Regeling van het Commissariaat voor de Media van 18 december 2007 houdende beleidsregels omtrent Europese, onafhankelijke, recente, Nederlandstalige of Friestalige programmaonderdelen en oorspronkelijk Nederlandstalige programmaonderdelen die voorzien zijn van ondertiteling ten behoeve van mensen met een auditieve beperking (Beleidsregels programmaquota)
- BWB-id
- BWBR0023155
- Type
- zbo
- Ministerie
- Commissariaat voor de Media
- Geldigheid
- 2013-04-05 t/m 2019-02-27
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0023155
- ELI
- /eli/nl/zbo/2008/beleidsregels-programmaquota
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/2008/beleidsregels-programmaquota/2013-04-05
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0023155&g=2013-04-05
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0023155&z=2026-06-06&g=2013-04-05
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0023155/2013-04-05
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/2008/beleidsregels-programmaquota
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 bijlage 1 De Beleidsregels vastgesteld in deze regeling hebben betrekking op de wettelijke voorschriften die zijn opgenomen inbij deze regeling. 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 01-01-2008
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 In deze regeling wordt verstaan onder: a. Mediawet wet: de; b. Mediabesluit besluit: het; c. besluit van 19 september 2006 tot wijziging van het Mediabesluit (ondertiteling ten behoeve van mensen met een auditieve beperking) besluit ondertiteling:(Stb. 438); d. artikel 54 van de Mediawet convenant: het convenant inzake de implementatie en toepassing vangesloten tussen de Nederlandse Omroep Stichting en het Commissariaat voor de Media op 16 november 1999; e. Commissariaat: het Commissariaat voor de Media; f. artikel 54, tweede lid, van de Mediawet artikel 71n, tweede lid, van de Mediawet onafhankelijke productie: een programmaonderdeel als bedoeld inof; g. onafhankelijke producent: de producent van een onafhankelijke productie; h. recente productie: een onafhankelijke productie die niet ouder is dan vijf jaar; i. percentage ondertiteling: percentage oorspronkelijk Nederlandstalige programmaonderdelen voorzien van Nederlandstalige ondertiteling; j. neventaakprogramma: neventaak bestaande uit het uitzenden van televisieprogramma’s. 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 01-01-2008
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Een ‘producent’, als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Europese richtlijn, wordt geacht in een Europese staat gevestigd te zijn indien zijn onderneming permanent is en over vast personeel beschikt dat zich zowel met productie- als commerciële activiteiten in Europa bezighoudt. 2 Indien niet bekend is welke producent een productie tot stand heeft gebracht wordt onder ‘producent’, als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Europese richtlijn, mede verstaan de distributeur van de productie. In dat geval wordt de staat waarin de distributeur is gevestigd aangemerkt als de staat waar de producent is gevestigd. 3 Het tweede lid is slechts van toepassing indien de omroepinstelling die de productie heeft uitgezonden, naar genoegen van het Commissariaat, heeft aangetoond dat zij zich voldoende heeft ingespannen om de relevante gegevens over de producent van de productie te achterhalen. 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 01-01-2008
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Als ‘onafhankelijke productie’ wordt mede aangemerkt: a. een programmaonderdeel dat geproduceerd is door een instelling die een programma verzorgt tezamen met een onafhankelijke producent; b. een aangekochte onafhankelijke productie. 2 Niet als ‘onafhankelijke productie’ wordt aangemerkt: a. een programmaonderdeel dat geproduceerd is door een instelling die een programma verzorgt; b. een programmaonderdeel dat geproduceerd is door een producent die meer dan negentig procent van de door hem geproduceerde programmaonderdelen, in de drie afgelopen boekjaren, heeft geleverd aan dezelfde instelling die een programma verzorgt, en gedurende deze periode meer dan één programmaonderdeel of één serie programmaonderdelen heeft geproduceerd. 3 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de landelijke publieke omroep, voorzover deze gebonden is aan het convenant. 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 01-01-2008
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 71n, vijfde lid, van de wet Voor de toepassing vanwordt een televisieprogramma aangemerkt als ‘een televisieprogramma dat in slechts een beperkt aantal aan elkaar grenzende gemeenten kan worden ontvangen’, indien het programma is bestemd voor die betreffende gemeenten en niet tevens wordt uitgezonden op een ander deel van het nationale omroepnetwerk of in andere gemeenten via een omroepzender. 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 01-01-2008
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Voor de vaststelling van het behaalde percentage Europese, onafhankelijke en recente producties wordt uitgegaan van de totale hoeveelheid zendtijd per net en per kalenderjaar, verminderd met de zendtijd die is besteed aan de volgende programmaonderdelen: a. programmaonderdelen, bestaande uit nieuws; b. programmaonderdelen die betrekking hebben op sport; c. programmaonderdelen die het karakter van een spel hebben, met uitzondering van programmaonderdelen van culturele en educatieve aard, die mede het karakter van een spel hebben; d. programmaonderdelen, bestaande uit reclameboodschappen of telewinkelboodschappen en e. programmaonderdelen, bestaande uit stilstaande beelden. 2 Voor de vaststelling van het behaalde percentage Europese, onafhankelijke en recente producties, worden herhalingen van eerdere uitzendingen meegeteld. 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 01-01-2008
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 32h, derde lid, van het besluit Ontheffingen van het percentage Europese producties, bedoeld inkunnen in bijzondere gevallen, ten aanzien van een bepaald neventaakprogramma, tijdelijk gedeeltelijk worden verleend. 2 artikel 71n, zesde lid, van de wet Ontheffingen van het percentage Europese producties, bedoeld inkunnen in bijzondere gevallen, ten aanzien van een bepaalde commerciële omroepinstelling tijdelijk gedeeltelijk worden verleend. 3 Bij de vaststelling of sprake is van een bijzonder geval worden de aard van de zender, het niet voldoende kunnen verkrijgen van rechten voor Europese producties en bijzondere economische omstandigheden betrokken. 4 Indien naar genoegen van het Commissariaat is aangetoond dat sprake is van een bijzonder geval wordt in beginsel ontheffing verleend voor een periode van drie kalenderjaren. 5 Het verzoek om ontheffing dient voorafgaand aan de periode waarvoor ontheffing wordt gevraagd, te worden ingediend. 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 01-01-2008
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 54a, eerste lid, van de wet artikel 71o, eerste lid, van de wet Als ‘oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige programmaonderdelen’ bedoeld inen, worden mede aangemerkt: a. programmaonderdelen die Nederlands- of Friestalig zijn ingesproken; b. programmaonderdelen die onderdelen van niet oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige programmaonderdelen bevatten, die in de Nederlandse of Friese taal worden begeleid door een presentator; 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 01-01-2008
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 54a artikel 71o van de wet Voor de vaststelling van het behaalde percentage oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige programmaonderdelen bedoeld inenwordt uitgegaan van de totale hoeveelheid zendtijd per net en per kalenderjaar. 2 Voor de vaststelling van het behaalde percentage oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige programmaonderdelen worden herhalingen van eerdere uitzendingen meegeteld. 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 01-01-2008
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 32g, derde lid, van het besluit In bijzondere gevallen kan op grond vanten aanzien van een bepaald neventaakprogramma desgevraagd en onder voorwaarden het percentage oorspronkelijk Nederlandstalige of Friestalige programmaonderdelen lager worden vastgesteld. 2 artikel 71o, derde lid, van de wet In bijzondere gevallen kan op grond vanten aanzien van een bepaalde commerciële omroepinstelling desgevraagd en onder voorwaarden het percentage oorspronkelijk Nederlandstalige of Friestalige programmaonderdelen lager worden vastgesteld. 3 Bij de vaststelling of sprake is van een bijzonder geval bedoeld in het eerste lid van dit artikel wordt gekeken naar de aard van de zender. 4 Indien naar genoegen van het Commissariaat is aangetoond dat sprake is van een bijzonder geval wordt het percentage oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige programmaonderdelen in beginsel lager vastgesteld voor een periode van drie kalenderjaren. 5 artikel 71o, eerste lid, van de wet Wanneer een commerciële omroepinstelling zich uitsluitend richt op een uitzendgebied buiten Nederland kan het percentage bedoeld inop nul worden gesteld, zolang het format van het programma niet wijzigt. 6 Het verzoek het percentage oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige programmaonderdelen lager vast te stellen dient voorafgaand aan het kalenderjaar te worden ingediend. 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 01-01-2008
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Als oorspronkelijk Nederlandstalige programmaonderdelen die voorzien zijn van ondertiteling ten behoeve van mensen met een auditieve beperking worden aangemerkt oorspronkelijk Nederlandstalige programmaonderdelen met ingebrande ondertiteling en oorspronkelijk Nederlandstalige programmaonderdelen die voorzien zijn van een ondertiteling die is op te roepen via een (ingebouwde) decoder zoals teletekst. 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 01-01-2008
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Een commerciële omroepinstelling meldt onverwijld aan het Commissariaat wanneer zij een bereik heeft van ten minste 75 procent van alle huishoudens in Nederland. 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 01-01-2008
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 16a 34a van het besluit artikel 54a, derde lid artikel 71o, eerste lid, van de wet Voor de vaststelling van het percentage ondertiteling bedoeld inenwordt uitgegaan van de totale hoeveelheid zendtijd per net en per kalenderjaar besteed aan programmaonderdelen die kunnen worden aangemerkt als oorspronkelijk Nederlandstalige programmaonderdelen als bedoeld inen. 2 artikel 16a 34a van het besluit Voor de vaststelling van het percentage ondertiteling bedoeld inenworden herhalingen van eerdere uitzendingen meegeteld. 3 Voor de vaststelling van de totale hoeveelheid zendtijd genoemd in het eerste lid wordt de zendtijd besteed aan programmaonderdelen bestaande uit reclameboodschappen of telewinkelboodschappen buiten beschouwing gelaten. 4 Voor de vaststelling van de totale hoeveelheid zendtijd genoemd in het eerste lid wordt de zendtijd besteed aan programmaonderdelen die in de Nederlandse taal zijn ingesproken én in het bijzonder bestemd zijn voor kinderen jonger dan 8 jaar buiten beschouwing gelaten. 5 Voor de vaststelling van de totale hoeveelheid zendtijd genoemd in het eerste lid worden afzonderlijke videoclips buiten beschouwing gelaten. 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 01-01-2008
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 32g, derde lid, van het besluit In bijzondere gevallen kan op grond van, ten aanzien van een neventaakprogramma desgevraagd en onder voorwaarden het percentage ondertiteling lager worden vastgesteld. 2 artikel 71o, derde lid, van de wet In bijzondere gevallen kan op grond vanten aanzien van een bepaalde commerciële omroepinstelling desgevraagd en onder voorwaarden het percentage ondertiteling lager worden vastgesteld. 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 01-01-2008
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Indien voor een neventaakprogramma naar genoegen van het Commissariaat is aangetoond dat sprake is van een bijzonder geval wordt het percentage ondertiteling in beginsel lager vastgesteld voor een periode van maximaal 5 kalenderjaren. 2 Indien ontheffing is verleend van het percentage oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige programmaonderdelen voor een neventaakprogramma, kan worden afgeweken van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, waarbij het Commissariaat in dat geval het uit te zenden percentage ondertiteling gelijktijdig met het percentage oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige programmaonderdelen vaststelt. 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 01-01-2008
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel II van het besluit ondertiteling Indien er ontheffing is verleend aan een commerciële omroepinstelling van het percentage oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige programmaonderdelen geldt de overgangstermijn opgenomen inniet. 2 artikel II, tweede lid, van het besluit ondertiteling Het Commissariaat stelt in dat geval het uit te zenden percentage ondertiteling gelijktijdig met het percentage oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige programmaonderdelen vast, waarbij rekening wordt gehouden met de bedoeling van de overgangstermijn als bedoeld in. 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 01-01-2008
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikelen 2.115 2.116 2.119 tot en met 2.123 van de Mediawet 2008 artikelen 14b 15 van het Mediabesluit 2008 De NPO brengt eenmaal per jaar voor 1 april over het voorafgaande jaar verslag uit aan het Commissariaat over de naleving van de,,en deen, op de televisieprogrammakanalen met uitzondering van de themakanalen van de NPO. 2 artikelen 2.115 2.116 2.119 tot en met 2.123 van de Mediawet 2008 artikelen 14b 15 van het Mediabesluit 2008 De NPO brengt eenmaal per jaar voor 1 april over het voorafgaande jaar verslag uit aan het Commissariaat over de naleving van de,,en deen, op de themakanalen. 3 2.115 2.117 2.119 tot en met 2.122 van de Mediawet 2008 De regionale publieke media-instellingen brengen eenmaal per twee jaar voor 1 april over de voorafgaande jaren verslag uit aan het Commissariaat over de naleving van de artikelen,,op de televisieprogrammakanalen. 4 artikelen 3.20 tot en met 3.25 van de Mediawet 2008 artikel 17 van het Mediabesluit 2008 De commerciële media-instellingen met televisieprogrammakanalen met een technisch bereik gelijk aan of groter dan 75% van de Nederlandse huishoudens of een landelijk marktaandeel gelijk aan of groter dan 0,3% in ten minste één Europese lidstaat brengen eenmaal per twee jaar voor 1 april over de twee voorafgaande jaren verslag uit aan het Commissariaat over de naleving van deen. 5 artikelen 3.20 tot en met 3.25 van de Mediawet 2008 De commerciële media-instellingen met televisieprogrammakanalen met een technisch bereik kleiner dan 75% van de Nederlandse huishoudens en een landelijk marktaandeel kleiner dan 0,3% brengen op verzoek van het Commissariaat verslag uit aan het Commissariaat over de naleving van de. 2013 8841 03-04-2013 2013 8841 03-04-2013 05-04-2013
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 artikel 17, eerste lid De verslagen bedoeld in, bevatten gegevens zowel in absolute zin als procentueel per televisieprogrammakanaal en voor de publieke landelijke media-instellingen als geheel, met uitzondering van de themakanalen, over de volgende onderwerpen: a. totale duur van het programma-aanbod; b. artikel 6, eerste lid de voor berekening in aanmerking te nemen duur van het programma-aanbod, als bedoeld in; c. het percentage Europese producties; d. het percentage Europese onafhankelijke producties; e. het percentage recente producties; f. het percentage oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige producties; g. het percentage ondertiteling; h. in opdracht geproduceerde producties bij Nederlandse onafhankelijke producenten; i. coproducties met Nederlandse onafhankelijke producenten; j. aankoop Europees onafhankelijk product, waarbij de producent is gevestigd buiten Nederland; k. coproducties met Europese onafhankelijke producenten gevestigd buiten Nederland; l. eigen producties; m. overige producties; n. herhalingen; o. een statistisch overzicht van de mate waarin door de verschillende televisieprogrammakanalen aan de verplichtingen is voldaan; p. per verzorgde productie moet in ieder geval worden aangegeven of (1) artikel 9 de productie meetelt voor de berekening van de in aanmerking te nemen duur van het programma-aanbod als bedoeld invan deze regeling, (2) taal, (3) land van herkomst, (4) productiejaar, (5) naam van de producent, (6) indien het een oorspronkelijk Nederlandstalig productie betreft of de productie is ondertiteld, en (7) indien het een oorspronkelijk Nederlandstalig productie betreft die niet is ondertiteld of de productie in het bijzonder bestemd is voor kinderen jonger dan acht jaar. 2013 8841 03-04-2013 2013 8841 03-04-2013 05-04-2013
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 17 tweede tot en met vijfde lid De verslagen bedoeld in, bevatten gegevens op basis van een steekproef van een week, per kwartaal voor elk rapportagejaar. 2 artikel 17, tweede tot en met vijfde lid In de verslagen bedoeld in, van deze regeling wordt per verspreide productie aangegeven: a. datum en tijdstip van verspreiding; b. naam van de productie; c. duur van de productie; d. artikel 6 of de productie meetelt voor de berekening van de in aanmerking te nemen duur van het programma-aanbod als bedoeld invan deze regeling; e. of het een Europese productie betreft; f. land van herkomst; g. of het een onafhankelijke Europese productie betreft; h. naam van de producent; i. naam van de distributeur; j. of het een recente Europese productie betreft; k. productiejaar; l. of het een oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige productie betreft; m. of de productie is voorzien van een voice-over, dan wel Nederlands is ingesproken; n. indien het een oorspronkelijk Nederlandstalige productie betreft of deze is ondertiteld. o. indien het een oorspronkelijk Nederlandstalige productie betreft die niet is ondertiteld of de productie in het bijzonder bestemd is voor kinderen jonger dan 8 jaar. 3 De media-instellingen rapporteren op de door het Commissariaat voorgeschreven wijze. 4 Het Commissariaat kan een media-instelling toestaan op andere wijze dan genoemd in het tweede lid te rapporteren. 5 Het Commissariaat bepaalt welke weken dienen als steekproef als bedoeld in het eerste lid van dit artikel. Het Commissariaat deelt dit in de loop van het desbetreffende kalenderjaar mee. 6 Het tweede lid, onder n en o is niet van toepassing op de regionale publieke media-instellingen en niet op commerciële media-instellingen met televisieprogrammakanalen met een technisch bereik kleiner dan 75% van de Nederlandse huishoudens. 2013 8841 03-04-2013 2013 8841 03-04-2013 05-04-2013
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2008. 2 De regeling van 1 december 2006 wordt ingetrokken. 3 Deze regeling wordt aangehaald als Beleidsregels programmaquota. 4 Deze regeling wordt bekendgemaakt door kennisgeving ervan in de Staatscourant en op de internetsite van het Commissariaat voor de Media (www.cvdm.nl). 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 2007 249 24-12-2007 18-12-2007 01-01-2008