Wet van 20 december 2023, houdende tijdelijke regels inzake de instelling van een Klimaatfonds (Tijdelijke wet Klimaatfonds)
- BWB-id
- BWBR0049322
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken en Klimaat
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0049322
- ELI
- /eli/nl/wet/2024/tijdelijke-wet-klimaatfonds
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2024/tijdelijke-wet-klimaatfonds/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0049322&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0049322&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0049322/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2024/tijdelijke-wet-klimaatfonds
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze wet wordt verstaan onder: broeikasgas: 2 artikel 1 van de Klimaatwet COof een van de andere broeikasgassen als bedoeld in de begripsomschrijving van broeikasgassen, in; fonds: artikel 2, eerste lid Klimaat- en energiefonds als bedoeld in; meerjarenprogramma: artikel 4, eerste lid Meerjarenprogramma Klimaat- en energiefonds als bedoeld in; Onze Minister: Onze Minister van Klimaat en Groene Groei. 2025 349 13-11-2025 29-10-2025 36776 2025 350 13-11-2025 10-11-2025 01-01-2026
Artikel 2 — Artikel 2 Instelling en doel van het fonds#
Artikel 2 Instelling en doel van het fonds 1 Er is een Klimaat- en energiefonds. 2 artikel 2, eerste en tweede lid, van de Klimaatwet Het fonds heeft als doel het faciliteren van maatregelen die bijdragen aan het terugdringen van emissies van broeikasgassen tot de niveaus, bedoeld in, en bijdragen aan de transitie naar een klimaatneutrale energievoorziening, economie en samenleving en om bij te dragen aan een rechtvaardige klimaattransitie door middel van het beschikbaar stellen van financiële middelen voor: a. een broeikasgas-neutrale energievoorziening in 2050; b. het stimuleren van de implementatie van technieken voor energie-efficiëntie en het stimuleren van de toepassing van hernieuwbare energie en overige broeikasgas-reducerende en circulaire technieken en maatregelen in het bedrijfsleven; c. het stimuleren van de toepassing van technieken voor energie-efficiëntie, van hernieuwbare energie en van koolstofvastlegging in de gebouwde omgeving. 3 artikel 2, eerste en tweede lid, van de Klimaatwet Het fonds faciliteert geen maatregelen met het oog op de klimaatdoelen die voor landbouw en landgebruik zijn vastgesteld ter uitvoering van. 4 Het derde lid geldt niet voor maatregelen in de glastuinbouw. 2025 349 13-11-2025 29-10-2025 36776 2025 350 13-11-2025 10-11-2025 01-01-2026
Artikel 3 — Artikel 3 Beheer van het fonds#
Artikel 3 Beheer van het fonds 1 artikel 2.11, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 Het fonds is een begrotingsfonds als bedoeld in. 2 Onze Minister beheert het fonds. 3 artikel 2, tweede lid Onze Minister beoordeelt de maatregelen die overeenkomstig, gefaciliteerd kunnen worden onder meer met betrekking tot: a. artikel 3 van de Klimaatwet de overeenstemming met het klimaatplan, bedoeld in; b. de uitvoerbaarheid, doeltreffendheid en doelmatigheid van de maatregelen; c. de duur van de maatregelen in relatie tot de tijdelijkheid van het fonds; en d. of de maatregelen additioneel zijn aan klimaatmaatregelen die zijn vastgesteld en gefinancierd vóór 1 januari 2022. 4 artikel 3, tweede lid, onderdeel g, van de Klimaatwet Bij de toepassing van het derde lid, aanhef en onderdeel b, wordt rekening gehouden met de gevolgen van het klimaatbeleid, genoemd in, en de beschouwing daarover in het klimaatplan. 5 Onze Minister die het aangaat overlegt het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur of van een ministeriële regeling voor een maatregel die voor facilitering door het fonds in aanmerking komt aan beide Kamers der Staten Generaal, voor zover de wens daartoe door of namens een der Kamers der Staten-Generaal of door ten minste een derde van het grondwettelijk aantal leden van een der Kamers bij de behandeling van een meerjarenprogramma te kennen is gegeven. De voordracht voor de desbetreffende algemene maatregel van bestuur of de vaststelling van de desbetreffende ministeriële regeling gebeurt niet eerder dan vier weken nadat het ontwerp is overgelegd. 2024 16 01-02-2024 20-12-2023 36274 2024 103 24-04-2024 11-04-2024 01-07-2024
Artikel 4 — Artikel 4 Meerjarenprogramma Klimaat- en energiefonds#
Artikel 4 Meerjarenprogramma Klimaat- en energiefonds 1 Onze Minister biedt jaarlijks gelijktijdig met het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van het fonds een Meerjarenprogramma Klimaat- en energiefonds aan de Staten-Generaal aan. 2 Het meerjarenprogramma verschaft informatie over de meerjarige financiële verplichtingen van het fonds om het doel van het fonds te realiseren. 3 artikel 2.1, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 Het meerjarenprogramma maakt zichtbaar welke uitgaven ten laste komen van middelen uit het fonds, naar welk begrotingsartikel van een andere begroting van het Rijk als bedoeld indeze middelen worden overgeheveld en wat de daaruit voortvloeiende uitgaven voor afzonderlijke projecten, projectpakketten en subsidieregelingen zijn. 4 artikel 2, tweede lid artikel 3, derde lid Het meerjarenprogramma geeft inzicht in de beoordeling van de maatregelen, bedoeld in, aan de criteria, bedoeld in, en in de stand van de uitvoering van afzonderlijke maatregelen die het fonds faciliteert, en bevat een overzicht van de wijzigingen ten opzichte van het voorgaande jaar. 2025 349 13-11-2025 29-10-2025 36776 2025 350 13-11-2025 10-11-2025 01-01-2026
Artikel 5 — Artikel 5 Ontvangsten van het fonds#
Artikel 5 Ontvangsten van het fonds De ontvangsten van het fonds zijn: a. bijdragen ten laste van de algemene middelen; b. artikel 2.1, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 bijdragen ten laste van andere begrotingen van het Rijk als bedoeld in; c. bijdragen van derden in het kader van het bereiken van het doel van het fonds; d. andere bijdragen in het kader van het bereiken van het doel van het fonds. 2024 16 01-02-2024 20-12-2023 36274 2024 103 24-04-2024 11-04-2024 01-07-2024
Artikel 6 — Artikel 6 Uitgaven ten laste van het fonds#
Artikel 6 Uitgaven ten laste van het fonds 1 artikel 2.1, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 In het kader van het bereiken van het doel van het fonds komen bijdragen aan andere begrotingen van het Rijk als bedoeld inten laste van het fonds. 2 artikel 5, aanhef en onderdeel b Bijdragen als bedoeld in het eerste lid die niet zijn besteed, komen als bijdrage als bedoeld in, ten bate van het fonds. Onze Minister beslist gezamenlijk met Onze Minister die het aangaat over het overhevelen van de desbetreffende bijdragen naar het fonds. 3 artikel 2.31 van de Comptabiliteitswet 2016 In aanvulling opbiedt het jaarverslag van het fonds tevens inzicht in de uitvoering en mogelijke knelpunten van de afzonderlijke maatregelen die door het fonds worden gefaciliteerd. 2024 16 01-02-2024 20-12-2023 36274 2024 103 24-04-2024 11-04-2024 01-07-2024
Artikel 7 — Artikel 7 Onafhankelijk advies#
Artikel 7 Onafhankelijk advies 1 Onze Minister wint onafhankelijk advies in bij de totstandkoming van het meerjarenprogramma en bij het doen van uitgaven ten laste van het fonds. 2 Onze Minister zal ten behoeve van het opstellen van het meerjarenprogramma experts laten reflecteren op de sociaaleconomische gevolgen. 2024 16 01-02-2024 20-12-2023 36274 2024 103 24-04-2024 11-04-2024 01-07-2024
Artikel 8 — Artikel 8 Evaluatiebepaling#
Artikel 8 Evaluatiebepaling Onze Minister zendt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. 2024 16 01-02-2024 20-12-2023 36274 2024 103 24-04-2024 11-04-2024 01-07-2024
Artikel 9 — Artikel 9 Inwerkingtredings- en horizonbepaling#
Artikel 9 Inwerkingtredings- en horizonbepaling 1 Deze wet treedt in werking en vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2 artikel 5 Met ingang van 1 januari 2031 worden geen nieuwe ontvangsten als bedoeld inaan het fonds toegevoegd. 2024 16 01-02-2024 20-12-2023 36274 2024 103 24-04-2024 11-04-2024 01-07-2024
Artikel 10 — Artikel 10 Citeertitel#
Artikel 10 Citeertitel Deze wet wordt aangehaald als: Tijdelijke wet Klimaat- en energiefonds. 2025 349 13-11-2025 29-10-2025 36776 2025 350 13-11-2025 10-11-2025 01-01-2026