevriende krijgsmacht; b. zich met een eendagskenteken, handelaarskenteken of transitokenteken op de weg bevinden; c. Verordening (EU) 2018/858 worden gebruikt als vuilniswagen, straatveger of rioolzuiger waarvoor de aanvullende cijfers 18 of 19, als bedoeld in Bijlage 1, aanhangsel 2, vanin de code carrosserie zijn opgenomen; d. emissievrij zijn en een maximummassa hebben van maximaal 4.250 kilogram. 2 De houder kan Onze Minister verzoeken om ontheffing te verlenen van de vrachtwagenheffing voor vrachtwagens: a. die worden gebruikt door politie of brandweer; b. die ten minste 40 jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen voor zover die niet bedrijfsmatig worden gebruikt. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden en beperkingen worden gesteld aan de vrijstelling of ontheffing. 4 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de bij het verzoek, bedoeld in het tweede lid, over te leggen gegevens. 2022 330 30-08-2022 22-08-2022 35910 2026 38 19-02-2026 16-02-2026 01-03-2026 2025 402 02-12-2025 19-11-2025 36626 2026 38 19-02-2026 16-02-2026 01-03-2026 2025 444 23-12-2025 17-12-2025 36812 2026 38 19-02-2026 16-02-2026 01-03-2026
Artikel 4 — Artikel 4 (registratie km’s met boordapparatuur)#
Artikel 4 (registratie km’s met boordapparatuur) 1 bijlage De registratie van het aantal gereden kilometers op een wegvak als bedoeld in devindt plaats met behulp van boordapparatuur. 2 artikel 3, eerste of tweede lid Tenzij de houder een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in, heeft, draagt de houder er zorg voor dat de vrachtwagen tijdens het rijden over elke weg is uitgerust met boordapparatuur die: a. naar behoren werkt; b. is ingeschakeld; en c. hoort bij de vrachtwagen waarvoor een geldende dienstverleningsovereenkomst is afgesloten. 3 De verplichtingen van een houder, bedoeld in het tweede lid, gelden niet gedurende een bij ministeriële regeling te stellen termijn vanaf het moment dat de houder aan de dienstaanbieder heeft gemeld dat: a. de boordapparatuur niet naar behoren werkt; of b. de boordapparatuur is ontvreemd. 4 Als de dienstaanbieder waarmee de houder een dienstverleningsovereenkomst heeft, zijn diensten niet meer kan leveren gelden de verplichtingen van de houder, bedoeld in het tweede lid, niet gedurende een bij ministeriële regeling te stellen termijn waarbinnen de houder in de gelegenheid wordt gesteld een dienstverleningsovereenkomst te sluiten met een andere dienstaanbieder. 2022 330 30-08-2022 22-08-2022 35910
Artikel 5 — Artikel 5 (tarieven)#
Artikel 5 (tarieven) 1 Het tarief voor de vrachtwagenheffing bedraagt per gereden kilometer in euro op een wegvak als aangewezen in de bijlage en is de som van: a. de infrastructuurheffing, ter hoogte van: Infrastructuurheffing Maximummassa van de combinatie (kg) 2 CO-emissieklasse 1 euro-emissieklasse EURO 0 EURO 1 EURO 2 EURO 3 EURO 4 EURO 5 EURO 6 EURO 6+ meer dan 3.500 tot 12.000 0,107 0,099 0,089 0,080 0,072 0,059 0,054 0,054 12.000 tot 18.000 0,173 0,159 0,144 0,130 0,116 0,095 0,087 0,087 18.000 tot en met 32.000 0,173 0,159 0,144 0,130 0,116 0,095 0,087 0,087 meer dan 32.000 0,179 0,164 0,148 0,134 0,120 0,098 0,089 0,089 Maximummassa van de combinatie (kg) 2 CO-emissieklasse 2 3 4 5 meer dan 3.500 tot 12.000 0,046 0,038 0,027 0,013 12.000 tot 18.000 0,074 0,061 0,043 0,022 18.000 tot en met 32.0000 0,074 0,061 0,043 0,022 meer dan 32.000 0,076 0,063 0,045 0,022 b. de externekostenheffing in verband met luchtverontreiniging en geluidshinder, ter hoogte van: Externekostenheffing in verband met luchtverontreiniging en geluidshinder 2 CO-emissieklasse 1 Maximummassa van de combinatie (kg) euro-emissieklasse EURO 0 EURO 1 EURO 2 EURO 3 EURO 4 EURO 5 EURO 6 EURO 6+ meer dan 3.500 tot 12.000 0,113 0,076 0,076 0,058 0,044 0,026 0,013 0,012 12.000 tot 18.000 0,150 0,096 0,096 0,076 0,056 0,034 0,016 0,013 18.000 tot en met 32.000 0,169 0,126 0,124 0,099 0,071 0,040 0,018 0,015 meer dan 32.000 0,204 0,152 0,151 0,122 0,086 0,046 0,020 0,016 Maximummassa van de combinatie (kg) 2 CO-emissieklasse 2 3 4 5 meer dan 3.500 tot 12.000 0,013 0,013 0,013 0,012 12.000 tot 18.000 0,016 0,016 0,016 0,013 18.000 tot en met 32.0000 0,018 0,018 0,018 0,015 meer dan 32.000 0,020 0,020 0,020 0,016 c. 2 de externekostenheffing in verband met CO-emissies, ter hoogte van: 2 Externekostenheffing in verband met CO-emissies Maximummassa van de combinatie (kg) 2 CO-emissieklasse 1 euro-emissieklasse EURO 0 EURO 1 EURO 2 EURO 3 EURO 4 EURO 5 EURO 6 EURO 6+ meer dan 3.500 tot 12.000 0,052 0,046 0,046 0,046 0,046 0,046 0,046 0,046 12.000 tot 18.000 0,069 0,060 0,060 0,060 0,057 0,057 0,057 0,057 18.000 tot en met 32.000 0,090 0,079 0,079 0,079 0,077 0,077 0,077 0,077 meer dan 32.000 0,104 0,093 0,093 0,093 0,092 0,092 0,092 0,092 Maximummassa van de combinatie (kg) 2 CO-emissieklasse 2 3 4 5 meer dan 3.500 tot 12.000 0,044 0,041 0,023 0,000 12.000 tot 18.000 0,055 0,052 0,029 0,000 18.000 tot en met 32.0000 0,073 0,069 0,039 0,000 meer dan 32.000 0,087 0,082 0,046 0,000 2 2 artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 De bedragen van de infrastructuurheffing, de externekostenheffing in verband met luchtverontreiniging en geluidshinder en de externekostenheffing in verband met CO-emissies worden bij ministeriële regeling vanaf het jaar volgend op het kalenderjaar van inwerkingtreding van dit artikel, ieder jaar op 1 januari gewijzigd. Deze bedragen worden berekend door de te vervangen tarieven te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor, bedoeld in, en vervolgens af te ronden. Als in het voorafgaande jaar een dergelijke afronding is toegepast, wordt bij wijziging uitgegaan van het niet-afgeronde tarief. 3 Van de wijziging van de bedragen, bedoeld in het derde lid, wordt afgezien indien deze wijziging reeds is verdisconteerd in een andere wijziging van het tarief, bedoeld in het eerste lid. 4 Bij de inwerkingtreding van dit artikel worden de bedragen, bedoeld in het eerste lid, bij ministeriële regeling gewijzigd. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de tabelcorrectiefactoren die van toepassing zijn op 1 januari 2024 en de daarop volgende jaren tot en met het jaar waarin dit artikel in werking treedt, achtereenvolgend worden toegepast. 2022 330 30-08-2022 22-08-2022 35910 2026 38 19-02-2026 16-02-2026 01-03-2026 2025 402 02-12-2025 19-11-2025 36626 2026 38 19-02-2026 16-02-2026 01-03-2026 2026 3872 20-02-2026 06-02-2026 IENW/BSK-2026/20152 2026 3872 20-02-2026 06-02-2026 IENW/BSK-2026/20152 01-03-2026 2025 444 23-12-2025 17-12-2025 36812 2026 38 19-02-2026 16-02-2026 01-03-2026
Artikel 6 — Artikel 6 (bedrag van de vrachtwagenheffing)#
Artikel 6 (bedrag van de vrachtwagenheffing) Het door de houder te betalen bedrag van de vrachtwagenheffing per wegvak wordt berekend als volgt: VWH = Tk x A waarin: VWH = het bedrag van de vrachtwagenheffing per wegvak; artikel 5 Tk = het tarief per gereden kilometer in euro, bedoeld in; artikel 4, eerste lid A = het aantal geregistreerde kilometers, bedoeld in. 2022 330 30-08-2022 22-08-2022 35910 2026 38 19-02-2026 16-02-2026 01-03-2026
Artikel 7 — Artikel 7 (betaling zonder beschikking)#
Artikel 7 (betaling zonder beschikking) Het bedrag van de vrachtwagenheffing wordt betaald zonder dat dit bij beschikking wordt vastgesteld. 2022 330 30-08-2022 22-08-2022 35910 2024 191 27-06-2024 25-06-2024 01-07-2024
Artikel 8 — Artikel 8 (dienstverleningsovereenkomst tussen dienstaanbieder en houder)#
Artikel 8 (dienstverleningsovereenkomst tussen dienstaanbieder en houder) 1 Dit lid is nog niet in werking getreden. 2 artikel 6 artikel 5, eerste lid artikel 20, eerste lid, van de Wet implementatie EETS-richtlijn De houder ontvangt over een tussen hem en de dienstaanbieder overeen te komen termijn een factuur van de dienstaanbieder voor het berekende bedrag van de vrachtwagenheffing, bedoeld in. Op deze factuur is tevens uitgesplitst wat de hoogte is van de verschillende onderdelen van de vrachtwagenheffing, bedoeld in. De houder betaalt het bedrag aan de dienstaanbieder. Onverminderdgeldt de betaling van het bedrag van de vrachtwagenheffing door de houder aan de hoofddienstaanbieder als voldoening van de betalingsverplichting van de houder aan Onze Minister. 3 Richtlijn 99/62/EG Voor het sluiten van de dienstverleningsovereenkomst legt de houder van de vrachtwagen het kentekenbewijs voor de betreffende vrachtwagen of een daaraan gelijkwaardig voertuigdocument over aan de dienstaanbieder. Aan de hand daarvan stelt de dienstaanbieder vast of degene die de dienstverleningsovereenkomst sluit de houder is van de vrachtwagen die het betreft. Het overleggen van het kentekenbewijs of daaraan gelijkwaardig voertuigdocument kan achterwege blijven als de houder van de vrachtwagen het betreffende document al eerder aan dezelfde dienstaanbieder heeft overgelegd, in verband met het sluiten van een dienstverleningsovereenkomst ten behoeve van de afdracht van tolgelden of gebruiksrechten in een ander land op grond van. 4 2 artikel 5 De dienstaanbieder bepaalt aan de hand van de maximummassa van de combinatie, de CO-emissieklasse en, indien van toepassing, de euro-emissieklasse van de vrachtwagen welk tarief, bedoeld in, voor de desbetreffende vrachtwagen van toepassing is. De dienstaanbieder raadpleegt daartoe het aan hem overgelegde kentekenbewijs of daaraan gelijkwaardig voertuigdocument. Voorts kan de dienstaanbieder daartoe de door de houder aangeleverde bij algemene maatregel van bestuur te bepalen voertuigdocumenten raadplegen. Ook kan de dienstaanbieder daartoe het kentekenregister raadplegen. Correctie van de in dit artikellid bedoelde gegevens heeft geen terugwerkende kracht. 5 2 Als de dienstaanbieder het tarief niet kan bepalen overeenkomstig het vierde lid, wordt de vrachtwagen geacht te zijn ingedeeld in CO-emissieklasse 1 en de gewichtsklasse en euro-emissieklasse die zijn vermeld op het kentekenbewijs of daaraan gelijkwaardig voertuigdocument. Als de gewichtsklasse niet kan worden bepaald, gaat de dienstaanbieder ervan uit dat de maximummassa van de combinatie meer dan 32.000 kilogram bedraagt. Als de euro-emissieklasse niet kan worden bepaald, gaat de dienstaanbieder ervan uit dat de vrachtwagen is ingedeeld in euro-emissieklasse 0. 6 2 De dienstaanbieder beoordeelt elke zes jaar na de datum van de eerste registratie van een vrachtwagen die is ingedeeld in CO-emissieklasse 2 of 3, of deze indeling volstaat dan wel past deze indeling aan, indien daartoe aanleiding is. 7 Om de inning van de vrachtwagenheffing te verzekeren, kan de dienstaanbieder in de dienstverleningsovereenkomst de houder van de vrachtwagen de verplichting opleggen zekerheid te stellen voor de betaling. 8 In de dienstverleningsovereenkomst wordt met het oog op de vrachtwagenheffing in ieder geval het volgende geregeld: a. het door de dienstaanbieder verstrekken van boordapparatuur aan de houder en het onderhouden van de functionaliteit daarvan; b. het door de dienstaanbieder verzenden van een factuur aan de houder met daarin in ieder geval gespecificeerd het totaalbedrag van de vrachtwagenheffing en het aantal per dag geregistreerde kilometers; c. het in ieder geval door middel van girale betaling door de houder kunnen betalen van het bedrag van de vrachtwagenheffing aan de dienstaanbieder; d. het beheren door de dienstaanbieder van de klantenrelatie met de houder met inbegrip van een procedure voor klachtenafhandeling; e. het uitvoeren en naleven van het beveiligings- en privacybeleid voor het heffingssysteem voor de vrachtwagens; f. het verstrekken van een kwitantie door de dienstaanbieder aan de houder nadat het bedrag van de vrachtwagenheffing door de dienstaanbieder is ontvangen; en g. artikel 4, tweede en derde lid een beschrijving van de verplichtingen van de houder, bedoeld in, in verband met het functioneren van de boordapparatuur. 9 verordening (EU) 2020/204 Artikel 2, zesde lid, van Uitvoeringsis van overeenkomstige toepassing bij het factureren, bedoeld in het vijfde lid, onder b, van de houder door de hoofddienstaanbieder. 2025 402 02-12-2025 19-11-2025 36626 2026 38 19-02-2026 16-02-2026 01-03-2026 2025 444 23-12-2025 17-12-2025 36812 2026 38 19-02-2026 16-02-2026 01-03-2026
Artikel 9 — Artikel 9 (relatie Onze Minister en dienstaanbieder)#
Artikel 9 (relatie Onze Minister en dienstaanbieder) 1 artikel 4, derde lid verordening (EU) 2020/204 Als een dienstverleningsovereenkomst is gesloten, opgeschort, of beëindigd, en als de houder een melding heeft gedaan als bedoeld in, geeft de dienstaanbieder dat onmiddellijk door aan Onze Minister. Artikel 2, vierde lid, van Uitvoeringsis van overeenkomstige toepassing op de gegevensverstrekking door de hoofddienstaanbieder aan de tolheffer. 2 Dit lid is nog niet in werking getreden. 3 Dit lid is nog niet in werking getreden. 4 artikel 14, tweede lid artikel 32, eerste lid, onder b, Wet implementatie EETS-richtlijn artikel 12, eerste lid, Wet implementatie EETS-richtlijn Onze Minister is bevoegd om de gegevens, bedoeld in, die met behulp van een technisch hulpmiddel zijn vastgelegd, te verwerken ten behoeve van de verificatie, bedoeld inen de controle, bedoeld in. 5 Verwerking voor het doel, bedoeld in het vierde lid, kan plaatsvinden door de vastgelegde gegevens door middel van een technisch systeem geautomatiseerd te vergelijken met andere gegevens die voor dit doel zijn verkregen. 2022 330 30-08-2022 22-08-2022 35910 2024 191 27-06-2024 25-06-2024 01-07-2024
Artikel 10 — Artikel 10 (invordering via privaatrecht)#
Artikel 10 (invordering via privaatrecht) artikelen 8, tweede lid 9, derde lid artikelen 4:88, derde lid 4:94 4:94a afdelingen 4.4.2 4.4.3 4.4.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de betalingsverplichting, bedoeld in de, en, zijn de,enen de,enniet van toepassing. 2022 330 30-08-2022 22-08-2022 35910
Artikel 11 — Artikel 11 (verplichtingen hoofddienstaanbieder)#
Artikel 11 (verplichtingen hoofddienstaanbieder) 1 artikel 1 van de Wet implementatie EETS-richtlijn De hoofddienstaanbieder, bedoeld in, is verplicht met elke houder die daarom verzoekt, een dienstverleningsovereenkomst te sluiten. 2 artikelen 12 32 33 van de Wet implementatie EETS-richtlijn De,enzijn van overeenkomstige toepassing op de hoofddienstaanbieder. 2022 330 30-08-2022 22-08-2022 35910 2024 191 27-06-2024 25-06-2024 01-07-2024
Artikel 12 — Artikel 12 (meerjarenprogramma)#
Artikel 12 (meerjarenprogramma) 1 Onze Minister stelt na overleg met de vervoerssector telkens voor een termijn van ten hoogste vijf jaar een meerjarenprogramma voor innovatie en verduurzaming van de vervoerssector vast. 2 De uitvoering van het meerjarenprogramma wordt gefinancierd uit de netto-opbrengsten van de vrachtwagenheffing. 3 In het programma wordt zo gedetailleerd als redelijkerwijs mogelijk is, de verdeling van de middelen ter bevordering van innovatie en verduurzaming van de vervoerssector aangegeven over afzonderlijke projecten, projectpakketten of beleidsterreinen. 4 Het meerjarenprogramma maakt zichtbaar in welke mate de maatregelen efficiënt en effectief bijdragen aan innovatie en verduurzaming van de vervoerssector. 5 Voor afloop van het meerjarenprogramma wordt de werking van het programma geëvalueerd met het oog op de doeltreffendheid en doelmatigheid. 6 Het meerjarenprogramma wordt via elektronische weg bekendgemaakt. Van de bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. 7 Onze Minister kan in afwijking van het eerste lid na overleg met de vervoerssector afzien van het vaststellen van een volgend meerjarenprogramma als de evaluatie, bedoeld in het vijfde lid, daartoe aanleiding geeft. 2022 330 30-08-2022 22-08-2022 35910 2024 191 27-06-2024 25-06-2024 01-07-2024
Artikel 13 — Artikel 13 (overtreding)#
Artikel 13 (overtreding) 1 artikelen 4, tweede lid, aanhef, of aanhef en onder a, b of c 8, eerste lid Als overtreding wordt aangemerkt het niet naleven van de, of. 2 artikel 1 van de Wet implementatie EETS-richtlijn Een overtreding als bedoeld in het eerste lid valt onder het begrip niet-betalen van wegentol, bedoeld in. 2025 402 02-12-2025 19-11-2025 36626 2026 38 19-02-2026 16-02-2026 01-03-2026
Artikel 14 — Artikel 14 (toezicht)#
Artikel 14 (toezicht) 1 Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de daartoe bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren. 2 De toezichthouder is bevoegd op of aan de weg met behulp van een technisch hulpmiddel de gegevens van een motorrijtuig, vast te leggen en te verwerken. De volgende gegevens worden vastgelegd: het kenteken, de locatie, de datum en het tijdstip van vastlegging, de beeldopname van het motorrijtuig en de benodigde informatie uit de boordapparatuur. De toezichthouder verwerkt deze gegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving en de handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze wet. 3 De aanwezigheid van een technisch hulpmiddel wordt op duidelijke wijze kenbaar gemaakt. 4 Ten behoeve van het op automatische wijze vaststellen van overtredingen, is de toezichthouder bevoegd: a. de door Onze Minister verzamelde gegevens te verwerken, waaronder: 1°. artikel 32, eerste lid, onder b, Wet implementatie EETS-richtlijn de gegevens, bedoeld in; 2°. artikel 9, eerste lid de gegevens over de dienstverleningsovereenkomst en de melding, bedoeld in; 3°. artikel 4, vierde lid de gevallen, bedoeld in; 4°. artikel 3 de informatie over ontheffingen en vrijstellingen als bedoeld in; b. de vastgelegde gegevens te verwerken. 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de inzet en het kenbaar maken van het gebruik van een technisch hulpmiddel en het aanwijzen van de benodigde informatie uit de boordapparatuur, bedoeld in het tweede lid, en de wijze waarop de vastgelegde gegevens worden verwerkt. 6 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 2022 330 30-08-2022 22-08-2022 35910 2022 526 23-12-2022 12-12-2022 01-01-2023
Artikel 15 — Artikel 15 (bestuurlijke boete voor een overtreding)#
Artikel 15 (bestuurlijke boete voor een overtreding) 1 artikel 13 artikel 14, tweede lid Onze Minister kan aan de houder een bestuurlijke boete opleggen voor een overtreding als bedoeld in. Daartoe kan Onze Minister de vastgelegde gegevens, bedoeld in, verwerken. 2 artikel 28 van de Wet implementatie EETS-richtlijn Het eerste lid is in ieder geval niet van toepassing in een geval als bedoeld in. 3 artikel 13, eerste lid Voor één feit dat valt onder meerdere omschrijvingen van overtredingen als bedoeld in, kan slechts één bestuurlijke boete worden opgelegd. In dat geval is de ten hoogste op te leggen boete de hoogste boete van de afzonderlijke overtredingen. 2022 330 30-08-2022 22-08-2022 35910 2022 526 23-12-2022 12-12-2022 01-01-2023
Artikel 16 — Artikel 16 (hoogte bestuurlijke boete)#
Artikel 16 (hoogte bestuurlijke boete) 1 artikel 15, eerste lid artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht De op grond van, op te leggen boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de tweede categorie, bedoeld in. 2 De betaling van de bestuurlijke boete geschiedt binnen twee weken nadat de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden. 3 Als de bestuurlijke boete niet tijdig is betaald, wordt de bestuurlijke boete van rechtswege met vijftig procent verhoogd en zendt Onze Minister de houder een eerste aanmaning. De betaling van het verhoogde bedrag geschiedt binnen vier weken na verzending van de eerste aanmaning. 4 Als de verhoogde bestuurlijke boete, bedoeld in het derde lid, niet binnen de in dat lid gestelde termijn betaald is, wordt de verhoogde bestuurlijke boete van rechtswege verder verhoogd met honderd procent van het bedrag van de verhoogde bestuurlijke boete en zendt Onze Minister de houder een tweede aanmaning. De betaling van de verder verhoogde bestuurlijke boete geschiedt binnen vier weken na verzending van de tweede aanmaning. 5 Als de verder verhoogde bestuurlijke boete, bedoeld in het vierde lid, niet binnen de in dat lid gestelde termijn betaald is, is Onze Minister bevoegd tot de uitvaardiging van een dwangbevel. 6 Artikel 4:113 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de eerste en tweede aanmaning. 7 Artikel 5:10, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing na de eerste aanmaning. 8 Artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op het opleggen van de bestuurlijk boete. 2022 330 30-08-2022 22-08-2022 35910 2022 526 23-12-2022 12-12-2022 01-01-2023
Artikel 17 — Artikel 17 (stilhouden en voorlopige maatregelen)#
Artikel 17 (stilhouden en voorlopige maatregelen) 1 artikel 14, eerste lid Op de eerste vordering van een aangewezen ambtenaar als bedoeld in, is de bestuurder van een vrachtwagen verplicht die te doen stilhouden. 2 artikel 15 artikel 14, eerste lid Als een vrachtwagen is stilgehouden met toepassing van het eerste lid, kan de bekendmaking van een bestuurlijke boete als bedoeld inook plaatsvinden door uitreiking van de beschikking door de aangewezen ambtenaar, bedoeld in, aan de bestuurder als de kentekengegevens van de houder niet zijn te verifiëren. In dat geval geldt dat: a. artikel 16, tweede lid in afwijking van, de beschikking onmiddellijk betaald moet worden; b. artikel 16, derde lid de verhoging van de boete, bedoeld in, pas plaatsvindt nadat de bestuurlijke boete binnen twee weken na het onherroepelijk worden daarvan nog niet is betaald. 3 artikel 14, eerste lid artikel 13, eerste lid De aangewezen ambtenaren, bedoeld in, zijn bevoegd om in het geval, bedoeld in het tweede lid, of in het geval dat de houder geregistreerd staat voor het niet voldoen van een hem eerder opgelegde, onherroepelijke bestuurlijke boete voor een overtreding als bedoeld in, bij wijze van voorlopige maatregel de vrachtwagen naar een door hen aangewezen plaats te doen overbrengen en in bewaring te stellen, dan wel aan de vrachtwagen een mechanisch hulpmiddel te doen aanbrengen, waardoor wordt verhinderd dat de vrachtwagen wordt weggereden. Zij kunnen vorderen dat, voordat de vrachtwagen aan de bestuurder wordt teruggegeven, naast de kosten van overbrenging en bewaring, eveneens het bedrag van de opgelegde bestuurlijke boete zal worden voldaan. 4 Als twaalf weken na de aanvang van de voorlopige maatregel, bedoeld in het derde lid, de rechthebbende zijn vrachtwagen niet heeft afgehaald, wordt hij geacht zijn recht op de zaak te hebben opgegeven en is Onze Minister bevoegd de vrachtwagen om niet aan een derde in eigendom te doen overdragen, te verkopen of te doen vernietigen. 5 Bij de beschikking, bedoeld in het tweede lid, wordt gewezen op de bevoegdheden, bedoeld in het derde en vierde lid. 6 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de overbrenging, bewaring, eigendomsoverdracht om niet, verkoop, vernietiging, de berekening van de kosten van overbrenging en bewaring, alsmede over hetgeen verder voor de uitvoering van dit artikel noodzakelijk is. 2022 330 30-08-2022 22-08-2022 35910 2022 526 23-12-2022 12-12-2022 01-01-2023
Artikel 18 — Artikel 18 (kwijtschelden bestuurlijke boete)#
Artikel 18 (kwijtschelden bestuurlijke boete) Onze Minister scheldt de bestuurlijke boete in ieder geval kwijt als degene aan wie de boete is opgelegd bezwaar tegen de bestuurlijke boete maakt en: a. aannemelijk maakt dat tegen zijn wil door een ander van de vrachtwagen gebruik is gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen; of b. artikel 1 van het Kentekenreglement artikelen 31 tot en met 33 van het Kentekenreglement een vrijwaringsbewijs als bedoeld inof een verklaring als bedoeld in deoverlegt waaruit blijkt dat hij ten tijde van de opgelegde heffing geen houder meer was van de betrokken vrachtwagen. 2022 330 30-08-2022 22-08-2022 35910 2022 526 23-12-2022 12-12-2022 01-01-2023
Artikel 19 — Artikel 19 art. 15 (schorsende werking bezwaar en beroep tegen boete ex)#
Artikel 19 art. 15 (schorsende werking bezwaar en beroep tegen boete ex) artikel 15, eerste lid artikel 17, tweede lid Als bezwaar wordt gemaakt of beroep wordt ingesteld tegen de beschikking tot het opleggen van de bestuurlijke boete, bedoeld in, en die beschikking is niet bekendgemaakt met toepassing van, wordt de werking van die beschikking geschorst totdat die onherroepelijk is. 2022 330 30-08-2022 22-08-2022 35910 2022 526 23-12-2022 12-12-2022 01-01-2023
Artikel 20 — Artikel 20 (opkomen tegen beschikking die direct is ingevorderd)#
Artikel 20 (opkomen tegen beschikking die direct is ingevorderd) artikel 17, tweede lid Het bezwaar en beroep tegen de beschikking tot het opleggen van een bestuurlijke boete die is bekendgemaakt met toepassing van, richt zich ook tegen de voorlopige maatregel, bedoeld in artikel 17, derde lid. 2022 330 30-08-2022 22-08-2022 35910 2022 526 23-12-2022 12-12-2022 01-01-2023
Artikel 21 — Artikel 21 (bescherming persoonsgegevens, gebruikt door Onze Minister)#
Artikel 21 (bescherming persoonsgegevens, gebruikt door Onze Minister) 1 artikel 14, tweede lid Onze Minister is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen persoonsgegevens en de vastgelegde gegevens, bedoeld in, die verwerkt worden voor: a. de heffing en invordering van de vrachtwagenheffing; b. de handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze wet. 2 Onze Minister bewaart de persoonsgegevens: a. bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a: 1°. artikel 3:307, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek totdat de termijn, bedoeld inis verstreken; 2°. niet langer dan zeven werkdagen, voor zover uit de vergelijking van de vastgelegde gegevens met de informatie, bedoeld in het vijfde lid, blijkt dat de heffing op de juiste wijze is berekend door de dienstaanbieder; b. bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b: 1°. artikel 5:45 van de Algemene wet bestuursrecht gedurende de termijn, bedoeld in, waarbinnen een bestuurlijke boete kan worden opgelegd; 2°. artikel 15, eerste lid artikel 18 gedurende een termijn van vijf jaar nadat een bestuurlijke boete, bedoeld in, onherroepelijk is en is betaald, is vernietigd of op grond vanis kwijtgescholden; of 3°. artikel 4:104 van de Algemene wet bestuursrecht totdat de termijn vanis verstreken. 3 artikel 24, eerste lid De persoonsgegevens, bedoeld in het eerste lid, worden door Onze Minister beschikbaar gesteld voor opname in het register, bedoeld in. 4 artikel 32, eerste lid, onder b, van de Wet implementatie EETS-richtlijn De informatie, bedoeld indie door de dienstaanbieder wordt verstrekt, wordt door Onze Minister niet langer dan zeven werkdagen bewaard. 5 Dit artikel laat overige wettelijk voorgeschreven bewaartermijnen onverlet. 2025 402 02-12-2025 19-11-2025 36626 2026 38 19-02-2026 16-02-2026 01-03-2026
Artikel 22 — Artikel 22 (bescherming persoonsgegevens, gebruikt door de toezichthouder)#
Artikel 22 (bescherming persoonsgegevens, gebruikt door de toezichthouder) 1 artikel 14, tweede lid De toezichthouder is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen persoonsgegevens en de vastgelegde gegevens, bedoeld in, die verwerkt worden voor: a. het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet voor zover het de verwerking door of ten behoeve van de toezichthouder betreft; b. artikel 17, tweede lid het uitreiken van een bestuurlijke boete in een geval als bedoeld in. 2 De toezichthouder bewaart de persoonsgegevens: a. artikel 14, tweede lid bedoeld in het eerste lid, onder a, totdat, voor zover van toepassing, een onherroepelijke bestuurlijke boete is betaald of voor zover het de vastgelegde gegevens in, betreft, niet langer dan zeven werkdagen; b. artikel 5:45 van de Algemene wet bestuursrecht bedoeld in het eerste lid, onder b, gedurende een termijn, bedoeld in, waarbinnen een bestuurlijke boete kan worden opgelegd. 3 artikel 24, eerste lid De persoonsgegevens, bedoeld in het eerste lid, worden door de toezichthouder beschikbaar gesteld voor opname in het register, bedoeld in. 4 Dit artikel laat overige wettelijk voorgeschreven bewaartermijnen onverlet. 2025 402 02-12-2025 19-11-2025 36626 2026 38 19-02-2026 16-02-2026 01-03-2026 01-09-2025
Artikel 23 — Artikel 23 (bescherming persoonsgegevens, gebruikt door de dienstaanbieder)#
Artikel 23 (bescherming persoonsgegevens, gebruikt door de dienstaanbieder) 1 Een dienstaanbieder is de verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens voor: a. artikel 9, eerste lid het doorgeven van de gegevens, bedoeld in; b. artikel 8, achtste lid de verlening van diensten als bedoeld in; c. artikel 21, vierde lid de verificatie van de informatie, bedoeld in. 2 De dienstaanbieder bewaart de persoonsgegevens niet langer dan nodig is voor het verrichten van de diensten, bedoeld in het eerste lid, onder a, b en c. 3 Het is de dienstaanbieder verboden de door hem verwerkte persoonsgegevens voor de vrachtwagenheffing te verstrekken aan een derde, tenzij de houder daarvoor toestemming heeft gegeven. 4 Dit artikel laat overige wettelijk voorgeschreven bewaartermijnen onverlet. 2025 402 02-12-2025 19-11-2025 36626 2026 38 19-02-2026 16-02-2026 01-03-2026
Artikel 24 — Artikel 24 (register)#
Artikel 24 (register) 1 Er is een register voor de vrachtwagenheffing waarin de gegevens worden verwerkt die nodig zijn voor een goede uitvoering van de vrachtwagenheffing. 2 Onze Minister wijst bij besluit de beheerder van het register aan. De beheerder is verwerkingsverantwoordelijke voor het register. 3 De persoonsgegevens uit het register worden uitsluitend gebruikt voor: a. de goede uitvoering van het bepaalde bij of krachtens deze wet; b. het beschikbaar stellen van gegevens uit het register vrachtwagenheffing aan Onze Minister en de toezichthouder die nodig zijn voor een goede uitoefening van hun taak in het kader van het bepaalde bij of krachtens deze wet. 4 De beheerder bewaart de persoonsgegevens: a. artikel 21, tweede lid gedurende ten hoogste de termijnen, bedoeld in; b. artikel 22, tweede lid gedurende ten hoogste de termijnen, bedoeld in; c. als de respectievelijke bewaartermijnen, bedoeld in onderdeel a of b, van elkaar verschillen en op dezelfde gegevens van toepassing zijn, gedurende de langste termijn. 5 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de inrichting en het beheer van het register en de wijze van verstrekking van de in het register te verwerken gegevens. 2022 330 30-08-2022 22-08-2022 35910 2024 191 27-06-2024 25-06-2024 01-07-2024
Artikel 25 — Artikel 25 Algemene wet bestuursrecht (wijziging)#
Artikel 25 Algemene wet bestuursrecht (wijziging) Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht. 2022 330 30-08-2022 22-08-2022 35910 2022 526 23-12-2022 12-12-2022 01-01-2023
Artikel 26 — Artikel 26 Invorderingswet 1990 (wijziging)#
Artikel 26 Invorderingswet 1990 (wijziging) Wijzigt de Invorderingswet 1990. 2022 330 30-08-2022 22-08-2022 35910
Artikel 27 — Artikel 27 Wegenverkeerswet 1994 (wijziging)#
Artikel 27 Wegenverkeerswet 1994 (wijziging) Wijzigt de Wegenverkeerswet 1994. 2022 330 30-08-2022 22-08-2022 35910 2022 526 23-12-2022 12-12-2022 01-01-2023 Met uitzondering van het vervallen van de zinssnede «, de Wet
belasting zware motorrijtuigen» in artikel 42, vierde lid, onder
b, van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 28 — Artikel 28 Wegenwet (wijziging)#
Artikel 28 Wegenwet (wijziging) Wijzigt de Wegenwet. 2022 330 30-08-2022 22-08-2022 35910 2022 526 23-12-2022 12-12-2022 01-01-2023
Artikel 29 — Artikel 29 Wet belasting zware motorrijtuigen (wijziging)#
Artikel 29 Wet belasting zware motorrijtuigen (wijziging) 1 Wet belasting zware motorrijtuigen Dewordt ingetrokken. 2 De heffing van het gemeenschappelijk gebruiksrecht, bedoeld in artikel 3 van het op 9 februari 1994 te Brussel tot stand gekomen verdrag inzake de heffing van rechten voor het gebruik van bepaalde wegen door zware vrachtwagens (Trb. 1994, 69) wordt overeenkomstig artikel 17 van dat verdrag beëindigd. 2022 330 30-08-2022 22-08-2022 35910
Artikel 30 — Artikel 30 Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 (wijziging)#
Artikel 30 Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 (wijziging) Wijzigt de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994. 2022 330 30-08-2022 22-08-2022 35910 2023 498 27-12-2023 20-12-2023 36342 De wijziging is in werking getreden op 1 januari 2024 (Stb.
2023/498). De wijziging wordt niet getoond, omdat het artikel nog
niet in werking is getreden.
Artikel 31 — Artikel 31 Wet overgang belastingheffing in euro’s (wijziging)#
Artikel 31 Wet overgang belastingheffing in euro’s (wijziging) Wijzigt de Wet overgang belastingheffing in euro’s. 2022 330 30-08-2022 22-08-2022 35910
Artikel 32 — Artikel 32 Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie (wijziging)#
Artikel 32 Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie (wijziging) Wijzigt de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie. 2022 330 30-08-2022 22-08-2022 35910 2022 526 23-12-2022 12-12-2022 01-01-2023
Artikel 33 — Artikel 33 (spoedregeling)#
Artikel 33 (spoedregeling) 1 artikel 5, eerste lid bijlage Onze Minister kan met het oog op de verkeersveiligheid, de bereikbaarheid of de toestand van de fysieke leefomgeving in spoedeisende gevallen die zijn ontstaan als gevolg van de vrachtwagenheffing, bij ministeriële regeling wegvakken aanwijzen waarvoor het tarief, bedoeld in, komt te gelden of wegvakken die zijn opgenomen in deaanwijzen waarvoor in afwijking van artikel 5, eerste lid, een tarief van € 0,00 komt te gelden. 2 De ministeriële regeling wordt niet eerder vastgesteld dan na overleg met de wegbeheerder. De ministeriële regeling treedt uiterlijk acht weken na de plaatsing ervan in de Staatscourant in werking. 3 Na plaatsing in de Staatscourant van een krachtens het eerste lid vastgestelde ministeriële regeling wordt een voorstel van wet tot regeling van het betrokken onderwerp zo spoedig mogelijk bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal ingediend. Als een voorstel wordt ingetrokken of als een van de beide Kamers der Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de ministeriële regeling onmiddellijk ingetrokken. Wordt het voorstel tot wet verheven, dan wordt de ministeriële regeling ingetrokken op het tijdstip van inwerkingtreding van die wet. 2022 330 30-08-2022 22-08-2022 35910
Artikel 34 — Artikel 34 (evaluatie)#
Artikel 34 (evaluatie) Richtlijn 99/62/EG Onze Minister zendt telkens uiterlijk op het moment dat hij het in artikel 11 vanbedoelde verslag publiceert, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. 2022 330 30-08-2022 22-08-2022 35910 2026 38 19-02-2026 16-02-2026 01-03-2026 2025 402 02-12-2025 19-11-2025 36626 2026 38 19-02-2026 16-02-2026 01-03-2026
Artikel 35 — Artikel 35 (overgangsrecht)#
Artikel 35 (overgangsrecht) Wet belasting zware motorrijtuigen artikel 9, achtste lid, onderdeel b, van de Invorderingswet 1990 artikel 42, vierde lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994 artikel 2 van de Wet belasting zware motorrijtuigen artikelen 26 27 29 De bepalingen gesteld bij of krachtens de,enzoals zij luidden voor de inwerkingtreding van de,enblijven van toepassing voor zover een belastbaar feit als bedoeld inheeft plaatsgevonden op een tijdstip voordat artikel 29 in werking is getreden. 2022 330 30-08-2022 22-08-2022 35910
Artikel 36 — Artikel 36 (inwerkingtreding)#
Artikel 36 (inwerkingtreding) De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2022 330 30-08-2022 22-08-2022 35910 2022 526 23-12-2022 12-12-2022 01-01-2023
Artikel 37 — Artikel 37 (citeertitel)#
Artikel 37 (citeertitel) Deze wet wordt aangehaald als: Wet vrachtwagenheffing. 2022 330 30-08-2022 22-08-2022 35910 2022 526 23-12-2022 12-12-2022 01-01-2023
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid