Regeling van de Nederlandsche Bank ingevolge artikel 22, 22a, 30c en 30ca Wet toezicht kredietwezen 1992 juncto artikel 2, tweede lid, 3, derde lid, 5, tweede lid en 7, van het Besluit integere bedrijfsvoering kredietinstellingen en verzekeraars met betrekking tot het houden van een centraal register van afgeschermde rekeningen
- BWB-id
- BWBR0010188
- Type
- zbo
- Ministerie
- De Nederlandsche Bank N.V.
- Geldigheid
- 2004-01-01 t/m 2006-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010188
- ELI
- /eli/nl/zbo/1999/regeling-afgeschermde-rekeningen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/1999/regeling-afgeschermde-rekeningen/2004-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010188&g=2004-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010188&z=2026-06-06&g=2004-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010188/2004-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/1999/regeling-afgeschermde-rekeningen
Artikel 1 — Artikel 1 Toepassinggebied#
Artikel 1 Toepassinggebied 1 De regeling heeft betrekking op alle rekeningen waarbij de identiteit van de cliënt bij de transactieverwerking niet zichtbaar is of anderszins afgeschermd is, terwijl deze gegevens wel bekend zijn bij de instelling. 2 De regeling heeft betrekking op in Nederland bestaande en nog open te stellen rekeningen, aangehouden bij de instelling. 1999 120 28-06-1999 1999 120 28-06-1999 01-07-1999
Artikel 2 — Artikel 2 Restrictief beleid#
Artikel 2 Restrictief beleid 1 Instellingen dienen een restrictief beleid te voeren ten aanzien van het openen van afgeschermde rekeningen. 2 Instellingen dienen geen afgeschermde rekeningen open te stellen anders dan met het oog op de bescherming van privacy en veiligheid van cliënten dan wel ter voorkoming van gebruik van voorwetenschap. 3 Instellingen dienen aangaande het openen en beheer van afgeschermde rekeningen de noodzakelijke instructies op te stellen voor het perceel. 1999 120 28-06-1999 1999 120 28-06-1999 01-07-1999
Artikel 3 — Artikel 3 Definities#
Artikel 3 Definities 1 Als afgeschermde rekening wordt aangemerkt een rekening waarop een saldo in geld, effecten, edele metalen of andere waarden kan worden aangehouden en waarbij de identiteit van de cliënt is afgeschermd, doordat deze – in afwijking van wat bij toepasselijke transactieverwerking gebruikelijk is – niet zichtbaar is omdat slechts gebruik wordt gemaakt van een (rekening)nummer of codewoord. 2 artikel I, eerste lid onder c van de Wet identificatie bij financiële dienstverlening 1993 Onder cliënt wordt verstaan een cliënt in de zin van. 3 Onder centraal register wordt verstaan een bij de vergunninghoudende instelling op één centrale plaats toegankelijk register. 4 Onder transactieverwerking wordt verstaan het uitvoeren van (betaal)opdrachten ten gunste of ten laste van een rekening. 1999 120 28-06-1999 1999 120 28-06-1999 01-07-1999
Artikel 4 — Artikel 4 Centraal register#
Artikel 4 Centraal register 1 Wet identificatie bij financiële dienstverlening 1993 Onverminderd de op instellingen rustende verplichtingen op grond van dedienen zij bij gebruik van afgeschermde rekeningen een centraal register aan te houden. 2 artikel 6 van de Wet identificatie bij financiële dienstverlening 1993 Het centrale register bevat ten minste de gegevens die conformmoeten worden vastgelegd. 3 Het centrale register verschaft ten minste op naam en nummer- of codesleutel toegang. 4 Instellingen wijzen een beheerder van het centrale register aan. 1999 120 28-06-1999 1999 120 28-06-1999 01-07-1999
Artikel 5 — Artikel 5 Interne controle#
Artikel 5 Interne controle Instellingen dragen zorg voor voldoende interne controle op de volledigheid en juistheid van de gegevens met betrekking tot de in het centrale register opgenomen rekeningen. 1999 120 28-06-1999 1999 120 28-06-1999 01-07-1999
Artikel 6 — Artikel 6 Toetsing op de naleving#
Artikel 6 Toetsing op de naleving 1 artikelen 4 5 Toetsing op de naleving van het bepaalde in deenzal plaatsvinden door de externe accountant in opdracht van de instelling. 2 De externe accountant van de instelling zal de bevindingen van zijn toetsing op de naleving jaarlijks schriftelijk vastleggen in een brief aan de instelling, waarvan de Bank gelijktijdig een afschrift ontvangt. 1999 120 28-06-1999 1999 120 28-06-1999 01-07-1999
Artikel 7 — Artikel 7 Inwerkingtreding#
Artikel 7 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op 1 juli 1999. 1999 120 28-06-1999 1999 120 28-06-1999 01-07-1999