Regels inzake de financiering van vut-lasten
- BWB-id
- BWBR0007824
- Type
- zbo
- Ministerie
- Vut-fonds
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1996-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007824
- ELI
- /eli/nl/zbo/1996/regels-inzake-de-financiering-van-vut-lasten
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/1996/regels-inzake-de-financiering-van-vut-lasten/1996-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007824&g=1996-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007824&z=2026-06-06&g=1996-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007824/1996-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/1996/regels-inzake-de-financiering-van-vut-lasten
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Voor de toepassing van dit besluit wordt, tenzij uit de bepaling het tegendeel blijkt, verstaan onder: a. pensioenreglement : het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP; b. inkomen : het inkomen bedoeld in artikel 3.1, eerste tot en met vijfde lid van het pensioenreglement; c. werkgever : de werkgever bedoeld in artikel 2.2 van het pensioenreglement; d. werknemer : de werknemer bedoeld in artikel 2.3 van het pensioenreglement; e. deeltijdfactor : de deeltijdfactor bedoeld in artikel 1.4 van het pensioenreglement; f. belanghebbende : de werknemer die door vrijwillig vervroegd uittreden recht op uitkering heeft verkregen; g. vut-fonds : de Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel, gevestigd te Heerlen; h. kaderwet Wet kaderregeling vut overheidspersoneel : de(Stb. 1995, 640); i. vut-overeenkomst : de centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel, zoals door de gezamenlijke sectorwerkgevers en de centrales van overheids- en onderwijspersoneel aangegaan op 30 oktober 1995 en nader vastgesteld op 20 december 1995; j. vut-wet Wet uitkering wegens vrijwillig vervroegd uittreden : de(Stb. 1984, 273). 1996 16 23-01-1996 28-12-1995 1996 16 23-01-1996 28-12-1995 01-01-1996 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 8 van de kaderwet artikel 9, derde en vierde lid van die kaderwet De lasten die voor het Vut-fonds ontstaan uit het bepaalde inen uit de vut-overeenkomst, worden met inachtneming van het bepaalde in, respectievelijk artikel 2, derde lid van die overeenkomst gedekt door bijdragen (vut-bijdragen) van de werkgevers. 2 artikel 9, derde lid van de kaderwet artikelen 3, negende tot en met elfde lid 6, achtste lid van de vut-wet In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, worden de lasten met inachtneming van het bepaalde inrespectievelijk artikel 3, derde lid van de vut-overeenkomst tot de eerste dag van de maand volgende op die waarin de belanghebbende de leeftijd van 61 jaar heeft bereikt, gedekt door vergoedingen (vut-vergoedingen) van de werkgever uit wiens dienst een werknemer vrijwillig vervroegd is uitgetreden, zulks indien en voorzover de lasten verband houden met uitkeringen waarop recht is verkregen door toepassing van het bepaalde in deendan wel krachtens artikel 3, eerste en tweede lid van de vut-overeenkomst. 3 Wet bevordering doorstroming onderwijspersoneel II artikel 15, eerste lid van die wet In afwijking van het bepaalde in de vorige twee leden, worden de lasten die verband houden met uitkeringen waarop recht is verkregen krachtens de, overeenkomstig het bepaalde in, door het Rijk aan het Vut-fonds vergoed tot de dag waarop de belanghebbende de leeftijd van 61 jaar heeft bereikt. 1996 16 23-01-1996 28-12-1995 1996 16 23-01-1996 28-12-1995 01-01-1996 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De werkgever, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel a van het pensioenreglement is vut-bijdrage verschuldigd voor iedere in zijn dienst zijnde werknemer. 2 De werkgever ten aanzien van wie de verklaring bedoeld in artikel 5, eerste lid van de vut-overeenkomst is afgegeven, is vut-bijdrage verschuldigd overeenkomstig het bepaalde in die verklaring. 1996 16 23-01-1996 28-12-1995 1996 16 23-01-1996 28-12-1995 01-01-1996 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2, eerste lid De vut-bijdrage, ter dekking van de lasten bedoeld in, bedraagt een jaarlijks vast te stellen percentage van het inkomen. 2 artikel 2, eerste lid Het percentage, bedoeld in het eerste lid, wordt op zodanige manier vastgesteld, dat per kalenderjaar de lasten bedoeld inzijn gedekt en een vermogensreserve, ter grootte van minimaal 10 procent van de uitgaven van het Vut-fonds per kalenderjaar, in stand wordt gehouden. Daarbij wordt voorts rekening gehouden met de opbrengst van de beleggingen van die vermogensreserve. 3 De vut-bijdrage voor een werknemer in een deeltijddienstverhouding bedraagt, gedurende de periode waarvoor een deeltijdfactor is vastgesteld, de in het eerste lid bedoelde vut-bijdrage vermenigvuldigd met die deeltijdfactor. 4 artikel 6, tweede lid Gedurende de periode van 1 januari 1996 tot 1 januari 2001 is de werkgever, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel a, van het pensioenreglement, dat deel van de vut-bijdrage niet verschuldigd dat overeenkomt met de in, aangegeven verlaging van het vut-bijdrageverhaal. 5 Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing, indien dit is bepaald in de verklaring bedoeld in artikel 5, eerste lid van de vut-overeenkomst. 1996 16 23-01-1996 28-12-1995 1996 16 23-01-1996 28-12-1995 01-01-1996 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De werkgever betaalt de verschuldigde vut-bijdrage, in twaalf evenredige termijnen aan het Vut-fonds. De betaling dient te geschieden voor het einde van de maand volgende op de uitbetalingstermijn waarop die bijdrage betrekking heeft. 2 artikel 2, tweede lid De werkgever voldoet de vut-vergoeding bedoeld in, op basis van een declaratie van het bestuur van het Vut-fonds. In die declaratie wordt een opslag ter zake van uitvoeringskosten verdisconteerd. 3 De werkgever is aan het Vut-fonds wettelijke rente verschuldigd over bedragen die niet of niet tijdig zijn voldaan. 4 De betaling van de bijdrage en de aanlevering van de ter zake benodigde gegevens geschiedt overeenkomstig de uitvoeringsregels van het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP d.d. 1 januari 1996 met betrekking tot het verstrekken van diensttijd, grondslaggegevens en incasso van pensioenpremies/bijdragen en met inachtneming van nader door het bestuur van het Vut-fonds verstrekte voorschriften. 1996 16 23-01-1996 28-12-1995 1996 16 23-01-1996 28-12-1995 01-01-1996 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De werkgever verhaalt 35 procent van de verschuldigde vut-bijdrage op de werknemer als vut-bijdrageverhaal. 2 In afwijking van het eerste lid wordt het vut-bijdrageverhaal, berekend als percentage van het inkomen, voor de werknemer die in dienst is van een werkgever als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel a, van het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, in de periode van 1 januari 1996 tot 1 januari 2001 verlaagd met: met dien verstande dat het vut-bijdrageverhaal niet negatief zal kunnen zijn. a. 1,17 procentpunten in het jaar 1996; b. 0,94 procentpunten in het jaar 1997; c. 0,71 procentpunten in het jaar 1998; d. 0,47 procentpunten in het jaar 1999; e. 0,24 procentpunten in het jaar 2000; 3 Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing, indien dit is bepaald in de verklaring bedoeld in artikel 5, eerste lid van de vut-overeenkomst. 4 In afwijking van het eerste lid en onverminderd het tweede lid wordt het verhaal, op de werknemer die slechts een gedeelte van zijn inkomen geniet omdat hij wegens ziekte verhinderd is dienst te verrichten, naar evenredigheid verminderd. 5 In afwijking van het eerste lid is het verhaal op de werknemer, die geen of slechts gedeeltelijk inkomen geniet wegens schorsing of omdat hij zonder daartoe verkregen verlof zijn betrekking niet uitoefent, gelijk aan de door de werkgever verschuldigde vut-bijdrage die geacht kan worden betrekking te hebben op de tijd waarvoor de schorsing geldt, onderscheidenlijk de betrekking niet wordt uitgeoefend. 6 Indien de werknemer verzoekt geheel of gedeeltelijk te worden ontheven van zijn betrekking kan de werkgever als voorwaarde stellen, dat de door hem verschuldigde bijdrage geheel, onderscheidenlijk voor een groter deel dan het in het eerste lid genoemde percentage op die werknemer wordt verhaald. 1996 16 23-01-1996 28-12-1995 1996 16 23-01-1996 28-12-1995 01-01-1996 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1996. 1996 16 23-01-1996 28-12-1995 1996 16 23-01-1996 28-12-1995 01-01-1996 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Dit besluit kan worden aangehaald als: Regels inzake de financiering van vut-lasten. 1996 16 23-01-1996 28-12-1995 1996 16 23-01-1996 28-12-1995 01-01-1996 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.