Regeling van het Commissariaat voor de Media van 5 juni 2007 houdende beleidsregels omtrent nevenactiviteiten publieke omroepen (beleidsregels nevenactiviteiten)
- BWB-id
- BWBR0022118
- Type
- zbo
- Ministerie
- Commissariaat voor de Media
- Geldigheid
- 2007-07-01 t/m 2009-04-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0022118
- ELI
- /eli/nl/zbo/2007/beleidsregels-nevenactiviteiten
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/2007/beleidsregels-nevenactiviteiten/2007-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0022118&g=2007-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0022118&z=2026-06-06&g=2007-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0022118/2007-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/2007/beleidsregels-nevenactiviteiten
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 bijlage 1 De Beleidsregels vastgesteld in deze regeling hebben betrekking op de wettelijke voorschriften die zijn opgenomen inbij deze regeling. 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 01-07-2007
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 In deze regeling wordt verstaan onder: a. Mediawet wet: de; b. Mediabesluit besluit: het; c. Commissariaat: het Commissariaat voor de Media; d. artikel 13c, eerste en tweede lid van de wet hoofdtaak: taak, bedoeld in; e. artikel 57, eerste lid, van de wet nevenactiviteiten: activiteiten of werkzaamheden als bedoeld in; f. artikel 24c, lid 1, boek 2 BW deelneming: een deelneming als bedoeld in; g. artikel 377, lid 6, boek 2 BW netto omzet: netto omzet als bedoeld in; h. NMa: Nederlandse Mededingingsautoriteit. 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 01-07-2007
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 57a, eerste lid, onder a, van de wet Er is sprake van ‘nadelige invloed’, als bedoeld inindien: a. nevenactiviteiten direct of indirect worden bekostigd uit of anderszins ten laste komen van de publieke omroepmiddelen; b. er bij een deelneming geen sprake is van een proportionele verhouding tussen de financiële middelen die door de publieke omroepen gezamenlijk worden ingebracht in het bedrijf waarin wordt deelgenomen en de netto omzet van dat bedrijf die door activiteiten ten behoeve van de hoofdtaak wordt gerealiseerd; c. nevenactiviteiten anderszins schade toebrengen aan de hoofdtaak. 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 01-07-2007
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 3, onder a In afwijking van, van deze regeling is er geen sprake van ‘nadelige invloed’ indien a. een negatief resultaat van een nevenactiviteit, bij wijze van uitzondering, wordt gecompenseerd met de positieve financiële resultaten van één of meer andere nevenactiviteiten in het desbetreffende boekjaar; dan wel b. aanloopverliezen bij de exploitatie van een nevenactiviteit gedurende een periode van maximaal drie jaar gesaldeerd worden met de positieve financiële resultaten van één of meer andere nevenactiviteiten, onder de voorwaarde dat de omroep bij nieuw te ondernemen nevenactiviteiten door middel van prognoses en een toelichting daarbij aannemelijk maakt dat deze activiteit binnen drie jaar kostendekkend is. 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 01-07-2007
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Een nevenactiviteit ‘houdt verband met’ of ‘staat ten dienste van’ de hoofdtaak indien zij: a. een duidelijk herkenbare afgeleide verschijningsvorm van het programmaonderdeel is; b. de betrokkenheid van kijkers of luisteraars bij het programma of de omroep vergroot; dan wel c. de innovatie van het programma bevordert. 2 De activiteit als bedoeld in het eerste lid, onder b en c, van dit artikel moet aantoonbaar inhoudelijk aansluiten bij het programma of de omroep. 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 01-07-2007
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5 Een nevenactiviteit staat, naast datgene bedoeld invan deze regeling, op andere wijze ten dienste van de hoofdtaak indien er sprake is van: a. een deelneming: op voorwaarde dat minimaal 50% van de netto omzet van het bedrijf waarin wordt deelgenomen wordt gegenereerd door activiteiten ten behoeve van de hoofdtaak en maximaal 20% van de netto omzet van het bedrijf waarin wordt deelgenomen wordt gegenereerd door activiteiten ten behoeve van de programmering van commerciële omroepen; b. verhuur van personeel of middelen: op voorwaarde dat dit personeel of deze middelen niet zijn verworven met het oogmerk om te verhuren en een beperkte omvang hebben. 2 De activiteit als bedoeld in het eerste lid, onder a van dit artikel wordt uitsluitend geacht ten dienste te staan van de hoofdtaak indien het een deelneming betreft in een bedrijf dat een aantoonbare relatie heeft met omroepactiviteiten. 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 01-07-2007
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De omroepinstelling dient desgevraagd ten genoegen van het Commissariaat aan te tonen dat de nevenactiviteit verband houdt met, dan wel ten dienste staat van de hoofdtaak. 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 01-07-2007
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 57a, eerste lid, onder b, van de wet Bij de beoordeling of bij het in licentie geven van auteurs- of merkrechten wordt voldaan aan, wordt het product of dienst van een derde met betrekking waartoe de omroep een merk of auteursrecht in licentie geeft, mede betrokken. 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 01-07-2007
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 57a, eerste lid, aanhef en onder c van de wet Bij de beoordeling of het verrichten van de nevenactiviteit niet leidt of kan leiden tot concurrentievervalsing, als bedoeld in, wordt in ieder geval betrokken: a. de verkoopprijs van de nevenactiviteit; b. de kostprijs van de nevenactiviteit; c. de markt die met de nevenactiviteit wordt betreden; d. het gebruik van marktgegevens ten behoeve van de nevenactiviteit waarover de omroepinstelling uit hoofde van haar taakstelling beschikt, waaronder het ledenbestand; 2 Het Commissariaat kan, bij zijn oordeel over concurrentievervalsing, ook het gebruik van het imago van de omroep betrekken. 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 01-07-2007
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 57a, eerste lid, aanhef en onder c van de wet Het Commissariaat brengt om te beoordelen of er sprake is van ‘andere aanbieders van dezelfde of vergelijkbare goederen of diensten’, als bedoeld in, de relevante markt in kaart. 2 Het Commissariaat baseert zich bij het bepalen van de relevante markt op de uitgangspunten en benadering van de NMa. 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 01-07-2007
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 In die gevallen dat het Commissariaat naar aanleiding van het in kaart brengen van de relevante markt constateert dat er geen sprake is van andere aanbieders van dezelfde of vergelijkbare goederen of diensten, wordt de concurrentievervalsingstoets niet verricht. 2 In die gevallen waarin het Commissariaat van oordeel is dat de activiteit vanwege zijn aard en omvang een te gering belang vertegenwoordigt, wordt de concurrentievervalsingstoets niet voltrokken, tenzij derden bij het nalaten van deze toets daarom door middel van een handhavingsverzoek vragen. 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 01-07-2007
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Het Commissariaat betrekt bij de beoordeling van concurrentievervalsing de NMa bij aangelegenheden van wederzijds belang. 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 01-07-2007
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 57, eerste lid, van de wet Een omroepinstelling meldt een nevenactiviteit als bedoeld inop de door het Commissariaat voorgeschreven wijze. 2 Het Commissariaat zal in voorkomende gevallen vragenlijsten voorleggen aan betrokken partijen. 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 01-07-2007
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 De nevenactiviteit dient uiterlijk op het moment dat met het verrichten daarvan daadwerkelijk wordt begonnen te worden gemeld. 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 01-07-2007
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 De landelijke omroepinstellingen melden de door deze instellingen te verrichten nevenactiviteiten door tussenkomst van de Raad van Bestuur van Nederlandse Publieke Omroep. 2 Het niet, niet tijdig of niet juist bij het Commissariaat melden van een nevenactiviteit door een landelijke omroepinstelling blijft altijd voor rekening en risico van de desbetreffende omroepinstelling. 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 01-07-2007
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Het Commissariaat houdt een register nevenactiviteiten bij waarin elke aangemelde nevenactiviteit wordt opgenomen op het moment dat met het verrichten daarvan daadwerkelijk wordt begonnen. 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 01-07-2007
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 In het register wordt vermeld de betrokken omroep, een korte omschrijving van de nevenactiviteit, de ingangsdatum, de duur van de activiteit en het besluit van het Commissariaat. 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 01-07-2007
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Het Register Nevenactiviteiten is openbaar. 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 01-07-2007
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2007. 2 Hoofdstuk 2 van de Richtlijn Neven- en verenigingsactiviteiten publieke omroep 1999 wordt gelijktijdig ingetrokken. 3 Deze regeling wordt aangehaald als Beleidsregels nevenactiviteiten. 4 Deze regeling wordt bekendgemaakt door kennisgeving ervan in de Staatscourant en op de internetsite van het Commissariaat voor de Media (www.cvdm.nl). 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 2007 118 22-06-2007 05-06-2007 01-07-2007