Nadere regeling van de Autoriteit Financiële Markten van 15 november 2006, houdende regels voor het gedragstoezicht op financiële ondernemingen op grond van de Wet op het financieel toezicht (Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft)
- BWB-id
- BWBR0020540
- Type
- zbo
- Ministerie
- Autoriteit Financiële Markten
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2023-04-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0020540
- ELI
- /eli/nl/zbo/2007/nadere-regeling-gedragstoezicht-financi-le-ondernemingen-wft
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/2007/nadere-regeling-gedragstoezicht-financi-le-ondernemingen-wft/2023-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0020540&g=2023-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0020540&z=2026-06-06&g=2023-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0020540/2023-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/2007/nadere-regeling-gedragstoezicht-financi-le-ondernemingen-wft
Artikel 1:1 — Artikel 1:1#
Artikel 1:1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. administratieve kosten: kosten die zijn gemaakt in het kader van het
administreren van een beleggingsobject; b. andere voordelen: andere posten dan opbrengsten die aan de definitie van baten
voldoen; c. bankspaarhypotheek: product als bedoeld in de Wet van 20 december 2007, houdende
wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 en van enige andere wetten inzake
fiscale facilitering banksparen ten behoeve van pensioenopbouw of aflossing
eigenwoningschuld, dat bestaat uit een combinatie van een hypothecair krediet en
een spaarrekening; d. baten: vermeerderingen van het economisch potentieel gedurende de verslagperiode
in de vorm van instroom van nieuwe of verhoging van bestaande activa, dan wel
vermindering van vreemd vermogen, een en ander uitmondend in een toename van het
eigen vermogen; e. beheerskosten: kosten die zijn gemaakt om een beleggingsobject in stand te
houden of te onderhouden; f. beleggingsobjectkosten: geprognosticeerde of eventuele reeds gemaakte
administratieve kosten, beheers-, productie- en verkoopkosten, alsmede de
geprognosticeerde of reeds voldane rentelasten; g. Besluit gedragstoezicht financiële
ondernemingen Wft het besluit: het; h. complex beleggingsproduct: complex product voor zover het een verzekering met
een beleggingscomponent of verpakt retailbeleggingsproduct is, niet-zijnde een
derdepijlerpensioenproduct; i. contractuele looptijd: duur van de overeenkomst inzake een complex product; j. direct ingaande lijfrente: product waarbij in geval van een spaarvariant per
direct levenslang een vaste periodieke uitkering wordt ontvangen en in geval van
een beleggingsvariant een uitkering wordt ontvangen waarvan de hoogte en/of de
duur afhankelijk is van de opbrengst van de beleggingen; k. direct ingaande uitkering: product als bedoeld in de Wet van 20 december 2007,
houdende wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 en van enige andere wetten
inzake fiscale facilitering banksparen ten behoeve van pensioenopbouw of aflossing
eigenwoningschuld, waarbij in geval van een spaarvariant per direct gedurende een
bepaald aantal jaren een vaste periodieke uitkering wordt ontvangen en in geval
van een beleggingsvariant een uitkering wordt ontvangen waarvan de hoogte en/of de
duur afhankelijk van de opbrengst van de beleggingen; l. garantie: garantie op het product die wordt afgegeven door een instelling die
onder kapitaaltoereikendheidstoezicht staat, waarbij ingeval van een schuldproduct
de aflossing van de schuld van de consument volledig of gedeeltelijk is
gegarandeerd en in geval van een opbouwproduct een bepaalde opbrengst is
gegarandeerd; m. gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten: gedelegeerde
verordening (EU) 2017/653 van de Commissie van 8 maart 2017 tot aanvulling van
Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad over
essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en
verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (priip’s) door de vaststelling van
technische reguleringsnormen voor de presentatie, de inhoud, de evaluatie en de
herziening van essentiële-informatiedocumenten en de voorwaarden voor het voldoen
aan het vereiste om dergelijke documenten te verstrekken (PbEU 2014,
L 352/1); n. bijlage 4 guise: gemiddelde uitkering in de slechtste 10 procent van de gevallen, berekend
op de inaangegeven wijze; o. hybride hypotheek, ook wel spaarbeleggingshypotheek: schuldproduct, waarbij de
consument de mogelijkheid heeft om de premie of inleg naar eigen inzicht te
gebruiken voor sparen of voor beleggen; p. ingelegde gelden: totaal van gelden belegd door consumenten voor het verkrijgen
van beleggingsobjecten; q. kapitaaltoereikendheidstoezicht: wettelijk bedrijfseconomisch toezicht uit
hoofde van: 1°. de richtlijn kapitaaltoereikendheid;, 2°. richtlijn nr.
2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese
Unie van 5 november 2002 betreffende levensverzekering (PbEG L 345/1); 3°. richtlijn nr.
2002/13/EG Richtlijn 73/239/EEG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese
Unie van 5 maart 2002 tot wijziging vanvan de Raad op
het gebied van de solvabiliteitsmargevereisten voor
schadeverzekeringsondernemingen (PbEG L 228); 4°. richtlijn nr.
2002/87/EG richtlijnen nr. 73/239/EEG nr. 79/267/EEG nr.
92/49/EEG nr. 92/96/EEG nr. 93/6/EEG nr. 93/22/EEG nr.
98/78/EG 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese
Unie van 16 december 2002 betreffende het aanvullende toezicht op
kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beleggingsondernemingen in
een financieel conglomeraat en tot wijziging van de,,,,envan de Raad en van de
richtlijnenenvan het Europees Parlement en de
Raad; 5°. richtlijn nr.
2014/65 Richtlijn
2002/92/EG Richtlijn 2011/61 /EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014
betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging vanen/EU (herschikking) (PbEU 2014,
L 173); of 6°. ander met het onder 1° tot en met 5° bedoeld vergelijkbaar adequaat
bedrijfseconomisch toezicht; r. netto-rendementspercentage: percentage dat bij de bepaalde looptijd, gegeven de
omvang en frequentie van de inleg leidt tot de uitkering van een complex
product; s. omloopfactor: indicator van de omloopsnelheid van de portefeuille van een
beleggingsinstelling of icbe in enig boekjaar; t. onderliggende waarden: financiële instrumenten waarin de consument direct of
indirect met het complexe product belegt of doet beleggen; u. opbouwproduct: complex product, dat wordt aangewend om kapitaal te doen groeien,
niet zijnde een recht van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe; v. opbrengsten: baten die ontstaan bij uitvoering van de normale activiteiten van
een onderneming; w. opbrengstscenario: voorspelling van de uitkering aan de consument op basis van
een bepaald rendement; x. overwaardeconstructie: schuldproduct waarbij een deel van het krediet wordt
aangewend ter belegging, niet zijnde aflossing van het krediet of een combinatie
van een schuldproduct en een onttrekkingsdepot dat dient ter financiering van
inkomensaanvulling; y. productiekosten: kosten die zijn gemaakt in het kader van het verhogen van het
economisch potentieel of de waarde van een beleggingsobject; z. rentedervingskosten: dat deel van de kosten dat de aanbieder van het complexe
product in rekening brengt bij of ten laste laat komen van de consument in geval
van vervroegde beëindiging en dat verband houdt met gederfde rente-inkomsten; aa. restschuld: overblijvende financiële verplichting van de consument jegens de
aanbieder van een complex product uit hoofde van een opbouwproduct; ab. schuldproduct: complex product, bestaande uit een combinatie van krediet, met
uitzondering van krediet dat wordt aangewend voor het verschaffen van het genot
van een complex product dat overwegend tot doel heeft kapitaal te doen groeien, en
een bestanddeel, dat wordt aangewend om te voorzien in de gehele of gedeeltelijke
aflossing van het krediet; ac. spaarbeleggingsproduct: opbouwproduct dat bestaat uit een combinatie van een
spaar- en een beleggingsrekening; ad. spaarhypotheek: complex product dat bestaat uit een combinatie van een
hypothecair krediet en een levensverzekering met een garantiekapitaal dat in
hoogte overeenkomt met de omvang van het krediet; ae. uitkering: uitbetaling door de aanbieder van een complex product aan de
consument van de waarde van het complexe product onder aftrek van kosten bij
beëindiging door de consument aangevuld met voor zover van toepassing de
onttrekkingen gedaan door de consument vóór beëindiging; af. verkoopkosten: kosten die direct kunnen worden gerelateerd aan de verkoop van
het beleggingsobject aan de consument; ag. artikelen 2:59, derde lid 2:66a 2:74, tweede lid 2:79, derde lid 2:85, derde lid 4:7, tweede lid 5:4 van de wet vermeldingsverplichting: de verplichting een vermelding, als bedoeld in;;;;;;, op te
nemen in de toepasselijke vermeldingsuitingen; ah. artikelen 2:59, derde lid 2:66a 2:74, tweede lid 2:79, derde lid 2:85, derde lid 4:7, tweede lid 5:4 van de wet vermeldingsuitingen: de in de;;;;;;, bedoelde
aanbiedingen, documenten, reclame-uitingen en andere onverplichte precontractuele
informatie; ai. voorbeeldwaarde: waarde van de opbrengst bij verkoop van een recht van
deelneming in de beleggingsinstelling of icbe, waarbij verkoopkosten al zijn
afgetrokken; aj. waarde: som van alle door de consument onderscheidenlijk deelnemer verrichte
betalingen voor een complex product aan de aanbieder plus een bepaald jaarlijks
rendement over het deel van die betalingen dat wordt aangewend ten einde rendement
te genereren ten behoeve van de consument onderscheidenlijk deelnemer; ak. Wet op het financieel
toezicht de wet: de. 2019 69775 27-12-2019 12-12-2019 2019 69775 27-12-2019 12-12-2019 01-01-2020
Artikel 2:1 — Artikel 2:1#
Artikel 2:1 1 Indien een vermeldingsuiting op schrift is gesteld, op internet is geplaatst, of
op televisie wordt getoond of ten gehore wordt gebracht, wordt de in het tweede
lid gespecificeerde afbeelding, onverminderd de overige leden van dit artikel,
goed leesbaar opgenomen bij de vermeldingsuiting. Indien een vermeldingsuiting ten
gehore wordt gebracht via internet of radio wordt het in het tweede lid
gespecificeerde geluidsfragment ten gehore gebracht na de vermeldingsuiting. 2 artikel 2:59 2:66a 2:74 2:79 2:85 4:7 van de wet artikel 5:4 van de wet artikel 5:4 van
de wet bijlage 1.1 bijlage 1.2 bijlage 1.3 Indien een vermeldingsverplichting bij of krachtens,,,,ofis gesteld,
wordt één van de in de inweergegeven afbeeldingen
opgenomen in de vermeldingsuiting, of, indien van toepassing, wordt het in bijlage
1.1 weergegeven geluidsfragment ten gehore gebracht na de vermeldingsuiting.
Indien een vermeldingsverplichting bij of krachtensis
gesteld, wordt één van de in de inweergegeven afbeeldingen
opgenomen in de vermeldingsuiting, of, indien van toepassing, wordt het in bijlage
1.2 weergegeven geluidsfragment ten gehore gebracht na de vermeldingsuiting.
Indien in de vermeldingsuiting zowel bij of krachtens artikel 2:66a of 2:74 van de
wet als bij of krachtenseen in die artikelen genoemde vermelding moet worden opgenomen,
wordt één van de in de inweergeven afbeeldingen
opgenomen in de vermeldingsuiting, of, indien van toepassing, wordt het in bijlage
1.3 weergegeven geluidsfragment ten gehore gebracht na de vermeldingsuiting. De
verschillende afbeeldingen en geluidsfragmenten zijn te downloaden vanaf
www.afm.nl/vrijstellingsvermelding en www.afm.nl/exemption-notification. 3 Indien een vermeldingsuiting in de Nederlandse taal wordt weergegeven of ten
gehore wordt gebracht, is de in het eerste lid bedoelde afbeelding respectievelijk
het in dat lid bedoelde geluidsfragment Nederlandstalig. Indien een
vermeldingsuiting in een andere taal dan de Nederlandse taal wordt weergegeven of
ten gehore wordt gebracht, is de in het eerste lid bedoelde afbeelding
respectievelijk het in dat lid bedoelde geluidsfragment Engelstalig. 4 De oorspronkelijke verhouding van de afbeelding als bedoeld in het eerste lid,
wordt niet gewijzigd. Onverminderd het vijfde lid mag de afbeelding worden
vergroot of verkleind, waarbij bij een vermeldingsuiting op schrift een
lettergrootte van de afbeelding van 7 punten niet wordt onderschreden. 5 De afbeelding als bedoeld in het eerste lid, wordt opgenomen op de volgende
wijze: a. Indien de vermeldingsuiting op schrift is gesteld, wordt de afbeelding
gecentreerd onderaan getoond, waarbij de breedte van de afbeelding gelijk is
aan de breedte van de vermeldingsuiting en de hoogte van de afbeelding
minimaal 10% bedraagt van de hoogte van de vermeldingsuiting met inbegrip van
de afbeelding. Indien de vermeldingsuiting meerdere pagina's beslaat, wordt de
afbeelding op de eerste pagina van de vermeldingsuiting weergegeven op de
wijze als in dit onderdeel bepaald. b. Indien de vermeldingsuiting de definitieve voorwaarden van een
basisprospectus betreft, wordt de afbeelding op een inlegvel, of een kaft,
weergegeven op de wijze als in onderdeel a bepaald. c. Indien de vermeldingsuiting op internet is geplaatst, wordt de afbeelding
gecentreerd bovenaan getoond, waarbij de breedte van de afbeelding gelijk is
aan de breedte van de vermeldingsuiting en de hoogte van de afbeelding
minimaal 10% bedraagt van de hoogte van de vermeldingsuiting met inbegrip van
de afbeelding. De afbeelding dient zodanig te worden weergegeven op de
internetpagina dat deze altijd zichtbaar is. d. Gedurende een vermeldingsuiting die op televisie wordt getoond of ten
gehore wordt gebracht, wordt gecentreerd onderaan in het televisiescherm de
afbeelding getoond, waarbij de breedte van de afbeelding gelijk is aan de
breedte van het beeld dat op het televisiescherm wordt getoond en de hoogte
minimaal 10 % van het televisiescherm beslaat. 6 Direct aansluitend aan een vermeldingsuiting die via radio of internet ten
gehore wordt gebracht, wordt het in het eerste lid bedoelde geluidsfragment ten
gehore gebracht. Het geluidsfragment wordt op oorspronkelijke snelheid afgespeeld
met eenzelfde volume als de vermeldingsuiting zelf. 7 bijlagen 1.1 1.2 1.3 Indien geen afbeelding kan worden opgenomen in de vermeldingsuiting op internet
wordt, met in achtneming van de voorschriften, bedoeld in het derde, vierde en
vijfde lid, een tekst opgenomen als bedoeld in,of. 8 bijlagen 1.1 1.2 1.3 Indien geen tekst als bedoeld in het zevende lid kan worden opgenomen in de
vermeldingsuiting op internet wordt een ingekorte tekst opgenomen als bedoeld in,of, waarbij de ingekorte tekst
onderaan in dezelfde lettergrootte als de overige tekst in de vermeldingsuiting
wordt getoond, in de kleur zwart of rood en indien mogelijk vetgedrukt en
gecentreerd onderaan weergegeven. De ingekorte tekst is duidelijk leesbaar,
zichtbaar en herkenbaar. 2019 69775 27-12-2019 12-12-2019 2019 69775 27-12-2019 12-12-2019 01-01-2020
Artikel 2:2 — Artikel 2:2#
Artikel 2:2 1 artikel 53, zevende lid, van het
besluit In een reclame-uiting als bedoeld in, die op schrift is gesteldwordt gecentreerd onderaan de in het
vijfde lid bedoelde waarschuwing getoond in zijn oorspronkelijke verhouding,
waarbij de breedte van de waarschuwing gelijk is aan de breedte van de
reclame-uiting en de hoogte van de waarschuwing minimaal 10% van de hoogte van
reclame-uiting inclusief waarschuwing bedraagt. Indien een reclame-uiting meerdere
pagina’s beslaat, dient onderaan op de eerste pagina van die reclame-uiting de in
het vijfde lid bedoelde waarschuwing getoond te worden. 2 artikel 53, zevende lid, van het
besluit In een reclame-uiting als bedoeld in, die op internet is geplaatst, wordt gecentreerd bovenaan de in
het vijfde lid bedoelde waarschuwing getoond in zijn oorspronkelijke verhouding,
waarbij de breedte van de waarschuwing gelijk is aan de breedte van de
reclame-uiting en de hoogte van de waarschuwing minimaal 10% van de hoogte van
reclame-uiting inclusief waarschuwing bedraagt. 3 artikel 53, zevende lid, van het
besluit Direct aansluitend aan een reclame-uiting als bedoeld in, die via radio of internet ten gehore wordt gebracht, wordt een
waarschuwingszin opgenomen door het afspelen van een geluidsbestand, te downloaden
vanaf www.afm.nl/kredietwaarschuwing. Het geluidsbestand wordt op oorspronkelijke
snelheid afgespeeld en met eenzelfde volume als de reclame-uiting. 4 artikel 53, zevende lid, van het
besluit Gedurende een reclame-uiting als bedoeld in, die via televisie wordt getoond of ten gehore wordt gebracht,
wordt gecentreerd onderaan in het beeld dat op het televisiescherm wordt getoond
een waarschuwing getoond. Deze waarschuwing is de vanaf
www.afm.nl/kredietwaarschuwing te downloaden afbeelding. Deze afbeelding wordt in
zijn oorspronkelijke verhouding afgebeeld, waarbij de breedte van de afbeelding
gelijk is aan de breedte van het beeld dat op het televisiescherm wordt
getoond. 5 De in het eerste en tweede lid genoemde waarschuwing is de vanaf
www.afm.nl/kredietwaarschuwing te downloaden afbeelding. De hoogte van de te
downloaden afbeelding, zoals geplaatst in de reclame-uiting overeenkomstig het
eerste dan wel het tweede lid, beslaat minimaal 10% van de hoogte van de
reclame-uiting inclusief waarschuwing. De afbeelding mag vergroot en verkleind
worden, met als uiterste minimumwaarde een lettergrootte van 7 punten voor de
letters welke gebruikt zijn in de afbeelding. 6 Indien geen afbeelding kan worden opgenomen in de reclame-uiting op internet
wordt, met in achtneming van de voorschriften, bedoeld in het tweede en vijfde
lid, een waarschuwingstekst opgenomen die vanaf www.afm.nl/kredietwaarschuwing te
downloaden is. 7 Indien geen tekst, als bedoeld in het zesde lid, of geen afbeelding kan worden
opgenomen in de reclame-uiting op internet wordt een ingekorte waarschuwingstekst
opgenomen die vanaf www.afm.nl/kredietwaarschuwing te downloaden is, waarbij de
ingekorte waarschuwingstekst onderaan in dezelfde lettergrootte als de overige
tekst in de reclame-uiting wordt getoond, in de kleur zwart of rood en indien
mogelijk vetgedrukt en gecentreerd onderaan weergegeven. De ingekorte
waarschuwingstekst is duidelijk leesbaar, zichtbaar, en herkenbaar. 2016 28139 02-06-2016 26-05-2016 2016 28139 02-06-2016 26-05-2016 01-07-2016
Artikel 2:3 — Artikel 2:3#
Artikel 2:3 1 artikel 52,
eerste lid, van het besluit www.afm.nl/reclameteksten bijlage 1.4 De risico-indicator in een reclame-uiting, anders dan via de televisie of de
radio, bedoeld inwordt opgesteld conform de vormgeving van, onder 1. De
risico-indicatoren zijn te downloaden van. 2 artikel 52, tweede lid, van het
besluit www.afm.nl/reclameteksten bijlage 1.4 De risico-indicator in een reclame-uiting via de televisie, bedoeld inwordt weergegeven gedurende de gehele reclame-uiting onderaan
in beeld en wordt opgesteld conform de vormgeving van, onder 2. De
risico-indicatoren zijn te downloaden van. 3 artikel 52,
derde lid, van het besluit Informatie over de belangrijkste financiële risico’s van een complex
beleggingsproduct of derdepijlerpensioenproduct in een reclame-uiting via de
radio, bedoeld in, wordt weergegeven aan het einde van de
reclame-uiting door overneming van het geluidsbestand, te downloaden van
www.afm.nl/reclameteksten. 4 De waarden voor de risico-indicatoren, bedoeld in het eerste tot en met derde
lid, worden berekend conform bijlage II van de gedelegeerde verordening
essentiële-informatiedocumenten. 5 De Autoriteit Financiële Markten kan de risico-indicator voor gebruik in
reclame-uitingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, of een geluidsbestand als
bedoeld in het derde lid geheel of gedeeltelijk wijzigen. De aanbieder van een
complex beleggingsproduct of derdepijlerpensioenproduct verwerkt een dergelijke
wijziging uiterlijk de eerste dag van de vierde kalendermaand na bekendmaking
daarvan. 2023 39 02-01-2023 13-12-2022 2023 39 02-01-2023 13-12-2022 01-01-2023 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 2:3a — Artikel 2:3a#
Artikel 2:3a 1 artikel 2:3, eerste
lid De risico-indicator, bedoeld in, voor schriftelijke reclame-uitingen anders dan via internet, wordt
rechtsboven in de reclame-uiting in de kleur zwart of rood weergegeven. Voor
uitingen met een oppervlakte kleiner of gelijk aan A4, heeft de risico-indicator
een minimale diameter van vier centimeter. Voor uitingen met een oppervlakte
groter dan A4, heeft de risico-indicator een oppervlakte van minimaal vijf procent
van de totale oppervlakte van de reclame-uiting. 2 artikel 2:3, eerste
lid De risico-indicator, bedoeld in, in een reclame-uiting via internet wordt weergegeven in een
minimale grootte van 180 pixels bij 180 pixels, in de kleur zwart of rood, met
dien verstande dat voor de bepaling van de grootte een ingestelde
beeldschermresolutie van 1024 × 768 beeldlijnen als uitgangspunt wordt genomen. De
risico-indicator wordt tevens in de onmiddellijke nabijheid van de informatie over
de opbrengsten geplaatst en verwijst de consument door middel van een hyperlink
naar www.afm.nl/eid, afhankelijk van de risico-indicator die het betreft. 3 artikel 2:3, tweede
lid De risico-indicator, bedoeld in, heeft een oppervlakte van minimaal tien procent van de totale
oppervlakte van de reclame-uiting. 4 artikel 2:3, eerste
lid bijlage 1.4 www.afm.nl/eid Indien geen afbeelding als bedoeld in, met inachtneming van het tweede lid, kan worden opgenomen in een
reclame-uiting via internet, wordt een tekst opgenomen. In lijn met artikel 2:3,
vierde lid, met betrekking tot de berekening van de waarde van de
risico-indicator, wordt een tekst opgenomen conform de vormgeving van, onder 3a, met dien
verstande dat de risico-indicator de consument door middel van een hyperlink
verwijst naar. 5 artikel 2:3, eerste
lid bijlage 1.4 Indien geen tekst als bedoeld in het vierde lid of afbeelding als bedoeld in, kan worden opgenomen in de reclame-uiting via internet wordt een
ingekorte tekst opgenomen, waarbij de ingekorte tekst onderaan in dezelfde
lettergrootte als de overige tekst in de reclame-uiting wordt getoond, in de kleur
zwart of rood conform de vormgeving van, onder 3b. 6 Indien mogelijk wordt de ingekorte tekst, bedoeld in het vijfde lid, vetgedrukt
en gecentreerd onderaan weergegeven. De ingekorte tekst is duidelijk leesbaar,
zichtbaar en herkenbaar. 2023 39 02-01-2023 13-12-2022 2023 39 02-01-2023 13-12-2022 01-01-2023 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 2:4 — Artikel 2:4#
Artikel 2:4 artikel 52, vijfde of zesde lid, van
het besluit Indien informatie over een werkelijk rendement als bedoeld in, met uitzondering van een beleggingsinstelling of icbe, wordt
gepresenteerd: a. wordt de referentieperiode vermeld; b. worden rendementscijfers die betrekking hebben op meerdere jaren teruggebracht
tot een gemiddeld jaarrendement of als afzonderlijke jaarrendementen vermeld.
Indien een gemiddeld jaarrendement over meer dan één jaar wordt gepresenteerd,
wordt een meetperiode van minimaal drie jaar gehanteerd. Indien de aanbieder nog
niet zo lang actief is, kan gerekend worden vanaf het moment van initiële
uitgifte van het complexe beleggingsproduct of derdepijlerpensioenproduct; c. kunnen resultaten over kortere perioden dan 12 maanden worden gepresenteerd,
mits de presentatie geschiedt op consistente wijze en de resultaten niet worden
geëxtrapoleerd naar rendementen op jaarbasis; d. wordt bij vergelijking van de resultaten met een vergelijkingsmaatstaf (een
benchmark) genoemd en is de referentieperiode van de benchmark gelijk aan de
genoemde referentieperiode van het complexe beleggingsproduct of
derdepijlerpensioenproduct; e. worden de rendementscijfers gepresenteerd in procenten waardeverandering van
het product, rekening houdend met de distributies aan aandeelhouders of
deelnemers in de betreffende periode(s) waarbij die distributies mogen worden
opgerent naar het einde van het boekjaar of de periode. Indien de waarde van het
product, welke ten grondslag ligt aan de rendementscijfers, significant afwijkt
van de verkoop- dan wel afkoopwaarde, dan dient dit expliciet te worden
vermeld; f. artikel 393, eerste lid, van Boek
2 van het Burgerlijk Wetboek indien gebruik wordt gemaakt van gesimuleerde rendementscijfers: certificeert
een deskundige, als bedoeld in, dat de simulatie rekenkundig juist,
objectief meetbaar en representatief is. Bij de informatie over het werkelijke
rendement wordt melding gemaakt van het feit dat gebruik is gemaakt van een
simulatie. De certificering van de deskundige behoeft niet in de informatie te
worden opgenomen; en g. indien de rendementscijfers niet in euro’s luiden wordt de gebruikte valuta
vermeld. 2023 39 02-01-2023 13-12-2022 2023 39 02-01-2023 13-12-2022 01-01-2023 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 2:5 — Artikel 2:5#
Artikel 2:5 Indien in een reclame-uiting van een beheerder of beleggingsinstelling of
icbe, waaronder lijfrentebeleggingsrechten werkelijke rendementscijfers worden
gepresenteerd: a. wordt de referentieperiode vermeld; b. worden de werkelijke rendementscijfers vermeld voor de voorafgaande tien jaar
of, indien de icbe of beleggingsinstelling voor minder dan tien jaar wordt
aangeboden, worden de werkelijke rendementscijfers vermeld voor de gehele
periode waarin de icbe of beleggingsinstelling wordt aangeboden; c. dient de informatie over resultaten uit het verleden gebaseerd te zijn op
volledige perioden van 12 maanden. Deze informatie mag worden aangevuld met de
resultaten voor het lopende jaar, bijgewerkt aan het einde van het meest recente
kwartaal; d. wordt bij vergelijking van de resultaten met een vergelijkingsmaatstaf
(benchmark) deze benchmark genoemd en is de referentieperiode van de benchmark
gelijk aan de genoemde referentieperiode van de beleggingsinstelling of
icbe; e. worden de rendementscijfers berekend met inachtneming van het bepaalde in
bijlage VIII, onder 2, van de gedelegeerde verordening
essentiële-informatiedocumenten; f. worden gesimuleerde rendementscijfers enkel gebruikt in de situaties zoals
beschreven onder punt 3 van bijlage VIII van de gedelegeerde verordening
essentiële-informatiedocumenten; g. indien de rendementscijfers niet in euro’s luiden wordt de gebruikte valuta
vermeld. 2023 39 02-01-2023 13-12-2022 2023 39 02-01-2023 13-12-2022 01-01-2023 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 2:6 — Artikel 2:6#
Artikel 2:6 1 artikel 52, vijfde of zesde lid,
van het besluit bijlage 14 Informatie over een toekomstig rendement als bedoeld in, wordt berekend conform één of meer scenario’s zoals
beschreven in bijlage IV van de gedelegeerde verordening
essentiële-informatiedocumenten. Indien slechts één scenario wordt getoond, dan is
dit niet het gunstige scenario. Het is voor PRIIPs in categorie 3, als bedoeld in
Bijlage II, deel I, onder 6 van de gedelegeerde verordening
essentiële-informatiedocumenten, mogelijk om voor informatie die
geïndividualiseerd is, af te wijken van de in bijlage IV van de gedelegeerde
verordening essentiële-informatiedocumenten beschreven rekenmethode. De wijze
waarop mag worden afgeweken van deze rekenmethode staat beschreven inbij deze regeling. 2 artikel 52, vijfde of zesde lid,
van het besluit Informatie over de kosten, bedoeld in, wordt verstrekt in absolute getallen indien de
aanbieder van het product de rendementen bedoeld in het eerste of tweede lid in
absolute getallen weergeeft dan wel in percentages indien de betreffende
financiële onderneming de rendementen in percentages weergeeft. De informatie over
de kosten wordt berekend met inachtneming van het bepaalde in artikel 5, tweede
lid, van de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten. 3 artikel 52, vijfde lid, van het
besluit Informatie over de belangrijkste financiële risico’s als bedoeld inwordt, indien de belegging verloren kan gaan of het totale
verlies aanzienlijk hoger kan zijn dan de oorspronkelijke inleg, weergegeven door
het opnemen van de waarschuwingszinnen, bedoeld in artikel 3, tweede lid,
onderdeel f, van de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten. 4 De informatie, bedoeld in het derde lid, kan worden vervangen door een
risico-indicator die is berekend op basis van gegevens van de consument. 5 artikelen
2:4 2:5 De informatie bedoeld in het derde en vierde lid wordt weergegeven op een
duidelijk en herkenbare wijze in de onmiddellijke nabijheid van de informatie over
rendementen, als bedoeld in het eerste lid en deen. 6 artikel 59a, tweede lid artikel 60, eerste lid, onderdeel
l, van het besluit Het tweede lid, tweede zin, is niet van toepassing op informatie die
geïndividualiseerd is en waarin de kosten bedoeld in,
of, zijn opgenomen. 2023 39 02-01-2023 13-12-2022 2023 39 02-01-2023 13-12-2022 01-01-2023 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 3:1 — Artikel 3:1#
Artikel 3:1 artikel 3:2 Het essentiële-informatiedocument voor pensioenproducten, wordt opgesteld
overeenkomstigen wordt ten
minste één keer per jaar geactualiseerd en als daar aanleiding toe is. 2017 72502 19-12-2017 11-12-2017 2017 72502 19-12-2017 11-12-2017 01-01-2018
Artikel 3:2 — Artikel 3:2#
Artikel 3:2 1 Het essentiële-informatiedocument voor pensioenproducten wordt opgesteld conform
de artikelen 6 en 7 van de verordening essentiële-informatiedocumenten en de
uitwerking van deze artikelen in de gedelegeerde verordening
essentiële-informatiedocumenten. 2 artikel 66, eerste lid, van het
besluit De informatie over de onderwerpen als bedoeld in, met uitzondering van onderdeel i, wordt opgesteld conform
artikel 8 van de verordening essentiële-informatiedocumenten en de uitwerking van
dit artikel in de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten. 3 artikel 66, eerste lid, onderdeel i,
van het besluit De informatie over het onderwerp bedoeld in, dient als volgt te worden opgenomen: Wat zijn de kosten? Wat zijn de fiscale kenmerken van dit product?’ Na de subtitel ‘’ wordt de subtitel
‘opgenomen. Onder deze subtitel worden de volgende waarschuwingszinnen
opgenomen: a. Let op! Het bedrag dat u voor dit product inlegt, is in sommige gevallen
fiscaal aftrekbaar. Aan de aftrekbaarheid is een maximum verbonden. Vraag
hiernaar. Met het bedrag dat u met dit product opbouwt, moet u te zijner tijd
een direct ingaande lijfrente aankopen. Daarmee wordt het opgebouwde bedrag
periodiek uitgekeerd. Over de lijfrente-uitkeringen bent u inkomstenbelasting en
(sociale) premies verschuldigd. Het bedrag dat u opbouwt mag alleen voor uw pensioen gebruikt worden. Gebruikt
u de rekening niet voor uw pensioen, dan heeft dit fiscale gevolgen. In dat
geval moet u namelijk over het opgenomen bedrag inkomstenbelasting betalen.
Daarnaast moet u meestal een fiscale boete betalen over het opgenomen bedrag;
of b. Let op! Over de periodieke uitkeringen van dit product bent u
inkomstenbelasting en (sociale) premies verschuldigd. Er gelden specifieke
fiscale voorwaarden voor dit product. Vraag hiernaar. 2018 71992 21-12-2018 04-12-2018 2018 71992 21-12-2018 04-12-2018 01-01-2019
Artikel 3:3 — Artikel 3:3#
Artikel 3:3 Vervallen 2017 72502 19-12-2017 11-12-2017 2017 72502 19-12-2017 11-12-2017 01-01-2018
Artikel 3:4 — Artikel 3:4#
Artikel 3:4 Vervallen 2017 72502 19-12-2017 11-12-2017 2017 72502 19-12-2017 11-12-2017 01-01-2018
Artikel 3:5 — Artikel 3:5#
Artikel 3:5 Vervallen 2017 72502 19-12-2017 11-12-2017 2017 72502 19-12-2017 11-12-2017 01-01-2018
Artikel 3:6 — Artikel 3:6#
Artikel 3:6 Vervallen 2017 72502 19-12-2017 11-12-2017 2017 72502 19-12-2017 11-12-2017 01-01-2018
Artikel 3:7 — Artikel 3:7#
Artikel 3:7 Vervallen 2017 72502 19-12-2017 11-12-2017 2017 72502 19-12-2017 11-12-2017 01-01-2018
Artikel 3:8 — Artikel 3:8#
Artikel 3:8 Vervallen 2017 72502 19-12-2017 11-12-2017 2017 72502 19-12-2017 11-12-2017 01-01-2018
Artikel 3:9 — Artikel 3:9#
Artikel 3:9 1 artikel 73, eerste lid, onderdeel f,
onder 1, van het besluit De jaarlijkse waardebepaling van het eindkapitaal van overeenkomsten als bedoeld
in, wordt berekend op basis van a. een historisch opbrengstscenario, onder het kopje ‘Historisch scenario’ indien
sub 1° of sub 2° van toepassing is danwel ‘Voorbeeld scenario’ indien sub 3° van
toepassing is, boven de streep en onder het kopje ‘De opbrengst bij een
voorspelling op basis van een waardevermeerdering van de belegging van gemiddeld
< > per jaar onder invulling van hetgeen toepasselijk is uitgaande
van: 1°. het gemiddelde rendement over de afgelopen twintig jaren indien een
historie van rendementen voor het complexe product beschikbaar is van
twintig jaren of langer; 2°. bijlage 5, tabel 0 het gemiddelde rendement over twintig jaren waarbij de eigen historie
wordt aangevuld met de van toepassing zijnde parameter of gewogen gemiddelde
van parameters onder ‘verwacht rendement’, bedoeld in, voor de
ontbrekende periode indien een historie beschikbaar is van tussen de twintig
en vier jaren; of 3°. bijlage 5, tabel 0 de toepasselijke parameter of gewogen gemiddelde van parameters als
bedoeld onder ‘verwacht rendement’ inindien een
historie beschikbaar is van korter dan vier jaren. b. een pessimistisch opbrengstscenario door middel van de guise onder het kopje
‘Pessimistisch scenario’ boven de streep en onder het kopje ‘De opbrengst bij
een voorspelling op basis van een waardevermeerdering van de belegging van
gemiddeld < > per jaar onder de streep. Indien voor opbouwproducten op
spaarbasis een pessimistisch opbrengstscenario op basis van de guise misleidend
is, wordt een pessimistisch opbrengstscenario getoond op basis van een eigen
alternatieve berekening. De alternatieve berekening van het pessimistische
opbrengstscenario mag niet uitkomen boven de pessimistische opbrengst volgens de
guise-berekening. 2 artikel 73, eerste lid, onderdeel f,
onder 2, van het besluit Bijlage 14 De jaarlijkse prognose van het eindkapitaal van overeenkomsten, bedoeld in, wordt berekend conform het ongunstige en het
gematigde scenario zoals beschreven in artikel 3, derde lid, van de gedelegeerde
verordening essentiële-informatiedocumenten. Het is voor categorie 3 PRIIPs, als
bedoeld in Bijlage II, deel I, onder 6 van de gedelegeerde verordening
essentiële-informatiedocumenten, mogelijk om met inachtneming van het bepaalde inaf te wijken van de
rekenmethode zoals beschreven in artikel 3, derde lid, van de gedelegeerde
verordening essentiële-informatiedocumenten. 2018 71992 21-12-2018 04-12-2018 2018 71992 21-12-2018 04-12-2018 01-01-2019
Artikel 4:1 — Artikel 4:1#
Artikel 4:1 1 artikel 86f, eerste lid, van het
besluit artikelen 4:2 tot en met 4:4 Een vergelijkingskaart als bedoeld inwordt opgesteld overeenkomstig devan dit hoofdstuk. 2 Een vergelijkingskaart heeft betrekking op de gevraagde dienstverlening. Onder
de gevraagde dienstverlening vallen de volgende dienstverleningsvragen: a. hypotheekvraag; b. vraag over risico’s afdekken; c. vraag over vermogen opbouwen; of d. pensioenvraag werkgever. 2023 9903 31-03-2023 21-03-2023 2023 9903 31-03-2023 21-03-2023 01-04-2023
Artikel 4:2 — Artikel 4:2#
Artikel 4:2 1 Een financiëledienstverlener stelt per dienstverleningsvraag een
vergelijkingskaart op dat is afgestemd op de gevraagde dienstverlening. 2 artikel 86c, eerste lid van het
besluit Een financiëledienstverlener stelt een vergelijkingskaart op indien de gevraagde
dienstverlening van de consument of, indien het gaat om een verzekering, de cliënt
betrekking heeft op een financieel product als bedoeld in. 3 artikel 4:1, tweede
lid, onderdeel a Indien een financiëledienstverlener een vergelijkingskaart opstelt voor de
hypotheekvraag, als bedoeld in, maakt de vraag over risico’s afdekken, als bedoeld in
artikel 4:1, tweede lid, onderdeel b, en de bijhorende antwoorden integraal deel
uit van de vergelijkingskaart. 2023 9903 31-03-2023 21-03-2023 2023 9903 31-03-2023 21-03-2023 01-04-2023
Artikel 4:3 — Artikel 4:3#
Artikel 4:3 1 artikel 4:2 bijlage 6 Een vergelijkingskaart als bedoeld inwordt opgesteld en vormgegeven overeenkomstig het inopgenomen model. 2 Een financiëledienstverlener draagt er zorg voor dat de vergelijkingskaart te
allen tijde actueel is. Indien de financiëledienstverlener over een website of
andere digitale kanalen beschikt, is de vergelijkingskaart goed vindbaar op de
website of andere digitale kanalen. 3 De Autoriteit Financiële Markten biedt ondersteuning middels een applicatie voor
het opstellen van de vergelijkingskaart. 2023 9903 31-03-2023 21-03-2023 2023 9903 31-03-2023 21-03-2023 01-04-2023
Artikel 4:4 — Artikel 4:4#
Artikel 4:4 bijlage 7 artikel 86f, vierde lid, onderdeel a,
BGfo Een financiëledienstverlener bepaalt op basis vanof hij een toereikend aantal
op de markt verkrijgbare financiële producten beoordeelt die voldoende divers zijn
wat type en aanbieder betreft zodat een voor de consument of, indien het een
verzekering betreft, de cliënt een geschikt product kan worden geadviseerd als
bedoeld in. 2023 9903 31-03-2023 21-03-2023 2023 9903 31-03-2023 21-03-2023 01-04-2023
Artikel 5:1 — Artikel 5:1#
Artikel 5:1 1 Het beleggingsobjectprospectus bevat een samenvatting van de kerngegevens
bestaande uit maximaal 1000 woorden. Deze samenvatting bevat ten minste de
volgende gegevens: a. gegevens over de aanbieder van het beleggingsobject: 1°. naam, rechtsvorm, datum oprichting en plaats van vestiging
hoofdkantoor, 2°. overzicht van de bedrijfsactiviteiten; en 3°. beschrijving van de groep waar de aanbieder van een beleggingsobject
deel van uitmaakt; b. gegevens over de serie van beleggingsobjecten: 1°. aard; 2°. bestaansduur; 3°. een overzicht van de voornaamste risico’s; en 4°. een overzicht van de voornaamste algemene respectievelijke bijzondere
voorwaarden; c. financiële informatie: 1°. informatie over de beleggingsobjectkosten; 2°. de te verwachten waardeontwikkeling van het beleggingsobject conform het
stress, het ongunstige, het gematigde en het gunstige scenario zoals
beschreven in artikel 3, derde lid, van de gedelegeerde verordening
essentiële-informatiedocumenten; en 3°. artikel 110 eerste lid
onderdeel j, van het besluit de gegevens bedoeld in; d. indien van toepassing: een overzicht van de belangrijke transacties met
gelieerde partijen; en e. ingeval van een aanpassing van het beleggingsobjectprospectus: een korte
toelichting op de in de desbetreffende versie van het
beleggingsobjectprospectus doorgevoerde wijziging ten opzichte van de
voorgaande versie. 2 Indien het beleggingsobjectprospectus uit maximaal 7.500 woorden bestaat, is de
samenvatting, bedoeld in het eerste lid, facultatief. 2017 72502 19-12-2017 11-12-2017 2017 72502 19-12-2017 11-12-2017 01-01-2018
Artikel 5:2 — Artikel 5:2#
Artikel 5:2 1 bijlage 8 Een beleggingsobjectprospectus wordt opgesteld overeenkomstig. 2 artikel 110,
eerste lid onderdeel i, van het besluit tabel 1 van bijlage 9 De informatie betreffende de beleggingsobjectkosten per serie van
beleggingsobjecten, bedoeld inwordt overeenkomstigin het
beleggingsobjectprospectus opgenomen, waarbij wordt uitgegaan van een gemiddelde
inleg gebruikelijk voor het desbetreffende beleggingsobject. De
beleggingsobjectkosten dienen voor de gehele bestaansduur van de serie van
beleggingsobjecten te worden weergegeven. Indien de beleggingsobjectkosten voor
een reeks jaren gelijk zijn, kunnen deze jaren en de bijhorende
beleggingsobjectkosten op basis van een gemiddelde inleg gebruikelijk voor het
desbetreffende beleggingsobject samengevoegd worden in een kolom als bedoeld in
tabel 1 van bijlage 9. 3 artikel 110 eerste lid onderdeel j,
van het besluit tabel 2 van bijlage 9 De informatie betreffende de gegevens per serie van beleggingsobjecten, bedoeld
in, wordt overeenkomstigin het
beleggingsobjectprospectus opgenomen. 4 artikel 110, eerste lid, onderdelen
i en j, van het besluit bijlage 9 De beleggingsobjectkosten en de gegevens, bedoeld inworden onderbouwd in het
beleggingsobjectprospectus door vermelding van de aannames die daaraan ten
grondslag liggen. De tekst waarin de aannames worden vermeld en toegelicht, wordt
direct onder de tabellen vanopgenomen. 5 Het beleggingsobjectprospectus vermeldt een datum en een versienummer. Ingeval
van een wijziging in een beleggingsobjectprospectus wordt deze toegelicht in het
aangepaste beleggingsobjectprospectus met inbegrip van de consequentie(s) van de
desbetreffende wijziging. De toelichting bevat een verwijzing naar het voorgaande
beleggingsobjectprospectus dat is gewijzigd. 2017 72502 19-12-2017 11-12-2017 2017 72502 19-12-2017 11-12-2017 01-01-2018
Artikel 5:3 — Artikel 5:3#
Artikel 5:3 artikel 5:2 Bij berekening van de beleggingsobjectkosten, bedoeld in,
worden opbrengsten en andere voordelen op deze kosten niet in mindering
gebracht. 2016 8403 25-02-2016 18-02-2016 2016 8403 25-02-2016 18-02-2016 01-04-2016 Voorheen art. 4:3.
Artikel 5:4 — Artikel 5:4#
Artikel 5:4 1 bijlage 10 artikel 67, eerste lid, onderdeel
a, van het besluit De administratieve kosten, beheers-, productie- en verkoopkosten worden per
serie van beleggingsobjecten per boekjaar in de toelichting op de jaarrekening
verantwoord overeenkomstig de kruistabel van. Eventuele
valutakoersverschillen dienen in de bedoelde kosten te worden verantwoord. De
ingelegde gelden per serie van beleggingsobjecten per boekjaar, bedoeld inworden separaat in de toelichting op de jaarrekening
vermeld. 2 Indien het totaal van de in een boekjaar verantwoorde kosten niet gelijk is aan
het totaal van de kosten, bedoeld in het eerste lid, wordt dit verschil toegelicht
in de jaarrekening. 3 Bij berekening van de kosten, bedoeld in het eerste lid, worden opbrengsten en
andere voordelen niet in mindering gebracht. 2017 72502 19-12-2017 11-12-2017 2017 72502 19-12-2017 11-12-2017 01-01-2018
Artikel 6:2 — Artikel 6:2#
Artikel 6:2 1 In de toelichting op de balans en de winst- en verliesrekening van de
beleggingsinstelling wordt inzicht verschaft in de lopende kosten van de
beleggingsinstelling en eventueel in rekening gebrachte prestatievergoedingen. De
berekening van de lopende kosten geschiedt conform de bepaling over lopende kosten
in artikel 10, tweede lid, onderdeel b, van verordening nr. 583/2010 van de
Europese Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het
Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie wat betreft essentiële
beleggersinformatie en de voorwaarden waaraan moet worden voldaan als de
essentiële beleggersinformatie of het prospectus op een andere duurzame drager dan
papier of via een website wordt verstrekt (PbEU L 176) en de uitwerking daarvan
door de Europese Autoriteit voor effecten en markten. 2 In de toelichting op de balans en de winst- en verliesrekening van de
beleggingsinstelling wordt inzicht verschaft in de omloopsnelheid van de activa
door middel van de omloopfactor. 3 De omloopfactor, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend door het totaal van
transacties in financiële instrumenten (aankopen + verkopen van financiële
instrumenten = Totaal 1) minus het totaal aan transacties (uitgifte + inkopen =
Totaal 2) van rechten van deelneming te delen door de gemiddelde intrinsieke
waarde van de beleggingsinstelling (X) volgens de formule [(Totaal 1 – Totaal 2) /
X] * 100. 4 De gemiddelde intrinsieke waarde, bedoeld in het derde lid, is de som van de
intrinsieke waarden gedeeld door het aantal waarnemingen en wordt op dezelfde
manier bepaald als door de Europese Autoriteit voor effecten en markten is
voorgeschreven voor de berekening van de lopende kosten, bedoeld in het eerste
lid. 2016 8403 25-02-2016 18-02-2016 2016 8403 25-02-2016 18-02-2016 01-04-2016 Voorheen art. 5:2.
Artikel 6:3 — Artikel 6:3#
Artikel 6:3 artikelen 6:4 tot en met
6:6 Een beheerder berekent het totale risico van een door hem beheerde icbe
overeenkomstig de. 2016 8403 25-02-2016 18-02-2016 2016 8403 25-02-2016 18-02-2016 01-04-2016 Voorheen art. 5:3.
Artikel 6:4 — Artikel 6:4#
Artikel 6:4 1 artikel 133, zesde lid, van het
besluit Het totale risico van een icbe, bedoeld inwordt berekend op een van de volgende wijzen: a. de verhoogde blootstelling en het hefboomeffect die door de icbe worden
gegenereerd door van financiële derivaten, met inbegrip van ingepaste
derivaten gebruik te maken, waarbij de totale intrinsieke waarde van de icbe
niet mag worden overschreden; of b. het marktrisico van de portefeuille van de icbe. 2 Het totale risico wordt berekend door gebruik te maken van de benadering op
basis van de aangegane verplichtingen, de benadering op basis van risicowaarde of
door een andere geavanceerde methode voor risicometing, wanneer die beter aansluit
bij de beleggingen. 3 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder risicowaarde het volgende
verstaan: een raming van het maximale potentiële verlies dat binnen een bepaalde
tijdshorizon met een bepaalde zekerheidsgraad zal worden geleden. 4 Wanneer een icbe technieken en instrumenten, inclusief retrocessieovereenkomsten
of effectenkrediet, aanwendt om voor een extra hefboomeffect of een extra
blootstelling aan marktrisico te zorgen, worden deze transacties in aanmerking
genomen bij de berekening van het totale risico. 2016 8403 25-02-2016 18-02-2016 2016 8403 25-02-2016 18-02-2016 01-04-2016 Voorheen art. 5:4.
Artikel 6:5 — Artikel 6:5#
Artikel 6:5 1 Indien voor de berekening van het totale risico van de benadering op basis van
de aangegane verplichtingen wordt gebruikgemaakt, wordt deze benadering toegepast
op alle posities in financiële derivaten, met inbegrip van derivaten die ingepast
zijn in effecten of geldmarktinstrumenten, ongeacht of deze worden gebruikt als
onderdeel van het algemene beleggingsbeleid van de icbe, ter vermindering van het
risico, dan wel met het oog op een goed portefeuillebeheer. 2 Indien voor de berekening van het totale risico van de benadering op basis van
de aangegane verplichtingen wordt gebruikgemaakt, wordt elke financiële
derivatenpositie omgezet in de marktwaarde van een gelijkwaardige positie in het
onderliggende activum van dat derivaat. Dit is de standaardbenadering op basis van
de aangegane verplichtingen. 3 Het gebruik van andere berekeningsmethoden is toegestaan indien deze
gelijkwaardig zijn aan de standaardbenadering op basis van de aangegane
verplichtingen. 4 Het is toegestaan verrekening- en risicodekkingsregelingen in aanmerking te
nemen bij de berekening van het totale risico, indien deze regelingen voor de hand
liggende en wezenlijke risico’s niet negeren en in een duidelijke vermindering van
het totale risico resulteren. 5 Indien het gebruik van financiële derivaten niet in een verhoogde blootstelling
voor de icbe resulteert, hoeft het onderliggende risico bij de berekening van de
verplichtingen niet in aanmerking te worden genomen. 6 artikel 133,
tweede lid, van het besluit Indien van de benadering op basis van de aangegane verplichtingen gebruik wordt
gemaakt, hoeven kortlopende leningen die in naam van de icbe zijn aangegaan, niet
in aanmerking te worden genomen bij de berekening van het totale risico indien
wordt voldaan aan. 2016 8403 25-02-2016 18-02-2016 2016 8403 25-02-2016 18-02-2016 01-04-2016 Voorheen art. 5:5.
Artikel 6:6 — Artikel 6:6#
Artikel 6:6 1 artikel 134 van het
besluit Tegenpartijrisico dat voortvloeit uit een financieel derivaat dat niet op een
gereglementeerde markt of een andere markt in financiële instrumenten wordt
verhandeld wordt onderworpen aan de inbeschreven begrenzingen. 2 artikel 134, tweede lid, van het
besluit Indien een beheerder het door een icbe gelopen tegenpartijrisico overeenkomstig
de inbeschreven begrenzingen berekent, gebruikt de beheerder de
positieve marktwaarde van het met de betrokken tegenpartij afgesloten contract
betreffende een financieel derivaat, bedoeld in het eerste lid. Een beheerder mag de derivatenposities van een icbe met eenzelfde tegenpartij
verrekenen, mits zij in staat zijn verrekeningsovereenkomsten met de tegenpartij
juridisch af te dwingen namens de icbe. Verrekening is enkel toegestaan met
betrekking tot financiële derivaten, bedoeld in het eerste lid, met dezelfde
tegenpartij en niet met betrekking tot andere risicoposities die de icbe jegens
dezelfde tegenpartij kan hebben. 3 Het tegenpartijrisico dat een icbe wegens een transactie in financiële
derivaten, bedoeld in het eerste lid, loopt, kan door middel van de ontvangst van
zekerheden worden beperkt. De ontvangen zekerheden zijn voldoende liquide zodat
zij snel kunnen worden verkocht tegen een prijs die hun waardering van voor de
verkoop sterk benadert. 4 artikel 134, tweede lid, van het
besluit Een beheerder neemt zekerheden in aanmerking bij de berekening van het inbedoelde tegenpartijrisico wanneer de beheerder namens de icbe
zekerheden aan een tegenpartij in financiële derivaten, bedoeld in het eerste lid,
doorgeeft. Doorgegeven zekerheden mogen enkel op nettobasis in aanmerking worden
genomen indien de beheerder in staat is verrekeningsovereenkomsten met deze
tegenpartij juridisch af te dwingen namens de icbe. 5 artikel 134 van
het besluit Een beheerder berekent de inbedoelde begrenzingen voor concentraties van beleggingen in
één uitgevende instelling overeenkomstig de benadering op basis van de aangegane
verplichtingen, op grond van het onderliggende risico dat uit het gebruik van
financiële derivaten voortvloeit. 6 artikel 134, derde lid, van het
besluit Met betrekking tot het risico dat voortvloeit uit inbedoelde transacties in financiële derivaten die niet op een
gereglementeerde markt of een andere markt in financiële instrumenten worden
verhandeld, neemt een beheerder elk aan die financiële derivaten verbonden
tegenpartijrisico bij de berekening in aanmerking. 2016 8403 25-02-2016 18-02-2016 2016 8403 25-02-2016 18-02-2016 01-04-2016 Voorheen art. 5:6.
Artikel 6:7 — Artikel 6:7#
Artikel 6:7 1 Een beheerder van een beleggingsinstelling stelt een beloningsbeleid vast en
voert dit uit met inachtneming van artikel 13, eerste lid, van de richtlijn
beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen. 2 Een beheerder van een icbe stelt een beloningsbeleid vast, en voert dit uit, met
inachtneming van artikel 14 bis, eerste tot en met derde lid, en artikel 14 ter,
eerste, derde en vierde lid, van de richtlijn instellingen voor collectieve
belegging in effecten. 2016 8403 25-02-2016 18-02-2016 2016 91 03-03-2016 10-02-2016 34322 18-03-2016 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Implementatiewet wijziging
richtlijn icbe’s in werking treedt.
Artikel 7:1 — Artikel 7:1#
Artikel 7:1 Voor de toepassing van de voorschriften van dit hoofdstuk wordt onderscheid
gemaakt tussen een vermogensbeheerder die in het kader van het beheer van een
individueel vermogen: a. op naam en voor rekening van de cliënt orders doorgeeft met betrekking tot
financiële instrumenten aan een andere beleggingsonderneming; of b. voor rekening van de cliënt transacties uitvoert of doet uitvoeren met
betrekking tot financiële instrumenten. 2016 8403 25-02-2016 18-02-2016 2016 8403 25-02-2016 18-02-2016 01-04-2016 Voorheen art. 6:1.
Artikel 7:2 — Artikel 7:2#
Artikel 7:2 9.26 van bijlage 11 De bewaaradministratie betreffende financiële instrumenten van een
beleggingsonderneming voldoet aan het bepaalde in. 2017 72502 19-12-2017 11-12-2017 2017 72502 19-12-2017 11-12-2017 01-01-2018
Artikel 7:3 — Artikel 7:3#
Artikel 7:3 1 bijlage 12 Een beleggingsonderneming houdt zich aan de inopgenomen regels met
betrekking tot reclame-uitingen. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien het reclame-uitingen met betrekking
tot complexe producten betreft. 2019 69775 27-12-2019 12-12-2019 2019 69775 27-12-2019 12-12-2019 01-01-2020
Artikel 7:14 — Artikel 7:14#
Artikel 7:14 Vervallen 2017 72502 19-12-2017 11-12-2017 2017 514 28-12-2017 20-12-2017 03-01-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet implementatie richtlijn
markten voor financiële instrumenten 2014 in werking treedt.
Artikel 7:15 — Artikel 7:15#
Artikel 7:15 1 artikel 1:1 van de wet artikel 4:87, eerste lid, van de
wet artikel 7:1 Een beleggingsonderneming, die de beleggingsdienst verleent als bedoeld in
onderdeel a van de definitie van verlenen van beleggingsdiensten inof
vermogensbeheer als bedoeld in onderdeel a van de definitie van vermogensbeheer in,
kan voldoen aan het vereiste dat zij adequate maatregelen treft ter bescherming
van de rechten van cliënten op aan hen toebehorende gelden of financiële
instrumenten en ter voorkoming van het ongeoorloofd gebruik daarvan als bedoeld inindien: a. de gelden en financiële instrumenten die een cliënt toebehoren en waarop de
diensten van de beleggingsonderneming betrekking hebben, op een of meer
rekeningen ten name van de cliënt bij een bank worden aangehouden; b. bij de op naam en voor rekening van de cliënt verrichte transacties geen
geldrekeningen of rekeningen voor financiële instrumenten van de
beleggingsonderneming worden gebruikt; en c. de schriftelijke volmacht van de cliënt aan de beleggingsonderneming
uitdrukkelijk beperkt is tot de bevoegdheid om over de onder a bedoelde gelden
en financiële instrumenten te beschikken voorzover dit noodzakelijk is ter
uitvoering van de diensten van de beleggingsonderneming voor de cliënt. 2 artikel 15d, derde lid, van Boek 3
van het Burgerlijk Wetboek Onder schriftelijk in het eerste lid, sub c wordt mede verstaan langs
elektronische weg als bedoeld inindien de overeenkomst: – raadpleegbaar is door partijen; – de authenticiteit van de overeenkomst in voldoende mate is gewaarborgd; – het moment van totstandkoming van de overeenkomst met voldoende zekerheid
kan worden vastgesteld en – de identiteit van partijen met voldoende zekerheid kan worden
vastgesteld. 3 Dit artikel is niet van toepassing op beleggingsondernemingen die voor de
uitoefening van het bedrijf van bank een door de Europese Centrale Bank of de
Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het
bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende
verklaring van ondertoezichtstelling hebben. 2017 72502 19-12-2017 11-12-2017 2017 72502 19-12-2017 11-12-2017 01-01-2018
Artikel 7:16 — Artikel 7:16#
Artikel 7:16 1 artikel 1:1 van de wet artikel 4:87, eerste lid, van de
wet Een beleggingsonderneming die een beleggingsdienst verleent als bedoeld in
onderdeel b of c van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in,
kan voldoen aan het vereiste dat zij adequate maatregelen treft ter bescherming
van de rechten van cliënten op aan hen toebehorende gelden of financiële
instrumenten en ter voorkoming van het ongeoorloofd gebruik daarvan als bedoeld indoor het sluiten van een overeenkomst met de cliënt, waarin
tenminste is bepaald dat: a. de gelden en financiële instrumenten die een cliënt toebehoren en waarop de
diensten van de beleggingsonderneming betrekking hebben, worden aangehouden op
een of meer rekeningen ten name van de cliënt bij een bank; b. creditering of debitering van de rekening in financiële instrumenten van de
cliënt uitsluitend geschiedt tegen gelijktijdige debitering of creditering van
het ingevolge de nota te ontvangen of verschuldigde bedrag op de daarvoor
bestemde geldrekening van de cliënt; en c. de beleggingsonderneming uitsluitend bevoegd is om over de in onderdeel a
bedoelde gelden en financiële instrumenten te beschikken voorzover dit
noodzakelijk is ter uitvoering van de diensten van de beleggingsonderneming
voor de cliënt. 2 Dit artikel is niet van toepassing op beleggingsondernemingen die voor de
uitoefening van het bedrijf van bank een door de Europese Centrale Bank of de
Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het
bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende
verklaring van ondertoezichtstelling hebben. 2017 72502 19-12-2017 11-12-2017 2017 72502 19-12-2017 11-12-2017 01-01-2018
Artikel 7:17 — Artikel 7:17#
Artikel 7:17 1 artikel 1:1 van de wet artikel 4:87, eerste lid, van de
wet Een beleggingsonderneming die een beleggingsdienst verleent als bedoeld in
onderdeel a, b of c van de definitie van het verlenen van een beleggingsdienst inkan
voldoen aan het vereiste dat zij adequate maatregelen treft ter bescherming van de
rechten van cliënten op aan hen toebehorende gelden of financiële instrumenten en
ter voorkoming van het ongeoorloofd gebruik daarvan als bedoeld indoor het sluiten van een schriftelijke overeenkomst met een cliënt,
waarin tenminste is bepaald dat: a. de door de beleggingsonderneming aangehouden financiële instrumenten die de
cliënt toebehoren worden bewaard en geadministreerd: 1° Wet
giraal effectenverkeer overeenkomstig het bepaalde in de, of 2° in een bewaarinstelling; b. artikel 4:87, eerste lid,
onderdeel a, van de wet de gelden, als bedoeld in, worden aangehouden op een of meer
rekeningen bij een bank ten name van de cliënt, of in een bewaarinstelling,
indien de gelden ter uitvoering van een transactie in financiële instrumenten
worden aangehouden; c. creditering of debitering van de bij de beleggingsonderneming aangehouden
rekening in financiële instrumenten van de cliënt uitsluitend geschiedt tegen
gelijktijdige debitering of creditering van het te ontvangen of verschuldigde
bedrag op de daarvoor bestemde geldrekening van de cliënt of de rekening ten
name van de bewaarinstelling; en d. de beleggingsonderneming uitsluitend bevoegd is om over de financiële
instrumenten, bedoeld in onderdeel a, en de gelden, bedoeld in onderdeel b, te
beschikken voor zover dit noodzakelijk is ter uitvoering van de diensten van
de beleggingsonderneming voor de cliënt. 2 De beleggingsonderneming draagt er zorg voor dat de bewaarinstelling, bedoeld in
het eerste lid, voldoet aan de volgende voorwaarden: a. de bewaarinstelling is een rechtspersoon naar Nederlands recht; b. een ieder die de bewaarinstelling krachtens statuten of reglementen
vertegenwoordigt dan wel het dagelijks beleid van de bewaarinstelling bepaalt,
is geschikt in verband met de uitoefening van het bedrijf van
bewaarinstelling. Tevens dient de betrouwbaarheid van de in dit onderdeel
bedoelde personen, alsmede van de personen die rechtstreeks of middellijk
bevoegd zijn om die personen te benoemen of te ontslaan buiten twijfel te
staan; c. degenen die ten behoeve van de bewaarinstelling werkzaamheden verrichten
mogen niet werkzaam zijn voor het bedrijfsonderdeel van de financiële
onderneming dat beleggingsdiensten verleent, of daarvoor
(eind)verantwoordelijkheid dragen; d. de bewaarinstelling verricht geen andere activiteiten dan het bewaren en
administreren van de financiële instrumenten, bedoeld in het eerste lid,
onderdeel a, of de gelden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b; e. de bewaarinstelling treedt uitsluitend op in het belang van de cliënten van
wie financiële instrumenten en gelden door de beleggingsonderneming bij de
bewaarinstelling in bewaring zijn gegeven; f. transacties in financiële instrumenten voor rekening van de cliënt
geschieden slechts indien het saldo op de bij de bewaarinstelling aangehouden
rekening ten name van die cliënt toereikend is; g. de financiële instrumenten, bedoeld in het eerst lid, onderdeel a, en
gelden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden aangehouden op een of
meer rekeningen op naam van de bewaarinstelling bij een bank, waarbij de
bewaarinstelling een strikte administratieve scheiding toepast ten aanzien van
gelden die toebehoren aan de cliënten van de beleggingsonderneming en de
gelden die toebehoren aan de bewaarinstelling; h. de som van de rechten van cliënten op financiële instrumenten
onderscheidenlijk gelden, komt overeen met de som van de door de
bewaarinstelling voor cliënten bewaarde financiële instrumenten
onderscheidenlijk gelden; i. de nakoming van de verplichtingen van de bewaarinstelling is gegarandeerd
door de beleggingsonderneming; j. de bewaarinstelling is jegens de cliënten aansprakelijk voor de door hen
geleden schade, voor zover die schade het gevolg is van verwijtbare
niet-nakoming van haar verplichtingen; k. de bewaarinstelling wordt in de risicobeoordelings-, meet- en
controleprocedures van de beleggingsonderneming betrokken; l. de bewaarinstelling die financiële instrumenten, bedoeld in het eerste lid,
onderdeel a, bewaart en administreert beschikt over een bedrag aan eigen
vermogen van ten minste 125.000 euro. De bewaarinstelling die uitsluitend
gelden, bedoeld in het eerste lid, onder b, bewaart en administreert beschikt
over een bedrag aan eigen vermogen van ten minste 50.000 euro. 3 Deel prudentieel
toezicht financiële ondernemingen Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing op beleggingsondernemingen
die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Europese Centrale
Bank of een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben, of voor de
uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche
Bank op grond van hetverleende verklaring van
ondertoezichtstelling hebben. 2017 72502 19-12-2017 11-12-2017 2017 72502 19-12-2017 11-12-2017 01-01-2018 Abusievelijk is op het eerste lid een wijziging geformuleerd die niet kan
worden doorgevoerd.
Artikel 7:18 — Artikel 7:18#
Artikel 7:18 1 artikel 4:87, eerste lid, van de
wet Een beleggingsonderneming die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een
door de Europese Centrale Bank of een door de Nederlandsche Bank verleende
vergunning heeft, of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling
een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling
heeft, kan voldoen aan het vereiste dat zij adequate maatregelen treft ter
bescherming van de rechten van cliënten op aan hen toebehorende gelden of
financiële instrumenten en ter voorkoming van het ongeoorloofd gebruik daarvan als
bedoeld indoor het sluiten van een overeenkomst met een cliënt, waarin
tenminste is bepaald dat: a. de door de beleggingsonderneming aangehouden financiële instrumenten die de
cliënt toebehoren worden bewaard en geadministreerd: 1° Wet
giraal effectenverkeer overeenkomstig het bepaalde in de, of 2° in een bewaarinstelling; b. creditering of debitering van de bij de beleggingsonderneming aangehouden
rekening in financiële instrumenten van de cliënt uitsluitend geschiedt tegen
gelijktijdige debitering of creditering van het te ontvangen of verschuldigde
bedrag op de daarvoor bestemde geldrekening van de cliënt; en c. de beleggingsonderneming uitsluitend bevoegd is om over de financiële
instrumenten, bedoeld in onderdeel a, te beschikken voor zover dit
noodzakelijk is voor de uitvoering van de diensten van de
beleggingsonderneming voor de desbetreffende cliënt. 2 De beleggingsonderneming draagt er zorg voor dat de bewaarinstelling, bedoeld in
het eerste lid, onderdeel a, voldoet aan de volgende voorwaarden: a. de bewaarinstelling is een rechtspersoon naar Nederlands recht; b. een ieder die de bewaarinstelling krachtens statuten of reglementen
vertegenwoordigt dan wel het dagelijks beleid van de bewaarinstelling bepaalt
is geschikt in verband met de uitoefening van het bedrijf van
bewaarinstelling. Tevens dient de betrouwbaarheid van de in dit onderdeel
bedoelde personen, alsmede van de personen die rechtstreeks of middellijk
bevoegd zijn om die personen te benoemen of te ontslaan buiten twijfel te
staan; c. degenen die ten behoeve van de bewaarinstelling werkzaamheden verrichten
mogen niet werkzaam zijn voor het bedrijfsonderdeel van de financiële
onderneming dat beleggingsdiensten verleent, of daarvoor
(eind)verantwoordelijkheid dragen; d. de bewaarinstelling verricht geen andere activiteiten dan het bewaren en
administreren van financiële instrumenten, als bedoeld in het eerste lid,
onderdeel a, van cliënten van de beleggingsonderneming; e. de bewaarinstelling treedt uitsluitend op in het belang van de cliënten van
wie financiële instrumenten door de beleggingsonderneming bij de
bewaarinstelling in bewaring zijn gegeven; f. de som van de rechten van cliënten op financiële instrumenten komt overeen
met de som van de door de bewaarinstelling voor cliënten bewaarde financiële
instrumenten; g. de nakoming van de verplichtingen van de bewaarinstelling is gegarandeerd
door de beleggingsonderneming; h. de bewaarinstelling is jegens de cliënten aansprakelijk voor de door hen
geleden schade, voor zover die schade het gevolg is van verwijtbare
niet-nakoming van haar verplichtingen; i. de bewaarinstelling wordt in het risicobeoordelings-, meet- en
controleprocedures van de beleggingsonderneming betrokken; j. de bewaarinstelling beschikt over een bedrag aan eigen vermogen van ten
minste 125.000 euro. 2017 72502 19-12-2017 11-12-2017 2017 72502 19-12-2017 11-12-2017 01-01-2018
Artikel 7:19 — Artikel 7:19#
Artikel 7:19 1 artikel 4:87, eerste lid, van de
wet Een beleggingsonderneming die door het sluiten van een lease-overeenkomst voor
financiële instrumenten cliënten de mogelijkheid biedt financiële instrumenten te
verkrijgen, kan voldoen aan het vereiste dat zij adequate maatregelen treft ter
bescherming van de rechten van cliënten op aan hen toebehorende gelden of
financiële instrumenten en ter voorkoming van het ongeoorloofd gebruik daarvan als
bedoeld indoor te voorzien in een regeling krachtens welke de rechten van
cliënten op grond van de lease-overeenkomst voor financiële instrumenten cliënten
door middel van een eerste pandrecht van deze cliënten op de desbetreffende
financiële instrumenten zijn gewaarborgd. 2 Het pandrecht dient tot zekerheid te strekken voor: a. de betaling van vervangende schadevergoeding, indien de overdracht van de
financiële instrumenten niet tot stand komt; b. de eventuele vordering die de cliënt in geval van ontbinding van de
lease-overeenkomst voor financiële instrumenten op de beleggingsonderneming
heeft, indien deze ontbinding het gevolg is van een toerekenbare tekortkoming
van de beleggingsonderneming; c. betaling van de op de financiële instrumenten betaalbaar gestelde renten en
dividenden; en d. voldoening van de wettelijke rente over de vorderingen, bedoeld in de
onderdelen a, b en c, over de periode dat de beleggingsonderneming met de
voldoening daarvan in verzuim is. 3 In geval van ontbinding van de lease-overeenkomst voor financiële instrumenten
dient de rekenregel op grond waarvan de financiële rechten van de cliënt ten
opzichte van de beleggingsonderneming worden bepaald, de rechten van de cliënt op
grond van de lease-overeenkomst voor financiële instrumenten voldoende te
beschermen. 2017 72502 19-12-2017 11-12-2017 2017 72502 19-12-2017 11-12-2017 01-01-2018
Artikel 7:20 — Artikel 7:20#
Artikel 7:20 artikel 4:87, eerste lid, van de
wet artikel 4:87aa,
eerste lid, van de wet artikelen 7:15 tot en met 7:19 Teneinde te voldoen aan het vereiste dat zij adequate maatregelen treft ter
bescherming van de rechten van cliënten op aan hen toebehorende gelden of financiële
instrumenten en ter voorkoming van het ongeoorloofd gebruik daarvan als bedoeld in, kan de beleggingsonderneming andere regelingen treffen dan de
regelingen als bedoeld in, en de. Deze andere regelingen behoeven de
voorafgaande goedkeuring van de Autoriteit Financiële Markten. 2023 39 02-01-2023 13-12-2022 2023 39 02-01-2023 13-12-2022 01-01-2023 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 8:1 — Artikel 8:1#
Artikel 8:1 De levensverzekeraar draagt zorg voor een adequate informatieverstrekking aan
cliënten. Hieronder wordt in deze regeling verstaan dat: a. de cliënt op duidelijke wijze wordt geïnformeerd over het verschil tussen de
verwachte waarde van de levensverzekering die een beleggingscomponent bevat op
de einddatum zoals deze bij aanvang van de levensverzekering die een
beleggingscomponent bevat aan de cliënt is voorgerekend en de waarde op de
einddatum zoals die naar de huidige verwachting zal bedragen. De
levensverzekeraar maakt daarbij concreet hoe laatstgenoemde waarde zich verhoudt
tot het oorspronkelijke doel van cliënt; b. de cliënt zo wordt geïnformeerd dat deze in staat zal zijn de generieke
financiële gevolgen te overzien indien hij zijn levensverzekering die een
beleggingscomponent bevat: 1°. ongewijzigd voortzet; 2°. wijzigt; of 3°. afkoopt. c. de cliënt wordt gewezen op de urgentie om een weloverwogen keuze te maken met
betrekking tot zijn levensverzekering die een beleggingscomponent bevat. 2016 28139 02-06-2016 26-05-2016 2016 28139 02-06-2016 26-05-2016 01-07-2016
Artikel 8:2 — Artikel 8:2#
Artikel 8:2 artikel 81b van het besluit Om te voldoen aan zijn inspanningsverplichting als bedoeld invergewist de levensverzekeraar zich ervan dat de cliënt daadwerkelijk de
consequenties van zijn keuze overziet. 2015 20353 20-07-2015 16-06-2015 2015 20353 20-07-2015 16-06-2015 21-07-2015
Artikel 8:3 — Artikel 8:3#
Artikel 8:3 artikel 81b van het besluit Een levensverzekeraar wordt geacht eveneens te hebben voldaan aan zijn
inspanningsverplichting als bedoeld iningeval de adviseur of bemiddelaar deze inspanningen heeft verricht en de
levensverzekeraar in zijn cliëntdossier heeft vastgelegd: a. de gegevens van de adviseur of bemiddelaar bij wie het volledige cliëntdossier
is opgeslagen; b. de gemaakte keuze van de cliënt; c. welk contact hieraan ten grondslag heeft gelegen; en d. wat de onderbouwing is van de cliënt voor de gemaakte keuze. 2015 20353 20-07-2015 16-06-2015 2015 20353 20-07-2015 16-06-2015 21-07-2015
Artikel 8:4 — Artikel 8:4#
Artikel 8:4 1 artikel 81b van het
besluit Wanneer de cliënt niet kan worden bereikt of de cliënt geen weloverwogen keuze
aan de levensverzekeraar kenbaar heeft gemaakt, heeft de levensverzekeraar
desondanks voldaan aan zijn inspanningsverplichting als bedoeld in, indien hij kan aantonen dat door hem of door de adviseur of
bemiddelaar voldoende inspanningen zijn geleverd om de cliënt een weloverwogen
keuze te kunnen laten maken. Daartoe toont de levensverzekeraar in ieder geval
aan: a. artikel
8:1 dat de cliënt een of meerdere brieven heeft ontvangen met de informatie
zoals bedoeld in; b. dat de cliënt binnen een redelijke termijn na het verzenden van de onder a
genoemde brieven, en over een langere periode, verschillende malen telefonisch
is benaderd; c. welke handelingen zijn verricht, wanneer andere handelingen zijn verricht
door de levensverzekeraar of adviseur of bemiddelaar om de cliënt een bewuste
keuze te kunnen laten maken; d. dat een slotbrief aan de cliënt is gestuurd, waarin de verrichte
inspanningen zijn weergegeven, de urgentie en de mogelijke consequenties van
het niet maken van een keuze worden benadrukt en waarin de cliënt alsnog,
blijvend, de mogelijkheid wordt geboden om een weloverwogen keuze te
maken. 2 artikel 8:5, tweede
lid Bijlage 13 Behoudens cliënten die in het bezit zijn van een niet opbouwende
levensverzekering die een beleggingscomponent bevat, zoals bedoeld in, mag de levensverzekeraar de cliënt als bedoeld in het eerste lid
meetellen voor het invastgestelde vereiste
resultaat. 2016 28139 02-06-2016 26-05-2016 2016 28139 02-06-2016 26-05-2016 01-07-2016
Artikel 8:5 — Artikel 8:5#
Artikel 8:5 1 Bijlage 13 Voor cliënten met een niet opbouwende levensverzekering die een
beleggingscomponent bevat geldt dat aan hen een passende oplossing moet worden
geboden alvorens de levensverzekering die een beleggingscomponent bevat meetelt
voor het invastgestelde vereiste
resultaat. 2 artikel 8:4, tweede
lid Voor de toepassing van dit artikel en van, wordt onder een niet opbouwende levensverzekering die een
beleggingscomponent bevat verstaan een voor 1 januari 2013, de peildatum,
afgesloten levensverzekering die een beleggingscomponent bevat waarvoor premie
wordt betaald op hiervoor vermelde datum, waarbij de verwachte aangroei in
vermogen tussen de peildatum en einddatum, berekend op 4% per jaar als in Modellen
De Ruiter, op 1 januari 2013, lager is dan de door de cliënt naar verwachting nog
in te leggen premies tussen de peildatum en de einddatum. 3 Met passende oplossing zoals vermeld in het eerste lid wordt bedoeld dat, indien
de cliënt met een levensverzekering die een beleggingscomponent bevat als bedoeld
in het tweede lid niet kan worden bereikt of de cliënt geen weloverwogen keuze
kenbaar heeft gemaakt, de levensverzekeraar ervoor zorg draagt dat het niet
opbouwende karakter van de levensverzekering die een beleggingscomponent bevat
wordt weggenomen. 2016 28139 02-06-2016 26-05-2016 2016 28139 02-06-2016 26-05-2016 01-07-2016
Artikel 8:6 — Artikel 8:6#
Artikel 8:6 1 De levensverzekeraar monitort zijn portefeuille eenmaal per jaar op een door hem
gekozen meetmoment op cliënten die voor 1 januari 2013 een levensverzekering die
een beleggingscomponent bevat hebben afgesloten waarvoor premie wordt betaald op
de hiervoor vermelde datum, en waarbij eerst op dit jaarlijkse meetmoment naar
voren komt dat de verwachte aangroei in vermogen tussen het meetmoment en
einddatum, berekend op 4% per jaar overeenkomstig de Modellen De Ruiter, lager is
dan door de cliënt naar verwachting nog in te leggen premies tussen het meetmoment
en de einddatum. 2 artikel 8:5, derde
lid De cliënt als bedoeld in het eerste lid wordt een passende oplossing geboden als
bedoeld in, voor zover niet eerder een oplossing is geboden als bedoeld in
artikel 8:5, derde lid. 3 De oplossing als bedoeld in het tweede lid wordt geboden binnen zes maanden
nadat is vastgesteld dat de cliënt met deze levensverzekering die een
beleggingscomponent bevat behoort tot de categorie als bedoeld in het eerste
lid. 2016 28139 02-06-2016 26-05-2016 2016 28139 02-06-2016 26-05-2016 01-07-2016
Artikel 8:7 — Artikel 8:7#
Artikel 8:7 artikel 81b, derde lid van het
besluit Bijlage 13 Ter uitvoering van het bepaalde in, stelt de AFM een vereist resultaat vast voor verschillende
categorieën beleggingsverzekeringen. Het vereiste resultaat en de daarbij behorende
einddata zijn opgenomen in de inweergeven tabel. Ten aanzien
van het activeren van cliënten met een levensverzekering die een beleggingscomponent
bevat wordt in het vereiste resultaat een onderscheid gemaakt in: a. artikel 8:5, tweede
lid Bijlage 13 cliënten met beleggingsverzekeringen zoals bedoeld in(rij 1 van de tabel in); b. Bijlage 13 cliënten met hypotheekgebonden beleggingsverzekeringen die zijn gesloten voor
1 januari 2013 en premiebetalend zijn, dan wel zijn gesloten op basis van een
koopsom (rij 2 van de tabel in); c. cliënten met pensioengebonden beleggingsverzekeringen, niet zijnde een
collectieve verzekering, die zijn gesloten voor 1 januari 2013 en die: 1° bijlage 13 premiebetalend zijn, gesloten zijn op basis van een koopsom of premievrij
gemaakt en op 1 januari 2013 een verwachte eindwaarde hadden van € 40.000 of
hoger, ongeacht de jaarlijkse inleg, of waarvan de totale inleg in 2013
€ 3.500 of meer was (rij 3 van de tabel in); 2° Bijlage 13 niet in de categorie beleggingsverzekeringen vallen als bedoeld in sub c,
onder 1, premiebetalend zijn dan wel zijn gesloten op basis van een koopsom
en op 1 januari 2013 een verwachte eindwaarde hadden van € 25.000 of hoger,
ongeacht de hoogte van de jaarlijkse inleg, of waarvan de totale inleg in
2013 € 1.000- of meer was (rij 4 van de tabel in); 3° Bijlage 13 niet in de categorie beleggingsverzekeringen vallen als bedoeld in sub c,
onder 1 en 2, premiebetalend zijn, dan wel zijn gesloten op basis van een
koopsom en op 1 januari 2013 een verwachte eindwaarde hebben van minder dan
€ 25.000 of waarvan de totale inleg in 2013 minder dan € 1.000 was (rij 5
van de tabel in). d. cliënten met een levensverzekering die een beleggingscomponent bevat die niet
valt in de categorie bedoeld in onderdelen b en c, die zijn gesloten voor
1 januari 2013 en die: 1° Bijlage 13 premiebetalend dan wel gesloten zijn op basis van een koopsom en op
1 januari 2013 een verwachte eindwaarde hadden van € 40.000 of hoger,
ongeacht de jaarlijkse inleg, of waarvan de totale inleg in 2013 € 500 of
meer was (rij 6 van de tabel in); of 2° Bijlage 13 niet in de categorie levensverzekeringen die een beleggingscomponent
bevatten vallen als bedoeld in sub d, onder 1°, en premiebetalend dan wel
zijn gesloten op basis van een koopsom (rij 7 van de tabel in). 2016 28139 02-06-2016 26-05-2016 2016 28139 02-06-2016 26-05-2016 01-07-2016
Artikel 8:8 — Artikel 8:8#
Artikel 8:8 1 artikel 81b van het
besluit Wet aanpassing fiscale behandeling
VUT- en prepensioenregelingen en introductie levensloopregeling artikel 8:7, sub c,
onder 3 en sub d, onder 1 artikel 8:1 Een levensverzekeraar heeft voldaan aan zijn inspanningsverplichting als bedoeld
invoor cliënten die in het bezit zijn van een levensverzekering
die een beleggingscomponent bevat als bedoeld in, voor zover het levensverzekeringen die een
beleggingscomponent bevatten betreft die onderdeel zijn van een levensloopregeling
als bedoeld in de ‘’ en sub
d onder 2, wanneer de levensverzekeraar kan aantonen dat hij deze cliënten de
informatie als bedoeld inheeft verstrekt. 2 artikel 8:7, sub
b artikel 81b van het
besluit Een levensverzekeraar heeft voor cliënten die in het bezit zijn van een
levensverzekering die een beleggingscomponent bevat als bedoeld involdaan aan zijn inspanningsverplichting als bedoeld in, wanneer de levensverzekeraar kan aantonen dat de cliënt zijn
oorspronkelijke doelkapitaal zal behalen en de cliënt vanaf aanvang van de
levensverzekering die een beleggingscomponent bevat gedurende de hele looptijd
volledig in een spaarfonds belegt. 3 artikel 81b van het
besluit artikel 8:7, sub b
tot en met d artikel 8:1, sub a en
b Een levensverzekeraar heeft voldaan aan zijn inspanningsverplichting als bedoeld
invoor cliënten die in het bezit zijn van een levensverzekering
die een beleggingscomponent bevat als bedoeld in, voor zover voor deze cliënten niet reeds is voldaan aan
de inspanningsverplichting, bedoeld in het eerste en tweede lid, wanneer de
levensverzekeraar kan aantonen dat de desbetreffende cliënt zijn oorspronkelijke
doelkapitaal zal behalen en dat hij deze cliënten de informatie, bedoeld in, heeft verstrekt. 2016 28139 02-06-2016 26-05-2016 2016 28139 02-06-2016 26-05-2016 01-07-2016
Artikel 8:9 — Artikel 8:9#
Artikel 8:9 1 artikel 81b van het
besluit Een levensverzekeraar houdt voldoende gegevens bij over het ingenoemde proces om de toezichthouder in staat te stellen na te
gaan of de in artikel 81b van het besluit opgenomen verplichtingen door de
levensverzekeraar worden nageleefd. 2 De gegevens als bedoeld in het eerste lid omvatten in elk geval: a. de door de levensverzekeraar aan de individuele cliënt verstrekte
informatie; b. de door de levensverzekeraar verrichte inspanningen om cliënt te bereiken en
van informatie te voorzien; c. de van de individuele cliënt ontvangen informatie waaronder in ieder geval
wordt verstaan vastlegging van de keuze van de cliënt en de door de cliënt
gegeven onderbouwing van deze gemaakte keuze. 3 artikel 8:3 artikel 8:8 artikel 81b van het
besluit De levensverzekeraar bewaart de gegevens, bedoeld in het eerste lid en bedoeld
inen,
gedurende ten minste vijf jaar na het verstrijken van de einddatum van het
vereiste resultaat van de categorie waar de desbetreffende levensverzekering die
een beleggingscomponent bevat toe behoort, of, indien er geen vereist resultaat
gekoppeld is aan de categorie waar de levensverzekering die een
beleggingscomponent bevat toe behoort, ten minste vijf jaar na het in werking
treden van. 2016 28139 02-06-2016 26-05-2016 2016 28139 02-06-2016 26-05-2016 01-07-2016
Artikel 9:1 — Artikel 9:1 Inwerkingtreding#
Artikel 9:1 Inwerkingtreding wet Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop dein werking treedt. 2016 8403 25-02-2016 18-02-2016 2016 8403 25-02-2016 18-02-2016 01-04-2016 Voorheen art. 7:1. Abusievelijk is "De artikelen 7:1 en 7:2 in hoofdstuk 8
worden vernummerd tot de artikelen 8:1 en 8:2." gepubliceerd, waar "De artikelen
7:1 en 7:2 in hoofdstuk 9 worden vernummerd tot de artikelen 9:1 en 9:2." is
bedoeld.
Artikel 9:2 — Artikel 9:2 Citeertitel#
Artikel 9:2 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Nadere regeling gedragstoezicht financiële
ondernemingen Wft. 2016 8403 25-02-2016 18-02-2016 2016 8403 25-02-2016 18-02-2016 01-04-2016 Voorheen art. 7:2. Abusievelijk is "De artikelen 7:1 en 7:2 in hoofdstuk 8
worden vernummerd tot de artikelen 8:1 en 8:2." gepubliceerd, waar "De artikelen
7:1 en 7:2 in hoofdstuk 9 worden vernummerd tot de artikelen 9:1 en 9:2." is
bedoeld.
Artikel 2:1#
artikel 2:1
Artikel 2:1#
artikel 2:1
Artikel 2:1#
artikel 2:1
Artikel 2:3#
artikel
2:3
Artikel 3:3#
artikel 3:3
Artikel 4:1#
4:1, tweede lid
Artikel 5:2#
artikel 5:2
Artikel 5:1#
artikel 5:1
Artikel 5:2#
artikel 5:2
Artikel 5:2#
artikel 5:2
Artikel 5:4#
artikel 5:4
Artikel 7:2#
artikel 7:2
Artikel 7:17#
artikel 7:17
Artikel 7:18#
7:18
Artikel 7:3#
artikel 7:3
Artikel 8:7#
artikel 8:7, sub
a
Artikel 8:7#
artikel 8:7, sub
b
Artikel 8:7#
artikel 8:7, sub c,
onder 1
Artikel 8:7#
artikel 8:7, sub c,
onder 2
Artikel 8:7#
artikel 8:7, sub c,
onder 3
Artikel 8:7#
artikel 8:7, sub d,
onder 1
Artikel 8:7#
artikel 8:7, sub d,
onder 2
Artikel 2:4#
artikel 2:4, tweede
lid
Artikel 3:9#
artikel 3:9, tweede lid