Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 95m E-wet en 52b Gaswet van de Mededingingswet
- BWB-id
- BWBR0033420
- Type
- zbo
- Ministerie
- Autoriteit Consument en Markt
- Geldigheid
- 2006-04-29 t/m 2008-01-19
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0033420
- ELI
- /eli/nl/zbo/2006/beleidsregel-redelijke-opzegvergoedingen-vergunninghouders
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/2006/beleidsregel-redelijke-opzegvergoedingen-vergunninghouders/2006-04-29
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0033420&g=2006-04-29
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0033420&z=2026-06-06&g=2006-04-29
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0033420/2006-04-29
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/2006/beleidsregel-redelijke-opzegvergoedingen-vergunninghouders
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze beleidsregel wordt verstaan onder: 1. de Raad: artikel 1, eerste lid, sub e van de Elektriciteitswet 1998 artikel 1, eerste lid sub r van de Gaswet de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit zoals bedoeld inof; 2. de vergunninghouder: artikel 95a van de Elektriciteitswet 1998 artikel 43 van de Gaswet een houder van een leveringsvergunning als bedoeld inof in; 3. een kleinverbruiker: artikel 95a van de Elektriciteitswet 1998 artikel 43 van de Gaswet een afnemer als bedoeld inof in; 4. een overeenkomst: een overeenkomst tussen een vergunninghouder en een afnemer tot levering van elektriciteit of gas; 5. een opzegvergoeding: een vergoeding die een vergunninghouder kan opnemen in een overeenkomst voor bepaalde duur en die een kleinverbruiker bij tussentijdse beëindiging van de overeenkomst aan de vergunninghouder is verschuldigd; 2006 82 27-04-2006 25-04-2006 102253-23 2006 82 27-04-2006 25-04-2006 102253-23 29-04-2006
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Voor de uitleg van deze regeling wordt een kleinverbruiker onderscheiden in: 1. consument: een kleinverbruiker behorende tot een verbruikerscategorie waarvoor een van de volgende verbruiksprofielen van toepassing is: a. verbruikersprofiel groep E1, bestaande uit kleinverbruikers van elektriciteit met een doorlaatwaarde kleiner of gelijk aan 3X25 ampère. De groep is opgesplitst in de categorieën E1a: enkeltarief, E1b: dubbeltarief nachtstroom en E1c: dubbeltarief avondstroom; of een afnemer die maximaal 10.000 kWh elektriciteit per jaar verbruikt. b. verbruikersprofiel groep G1a, bestaande uit kleinverbruikers van gas met een aansluiting met een standaard jaarverbruik van minder dan 5.000 m3 en een gasmeter G6 of kleiner; of een afnemer die maximaal 5.000 m3 gas per jaar verbruikt. 2. kleinzakelijke afnemer: alle kleinverbruikers die niet onder de definitie van consument vallen. 2006 82 27-04-2006 25-04-2006 102253-23 2006 82 27-04-2006 25-04-2006 102253-23 29-04-2006
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De Raad acht een opzegvergoeding niet redelijk indien de overeenkomst tussentijds wordt beëindigd in de periode van twee weken voor tot twee weken na de datum waarop de overeenkomst afloopt. 2 De genoemde bedragen in deze beleidsregel zijn inclusief BTW. 2006 82 27-04-2006 25-04-2006 102253-23 2006 82 27-04-2006 25-04-2006 102253-23 29-04-2006
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De Raad oordeelt dat er sprake is van een redelijke opzegvergoeding voor consumenten indien de maximale hoogte van een opzegvergoeding voor consumenten afhankelijk is van de duur van de overeenkomst en van de resterende looptijd op het moment van beëindigen, volgens onderstaand schema: Contractduur Resterende looptijd Maximale opzegvergoeding 1 jaar <1 jaar 50 Euro >1 jaar <1,5 jaar 50 Euro 1,5-2 jaar 75 Euro 2-2,5 jaar 100 Euro >2,5 jaar 125 Euro 2 Indien een overeenkomst stilzwijgend is verlengd, acht de Raad het bedingen van een opzegvergoeding van meer dan 25 Euro niet redelijk. 3 Het in de overeenkomst bedingen van een vergoeding voor een uitgedeeld welkomstcadeau is niet redelijk indien: – de beëindiging heeft plaatsgevonden na verloop van een jaar van de overeenkomst, of – de beëindiging heeft plaatsgevonden binnen een jaar na het sluiten van de overeenkomst en de vergoeding voor het welkomstcadeau meer dan de reële waarde van het cadeau of meer dan 50 Euro bedraagt. 4 Bij een overeenkomst voor levering van elektriciteit én gas is het bedingen van een afzonderlijke opzegvergoeding per product redelijk indien de kleinverbruiker voor zowel elektriciteit en gas de overeenkomst vroegtijdig beëindigd en overstapt naar een andere vergunninghouder. 2006 82 27-04-2006 25-04-2006 102253-23 2006 82 27-04-2006 25-04-2006 102253-23 29-04-2006
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De Raad oordeelt dat er sprake is van een redelijke opzegvergoeding voor kleinzakelijke afnemers indien deze voldoet aan één van drie onderstaande criteria: 1. de opzegvergoeding bedraagt maximaal 15% van de resterende (verwachte) waarde van de overeenkomst; 2. de opzegvergoeding bedraagt het verschil tussen de marktprijs op het moment van beëindigen en de prijs van de overeenkomst over het resterende volume, plus een administratieve vergoeding van maximaal 50 Euro; of, 3. de opzegvergoeding bedraagt maximaal 100 Euro per niet uitgediend jaar. 2006 82 27-04-2006 25-04-2006 102253-23 2006 82 27-04-2006 25-04-2006 102253-23 29-04-2006
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De opzegvergoeding wordt conform deze beleidsregel opgenomen in de overeenkomst, waarbij duidelijk wordt aangegeven wat de hoogte van de opzegvergoeding is. 2 Vanaf de inwerkintreding van deze beleidsregel mogen geen opzegvergoedingen meer in rekening worden gebracht die in strijd zijn met de beleidsregel. 2006 82 27-04-2006 25-04-2006 102253-23 2006 82 27-04-2006 25-04-2006 102253-23 29-04-2006
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De Raad van Bestuur zal overeenkomstig deze beleidsregel handelen, tenzij dat voor één of meer belanghebbenden gevolgen zal hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregel te dienen doelen. 2006 82 27-04-2006 25-04-2006 102253-23 2006 82 27-04-2006 25-04-2006 102253-23 29-04-2006
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Deze beleidsregel wordt aangehaald als beleidsregel redelijke opzegvergoedingen vergunninghouders. 2006 82 27-04-2006 25-04-2006 102253-23 2006 82 27-04-2006 25-04-2006 102253-23 29-04-2006
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De bekendmaking van deze beleidsregel met toelichting geschiedt door plaatsing in de Staatscourant. 2 Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 3 Veegwet Op de datum van inwerkingtreding van deze regeling wordt de ‘Beleidsregel Redelijke Opzegvergoedingen Vergunninghouders’ van maart 2005 ingetrokken. Dit met uitzondering van de artikelen 1, vierde lid en 3, eerste lid. Deze artikelen worden eerst ingetrokken op de datum dat de(Wetsvoorstel Veegwet, Kamerstukken I, 2004/05, 30027, A) in werking treedt. 4 Deze beleidsregel wordt eens per jaar geëvalueerd. 2006 82 27-04-2006 25-04-2006 102253-23 2006 82 27-04-2006 25-04-2006 102253-23 29-04-2006