Besluit invordering boeten en onverschuldigd betaalde bedragen AOW, Anw en AKW
- BWB-id
- BWBR0008145
- Type
- zbo
- Ministerie
- Sociale Verzekeringsbank
- Geldigheid
- 2002-01-01 t/m 2009-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0008145
- ELI
- /eli/nl/zbo/1996/besluit-invordering-boeten-en-onverschuldigd-betaalde-bedrag
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/1996/besluit-invordering-boeten-en-onverschuldigd-betaalde-bedrag/2002-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0008145&g=2002-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0008145&z=2026-06-06&g=2002-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0008145/2002-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/1996/besluit-invordering-boeten-en-onverschuldigd-betaalde-bedrag
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. de Bank: de Sociale Verzekeringsbank; b. Algemene Ouderdomswet de AOW: de; c. Algemene nabestaandenwet de Anw: de; d. Algemene Kinderbijslagwet de AKW: de; e. artikel 17c AOW artikel 39 Anw artikel 17a AKW artikelen 24 AOW 54 Anw 24 AKW artikelen 17i, zesde lid, AOW 45, zesde lid, Anw 17g, zesde lid, AKW vordering: een vordering uit hoofde van een boete die is opgelegd op grond van, op grond vanof op grond van, alsmede een bedrag dat wordt teruggevorderd in een besluit als bedoeld in de,en, beide met inbegrip van de verhogingen als bedoeld in de,en; f. schuldenaar: degene aan wie een boete is opgelegd dan wel van wie een bedrag wordt teruggevorderd; g. artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering aflossingscapaciteit: het deel van het inkomen van de schuldenaar dat met inachtneming van de beslagvrije voet, bedoeld in de, kan worden aangewend voor betaling of verrekening van de vordering; h. vermogen: vermogensrechten, roerende en onroerende zaken, met uitzondering van zaken waarvan de dagwaarde minder dan € 1 135,– bedraagt. 2002 4 07-01-2002 21-12-2001 2002 4 07-01-2002 21-12-2001 01-01-2002
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 17c AOW artikel 39 Anw artikel 17a AKW Dit besluit is van toepassing op de invordering van boeten die zijn opgelegd met toepassing van,dan wel. 2 AOW Anw AKW Dit besluit is voorts van toepassing op de invordering van bedragen die in het kader van de uitvoering van de, deen deonverschuldigd zijn uitbetaald, in zoverre het besluit tot terugvordering hiervan op of na de dag van inwerkingtreding van de Wet boeten, maatregelen, terug- en invordering sociale zekerheid is genomen. 3 Artikel 4, vijfde lid artikel 5, vijfde lid artikel 6, zesde lid artikel 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ,, en, zijn niet van toepassing op vorderingen op een schuldenaar die niet in Nederland woont of vast verblijft, tenzij de kantonrechter met toepassing vanop zijn verzoek een beslagvrije voet heeft vastgesteld. 4 artikel 285, eerste lid, onder e Faillissementswet Dit besluit is niet van toepassing indien en voorzolang de Bank heeft ingestemd met een buitengerechtelijke schuldsaneringsregeling als bedoeld in. 5 artikel 287 Faillissementswet Dit besluit is niet van toepassing indien en voorzolang de rechtbank met toepassing vaneen schuldsaneringsregeling van toepassing heeft verklaard. 2000 34 17-02-2000 28-01-2000 2000 34 17-02-2000 28-01-2000 19-02-2000 01-12-1998
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De Bank kan de termijn of termijnen van betaling of verrekening vaststellen conform een met redenen omkleed voorstel van de schuldenaar, mits volgens dit voorstel de gehele vordering binnen twaalf maanden wordt voldaan en de schuldenaar dit voorstel heeft gedaan binnen zes weken nadat hem daartoe door de Bank de gelegenheid is geboden. 2 In afwijking van het eerste lid doet de Bank in geval zij een vordering beneden € 2 268,– heeft, aan de schuldenaar een voorstel inzake de wijze van betaling van deze vordering. Indien de schuldenaar niet binnen de door de Bank gestelde termijn op het voorstel reageert, stelt de Bank de wijze en termijnen van aflossing vast overeenkomstig het gedane voorstel. 3 In afwijking van het eerste lid wordt een vordering van ten hoogste € 272,– zonder voorafgaand overleg met de belanghebbende verrekend door inhouding van een bedrag van ten hoogste € 22,– per maand op toekomstige betalingen aan de belanghebbende. 4 artikelen 4 tot en met 7 Bij gebreke van toepassing van het eerste lid stelt de Bank de termijn of termijnen van betaling of verrekening vast met inachtneming van de. 2002 4 07-01-2002 21-12-2001 2002 4 07-01-2002 21-12-2001 01-01-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Dit artikel is van toepassing op de invordering van boeten. 2 De Bank stelt de termijnen voor aflossing van de vordering zodanig vast dat gebruik wordt gemaakt van de volledige aflossingscapaciteit van de schuldenaar. 3 Indien bij betaling conform de volgens het tweede lid vastgestelde termijnen de vordering binnen twaalf maanden niet volledig zal zijn voldaan, dient de schuldenaar, voorzover dit met aanwending van zijn vermogen mogelijk is, het resterende deel van de vordering ineens te voldoen binnen zes weken nadat de Bank aan de schuldenaar kennis heeft gegeven van de vaststelling van de termijnen. Indien de schuldenaar echter ten genoegen van de Bank zekerheid stelt voor dit resterende deel van de vordering, kan de schuldenaar dit deel later, doch uiterlijk binnen twaalf maanden nadat de vaststelling van de termijnen aan hem is bekendgemaakt, voldoen. 4 Indien de schuldenaar na aanwending van zijn vermogen en zijn volledige aflossingscapaciteit de vordering niet binnen twaalf maanden volledig zal hebben voldaan, stelt de Bank een groter aantal termijnen vast waarbinnen de vordering moet worden voldaan. 5 artikel 475d, derde lid artikel 475d, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Indien de schuldenaar de vordering na vijf jaren nog niet volledig heeft voldaan, worden verdere termijnen van aflossing zodanig vastgesteld dat de schuldenaar en zijn echtgenoot dan wel degene met wie hij een huishouden vormt, naast de verhoging als bedoeld in, een inkomen ontvangen gelijk aan honderd ten negentigste van de beslagvrije voet, bedoeld in. 6 Indien de schuldenaar in verband met zijn aflossingscapaciteit en vermogenssituatie niet in staat is betalingen te verrichten ter voldoening van de vordering van de Bank, schort de Bank verdere invordering op tot de schuldenaar weer in staat is tot het verrichten van betalingen. 7 In bijzondere gevallen kan de Bank afwijken van dit artikel. 1999 54 18-03-1999 26-02-1999 1999 54 18-03-1999 26-02-1999 20-03-1999 01-01-1999
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 49 AOW artikel 35 Anw artikel 15 AKW Dit artikel is van toepassing op de invordering van teruggevorderde onverschuldigd betaalde bedragen, indien de terugvordering het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in,en. 2 De Bank stelt de termijnen voor aflossing van de vordering zodanig vast dat gebruik wordt gemaakt van de volledige aflossingscapaciteit van de schuldenaar. 3 Indien bij betaling conform de volgens het tweede lid vastgestelde termijnen de vordering binnen twaalf maanden niet volledig zal zijn voldaan, dient de schuldenaar, voor zover dit met aanwending van zijn vermogen mogelijk is, het resterende deel van de vordering ineens te voldoen binnen zes weken nadat de Bank aan de schuldenaar kennis heeft gegeven van de vaststelling van de termijnen. Indien de schuldenaar echter ten genoegen van de Bank zekerheid stelt voor dit resterende deel van de vordering, kan de schuldenaar dit deel later, doch uiterlijk binnen twaalf maanden nadat de vaststelling van de termijnen aan hem is bekendgemaakt, voldoen. 4 Indien de schuldenaar na aanwending van zijn vermogen en zijn volledige aflossingscapaciteit de vordering niet binnen twaalf maanden volledig zal hebben voldaan, stelt de Bank een groter aantal termijnen vast waarbinnen de vordering moet worden voldaan. 5 artikel 475d, vijfde lid artikel 475d, eerste en tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Indien de schuldenaar de vordering na drie jaren nog niet volledig heeft voldaan, worden verdere termijnen van aflossing zodanig vastgesteld dat de schuldenaar en zijn echtgenoot dan wel degene met wie hij een huishouding vormt, naast de verhoging als bedoeld in, een inkomen ontvangen gelijk aan honderd ten negentigste van de beslagvrije voet, bedoeld in. 6 Indien de schuldenaar de vordering na vijf jaar nog niet volledig heeft voldaan, ziet de Bank af van verdere terugvordering indien de schuldenaar of zijn wettelijke vertegenwoordiger: a. gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; of b. gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald. 7 Indien de schuldenaar in verband met zijn aflossingscapaciteit en vermogenssituatie niet in staat is betalingen te verrichten ter voldoening van de vordering van de Bank, schort de Bank verdere invordering op tot de schuldenaar weer in staat is tot het verrichten van betalingen. 8 In bijzondere gevallen kan de Bank afwijken van dit artikel. 1999 54 18-03-1999 26-02-1999 1999 54 18-03-1999 26-02-1999 20-03-1999 01-01-1999
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 4, eerste lid artikel 5, eerste lid Dit artikel is van toepassing in andere gevallen dan die genoemd inen. 2 De Bank stelt de termijnen voor aflossing van de vordering zodanig vast dat de vordering volledig wordt afgelost binnen uiterlijk zestig maanden nadat de Bank aan de schuldenaar kennis heeft gegeven van de vaststelling van de termijnen. 3 De termijnen worden zodanig vastgesteld dat ten minste de halve en ten hoogste de volledige aflossingscapaciteit van de schuldenaar wordt benut. 4 Indien bij betaling conform de volgens het derde lid vastgestelde termijnen de vordering binnen zestig maanden niet volledig zal zijn voldaan, dient de schuldenaar, voor zover dit met aanwending van zijn vermogen mogelijk is, het resterende deel van de vordering ineens te voldoen binnen zes weken nadat de Bank aan de schuldenaar kennis heeft gegeven van de vaststelling van de termijnen. Indien de schuldenaar echter ten genoegen van de Bank zekerheid stelt voor dit resterende deel van de vordering, kan de schuldenaar dit deel later, doch uiterlijk binnen zestig maanden nadat de vaststelling van de termijnen aan hem is bekendgemaakt, voldoen. 5 Indien de schuldenaar de vordering na vijf jaar nog niet volledig heeft voldaan, ziet de Bank af van verdere terugvordering indien de schuldenaar of zijn wettelijke vertegenwoordiger: a. gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; of b. gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald. 6 artikelen 475c 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering De in het vijfde lid genoemde termijn is drie jaar indien het gemiddeld inkomen van de schuldenaar in die periode de beslagvrije voet bedoeld in deenniet te boven is gegaan. 7 Indien de schuldenaar in verband met zijn aflossingscapaciteit en vermogenssituatie niet in staat is betalingen te verrichten ter voldoening van de vordering van de Bank, schort de Bank verdere invordering op tot de schuldenaar weer in staat is tot het verrichten van betalingen. 8 In bijzondere gevallen kan de Bank afwijken van dit artikel. 2000 91 11-05-2000 28-04-2000 2000 91 11-05-2000 28-04-2000 01-01-2000 01-01-1999
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikelen 4 5 6 artikelen 4 5 6 In afwijking van de,enkan de Bank op verzoek van de schuldenaar de termijnen van aflossing zodanig vaststellen, dat aflossing plaats vindt binnen kortere tijd dan bij inachtneming van de,en. 2 artikelen 4 5 In afwijking van deenkan de Bank instemmen met voldoening van de vordering in een periode van ten hoogste vierentwintig maanden, indien binnen deze termijn volledige aflossing door middel van verrekening met een lopende uitkering of periodiek inkomen mogelijk is. 3 artikelen 5 6 artikelen 5 6 In afwijking van deenkan de Bank op verzoek van de schuldenaar afzien van (verdere) terugvordering indien de schuldenaar een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost. Van deze bevoegdheid maakt de Bank slechts gebruik indien zij van oordeel is dat de invordering op grond van deofniet langer geëffectueerd zal kunnen worden. 2000 91 11-05-2000 28-04-2000 2000 91 11-05-2000 28-04-2000 01-01-2000 01-01-1999
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikelen 17c, vijfde lid 24, zesde lid, AOW artikelen 39, vijfde lid 53, zesde lid, Anw artikelen 17a, vijfde lid 24, zesde lid, AKW Indien de schuldenaar niet voldoet aan zijn verplichtingen uit hoofde van de, en, de, enen de, en, is de vordering terstond opeisbaar. 2000 91 11-05-2000 28-04-2000 2000 91 11-05-2000 28-04-2000 01-01-2000 01-01-1999
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De Bank besluit van (verdere) terugvordering af te zien indien de schuldenaar of zijn wettelijke vertegenwoordiger gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten, indien de vordering het bedrag van € 2 269,– niet te boven gaat. De periode is tien jaar bij vorderingen tot € 6 807,–, vijftien jaar bij vorderingen tot € 11 345,– en twintig jaar bij vorderingen vanaf € 11 345,–. 2002 4 07-01-2002 21-12-2001 2002 4 07-01-2002 21-12-2001 01-01-2002
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De Bank kan de vastgestelde termijn of termijnen herzien wegens gewijzigde omstandigheden. De Bank onderzoekt of er termen aanwezig zijn voor herziening indien de schuldenaar hiertoe een met redenen omkleed verzoek indient. 1999 54 18-03-1999 26-02-1999 1999 54 18-03-1999 26-02-1999 20-03-1999 01-01-1999
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 17i AOW 45 Anw artikel 17g AKW Indien de schuldenaar heeft nagelaten enig bedrag binnen de gestelde termijn te voldoen, is de resterende vordering volledig opeisbaar. De Bank legt dan het besluit waarbij een boete is opgelegd dan wel een onverschuldigd betaald bedrag is teruggevorderd, ten uitvoer op de wijze zoals bepaald in,dan wel. Deze tenuitvoerlegging vindt plaats met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden. 2 artikelen 17i, achtste lid, AOW 45, achtste lid, Anw 17g, achtste lid, AKW De tenuitvoerlegging vindt, voor zover mogelijk in verband met de vrijlating van inkomen als bedoeld in de,en, plaats op zodanige wijze dat de vordering uiterlijk wordt voldaan: a artikel 4, eerste lid artikel 4, tweede lid in de gevallen bedoeld in: binnen twaalf maanden nadat de vaststelling van de termijnen, bedoeld in, aan de schuldenaar bekend is gemaakt; b in andere gevallen: binnen twaalf maanden nadat de Bank een aanvang heeft gemaakt met de tenuitvoerlegging van het besluit. 3 artikel 17i, tweede of derde lid, AOW artikel 45, tweede of derde lid, Anw artikel 17g, tweede of derde lid, AKW artikelen 17c, vijfde lid 24, zesde lid, AOW artikelen 39, vijfde lid 53, zesde lid, Anw artikelen 17c, vijfde lid 24, zesde lid, AKW Indien de tenuitvoerlegging geheel of gedeeltelijk plaatsvindt met toepassing van,dan wel, dan wel door middel van beslag op periodieke uitkeringen of loon, worden maandelijks zodanige bedragen gevorderd dat de schuldenaar zijn volledige aflossingscapaciteit benut. De Bank kan in afwijking van het gestelde in de vorige volzin een hoger bedrag vorderen als de schuldenaar zijn verplichting uit hoofde van de, en, de, en, of de, enniet nakomt. 4 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 1, onder g Indien de tenuitvoerlegging geheel of gedeeltelijk plaatsvindt met toepassing van het, merkt de Bank in afwijking van, als vermogensbestanddelen mede aan zaken waarvan de dagwaarde minder dan € 1 135,– bedraagt. 5 Indien de schuldenaar onvoldoende verhaal biedt voor volledige voldoening van de vordering van de Bank, schort de Bank de verdere tenuitvoerlegging van het besluit op totdat de schuldenaar weer verhaal biedt. 6 Artikel 4, vijfde lid artikel 5, vijfde lid , en, zijn van overeenkomstige toepassing. 7 In bijzondere gevallen kan de Bank afwijken van het bepaalde in dit artikel. 2002 4 07-01-2002 21-12-2001 2002 4 07-01-2002 21-12-2001 01-01-2002
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 De wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten zijn verschuldigd vanaf het tijdstip waarop de termijn of termijnen zijn verstreken waarbinnen volgens het besluit tot terugvordering dan wel het besluit tot boete-oplegging moest worden betaald. 2 De op de invordering hebbende kosten bedragen: a 15% van de resterende vordering, doch tenminste € 45,– en ten hoogste € 680,– alsmede b Wet Tarieven in Burgerlijke Zaken de kosten van betekening en gerechtelijke tenuitvoerlegging, zoals vastgesteld bij of krachtens de, alsmede de hierover verschuldigde BTW. 2002 4 07-01-2002 21-12-2001 2002 4 07-01-2002 21-12-2001 01-01-2002
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Tenzij de schuldenaar een andere bestemming aanwijst, wordt een betaling die zou kunnen worden toegerekend aan een of meer boeten en aan één of meer teruggevorderde bedragen, in de eerste plaats toegerekend aan de verschuldigde boete of boeten. 2 artikelen 6:43, tweede lid 6:44, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek Met inachtneming van het eerste lid vindt toerekening van betalingen plaats op de wijze zoals vastgesteld in de, en. 1999 54 18-03-1999 26-02-1999 1999 54 18-03-1999 26-02-1999 20-03-1999 01-01-1999
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Wet Boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop dein werking treedt, doch niet eerder dan met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst. 1999 54 18-03-1999 26-02-1999 1999 54 18-03-1999 26-02-1999 20-03-1999 01-01-1999
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit invordering boeten en onverschuldigd betaalde bedragen AOW, Anw en AKW. 1999 54 18-03-1999 26-02-1999 1999 54 18-03-1999 26-02-1999 20-03-1999 01-01-1999