Wet van 20 december 2023 tot wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en enige andere wetten tot aanpassing van de regelingen voor het fonds voor gemene rekening en de vrijgestelde beleggingsinstelling (Wet aanpassing fonds voor gemene rekening en vrijgestelde beleggingsinstelling)
- BWB-id
- BWBR0049131
- Type
- Wet
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0049131
- ELI
- /eli/nl/wet/2024/wet-aanpassing-fonds-voor-gemene-rekening-en-vrijgestelde-be
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2024/wet-aanpassing-fonds-voor-gemene-rekening-en-vrijgestelde-be/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0049131&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0049131&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0049131/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2024/wet-aanpassing-fonds-voor-gemene-rekening-en-vrijgestelde-be
Artikel I — Artikel I#
Artikel I Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001. 2023 503 27-12-2023 20-12-2023 36423 2023 503 27-12-2023 20-12-2023 36423 01-01-2025
Artikel II — Artikel II#
Artikel II Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. 2023 503 27-12-2023 20-12-2023 36423 2023 503 27-12-2023 20-12-2023 36423 01-01-2025
Artikel III — Artikel III#
Artikel III Wijzigt de Invorderingswet 1990. 2023 503 27-12-2023 20-12-2023 36423 2023 503 27-12-2023 20-12-2023 36423 01-01-2025
Artikel IV — Artikel IV#
Artikel IV 1 Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikelen 2 3 van die wet Voor de toepassing van dewordt een fonds voor gemene rekening of een daarmee qua rechtsvorm vergelijkbaar naar het recht van een andere staat opgericht of aangegaan lichaam dat als gevolg van deze wet met ingang van 1 januari 2025 niet langer onderworpen is aan de vennootschapsbelasting op grond van deof, geacht op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan 1 januari 2025 al zijn vermogensbestanddelen tegen de waarde in het economische verkeer te hebben overgedragen aan de natuurlijk personen of lichamen die participeren in dat fonds voor gemene rekening naar rato van ieders gerechtigdheid en wordt dat fonds voor gemene rekening geacht te zijn opgehouden in Nederland belastbare winst te genieten. 2 Wet inkomstenbelasting 2001 Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Voor de toepassing van deen dewordt een deelgerechtigde die participeert in een fonds voor gemene rekening als bedoeld in het eerste lid geacht op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan 1 januari 2025 zijn bewijs van deelgerechtigdheid in en schuldvordering op het fonds voor gemene rekening te hebben vervreemd tegen de waarde in het economische verkeer. 3 Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.92 van die wet artikel 25, veertiende lid, onderdeel a, van de Invorderingswet 1990 Voor de toepassing van dewordt een belastingplichtige die resultaat uit een werkzaamheid in de zin vangeniet vanwege het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen aan een fonds voor gemene rekening als bedoeld in het eerste lid, geacht op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan 1 januari 2025 de tot die werkzaamheid behorende vermogensbestanddelen te hebben vervreemd tegen de waarde in het economische verkeer en wordt die belastingplichtige geacht te zijn opgehouden in Nederland belastbaar resultaat uit die werkzaamheid te genieten, tenzij de tot die werkzaamheid behorende vermogensbestanddelen op 1 januari 2025 door die belastingplichtige nog steeds worden aangewend ten behoeve van een werkzaamheid als bedoeld in artikel 3.92 van die wet. De vervreemding, bedoeld in de eerste zin, wordt niet aangemerkt als een vervreemding als bedoeld in. 4 artikel 17a, onderdeel c, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Indien een schuldvordering als bedoeld in het tweede lid kwalificeert als een schuldvordering als bedoeld inen die schuldvordering is afgewaardeerd ten laste van de belastbare winst uit een Nederlandse onderneming van een lichaam dat participeert in het fonds voor gemene rekening, wordt voor de toepassing van het tweede lid ter zake van die schuldvordering tot de winst van dat lichaam gerekend een bedrag gelijk aan die afwaardering voor zover met betrekking tot die schuldvordering niet reeds eerder in verband met die afwaardering een bedrag tot de winst van dat lichaam is gerekend. 5 artikel 28 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Een fonds voor gemene rekening als bedoeld in het eerste lid dat op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan 1 januari 2025 is aangemerkt als beleggingsinstelling als bedoeld inwordt geacht op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan 1 januari 2025 te hebben voldaan aan de uitdelingsverplichting, bedoeld in artikel 28, tweede lid, onderdeel b, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, met betrekking tot het laatste boekjaar of de laatste boekjaren dat is, onderscheidenlijk die zijn, aangevangen voor 1 januari 2025 en ter zake waarvan de achtmaandentermijn, bedoeld in artikel 28, tweede lid, onderdeel b, van die wet, eindigt op of na 1 januari 2025. 2023 503 27-12-2023 20-12-2023 36423 2023 503 27-12-2023 20-12-2023 36423 01-01-2024
Artikel V — Artikel V#
Artikel V 1 artikel IV, eerste lid artikel 20 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 12b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 15b van die wet artikel 15e van die wet artikel 23c van die wet artikel 23d van die wet artikel 25a, vierde lid, van die wet De door een fonds voor gemene rekening als gevolg van de toepassing van, behaalde winst behoeft niet in aanmerking te worden genomen, mits alle deelgerechtigden in het fonds voor gemene rekening op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan 1 januari 2025 zijn onderworpen aan de vennootschapsbelasting zonder ervan te zijn vrijgesteld, dan wel op 1 januari 2025 als gevolg van het niet langer aan de vennootschapsbelasting onderworpen zijn van dat fonds zijn onderworpen aan de vennootschapsbelasting zonder ervan te zijn vrijgesteld, en voor het bepalen van de winst bij het fonds voor gemene rekening op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan 1 januari 2025 en bij al die deelgerechtigden dezelfde bepalingen van toepassing zijn, noch bij dat fonds, noch bij die deelgerechtigden aanspraak bestaat op voorwaartse verrekening van verliezen op de voet van, op vermindering ter voorkoming van dubbele belasting ter zake van buitenlandse resultaten, op toepassing van de innovatiebox op de voet van, op voortwenteling van een saldo aan renten op de voet van, op toepassing van de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten op de voet van, op toepassing van de deelnemingsverrekening op de voet van, op toepassing van de verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten op de voet van, of op voortwenteling van voorheffingen op de voet vanen mits latere heffing van vennootschapsbelasting is verzekerd. Indien de winst ingevolge de eerste zin niet in aanmerking wordt genomen, treden de deelgerechtigden met betrekking tot al hetgeen als gevolg van de toepassing van artikel IV, eerste lid, aan hen wordt geacht te zijn overgedragen in de plaats van het fonds voor gemene rekening. 2 artikel IV, eerste lid Ingeval niet is voldaan aan de vereisten, bedoeld in het eerste lid, eerste zin, kan Onze Minister, op een gezamenlijk verzoek van het fonds voor gemene rekening en alle deelgerechtigden, mits die deelgerechtigden op 1 januari 2025 zijn onderworpen aan de vennootschapsbelasting zonder ervan te zijn vrijgesteld, onder door hem te stellen voorwaarden de inspecteur die is belast met de aanslagregeling van het fonds voor gemene rekening toestaan de winst die is behaald als gevolg van de toepassing van artikel IV, eerste lid, geheel of ten dele buiten aanmerking te laten. Daarbij treden die deelgerechtigden met betrekking tot al hetgeen als gevolg van de toepassing van, aan hen wordt geacht te zijn overgedragen, voor zover daaraan geen voorwaarden zijn gesteld, in de plaats van het fonds voor gemene rekening. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking waarin de voorwaarden, bedoeld in de eerste zin, zijn opgenomen. 3 artikel 20 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 12b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 15b van die wet artikel 23d van die wet artikel 23c van die wet artikel 23d van die wet artikel 25a, vierde lid, van die wet De voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, mogen slechts strekken ter verzekering van de heffing en de invordering van belasting welke verschuldigd zou zijn of zou worden indien het tweede lid, eerste zin, buiten toepassing zou blijven. Voorts kunnen voorwaarden worden gesteld die betrekking hebben op het bepalen van de in een jaar genoten winst van de deelgerechtigden, de toelaatbare reserves, de verrekening van verliezen op de voet van, de vermindering ter voorkoming van dubbele belasting ter zake van buitenlandse resultaten, de toepassing van de innovatiebox op de voet van, de voortwenteling van een saldo aan renten op de voet van, de toepassing van de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten op de voet van, de toepassing van de deelnemingsverrekening op de voet van, de toepassing van de verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten op de voet vanof op de voortwenteling van voorheffingen op de voet vanen kunnen voorwaarden worden gesteld indien op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan 1 januari 2025 de waarde in het economische verkeer van de vermogensbestanddelen die aan de deelgerechtigden worden geacht te zijn overgedragen lager is dan de boekwaarde van deze vermogensbestanddelen. 4 Het verzoek, bedoeld in het tweede lid, wordt uiterlijk op het tijdstip van het doen van de aangifte vennootschapsbelasting van het fonds voor gemene rekening over het boekjaar dat eindigt op 31 december 2024 schriftelijk gedaan. 2023 503 27-12-2023 20-12-2023 36423 2023 503 27-12-2023 20-12-2023 36423 01-01-2024
Artikel VI — Artikel VI#
Artikel VI 1 afdelingen 3.2 3.4 hoofdstuk 4 afdelingen 7.2 7.3 7.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel IV, eerste lid Voor de toepassing van deen,en de,enen debehoeft het voordeel dat is behaald door een deelgerechtigde ter zake van de vervreemding van zijn bewijs van deelgerechtigdheid in een fonds voor gemene rekening als bedoeld in, in het kader van een aandelenfusie als bedoeld in het tweede lid niet in aanmerking te worden genomen indien die aandelenfusie uiterlijk op 31 december 2024 plaatsvindt en latere heffing is verzekerd. De eerste zin is niet van toepassing op een in het kader van een aandelenfusie genoten bijbetaling. 2 artikelen VIII IX artikel IV, eerste lid Voor de toepassing van dit artikel en deenis sprake van een aandelenfusie indien een vennootschap (verkrijgende vennootschap) tegen uitreiking van eigen aandelen of winstbewijzen, eventueel met bijbetaling, dan wel bij wijze van storting op de aandelen in die vennootschap, het bewijs van deelgerechtigdheid van de deelgerechtigde in het fonds voor gemene rekening, bedoeld in, verwerft, tenzij: a. de bijbetaling 10 percent van de nominale waarde van de uitgereikte aandelen te boven gaat; b. de deelgerechtigde die een aanmerkelijk belang heeft in het fonds voor gemene rekening na het vervreemden van zijn bewijzen van deelgerechtigdheid in dat fonds aan de verkrijgende vennootschap in het kader van de fusie geen aanmerkelijk belang heeft in die verkrijgende vennootschap; of c. de fusie per saldo resulteert in een vermogensverschuiving van de deelgerechtigde in het fonds voor gemene rekening naar een of meer andere aandeelhouders in of andere gerechtigden tot het vermogen van de verkrijgende vennootschap. 3 afdelingen 3.2 7.2 3.4 Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Wet inkomstenbelasting 2001 Indien de deelgerechtigde in het fonds voor gemene rekening onderworpen is aan de vennootschapsbelasting of het bewijs van deelgerechtigdheid van de deelgerechtigde in het fonds voor gemene rekening behoort tot het vermogen van een onderneming of van een werkzaamheid als bedoeld in deen, onderscheidenlijken 7.2, van de Wet inkomstenbelasting 2001, en het voordeel volgens het eerste lid buiten aanmerking blijft, wordt voor de toepassing van deof de betreffende afdelingen van dedoor die deelgerechtigde de boekwaarde van de in het kader van de aandelenfusie verworven aandelen of winstbewijzen in de verkrijgende vennootschap gesteld op, dan wel wordt de boekwaarde van de aandelen in de verkrijgende vennootschap waarop in het kader van de aandelenfusie is gestort verhoogd met, de waarde waarvoor zijn bewijs van deelgerechtigdheid in het open fonds voor gemene rekening onmiddellijk voorafgaand aan het fusietijdstip te boek was gesteld. 4 hoofdstuk 4 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 17, derde lid, onderdeel b, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Indien de deelgerechtigde een aanmerkelijk belang als bedoeld inofin het fonds voor gemene rekening heeft en het voordeel volgens het eerste lid buiten aanmerking blijft, wordt voor de toepassing van genoemd hoofdstuk 4, onderscheidenlijk genoemd artikel 17, derde lid, onderdeel b, de verkrijgingsprijs van de in het kader van de aandelenfusie verworven aandelen of winstbewijzen in de verkrijgende vennootschap gesteld op, dan wel wordt de verkrijgingsprijs van de aandelen in de verkrijgende vennootschap waarop in het kader van de aandelenfusie is gestort verhoogd met, de verkrijgingsprijs van het in het kader van de aandelenfusie vervreemde bewijs van deelgerechtigdheid in het fonds voor gemene rekening. 5 artikelen 13h 13i van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Deenzijn van overeenkomstige toepassing. 2023 503 27-12-2023 20-12-2023 36423 2023 503 27-12-2023 20-12-2023 36423 01-01-2024
Artikel VII — Artikel VII#
Artikel VII artikel II, onderdeel B artikel 6a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Indien een lichaam als gevolg van de inwerkingtreding van, niet langer kwalificeert als vrijgestelde beleggingsinstelling als bedoeld inen het boekjaar van dat lichaam niet gelijk is aan het kalenderjaar, wordt dat lichaam, in afwijking in zoverre van artikel 6a, zesde lid, van die wet, met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel B, niet langer als vrijgestelde beleggingsinstelling aangemerkt. 2023 503 27-12-2023 20-12-2023 36423 2023 503 27-12-2023 20-12-2023 36423 01-01-2025
Artikel VIII — Artikel VIII#
Artikel VIII 1 artikel VI artikel 1, onderdeel a, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer In het kader van een aandelenfusie als bedoeld inis van overdrachtsbelasting als bedoeld invrijgesteld: mits in het kader van de aandelenfusie de verkrijgende vennootschap aan de inbrenger aandelen uitreikt, dan wel een storting op de aandelen in die vennootschap plaatsvindt en de inbrenger door middel van die uitgereikte, onderscheidenlijk bestaande, aandelen een soortgelijk belang houdt in die vennootschap, als hij had in het vermogen van het fonds voor gemene rekening op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan de inbreng. a. de verkrijging door een vennootschap krachtens inbreng door de inbrenger; en b. artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer de verkrijging door de inbrenger van aandelen als bedoeld in; 2 De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing: a. indien de verkrijging betrekking heeft op onroerende zaken die zijn ingebracht in een fonds voor gemene rekening dat tot stand is gekomen na 19 september 2023, 15:15 uur; of b. voor zover de verkrijging betrekking heeft op onroerende zaken die zijn ingebracht door deelgerechtigden die na 19 september 2023, 15:15 uur, zijn toegetreden tot een fonds voor gemene rekening. 3 De overdrachtsbelasting die ingevolge het eerste lid niet is geheven is alsnog verschuldigd indien de inbrenger het door de aandelen vertegenwoordigde soortgelijke belang binnen drie jaren na de aandelenfusie, bedoeld in artikel VI, niet meer geheel in het bezit heeft. De bepaling is eveneens van toepassing bij vervreemding van claims of het verlenen van een koopoptie op de aandelen, alsmede bij een gehele of gedeeltelijke terugbetaling van hetgeen op de aandelen is gestort. 4 Het derde lid blijft buiten toepassing in geval van een vervreemding van het door de aandelen vertegenwoordigde soortgelijke belang door de inbrenger, indien de verkrijger ter zake van de verkrijging van dat door de aandelen vertegenwoordigde soortgelijke belang overdrachtsbelasting verschuldigd is. 5 Het derde lid blijft buiten toepassing in geval van een vervreemding van het door de aandelen vertegenwoordigde soortgelijke belang door de inbrenger: a. artikel 15, eerste lid, onderdeel h, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer in het kader van een fusie of splitsing waarop de vrijstelling, bedoeld in, wordt toegepast; dan wel b. indien ten minste 75 percent van de aandelen van de vennootschap die de aandelen aan de inbrenger heeft toegekend wordt verkregen door een andere vennootschap tegen toekenning van een door eigen aandelen vertegenwoordigd soortgelijk belang. 6 Voor de toepassing van het vijfde lid, onderdeel b, wordt onder toekenning van aandelen mede begrepen het geval waarin naast toekenning van aandelen tevens een bedrag in geld wordt betaald van ten hoogste 10 percent van de nominale waarde van de toegekende aandelen. 7 Het vijfde lid is slechts van toepassing indien het toegekende belang in de plaats komt van het door de aandelen vertegenwoordigde soortgelijke belang, bedoeld in het derde lid, dan wel het toegekende belang de resterende periode in het bezit blijft van de opvolgende verkrijger. 8 Artikel 15, negende lid, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer is van overeenkomstige toepassing op de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat aangifte wordt gedaan op een door de inspecteur aangegeven wijze. 2023 503 27-12-2023 20-12-2023 36423 2023 503 27-12-2023 20-12-2023 36423 01-01-2024
Artikel IX — Artikel IX#
Artikel IX 1 artikel VI artikel 25, achtste lid, van de Invorderingswet 1990 Indien de bewijzen van deelgerechtigdheid die worden vervreemd in het kader van een aandelenfusie als bedoeld inten grondslag liggen aan uitstel van betaling dat is verleend op grond van, kan de ontvanger het uitstel voortzetten op schriftelijk verzoek van de belastingschuldige aan wie het uitstel is verleend, in welk geval de aandelen in of winstbewijzen van de bij de aandelenfusie verkrijgende vennootschap voortaan worden geacht aan het verleende uitstel ten grondslag te liggen. 2 De ontvanger kan aan het voortzetten van het uitstel voorwaarden stellen die betrekking hebben op de belastingschuldige, daaronder begrepen: a. het gedurende de looptijd van het uitstel jaarlijks aan de hand van schriftelijke bescheiden aannemelijk maken dat hij recht heeft op gehele of gedeeltelijke voortzetting van het uitstel; b. het jaarlijks aan de ontvanger verstrekken van informatie over zijn actuele adres en werkelijke verblijfplaats. 3 Indien de belastingschuldige niet voldoet aan de voorwaarden die de ontvanger aan het voortzetten van het uitstel van betaling heeft gesteld, kan de ontvanger het uitstel van betaling intrekken. 2023 503 27-12-2023 20-12-2023 36423 2023 503 27-12-2023 20-12-2023 36423 01-01-2024
Artikel IXa — Artikel IXa#
Artikel IXa De bewijzen van deelgerechtigdheid in een fonds worden geacht met ingang van 1 januari 2025 niet verhandelbaar te zijn indien: a. artikel 2, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van die wet het fonds voor gemene rekening of het lichaam opgericht of aangegaan naar het recht van een andere staat dat een met een fonds voor gemene rekening vergelijkbare rechtsvorm heeft zonder toepassing van dit artikel met ingang van 1 januari 2025 belastingplichtig zou zijn op grond van, onderscheidenlijk; b. artikel 2 3 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 het fonds onmiddellijk voorafgaand aan 1 januari 2025 niet belastingplichtig was op grond vanof; c. uiterlijk op 31 december 2025 de vervreemding van de bewijzen van deelgerechtigdheid in het fonds uitsluitend kan plaatsvinden aan het fonds voor gemene rekening; en d. reeds vóór 1 januari 2025 het voornemen bestond om aan de voorwaarde in onderdeel c te voldoen. 2024 434 23-12-2024 18-12-2024 36602 2023 503 27-12-2023 20-12-2023 36423 01-01-2025 2024 434 23-12-2024 18-12-2024 36602
Artikel IXb — Artikel IXb#
Artikel IXb 1 Indien een lichaam daarvoor kiest wordt dat lichaam met ingang van 1 januari 2025 niet aangemerkt als fonds voor gemene rekening of lichaam opgericht of aangegaan naar het recht van een andere staat dat een met een fonds voor gemene rekening vergelijkbare rechtsvorm heeft, mits: a. artikel 2, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van die wet dat lichaam zonder toepassing van dit artikel met ingang van 1 januari 2025 belastingplichtig zou zijn op grond van, onderscheidenlijk; b. artikel 2 3 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 onmiddellijk voorafgaand aan 1 januari 2025 dat lichaam niet belastingplichtig was op grond vanofen de bezittingen en schulden alsmede de opbrengsten en kosten van dat lichaam aan de participanten van dat lichaam werden toegerekend; en c. artikel IXa, onderdeel d artikel 2.14bis, eerste of tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 ingeval dat lichaam niet aan de in, opgenomen voorwaarde voldoet, de participanten aan wie de bezittingen en schulden alsmede de opbrengsten en kosten van dat lichaam als gevolg van de keuze, bedoeld in de aanhef, op grond vangedurende het jaar 2025 worden toegerekend uiterlijk op 28 februari 2026 instemmen met die keuze van dat lichaam. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien een lichaam is opgericht of aangegaan op of na 1 januari 2025, met dien verstande dat voor 1 januari 2025 wordt gelezen het moment waarop dat lichaam is opgericht of aangegaan en dat de voorwaarde die is opgenomen in het eerste lid, onderdeel b niet van toepassing is. 2025 445 23-12-2025 17-12-2025 36813 2025 445 23-12-2025 17-12-2025 36813 01-01-2026 01-01-2025
Artikel X — Artikel X#
Artikel X 1 Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2024. 2 artikelen I II III VII IXA In afwijking van het eerste lid treden de,,,enin werking met ingang van 1 januari 2025. 2024 434 23-12-2024 18-12-2024 36602 2024 434 23-12-2024 18-12-2024 36602 01-01-2025
Artikel XI — Artikel XI#
Artikel XI Deze wet wordt aangehaald als: Wet aanpassing fonds voor gemene rekening en vrijgestelde beleggingsinstelling. 2023 503 27-12-2023 20-12-2023 36423 2023 503 27-12-2023 20-12-2023 36423 01-01-2024