Wet van 20 december 2023 tot wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en enige andere wetten tot codificatie en aanvulling van het fiscale kwalificatiebeleid inzake buitenlandse rechtsvormen en tot afschaffing van de zelfstandige belastingplicht van de open commanditaire vennootschap (Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen)
- BWB-id
- BWBR0049130
- Type
- Wet
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0049130
- ELI
- /eli/nl/wet/2024/wet-fiscaal-kwalificatiebeleid-rechtsvormen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/2024/wet-fiscaal-kwalificatiebeleid-rechtsvormen/2025-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0049130&g=2025-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0049130&z=2026-06-06&g=2025-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0049130/2025-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/2024/wet-fiscaal-kwalificatiebeleid-rechtsvormen
Artikel I — Artikel I#
Artikel I wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001. 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 01-01-2025
Artikel II — Artikel II#
Artikel II wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 01-01-2025
Artikel III — Artikel III#
Artikel III wijzigt de Wet op de dividendbelasting 1965. 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 01-01-2025
Artikel IV — Artikel IV#
Artikel IV wijzigt de Wet bronbelasting 2021. 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 01-01-2025
Artikel V — Artikel V#
Artikel V wijzigt de Successiewet 1956. 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 01-01-2025
Artikel VI — Artikel VI#
Artikel VI wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen. 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 01-01-2025
Artikel VII — Artikel VII#
Artikel VII wijzigt de Invorderingswet 1990. 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 01-01-2025
Artikel VIII — Artikel VIII#
Artikel VIII wijzigt de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen. 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 01-01-2025
Artikel IX — Artikel IX#
Artikel IX 1 Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 2, derde lid, onderdeel c, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen artikelen 2 3 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Voor de toepassing van dewordt een open commanditaire vennootschap als bedoeld inzoals dat luidde op 31 december 2024, die als gevolg van deze wet met ingang van 1 januari 2025 niet langer onderworpen is aan de vennootschapsbelasting op grond van deof, geacht op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan 1 januari 2025 al haar vermogensbestanddelen tegen de waarde in het economische verkeer te hebben overgedragen aan de natuurlijk personen of lichamen die participeren in die vennootschap naar rato van ieders gerechtigdheid en wordt die vennootschap geacht te zijn opgehouden in Nederland belastbare winst te genieten. 2 Wet inkomstenbelasting 2001 Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Voor de toepassing van deen dewordt de commanditaire vennoot in een open commanditaire vennootschap als bedoeld in het eerste lid geacht op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan 1 januari 2025 zijn aandeel in en schuldvordering op de open commanditaire vennootschap te hebben vervreemd tegen de waarde in het economische verkeer. 3 Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.92 van die wet artikelen 3.91, eerste lid, onderdelen a of b 3.92 van die wet artikel 25, veertiende lid, onderdeel a, van de Invorderingswet 1990 Voor de toepassing van dewordt een belastingplichtige die resultaat uit een werkzaamheid in de zin vangeniet vanwege het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen aan een open commanditaire vennootschap als bedoeld in het eerste lid, geacht op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan 1 januari 2025 de tot die werkzaamheid behorende vermogensbestanddelen te hebben vervreemd tegen de waarde in het economische verkeer en wordt die belastingplichtige geacht te zijn opgehouden in Nederland belastbaar resultaat uit die werkzaamheid te genieten, tenzij de tot die werkzaamheid behorende vermogensbestanddelen op 1 januari 2025 door die belastingplichtige nog steeds worden aangewend ten behoeve van een werkzaamheid als bedoeld in de, of. De vervreemding, bedoeld in de eerste zin, wordt niet aangemerkt als een vervreemding als bedoeld in. 4 artikel 17a, onderdeel c, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Indien een schuldvordering als bedoeld in het tweede lid kwalificeert als een schuldvordering als bedoeld inen die schuldvordering is afgewaardeerd ten laste van de belastbare winst uit een Nederlandse onderneming van een commanditaire vennoot, wordt voor de toepassing van het tweede lid ter zake van die schuldvordering tot de winst van die vennoot gerekend een bedrag gelijk aan die afwaardering voor zover met betrekking tot die schuldvordering niet reeds eerder in verband met die afwaardering een bedrag tot de winst van die vennoot is gerekend. 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 01-01-2024
Artikel X — Artikel X#
Artikel X 1 artikel IX, eerste lid artikel IX, eerste lid artikel 9, eerste lid, onderdeel e, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 20 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 12b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 15b van die wet artikel 15e van die wet artikel 23c van die wet artikel 23d van die wet artikel 25a, vierde lid, van die wet De door een open commanditaire vennootschap als gevolg van de toepassing van, behaalde winst behoeft niet in aanmerking te worden genomen, mits alle commanditaire vennoten op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan 1 januari 2025 zijn onderworpen aan de vennootschapsbelasting zonder ervan te zijn vrijgesteld, dan wel op 1 januari 2025 als gevolg van het niet langer aan de vennootschapsbelasting onderworpen zijn van de commanditaire vennootschap zijn onderworpen aan de vennootschapsbelasting zonder ervan te zijn vrijgesteld, en voor het bepalen van de winst bij de open commanditaire vennootschap op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan 1 januari 2025, en bij al die commanditaire vennoten, afgezien vanzoals dat luidde op 31 december 2024, dezelfde bepalingen van toepassing zijn, noch bij die open commanditaire vennootschap, noch bij die commanditaire vennoten aanspraak bestaat op voorwaartse verrekening van verliezen op de voet van, op vermindering ter voorkoming van dubbele belasting ter zake van buitenlandse resultaten, op toepassing van de innovatiebox op de voet van, op voortwenteling van een saldo aan renten op de voet van, op toepassing van de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten op de voet van, op toepassing van de deelnemingsverrekening op de voet van, op toepassing van de verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten op de voet vanof op voortwenteling van voorheffingen op de voet vanen mits latere heffing van vennootschapsbelasting is verzekerd. Indien de winst ingevolge de eerste zin niet in aanmerking wordt genomen, treden de commanditaire vennoten met betrekking tot al hetgeen als gevolg van de toepassing van, aan hen wordt geacht te zijn overgedragen in de plaats van de open commanditaire vennootschap. 2 artikel IX, eerste lid Ingeval niet is voldaan aan de vereisten, bedoeld in het eerste lid, eerste zin, kan Onze Minister op een gezamenlijk verzoek van de open commanditaire vennootschap en alle commanditaire vennoten, mits die vennoten op 1 januari 2025 zijn onderworpen aan de vennootschapsbelasting zonder ervan te zijn vrijgesteld, onder door hem te stellen voorwaarden de inspecteur die is belast met de aanslagregeling van de open commanditaire vennootschap toestaan de winst die is behaald als gevolg van de toepassing van, geheel of ten dele buiten aanmerking te laten. Daarbij treden die vennoten met betrekking tot al hetgeen als gevolg van de toepassing van artikel IX, eerste lid, aan hen wordt geacht te zijn overgedragen, voor zover daaraan geen voorwaarden zijn gesteld, in de plaats van de open commanditaire vennootschap. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking waarin de voorwaarden, bedoeld in de eerste zin, zijn opgenomen. 3 artikel 20 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 12b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 15b van die wet artikel 23d van die wet artikel 23c van die wet artikel 25a, vierde lid, van die wet De voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, mogen slechts strekken ter verzekering van de heffing en de invordering van belasting welke verschuldigd zou zijn of zou worden indien het tweede lid, eerste zin, buiten toepassing zou blijven. Voorts kunnen voorwaarden worden gesteld die betrekking hebben op het bepalen van de in een jaar genoten winst van de commanditaire vennoten, de toelaatbare reserves, de verrekening van verliezen op de voet van, de vermindering ter voorkoming van dubbele belasting ter zake van buitenlandse resultaten, de toepassing van de innovatiebox op de voet van, de voortwenteling van een saldo aan renten op de voet van, de toepassing van de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten op de voet van, de toepassing van de deelnemingsverrekening op de voet van, de toepassing van de verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten op de voet van artikel 23d van die wet, of op de voortwenteling van voorheffingen op de voet vanen kunnen voorwaarden worden gesteld indien op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan 1 januari 2025 de waarde in het economische verkeer van de vermogensbestanddelen die aan de commanditaire vennoten worden geacht te zijn overgedragen lager is dan de boekwaarde van deze vermogensbestanddelen. 4 Het verzoek, bedoeld in het tweede lid, wordt uiterlijk op het tijdstip van het doen van de aangifte vennootschapsbelasting van de open commanditaire vennootschap over het boekjaar dat eindigt op 31 december 2024 schriftelijk gedaan. 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 01-01-2024
Artikel XI — Artikel XI#
Artikel XI artikel IX, eerste lid artikel 38n van de Wet op de loonbelasting 1964 artikel 19a, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op de loonbelasting 1964 Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Indien een open commanditaire vennootschap als bedoeld in, een pensioenverplichting heeft als bedoeld inen die vennootschap die verplichting uiterlijk op 31 december 2024 overdraagt aan een toegelaten verzekeraar als bedoeld in, zoals dat luidde op 31 december 2016, worden voor de toepassing van dede bij de overdragende vennootschap hierbij ontstane last en de door de ontvangende verzekeraar hierbij behaalde winst niet in aanmerking genomen. 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 01-01-2024
Artikel XII — Artikel XII#
Artikel XII 1 afdelingen 3.2 3.4 hoofdstuk 4 afdelingen 7.2 7.3 7.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel IX, eerste lid Voor de toepassing van deen,en de,enen debehoeft het voordeel dat is behaald door een commanditaire vennoot ter zake van de vervreemding van zijn aandeel in een open commanditaire vennootschap als bedoeld in, in het kader van een aandelenfusie als bedoeld in het tweede lid niet in aanmerking te worden genomen indien die aandelenfusie uiterlijk op 31 december 2024 plaatsvindt en latere heffing is verzekerd. De eerste zin is niet van toepassing op een in het kader van een aandelenfusie genoten bijbetaling. 2 artikelen XIII XIV XVI artikel IX, eerste lid Voor de toepassing van dit artikel en de,enis sprake van een aandelenfusie indien een vennootschap (verkrijgende vennootschap) tegen uitreiking van eigen aandelen of winstbewijzen, eventueel met bijbetaling, dan wel bij wijze van storting op de aandelen in die vennootschap, het aandeel van de commanditaire vennoot in de open commanditaire vennootschap, bedoeld in, verwerft, tenzij: a. de bijbetaling 10 percent van de nominale waarde van de uitgereikte aandelen te boven gaat; b. de commanditaire vennoot die een aanmerkelijk belang heeft in de commanditaire vennootschap na het vervreemden van zijn aandeel in die vennootschap aan de verkrijgende vennootschap in het kader van de fusie geen aanmerkelijk belang heeft in die verkrijgende vennootschap; of c. de fusie per saldo resulteert in een vermogensverschuiving van de commanditaire vennoot in de open commanditaire vennootschap naar een of meer andere aandeelhouders in of andere gerechtigden tot het vermogen van de verkrijgende vennootschap. 3 afdelingen 3.2 7.2 3.4 7.2, van de Wet inkomstenbelasting 2001 Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Wet inkomstenbelasting 2001 Indien de commanditaire vennoot onderworpen is aan de vennootschapsbelasting of het aandeel van de commanditaire vennoot in de open commanditaire vennootschap behoort tot het vermogen van een onderneming of van een werkzaamheid als bedoeld in deen, onderscheidenlijkenen het voordeel volgens het eerste lid buiten aanmerking blijft, wordt voor de toepassing van deof de betreffende afdelingen van dedoor die commanditaire vennoot de boekwaarde van de in het kader van de aandelenfusie verworven aandelen of winstbewijzen in de verkrijgende vennootschap gesteld op, dan wel wordt de boekwaarde van de aandelen in de verkrijgende vennootschap waarop in het kader van de aandelenfusie is gestort verhoogd met, de waarde waarvoor zijn aandeel in de open commanditaire vennootschap op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het fusietijdstip te boek was gesteld. 4 hoofdstuk 4 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 17, derde lid, onderdeel b, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Indien de commanditaire vennoot een aanmerkelijk belang als bedoeld inofin de open commanditaire vennootschap heeft en het voordeel volgens het eerste lid buiten aanmerking blijft, wordt voor de toepassing van genoemd hoofdstuk 4, onderscheidenlijk genoemd artikel 17, derde lid, onderdeel b, de verkrijgingsprijs van de in het kader van de aandelenfusie verworven aandelen of winstbewijzen in de verkrijgende vennootschap gesteld op, dan wel wordt de verkrijgingsprijs van de aandelen in de verkrijgende vennootschap waarop in het kader van de aandelenfusie is gestort verhoogd met, de verkrijgingsprijs van het in het kader van de aandelenfusie vervreemde aandeel in de open commanditaire vennootschap. 5 artikelen 13h 13i van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Deenzijn van overeenkomstige toepassing. 6 artikel 35d, eerste lid, van de Successiewet 1956 In geval van een aandelenfusie als bedoeld in het tweede lid worden voor de toets of is voldaan aan de periode van één jaar, onderscheidenlijk vijf jaren, bedoeld in, de bezitsperiode van de in het kader van de aandelenfusie verkregen aandelen of winstbewijzen en de bezitsperiode van het in het kader van de aandelenfusie vervreemde aandeel in de open commanditaire vennootschap bij elkaar gevoegd als ware het één periode. 7 artikel 3.92, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.92, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 35d, eerste lid, van de Successiewet 1956 artikel IX Indien een commanditaire vennoot resultaat uit een werkzaamheid in de zin vangeniet vanwege het ter beschikking stellen van onroerende zaken aan een open commanditaire vennootschap als bedoeld in, eerste lid, en deze resultaatgenieter als gevolg van een aandelenfusie als bedoeld in het tweede lid met ingang van het tijdstip waarop de aandelenfusie plaatsvindt resultaat uit een werkzaamheid in de zin vangeniet, dan worden voor de toets of is voldaan aan de periode van één jaar, onderscheidenlijk vijf jaren, bedoeld in, beide periodes van het genieten van resultaat uit een werkzaamheid bij elkaar gevoegd als ware het één periode. 8 artikel 35e van de Successiewet 1956 Een aandelenfusie als bedoeld in het tweede lid wordt in afwijking vanniet als een gebeurtenis als bedoeld in dat artikel aangemerkt. 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 01-01-2024
Artikel XIII — Artikel XIII#
Artikel XIII 1 artikel IX, derde lid Op verzoek van de commanditaire vennoot wordt het als gevolg van de toepassing van, door hem behaalde resultaat niet in aanmerking genomen, mits de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel IX, derde lid, met ingang van 1 januari 2025 worden gebruikt in de onderneming waaruit die vennoot, anders dan als ondernemer of aandeelhouder, als medegerechtigde tot het vermogen winst gaat genieten. In dat geval stelt de commanditaire vennoot, als medegerechtigde tot het vermogen van de commanditaire vennootschap, de betreffende vermogensbestanddelen te boek op de waarde waarvoor die vermogensbestanddelen op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan 1 januari 2025 bij de werkzaamheid te boek waren gesteld. 2 artikel 3.53, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.64 van die wet artikel 3.25 van die wet Dit artikel is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de fiscale reserves, bedoeld in, de doorschuiving via te conserveren inkomen naar een andere werkzaamheid op de voet van, alsmede voorzieningen die in overeenstemming metzijn gevormd bij de bepaling van het resultaat uit de werkzaamheid. Degene die, anders dan als ondernemer of aandeelhouder, als medegerechtigde tot het vermogen winst gaat genieten en naar wie de reserve of voorziening overgaat dan wel bij wie er via te conserveren inkomen wordt doorgeschoven, wordt voor het bepalen van de winst geacht in de plaats te zijn getreden van degene die de reserve of voorziening heeft gevormd. 3 artikel IX, eerste lid artikel 3.92 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 35d, eerste lid, van de Successiewet 1956 Indien als gevolg van de inwerkingtreding van deze wet de terbeschikkingstelling van onroerende zaken aan een open commanditaire vennootschap als bedoeld in, met ingang van 1 januari 2025 niet langer als een werkzaamheid als bedoeld inwordt aangemerkt en de onroerende zaken met ingang van dat tijdstip dienstbaar zijn aan de onderneming waarin als gevolg van de inwerkingtreding van deze wet een medegerechtigdheid is ontstaan, dan worden voor de toets of is voldaan aan de periode van één jaar, onderscheidenlijk vijf jaren, bedoeld in, de onmiddellijk aan 1 januari 2025 voorafgaande periode van die terbeschikkingstelling en de periode waarin die onroerende zaken dienstbaar zijn aan de onderneming waarin die medegerechtigdheid is ontstaan bij elkaar gevoegd als ware het één periode. 4 artikel IX, eerste lid artikel 3.92 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 35e, eerste lid, onderdeel d, onder 1°, van de Successiewet 1956 artikel 35b, vijfde lid, van de Successiewet 1956 Indien als gevolg van de inwerkingtreding van deze wet de terbeschikkingstelling van onroerende zaken aan een open commanditaire vennootschap als bedoeld in, met ingang van 1 januari 2025 niet langer als een werkzaamheid als bedoeld inwordt aangemerkt, wordt dit niet als een gebeurtenis als bedoeld inaangemerkt, mits de onroerende zaken met ingang van dat tijdstip dienstbaar zijn aan de onderneming waarin als gevolg van de inwerkingtreding van deze wet een medegerechtigdheid is ontstaan. Daarbij worden voor de toets of is voldaan aan het voortzettingsvereiste gedurende de periode van vijf jaren, bedoeld in, de onmiddellijk aan 1 januari 2025 voorafgaande periode van die terbeschikkingstelling en de periode waarin die onroerende zaken dienstbaar zijn aan de onderneming waarin die medegerechtigdheid is ontstaan bij elkaar gevoegd als ware het één periode. 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 01-01-2024
Artikel XIIIa — Artikel XIIIa#
Artikel XIIIa artikel IX, eerste lid artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet bronbelasting 2021 artikel 3.1, onderdeel c, van die wet Indien zonder toepassing van dit artikel een open commanditaire vennootschap als bedoeld in, op grond vanbelastingplichtig is voor de bronbelasting met betrekking tot voordelen als bedoeld inwordt voor de toepassing van die wet en de daarop berustende bepalingen niet die open commanditaire vennootschap maar elke achterliggende gerechtigde die een belang heeft in die open commanditaire vennootschap aangemerkt als de gerechtigde tot die voordelen, zulks naar rato van ieders gerechtigdheid. 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 01-01-2024
Artikel XIV — Artikel XIV#
Artikel XIV 1 artikel 35c, eerste lid, onderdeel c, juncto derde lid, van de Successiewet 1956 Successiewet 1956 artikel 3.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel IX Voor zover een commanditaire vennoot die een aanmerkelijk belang als bedoeld inheeft in een open commanditaire vennootschap als bedoeld in, eerste lid, op 1 januari 2025 als gevolg van de inwerkingtreding van deze wet medegerechtigde als bedoeld in artikel 35c, eerste lid, onderdelen b of c, van de Successiewet 1956 wordt tot het vermogen van een door middel van die commanditaire vennootschap gedreven onderneming, wordt deze medegerechtigdheid voor de toepassing van deen de daarop berustende bepalingen gelijkgesteld met een medegerechtigdheid die een rechtstreekse voortzetting vormt van een eerder door de erflater, schenker of vennootschap gedreven onderneming als bedoeld in. 2 artikel 35d, eerste lid, van de Successiewet 1956 artikel 35c, eerste lid, onderdeel c, juncto derde lid, van de Successiewet 1956 Indien het eerste lid is toegepast, worden voor de toets of is voldaan aan de periode van één jaar, onderscheidenlijk vijf jaren, bedoeld in, de bezitsperiode van de ontstane medegerechtigdheid en de bezitsperiode van het voor de inwerkingtreding van de wet bestaande aanmerkelijk belang in de open commanditaire vennootschap, bedoeld in, bij elkaar gevoegd als ware het één periode. 3 artikel 35e, eerste lid, onderdeel c, van de Successiewet 1956 artikel 35c, eerste lid, onderdeel c, juncto derde lid, van de Successiewet 1956 Indien het eerste lid is toegepast, wordt dit niet als een gebeurtenis als bedoeld inaangemerkt, waarbij voor de toets of is voldaan aan de periode van vijf jaren, bedoeld in artikel 35e van die wet, de voortzettingsperiode van de ontstane medegerechtigheid en de voortzettingsperiode van het voor de inwerkingtreding van deze wet bestaande aanmerkelijk belang in de open commanditaire vennootschap, bedoeld in, bij elkaar worden gevoegd als ware het één periode. 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 01-01-2024
Artikel XV — Artikel XV#
Artikel XV 1 artikel XII artikel 1, onderdeel a, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer In het kader van een aandelenfusie als bedoeld inis van overdrachtsbelasting als bedoeld invrijgesteld: artikel IX, eerste lid mits in het kader van de aandelenfusie de verkrijgende vennootschap aan de inbrenger aandelen uitreikt, dan wel een storting op de aandelenin die vennootschap plaatsvindt, en de inbrenger door middel van die uitgereikte, onderscheidenlijk bestaande, aandelen een soortgelijk belang houdt in die vennootschap, als hij had in de vennootschappelijke gemeenschap van de open commanditaire vennootschap, bedoeld in, op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan de inbreng. a. de verkrijging door een vennootschap krachtens inbreng door de inbrenger; en b. artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer de verkrijging door de inbrenger van aandelen als bedoeld in; 2 De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing: a. indien de verkrijging betrekking heeft op voor onroerende zaken die zijn ingebracht in een open commanditaire vennootschap die tot stand is gekomen na 19 september 2023, 15:15 uur; of b. voor zover de verkrijging betrekking heeft op onroerende zaken die zijn ingebracht door commanditaire vennoten die na 19 september 2023, 15:15 uur, zijn toegetreden tot een open commanditaire vennootschap. 3 artikel XII De overdrachtsbelasting die ingevolge het eerste lid niet is geheven is alsnog verschuldigd indien de inbrenger het door de aandelen vertegenwoordigde soortgelijke belang binnen drie jaren na de aandelenfusie, bedoeld in, niet meer geheel in het bezit heeft. De bepaling is eveneens van toepassing bij vervreemding van claims of het verlenen van een koopoptie op de aandelen, alsmede bij een gehele of gedeeltelijke terugbetaling van hetgeen op de aandelen is gestort. 4 Het derde lid blijft buiten toepassing in geval van een vervreemding van het door de aandelen vertegenwoordigde soortgelijke belang door de inbrenger, indien de verkrijger ter zake van de verkrijging van dat door de aandelen vertegenwoordigde soortgelijke belang overdrachtsbelasting verschuldigd is. 5 Het derde lid blijft buiten toepassing in geval van een vervreemding van het door de aandelen vertegenwoordigde soortgelijke belang door de inbrenger: a. artikel 15, eerste lid, onderdeel h, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer in het kader van een fusie of splitsing of interne reorganisatie waarop de vrijstelling, bedoeld in, wordt toegepast; dan wel b. indien ten minste 75 percent van de aandelen van de vennootschap die de aandelen aan de inbrenger heeft toegekend wordt verkregen door een andere vennootschap tegen toekenning van een door eigen aandelen vertegenwoordigd soortgelijk belang. 6 Voor de toepassing van het vijfde lid, onderdeel b, wordt onder toekenning van aandelen mede begrepen het geval waarin naast toekenning van aandelen tevens een bedrag in geld wordt betaald van ten hoogste10 percent van de nominale waarde van de toegekende aandelen. 7 Het vijfde lid is slechts van toepassing indien het toegekende belang in de plaats komt van het door de aandelen vertegenwoordigde soortgelijke belang, bedoeld in het derde lid, dan wel het toegekende belang de resterende periode in het bezit blijft van de opvolgende verkrijger. 8 Artikel 15, negende lid, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer is van overeenkomstige toepassing op de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat aangifte wordt gedaan op een door de inspecteur aangegeven wijze. 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 01-01-2024
Artikel XVI — Artikel XVI#
Artikel XVI 1 artikel XII artikel 25, achtste lid, van de Invorderingswet 1990 Indien de aandelen die worden vervreemd in het kader van een aandelenfusie als bedoeld inten grondslag liggen aan uitstel van betaling dat is verleend op grond van, kan de ontvanger het uitstel voortzetten op schriftelijk verzoek van de belastingschuldige aan wie het uitstel is verleend, in welk geval de aandelen in of winstbewijzen van de bij de aandelenfusie verkrijgende vennootschap voortaan worden geacht aan het verleende uitstel ten grondslag te liggen. 2 De ontvanger kan aan het voortzetten van het uitstel voorwaarden stellen die betrekking hebben op de belastingschuldige, daaronder begrepen: a. het gedurende de looptijd van het uitstel jaarlijks aan de hand van schriftelijke bescheiden aannemelijk maken dat hij recht heeft op gehele of gedeeltelijke voortzetting van het uitstel; b. het jaarlijks aan de ontvanger verstrekken van informatie over zijn actuele adres en werkelijke verblijfplaats. 3 Indien de belastingschuldige niet voldoet aan de voorwaarden die de ontvanger aan het voortzetten van het uitstel van betaling heeft gesteld, kan de ontvanger het uitstel van betaling intrekken. 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 01-01-2024
Artikel XVII — Artikel XVII#
Artikel XVII artikelen IX tot en met XVI artikelen 2 3 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Dezijn van overeenkomstige toepassing op een maatschap, een vennootschap onder firma en een naar het recht van een andere staat opgericht of aangegaan lichaam waarvan de rechtsvorm vergelijkbaar is met die van een dergelijke maatschap of vennootschap onder firma die op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan 1 januari 2025 zijn onderworpen aan de vennootschapsbelasting zonder ervan te zijn vrijgesteld, alsmede op de maten of vennoten van een dergelijke maatschap of vennootschap onder firma, onderscheidenlijk de participanten in een dergelijk lichaam, voor zover de maatschap, vennootschap onder firma, onderscheidenlijk het lichaam, met ingang van 1 januari 2025 als gevolg van de inwerkingtreding van deze wet niet langer onderworpen is aan de vennootschapsbelasting op grond van deof. 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 01-01-2024
Artikel XVIII — Artikel XVIII#
Artikel XVIII 1 Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2024. 2 artikelen I tot en met VIII In afwijking van het eerste lid treden dein werking met ingang van 1 januari 2025. 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 01-01-2024
Artikel XIX — Artikel XIX#
Artikel XIX Deze wet wordt aangehaald als: Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen. 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 2023 508 27-12-2023 20-12-2023 36425 01-01-2024