Regeling van het Commissariaat voor de Media van 10 april 2009, houdende beleidsregels omtrent nevenactiviteiten publieke media-instellingen (beleidsregels nevenactiviteiten 2009)
- BWB-id
- BWBR0025784
- Type
- zbo
- Ministerie
- Commissariaat voor de Media
- Geldigheid
- 2009-05-01 t/m 2015-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0025784
- ELI
- /eli/nl/zbo/2009/beleidsregels-nevenactiviteiten-2009
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/2009/beleidsregels-nevenactiviteiten-2009/2009-05-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0025784&g=2009-05-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0025784&z=2026-06-06&g=2009-05-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0025784/2009-05-01
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/2009/beleidsregels-nevenactiviteiten-2009
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 bijlage 1 De Beleidsregels vastgesteld in deze regeling hebben betrekking op de wettelijke voorschriften die zijn opgenomen inbij deze regeling. 2009 81 29-04-2009 2009 81 29-04-2009 01-05-2009
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 In deze regeling wordt verstaan onder: a. wet: Mediawet 2008 de; b. Commissariaat: het Commissariaat voor de Media; c. nevenactiviteiten: artikel 2.132, tweede lid, van de wet activiteiten als bedoeld in; d. deelneming: artikel 24c, lid 1, boek 2 BW een deelneming als bedoeld in; e. netto omzet: artikel 377, lid 6, boek 2 BW netto omzet als bedoeld in; f. NMa: Nederlandse Mededingingsautoriteit. 2009 81 29-04-2009 2009 81 29-04-2009 01-05-2009
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Een nevenactiviteit ‘houdt verband met’ of ‘staat ten dienste van’ de verwezenlijking van de publieke media-opdracht indien: a. er sprake is van het verkopen van een vastlegging; of b. er sprake is van gebruik van of het in licentie geven van een naam of (beeld)merk van een publieke media-instelling ten behoeve van een product bij het media-aanbod; of c. de betrokkenheid van gebruikers bij het media-aanbod of de publieke media-instelling met de nevenactiviteit wordt vergroot; of d. de innovatie van het media-aanbod met de nevenactiviteit wordt bevorderd. 2 De activiteit als bedoeld in het eerste lid, onder c en d, van dit artikel moet aantoonbaar inhoudelijk aansluiten bij het media-aanbod of de publieke media-instelling. 2009 81 29-04-2009 2009 81 29-04-2009 01-05-2009
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3 Een nevenactiviteit staat indien voldaan wordt aan de voorwaarden van het tweede lid, naast datgene bedoeld invan deze regeling, op andere wijze ten dienste van de verwezenlijking van de publieke media-opdracht indien er sprake is van: a. een deelneming dan wel b. verhuur van personeel of middelen: op voorwaarde dat dit personeel of deze middelen niet zijn verworven met het oogmerk om te verhuren en een beperkte omvang hebben; 2 De activiteit als bedoeld in het eerste lid, onder a van dit artikel wordt uitsluitend geacht ten dienste te staan van de verwezenlijking van de publieke media-opdracht indien: a. het een deelneming betreft in een bedrijf dat een aantoonbare relatie heeft met omroepactiviteiten; b. minimaal 50% van de netto omzet van het bedrijf waarin wordt deelgenomen wordt gegenereerd door activiteiten ten behoeve van de verwezenlijking van de publieke media-opdracht en maximaal 20% van de netto omzet van het bedrijf waarin wordt deelgenomen wordt gegenereerd door activiteiten ten behoeve van het media-aanbod van commerciële media-instellingen; en c. er sprake is van een proportionele verhouding tussen de financiële middelen die door de publieke media-instellingen gezamenlijk worden ingebracht in het bedrijf waarin wordt deelgenomen en de netto omzet van dat bedrijf die door activiteiten ten behoeve van de verwezenlijking van de publieke media-opdracht wordt gerealiseerd. 2009 81 29-04-2009 2009 81 29-04-2009 01-05-2009
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Bij de beoordeling of bij het in licentie geven van auteurs- of merkrechten wordt voldaan aan de eis dat de nevenactiviteit verband houdt met of ten dienste staat van de verwezenlijking van de publieke media-opdracht, wordt het product of dienst van een derde met betrekking waartoe de publieke media-instelling een merk of auteursrecht in licentie geeft, mede betrokken. 2 artikel 3, eerste lid, onder b Het eerste lid is niet van toepassing op activiteiten bedoeld in, van deze regeling. 2009 81 29-04-2009 2009 81 29-04-2009 01-05-2009
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Een nevenactiviteit ‘houdt geen verband met’ of ‘staat niet ten dienste van’ de verwezenlijking van de publieke media-opdracht indien zij deze publieke media-opdracht op andere wijze schaadt of kan schaden. 2 artikel 2.133 van de wet Het eerste lid is niet van toepassing op de activiteiten als bedoeld in. 2009 81 29-04-2009 2009 81 29-04-2009 01-05-2009
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 2.132, derde lid, van de wet Bij de beoordeling of de nevenactiviteit op marktconforme wijze wordt verricht, als bedoeld in, wordt in ieder geval betrokken: a. de verkoopprijs van de nevenactiviteit; b. de kostprijs van de nevenactiviteit; c. de markt die met de nevenactiviteit wordt betreden; d. het gebruik van marktgegevens ten behoeve van de nevenactiviteit waarover de publieke media-instelling uit hoofde van haar taakstelling beschikt, waaronder het ledenbestand; 2 Het Commissariaat kan bij zijn oordeel over marktconformiteit ook het gebruik van het imago van de publieke media-instelling betrekken. 3 Indien er sprake is van het in licentie geven van een merk ten behoeve van een product of dienst bij het media-aanbod kan tevens de verkoopprijs van het product waarvoor een merk in licentie wordt gegeven bij zijn oordeel worden betrokken. 2009 81 29-04-2009 2009 81 29-04-2009 01-05-2009
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Het Commissariaat bepaalt om te beoordelen of de nevenactiviteit op marktconforme wijze wordt verricht, mede op grond van de door de publieke media-instelling verstrekte gegevens, de relevante markt. 2 Het Commissariaat baseert zich bij het bepalen van de relevante markt op de uitgangspunten en benadering van de NMa. 2009 81 29-04-2009 2009 81 29-04-2009 01-05-2009
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 In die gevallen dat het Commissariaat naar aanleiding van de in kaart gebrachte relevante markt constateert dat er geen sprake is van andere aanbieders van dezelfde of vergelijkbare goederen of diensten, dan wordt de nevenactiviteit geacht marktconform te worden verricht. 2 Indien een derde zich bij het Commissariaat meldt als andere aanbieder van dezelfde of vergelijkbare goederen of diensten nadat op grond van het eerste lid van dit artikel de nevenactiviteit geacht wordt marktconform te worden verricht kan de nevenactiviteit op dit onderdeel opnieuw worden beoordeeld. 3 In die gevallen waarin het Commissariaat van oordeel is dat de activiteit vanwege zijn aard en omvang een gering belang vertegenwoordigt, wordt niet beoordeeld of de nevenactiviteit op marktconforme wijze wordt verricht, tenzij derden bij het nalaten van deze toets daarom door middel van een handhavingsverzoek vragen. 2009 81 29-04-2009 2009 81 29-04-2009 01-05-2009
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Het Commissariaat betrekt bij de beoordeling van marktconformiteit de NMa bij aangelegenheden van wederzijds belang. 2009 81 29-04-2009 2009 81 29-04-2009 01-05-2009
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 2.132, derde lid, van de wet Nevenactiviteiten zijn niet ‘kostendekkend’, als bedoeld inindien zij direct of indirect worden bekostigd uit of anderszins ten laste komen van de publieke omroepmiddelen. 2009 81 29-04-2009 2009 81 29-04-2009 01-05-2009
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 11 In afwijking vanvan deze regeling wordt de nevenactiviteit ten minste als ‘kostendekkend’ aangemerkt indien a. een negatief resultaat van een bestaande nevenactiviteit, bij wijze van uitzondering, wordt gecompenseerd met de positieve financiële resultaten van één of meer andere nevenactiviteiten in het desbetreffende boekjaar; dan wel b. aanloopverliezen bij de exploitatie van een nieuwe nevenactiviteit gedurende een periode van maximaal drie boekjaren gesaldeerd worden met de positieve financiële resultaten van één of meer andere nevenactiviteiten, onder de voorwaarde dat de publieke media-instelling bij nieuw te ondernemen nevenactiviteiten door middel van prognoses en een toelichting daarbij aannemelijk maakt dat deze activiteit binnen drie jaar kostendekkend is. 2009 81 29-04-2009 2009 81 29-04-2009 01-05-2009
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 2.132, tweede lid, van de wet Een publieke media-instelling dient een verzoek om toestemming voor het verrichten van een nevenactiviteit als bedoeld inop de door het Commissariaat voorgeschreven wijze in. 2 Het verzoek als bedoeld in het eerste lid dient uiterlijk 8 weken voor de geplande aanvang van de nevenactiviteit te worden ingediend. 3 Het Commissariaat neemt een verzoek als bedoeld in het eerste lid alleen in behandeling indien de publieke media-instelling gebruik maakt van de door het Commissariaat hiertoe opgestelde vragenlijst en deze vragenlijst op de juiste wijze is ingevuld. 4 artikel 3 Desgevraagd verstrekt de publieke media-instelling het Commissariaat een exemplaar van een door deze media-instelling, overeenkomstigvan deze regeling, verrichte nevenactiviteit. 5 artikel 2.132 van de wet De toestemming voor het verrichten van een nevenactiviteit wordt ingetrokken indien de nevenactiviteit niet langer voldoet aan. 6 Publieke media-instellingen melden binnen 3 maanden na beëindiging van de nevenactiviteit aan het Commissariaat dat met de activiteit is gestopt. 2009 81 29-04-2009 2009 81 29-04-2009 01-05-2009
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Het Commissariaat houdt een register nevenactiviteiten bij waarin elke aangemelde nevenactiviteit wordt opgenomen. 2009 81 29-04-2009 2009 81 29-04-2009 01-05-2009
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 In het register wordt vermeld: de betrokken publieke media-instelling, een korte omschrijving van de nevenactiviteit, de ingangsdatum en het besluit van het Commissariaat. 2 Indien een nevenactiviteit niet langer wordt verricht blijft deze gedurende 6 maanden na beëindiging van de activiteit opgenomen in het register. 3 Nevenactiviteiten waarvoor geen toestemming is verleend blijven gedurende 6 maanden na datum van het besluit van het Commissariaat in het register opgenomen. 2009 81 29-04-2009 2009 81 29-04-2009 01-05-2009
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Het Register Nevenactiviteiten is openbaar. 2009 81 29-04-2009 2009 81 29-04-2009 01-05-2009
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 mei 2009. 2 regeling van 5 juni 2007 houdende beleidsregels omtrent nevenactiviteiten publieke omroepen Deis hierbij ingetrokken. 3 Deze regeling wordt aangehaald als Beleidsregels nevenactiviteiten 2009. 4 Deze regeling wordt bekendgemaakt door kennisgeving ervan in de Staatscourant en op de internetsite van het Commissariaat voor de Media (www.cvdm.nl). 2009 81 29-04-2009 2009 81 29-04-2009 01-05-2009