Kadasterregeling 1994
- BWB-id
- BWBR0027695
- Type
- zbo
- Ministerie
- Dienst voor het kadaster en de openbare registers
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-09-28
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0027695
- ELI
- /eli/nl/zbo/1994/kadasterregeling-1994
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/1994/kadasterregeling-1994/2024-09-28
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0027695&g=2024-09-28
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0027695&z=2026-06-06&g=2024-09-28
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0027695/2024-09-28
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/1994/kadasterregeling-1994
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. de wet: Kadasterwet de; b. het besluit: Kadasterbesluit het; c. de Dienst: artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, bedoeld in; d. de bewaarder: artikel 6 van de wet de bewaarder, bedoeld in; e. een perceel: een deel van het Nederlandse grondgebied van welk deel de Dienst de begrenzing met behulp van landmeetkundige gegevens heeft vastgelegd op grond van gegevens betreffende de rechtstoestand, bestemming en het gebruik en dat door zijn kadastrale aanduiding is gekenmerkt; f. de integriteitswaarde: de unieke waarde voor een gegevensbestand of een verzameling van gegevensbestanden, waarmee het ongewijzigd zijn ervan kan worden gecontroleerd; g. artikel 1.1, onderdeel rr, van de Telecommunicatiewet het certificaat: het certificaat, bedoeld in; h. artikel 1.1, onderdeel ss, van de Telecommunicatiewet het gekwalificeerde certificaat: het gekwalificeerde certificaat, bedoeld in; i. artikel 1.1, onderdeel tt, van de Telecommunicatiewet de certificatiedienstverlener: de certificatiedienstverlener, bedoeld in; j. een certificaten-revocatielijst: een lijst waarop de certificatiedienstverlener bijhoudt welke door hem afgegeven certificaten binnen de geldingsduur zijn ingetrokken; k. artikel 7, derde lid, van de wet de hoofdbewaarder: de bewaarder, bedoeld in; l. artikel 11c, eerste lid, van de wet het stukidentificatienummer: het stukidentificatienummer, bedoeld in; m. bijlage 1 de technische handleiding: de technische handleiding elektronisch aanleveren die alsbij deze regeling is gevoegd; n. een functioneel beheerder: een persoon behorend tot het personeel van de Dienst, die belast is met het beheer van de bij de Dienst in gebruik zijnde geautomatiseerde systemen; o. het netwerk: het net, bestaande uit een of meer kabels of leidingen, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie, dat in, op of boven de grond is of wordt aangelegd. p. artikel 15, eerste lid, van de Wkpb artikel 4, van de Regeling kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken handmatig ingetekende geometrie: de handmatig ingetekende geometrie, bedoeld inen; q. Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken Wkpb:; r. artikel 1, onder a, van de Wkpb publiekrechtelijke beperking: publiekrechtelijke beperking als bedoeld in; s. artikel 1, onderdeel b, van de Wkpb beperkingenbesluit: beperkingenbesluit als bedoeld in; t. aanbiedportaal: een systeem dat voor onderlinge communicatie met andere systemen of door een aanbieder kan worden gebruikt voor het elektronisch aanbieden van stukken en ontvangen van mededelingen daarover; u. KIK-bestand: een representatie van een ter inschrijving aangeboden stuk dat zich leent voor automatische verwerking van het stuk. 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 28-09-2024
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a 1 artikel 11c, eerste lid, eerste zin, van de wet Het stukidentifcatienummer, bedoeld inbestaat uit de vermelding van achtereenvolgens: a. artikel 3, eerste lid, onder a, b onderscheidelijk c de afkorting ‘OZ’, ‘SC’ of ‘LU’, naar gelang inschrijving wordt verzocht in het inbedoelde register; b. het nummer van het voor de inschrijving gereserveerde deel en nummer van het desbetreffende register. 2 artikelen 42 46a, eerste lid, van de wet artikel 45, tweede lid, van de Wet op het notarisambt artikel 21b, eerste lid Een stuk tot verbetering of een bijhoudingsverklaring als bedoeld in derespectievelijk, dan wel een procesverbaal als bedoeld in, dat binnen 48 uur na de dag van verzending van een verzoek als bedoeld in, ter inschrijving wordt aangeboden, wordt in de openbare registers ingeschreven onder hetzelfde stukidentificatienummer als het stuk, waarop het stuk tot verbetering, de bijhoudingsverklaring of het proces-verbaal betrekking heeft. 2007 4 05-01-2007 06-12-2006 06.052729 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Vervallen 2007 4 05-01-2007 06-12-2006 06.052729 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 8, eerste lid, van de wet Er worden afzonderlijke openbare registers als bedoeld ingehouden voor: a. onroerende zaken en de rechten waaraan die zijn onderworpen; b. schepen en de rechten waaraan die zijn onderworpen, en c. luchtvaartuigen en de rechten waaraan die zijn onderworpen. 2 De openbare registers bestaan uit: a. een register Hypotheken 3 voor de inschrijving van: 1° stukken betreffende de vestiging van een recht van hypotheek, alsmede stukken betreffende feiten die betrekking hebben op een ingeschreven recht van hypotheek, en 2° processen-verbaal van inbeslagneming, alsmede stukken betreffende feiten die betrekking hebben op een ingeschreven proces-verbaal van inbeslagneming; b. een register Hypotheken 4 voor de inschrijving van alle overige stukken, en c. een register Hypotheken 4D voor het boeken van voorlopige aantekeningen. 3 Indien een ter inschrijving aangeboden stuk feiten bevat betreffende stukken als bedoeld in het tweede lid, onder a, en feiten betreffende stukken als bedoeld in het tweede lid, onder b, wordt dat stuk ingeschreven in zowel het register Hypotheken 3 als het register Hypotheken 4. 4 De openbare registers worden deels in papieren vorm en deels in elektronische vorm gehouden. 2007 4 05-01-2007 06-12-2006 06.052729 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 De in elektronische vorm gehouden gedeelten van de openbare registers bestaan uit een databank die is onderverdeeld in logische databanken per: a. artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met c soort van registergoed als bedoeld in, en b. artikel 3, tweede lid, onderdelen a tot en met c soort van register als bedoeld in. 2 Per kantoor van de Dienst wordt een logische databank voor archiefbestanden gehouden, waarin stukken in elektronische vorm worden opgeslagen, die samen met een ingeschreven stuk zijn aangeboden, maar zelf niet in de openbare registers worden ingeschreven. 3 artikel 41 van de wet Stukken in elektronische vorm die gesteld zijn in een vreemde of in de Friese taal, als bedoeld in, worden opgeslagen in de logische databank, bedoeld in het tweede lid. 2007 4 05-01-2007 06-12-2006 06.052729 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 3b — Artikel 3b#
Artikel 3b 1 artikel 9, derde lid, van de wet bijlage 2a De hoofdbewaarder onderzoekt op grond van de door de functioneel beheerder aan hem te verstrekken rapportages en overzichten tijdig of de duplicaten, bedoeld in, zijn vervaardigd in overeenstemming met de daarvoor door het bestuur van de Dienst vastgestelde maatregelen. Indien dat het geval is, maakt de hoofdbewaarder een door hem te ondertekenen verklaring op als bedoeld in artikel 9, zesde lid, van de wet. Deze verklaring heeft de vorm van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd. 2 Indien van een in papieren vorm gehouden gedeelte van de openbare registers een duplicaat op microfilm en een duplicaat in elektronische vorm is vervaardigd en de verklaring, bedoeld in het eerste lid, is opgemaakt, vervangen deze duplicaten het desbetreffende in papieren vorm gehouden gedeelte van de openbare registers. 3 bijlage 2b De in het eerste lid bedoelde rapportage van de functioneel beheerder heeft de vorm van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd. 2007 4 05-01-2007 06-12-2006 06.052729 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 In het register Hypotheken 4D worden vermeld: a. de dag, het uur en de minuut waarop het betreffende stuk ter inschrijving is aangeboden; b. de aard van het ter inschrijving aangeboden stuk; c. voor zover bekend gesteld, de naam en de woonplaats met het adres van de aanbieder van het stuk; d. de omschrijving van de met betrekking tot het ter inschrijving aangeboden stuk gerezen bedenkingen dan wel de reden van de boeking; e. de datum en de reden van doorhaling van de voorlopige aantekening, en f. het register waarin en het stukidentificatienummer waaronder het stuk alsnog is ingeschreven. 2019 2394 21-01-2019 2019 2394 21-01-2019 23-01-2019
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 bijlage 3 Indien een boeking betrekking heeft op een stuk dat in papieren vorm is aangeboden, vult de bewaarder een formulier Hypotheken 4D in, dat de vorm heeft van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd. 2 Van het aangeboden stuk en, voor zover van toepassing, van de naderhand overgelegde dagvaardingen en rechterlijke uitspraken, wordt door de bewaarder een afschrift vervaardigd en gevoegd achter het desbetreffende formulier Hypotheken 4D. Het formulier Hypotheken 4D wordt, met de daarbij behorende stukken betreffende doorgehaalde voorlopige aantekeningen, opgeborgen in het in papieren vorm gehouden gedeelte van het register Hypotheken 4D. 2007 4 05-01-2007 06-12-2006 06.052729 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Indien een boeking betrekking heeft op een stuk dat in elektronische vorm ter inschrijving is aangeboden, wordt dit stuk opgeslagen in het in elektronische vorm gehouden gedeelte van het register Hypotheken 4D onder vermelding van het stukidentificatienummer. Indien naast het stuk ook dagvaardingen of rechterlijke uitspraken in papieren vorm zijn overgelegd, worden de afschriften van de laatstgenoemde stukken alsmede de bijbehorende stukken betreffende doorgehaalde voorlopige aantekeningen opgeslagen in het in papieren vorm gehouden gedeelte van het register Hypotheken 4D onder vermelding van het aan de boeking toegekende nummer. 2 Indien een stuk dat is opgeslagen in het elektronische gedeelte van het register Hypotheken 4D krachtens een hernieuwd verzoek tot inschrijving alsnog dient te worden ingeschreven in het register Hypotheken 3 of het register Hypotheken 4, wordt dat stuk rechtstreeks overgebracht naar de logische databank van het desbetreffende in elektronische vorm gehouden gedeelte van het register Hypotheken 3 of het register Hypotheken 4, onder toevoeging van het tijdstip van ontvangst van het hernieuwde verzoek tot inschrijving. 2019 2394 21-01-2019 2019 2394 21-01-2019 23-01-2019
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 3, eerste lid, onder a In de in papieren vorm gehouden gedeelten van het register, bedoeld in, worden door de bewaarder de in het tweede tot en met zevende lid genoemde aantekeningen gesteld in de in die leden genoemde gevallen. 2 artikel 42 van de wet artikel 1a, tweede lid In geval van een inschrijving van een stuk tot verbetering als bedoeld inna het verstrijken van de termijn van 48 uur, bedoeld in, vindt onderlinge verwijzing plaats tussen het stuk tot verbetering en het verbeterde stuk door de vermelding: ‘verbetering van deel ... nr. ...,’ onderscheidenlijk: ‘zie verbetering in deel ... nr. ...’, onder invulling van de desbetreffende gegevens, behoudens in het geval de relatie tussen de desbetreffende inschrijvingen blijkt uit de basisregistratie kadaster. 3 artikel 46a, eerste lid, van de wet artikel 45, tweede lid, van de Wet op het notarisambt Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing in geval van een inschrijving van een bijhoudingsverklaring als bedoeld inof een proces-verbaal als bedoeld in. 4 Ingeval bij een ingeschreven stuk een ingeschreven tekening behoort die afzonderlijk wordt bewaard, vindt onderlinge verwijzing plaats tussen het afschrift van het ingeschreven stuk en het afschrift van de ingeschreven tekening, door de vermelding: ‘zie tekening nr. ...,’ onderscheidenlijk: ‘Tekening behorend bij inschrijving in deel ... nr. ...’, onder invulling van de desbetreffende gegevens. 5 artikel 41 van de wet Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op in een vreemde of in de Friese taal gestelde stukken als bedoeld in, met dien verstande dat in plaats van ‘tekening’ wordt gelezen: akte. 6 Indien met betrekking tot een deel van de bij een splitsing in appartementsrechten betrokken percelen de splitsing wordt beëindigd, wordt op de laatst ingeschreven tekening een verklaring gesteld waaruit blijkt welke percelen aan de splitsing zijn onttrokken, onder vermelding van het stukidentificatienummer van het stuk betreffende de beëindiging van de splitsing. 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikelen 2 8 In het in papieren vorm gehouden gedeelte van het register Hypotheken 3 worden, onverminderd deen, de in het tweede lid bedoelde aantekeningen gesteld. 2 In geval van inschrijving van stukken die op hypotheken en beslagen betrekking hebben, vindt onderlinge verwijzing plaats tussen de oorspronkelijke inschrijving en de latere inschrijving, door de vermelding van het desbetreffende stukidentificatienummer en een korte aanduiding van het later ingeschreven stuk, behoudens in het geval de relatie tussen de desbetreffende inschrijvingen blijkt uit de basisregistratie kadaster. 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Het stellen van aantekeningen in een duplicaat van het register Hypotheken 3 of het register Hypotheken 4 op microfilm, geschiedt door de aantekening, onder vermelding van de plaatsnaam van het kantoor van de Dienst en het stukidentificatienummer van het stuk waarop de aantekening betrekking heeft, te stellen op een wit papier van A4- formaat dat aan de linkerzijde onder de kop ‘Aantekeningen’ is voorzien van de tekst ‘Hypotheken 3’ of ‘Hypotheken 4’ en bij de desbetreffende microfoto’s een A te plaatsen. Het papier met de aantekening wordt in volgorde van stukidentificatienummer op het kantoor van de Dienst bewaard. 2 De aantekeningen, bedoeld in het eerste lid, kunnen ook worden gesteld op een op de desbetreffende filmcassette bevestigde sticker. 2007 4 05-01-2007 06-12-2006 06.052729 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 18 In het register Hypotheken 4D worden, onverminderd, de in het tweede tot en met vierde lid bedoelde aantekeningen gesteld. 2 artikel 42 van de wet In geval van inschrijving van een stuk tot verbetering als bedoeld in, wordt, indien het te verbeteren stuk is geboekt in het in papieren vorm gehouden gedeelte van het register Hypotheken 4D, verwezen naar bedoeld ingeschreven stuk, door de vermelding: ‘zie verbetering in deel ... nr. ...’, onder invulling van de desbetreffende gegevens. 3 artikel 46a, eerste lid, van de wet artikel 45, tweede lid, van de Wet op het notarisambt Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing in geval van een inschrijving van een bijhoudingsverklaring als bedoeld inof een proces-verbaal als bedoeld in. 4 Indien in het register Hypotheken 4D geboekte stukken met elkaar verband houden op de wijze, bedoeld in het tweede en derde lid, vindt onderlinge verwijzing plaats. 2007 4 05-01-2007 06-12-2006 06.052729 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikelen 2 7 8 10 De in de,,enbedoelde aantekeningen geschieden met zwarte inkt in de daarvoor bestemde plaatsen op de formulieren Hypotheken 3, 4 en 4D. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 11a — Artikel 11a#
Artikel 11a 1 Het stellen van een aantekening in de in elektronische vorm gehouden gedeelten van de openbare registers geschiedt door deze aantekening op papier te stellen, de aantekening vervolgens te digitaliseren en op te slaan in de logische databank van het desbetreffende openbare register onder vermelding van het stukidentificatienummer van het stuk waarbij de aantekening hoort. 2 artikelen 7 8 10 De,enzijn van overeenkomstige toepassing op het stellen van aantekeningen in de in elektronische vorm gehouden gedeelten van de openbare registers. 2007 4 05-01-2007 06-12-2006 06.052729 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 11b — Artikel 11b#
Artikel 11b Vervallen 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 28-09-2024
Artikel 11ba — Artikel 11ba#
Artikel 11ba 1 Bij gebruikmaking van het aanbiedportaal, worden het in te schrijven stuk met eventuele bijlage(n) en bewijsstuk(ken) samengevoegd in één verzoek tot inschrijving dat tevens metagegevens, essentialia uit het stuk of indien van toepassing het KIK-bestand en een eventuele verwijzing naar eerder in depot genomen depotstuk(ken) bevat. 2 Het verzoek en het in het verzoek tot inschrijving aanwezige stuk, eventuele bijlage(n) of bewijsstuk(ken) of indien van toepassing het KIK-bestand zijn elk afzonderlijk voorzien van een valide zichtbare elektronische handtekening van de ondertekenaar. 3 Een verzoek tot inschrijving, bedoeld in het eerste lid, kan tezamen met andere verzoeken in één pakket worden aangeboden, als genoemd in de technische handleiding. 4 Als de ondertekenaar tot een van de erkende beroepen behoort, wordt de valide elektronische handtekening gerealiseerd door een gekwalificeerd persoonsgebonden beroepscertificaat. In andere gevallen wordt de valide elektronische handtekening met een persoonsgebonden certificaat gerealiseerd. 5 Na ontvangst en acceptatie wordt, in de elektronisch vorm gehouden gedeelten van de openbare registers, ingeschreven het stuk met eventuele bijlage(n), bewijsstuk(ken) uit het verzoek tot inschrijving, en eventueel depotstuk(ken) waarnaar in het verzoek tot inschrijving is verwezen. artikel 7e, tweede lid, van de wet Het in de eerste zin bedoelde stuk wordt voorzien van een verklaring van inschrijving, dat is ondertekend door de bewaarder met een zichtbaar elektronisch zegel, bedoeld in. 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 28-09-2024
Artikel 11c — Artikel 11c#
Artikel 11c 1 Bij de aanbieding in papieren vorm van: a. stukken betreffende de vestiging van een recht van hypotheek, alsmede stukken betreffende feiten die betrekking hebben op een ingeschreven recht van hypotheek; b. stukken betreffende de inschrijving van een proces-verbaal van inbeslagneming, alsmede stukken betreffende feiten die betrekking hebben op een ingeschreven proces-verbaal van inbeslagneming, en c. artikel 46, eerste lid, van de wet stukken als bedoeld in, wordt een afschrift van het desbetreffende stuk aangeboden, dat gesteld is op wit papier van standaardkwaliteit met A4-formaat en afhankelijk van het register waarin inschrijving wordt verzocht, aan de linker onderzijde is voorzien van de tekst ‘Hypotheken 3’ of ‘Hypotheken 4’. 2 Bij de aanbieding in papieren vorm van andere stukken dan de in het eerste lid genoemde stukken wordt een afschrift van het desbetreffende stuk gesteld op wit papier van standaardkwaliteit met A4-formaat, dat aan de linker onderzijde is voorzien van de tekst ‘Hypotheken 4’. 2007 4 05-01-2007 06-12-2006 06.052729 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 11d — Artikel 11d#
Artikel 11d 1 artikel 11c Een afschrift als bedoeld involdoet aan het tweede tot en met zevende lid. 2 Het afschrift is voldoende raadpleegbaar en bevat geen andere teksten of afbeeldingen dan de tekst of de afbeeldingen ten aanzien waarvan inschrijving wordt verzocht. 3 Indien het afschrift bestaat uit meerdere bladen, wordt ieder blad rechtsboven voorzien van een bladnummer. De bladnummers vangen aan met het cijfer één en vormen zonder onderbreking een opklimmende reeks volgnummers. 4 Op elk blad waaruit het afschrift bestaat, wordt aan de linkerzijde een marge van vijf centimeter en aan de boven- en onderzijde een marge van twee centimeter opengelaten. 5 De tekst van het afschrift van het ter inschrijving aangeboden stuk heeft de kleur zwart. 6 Na ontvangst van het afschrift voegt de bewaarder een voorblad toe, waarop in ieder geval het stukidentificatienummer wordt vermeld, alsmede de datum en het tijdstip van aanbieding. 7 artikel 12, eerste lid, van de wet Bij de inschrijving, bedoeld in, plaatst de bewaarder zijn handtekening op het aan het afschrift toegevoegde voorblad. 2007 4 05-01-2007 06-12-2006 06.052729 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 11e — Artikel 11e#
Artikel 11e artikel 10 van de wet Het elektronische postadres, bedoeld in, is vermeld in de technische handleiding. 2021 8660 22-02-2021 09-02-2021 21.005435 2021 8660 22-02-2021 09-02-2021 21.005435 24-02-2021
Artikel 11f — Artikel 11f#
Artikel 11f artikel 11a van de wet Het door de Dienst gehouden systeem ten behoeve van het elektronisch verzenden en ontvangen van berichten, bedoeld in, wordt op de in de technische handleiding beschreven wijze ingericht. 2021 8660 22-02-2021 09-02-2021 21.005435 2021 8660 22-02-2021 09-02-2021 21.005435 24-02-2021
Artikel 11g — Artikel 11g#
Artikel 11g Vervallen 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 28-09-2024
Artikel 11h — Artikel 11h#
Artikel 11h Vervallen 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 28-09-2024
Artikel 11i — Artikel 11i#
Artikel 11i 1 Het elektronische berichtenverkeer met de Dienst vindt plaats op basis van het uitwisselingsprotocol ofwel de interactie van de aanbieder met het aanbiedportaal, zoals dat is vastgelegd in de technische handleiding. 2 De hoofdbewaarder informeert alle aanbieders die stukken elektronisch aanbieden tijdig over wijzigingen in het uitwisselingsprotocol. 2021 8660 22-02-2021 09-02-2021 21.005435 2021 8660 22-02-2021 09-02-2021 21.005435 24-02-2021
Artikel 11j — Artikel 11j#
Artikel 11j 1 artikel 11a, eerste lid, van de wet Een verzoek tot vaststelling van een afwijkend uitwisselingsprotocol als bedoeld inkan worden ingediend overeenkomstig de door de bewaarder aangegeven wijze. 2 De hoofdbewaarder wijst het verzoek, bedoeld in het eerste lid, alleen toe indien: a. het afwijkende uitwisselingsprotocol geen afbreuk doet aan de doelstelling van elektronische gegevensuitwisseling; b. het afwijkende uitwisselingsprotocol past bij het gebruik van geavanceerde elektronische handtekeningen, en c. de kosten die verband houden met de vaststelling van het afwijkende uitwisselingsprotocol worden gedragen door degene die het verzoek indient. 3 De hoofdbewaarder deelt na ontvangst van het verzoek, bedoeld in het tweede lid, binnen een redelijke termijn aan de indiener van dit verzoek mee of een afwijkend uitwisselingsprotocol zal worden vastgesteld en over de daaraan verbonden kosten. 2021 8660 22-02-2021 09-02-2021 21.005435 2021 8660 22-02-2021 09-02-2021 21.005435 24-02-2021
Artikel 11k — Artikel 11k#
Artikel 11k 1 artikel 11a, vijfde lid, van de wet Na ontvangst van een verzoek tot verkrijging van een permanente aansluiting op het door de Dienst gehouden systeem, bedoeld in, ontvangt de verzoeker de technische specificaties waaraan de permanente aansluiting moet voldoen en dient de verzoeker het certificaat voor elektronische ondertekening aan te melden waarna hij kan aanvangen met het aanbieden van stukken. 2 In afwijking van het eerste lid, ontvangt de verzoeker die stukken elektronisch wenst aan te bieden via het aanbiedportaal, de gebruiksvoorwaarden waaronder hij gebruik kan maken van de faciliteiten van het aanbiedportaal en zal hij, na acceptatie en elektronische ondertekening van deze voorwaarden, kunnen aanvangen met het aanbieden van stukken via het aanbiedportaal. 3 Indien de applicatiesoftware nog niet eerder gebruikt is voor het aanbieden van stukken via het aanbiedportaal, wordt voor aanvang van het gebruik van het aanbiedportaal de mogelijkheid geboden om de werking van de applicatiesoftware met het aanbiedportaal te testen in een daartoe beschikbaar gestelde exploitatie-testomgeving. 4 De kosten verbonden aan en voortvloeiende uit de verkrijging van een aansluiting of de mogelijkheid tot gebruik van het aanbiedportaal komen voor rekening van de verzoeker. 2021 8660 22-02-2021 09-02-2021 21.005435 2021 8660 22-02-2021 09-02-2021 21.005435 24-02-2021
Artikel 11l — Artikel 11l#
Artikel 11l artikel 11a, eerste lid, van de wet Het bericht, bedoeld in, voldoet aan de specificaties als genoemd in de technische handleiding en is door de aanbieder voorzien van een elektronische handtekening. 2021 8660 22-02-2021 09-02-2021 21.005435 2021 8660 22-02-2021 09-02-2021 21.005435 24-02-2021
Artikel 11m — Artikel 11m#
Artikel 11m 1 artikel 11a, tweede lid, van de wet Indien de bewaarder overeenkomstigbesluit om een bericht niet te aanvaarden, deelt hij dit binnen 24 uur na het tijdstip van ontvangst van het bericht mee aan de aanbieder door middel van een bericht van afkeuring in elektronische vorm. Het bericht van afkeuring voldoet aan het gestelde daarover in de technische handleiding. 2 artikel 11a, derde lid, van de wet Indien de hoofdbewaarder overeenkomstigbesluit om ook andere berichten van de aanbieder niet te aanvaarden, deelt hij dit met bekwame spoed mee aan die aanbieder. 3 artikel 11a, vierde lid, eerste zin, van de wet De aanbieder, bedoeld in het tweede lid, kan de hoofdbewaarder verzoeken om in de gelegenheid te worden gesteld om aan te tonen dat hij in staat is bij het in elektronische vorm aanbieden van stukken ter inschrijving in de openbare registers te voldoen aan de daarvoor geldende eisen. De aanbieder kan daartoe bij de hoofdbewaarder een door hem gedagtekend en ondertekend verzoek als bedoeld inindienen. 4 Na ontvangst van het verzoek stelt de hoofdbewaarder een onderzoek in, waarbij hij nagaat of de betrokken aanbieder bij het in elektronische vorm toezenden van berichten ter inschrijving van stukken in de openbare registers in staat is te voldoen aan de daarvoor geldende eisen. 5 artikel 11a, vierde lid, tweede zin, van de wet De hoofdbewaarder deelt de aanbieder de uitkomsten van zijn onderzoek mede door middel van een door hem gedagtekende en ondertekende verklaring. In de verklaring vermeldt de hoofdbewaarder de uitkomsten van het onderzoek, bedoeld in, alsmede of zijn besluit, bedoeld in het tweede lid, vervalt en, zo dat niet het geval is, de reden daarvan. 2021 8660 22-02-2021 09-02-2021 21.005435 2021 8660 22-02-2021 09-02-2021 21.005435 24-02-2021 Abusievelijk is voor het tweede lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 11n — Artikel 11n#
Artikel 11n 1 artikel 11b, tweede lid, van de wet Het verzoek tot inschrijving in elektronische vorm, bedoeld in, voldoet aan de eisen die zijn opgenomen in de technische handleiding. 2 artikel 42 van de wet Het verzoek tot inschrijving in elektronische vorm van een stuk tot verbetering als bedoeld involdoet aan de eisen die zijn opgenomen in de technische handleiding. 3 artikel 46a, eerste lid, van de wet artikel 45, tweede lid, van de Wet op het notarisambt Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op het verzoek tot inschrijving in elektronische vorm van een bijhoudingsverklaring als bedoeld inof een proces-verbaal als bedoeld in. 2021 8660 22-02-2021 09-02-2021 21.005435 2021 8660 22-02-2021 09-02-2021 21.005435 24-02-2021
Artikel 11o — Artikel 11o#
Artikel 11o 1 In het verzoek tot inschrijving in elektronische vorm wordt door middel van de vermelding van een verwijzing naar het register ‘Hypotheken 3’ of het register ‘Hypotheken 4’ kenbaar gemaakt voor welk register het stuk dat ter inschrijving wordt aangeboden, bestemd is. 2 In het verzoek tot inschrijving dat via het aanbiedportaal wordt aangeboden worden metagegevens en waar mogelijk essentialia vermeld als bedoeld in de technische handleiding. 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 28-09-2024
Artikel 11p — Artikel 11p#
Artikel 11p 1 artikel 10 van de Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994 Indien een afschrift van een tekening of een ander stuk overeenkomstigin papieren vorm in bewaring is genomen, vervaardigt de bewaarder hiervan een duplicaat in elektronische vorm dat hij opslaat in een logische databank van depotbestanden. 2 bijlage 5 De bewaarder onderzoekt op grond van een door de functioneel beheerder verstrekte rapportage of het duplicaat in elektronische vorm een juiste en volledige weergave is van het in bewaring genomen afschrift in papieren vorm. Indien dat het geval is, vervangt de bewaarder het afschrift in papieren vorm door het duplicaat in elektronische vorm en legt hij dit vast in een verklaring die de vorm heeft van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd. 3 Nadat het afschrift in papieren vorm is vervangen door het duplicaat in elektronische vorm, zendt de bewaarder het afschrift in papieren vorm terug aan de aanbieder, onder toevoeging van de volgende door hem te ondertekenen verklaring: ‘Ondergetekende, Bewaarder van het kadaster en de openbare registers, verklaart dat deze tekening, na digitalisering, in elektronische vorm in bewaring is genomen onder het depotnummer ..., d.d. ..., de Bewaarder’. 2007 4 05-01-2007 06-12-2006 06.052729 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 11q — Artikel 11q#
Artikel 11q 1 artikel 10 van de Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994 Indien een verzoek wordt ingediend tot inschrijving van een stuk in elektronische vorm en van dit stuk een tekening of een ander stuk in papieren vorm deel uitmaakt, wordt in het verzoek tot inschrijving tevens verzocht om het afschrift van de tekening of het andere stuk dat overeenkomstigin bewaring is genomen, in te schrijven. 2 artikel 11p, eerste lid Na ontvangst van het verzoek tot inschrijving brengt de bewaarder het duplicaat in elektronische vorm, bedoeld in, terstond over van de logische database voor depotbestanden naar de logische database van ter inschrijving aangeboden stukken, onder vermelding van het stukidentificatienummer van het ter inschrijving aangeboden stuk. 2007 4 05-01-2007 06-12-2006 06.052729 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 11r — Artikel 11r#
Artikel 11r 1 De elektronische handtekening wordt vervaardigd door de integriteitswaarde van het verzoek als geheel, elk afzonderlijk document en indien van toepassing het KIK-bestand, in het verzoek overeenkomstig de technische handleiding te berekenen en te versleutelen. 2 Bij het aanbieden van stukken via het aanbiedportaal, wordt de elektronische handtekening en de geldigheid van het gekwalificeerd certificaat, in het aanbiedportaal gecontroleerd. 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 28-09-2024
Artikel 11s — Artikel 11s#
Artikel 11s Vervallen 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 28-09-2024
Artikel 11sa — Artikel 11sa#
Artikel 11sa 1 artikel 11r, tweede lid artikel 11m, eerste lid Indien bij de controle, bedoeld in, blijkt dat een gekwalificeerd certificaat niet meer geldig is, ontvangt de aanbieder terstond een mededeling, bedoeld in. 2 artikel 11b, eerste lid, van de wet artikel 11m, eerste lid Indien het verzoek tot inschrijving via het aanbiedportaal wordt aangeboden, wordt eveneens de bevoegdheid gecontroleerd van degene die het stuk heeft ondertekend en van degene die de verklaring, bedoeld in, heeft gesteld. Indien een van deze onbevoegd is door bijvoorbeeld schorsing of ontzetting uit zijn ambt, ontvangt de aanbieder terstond een mededeling, bedoeld in. 3 artikel 28, onderdelen c, d, e of f van de Wet op het notarisambt artikel 11m, eerste lid Indien het verzoek tot inschrijving via het aanbiedportaal wordt aangeboden in een vacant protocol dan wordt gecontroleerd of het een ambtshalve benoemde waarneming betreft, bedoeld in. Indien dat niet het geval is, ontvangt de aanbieder terstond een mededeling, bedoeld in. 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 28-09-2024
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 11d, zesde lid De afschriften van de stukken die in papieren vorm ter inschrijving zijn aangeboden, worden samen met het voorblad, bedoeld in, in een opklimmende reeks der natuurlijke getallen opgeborgen in een opbergeenheid, waarop het soort register wordt aangeduid met: a. artikel 3, eerste lid, onder a de letters OZ voor het register, bedoeld in, en b. het cijfer 3 of 4 voor het register Hypotheken 3 onderscheidenlijk het register Hypotheken 4. Het deel van het register wordt op de opbergeenheid aangeduid met het deelnummer. 2 artikel 14b, eerste lid, van de wet In geval van inschrijving van een stuk dat aanvankelijk in het register Hypotheken 4D is geboekt, worden de afschriften die zijn aangeboden door middel van het eerste verzoek tot inschrijving, opgeborgen bij de afschriften die ter inschrijving zijn aangeboden door middel het hernieuwde verzoek tot inschrijving, bedoeld in. 2007 4 05-01-2007 06-12-2006 06.052729 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2007 4 05-01-2007 06-12-2006 06.052729 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 2007 4 05-01-2007 06-12-2006 06.052729 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 7, vierde lid De losse afschriften van tekeningen, bedoeld in, worden van een doorlopend volgnummer voorzien en opgeborgen in een opbergeenheid, waarop nummers worden vermeld van de daarin opgeborgen afschriften van tekeningen. 2007 4 05-01-2007 06-12-2006 06.052729 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 4, eerste lid, onderdelen a tot en met d De boeking in het register Hypotheken 4D geschiedt door vermelding van de gegevens, bedoeld in, in dat register. 2007 4 05-01-2007 06-12-2006 06.052729 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Indien het stuk waarvan de inschrijving is geweigerd in papieren vorm is aangeboden en bij dit stuk niet tevens een afschrift is aangeboden, vervaardigt de bewaarder een afschrift van het stuk, dat in het register Hypotheken 4D wordt gevoegd achter het desbetreffende formulier Hypotheken 4D. 2 artikel 15a, derde lid, onder a, van de wet Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien de inschrijving is geweigerd op grond van een omstandigheid als bedoeld in, met dien verstande dat de bewaarder slechts een afschrift vervaardigt, indien hij van oordeel is dat het aangeboden afschrift niet voldoende leesbaar is. 2007 4 05-01-2007 06-12-2006 06.052729 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 17a — Artikel 17a#
Artikel 17a 1 artikel 15a, eerste lid, van de wet De verklaring van niet-inschrijving, bedoeld in, heeft de volgende vorm: ‘Dit stuk, dat is aangeboden op .......... om .............. uur, met stukidentificatienummer ...................... is geboekt in het register Hypotheken 4D, omdat ........’ onder invulling van de desbetreffende gegevens. 2 artikel 15b, eerste lid, van de wet artikel 21, eerste lid Het bewijs van niet-inschrijving, bedoeld in, voldoet aan de technische handleiding en wordt binnen 48 uur na het tijdstip van verzending van de attendering op niet-inschrijving, bedoeld in, door middel van een elektronisch bericht verzonden aan de aanbieder van het stuk waarvan de inschrijving is geweigerd. 2021 8660 22-02-2021 09-02-2021 21.005435 2021 8660 22-02-2021 09-02-2021 21.005435 24-02-2021
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 16, eerste lid, van de wet Uitgebrachte dagvaardingen en uitspraken van de voorzieningenrechter in kort geding als bedoeld inworden aangetekend in het register Hypotheken 4D door vermelding van de datum waarop de dagvaarding is uitgebracht dan wel de datum van de uitspraak. Indien het desbetreffende stuk ter inschrijving wordt aangeboden, wordt in het in papieren vorm gehouden gedeelte van het register Hypotheken 4D eveneens het stukidentificatienummer vermeld. 2 artikel 14 van de wet Indien de inschrijving alsnog is bevolen dan wel opnieuw is verzocht als bedoeld in, wordt dat in het register Hypotheken 4D aangetekend door vermelding van het tijdstip waarop de inschrijving alsnog is bevolen dan wel opnieuw is verzocht, alsmede het stukidentificatienummer van het betreffende stuk. 3 Indien het tweede lid toepassing heeft gevonden en het desbetreffende stuk in papieren vorm ter inschrijving is aangeboden, wordt de voorlopige aantekening doorgehaald door de vermelding op het formulier Hypotheken 4D van de datum van doorhaling en een korte omschrijving van de reden daarvan. Op het formulier wordt een schuine potloodstreep getrokken, waarna het formulier en de daarbij behorende stukken in een afzonderlijke band worden bewaard. 4 Indien het tweede lid toepassing heeft gevonden en het desbetreffende stuk in elektronische vorm ter inschrijving is aangeboden, wordt in het desbetreffende elektronische gedeelte van de openbare registers de status van het stuk gewijzigd in ‘ingeschreven’ en wordt het stukidentificatienummer uit het register Hypotheken 4D verwijderd. 5 artikel 20, zesde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek het derde lid is van overeenkomstige toepassing indien sprake is van de omstandigheid, bedoeld in. 2019 2394 21-01-2019 2019 2394 21-01-2019 23-01-2019
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 18 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek Het inbedoelde bewijs van ontvangst in papieren vorm wordt gesteld op een formulier dat overeenkomt met de verklaring die door de bewaarder wordt toegezonden. 2 Indien een stuk is geboekt in het register Hypotheken 4D, wordt dit op het stuk vermeld onder opgaaf van het stukidentificatienummer. 3 Het bewijs van ontvangst in elektronische vorm voldoet aan de technische handleiding. 2021 8660 22-02-2021 09-02-2021 21.005435 2021 8660 22-02-2021 09-02-2021 21.005435 24-02-2021
Artikel 19a — Artikel 19a#
Artikel 19a 1 artikel 13, eerste lid, van de wet Na de inschrijving van een stuk dat in papieren vorm is aangeboden, stelt de bewaarder op dit stuk de volgende verklaring van inschrijving, bedoeld in: ‘Dit stuk is ingeschreven ten kantore van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers op .............. om ....... uur in register ....... in deel ....... en nummer ......’ onder invulling van de desbetreffende gegevens, waarbij het tijdstip wordt uitgedrukt in uur en minuut. 2 artikel 13, tweede lid, van de wet Na de inschrijving van een stuk dat in elektronische vorm is aangeboden, zendt de bewaarder aan de aanbieder van dit stuk een bewijs van inschrijving als bedoeld indat voldoet aan het gestelde hierover in de technische handleiding. 3 artikel 6 van de Regeling kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken artikel 13, tweede lid, van de wet Na de inschrijving van het stuk, als bedoeld in, dat in elektronische vorm is aangeboden, ontvangt het bestuursorgaan van de bewaarder elektronisch een bewijs van inschrijving als bedoeld inmet de volgende verklaring: ‘PB succesvol ingeschreven met ID ... .’ Via het identificatienummer (‘ID’) van de publiekrechtelijke beperking is tevens voor het bestuursorgaan het deel en nummer in het register Hypotheken 4 raadpleegbaar dat aan het ingeschreven stuk is toegekend. 4 artikel 11b, vijfde lid, van de wet Indien een tekening of een ander stuk als bedoeld inin papieren vorm deel uitmaakt van een stuk dat in elektronische vorm ter inschrijving is aangeboden, stelt de bewaarder na de inschrijving op het eerst genoemde stuk de volgende verklaring van inschrijving: ‘Ingeschreven als bijlage van een stuk met een elektronische vorm dat is ingeschreven ten kantore van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers op .............. om ....... uur in register ....... in deel ....... en nummer ......’ onder invulling van de desbetreffende gegevens, waarbij het tijdstip wordt uitgedrukt in uur en minuut. 2021 8660 22-02-2021 09-02-2021 21.005435 2021 8660 22-02-2021 09-02-2021 21.005435 24-02-2021
Artikel 19b — Artikel 19b#
Artikel 19b 1 artikel 19a, eerste lid Indien ter verkrijging van de inschrijving van een stuk in papieren vorm door de aanbieder bewijsstukken in papieren vorm zijn overgelegd, vult de bewaarder de verklaring van inschrijving, bedoeld in, als volgt aan: ‘Bij de aanbieding ter inschrijving is/ zijn het/de volgende stuk(ken) overgelegd:’, onder vermelding van een korte aanduiding van elk van de overgelegde bewijsstukken. 2 artikel 11b, vijfde lid, van de wet Indien ter verkrijging van de inschrijving van een stuk in elektronische vorm door de aanbieder bewijsstukken in elektronische vorm als bedoeld inzijn overgelegd, wordt zulks vermeld door de bewaarder op het bewijs van inschrijving. 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 28-09-2024
Artikel 19c — Artikel 19c#
Artikel 19c Indien ter verkrijging van de inschrijving van een stuk door de aanbieder bewijsstukken zijn overgelegd, vermeldt de bewaarder dit in de in elektronische vorm gehouden gedeelten van de openbare registers door het stellen van de volgende door hem te ondertekenen verklaring: ‘Bij de aanbieding ter inschrijving zijn overgelegd: ...’, onder vermelding van een korte aanduiding van de stukken. 2021 8660 22-02-2021 09-02-2021 21.005435 2021 8660 22-02-2021 09-02-2021 21.005435 24-02-2021
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikelen 38 39 van de wet artikel 40, onder a, van de wet Indien de bewaarder vermoedt dat een inschrijving, bedoeld in deen, niet meer van belang is, benadert hij de inbedoelde personen, met de vraag of de desbetreffende inschrijving nog van belang is, en met de uitnodiging om, zo dit niet het geval is, de waardeloosheid daarvan te doen inschrijven. Desgewenst kan door de bewaarder het in te schrijven stuk zodanig worden gereedgemaakt dat betrokkene de stukken slechts heeft te ondertekenen en ter inschrijving aan te bieden. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 20, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek Indien de bewaarder overeenkomstigweigert een stuk in te schrijven, verzendt hij aan de aanbieder een attendering op niet-inschrijving. 2 artikel 7e, tweede lid, van de wet De attendering op niet-inschrijving in elektronische vorm is voorzien van een elektronisch zegel van de bewaarder, bedoeld in. Indien het stuk in papieren vorm is aangeboden, kan een attendering op niet-inschrijving in elektronische vorm worden verzonden voor zover een elektronisch postadres van de aanbieder bekend is, en anders in papieren vorm. 3 Indien het stuk in papieren vorm is aangeboden, kan de aanbieder het verzoek tot inschrijving binnen 72 uur na het tijdstip van de verzending van de attendering op niet-inschrijving intrekken door middel van een door hem ondertekend en gedagtekend verzoek in papieren vorm. 4 Indien het stuk in elektronische vorm is aangeboden, kan de aanbieder het verzoek tot inschrijving binnen 24 uur na het tijdstip van de verzending van de attendering op niet-inschrijving intrekken door middel van een verzoek in elektronische vorm. 5 De termijnen waarbinnen een verzoek tot inschrijving kan worden ingetrokken, bedoeld in het derde en vierde lid, worden gerekend over werkdagen. 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 28-09-2024
Artikel 21a — Artikel 21a#
Artikel 21a artikel 11a, eerste lid, van de wet De afschriften van stukken die zijn meegezonden in het bericht, bedoeld in, maar zelf niet worden ingeschreven, worden blijvend bewaard in de logische databank voor archiefbestanden. 2021 8660 22-02-2021 09-02-2021 21.005435 2021 8660 22-02-2021 09-02-2021 21.005435 24-02-2021
Artikel 21b — Artikel 21b#
Artikel 21b 1 wet Wet op het notarisambt Indien na de inschrijving van een stuk blijkt dat het stuk onjuistheden of onvolledigheden bevat, of in het stuk gegevens ontbreken die noodzakelijk zijn voor een juiste en volledige bijhouding, verzoekt de bewaarder aan de aanbieder het stuk te verbeteren op de in de, of devoorgeschreven wijze. 2 Indien het ingeschreven stuk in papieren vorm is aangeboden, heeft het verzoek tot aanbieding van een stuk tot verbetering, een bijhoudingsverklaring dan wel een proces-verbaal de vorm van het een model dat door de bewaarder wordt voorgeschreven. 3 artikel 7e, tweede lid, van de wet Indien het ingeschreven stuk in elektronische vorm ter inschrijving is aangeboden, is het verzoek tot aanbieding van een stuk tot verbetering, een bijhoudingsverklaring, dan wel een proces- verbaal voorzien van een elektronisch zegel van de bewaarder, bedoeld in. 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 28-09-2024
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 23 De basisregistratie kadaster wordt, onverminderd, gehouden in de vorm van geautomatiseerde bestanden, overeenkomstig de desbetreffende technische handleidingen. 2 De geautomatiseerde basisregistratie kadaster wordt voorts gehouden op de wijze als in het derde tot en met zevende lid is bepaald. 3 artikel 9 van het besluit artikel 24 Het percelenbestand, bedoeld in, wordt gehouden per kadastrale gemeente als bedoeld in. 4 artikel 8 van het besluit Het namenbestand, bedoeld in, wordt gehouden per kantoor van de Dienst. 5 De basisregistratie kadaster is toegankelijk door middel van de naam van de rechthebbende, de kadastrale aanduiding van het perceel en zo mogelijk ook door middel van het adres van het perceel, zo het perceel een adres heeft, en de plaatscoördinaten van het perceel, zo deze bekend zijn bij de Dienst. 6 Gegevens die ten gevolge van bijwerking niet meer actueel zijn, blijven raadpleegbaar. 7 Ten aanzien van het gebruik van hoofd- en kleine letters en diacritische tekens, en van het al dan niet aan elkaar schrijven van letters behoeft geen overeenstemming te bestaan tussen de bij de Dienst bekend gestelde schrijfwijze van de in de basisregistratie kadaster te vermelden gegevens en de wijze van vermelding van die gegevens daarin. In geval van diacritische tekens wordt in de basisregistratie kadaster een indicatie opgenomen waaruit van het bestaan van deze tekens blijkt. 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 De gegevens die betrekking hebben op de toestand van vóór de omzetting van de handmatig gehouden registers en kaartsystemen naar de geautomatiseerde basisregistratie kadaster, zijn opgenomen in de desbetreffende registers en kaartsystemen. 2 artikel 22 artikel 48, tweede lid, onder g, j en k, van de wet De gegevens betreffende hypotheken, ingeschreven vóór 1 januari 1995, worden in het geautomatiseerde bestand, bedoeld in, eerste lid, opgenomen, met uitzondering van de gegevens, bedoeld in. 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Het gebied van een kadastrale gemeente valt in het algemeen samen met het gebied van een burgerlijke gemeente. Als regel is dan de naam van de kadastrale gemeente dezelfde als die van de burgerlijke gemeente. 2 Het gebied van een kadastrale gemeente kan ook bestaan uit slechts een deel van het gebied van een burgerlijke gemeente, doordat een opgeheven burgerlijke gemeente als kadastrale gemeente is gehandhaafd, of een deel van een burgerlijke gemeente, dat bij een andere is gevoegd, bij de toepassing der grensverandering zowel op de kadastrale kaart als in de basisregistratie kadaster afzonderlijk is geadministreerd en hierdoor tot kadastrale gemeente is gemaakt. 3 Het gebied van elke kadastrale gemeente is, tenzij het een zeer kleine gemeente betreft, verdeeld in secties, aangeduid door een hoofdletter of een combinatie van twee hoofdletters. 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 23, eerste lid De in, bedoelde registers en kaartsystemen hebben betrekking op de periode van 1 januari 1832 tot het tijdstip van buiten gebruikstelling, behoudens gegevens omtrent hypotheken en beslagen. Laatstbedoelde gegevens hebben betrekking op de periode vanaf 1 juli 1948. 2 De in het eerste lid bedoelde registers, zijn toegankelijk door middel van de naam van de rechthebbende en de kadastrale aanduiding van het perceel, behoudens het derde lid. 3 Ter zake van a. erfdienstbaarheden; b. hypotheken; c. artikel 5, derde lid, onder b, laatste zinsnede, van de Belemmeringenwet Privaatrecht vóór 1 juli 1979 gevestigde rechten als bedoeld in het vóór 1 januari 1992 geldendeen daar aangeduid als een recht niet met name genoemd, en d. vóór 1 juli 1979 gevestigde rechten van opstal voor zover betreffend het leggen en houden van leidingen in, op of boven de onroerende zaak van een ander, zijn de registers uitsluitend toegankelijk door middel van de kadastrale aanduiding van het perceel. Ter zake van de zogenoemde oude zakelijke rechten, gevestigd vóór 1 oktober 1838 en waarbij geen kadastrale aanduiding van de desbetreffende onroerende zaken bekend is gesteld, zijn de registers alleen toegankelijk door middel van de naam van de rechthebbende. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 De opstallen waarvan de omtrek wordt voorgesteld op de kadastrale kaart zijn: a. hoofdgebouwen; b. bijgebouwen, kunstwerken en overige opstallen en topografisch elementen, voor zover deze nodig zijn voor een goede oriëntatie op de kaart. 2 De opstallen worden overgenomen van de grootschalige basiskaart van Nederland. 2004 97 25-05-2004 18-05-2004 014918 2004 97 25-05-2004 18-05-2004 014918 27-05-2004
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 32, vijfde lid De kadastrale kaart wordt gehouden in de vorm van een minuutplan met een geautomatiseerd cartografisch bestand. Een minuutplan geeft, onverminderd, de toestand van het desbetreffende gebied aan zoals deze was ten tijde van de oorspronkelijke opmeting. Genoemd cartografisch bestand geeft de laatst opgemeten toestand aan. 2 Er worden verzamelkaarten gehouden waarop de indeling is aangegeven van de kadastrale gemeenten, secties en bladen. 1998 143 31-07-1998 15-07-1998 98/5333 1998 143 31-07-1998 15-07-1998 98/5333 02-08-1998
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 Op een kadastrale kaart wordt aangegeven welke perceelgrenzen tevens rijks-, provincie- en gemeentegrenzen zijn. 2 Grenspalen worden in bijzondere gevallen op de kaart voorgesteld, onder vermelding van de aard of het kenmerk van de paal. 2004 97 25-05-2004 18-05-2004 014918 2004 97 25-05-2004 18-05-2004 014918 27-05-2004
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 Voor opstallen, tuinen, boomgaarden, erven of wateren die behoren bij een perceel en in hun begrenzing op de kaart zijn afgesloten, wordt aangegeven dat zij behoren bij het overige deel van het perceel. 2 Op een kadastrale kaart wordt melding gemaakt van plaatselijke benamingen van de daarop afgebeelde gebieden, zo van die gebieden een plaatselijke benaming bekend is. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Een kadastrale kaart wordt in het algemeen gehouden en vervaardigd op schaal 1 : 1000 of 1 : 2000 en bij uitzondering op schaal 1 : 500. Voor bebouwde kommen wordt de kadastrale kaart vervaardigd op schaal 1 : 1000, voor binnensteden zonodig op de schaal 1: 500 en voor zeegebieden in het algemeen op de schaal 1 : 25.000 of 1 : 50.000. 2 De verzamelkaarten worden vervaardigd op de schaal 1 : 25.000. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 De aan een kadastrale kaart ten grondslag liggende bescheiden zijn de relazen van bevindingen, alsmede hulpkaarten, fotogrammetrische karteringen, luchtfoto’s, door derden vervaardigde kaarten voor zover die door de Dienst geschikt worden geacht, alsmede aan die kaarten van derden ten grondslag liggende bescheiden die de meetgegevens bevatten. 2 artikel 50 van de wet artikel 101, eerste en tweede lid De op het relaas van bevindingen te vermelden landmeetkundige gegevens zijn, onverminderden, die welke zijn genoemd in de onder a tot en met g genoemde bepalingen en worden op dat relaas vermeld met inachtneming van hetgeen daaromtrent in die bepalingen is voorgeschreven. a. Op de tekeningen, die niet op schaal behoeven te zijn, wordt de richting van het noorden door een pijl aangeduid. b. De lijnen die op een kadastrale kaart voorkomen of daarop moeten worden aangebracht, worden als volle lijnen getekend. De overige lijnen worden als streep- of stippellijnen getekend. c. De aard van de afscheidingen en grenstekens wordt de plaats van de afscheiding ten opzichte van de perceelgrens aangegeven. d. De meetgetallen worden als decimale getallen geschreven en wel loodrecht op de meetlijn. De meetgetallen worden in de regel afgerond op centimeters. e. De nieuwe, de gehandhaafde en de oude perceelnummers worden vermeld in onderscheidenlijk rood, zwart en blauw. f. De nieuwe, de gehandhaafde en de oude grenslijnen worden afgebeeld in onderscheidenlijk rood, zwart en blauw. g. Zo mogelijk worden gegevens vermeld omtrent de verzekerde punten van de meetkundige grondslag, de piketten, de opstallen, de cultuuraanduiding, de plaatselijke benaming en de huisnummers. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 Na voltooiing van het relaas van bevindingen worden hulpkaarten opgemaakt. 2 Op de hulpkaarten worden voorgesteld: a. in rood: de nieuwe lijnen; b. in blauw: de lijnen die zullen vervallen; c. in zwart: de onveranderde lijnen; d. door signaturen in rood de nieuwe gemeente- en sectiegrenzen en in blauw de vervallen gemeente- en sectiegrenzen. 3 Op de hulpkaarten worden de nieuwe nummers in zwart, de vervallen nummers in blauw en de niet veranderde nummers in rood vermeld. 4 artikel 17 artikel 119, vierde lid, van de Landinrichtingswet Bij bijhouding ten gevolge van een ingeschreven akte van verdeling als bedoeld injunctowordt van de oude toestand per vervallen kadastrale kaart een hulpkaart opgemaakt. Op een afzonderlijke hulpkaart worden de nieuwe nummers vermeld en wordt voor de figuratie verwezen naar het nieuwe minuutplan. In geval van kadastrale toepassing in de bestaande kadastrale kaart worden afzonderlijke hulpkaarten opgemaakt van de oude en de nieuwe toestand. 5 artikel 207, eerste lid, van de Landinrichtingswet Bij bijhouding ten gevolge van een ingeschreven akte van toedeling als bedoeld inworden slechts hulpkaarten opgemaakt, voor zover die nodig zijn als aanduiding van hetgeen op de kadastrale kaarten komt te vervallen. Vermelding van de nieuwe perceelnummers geschiedt slechts, voor zover het een bestaande sectie betreft. In geval van toepassing in een bestaande kadastrale kaart worden afzonderlijke hulpkaarten opgemaakt van de oude en de nieuwe toestand. 2004 97 25-05-2004 18-05-2004 014918 2004 97 25-05-2004 18-05-2004 014918 27-05-2004
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 Zelfstandige karteringen van een perceel worden slechts vervaardigd, indien dit noodzakelijk is voor controle op een meting, voor groottebepaling of voor grensuitzetting. 2 De zelfstandige karteringen worden gemaakt op de desbetreffende hulpkaart dan wel op een afzonderlijke hulpkaart. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 artikel 52, eerste lid, van de wet De inbedoelde coördinaatpunten (RD-punten) worden landelijk genummerd. De nummers zijn opgebouwd uit zes cijfers. 2 De in het eerste lid bedoelde nummers verwijzen met de eerste drie cijfers naar het blad van de overzichtskaart op schaal 1:50.000, waarbij het derde cijfer verwijst naar het oorspronkelijk westelijk of oostelijk halfblad van de topografische indeling door het cijfer 9 respectievelijk 0. 3 Het vierde cijfer geeft de orde van het punt aan. Het volgnummer in de groep wordt aangegeven door de laatste twee cijfers. 4 Bij de nummering worden op de laatste drie posities de volgende cijferreeksen gebruikt: a. 101 tot en met 119 voor de oorspronkelijke eerste orde punten van het primaire driehoeksnet; b. 201 tot en met 299 voor de RD-punten van de tweede orde; c. 301 en hoger voor alle overige punten. 1998 143 31-07-1998 15-07-1998 98/5333 1998 143 31-07-1998 15-07-1998 98/5333 02-08-1998
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 artikel 52, eerste lid, van de wet De ligging van de inbedoelde punten wordt weergegeven op overzichtskaarten op schaal 1:50.000. 2 De in het eerste lid bedoelde punten worden op kaarten weergegeven door een cirkeltje met een middellijn van 4 mm. Bij deze punten worden de drie laatste cijfers van het puntnummer in verticaal schrift met een hoogte van 3 mm vermeld. De eerste drie cijfers van de puntnummers worden vermeld in de rechterbovenhoek van de kaart. 3 Sommige RD-punten zijn bij uitstek geschikt om te gebruiken als opstelpunt voor GPS-metingen. Deze punten worden op de overzichtskaart weergegeven met een rechthoekig kader om het driecijferige puntnummer. 4 Beschrijving en coördinaten van RD-punten worden vermeld op coördinaatlijsten. 1998 143 31-07-1998 15-07-1998 98/5333 1998 143 31-07-1998 15-07-1998 98/5333 02-08-1998
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 artikel 4 van het besluit De aantekening betreffende een inschrijving in de openbare registers, bedoeld in, wordt gesteld door bij het perceel en de rechthebbenden melding te maken van het tijdstip en het stukidentificatienummer van het ingeschreven stuk. 2007 4 05-01-2007 06-12-2006 06.052729 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 artikel 5, eerste lid, van het besluit De verwijzing, bedoeld ingeschiedt op de volgende wijze: a. indien de bijwerking is gegrond op een inschreven stuk; door vermelding van het tijdstip en het stukidentificatienummer van het ingeschreven stuk; b. indien de bijwerking is gegrond op een niet-ingeschreven stuk: door vermelding van de dagtekening van de bijwerking en het volgnummer van dat stuk. 2 artikel 5, eerste lid, van het besluit artikelen 64 67 De verwijzing, bedoeld inwordt ook gesteld bij het wijzigen of aanvullen van de in deenbedoelde gegevens. 2007 4 05-01-2007 06-12-2006 06.052729 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 artikel 6, eerste lid, van het Besluit Wijziging of aanvulling van de in de basisregistratie kadaster vermelde gegevens inzake een geheel perceel of appartementsrecht als bedoeld in, geschiedt met inachtneming van het tweede tot en met achtste lid. 2 Indien de inschrijving in de openbare registers een wijziging betreft in de rechtstoestand naar burgerlijk recht dan wel een wijziging of aanvulling van de gegevens omtrent een rechthebbende en die inschrijving aanleiding geeft tot een wijziging of aanvulling van de in de basisregistratie kadaster vermelde gegevens, worden laatstbedoelde gegevens met het ingeschreven stuk in overeenstemming gebracht, tenzij de inschrijving betrekking heeft op een erfdienstbaarheid. Bij de desbetreffende in de basisregistratie kadaster vermelde gegevens wordt een korte aanduiding van de aard van het ingeschreven stuk vermeld. 3 Indien de inschrijving in de openbare registers een erfdienstbaarheid betreft wordt in de basisregistratie kadaster bij de percelen van het heersende en het dienende erf het stukidentificatienummer van het op de erfdienstbaarheid betrekking hebbende ingeschreven stuk vermeld, alsmede een aanduiding dat het een erfdienstbaarheid betreft. 4 artikel 46, eerste lid, van de wet Indien algemene voorwaarden, modelreglementen en andere inbedoelde stukken zijn ingeschreven, wordt bij de naam van de in het stuk vermelde personen verwezen naar het stukidentificatienummer van het desbetreffende ingeschreven stuk, onder vermelding van een korte aanduiding van de aard van het stuk. 5 artikel 77, vijfde lid, van de wet artikel 24 van het besluit Indien een akte van vernieuwing als bedoeld inwordt ingeschreven entoepassing heeft gevonden, is het tweede en derde lid niet van toepassing. 6 Indien een verklaring van waardeloosheid of enig ander stuk dat strekt tot inschrijving van de waardeloosheid van een inschrijving, wordt ingeschreven, zijn het tweede tot en met vierde lid van overeenkomstige toepassing, onverminderd het achtste lid. 7 artikel 3, eerste lid, van de Wkpb artikel 41 42 Indien een ander stuk dan bedoeld in het tweede tot en met zesde lid, niet zijnde een stuk als bedoeld in, wordt ingeschreven, wordt bij het desbetreffende perceel alsmede, indien het stuk op een rechthebbende betrekking heeft, bij de gegevens van de desbetreffende rechthebbende vermeld het stukidentificatienummer van dit stuk alsmede, ingeval het een invermeld stuk betreft, een korte aanduiding van de aard van het ingeschreven stuk overeenkomstig de artikelen 41 en. 8 artikel 41, eerste lid Indien een verklaring van waardeloosheid of enig ander stuk dat strekt tot inschrijving van de waardeloosheid van een inschrijving, wordt ingeschreven betreffende een inschrijving als bedoeld in het zevende lid, wordt, ingeval het een in, vermeld feit betreft, in afwijking van het zevende lid de in dat lid bedoelde aanduiding verwijderd onder vermelding van het stukidentificatienummer van het desbetreffende stuk. 9 Vervallen. 10 Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op de inschrijving van stukken die betrekking hebben op mijnen als bedoeld in de Loi concernant les Mines, les Minières et les Carrières, du 21 avril 1810 (Bulletin des Lois no. 285). 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 Artikel 39 is van overeenkomstige toepassing ingeval een inschrijving in de openbare registers betrekking heeft op een gedeelte van een perceel, waarbij de bijhouding terstond volledig plaatsvindt omdat geen meting noodzakelijk is, met dien verstande dat tevens wordt vermeld dat van een gedeelte van een perceel sprake is, waarbij tevens de grootte van het gedeelte wordt vermeld, zo deze bekend is. 2 artikel 39 Indien in de in het eerste lid bedoelde gevallen de inschrijving betrekking heeft op erfdienstbaarheden, vindt de bijwerking plaats op de wijze als voorzien in. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 artikel 39, zevende lid De in, bedoelde aanduidingen van de aard van de ingeschreven stukken luiden als volgt: Aard ingeschreven stuk Aanduiding a. Ondercuratelestelling Ondercuratelestelling, onder vermelding van de naam en de woonplaats met adres van de curator b. Faillietverklaring Faillietverklaring, onder vermelding van de naam en de woonplaats met adres van de curator c. Verleende surséance van betaling Surséance, onder vermelding van de naam en woonplaats met adres van de bewindvoerder cc. het van toepassing zijn van een schuldsaneringsregeling natuurlijke personen schuldsaneringsregeling onder vermelding van de naam en woonplaats met adres van de bewindvoerder; artikelen 41, eerste lid 50, eerste lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek d. Toestemming als bedoeld in de, enom een boom, heester of heg dan wel een venster, balcon of soortgelijke werken binnen de verboden afstand van de grens van een erf te hebben Toestemming om boom enz. binnen verboden afstand te hebben artikel 59 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek e. Afwijkende regeling als bedoeld in artikel 5:59 BW Afwijkende regeling f. Onderbewindstelling van een register goed of een algemeenheid van goederen of een aandeel daarin Onderbewindstelling, onder vermelding van de naam en de woonplaats met adres van de bewindvoerder artikel 252 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek g. Beding als bedoeld in Kwalitatieve verbintenis Tijdelijke wet huurkoop onroerende zaken h. Huurkoop als bedoeld in de Huurkoop i. Reglementen en andere regelingen die tussen medegerechtigden in registergoederen zijn vastgesteld Reglementen j. Instelling van een rechtsvordering of de indiening van een verzoekschrift ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak Instelling rechtsvordering k. Instelling van een rechtsmiddel tegen een rechterlijke uitspraak Instelling rechtsmiddel artikel 119, eerste lid, van de Landinrichtingswet l. Ruilverkavelingsovereenkomst als bedoeld in Ruilv. overeenkomst artikel 423 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek m. Lastgeving als bedoeld in, voorkomend in een akte van economische eigendomsoverdracht Privatieve last (economische overdracht) artikel 423 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek n. Lastgeving als bedoeld in, voorkomend in een akte anders dan onder x bedoeld Privatieve last artikel 3 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 10, derde lid, van de Wet voorkeursrecht gemeenten o. Koopovereenkomst als bedoeld inen overeenkomst als bedoeld in art. 7:3 BW KP: koop, zie BW WVG KC: koopovereenkomsten art. 10 WVG KT: koop of voorovereenkomst tot koop, zie DP: doorhaling koop, zie art. 7:3 BW DC: doorhaling koopovereenkomst BW en WVG DT: doorhaling koop of voorovereenkomst tot koop, zie art. 10 WVG artikel 110i van de Wet geluidhinder artikel 114a van de Wet geluidhinder p. Besluit als bedoeld intot vaststelling van een hogere waarde, en mededeling inzake het vervallen van de verplichting tot de realisatie van maatregelen als bedoeld in Besluit Wet geluidhinder 2 De in het eerste lid bedoelde aanduidingen kunnen worden afgekort, indien dit uit praktische overwegingen noodzakelijk is mits aan de duidelijkheid geen afbreuk wordt gedaan. 2007 116 20-06-2007 12-06-2007 07.037258 2007 219 26-06-2007 08-06-2007 01-07-2007 Treedt in werking op het
tijdstip waarop de Invoeringswet Wet
kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen
onroerende zaken in werking
treedt.
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 artikel 39, zevende lid artikel 41 Indien een stuk als bedoeld in, op een gedeelte van een perceel betrekking heeft, wordt aan de aanduiding, bedoeld in, toegevoegd: ‘mb.t. gedeelte van perceel’. 2 artikel 39, zevende lid Indien met betrekking tot een perceel waarbij een aanduiding is gesteld als bedoeld in, de kadastrale aanduiding wijzigt, wordt de genoemde aanduiding bij de nieuwe gegevens gehandhaafd. 3 artikel 39, zevende lid Indien met betrekking tot een perceel waarbij een aanduiding is gesteld als bedoeld in, een stuk wordt ingeschreven waaruit blijkt dat de rechtstoestand is gewijzigd, wordt de genoemde aanduiding bij de actuele gegevens gehandhaafd, tenzij de aanduiding uitsluitend betrekking heeft op een rechthebbende die blijkens het ingeschreven stuk niet meer in het desbetreffende perceel is gerechtigd. 4 artikel 41, eerste lid, onder l artikel 17 van de Landinrichtingswet De in, bedoelde aanduiding wordt eveneens niet gehandhaafd na de inschrijving van de akte, bedoeld in, tenzij uit de ingeschreven ruilverkavelingsovereenkomst blijkt dat ruilverkavelingsrente zal worden geheven. In laatstbedoeld geval blijft de aanduiding gehandhaafd tot het moment waarop de rente is aangetekend. 2007 116 20-06-2007 12-06-2007 07.037258 2007 219 26-06-2007 08-06-2007 01-07-2007 Treedt in werking op het
tijdstip waarop de Invoeringswet Wet
kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen
onroerende zaken in werking
treedt.
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 artikel 6, tweede lid, van het besluit Indien een stuk wordt ingeschreven in de openbare registers, dat betrekking heeft op de overgang van een gedeelte van een perceel of een zodanige vestiging, overgang, wijziging of afstand van een beperkt recht, en dit recht op een gedeelte van een perceel komt te rusten als bedoeld in, wordt bij het perceel van de vervreemder vermeld dat van een gedeelte sprake is en wordt verwezen naar het stukidentificatienummer van het desbetreffende ingeschreven stuk. 2 artikelen 39, tweede en zesde lid 40, eerste lid Voorts zijn de, en, van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 12, eerste lid, van het besluit Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing, indien het geval zich voordoet, bedoeld in. 2007 116 20-06-2007 12-06-2007 07.037258 2007 219 26-06-2007 08-06-2007 01-07-2007 Treedt in werking op het
tijdstip waarop de Invoeringswet Wet
kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen
onroerende zaken in werking
treedt.
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 artikel 7 van het besluit artikel 43 De inbedoelde vervanging van de inbedoelde vermeldingen door de tevens door de meting verkregen gegevens, geschiedt aan de hand van een metingstaat, die wordt opgemaakt nadat het relaas van bevindingen en de hulpkaarten gereed zijn. In de metingstaat worden vermeld de gegevens van de vervallen en de nieuw gevormde percelen, alsmede het verband daartussen, op een zodanige wijze dat de basisregistratie kadaster volledig kan worden gewijzigd of aangevuld. 2 Op de metingstaat wordt de dagtekening van het ontstaan van de nieuwe kadastrale aanduidingen vermeld. 3 De basisregistratie kadaster wordt in overeenstemming gebracht met de uit de metingstaat blijkende nieuwe gegevens. In de basisregistratie kadaster vindt zo mogelijk een wederkerige verwijzing plaats tussen de vervallen en de nieuwe percelen. 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 artikel 3, eerste lid van de Wkpb artikel 3, eerste lid, van de Regeling kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken Na inschrijving van een beperkingenbesluit als bedoeld in, vindt bijhouding van de basisregistratie kadaster plaats op basis van de essentialia, genoemd in. 2 Het bestuursorgaan levert de essentialia, bedoeld in het eerste lid, aan met toevoeging van de volgende verklaring: ‘Hierbij verklaar ik dat de essentialia van het besluit zoals hiervoor vermeld de volledige en juiste gegevens bevatten op grond waarvan de basisregistratie kadaster kan worden bijgewerkt en dat dit stuk met de daaraan toegevoegde bijlage(n) een volledige en juiste weergave is van het stuk waarvan het een afschrift is.’. 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 45a — Artikel 45a#
Artikel 45a 1 artikel 15, zesde lid, van de Wkpb Ingeval de identificatie van een object van de inbedoelde onroerende zaken wordt gewijzigd en met betrekking tot de daarop rustende beperkingen geen handmatig ingetekende geometrie in elektronische vorm is ingeschreven, vindt bijhouding van de basisregistratie kadaster plaats met inachtneming van het tweede tot en met vijfde lid. 2 artikel 10, eerste lid, van het besluit De handhaving van de vermelding van een publiekrechtelijke beperking, bedoeld in, geschiedt door bij de actuele gegevens van de nieuw gevormde objecten de korte aanduiding die bij de vervallen objecten was vermeld, over te nemen, zo mogelijk onder verwijzing naar het stukidentificatienummer van inschrijving van het stuk op grond waarvan de desbetreffende aanduiding werd gesteld. Tevens wordt de aantekening ’in onderzoek’ geplaatst, tenzij de wijziging van de kadastrale aanduiding betreft een samenvoeging van percelen of perceelsgedeelten tot één perceel. 3 artikel 16, tweede lid, van de Wkpb Nadat de Dienst een opgave als bedoeld invan het betrokken bestuursorgaan heeft ontvangen: a. wordt bij alle nieuw gevormde objecten de aantekening ‘in onderzoek’ verwijderd; b. wordt de vermelding van de korte aanduiding bij een nieuw gevormd object slechts gehandhaafd, indien uit die opgave blijkt dat de beperking op dat object blijft rusten. 4 Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing in geval van a. artikelen 106 107 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek splitsing in appartementsrechten als bedoeld in deen; b. artikel 106, derde lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek ondersplitsing in appartementsrechten als bedoeld in; c. wijziging van de onder a en b bedoeld splitsingen, en d. opheffing van de onder a en b bedoelde splitsingen. 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 45b — Artikel 45b#
Artikel 45b 1 artikel 15, eerste lid, van de Wkpb Ingeval de kadastrale aanduiding van de inbedoelde onroerende zaken wordt gewijzigd en met betrekking tot de daarop rustende beperkingen de handmatig ingetekende geometrie in elektronische vorm is ingeschreven, vindt bijhouding van de basisregistratie kadaster plaats met inachtneming van het tweede en derde lid. 2 artikel 10, eerste lid, van het besluit De Dienst stelt op basis van de handmatige ingetekende geometrie vast op welke van de nieuw gevormde percelen de publiekrechtelijke beperking geheel of gedeeltelijk rust. De handhaving van de vermelding van een publiekrechtelijke beperking, bedoeld in, geschiedt door bij de actuele gegevens van de nieuw gevormde percelen waarop de publiekrechtelijke beperking geheel of gedeeltelijk rust, de korte aanduiding die bij de vervallen percelen was vermeld, over te nemen, zo mogelijk onder verwijzing naar het stukidentificatienummer van inschrijving van het stuk op grond waarvan de desbetreffende aanduiding werd gesteld. 3 Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing in geval van a. artikelen 106 107 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek splitsing in appartementsrechten als bedoeld in deen; b. artikel 106, derde lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek ondersplitsing in appartementsrechten als bedoeld in; c. wijziging van de onder a en b bedoelde splitsingen, en d. de opheffing van de onder a en b bedoelde splitsingen. 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 45c — Artikel 45c#
Artikel 45c 1 artikel 7, van de Regeling kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken Het verantwoordelijke bestuursorgaan kan via de daarvoor bestemde internetapplicatie van de Dienst, ambtshalve een object aanwijzen als bedoeld in. 2 Wanneer een object, waarop een beperking rust, niet langer actueel is, mag het bestuursorgaan dit niet ambtshalve vervangen door een ander object als daardoor het werkingsgebied van de beperking groter wordt dan in het oorspronkelijke besluit was bedoeld. In dat geval dient de wijziging via een inschrijving in de openbare registers te worden aangeboden. 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 45d — Artikel 45d#
Artikel 45d Vervallen 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 45e — Artikel 45e#
Artikel 45e Vervallen 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 45f — Artikel 45f#
Artikel 45f Vervallen 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 45g — Artikel 45g#
Artikel 45g Vervallen 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 45h — Artikel 45h#
Artikel 45h Vervallen 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 45i — Artikel 45i#
Artikel 45i Vervallen 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 Indien een inschrijving in de openbare registers een overdracht betreft van een registergoed voor een bepaalde tijd, wordt de verkrijger in de basisregistratie kadaster vermeld als vruchtgebruiker en de vervreemder als eigenaar, gedurende de in het ingeschreven stuk gestelde tijd. 2 Indien een inschrijving in de openbare registers een overdracht betreft van een registergoed onder opschortende tijdsbepaling, wordt de verkrijger in de basisregistratie kadaster vermeld als eigenaar en de vervreemder als vruchtgebruiker, gedurende de in het ingeschreven stuk gestelde tijd. 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 Indien een inschrijving in de openbare registers een overdracht betreft onder een opschortende voorwaarde, wordt het perceel eerst op naam van de verkrijger gesteld wanneer de vervulling van die voorwaarde is ingeschreven. 2 Zolang de vervulling van de voorwaarde niet is ingeschreven, wordt bij het perceel aangetekend: ‘onder opschortende voorwaarde geleverd aan ...’, onder invulling van de persoonsgegevens van de verkrijger. 3 Indien wordt geleverd aan een rechtspersoon in oprichting, wordt bij het perceel aangetekend: ‘Overgedragen aan ... in oprichting’, onder invulling van de gegevens van die rechtspersoon in oprichting. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 Indien een inschrijving in de openbare registers een overdracht betreft onder een ontbindende voorwaarde, wordt bij het perceel van de verkrijger aangetekend: ‘Verkregen onder ontbindende voorwaarde’. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 1 Indien een inschrijving in de openbare registers betrekking heeft op een beperkt recht is dat voor een beperkte duur is gevestigd, dan wel op een gedoogverplichting die voor een beperkte duur is opgelegd, wordt het tijdstip waarop het recht of de gedoogverplichting blijkens het ingeschreven stuk eindigt, in de basisregistratie kadaster vermeld. 2 Ook nadat het tijdstip, bedoeld in het eerste lid is verschenen, blijft de vermelding van het desbetreffende beperkte recht gehandhaafd, totdat inschrijving van een stuk inzake het beperkte recht heeft plaatsgevonden. 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Vervallen 2004 97 25-05-2004 18-05-2004 014918 2004 97 25-05-2004 18-05-2004 014918 27-05-2004
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 Indien een inschrijving in de openbare registers betrekking heeft op een gemeenschap, wordt bij het perceel bij de naam van de deelgenoten gelijke aandelen vermeld dan wel, ingeval uit het ingeschreven stuk van andere aandelen blijkt, de in dat stuk vermelde aandelen. 2 In geval van mandeligheid wordt het mandelige perceel niet tenaamgesteld, maar wordt bij het mandelige perceel verwezen naar de percelen tot nut waarvan het mandelige perceel is bestemd. Bij de percelen tot nut waarvan de mandelige zaak is bestemd, wordt verwezen naar het mandelige perceel. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 Vervallen 1994 124 04-07-1994 16-06-1994 KAZ16694015 1994 124 04-07-1994 16-06-1994 KAZ16694015 15-07-1994
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 1 Na inschrijving van een akte van splitsing, ondersplitsing of wijziging ter zake van appartementsrechten wordt bij de desbetreffende percelen verwezen naar de complexaanduiding en worden de naam en plaats van vestiging van de vereniging van eigenaren vermeld. Bij het in de splitsing betrokken recht wordt vermeld: ‘sluimerend’. Voor rechten die na de splitsing ongewijzigd voortbestaan worden de gegevens omtrent de rechthebbenden gehandhaafd. 2 artikel 67 De inbedoelde aantekening wordt verwijderd. 3 Bij appartementsrechten die zijn ondergesplitst, wordt verwezen naar de appartementsrechten die uit de ondersplitsing zijn ontstaan. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 1 Indien de onroerende zaak die in een splitsing in appartementsrechten is betrokken, in verschillende kadastrale gemeenten is gelegen, vindt in de basisregistratie kadaster onderlinge verwijzing plaats. 2 Zo mogelijk vindt verwijzing plaats tussen vervallen en nieuwe kadastrale aanduidingen van appartementsrechten. 3 Op het bij de Dienst berustende exemplaar van de appartementstekening worden de later opgetreden wijzigingen vermeld. 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 1 artikelen 53 54, eerste lid Indien de kadastrale aanduiding van percelen die in een splitsing in appartementsrechten zijn betrokken, is gewijzigd, worden de in deen, bedoelde vermeldingen en verwijzingen die voorkomen bij de vervallen percelen, overgenomen bij de daaruit nieuw gevormde percelen. 2 artikel 58, tweede lid artikelen 53 54, eerste lid Na inschrijving van een stuk waarbij de splitsing of ondersplitsing in appartementsrechten uitdrukkelijk wordt opgeheven, dan wel na inschrijving van een stuk als bedoeld in, wordt het percelenbestand hiermee in overeenstemming gebracht. De inen, bedoelde vermeldingen en verwijzingen vervallen. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 Vervallen 1995 29 09-02-1995 02-02-1995 KAZ02295010 1995 29 09-02-1995 02-02-1995 KAZ02295010 11-02-1995
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 Vervallen 1995 29 09-02-1995 02-02-1995 KAZ02295010 1995 29 09-02-1995 02-02-1995 KAZ02295010 11-02-1995
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 1 Na de inschrijving van een stuk waarbij de splitsing of ondersplitsing in appartementsrechten is opgeheven, worden verwijzingen naar inschrijvingen inzake hypotheken en beslagen, voor zover deze blijkens de openbare registers nog bestaan, overgebracht naar de percelen dan wel, bij ondersplitsing, naar de appartementsrechten die oorspronkelijk in de splitsing betrokken waren. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een deel van de onroerende zaken dat aan een splitsing in appartementsrechten is onttrokken, indien: a. artikel 114, tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek uit een ingeschreven stuk blijkt dat een deel van de in de splitsing in appartementsrechten betrokken onroerende zaken is uitgewonnen als bedoeld in; b. uit een ingeschreven vonnis van onteigening blijkt dat een deel van de in de splitsing in appartementsrechten betrokken onroerende zaken, is onteigend; c. een stuk is ingeschreven waaruit blijkt dat een erfpacht of recht van opstal dat naast één of meer onroerende zaken in een splitsing in appartementsrechten is betrokken, is geëindigd. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 1 Na de inschrijving in de openbare registers van: a. een stuk betreffende de eerste registratie van een netwerk; b. een stuk betreffende de gehele of gedeeltelijke overdracht van een netwerk; c. een stuk betreffende de wijziging van de ligging van een netwerk, of d. een proces-verbaal van inbeslagneming van een netwerk waarin het netwerk is aangeduid door middel van een eigen kadastrale aanduiding, wordt in de basisregistratie kadaster een verwijzing opgenomen tussen de kadastrale aanduiding van het netwerk en de kadastrale aanduiding van de percelen waarbinnen dat netwerk is of wordt aangelegd. 2 artikel 52, eerste lid, van de wet De verwijzing, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats door in de basisregistratie kadaster bij de kadastrale aanduiding van het netwerk een opgaaf op te nemen van de coördinaatpunten, bedoeld in, van zowel het netwerk als het gebied waarin de percelen liggen waarbinnen dat netwerk is of wordt aangelegd, alsmede de lijnverbanden tussen die coördinaatpunten. 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 1 Na de inschrijving in de openbare registers van een proces-verbaal van inbeslagneming van een netwerk waarin het netwerk is aangeduid door middel van de kadastrale aanduidingen van de percelen waarbinnen dit netwerk is aangelegd en geen melding is gemaakt van een eigen kadastrale aanduiding van het netwerk, onderzoekt de bewaarder of het netwerk al onder vermelding van een eigen kadastrale aanduiding in de basisregistratie kadaster is opgenomen. 2 Indien de bewaarder na het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, concludeert dat het netwerk in de basisregistratie kadaster is opgenomen onder vermelding van een eigen kadastrale aanduiding, wordt in de basisregistratie kadaster een verwijzing opgenomen tussen het stukidentificatienummer van het in de openbare registers ingeschreven beslag en de kadastrale aanduiding van het netwerk. 3 artikel VII van het besluit houdende wijziging van het Kadasterbesluit, de Maatregel toeboekgestelde schepen 1992, de Maatregel te boek gestelde luchtvaartuigen en het Arbeidstijdenbesluit vervoer (wijziging in verband met de inwerkingtreding van de Herzieningswet Kadasterwet I en enige andere wetten, alsmede in verband met de kadastrale aanduiding van kabelnetten) Indien de bewaarder na het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, concludeert dat het netwerk in de basisregistratie kadaster is opgenomen door middel van de kadastrale aanduidingen van de percelen waarbinnen dit netwerk is aangelegd, kent hij overeenkomstig, ambtshalve een kadastrale aanduiding aan dat netwerk toe. In de basisregistratie kadaster vermeldt de bewaarder de beslaglegger als rechthebbende op het netwerk, onder toevoeging van de volgende aantekening: ‘voorlopige registratie krachtens een beslag’. 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 artikel 59, eerste lid, onderdelen b en c artikel 60, tweede lid Indien de inschrijving van een stuk, bedoeld in, aanleiding geeft tot het toekennen van een nieuwe kadastrale aanduiding aan een kabelnet, wordt in de verwijzing tussen de kadastrale aanduiding van het kabelnet en de kadastrale aanduiding van de percelen waarbinnen dat kabelnet is of wordt aangelegd, bedoeld in artikel 59, eerste lid, en in de verwijzing tussen het stukidentificatienummer van het in de openbare registers ingeschreven beslag en de kadastrale aanduiding van het kabelnet, bedoeld in, de oude kadastrale aanduiding vervangen door de nieuwe kadastrale aanduiding. 2007 4 05-01-2007 06-12-2006 06.052729 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 1 artikel 40, tweede lid, van de Landinrichtingswet artikel 3, vierde lid, van de Reconstructiewet MiddenDelfland artikel 4, negende lid, van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën Nadat tot uitvoering van een landinrichtingsproject is besloten wordt op grond van een schriftelijke mededeling vanwege de ingenieur van het kadaster als bedoeld in,, dan wel inin de basisregistratie kadaster bij de desbetreffende percelen gesteld de aantekening: Ligt in een herverkavelingsblok. 2 In geval van wijzigingen of aanvullingen in de basisregistratie kadaster wordt de in het eerste lid bedoelde aantekening overgenomen bij de actuele gegevens. 3 De aantekening wordt verwijderd nadat de desbetreffende rente in de basisregistratie kadaster is aangetekend. 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 1 artikel 227 van de Landinrichtingswet De op de voet vanin de basisregistratie kadaster aangetekende rente wordt, indien ten aanzien van een gedeelte van het perceel de rechtstoestand blijkens de openbare registers is gewijzigd, of indien het perceel wordt gesplitst, verdeeld naar verhouding van de oppervlakte. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien het perceel waarop rente rust wordt gesplitst in appartementsrechten, dan wel in geval sprake is van wijziging, ondersplitsing of opheffing ter zake van appartementsrechten. 3 Artikel 62, tweede lid , is van overeenkomstige toepassing. 4 artikel 226 artikel 240, veertiende lid, van de Landinrichtingswet De in het eerste lid bedoelde rente wordt verwijderd nadat de rijksbelastingdienst heeft medegedeeld dat de rente is afgekocht. Verwijdering vindt ook plaats nadat de termijn, bedoeld injunctois verstreken. 5 Het eerste tot en met vierde lid is mede van toepassing ter zake van herverkavelingsrente, ruilverkavelingsrente, reconstructierente en herinrichtingsrente. 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 artikel 188 van de Landinrichtingswet artikel 68 van de Reconstructiewet Midden-Delfland artikel 53 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Dentse Veenkoloniën Zodra het afschrift van een lijst van rechthebbenden, bedoeld in,, dan wel inis ontvangen, worden in de basisregistratie kadaster aantekeningen geplaatst, waaruit de afwijkingen blijken die bestaan tussen de lijst van rechthebbenden en de in de basisregistratie kadaster vermelde rechthebbenden. Desgewenst worden omtrent die lijst zo volledig mogelijke inlichtingen aan derden verstrekt. 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 1 artikel 9 van het besluit De in ingeschreven stukken vermelde koopsom wordt in het percelenbestand, bedoeld in, bij het desbetreffende perceel vermeld, voor zover het leveringen betreft van de eigendom, de erfpacht dan wel het recht van opstal. 2 Indien een koopsom op verschillende percelen betrekking heeft, wordt tevens vermeld: ’met meer onroerend goed’. 1997 126 07-07-1997 03-06-1997 96/4158 1997 126 07-07-1997 03-06-1997 96/4158 09-07-1997
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 Vervallen 2004 128 08-07-2004 23-06-2004 04.018321 2004 128 08-07-2004 23-06-2004 04.018321 10-07-2004
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 1 Na vaststelling van het complexnummer inzake splitsing in appartementsrechten, wordt in de basisregistratie kadaster melding gemaakt van de desbetreffende toekomstige appartementsrechter door vermelding van de kadastrale aanduiding daarvan in het percelenbestand. Tevens wordt bij de in de splitsing te betrekking percelen of in de ondersplitsing te betrekken appartementsrechten de aantekening gesteld: ‘Betrokken in voorgenomen splitsing, dan wel ondersplitsing of wijziging in de appartementsrechten’. 2 Indien vóór de inschrijving van de akte van splitsing een nieuw complexnummer wordt vastgesteld, worden de in het eerste lid bedoelde vermeldingen gewijzigd of aangevuld. 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 1 Percelen worden zo veel mogelijk op een zodanige wijze gevormd dat de grenzen daarvan rechtsgrenzen zijn. 2 In afwijking van het eerste lid kunnen afzonderlijke percelen worden gevormd, indien dit in verband met toekomstige wijziging in de rechtstoestand of in verband met bestemming en gebruik gewenst is. 3 Er worden niet meer percelen gevormd dan strikt nodig is. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 Kunstwerken als sluizen, bruggen, kribben en dergelijke worden in het algemeen niet als afzonderlijke percelen beschouwd. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 Zonodig vindt bij bestemmingsplannen de perceelsvorming zodanig plaats dat het middel van de wegen als perceelsgrens fungeert. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 1 Aan elkaar grenzende percelen waarop inschrijvingen inzake hypotheken betrekking hebben die niet gelijk zijn voor elk der percelen, worden in het algemeen niet samengevoegd. 2 Indien aan elkaar grenzende delen van een perceel blijkens verschillende ingeschreven stukken in één hand zijn gekomen vóór het tijdstip waarop de meting wordt verricht en die delen in één nieuw perceel zullen worden opgenomen, zo wordt zo mogelijk de grens tussen bedoelde delen onderling, hoewel deze niet op de kadastrale kaart wordt vermeld, op grond van aanwijzing van de belanghebbenden in het relaas van bevindingen vermeld, met het oog op een gespecificeerde vermelding van de inschrijvingen in de metingstaat. 3 Landinrichtingswet Ter zake van de toepassing van een toedeling ingevolge devindt geen samenvoeging plaats tussen toegedeelde kavels en buiten het blok gelegen percelen. 2015 25790 21-08-2015 12-08-2015 15.025566 2015 25790 21-08-2015 12-08-2015 15.025566 23-08-2015
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 1 Een perceel waarvan niet de gehele begrenzing op het terrein gelijk is dan wel geacht wordt gelijk te zijn aan die van een bestaand perceel, wordt aangeduid door een nieuw nummer, onmiddellijk volgende op het laatstgebruikte nummer van de desbetreffende sectie. 2 Een perceel waarvan de gehele begrenzing op het terrein gelijk is aan de begrenzing zoals die uit de kadastrale kaart en de daaraan ten grondslag liggende bescheiden blijkt, behoudt het bestaande nummer. 3 Indien verschil bestaat tussen de terreinsituatie en de kadastrale gegevens, wordt de in het tweede lid bedoelde begrenzing geacht gelijk te zijn gebleven, indien zulks uit de aanwijzing van alle belanghebbenden blijkt en zulks bovendien aannemelijk voorkomt. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 artikel 72, derde lid Is bij de opmeting van nieuwe gebouwen gebleken of blijkt bij de kartering van deze, dat scheidsmuren niet zijn geplaatst volgens de vóór de bouw aanwezige afpaling die indertijd als kadastrale grens werd opgemeten, dan is die afwijking, behoudens het geval, bedoeld in, geen reden tot redressering van de kadastrale grenzen. In dat geval wordt zonodig tot afzonderlijke perceelsvorming overgegaan. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 1 artikelen 75 76 De berekening van de grootte van de percelen geschiedt overeenkomstig de in de Handleiding voor de technische werkzaamheden van het Kadaster gegeven aanwijzingen, en met inachtneming van het tweede lid en deen. 2 Nauwkeurige grootteberekening van een perceel is mogelijk, indien alle grenzen van het perceel vaststaan en in eenzelfde meetkundig verband zijn vastgelegd, hetzij door één meting, hetzij door combinatie dan wel transformatie van gegevens, ontleend aan verschillende metingen. 1998 143 31-07-1998 15-07-1998 98/5333 1998 143 31-07-1998 15-07-1998 98/5333 02-08-1998
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 artikel 74, tweede lid Bij de in, bedoelde nauwkeurige grootteberekening wordt, indien de meting ambtshalve is verricht, geen hogere nauwkeurigheid nagestreefd dan verantwoord is in verband met de waarde van de onroerende zaak. 1998 143 31-07-1998 15-07-1998 98/5333 1998 143 31-07-1998 15-07-1998 98/5333 02-08-1998
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 1 De wijze van afronden bij het vaststellen van de grootte van de percelen hangt af van de nauwkeurigheid van de meting. 2 Er wordt afgerond op gehelen van centiaren. Als nauwkeurige grootteberekening niet mogelijk is, kan worden afgerond op vijf- of tienvouden van centiaren. 3 Is bij een ingeschreven stuk een onroerende zaak van slechts enkele centiaren overgegaan en wordt deze toegevoegd aan een ander perceel dat overigens niet is veranderd en waarvan de grootte niet onjuist wordt bevonden, dan wordt de na die toevoeging verkregen grootte niet afgerond. 1998 143 31-07-1998 15-07-1998 98/5333 1998 143 31-07-1998 15-07-1998 98/5333 02-08-1998
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 1 artikel 44 De inbedoelde metingsstaten worden opgemaakt met inachtneming van het tweede tot en met vijfde lid. 2 Bij ieder perceel of gedeelte daarvan wordt zo mogelijk verwezen naar het stukidentificatienummer van het stuk waarbij de verkrijging plaatsvond. 3 artikelen 45a 45b artikel 10, tweede lid, van het besluit Korte aanduidingen inzake publiekrechtelijke beperkingen worden zodanig vermeld, dat voldaan kan worden aan deen. Tevens vindt vermelding plaats van het resultaat van het onderzoek als bedoeld in. 4 artikel 44 Er wordt melding gemaakt van overgegane gedeelten die nog niet zijn gemeten, van gegevens omtrent hypotheken en beslagen en tevens van alle gegevens die nodig zijn om te kunnen voldoen aan. 5 artikel 2, eerste lid Indien de metingstaat betrekking heeft op de bijhouding in verband met akten van toedeling als bedoeld in, worden geen gegevens vermeld inzake het verband tussen de oude en de nieuwe percelen. 2007 116 20-06-2007 12-06-2007 07.037258 2007 219 26-06-2007 08-06-2007 01-07-2007 Treedt in werking op het
tijdstip waarop de Invoeringswet Wet
kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen
onroerende zaken in werking
treedt.
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 1 De perceelgrenzen, de omtrekken van opstallen en de gebruiksgrenzen of cultuurscheidingen worden op de kadastrale kaarten getekend met volle lijnen. 2 Met korte-streeplijnen worden getekend de perceelgrenzen waarop in de regel geen blijvende afscheiding geplaatst wordt, zoals een op het terrein onzichtbare verbindingslijn van twee straathoeken, het midden van een weg of sloot, van welke weg of sloot de kanten op de kaart in volle lijnen zijn aangegeven, of een trens lopende door een vijver, een meer of ander water. 3 Indien de onzichtbare perceelgrens, bedoeld in het tweede lid, tevens rijksgrens is, wordt deze in plaats van door een korte-streeplijn aangegeven door een kruisjeslijn; is deze een provinciegrens, dan door een kruis-streeplijn; is deze een gemeentegrens, dan door een kruispuntlijn. 4 Indien de in het derde lid bedoelde signaturen aanleiding zouden geven tot onduidelijkheid, worden deze slechts voor gedeelten van de onzichtbare grens toegepast en wordt voor de overige gedeelten de korte-streeplijn gebruikt. 5 Indien de onzichtbare perceelgrens sectiegrens is, wordt deze in plaats van door een korte-streeplijn aangegeven door een streep-puntlijn. 6 De as van een spoorweg of van een kanaal wordt aangegeven door een onderbroken lange-streeplijn, waarbij de streep 4 mm en de spatie 1 mm is. Een hoogspanningslijn wordt aangegeven door een onderbroken lange-streeplijn, waarbij de streep 8 mm en de spatie 1 mm is. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 1 artikel 27, tweede lid De in, bedoelde verzamelkaarten worden periodiek bijgewerkt. 2 Bij de in het eerste lid bedoelde bijwerking worden grenzen van kadastrale gemeenten aangegeven met een volle lijn en bladgrenzen met een streep-puntlijn. Binnen de gemeente- onderscheidenlijk bladgrens wordt de naam van de kadastrale gemeente onderscheidenlijk letter en nummer van de sectie van elk blad vermeld. Strekt eenzelfde kadastrale gemeente, sectie of blad zich uit over meer dan één verzamelkaart, dan wordt binnen de figuratie van ieder deel de bijbehorende aanduiding geplaatst. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 1 artikel 2, eerste lid Inzake de bijhouding in verband met een ingeschreven akte van toedeling als bedoeld in, worden zonodig nieuwe secties gevormd, dan wel aan een bestaande sectie kadastrale kaarten toegevoegd, waarbij bestaande kadastrale kaarten geheel of gedeeltelijk vervallen. 2 Indien een akte van toedeling betrekking heeft op een gehele of gedeeltelijke kadastrale gemeente die een andere naam draagt dan de desbetreffende burgerlijke gemeente, wordt het desbetreffende gebied in beginsel ingedeeld bij, dan wel gevormd tot de kadastrale gemeente die de naam van de burgerlijke gemeente draagt. 1995 29 09-02-1995 02-02-1995 KAZ02295010 1995 29 09-02-1995 02-02-1995 KAZ02295010 11-02-1995
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 1 artikel 17, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994 bijlage 6 De inbedoelde brief heeft de vorm van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd. 2 artikel 17, vierde juncto eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994 artikel 12, eerste lid, van het besluit artikel 13, eerste lid, van het besluit bijlage 7 bijlage 8 De inbedoelde brief heeft, ingeval artikelvan toepassing is, de vorm van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd en, ingevalvan toepassing is, de vorm van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 1 artikel 16, derde lid, van het besluit De bijhouding van de kadastrale kaarten, bedoeld in, vindt plaats met inachtneming van het tweede en derde lid. 2 De door belanghebbenden aangewezen grens wordt, zonder dat perceelsvorming plaatsvindt, op de kaart vermeld, waarbij wordt aangegeven dat geen sprake is van een perceelgrens. 3 Na inschrijving van een stuk tot verbetering wordt tot perceelsvorming overgegaan en wordt de in het tweede lid bedoelde grens tot perceelgrens gemaakt. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 1 artikel 17 van het besluit De aantekening omtrent het overlijden van personen, bedoeld in, wordt gesteld bij de gegevens van de desbetreffende rechthebbende en luidt: ‘overleden op ...’, onder vermelding van de datum van overlijden. Tevens wordt verwezen naar het jaar en het volgnummer van het desbetreffende stuk. 2 Als bedoeladres wordt vermeld het adres van de echtgenoot van de overledenen, dan wel het adres van de erfgenaam die het grootste aandeel in de nalatenschap heeft. Bij gelijke aandelen wordt zoveel mogelijk het adres vermeld van de oudste in Nederland woonachtige erfgenaam. 3 Ingeval evenwel uit de ontvangen inlichtingen van een ander boedeladres blijkt dan het in het tweede lid bedoelde, wordt in dat geval wordt het eerstbedoelde boedeladres vermeld. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 Vervallen 1996 107 07-06-1996 20-05-1996 96/4152 1996 107 07-06-1996 20-05-1996 96/4152 09-06-1996
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 artikel 18, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994 bijlage 9 De inbedoelde brief heeft de vorm van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 1 De bijhouding op grond van inlichtingen of waarnemingen omtrent de cultuuraanduiding van gehele percelen, geschiedt op een der onder a tot en met c genoemde wijzen: a. artikel 39 indien het inlichtingen betreft die blijken uit ingeschreven stukken; de in de basisregistratie kadaster vermelde cultuuraanduiding wordt vervangen door de in het ingeschreven stuk vermelde cultuuraanduiding, welke bijhouding gelijktijdig plaatsvindt met de inbedoelde bijhouding, b. indien het andere dan onder a bedoelde inlichtingen betreft: de n, de basisregistratie kadaster vermelde cultuuraanduiding wordt vervangen door de nieuwe cultuuraanduiding: c. indien het waarnemingen betreft: de desbetreffende gegevens worden in de metingstaat vermeld, waarna de bijhouding plaatsvindt door verwerking van de metingstaat in de basisregistratie kadaster. 2 De vermelding van de cultuuraanduiding geschiedt overeenkomstig een door de Dienst gehanteerde gestandaardiseerde methode. Tevens vindt codering van de vermelde cultuuraanduidingen plaats. 3 Op grond van de in het eerste lid bedoelde gegevens wordt tevens bij ieder perceel melding gemaakt van de aanduiding ‘bebouwd’ dan wel ‘onbebouwd’. 4 artikelen 26 79, eerste lid De bijhouding van de kadastrale kaarten geschiedt met inachtneming van deen. 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 1 De bijhouding op grond van inlichtingen of waarnemingen omtrent de adressen met postcode en de plaatselijke benaming van onroerende zaken geschiedt op de wijze als in het tweede tot en met vierde lid is bepaald. 2 Indien het percelen betreft waarop een gebouw staat dat een postadres heeft, vindt bijhouding uitsluitend plaats op grond van inlichtingen die door de naamloze vennootschap Koninklijke PTT Nederland N.V., of door een dochtermaatschappij van deze vennootschap zijn verstrekt. De bijhouding geschiedt door de in de basisregistratie kadaster vermelde plaatselijke aanduiding te vervangen door de nieuwe. 3 Artikel 87, eerste lid, onder a, b en c Indien het andere dan in het tweede lid bedoelde percelen betreft, vindt bijhouding plaats op grond van inlichtingen die blijken uit ingeschreven stukken, op grond van rechtstreeks van de rechthebbende verkregen inlichtingen, alsmede op grond van waarnemingen., is van overeenkomstige toepassing. 4 Artikel 29, tweede lid , is van toepassing. 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 artikel 44 artikel 9 van het besluit De bijhouding van de coördinaten van de percelen in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting geschiedt door opneming van de coördinaten in de metingstaat, bedoeld in, op grond waarvan in de basisregistratie kadaster de desbetreffende coördinaten worden vervangen door de in de metingstaat vermelde. De coördinaten worden vermeld in het percelenbestand, bedoeld in. 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 1 Ten aanzien van onroerende zaken van de Staat wordt in de basisregistratie kadaster melding gemaakt van het beheer over die zaken op de wijze als in het tweede en derde lid is bepaald. 2 Aan de naam van de rechthebbende vindt een toevoeging plaats op één van de volgende wijzen: de Staat (Huis van de Koning), de Staat (Hoge Colleges van Staat), de Staat (Algemene Zaken), de Staat (Asiel en Migratie), de Staat (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties), de Staat (Buitenlandse Zaken), de Staat (Defensie), de Staat (Economische Zaken), de Staat (Financiën, Algemeen), de Staat (Financiën, Kroondomein), de Staat (Infrastructuur en Waterstaat), de Staat (Justitie en Veiligheid), de Staat (Klimaat en Groene Groei), de Staat (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur), de Staat (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap), de Staat (Rijksvastgoedbedrijf), de Staat (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), de Staat (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), de Staat (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening). 3 Ten aanzien van onroerende zaken van de Staat, waarover de Staat niet zelf het beheer voert, wordt tevens vermeld: ‘in beheer bij ...’, onder invulling van de desbetreffende gegevens. 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 28-09-2024
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 artikel 90 Bijhouding van de inbedoelde gegevens vindt plaats op grond van schriftelijke inlichtingen die van de rechthebbende zijn verkregen. Na ontvangst van bedoelde inlichtingen wordt de basisregistratie kadaster daarmee in overeenstemming gebracht onder verwijzing bij de desbetreffende gegevens naar de datum en het volgnummer van het betrokken stuk. 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 1 Ten aanzien van onroerende zaken van andere publiekrechtelijke rechtspersonen dan de Staat waarbij de rechthebbende niet zelf het beheer en onderhoud heeft, wordt in de basisregistratie kadaster melding gemaakt van gegevens omtrent het beheer en onderhoud, op grond van schriftelijke inlichtingen die van de rechthebbende zijn verkregen. 2 Artikel 91 is van overeenkomstige toepassing. 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 1 De bijhouding in de basisregistratie kadaster met betrekking tot voorlopige aantekeningen en de doorhaling daarvan, geschiedt op de wijze als in het tweede tot en met vierde lid is bepaald. 2 Terstond nadat de aanbieding van een stuk is aangetekend in het register van voorlopige aantekeningen, wordt in de basisregistratie kadaster bij de gegevens van de in het stuk vermelde rechthebbenden, alsmede bij de desbetreffende percelen een verwijzing geplaatst naar het volgnummer van het register van voorlopige aantekeningen. 3 In geval van wijzigingen in de basisregistratie kadaster wordt de in het tweede lid bedoelde verwijzing gehandhaafd bij de actuele gegevens. 4 Nadat de boeking in het register van voorlopige aantekeningen is doorgehaald, wordt bij de onderhavige verwijzing vermeld: ‘doorgehaald’, onder vermelding van de datum van doorhaling. 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 94 — Artikel 94#
Artikel 94 artikel 19, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994 bijlage 10 De inbedoelde brief heeft de vorm van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 95 — Artikel 95#
Artikel 95 artikel 21, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994 bijlage 11 De inbedoelde brief heeft de vorm van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 96 — Artikel 96#
Artikel 96 1 artikel 75, derde lid, van de wet De vermelding in de basisregistratie kadaster van een voornemen tot een onderzoek van vernieuwing, bedoeld ingeschiedt door het plaatsen bij het desbetreffende perceel van de aantekening: voornemen vernieuwing. 2 Bij wijzigingen in de basisregistratie kadaster wordt de in het eerste lid bedoelde vermelding gehandhaafd. 3 De in het eerste lid bedoelde vermelding wordt verwijderd terstond na inschrijving van de notariële akte van vernieuwing. 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 97 — Artikel 97#
Artikel 97 1 artikel 76, tweede lid, van de wet In het voorstel van vernieuwing wordt afzonderlijk melding gemaakt van de inbedoelde bijhouding op de wijze zoals in het tweede lid is bepaald. 2 Aan het slot van het voorstel van vernieuwing worden in volgorde van de plaatsgehad hebbende bijhoudingen per bijhouding vermeld: a. de datum en, indien de bijhouding is gegrond op een ingeschreven stuk, het stukidentificatienummer van het stuk dat tot bijhouding heeft geleid, dan wel, indien het een bijhouding betreft op grond van een niet ingeschreven stuk, het volgnummer waaronder het stuk wordt bewaard; b. een korte aanduiding van de aard en de inhouding van het stuk; c. tot welke bijhouding de onder a bedoelde stukken hebben geleid. 3 artikel 77, derde lid, van de wet Het eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot bijhoudingen, bedoeld in. 2007 4 05-01-2007 06-12-2006 06.052729 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 98 — Artikel 98#
Artikel 98 1 artikel 76, zevende lid, van de wet Van de indiening van bezwaarschriften en van het instellen van beroep, alsmede van daarop gegeven beslissingen wordt bij het voorstel van vernieuwing dat ter inzage ligt op grond van, melding gemaakt door op het voorstel te vermelden: zie bijbehorende stukken (bijlage(n)...), onder invulling van de nummers van de bijlagen. 2 als bijlagen worden afschriften van de in het eerste lid bedoelde stukken bij het voorstel van vernieuwing gevoegd. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 99 — Artikel 99#
Artikel 99 1 artikel 79 van de wet Bij de metingen, bedoeld in, houdt de met de meting belaste ambtenaar rekening met de in de Handleiding voor de technische werkzaamheden van het Kadaster voorkomende onder scheiding in gebieden waarin voor de metingen een ongelijke graad van nauwkeurigheid moet worden toegepast. 2 De meting in eenzelfde gebeid geschiedt voor perceelgrenzen, cultuurscheidingen en omtrekken van opstallen met onderling dezelfde graad van nauwkeurigheid. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 100 — Artikel 100#
Artikel 100 1 De metingen worden gecontroleerd en op een zodanige wijze ingericht, dat mogelijk wordt: a. een goede kartering van de nieuwe grenzen in de bestaande kadastrale kaart; b. latere uitzetting van die grenzen op het terrein, en wel op zo eenvoudig mogelijke wijze; c. dat er in de meting een waarborging is voor nabijheidsrelaties met bestaande grenzen en topografie. 2 Om te voldoen aan de eis gesteld in het eerste lid, onder b, wordt zonodig van de meetkundige grondslag gebruik gemaakt en worden nieuwe grenzen en verlengden van nieuwe grenzen, alsmede gebezigde oude en nieuwe meetlijnen aangemeten aan gebouwen en andere vaste terreinvoorwerpen. De meetlijnen worden zo nodig verzekerd om bij latere metingen te kunnen worden gebruikt. 3 Om te voldoen aan de eis gesteld in het eerste lid, onder c, worden bij een meting oude grenzen in het algemeen niet aan een grensonderzoek onderworpen. Ook wordt de meting niet te veruitgebreid, uitsluitend met het doel om te komen tot een nauwkeurige groottebepaling van de te vormen percelen. 1998 143 31-07-1998 15-07-1998 98/5333 1998 143 31-07-1998 15-07-1998 98/5333 02-08-1998
Artikel 101 — Artikel 101#
Artikel 101 artikel 100 Met het oog op de ingestelde eisen worden bij de meting behalve rechtsgrenzen zonodig ook afpalingstekens en scheidsmuren gemeten en op de relazen van bevindingen vermeld. 2004 97 25-05-2004 18-05-2004 014918 2004 97 25-05-2004 18-05-2004 014918 27-05-2004
Artikel 102 — Artikel 102#
Artikel 102 1 Een bestaande meetkundige grondslag kan, indien dit noodzakelijk is, worden verdicht. 2 Bij de verdichting wordt er voor gezorgd dat de relatieve nauwkeurigheid van het stelsel gehandhaafd blijft op de wijze als aangegeven in de Handleiding voor de technische werkzaamheden van het Kadaster. 3 De verzekering van de meetkundige grondslag geschiedt overeenkomstig de daartoe gegeven handleiding. 1998 143 31-07-1998 15-07-1998 98/5333 1998 143 31-07-1998 15-07-1998 98/5333 02-08-1998
Artikel 103 — Artikel 103#
Artikel 103 Bij de meting van rechtsgrenzen, van cultuurscheidingen die geen rechtsgrens zijn maar bij de toepassing van de meting perceelgrens zullen worden, en van de ligging van hoofdgebouwen zorgt mede met de meting belaste ambtenaar voor een behoorlijke controle. Deze moet blijken uit de constructie van de meting. Als controlemogelijkheden komen ook in aanmerking: a. meting van zogenoemde eigen maten; b. hoekmetingen en c. dubbele meting van afstanden. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 104 — Artikel 104#
Artikel 104 1 Perceelsvorming kan met toestemming van alle belanghebbenden ook zonder onderzoek ter plaatse en zonder meting geschieden, indien over zodanige gegevens wordt beschikt dat omtrent de ligging van de grenzen en de rechtstoestand geen twijfel bestaat. 2 Het afbeelden van opstallen op een kadastrale kaart of wijziging van die afbeelding kan ook zonder onderzoek ter plaatse en zonder meting geschieden, indien over zodanige meetgegevens van derde of andere gegevens wordt beschikt dat geen twijfel bestaat omtrent de af te beelden begrenzingen van de opstallen. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 106 — Artikel 106#
Artikel 106 Ingeval bij een meting op het terrein verandering wordt geconstateerd in een vroeger in kaart gebrachte cultuurgrens die wel perceelgrens doch geen rechtsgrens is, gaat de met de meting belaste ambtenaar na of deze cultuurgrens noodzakelijk als perceelgrens moet blijven bestaan. is dit niet het geval, dan laat hij de cultuurgrens geheel of gedeeltelijk op de kaart vervallen. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 107 — Artikel 107#
Artikel 107 1 Bij landerijen behorende wegen en voetpaden die niet door sloten zijn begrensd en alleen dienen tot uit- of overweg, of tot bewerking van die landerijen, worden in het algemeen niet gemeten. 2 Greppels, geen rechtsgrenzen zijnde en uitsluitend dienende tot afwatering of besproeiing, worden niet gemeten. 3 Kunstwerken als sluizen, bruggen, kribben en masten van hoogspanningslijnen worden overgenomen van de grootschalige basiskaart van Nederland. 2004 97 25-05-2004 18-05-2004 014918 2004 97 25-05-2004 18-05-2004 014918 27-05-2004
Artikel 108 — Artikel 108#
Artikel 108 artikel 56d, derde lid, van de wet Andere dan de inbedoelde metingen kunnen door anderen dan ambtenaren van de Dienst worden verricht, mits deze metingen afhankelijk zijn van de goedkeuring door de Dienst. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 109 — Artikel 109#
Artikel 109 1 artikel 58, eerste lid, van de wet bijlagen 12 12a De kennisgevingen van het resultaat van de bijhouding, bedoeld in, voor zover het een gehandhaafd perceel betreft, hebben de vorm van de modellen die alsenbij deze regeling zijn gevoegd. 2 artikel 58, eerste lid, van de wet bijlagen 13 13a De kennisgevingen van het resultaat van de bijhouding, bedoeld in, voor zover het de splitsing, ondersplitsing, wijziging van de splitsing, of opheY ng van de splitsing dan wel ondersplitsing ter zake van appartementsrechten betreft, hebben de vorm van de modellen die alsenbij deze regeling zijn gevoegd. 3 artikel 58, eerste lid, van de wet bijlagen 14 14a 14b De kennisgevingen van het resultaat van de bijhouding, bedoeld in, voorzover het een nieuw gevormd perceel betreft, hebben de vorm van de modellen die als,enbij deze regeling zijn gevoegd. 4 artikel 59, derde lid, van de wet bijlage 15 De kennisgeving houdende de bekendmaking van de inbedoelde beslissing, heeft de vorm van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd. 5 artikel 64, tweede lid, van de wet bijlage 17 De mededeling, bedoeld in, heeft de vorm van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd. 6 artikel 65, tweede lid, van de wet bijlage 18 De mededeling, bedoeld in, heeft de vorm van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd. 1998 143 31-07-1998 15-07-1998 98/5333 1998 143 31-07-1998 15-07-1998 98/5333 02-08-1998
Artikel 110 — Artikel 110#
Artikel 110 bijlage 19 Het relaas van bevindingen heeft de vorm van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 111 — Artikel 111#
Artikel 111 1 artikel 59, derde lid, van de wet artikel 56c, eerste lid, van de wet De beslissing van de ambtenaar op een bezwaarschrift waarbij bezwaar is gemaakt tegen de beslissing, bedoeld in, alsmede beslissingen van de ambtenaar op bezwaarschriften als bedoeld integen beschikkingen inzake de bijwerking, worden als volgt ingedeeld: a. aanhef; b. beslissing omtrent de ontvankelijkheid; c. nauwkeurige en objectieve weergave van alle bekende relevante feiten en omstandigheden; d. artikel 7:3 van de Algemene wet bestuursrecht ingeval ingevolgevan het horen van belanghebbenden is afgezien, op welke grond dat is geschied; e. deugdelijke motivering waarbij wordt vermeld de overwegingen en redenen, de daaruit getrokken conclusies die aan de beslissing ten grondslag liggen; f. beslissing. 2 De beslissing van de ambtenaar als bedoeld in het eerste lid wordt aan de belanghebbenden per brief bekendgemaakt. 1997 126 07-07-1997 03-06-1997 96/4158 1997 126 07-07-1997 03-06-1997 96/4158 09-07-1997
Artikel 112 — Artikel 112#
Artikel 112 1 artikel 66, eerste lid, van de wet De beslissing, bedoeld inwordt, ingeval het verzoek wordt afgewezen, als volgt ingedeeld: a. aanhef; b. beslissing omtrent de ontvankelijkheid; c. deugdelijke motivering waarbij worden vermeld de overwegingen en redenen, alsmede de daaruit getrokken conclusies die aan de beslissing ten grondslag liggen; d. beslissing. 2 bijlage 21 De brief waarbij de in het eerste lid bedoelde beslissing aan de belanghebbenden wordt bekendgemaakt, heeft de vorm van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd. 3 artikel 86 Van toewijzing van het verzoek wordt mededeling gedaan bij de inbedoelde brief. 1994 207 27-10-1994 07-10-1994 KAZ0709411 1994 207 27-10-1994 07-10-1994 KAZ0709411 29-10-1994
Artikel 113 — Artikel 113#
Artikel 113 artikelen 68, tweede lid 70, derde lid, van de wet bijlage 22 De brief, bedoeld in de, en, heeft de vorm van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd. 1994 207 27-10-1994 07-10-1994 KAZ0709411 1994 207 27-10-1994 07-10-1994 KAZ0709411 29-10-1994
Artikel 114 — Artikel 114#
Artikel 114 1 artikel 73, tweede lid, van de wet artikel 112, eerste lid Op de vorm van de beslissing op een verzoek als bedoeld inis, ingeval het verzoek wordt afgewezen,, van overeenkomstige toepassing. 2 bijlage 23 De brief waarbij de in het eerste lid bedoelde beslissing aan de belanghebbenden wordt bekendgemaakt, heeft de vorm van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd. 3 artikel 76, zesde lid, van de wet bijlage 24 De kennisgeving houdende bekendmaking van het voorstel van vernieuwing, bedoeld in, heeft de vorm van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd. 1994 207 27-10-1994 07-10-1994 KAZ0709411 1994 207 27-10-1994 07-10-1994 KAZ0709411 29-10-1994
Artikel 115 — Artikel 115#
Artikel 115 Artikel 111 artikel 76, zesde lid, van de wet is voor zover mogelijk van overeenkomstige toepassing op de inbedoelde beslissing van de ambtenaar op bezwaarschriften tegen voorstellen van vernieuwing alsmede op de brief waarbij die beslissing aan belanghebbenden wordt bekendgemaakt. 1994 207 27-10-1994 07-10-1994 KAZ0709411 1994 207 27-10-1994 07-10-1994 KAZ0709411 29-10-1994
Artikel 116 — Artikel 116#
Artikel 116 artikel 52, eerste lid, van de wet De bijhouding van het net van coördinaatpunten, bedoeld in, vindt plaats door het periodiek verrichten van werkzaamheden ter controle en ter instandhouding van dit net van coördinaatpunten. 2007 4 05-01-2007 06-12-2006 06.052729 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 119 — Artikel 119#
Artikel 119 1 artikel 99 van de wet Afschriften als bedoeld inworden verstrekt in de vorm van mechanische reproducties van het gehele stuk of een deel daarvan. Ingeval een deel wordt verstrekt wordt dat feit op het uittreksel vermeld. 2 Op een afschrift of uittreksel van een vóór 1 april 1950 in de openbare registers opgenomen stuk wordt melding gemaakt van het kantoor en het deel en nummer van inschrijving. 2004 97 25-05-2004 18-05-2004 014918 2004 97 25-05-2004 18-05-2004 014918 27-05-2004
Artikel 126 — Artikel 126#
Artikel 126 artikel 99, eerste lid, van de wet De vorm van de inbedoelde getuigschriften wordt vastgesteld overeenkomstig: a. bijlage 25 voorzover betreffend het resultaat van onderzoek naar erfdienstbaarheden: het model dat alsbij deze regeling is gevoegd; b. bijlage 26 voorzover betreffend het resultaat van onderzoek naar erfdienstbaarheden (negatieve mededeling): het model dat alsbij deze regeling is gevoegd; c. bijlage 27 voorzover betreffend het resultaat van onderzoek naar ingeschreven akten: het model dat alsbij deze regeling is gevoegd. 2004 35 20-02-2004 16-02-2004 04.004981 2004 35 20-02-2004 16-02-2004 04.004981 01-03-2004
Artikel 128 — Artikel 128#
Artikel 128 artikel 99 van de wet artikel 126 artikel 119 Op afschriften als bedoeld in, die zijn gevoegd bij de inbedoelde getuigschriften, isvan toepassing. 2004 35 20-02-2004 16-02-2004 04.004981 2004 35 20-02-2004 16-02-2004 04.004981 01-03-2004
Artikel 129 — Artikel 129#
Artikel 129 artikel 126 Artikel 119 Indien op een getuigschrift als bedoeld inpercelen voorkomen ten aanzien waarvan sprake is van voorlopige aantekeningen die nog niet zijn doorgehaald, worden afschriften van de desbetreffende stukken toegevoegd.is van toepassing op deze afschriften. 2007 4 05-01-2007 06-12-2006 06.052729 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd. Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 130 — Artikel 130#
Artikel 130 De raadpleging van de openbare registers geschiedt door het verlenen van inzage aan het kantoor van de Dienst en digitale raadpleging. 2004 97 25-05-2004 18-05-2004 014918 2004 97 25-05-2004 18-05-2004 014918 27-05-2004
Artikel 131 — Artikel 131#
Artikel 131 1 Uit de basisregistratie kadaster worden de volgende uittreksels verstrekt: a. het uittreksel van de basisregistratie kadaster inzake hypotheken en beslagen; b. het uittreksel van de basisregistratie kadaster, met uitzondering van de gegevens inzake hypotheken en beslagen. 2 De uittreksels bevatten een weergave van de in de basisregistratie kadaster opgenomen actuele gegevens. 3 Een uittreksel inzake een niet-actuele toestand wordt zoveel mogelijk verstrekt in de vorm van een mechanische reproductie van het desbetreffende stuk. 4 Artikel 129 is van overeenkomstige toepassing. 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 132 — Artikel 132#
Artikel 132 Vervallen 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 133 — Artikel 133#
Artikel 133 Vervallen 1995 29 09-02-1995 02-02-1995 KAZ02295010 1995 29 09-02-1995 02-02-1995 KAZ02295010 11-02-1995
Artikel 134 — Artikel 134#
Artikel 134 Vervallen 1995 29 09-02-1995 02-02-1995 KAZ02295010 1995 29 09-02-1995 02-02-1995 KAZ02295010 11-02-1995
Artikel 135 — Artikel 135#
Artikel 135 Afschriften van de kadastrale kaart worden verstrekt in de vorm van een digitaal bestand en een plot. 2004 97 25-05-2004 18-05-2004 014918 2004 97 25-05-2004 18-05-2004 014918 27-05-2004
Artikel 136 — Artikel 136#
Artikel 136 De raadpleging van de basisregistratie kadaster en de kadastrale kaart geschiedt door het verlenen van inzage aan de kantoren van de Dienst die voor het publiek zijn opengesteld, via de permanente aansluiting op de geautomatiseerde basisregistratie kadaster, of door het verstrekken van inlichtingen op de daarvoor aangewezen elektronische wijze. 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 28-09-2024
Artikel 136a — Artikel 136a#
Artikel 136a Vervallen 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 137 — Artikel 137#
Artikel 137 1 Afschriften of uittreksels van bescheiden die ten grondslag liggen aan door de Dienst gehouden kaarten, worden verstrekt in de vorm van mechanische reprodukties van die bescheiden of aangegeven gedeelten daarvan. 2 Op de afschriften en uittreksels wordt het volgende gesteld: a. Uittreksel uit ... (dan wel: Afschrift van ...), onder invulling van de desbetreffende gegevens. b. Het desbetreffende kantoor van de Dienst, de datum van verstrekking, het nummer waaronder het verzoek is geregistreerd, en het verschuldigde kadastraal recht. c. De ondertekende verklaring: Voor eensluidend uittreksel (dan wel afschrift), De directeur,. 3 Afschriften en uittreksels als bedoeld in het eerste lid, worden in zwart en wit vervaardigd, doch op verzoek worden gegevens die op het origineel anders dan in zwart en wit zijn vermeld, in de desbetreffende kleuren op het afschrift of uittreksel overgenomen. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 138 — Artikel 138#
Artikel 138 De raadpleging van de bescheiden die ten grondslag liggen aan door de Dienst gehouden kaarten, geschiedt door het verlenen van inzage aan het kantoor van de Dienst, en het verstrekken van inlichtingen, zowel mondeling als door middel van telefoon of e-mail. 2019 2394 21-01-2019 2019 2394 21-01-2019 23-01-2019
Artikel 139 — Artikel 139#
Artikel 139 1 artikelen 137 138 Indien de in deenbedoelde bescheiden gegevens betreffen die gereed en volledig zijn, geschiedt het verstrekken van inlichtingen ook wanneer de desbetreffende kaarten ten aanzien van die gegevens nog niet zijn bijgewerkt. 2 Indien een stuk behalve gegevens die gereed en volledig zijn ook gegevens bevat die dat nog niet zijn, vindt het verstrekken van de inlichtingen uit dat stuk slechts plaats ten aanzien van gegevens die gereed en volledig zijn. 3 artikelen 137 138 Namen van personen die verantwoordelijk zijn voor de inhoud van de in deenbedoelde bescheiden, worden indien zulks wenselijk is, onleesbaar gemaakt. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 140 — Artikel 140#
Artikel 140 1 Relazen van bevindingen zijn, voor zover de bijwerking van de kaarten nog niet heeft plaatsgevonden, openbaar vanaf de volgende tijdstippen: a. voor wat betreft gegevens die aanleiding geven tot inschrijving van een stuk tot verbetering: zodra om dit stuk is verzocht; b. voor wat betreft de gegevens omtrent personen die de grenzen hebben aangewezen: zodra het relaas van bevindingen is ondertekend; c. voor wat betreft andere gegevens: zodra de hulpkaart is opgemaakt. 2 In geval van verstrekking van een afschrift van relazen van bevindingen wordt daarbij op verzoek een mondelinge of schriftelijke toelichting van algemene aard verstrekt. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 141 — Artikel 141#
Artikel 141 artikel 102, vierde lid, van de wet artikel 35 Het verstrekken van inlichtingen, bedoeld ingeschiedt door het in elektronische vorm verstrekken van een afschrift van de inbedoelde overzichtskaarten, alsmede door het in schriftelijke dan wel elektronische vorm verstrekken van een afschrift van de in artikel 35 bedoelde coördinaatlijsten. 2002 139 24-07-2002 17-07-2002 02.016197 2002 139 24-07-2002 17-07-2002 02.016197 26-07-2002
Artikel 142 — Artikel 142#
Artikel 142 artikel 106, tweede en derde lid, van de wet Met de verstrekking van de inbedoelde inlichtingen zijn belast: a. voor zover het betreft de kadastrale kaarten: de bewaarder van het kantoor van de Dienst waar de kaarten worden gehouden, alsmede de directeur van het kadaster en de openbare registers van dat kantoor; b. artikel 52 van de wet voor zover het betreft het net van coördinaatpunten, bedoeld in: het hoofd van het bureau Rijksdriehoeksmeting, welk bureau onderdeel is van de eenheid Vastgoedinformatie en Geodesie van de concernstaf van de Dienst. 2007 4 05-01-2007 06-12-2006 06.052729 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 142a — Artikel 142a#
Artikel 142a 1 artikelen 99 tot en met 102 van de wet De bewaarder waarmerkt afschriften en uittreksels in papieren vorm als bedoeld in dedoor in het afschrift of het uittreksel de volgende door hem te ondertekenen verklaring op te nemen: ‘Voor eensluidend afschrift’ of ‘Voor eensluidend uittreksel’, onder vermelding van zijn naam, voorletters en functie. 2 artikel 99 van de wet De bewaarder waarmerkt getuigschriften in papieren vorm als bedoeld indoor het getuigschrift te ondertekenen, onder vermelding van zijn naam, voorletters en functie. 3 De bewaarder waarmerkt afschriften, uittreksels en getuigschriften in elektronische vorm door hieraan een afzonderlijk elektronisch bestand toe te voegen, waarin hij verklaart dat de gegevens overeenstemmen met de bij de Dienst berustende gegevens. Het bestand wordt voorzien van de elektronische handtekening van de bewaarder en bevat voorts de volgende gegevens: a. de naam van het kantoor van de Dienst, b. de datum van afgifte, en c. de naam van de bewaarder die het document elektronisch heeft gewaarmerkt. 2007 4 05-01-2007 06-12-2006 06.052729 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 143 — Artikel 143#
Artikel 143 artikel 111, eerste lid, van de wet artikelen 38 44 54 55 74 tot en met 80 Ten aanzien van de wijze waarop wijzigingen, bedoeld in, in de basisregistratie kadaster en op de kadastrale kaarten worden weergegeven, zijn de,,,envan overeenkomstige toepassing. 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 2020 21688 17-04-2020 06-04-2020 19-04-2020 01-04-2020
Artikel 144 — Artikel 144#
Artikel 144 1 In geval van splitsing van een kadastrale gemeente wordt bij overgang van gehele secties de indeling in secties zoveel mogelijk behouden. In geval van invoering van een nieuwe sectie blijven de bestaande perceelnummers zo veel mogelijk behouden. 2 Een exemplaar van de wet, algemene maatregel van bestuur of besluit van provinciale staten die heeft geleid tot de gewijzigde indeling in kadastrale gemeenten, wordt gehecht aan elk van de processen-verbaal van grensbepaling van de desbetreffende kadastrale gemeenten. 2004 97 25-05-2004 18-05-2004 014918 2004 97 25-05-2004 18-05-2004 014918 27-05-2004
Artikel 145 — Artikel 145#
Artikel 145 1 artikel 111, tweede lid bijlage 31 artikel 58, eerste lid, van de wet De kennisgeving inzake ambtshalve wijziging van de kadastrale aanduiding van een onroerende zaak of van een appartementsrecht, bedoeld in, juncto, heeft de vorm van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd. 2 artikel 111, derde lid artikel 58, eerste lid, van de wet bijlagen 32 32a De kennisgevingen inzake het ambtshalve opnieuw vaststellen van de grootte van een perceel, bedoeld in, juncto, hebben de vorm van de modellen die alsenbij deze regeling zijn gevoegd. 3 Artikel 111 artikel 111, derde lid artikel 56c, eerste lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing op de vorm van de beslissing van de ambtenaar op bezwaarschriften als bedoeld in, junctotegen beslissingen als bedoeld in het tweedelid, alsmede op de brief waarbij de beslissing aan de belanghebbende wordt bekendgemaakt. 1998 32 17-02-1998 09-02-1998 98.898 1998 32 17-02-1998 09-02-1998 98.898 19-02-1998
Artikel 146 — Artikel 146#
Artikel 146 Vervallen 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 28-09-2024
Artikel 147 — Artikel 147#
Artikel 147 1 artikel 116, van de wet De vergissingen, verzuimen of andere onregelmatigheden, bedoeld in, worden op de dag dat zulks blijkt, onverwijld hersteld. Op het desbetreffende stuk wordt een door de bewaarder gedagtekende en ondertekende aantekening gesteld, inhoudende een korte vermelding van de inhoud der onregelmatigheid en het tijdstip der herstelling. 2 artikel 9 Indien het te verbeteren stuk inmiddels is vervangen door een mechanische reproductie daarvan, wordt de in het eerste lid bedoelde aantekening gesteld op de wijze, bepaald in. 3 Indien de bewaarder een stuk onterecht heeft ingeschreven, wordt de aanbieder van het stuk in de gelegenheid gesteld om de onterechte inschrijving te herstellen door het stuk aan te vullen, te rectificeren of waardeloos te verklaren gevolgd door inschrijving van een stuk dat voldoet aan de inschrijvingsvereisten. 4 Indien zulks naar het oordeel van de bewaarder wenselijk is, worden de aanbieder van het desbetreffende stuk en eventueel andere hem bekende belanghebbenden in kennis gesteld van de onregelmatigheid, de verbetering daarvan en het tijdstip van verbetering. 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 28-09-2024
Artikel 148 — Artikel 148#
Artikel 148 artikel 7s, eerste lid, van de wet De kennelijke misslagen, begaan bij de bijwerking van de basisregistratie kadaster, bedoeld in, worden op de dag dat zulks blijkt, onverwijld hersteld. Bij de herstelde gegevens wordt een aantekening gesteld, inhoudende een korte vermelding van de inhoud van de misslag en het tijdstip der herstelling. 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 28-09-2024
Artikel 149 — Artikel 149#
Artikel 149 1 artikel 7s, eerste lid, van de wet De kennelijke misslagen begaan bij de bijwerking van door de Dienst gehouden kaarten en daaraan ten grondslag liggende bescheiden, bedoeld in, worden op de dag dat zulks blijkt onverwijld hersteld met inachtneming van het tweede tot en met vijfde lid. 2 Ingeval bij het vervaardigen van relazen van bevindingen een vroeger begane misslag wordt verbeterd, wordt op het desbetreffende relaas verwezen naar het stuk waarbij die misslag was ontstaan. Op het verbeterde stuk wordt naar het desbetreffende relaas verwezen. 3 Een misslag of aanmerkelijke onnauwkeurigheid in de grootte van een perceel, alsmede het herstel daarvan wordt aangetekend op het formulier inzake de berekening van de grootten van percelen, alsmede in de metingstaat. 4 Op de hulpkaart wordt bij herstelde lijnen of lijnstukken het woord redres geschreven. In het geval dat een perceelnummer ten gevolge van een misslag ten onrechte is ontstaan en derhalve van de kadastrale kaart moet worden verwijderd, wordt op de desbetreffende hulpkaart verwezen naar de nieuwe hulpkaart. 5 Indien het herstel van een misslag leidt tot wijziging van de basisregistratie kadaster, wordt een metingstaat opgemaakt waarin de misslag en het herstel zijn vermeld. 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 2024 31194 27-09-2024 18-09-2024 24.020936 28-09-2024
Artikel 150 — Artikel 150#
Artikel 150 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt. 2 Deze regeling wordt aangehaald als: Kadasterregeling 1994. bijlagen bijlagen 1 tot en met 3 19 1 De bijlagen 1, 2, 3 en 19 liggen met ingang van 1 mei 1994 ter inzage op de afdeling Bewaring, Juridische Zaken en Vastgoedinformatie van alle kantoren van het Kadaster, met uitzondering van het kantoor te Apeldoorn. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de. Deenworden ter inzage gelegd. Van deze terinzagelegging zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ15494004 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 45#
artikel 45, tweede lid, onder b
Artikel 112#
artikel 112, tweede lid
Artikel 113#
artikel 113
Artikel 114#
artikel 114, tweede lid
Artikel 114#
artikel 114, derde lid