Beleidsregels regulering mobiele terminating tarieven
- BWB-id
- BWBR0033301
- Type
- zbo
- Ministerie
- Autoriteit Consument en Markt
- Geldigheid
- 2002-07-30 t/m 2012-12-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0033301
- ELI
- /eli/nl/zbo/2002/beleidsregels-regulering-mobiele-terminating-tarieven
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/2002/beleidsregels-regulering-mobiele-terminating-tarieven/2002-07-30
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0033301&g=2002-07-30
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0033301&z=2026-06-06&g=2002-07-30
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0033301/2002-07-30
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/2002/beleidsregels-regulering-mobiele-terminating-tarieven
Artikel 1 — 1#
1 Het college van de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (hierna: het college) publiceert hierbij zijn beleidsregels voor de regulering van mobiele terminating tarieven (hierna: MTA tarieven). Met deze beleidsregels formuleert het college het beleid op basis waarvan hij het maximaal redelijke MTA tarief heeft bepaald, aan de hand waarvan hij de redelijkheid van de door een mobiele aanbieder gehanteerde MTA tarieven zal beoordelen. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 2 — 2#
2 Onder mobiele aanbieders worden in deze beleidsregels verstaan aanbieders van mobiele openbare telecommunicatienetwerken of -diensten die tarieven hanteren voor het termineren van telefoonverkeer bij mobiele eindgebruikers. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 3 — 3#
3 artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 6.1 artikel 6.3 van de Telecommunicatiewet artikel 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht Deze beleidsregels zijn op grond van(hierna: Awb) opgesteld met inachtneming van de bevoegdheden, die het college krachtensjuncto(hierna: Tw) toekomen. Het college zal deze beleidsregels toepassen als beleidsregels in de zin van(hierna: Awb). 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 4 — 4#
4 bijlage I De beleidsregels zijn verder als volgt ingedeeld. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het juridisch kader geschetst. Hoofdstuk 3 beschrijft de invulling die het college bij het beoordelen van MTA tarieven aan het begrip ‘redelijkheid’ geeft, terwijl hoofdstuk 4 de door het college te hanteren feitelijke beoordelingssystematiek behandelt. De beleidsregels worden besloten met enkele algemene slotbepalingen. Voorts is het ter zake van de indeling van de beleidsregels relevant op te merken dat de bij deze beleidsregels behorendeeen nadere toelichting van de door het college ingenomen standpunten bevat. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 5 — 5#
5 Op 13 juni 2001 heeft KPN Mobile The Netherlands B.V. het college verzocht om de redelijkheid te beoordelen van de door Telfort Mobiel B.V. voor het termineren van telefoonverkeer op haar mobiele netwerk gehanteerde tarieven. Vanwege het geschiloverschrijdende karakter van de problematiek samenhangend met de MTA tarieven, heeft het college besloten zijn beleid inzake de beoordeling van de MTA tarieven op redelijkheid in beleidsregels neer te leggen. Dit alvorens in het geschil tussen KPN Mobile en Telfort tot een besluit te komen. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 6 — 6#
6 1 Kenmerk OPTA/IBT/2001/203784 2 Het college zal in een apart document ingaan op de in het consultatiedocument geadresseerde vraagpunten en de daarop ontvangen reacties. Door middel van het op 19 december 2001 gepubliceerde consultatiedocument ‘De regulering van mobiele terminating tarieven’ zijn marktpartijen ten aanzien van de door het college voorgenomen beleidsregels geconsulteerd1. Als onderdeel van de consultatieprocedure is op 25 januari 2002 een hoorzitting gehouden. De mondelinge en schriftelijke reacties zijn bij het opstellen van deze beleidsregels betrokken. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 7 — 7#
7 De mobiele terminating dienst is een interconnectiedienst die een mobiele aanbieder aan andere aanbieders van telecommunicatienetwerken en/of -diensten aanbiedt, teneinde de eindgebruikers van die andere aanbieders in staat te stellen om te communiceren met de eindgebruikers van de mobiele aanbieder. De mobiele terminating dienst betreft in feite het afwikkelen ofwel termineren van gesprekken die worden geïnitieerd door de eindgebruikers van de met die mobiele operator geïnterconnecteerde aanbieders. Figuur 1 maakt dit duidelijk: Figuur 1 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 8 — 8#
8 artikel 6.1, eerste lid, Tw Op grond vandragen aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken of openbare telecommunicatiediensten in Nederland, die daarbij de toegang tot netwerkaansluitpunten van eindgebruikers controleren (hierna: aanbieders), zorg voor de interconnectie van de betrokken telecommunicatienetwerken. Dit teneinde te verzekeren dat de aangesloten gebruikers over en weer met elkaar kunnen communiceren. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 9 — 9#
9 Tw artikel 6.1 Tw 3 Zie Kamerstukken van de Eerste Kamer, vergaderjaar 1997-1998, 25 533, nr. 309b, p. 18. De plicht tot interconnectie behelst mede, zo blijkt uit de parlementaire geschiedenis van de, dat de door aanbieders gehanteerde interconnectietarieven de toets van de redelijkheid moeten kunnen doorstaan. MTA tarieven die zodanig hoog zijn dat van de potentiële wederpartij in redelijkheid niet kan worden verlangd dat hij daarmee akkoord gaat, zijn in strijd met de inneergelegde interconnectieplicht. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 10 — 10#
10 Ter voldoening aan hun wettelijke interconnectieplicht dienen aanbieders voorts interconnectie-overeenkomsten af te sluiten. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 11 — 11#
11 artikel 6.3, eerste en tweede lid, Tw artikel 6.1 Tw Tw Op grond vanis het college bevoegd om op aanvraag tussen marktpartijen de regels te stellen in geschillen met betrekking tot interconnectie als bedoeld in. Artikel 6.3, eerste lid, Tw geeft het college deze bevoegdheid in de situatie dat marktpartijen er niet in slagen om een interconnectie-overeenkomst te sluiten. Artikel 6.3, tweede lid, Tw verklaart het college bevoegd in de situatie dat marktpartijen een interconnectie- overeenkomst hebben gesloten, doch waarbij een van de marktpartijen van mening is dat een daarop berustende verbintenis of de wijze waarop deze wordt nagekomen in strijd is met het bepaalde bij of krachtens de. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 12 — 12#
12 MTA tarieven maken onderdeel uit van de te maken c.q. gemaakte afspraken ter zake van de interconnectie met mobiele netwerken. Op aanvraag kan het college derhalve regels stellen in een geschil met een mobiele aanbieder ter zake van MTA tarieven. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 13 — 13#
13 artikel 24 van de Mededingingswet Naast het college is ook de directeur- generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit (hierna: de d-g NMa) bevoegd om de hoogte van MTA tarieven te beoordelen. Te hoge MTA tarieven kunnen, nadat is vastgesteld dat aanbieders over een economische machtspositie in de zin van het mededingingsrecht beschikken, duiden op misbruik van die machtspositie in de zin van(hierna: Mw). 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 14 — 14#
14 artikel 24 Mw De d-g NMa verricht op dit moment onderzoek naar mogelijk misbruik van een economische machtspositie terzake van ‘call termination’ door mobiele aanbieders. Indien de d-g NMa tot de conclusie komt dat een mobiele aanbiederovertreedt, dan kan hij besluiten die mobiele aanbieder dwingende aanwijzingen te geven, bijvoorbeeld in de vorm van een last onder dwangsom tot verlaging van het gehanteerde MTA tarief. Indien op basis van een marktanalyse een monopoloïde positie wordt geconstateerd, dan komt de d-g NMa in de regel tot het oordeel dat de betreffende partij voor haar tarieven het beginsel van kostenoriëntatie dient te hanteren. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 15 — 15#
15 4 Naast geschilbeslechting kan het college een mobiele aanbieder aanwijzen tot partij met aanmerkelijke macht op de markt voor vaste en mobiele openbare telefoondienst tezamen als bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, van de Tw. Ook is het college op grond van artikel 15, derde lid Tw bevoegd handhavend op te treden ten aanzien van de in artikel 6.1, eerste lid, van de Tw neergelegde interconnectieplicht. artikel 24 Mw Het college en de d-g NMa hebben de afstemming van hun bevoegdheden in geval van samenloop in hun toezichthoudende taken neergelegd in het Samenwerkingsprotocol OPTA/NMa van 19 december 2000. Conform het Samenwerkingsprotocol is het college daarbij in beginsel de eerst aangewezen toezichthouder om op te treden. Daartoe zal het college in elk geval van zijn geschilbeslechtende bevoegdheid gebruik maken. De d-g NMa zal kunnen optreden indien de door het college ondernomen interventie het misbruik van een machtspositie als bedoeld inniet zal opheffen. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 16 — 16#
16 Mededingingswet bijlage II In overeenstemming met het in het Samenwerkingsprotocol bepaalde, heeft het college de d-g NMa om advies gevraagd inzake de verenigbaarheid van de onderhavige beleidsregels met de. Dit advies is alsbij deze beleidsregels gevoegd. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 17 — 17#
17 alinea’s 8 9 De in deenvan deze beleidsregels beschreven wettelijke interconnectieplicht impliceert dat het college kan toetsen of het MTA tarief van een mobiele aanbieder niet een bepaald maximaal redelijk niveau overschrijdt. Daarbij is het college bevoegd om deze bovengrens nader te definiëren. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 18 — 18#
18 Tw Mededingingswet 5 Vergelijk ook uitspraak president Rb. Rotterdam van 16 februari 2001, VTELEC 00/2530-SIMO, blz. 7-8. Wat een maximaal redelijk MTA tarief is, wordt bepaald aan de hand van de omstandigheden samenhangend met de mobiele terminating dienstverlening en met inachtneming van de doelstellingen van de, in het bijzonder de bevordering van de bestendige mededinging op de telecommunicatiemarkt en de bescherming van de belangen van eindgebruikers. Voorts is het college bij de bepaling van maximaal redelijke MTA tarieven gebonden aan het kader van de. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 19 — 19#
19 Het college acht de volgende omstandigheden doorslaggevend: i) de aard van de dienst ‘call termination’, ii) de feitelijke hoogte van de op dit moment geldende MTA tarieven, iii) de specifieke oorzaken onderliggend aan de hoogte van de op dit moment geldende MTA tarieven, en iv) de specifieke negatieve effecten van de hoogte van de op dit moment geldende MTA tarieven. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 20 — 20#
20 6 Vergelijk ook de overwegingen van het college zoals weergegeven in de alinea’s 31 tot en met 33 van de richtsnoeren Tariefregulering van Interconnectie- en bijzondere toegangsdiensten d.d. 13 april 2001 (OPTA/IBT/2001/200850). Het college kwalificeert de dienst call termination als een ‘bottleneck facility’. Andere aanbieders kunnen uitsluitend via deze dienst een telefoongesprek tot stand brengen tussen hun eindgebruikers en eindgebruikers die zijn aangesloten op het netwerk van de mobiele aanbieder. Op dit moment ontbreken voldoende technisch en economisch haalbare alternatieven voor de terminating dienstverlening, terwijl volwaardige alternatieven ook niet binnen afzienbare termijn op de Nederlandse markt beschikbaar komen. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 21 — 21#
21 7 In Nederland geldt het beginsel ‘Calling Party Pays’ bij de financiële afwikkeling van telefoonverkeer. De terminating access dienstverlening wordt voorts gekenmerkt door een zogenaamde externaliteit, welke eruit bestaat dat het in beginsel de bellende partij is die het tarief voor terminating access dient op te brengen, terwijl het de gebelde partij is die door zijn keuze van een bepaalde netwerkaanbieder uiteindelijk de hoogte van het tarief bepaalt. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 22 — 22#
22 Naar het oordeel van het college bezit een mobiele aanbieder een monopoliepositie op de relevante markt, welke hier bestaat uit het termineren van verkeer op zijn eigen mobiele netwerk. Voor deze machtspositie bestaat er voorts geen ‘countervailing power’ aan de vraagzijde van de terminating dienstverlening. Mede daardoor is hij in staat om onafhankelijk van anderen het niveau van zijn MTA tarieven te bepalen. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 23 — 23#
23 De huidige MTA tarieven van alle mobiele aanbieders in Nederland liggen aanzienlijk boven het niveau van kostenoriëntatie, zoals dat het resultaat zou zijn indien ten aanzien van de MTA dienstverlening sprake zou zijn geweest van een voldoende mate van effectieve concurrentie. Dit leidt het college af uit het relatief hoge niveau van de MTA tarieven ten opzichte van de tarieven voor diensten met een vergelijkbaar netwerkbeslag, alsmede uit een vergelijking van de in Nederland geldende MTA tarieven met kostengeoriënteerde MTA tarieven elders in Europa. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 24 — 24#
24 Naar het oordeel van het college kan het huidige hoge niveau van de MTA tarieven bestaan omdat een mobiele aanbieder onvoldoende economische prikkels heeft om lagere MTA tarieven te hanteren. Vooral de voor marktpartijen bestaande wettelijke interconnectieplicht met mobiele aanbieders – en daarmee de facto de verplichting om de terminating dienstverlening van mobiele aanbieders af te nemen –, de onder i) beschreven aard van de terminating dienstverlening, en voorts het ontbreken van andere doorslaggevende prikkels om MTA tarieven zo kostefficiënt mogelijk vast te stellen, zijn daarbij bepalend. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 25 — 25#
25 De machtspositie bij het aanbieden van call termination maakt het voor mobiele aanbieders mogelijk om met de uit de hoge MTA tarieven verkregen inkomsten hun eindgebruikerstarieven voor mobiele telefonie te subsidiëren. Het college constateert dat met name de eindgebruikers van vaste telefonie in hoge mate aan de subsidiërende inkomsten uit mobiele terminating dienstverlening bijdragen. Het college constateert voorts dat vaste aanbieders door de hoge MTA tarieven op bepaalde segmenten van de zakelijke markt ten opzichte van mobiele aanbieders in hun concurrentiepositie benadeeld worden. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 26 — 26#
26 bijlage I Naar het oordeel van het college heeft het huidige niveau van de MTA tarieven dan ook een negatief effect op de ontwikkeling van de bestendige mededinging en is dit tariefniveau mede in dat licht ook niet in het belang van de eindgebruikers op de telecommunicatiemarkt. In dit verband wijst het college uitdrukkelijk naar de alsbij deze beleidsregels gevoegde toelichting. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 27 — 27#
27 Het college vindt voor zijn analyse van de mobiele terminating dienstverlening steun in gelijkluidende analyses van de MTA problematiek door nationale toezichthouders elders in Europa. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 28 — 28#
28 8 Het begrip kostenoriëntatie ziet op de onderliggende kosten inclusief een redelijk rendement. Al het voorgaande in aanmerking nemend, is het college van mening dat het huidige niveau van MTA tarieven in Nederland te hoog is. Naar het oordeel van het college zijn de ontwikkeling van de bestendige mededinging op de (mobiele) telecommunicatiemarkt en de belangen van de eindgebruikers het meest gediend bij een tariefniveau waarbij de meest efficiënte allocatie van de schaarse goederen en productiemiddelen plaatsvindt. Deze efficiënte allocatie komt in beginsel tot stand indien er een voldoende mate van marktwerking zou bestaan. Bij een (bijna) monopoliepositie kan een dergelijk niveau bepaald worden aan de hand van het beginsel van kostenoriëntatie. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 29 — 29#
29 Tw artikel 6.4, tweede lid, Tw Delegt een verplichting tot het hanteren van kostengeoriënteerde MTA tarieven op aan mobiele aanbieders die beschikken over aanmerkelijke macht op de markt voor de vaste en mobiele openbare telefoondienst tezamen als bedoeld in, en als zodanig door het college zijn aangewezen. De weergegeven bijzondere omstandigheden bij de mobiele terminating dienstverlening brengen het college tot het oordeel dat voor de invulling van het redelijkheidsbegrip voor de MTA tarieven van mobiele aanbieders die niet zijn aangewezen op grond van artikel 6.4 lid 2 Tw, eveneens bij het beginsel van kostenoriëntatie zou moeten worden aangesloten. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 30 — 30#
30 artikel 6.1 Tw Mededingingswet Mw 9 Vergelijk in gelijke zin uitspraak van HvJ van 11 april 1989, 66/86, jurispr., 1989,803 inzake ‘Ahmed Saeed’. Het college dient er evenwel voor te waken dat aan de redelijkheid als bedoeld ineen invulling wordt gegeven die in overeenstemming met deis. De redelijkheid kan onder de huidige regelgeving om die reden dan ook alleen aan de hand van kostenoriëntatie worden ingevuld indien mobiele aanbieders op grond van de Mededingingswet eveneens tot kostengeoriënteerde tarieven zijn gehouden. In dit verband wordt er nogmaals op gewezen dat de d-g NMa momenteel onderzoekt of dehiertoe verplicht. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 31 — 31#
31 Het voorgaande overwegende zal het college mobiele aanbieders vooralsnog niet de verplichting tot kostenoriëntatie opleggen. Het college relateert daarom op dit moment de onderhavige invulling van het redelijkheidsbegrip aan de hoogte van de MTA tarieven zoals gehanteerd door de in dit verband best presterende mobiele aanbieders in Europa, die geen verplichting tot kostenoriëntatie hebben. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 32 — 32#
32 KPN Mobile en Vodafone hebben voor de verkrijging voor hun oorspronkelijke (900 MHz) frequenties aanzienlijk minder kosten hoeven te maken dan Dutchtone, Telfort en Ben voor hun vergunningen voor het gebruik van frequenties in de 1800 MHz band. Daarenboven hebben KPN Mobile en Vodafone een voorsprong van enkele jaren met het uitrollen van hun netwerken. Mede door deze voorsprong en als gevolg van een groter klantenbestand (dat tot schaalvoordelen leidt), ligt het in de rede dat de kosten per minuut voor KPN Mobile en Vodafone lager zijn dan voor de overige mobiele aanbieders. Met andere woorden, er is sprake van een asymmetrie in de relatieve positie van de mobiele aanbieders. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 33 — 33#
33 Gezien deze asymmetrie, acht het college het redelijk om bij de bepaling van een maximaal redelijk MTA tarief vooralsnog een onderscheid te maken naar de relatieve positie van de mobiele aanbieders. Teneinde dit onderscheid tot uitdrukking te brengen, zal het college de MTA tarieven van KPN Mobile en Vodafone enerzijds, en van Ben, Dutchtone, en Telfort anderzijds, gedifferentieerd beoordelen. Deze gedifferentieerde beoordeling is ook in lijn met hetgeen toezichthouders in een aantal andere Europese lidstaten hebben geoordeeld ten aanzien van de hoogte van mobiele terminating tarieven. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 34 — 34#
34 Ten slotte merkt het college op dat de relatieve positie van nieuwe mobiele aanbieders, die niet zelf over frequenties beschikken (zoals Tele2 als ‘mobile virtual network operator’), wordt bepaald door de positie van de mobiele aanbieder wiens mobiele telefoonnetwerk zij voor hun terminating dienstverlening hanteren. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 35 — 35#
35 10 Onder het gemiddelde MTA tarief wordt verstaan het tarief dat kan worden bepaald indien het aantal MTA verkeersminuten en het aantal MTA gesprekken worden vermenigvuldigd met het MTA tarief per minuut (het verkeerstarief) respectievelijk het MTA tarief per gesprek (het starttarief), waarna de sommatie wordt gedeeld door het aantal MTA minuten. In de beoordeling van het maximaal redelijke MTA tarief zal het college zich richten op het door een mobiele aanbieder gehanteerde gemiddelde MTA tarief. Dit betekent dat het college geen regels stelt ten aanzien van de opsplitsing van het gemiddelde MTA tarief in pieken daltarieven en/of in start- en verkeerstarieven. Mobiele aanbieders kunnen in beginsel hun eigen tariefstructuur kiezen, mits hun gemiddelde MTA tarief niet hoger is dan het tarief zoals dat door het college als maximaal redelijk wordt beschouwd. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 36 — 36#
36 11 Dat wil zeggen, uitgaande van het in 2001 getermineerde aantal gesprekken, het aan die gesprekken gerelateerde aantal getermineerde minuten, onderscheidenlijk naar de door de betreffende mobiele aanbieder gehanteerde piek- en dalperioden. In de beoordeling of de door een mobiele aanbieder gekozen ontmiddelde MTA tariefstructuur inderdaad niet resulteert in een gemiddeld MTA tarief dat hoger is dan het tarief zoals dat door het college als maximaal redelijk wordt beschouwd, zal het college zich baseren op het MTA verkeer zoals dat door de betreffende mobiele aanbieder in het jaar 2001 is getermineerd. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 37 — 37#
37 Teneinde het college in staat te stellen om de beoordeling van de door een mobiele aanbieder gekozen ontmiddelde MTA tariefstructuur uit te voeren, zal door het college van de mobiele aanbieders worden verlangd dat zij het college binnen een nader bekend te maken termijn over de door hen ontmiddelde MTA tariefstructuur informeren. Daarbij dienen de mobiele aanbieders aan het college aan te tonen dat, op basis van hun MTA verkeer over 2001, hun ontmiddelde MTA tariefstructuur inderdaad leidt tot een gemiddeld MTA tarief dat niet hoger is dan het tarief zoals dat door het college als maximaal redelijk wordt beschouwd. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 38 — 38#
38 Het college heeft geconstateerd dat de terminating dienstverlening, met name als gevolg van het huidige niveau van de MTA tarieven, in relatief grote mate bijdraagt aan de inkomsten van een mobiele aanbieder. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 39 — 39#
39 Gezien de te verwachten betekenis van het door het college als maximaal redelijk beschouwde MTA tarief voor de ondernemingsplannen van mobiele aanbieders, zou binnen de context van de onderhavige problematiek een directe aanpassing van de MTA tarieven aan het maximaal redelijke tariefniveau niet in overeenstemming zijn met de materiële zorgvuldigheid en het beginsel van evenredigheid die het college dient te betrachten. Het is aannemelijk dat een directe aanpassing een zodanig ingrijpen in de zakelijke ondernemingsplannen van de betrokken mobiele aanbieders zou kunnen betekenen, dat ondernemingen onvoldoende tijd krijgen om zich aan te passen aan de nieuwe situatie en mitsdien mogelijk onevenredige risico’s zouden lopen ten aanzien van (de voortgang in) hun bedrijfsvoering. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 40 — 40#
40 Het college is dan ook van mening dat – vanuit het oogpunt van de bevordering en totstandbrenging van de effectieve mededinging op korte en lange(re) termijn – een geleidelijke aanpassing van de markt aan het beoogde tariefniveau te verkiezen is boven een directe en volledige verlaging tot dat tariefniveau. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 41 — 41#
41 Naar het oordeel van het college biedt een overgangsperiode van 1 jaar na in werking treden van de beleidsregels, waarbij het MTA-tarief per 1 december 2002 en 1 april 2003 in twee stappen wordt verlaagd, mobiele aanbieders voldoende gelegenheid om hun bedrijfsvoering aan de maximaal redelijke MTA-tarieven aan te passen. 2002 142 29-07-2002 22-07-2002 OPTA/IBT/2002/201827 2002 142 29-07-2002 22-07-2002 OPTA/IBT/2002/201827 30-07-2002
Artikel 42 — 42#
42 Het college hanteert bij de beoordeling van de MTA tarieven op redelijkheid de volgende systematiek. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 43 — 43#
43 bijlage III Het college sluit bij de bepaling van het maximaal redelijke tariefniveau per 1 april 2003 aan bij het MTA tarief van de best presterende mobiele aanbieders in Europa, die geen verplichting tot kostenoriëntatie hebben. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen mobiele aanbieders die aansluit bij de relatieve positie die de mobiele aanbieders op de Nederlandse markt ten opzichte van elkaar innemen. De verantwoording van de gehanteerde benchmark is neergelegd invan deze beleidsregels. 2002 142 29-07-2002 22-07-2002 OPTA/IBT/2002/201827 2002 142 29-07-2002 22-07-2002 OPTA/IBT/2002/201827 30-07-2002
Artikel 44 — 44#
44 In de overgangsperiode worden mobiele aanbieders door middel van een tussenstap in de gelegenheid gesteld om de huidige MTA tarieven geleidelijk aan het maximaal redelijke MTA tariefniveau aan te passen. Deze tussenstap wordt berekend met behulp van een glijpad dat aanvangt op een fictief startpunt en eindigt op het niveau van de tweede stap per 1 april 2003. Aldus wordt het MTA tarief in twee stappen verlaagd tot het beoogde maximaal redelijke tariefniveau. Hierna wordt beschreven hoe het college deze stappen nader invult. 2002 142 29-07-2002 22-07-2002 OPTA/IBT/2002/201827 2002 142 29-07-2002 22-07-2002 OPTA/IBT/2002/201827 30-07-2002
Artikel 45 — 45#
45 bijlage IV Het college hanteert een gedifferentieerd startpunt voor enerzijds de reeds langere tijd op de mobiele markt aanwezige aanbieders KPN Mobile en Vodafone en anderzijds de relatieve nieuwkomers Ben, Dutchtone, en Telfort. Per subgroep wordt het startpunt van het glijpad berekend op basis van het gewogen gemiddelde MTA tarief van de in de betreffende subgroep begrepen mobiele aanbieders. De verantwoording van de berekening van het gehanteerde gewogen gemiddelde is neergelegd invan deze beleidsregels. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 46 — 46#
46 Het eindpunt van het glijpad, de tweede stap, stelt het college gelijk aan het maximaal redelijk tarief per 1 april 2003. 2002 142 29-07-2002 22-07-2002 OPTA/IBT/2002/201827 2002 142 29-07-2002 22-07-2002 OPTA/IBT/2002/201827 30-07-2002
Artikel 47 — 47#
47 Het maximaal redelijke tarief per 1 december 2002, de eerste stap, wordt vastgesteld op het gemiddelde van het start- en eindpunt van het glijpad. Figuur 2 geeft het aldus behaalde glijpad grafisch weer. Figuur 2 2002 142 29-07-2002 22-07-2002 OPTA/IBT/2002/201827 2002 142 29-07-2002 22-07-2002 OPTA/IBT/2002/201827 30-07-2002
Artikel 48 — 48#
48 Zodra het nog lopende of ander onderzoek naar de relevante markt zijdens de Europese Commissie of de NMa hiertoe aanleiding geeft, dan wel de bevoegdheidsgrondslag van het college wijzigt, zal het college het niveau van kostenoriëntatie voor de MTA tarieven van Nederlandse mobiele aanbieders bepalen. Daartoe zal hij een kostentoerekeningsmodel ontwikkelen, waarbij hij zich zal laten bijstaan door een klankbordgroep bestaande uit belanghebbende marktpartijen en hun eventuele adviseurs. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 49 — 49#
49 12 ‘FL-LRIC’ staat voor Forward Looking Long Run Incremental Costs. Een dergelijke systematiek is ook toegepast bij de vaststelling van kostengeorienteerde terminating tarieven op het ‘vaste’ netwerk. Bij het te ontwikkelen kostentoerekeningsmodel zal in beginsel worden aangesloten bij een ‘bottom up’ FL-LRIC systematiek. Een dergelijke systematiek reflecteert het kostenniveau van een efficiënte toetreder op de markt en is in de onderhavige situatie naar het oordeel van het college de meest nauwkeurige benadering van het niveau van kostenoriëntatie. Het aldus bepaalde tariefniveau zal naar verwachting gaan gelden medio 2003. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 50 — 50#
50 Onderstaande tabel geeft de stappen van het maximaal redelijke gemiddelde MTA tarief in de tijd weer. Bedragen in €-centen/minuut Max. redelijk gemiddeld MTA tarief van: startpunt per 1 april 2002 1 december 2002 1 april 2003 1 juli 2003 KPN Mobile, Vodafone 18,39 15,68 12,96 kostenoriëntatie Ben, Dutchtone, Telfort 20,07 18,28 16,48 kostenoriëntatie 2002 142 29-07-2002 22-07-2002 OPTA/IBT/2002/201827 2002 142 29-07-2002 22-07-2002 OPTA/IBT/2002/201827 30-07-2002
Artikel 51 — 51#
51 Naast de in het voorgaande bedoelde MTA tarieven (welke gelden per MTA gesprek en per MTA minuut) kunnen mobiele aanbieders in het kader van hun terminating dienstverlening ook andere vergoedingen hanteren. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan eenmalige bedragen, die in het kader van het tot stand brengen van de interconnectie dienen te worden betaald, of bepaalde vaste bijdragen, zoals poortkosten of abonnementen, die maandelijks aan de geïnterconnecteerde aanbieder in rekening worden gebracht. Deze overige MTA tariefcomponenten dienen, als onderdeel van de interconnectie-overeenkomst, eveneens redelijk te zijn. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 52 — 52#
52 Het college acht het ongewenst, indien de verlaging van de gemiddelde MTA tarieven tot het maximaal redelijke MTA tarief door een verhoging van de bedoelde overige MTA tariefcomponenten ongedaan zou worden gemaakt. Daarmee zouden immers de met deze beleidsregels beoogde effecten door de mobiele aanbieder zelf (deels) weer teniet gedaan kunnen worden, wat zou resulteren in vergelijkbare averechtse effecten zoals die volgen uit de huidige hoge MTA tarieven. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 53 — 53#
53 alinea 48 49 In het te ontwikkelen kostenmodel bedoeld inenzal ook het kostengeoriënteerde niveau van de overige MTA tariefcomponenten eveneens worden vastgesteld. Voorshands acht het college het verhogen van de bestaande overige MTA tariefcomponenten c.q. de invoering van nieuwe overige MTA tariefcomponenten onredelijk, tenzij de mobiele aanbieder kan aantonen dat de daaraan ten grondslag liggende kosten in onderhavige periode daadwerkelijk zijn verhoogd. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 54 — 54#
54 Tw Het college zal de onderhavige beleidsregels bij gelegenheid van aanpassing van deaan het herziene ONP kader evalueren. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 55 — 55#
55 De onderhavige beleidsregels laten de verplichtingen van een mobiele aanbieder die wordt aangewezen als partij met aanmerkelijke macht op de markt voor de openbare vaste en mobiele telefoondienst tezamen onverlet. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 56 — 56#
56 Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na publicatie ervan in de Nederlandse Staatscourant. 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 2002 65 04-04-2002 28-03-2002 OPTA/IBT/2002/2200802 05-04-2002
Artikel 9#
alinea 19 tot en met 26
Artikel 48#
alinea 48-50
Artikel 31#
alinea 31
Artikel 45#
alinea 45
Artikel 31#
alinea 31
Artikel 44#
alinea 44 e.v.