Beleidsregel van De Nederlandsche Bank N.V. van 11 december 2006, nr. Juza/2006/02369/IH, houdende regels ingevolge artikel 76, eerste lid, van het Besluit prudentiële regels Wft met betrekking tot de wijze van uitoefening van de daarin aan haar gedelegeerde bevoegdheden (Beleidsregel partieel gebruik van de standaardbenadering onder de IRB)
- BWB-id
- BWBR0020698
- Type
- zbo
- Ministerie
- De Nederlandsche Bank N.V.
- Geldigheid
- 2007-01-01 t/m 2014-07-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0020698
- ELI
- /eli/nl/zbo/2007/beleidsregel-partieel-gebruik-van-de-standaardbenadering-ond
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/2007/beleidsregel-partieel-gebruik-van-de-standaardbenadering-ond/2007-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0020698&g=2007-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0020698&z=2026-06-06&g=2007-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0020698/2007-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/2007/beleidsregel-partieel-gebruik-van-de-standaardbenadering-ond
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze beleidsregel wordt verstaan onder: a. aanvrager artikel 76, van het Besluit : een bank of beleggingsonderneming die een aanvraag om toestemming als bedoeld in, bij DNB heeft ingediend; b. Besluit Besluit prudentiële regels Wft : het; c. DNB : De Nederlandsche Bank N.V.; d. financiële onderneming : bank of beleggingsonderneming; e. IRB artikel 1 van het Besluit : de interne modellenmethode als bedoeld in; f. Regeling Regeling solvabiliteitseisen voor het kredietrisico : de; g. wet Wet op het financieel toezicht : de. 2006 248 20-12-2006 11-12-2006 Juza/2006/02369/IH 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 76 van het Besluit prudentiële regels Wft in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 76 van het Besluit Deze beleidsregel is van toepassing op banken of beleggingsondernemingen die een aanvraag om toestemming als bedoeld inbij DNB indienen. 2006 248 20-12-2006 11-12-2006 Juza/2006/02369/IH 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 76 van het Besluit prudentiële regels Wft in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 76, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit Voor de toepassing van, is aan de daar genoemde voorwaarde voldaan indien: a. de aanvrager aantoont dat de betreffende categorie vorderingen geen grote risico’s vertegenwoordigt; b. de aanvrager onderbouwt dat het aantal materiële tegenpartijen in de betreffende categorie dermate klein is dat de veronderstelling van voldoende granulariteit niet houdbaar is; en c. hoofdstuk 3 van de Regeling de aanvrager aantoont dat de ontwikkeling van een ratingsysteem dat voldoet aan de eisen vanniet mogelijk is respectievelijk slechts tegen tot onevenredige implementatielasten mogelijk is. 2 Aan de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde voorwaarde is in ieder geval voldaan indien de aanvrager aantoont dat het merendeel van de tegenpartijen in de categorie een externe rating heeft. 2006 248 20-12-2006 11-12-2006 Juza/2006/02369/IH 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 76 van het Besluit prudentiële regels Wft in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 76, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit Voor de toepassing vanis aan de daar genoemde voorwaarde voldaan indien: a. de aanvrager aantoont dat zij streeft naar een zo volledig mogelijke toepassing van de IRB over de gehele financiële onderneming; b. de aanvrager aantoont dat de naar kredietrisico gewogen posten van het totaal aan vorderingen waarvoor toestemming wordt gevraagd om deze buiten de IRB te houden, minder dan 15% van de totale naar kredietrisico gewogen posten bedraagt; c. de aanvrager over procedures beschikt die waarborgen dat de 15%-grens genoemd in het vorige onderdeel, periodiek wordt bewaakt; en d. de aanvrager over procedures beschikt die waarborgen dat zijn solvabiliteitsvereisten niet worden beïnvloed door intra-concern transacties die uitsluitend tot doel hebben voordeel te behalen uit de verschillen tussen de beschikbare benaderingen voor de bepaling van de solvabiliteitsvereisten voor het kredietrisico als bedoeld in de Regeling. 2006 248 20-12-2006 11-12-2006 Juza/2006/02369/IH 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 76 van het Besluit prudentiële regels Wft in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Indien de naar kredietrisico gewogen posten van het totaal aan vorderingen waarvoor toestemming wordt gevraagd om deze buiten de IRB te houden, structureel meer bedraagt dan 10% van de totale naar kredietrisico gewogen posten, verzamelt de aanvrager voor die vorderingen die te zijner tijd als eerste onder de IRB zullen worden gebracht, de volgende gegevens: a. artikel 71, eerste lid, onderdelen a, b of c, van het Besluit artikel 3:74, tweede lid, onderdelen e en f, van de Regeling artikel 3:74, vierde lid, onderdelen e en g, van de Regeling voor vorderingen die onder de categorieën, genoemd invallen: de gegevens genoemd in, en de gegevens bedoeld in, voor zover deze betrekking hebben op gerealiseerde wanbetalingen; b. artikel 71, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit artikel 3:75, tweede lid, onderdelen c, d en e, van de Regeling voor vorderingen die onder de categorie, genoemd invallen: de gegevens, genoemd in, voor zover deze betrekking hebben op gerealiseerde wanbetalingen. 2 artikel 76, eerste lid, onderdeel b van het Besluit In afwijking van het vorige lid, kan de aanvrager er voor kiezen om vanaf implementatie permanent voor grotere onderdelen ten aanzien waarvan de inbedoelde toestemming is verleend de in het vorige lid bedoelde gegevens te verzamelen. 2006 248 20-12-2006 11-12-2006 Juza/2006/02369/IH 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 76 van het Besluit prudentiële regels Wft in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 76, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit artikel 71, eerste lid, van het Besluit De toestemming, bedoeld inwordt geweigerd indien de aanvraag tot doel heeft om binnen een bedrijfsonderdeel slechts een deel van de vorderingen, die tot één categorie genoemd inbehoren, onder de IRB te brengen. 2 In afwijking van het eerste lid, is gedeeltelijke onderbrenging onder de IRB toch toegestaan indien de aanvrager aantoont dat: a. hoofdstuk 3 van de Regeling de ontwikkeling van een ratingsysteem dat voldoet aan de eisen, bedoeld inniet mogelijk is respectievelijk slechts tegen onevenredige implementatielasten mogelijk is; en b. de keuze voor gedeeltelijke onderbrenging niet is ingegeven door redenen van kapitaalsarbitrage. 2006 248 20-12-2006 11-12-2006 Juza/2006/02369/IH 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 76 van het Besluit prudentiële regels Wft in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel partieel gebruik van de standaardbenadering onder de IRB. 2006 248 20-12-2006 11-12-2006 Juza/2006/02369/IH 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 76 van het Besluit prudentiële regels Wft in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 76 van het Besluit prudentiële regels Wft Deze beleidsregel treedt in werking op het tijdstip waaropin werking treedt. 2006 248 20-12-2006 11-12-2006 Juza/2006/02369/IH 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 76 van het Besluit prudentiële regels Wft in werking treedt.