Reglement Participatiefonds voor de Expertisecentra voor het schooljaar 2010–2011
- BWB-id
- BWBR0027683
- Type
- zbo
- Ministerie
- Stichting Participatiefonds voor het Onderwijs
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2011-02-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0027683
- ELI
- /eli/nl/zbo/2010/reglement-participatiefonds-voor-de-expertisecentra-voor-het
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/2010/reglement-participatiefonds-voor-de-expertisecentra-voor-het/2011-02-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0027683&g=2011-02-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0027683&z=2026-06-06&g=2011-02-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0027683/2011-02-01
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/2010/reglement-participatiefonds-voor-de-expertisecentra-voor-het
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen 1 Afvloeiingsvolgorde: de volgorde waarin personeel voor afvloeiing in aanmerking komt. Hierin is tevens het eindigen van dienstverbanden van rechtswege betrokken. Hoofdregel is dat eerst al het tijdelijk aangestelde personeel dient te zijn afgevloeid voordat vast personeel kan worden ontslagen. 2 Andere gronden: gronden welke niet genoemd zijn in enig ander lid van artikel 9 van het reglement en welke in ieder geval buiten de risicosfeer van het bevoegd gezag vallen. 3 Andere ontslagen: de omvang in netto-loonkosten op jaarbasis van beëindigde of geëindigde dienstverbanden uitgezonderd het natuurlijk verloop, einde vervangingsbetrekking en het ontslag of de ontslagen waar de ontslagmelding betrekking op heeft. 4 Benoeming in reguliere betrekking: een (her)benoeming in een betrekking niet zijnde een vervangingsbetrekking. 5 Bestuursvoorschriften: de bestuursvoorschriften en bijlagen zoals die door het bestuur zijn vastgesteld ter bevordering van een correcte toepassing van het reglement Participatiefonds. 6 Bevoegd gezag: artikel 1 WEC artikel 69 WEC het bevoegd gezag als bedoeld in, respectievelijk het bevoegd gezag van de rechtspersoon als bedoeld in, tenzij het bevoegd gezag door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, op grond van bezwaren van godsdienstige of levensbeschouwelijke aard is uitgezonderd van aansluiting bij de Stichting Participatiefonds voor het Onderwijs. 7 CAO-PO: de collectieve arbeidsovereenkomst voor het primair onderwijs zoals die tussen de werkgeversvereniging Primair Onderwijs (WvPO) en de organisaties van werknemers in het onderwijs voor de periode 1 januari 2009 tot 1 januari 2010 is overeengekomen en welke ook in 2010 van kracht blijft. 8 Centrale diensten: artikel 69 WEC diensten zoals bedoeld in. 9 Contractactiviteiten: activiteiten waarvoor een prijs bij derden in rekening wordt gebracht. 10 Detachering: de situatie dat onderwijspersoneel op eigen verzoek of met zijn instemming voor bepaalde tijd wordt belast met werkzaamheden bij een ander bevoegd gezag of buiten het onderwijs. 11 Eigen beleid: in het reglement Participatiefonds zijn gronden genoemd voor onvermijdbaar ontslag. Indien de reden voor het ontslag anders is dan genoemd in enig artikel of lid van het reglement, is er sprake van eigen beleid. 12 Eigen middelen: eigen middelen zijn middelen welke niet zijn begrepen in of onttrokken aan de beschikbare formatie in het huidige schooljaar. 13 Formatiebudget: artikel 117 120 WEC de formatie in geld zoals bedoeld inenmet inbegrip van de bijzondere bekostiging toegekend op grond van samenvoeging van scholen in het primair onderwijs, het overgedragen gekregen geld voor formatie, de aanvullende formatie in geld toegekend door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de gerealiseerde/verwachte aanvullende formatie/contractactiviteiten in geld van derden. 14 Formulier: het bevoegd gezag kan bij het doen van een melding in het kader van de instroomtoets gebruik maken van het formulier ‘Aanvraag vergoeding kosten werkloosheid’. 15 In- en doorstroombanen: banen voor personeel dat destijds is aangetrokken voor het verrichten van werkzaamheden door gebruik te maken van de regeling ‘In- en doorstroombanen voor langdurig werklozen’. 16 Instroomtoets: de toetsing van een door het bevoegd gezag bij het Participatiefonds ingediend vergoedingsverzoek. 17 Kwalitatieve fricties (het oplossen van): het vrijmaken van formatieruimte ten behoeve van personeel met andere voor het onderwijs noodzakelijke kwaliteiten. 18 Leraar in opleiding: de functie als bedoeld in artikel 3.22 tot en met 3.26 en artikel 4.21 tot en met 4.25 van de CAO-PO. 19 Materiële instandhouding: Afdeling 4 van de WEC de vergoeding zoals genoemd in. 20 Melding: WW het schriftelijk bij het Participatiefonds melden van een (voorgenomen) ontslag waarvoor een uitkeringsaanvraag op grond van het BWOO dan wel deen de bovenwettelijke regeling bij UWV is, dan wel kan worden ingediend. Ingetrokken melding: de ontslagmelding die is gedaan, wordt ingetrokken door het bevoegd gezag. 21 Natuurlijk verloop: WW de omvang in netto-loonkosten op jaarbasis van het eindigen of beëindigen van dienstverbanden zonder dat daar een uitkering op volgt welke op grond van het BWOO dan wel deen de bovenwettelijke regeling door UWV wordt uitbetaald. Een en ander uitgezonderd einde vervangingsbetrekking. 22 Netto-loonkosten: het betreft hier de bruto loonkosten minus de eventuele brutokortingen vermeerderd met de werkgeverslasten. 23 OALT: Afdeling 10 van de WEC Onderwijs in Allochtone Levende Talen zoals bedoeld in de voormalige(die kwam te vervallen per 1 augustus 2004). 24 Onderwijsassistent in opleiding: de functie als bedoeld in artikel 3.27 en 4.26 CAO-PO. 25 Onderwijspersoneel: artikel 17c, derde lid, WPO Directieleden, leraren en onderwijsondersteunend personeel in dienstbetrekking bij het bevoegd gezag als hierboven bedoeld en leden van het bestuur van die scholen die zijn benoemd door een raad van toezicht als bedoeld in, voor zover die leden mede zijn benoemd op basis van een arbeidsovereenkomst of een akte van aanstelling. 26 Ontslag: beëindiging van een dienstverband voor onbepaalde tijd. Het eindigen of de beëindiging van een dienstverband voor bepaalde tijd, of een tijdelijke uitbreiding van een (vast) dienstverband, wordt ongeacht de reden met ontslag gelijkgesteld. Voor de toepassing van dit Reglement wordt met ontslag niet gelijkgesteld: artikel 3, derde lid In beide situaties behoeft geen melding bij het Participatiefonds te worden gedaan. Indien er echter sprake is van een rappel als bedoeld in, wordt ook het einde van een vervangingsbetrekking waaraan geen reguliere aanstelling vooraf is gegaan, en een ontslag op eigen verzoek van betrokkene, met ontslag gelijk gesteld en dient melding bij het Participatiefonds plaats te vinden. a. het eindigen van een vervangingsbetrekking waaraan geen reguliere aanstelling vooraf is gegaan; b. het ontslag op eigen verzoek van betrokkene. Ingetrokken ontslag: het voorgenomen ontslag dat niet geëffectueerd wordt, dan wel de herbenoeming bij hetzelfde bevoegd gezag van een tijdelijk personeelslid, waarbij de omvang van de nieuwe aanstelling groter of gelijk is aan de oude aanstelling en geen vervangingsbetrekking betreft. Uitgesteld ontslag: een ontslag waarvan het vergoedingsverzoek op een bepaalde datum op grond van formatieve ontwikkelingen (de daling) kan worden toegewezen maar waarvan de ingangsdatum is uitgesteld omdat het bevoegd gezag het betreffende personeelslid op basis van andere middelen dan die begrepen zijn onder normatieve formatie, aanvullende formatie en de opbrengst van de contractactiviteiten, in dienst houdt. Ontslagdatum: de datum van het einde van het dienstverband. 27 Outplacement: Bij outplacement in de zin van het Reglement dient er sprake te zijn van een planmatige begeleiding door een derde van een met ontslag bedreigde werknemer bij het verwerven van een reguliere betrekking elders, waarbij een brede oriëntatie op de arbeidsmarkt en een wezenlijke financiële inspanning van de werkgever kenmerkend zijn (zie de uitspraak van de Raad van State van 9 mei 2007, zaaknummer 200606432/1). 28 Participatiefonds: artikel 170, eerste lid van de WEC de rechtspersoon als bedoeld in. 29 Projectformatie: additionele gelden als bedoeld in de artikelen 3.4 en 4.4 beiden aanhef en onder d van de CAO-PO. 30 Samenwerkingsverband: een bestuurlijke krachtenbundeling tussen zelfstandige bevoegde gezagsorganen zoals bedoeld in de beleidsregel van OC en W van 4 april 1997, kenmerk PO/PJ-97008394, Uitleg nummer 11, 16 april 1997 en 12 april 2002, kenmerk PO/KB-2002/14416, Uitleg nummer 11, 24 april 2002. 31 Schooljaar: een schooljaar loopt van 1 augustus tot en met 31 juli van het opvolgende kalenderjaar. 32 Schoolsoort: WEC het speciaal onderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs en het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de. 33 Schoonmaakpersoneel: personeel waarvan in de functieomschrijving is opgenomen het schoonmaken en schoonhouden van de binnenzijde van het schoolgebouw en waarvoor de bekostiging is genormeerd in de materiële vergoeding. 34 Uitvoeringsorganisatie Participatiefonds: door het bestuur van het Participatiefonds aangewezen organisatie voor de uitvoering van de instroomtoets. 35 Vergoedingsverzoek: artikel 132, derde lid van de WEC WW een door het bevoegd gezag ingediend verzoek – middels de melding van een ontslag – op grond vanstrekkende tot het voor rekening van het Participatiefonds nemen van de kosten van werkloosheidsuitkeringen en suppletieregelingen op grond van het BWOO dan wel deen de bovenwettelijke regeling, van een (voorgenomen) ontslag. 36 Vervanging (vervangingsbetrekking): een aanstelling van een personeelslid ter vervanging, niet zijnde bij detachering, waarbij het betreft vervanging bij de in de toelichting limitatief opgesomde vormen van afwezigheid. 37 Wetten: BZA: Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair onderwijs , BZA (Stb. 1995, 703). WEC: Wet op de Expertisecentra (Stb. 1998, 469). BWOO: Besluit Werkloosheid onderwijs en onderzoekspersoneel (Stb. 1994, 100). BBWO: Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs (Stb. 2001, 61). WW en de bovenwettelijke regeling: Werkloosheidswet Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen De(Stb. 1986, 566) en de bovenwettelijke regeling als bedoeld in de(Stb. 1997, 768). De bovenwettelijke regeling vangt de vermindering van de uitkeringsaanspraken op als gevolg van de invoering van de WW voor het onderwijs. 38 Zij-instromers: artikel 162e WEC onbevoegden met een geschiktheidsverklaring als bedoeld in. 2010 19059 01-12-2010 2010 19059 01-12-2010 02-12-2010 01-08-2010
Artikel 2#
artikel 1
Artikel 9#
artikel 9, lid h
Artikel 7#
artikelen 7 tot en met 11
Artikel 1#
artikel 1.13
Artikel 2 — Artikel 2 Verplichting tot betaling van premie#
Artikel 2 Verplichting tot betaling van premie Ziektewet Het bevoegd gezag is verplicht, op de wijze zoals bepaald in de bestuursvoorschriften, een door het Participatiefonds te bepalen bijdrage te voldoen in verband met de kosten voor werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de. 2010 7952 28-05-2010 2010 7952 28-05-2010 01-02-2010 Datum inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 2#
artikel 2
Artikel 3 — Artikel 3 Het vergoedingsverzoek#
Artikel 3 Het vergoedingsverzoek 3.1 Vergoedingsverzoek Ziektewet artikel 132, derde lid van de WEC De kosten van werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de, worden conformdoor het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in mindering gebracht op de door het bevoegd gezag verkregen vergoeding van de uitgaven voor het personeel, tenzij het Participatiefonds instemt met het verzoek de uitkeringskosten ten laste van dit fonds te laten komen. Dit vergoedingsverzoek wordt aan de hand van een door het bevoegd gezag ingediende melding beoordeeld. 3.2 Melden Van elk ontslag per of na 1 augustus 2010 wordt bij de Uitvoeringsorganisatie Participatiefonds melding gedaan. De melding wordt in ieder geval gedaan binnen 4 weken na de datum van beëindiging van het dienstverband. De beoordeling van het vergoedingsverzoek geschiedt door middel van een toetsing van deze melding. 3.3 Rappel Indien de melding het Participatiefonds niet heeft bereikt, rappelleert deze het bevoegd gezag éénmaal. Dit rappel geschiedt op basis van een periodieke vergelijking van de door UWV toegekende uitkeringen en de bij het Participatiefonds gemelde ontslagen. 3.3.1 Fatale termijn Als de melding niet binnen 6 weken na het rappel door het Participatiefonds wordt ontvangen, kan er geen vergoedingsverzoek meer worden ingediend. artikel 132, derde lid van de WEC Deze termijn van 6 weken is een fatale termijn. Indien de melding buiten deze termijn wordt ontvangen, wordt deze niet in behandeling genomen en blijven de uitkeringskosten welke voortvloeien uit het ontslag op basis vandus voor rekening van het bevoegd gezag. De fatale termijn blijft buiten toepassing: a. Indien het gaat om het eindigen van een vervangingsbetrekking waaraan geen reguliere aanstelling vooraf is gegaan. Het bevoegd gezag toont in die gevallen door middel van het overleggen van een akte van aanstelling danwel een akte van benoeming aan dat er daadwerkelijk sprake is van de beëindiging van een vervangingsbetrekking. b. artikel 9i Indien het gaat om een ontslag op eigen verzoek van betrokkene. Het bevoegd gezag toont aan dat voldaan is aan het bepaalde in. c. Indien de termijnoverschrijding niet aan het bevoegd gezag is toe te rekenen. 3.4 Onderbouwing Het vergoedingsverzoek wordt door het bevoegd gezag in ieder geval onderbouwd op de punten waar het reglement dit vereist. 3.4.1 Wanneer het vergoedingsverzoek niet compleet is, wordt het bevoegd gezag verzocht binnen 6 weken na dagtekening van de kennisgeving omtrent de onvolledigheid de opgave te completeren. Als het vergoedingsverzoek niet binnen 6 weken geheel gecompleteerd is, wordt het vergoedingsverzoek getoetst op basis van de gegevens welke bij het Participatiefonds aanwezig zijn, tenzij de termijnoverschrijding niet aan het bevoegd gezag is toe te rekenen. 3.4.2 Een vergoedingsverzoek zonder enige onderbouwing van de reden van ontslag wordt niet in behandeling genomen. 3.5 Beslistermijn Zonder tegenbericht wordt binnen 8 weken nadat de melding door het Participatiefonds is ontvangen een beschikking gegeven. In het geval waarbij het Participatiefonds om aanvullende informatie heeft verzocht, wordt binnen 8 weken na het ontvangen van de aanvullende gegevens een beschikking gegeven. 2010 7952 28-05-2010 2010 7952 28-05-2010 01-02-2010 Datum inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 4 — Artikel 4 Toetsing#
Artikel 4 Toetsing 4.1 Voorkomen werkloosheid Op het bevoegd gezag rust de verplichting in redelijkheid datgene te doen wat van het bevoegd gezag verwacht mag worden ter voorkoming van werkloosheid, respectievelijk om instroom in een werkloosheidsuitkering van betrokkene te voorkomen. 4.2 Trapsgewijze toetsing De toetsing vindt trapsgewijs plaats. Eerst wordt de onvermijdbaarheid van het ontslag op grond van de door het bevoegd gezag aangegeven reden getoetst en vervolgens wordt de inspanning van het bevoegd gezag beoordeeld. 4.3 Onvermijdbaarheid ontslag artikelen7 tot en met 11 Een ontslag dient gemeld te worden op basis van een van de gronden genoemd in de. In deze artikelen is per ontslaggrond aangegeven hoe het bevoegd gezag de onvermijdbaarheid van het ontslag aantoont. 4.4 Inspanningsverplichting artikel 4.1 Bij elke melding wordt beoordeeld of aan het ingestelde is voldaan. Indien blijkt dat onvoldoende uitvoering is gegeven aan de activiteiten genoemd in het artikel dat op het ontslag van toepassing is, wordt het vergoedingsverzoek afgewezen. artikelen 7 tot en met 11 Het bevoegd gezag heeft tal van mogelijkheden en instrumenten van personeelsbeleid die gericht zijn op het voorkomen van een beroep op een werkloosheidsregeling. Omdat niet voor iedere soort ontslag eenzelfde inspanning kan worden verwacht, is bij iedere ontslaggrond zoals gesteld in de, aangegeven aan welke eisen het bevoegd gezag dient te voldoen. De inspanningsverplichting is door het Participatiefonds in de volgende categorieën ondergebracht: De betreffende categorieën en een aantal van de activiteiten zijn opgenomen in de toelichting en in het formulier ‘Opgave medewerker’. Het bevoegd gezag informeert het Participatiefonds schriftelijk op welke wijze aan de inspanningsverplichting is voldaan. Activiteiten in het kader van de inspanningsverplichting worden uitsluitend in de beoordeling van een vergoedingsverzoek meegenomen indien deze activiteiten hebben plaatsgevonden voorafgaand aan de datum van ontslag. Categorie I functionerings- en beoordelingsgesprekken Categorie II vormen van begeleiding Categorie III hulp bij behoud van werk, intern Categorie IV hulp bij behoud van werk, extern 1 overzicht met data van functionerings- en beoordelingsgesprekken, lesbezoeken en begeleidingsgesprekken, die hebben plaatsgevonden in de periode van een jaar voorafgaand aan de ontslagdatum; 2 overzicht met data van re-integratiegesprekken. 1 interne begeleiding door de leiding van de school; of 2 externe begeleiding door onderwijsbegeleidingsdienst, pedagogisch centrum, particulier instituut. 1 intern een andere passende functie aanbieden; of 2 scholing, gericht op herplaatsing binnen het bevoegd gezag. A (bij ontslag uit een vast dienstverband) 1 extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en 2 (vervallen) 3 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 4 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie). B (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband) 1 (vervallen) 2 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 3 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie). 4.4.1 Schriftelijk bewijs Bij de categorieën I, II, III en IV wordt in alle gevallen schriftelijk bewijs gevraagd. Als bewijsstuk wordt geaccepteerd een overzicht van de data waarop functionerings- en beoordelingsgesprekken hebben plaatsgevonden, dan wel een overzicht van de data waarop re-integratiegesprekken hebben plaatsgevonden. Het overzicht wordt door betrokkene schriftelijk bevestigd. Hiermee verklaart betrokkene dat de gesprekken hebben plaatsgevonden. Als bewijsstuk wordt geaccepteerd een overzicht van de data waarop de voortgang van de begeleiding is besproken. Het overzicht wordt door betrokkene schriftelijk bevestigd. Hiermee verklaart betrokkene dat de gesprekken hebben plaatsgevonden. Als bewijsstuk wordt geaccepteerd een overzicht van de data waarop één of meer van de in de toelichting genoemde voorbeelden van activiteiten hebben plaatsgevonden. Het overzicht wordt door betrokkene schriftelijk bevestigd. Hiermee verklaart betrokkene dat de activiteiten hebben plaatsgevonden. Als bewijsstuk wordt onder andere geaccepteerd een afschrift van een brief waarmee het bevoegd gezag bij collega schoolbesturen informeert of er voor betrokkene een vacature voorhanden is, dan wel een afschrift van een gespreksverslag waaruit blijkt dat de dreigende werkloosheid van betrokkene aan de orde is gesteld in overlegsituaties met collega schoolbesturen. Indien gebruik wordt gemaakt van een mobiliteitscentrum of arbeidspool wordt als bewijsstuk geaccepteerd een afschrift van de inschrijving bij het mobiliteitscentrum of de arbeidspool. Als bewijsstuk wordt geaccepteerd een afschrift van een offerte of van een factuur waaruit blijkt dat het schoolbestuur betrokkene – voorafgaand aan zijn ontslag – middels het aanbieden, en bij acceptatie bekostigen van faciliteiten, in de gelegenheid heeft gesteld zijn positie op de arbeidsmarkt te verbeteren. Onder faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren wordt (niet limitatief) verstaan trainingen, cursussen of workshops ter verbetering zowel van het persoonlijk niveau (sollicitatietraining, presentatietraining, coachingsgesprekken, een competentie- en beroepskeuzetest) als van het kennisniveau (praktijkgerichte bij- of omscholingscursussen). Als bewijsstuk wordt geaccepteerd een afschrift van de brief aan betrokkene waarin het aanbod tot het inschakelen van een outplacementbureau wordt gedaan, in combinatie met een afschrift van een door een outplacementbureau uitgebrachte offerte. Op die wijze wordt de meeste zekerheid verkregen dat het inderdaad een reëel en substantieel aanbod van outplacement betreft. Categorie I Categorie II Categorie III Categorie IV A sub 1 Categorie IV A sub 3 en IV B sub 2 Categorie IV A sub 4 en IV B sub 3 4.4.2 Indien door het bevoegd gezag niet (volledig) aan de gevraagde inspanning kan worden voldaan, geeft het bevoegd gezag gemotiveerd aan wat daarvan de reden is. 4.5 Onredelijkheid of onvoldoende onderbouwing Het vergoedingsverzoek wordt afgewezen indien er sprake is van kennelijke onredelijkheid in het standpunt van het bevoegd gezag, onverminderd het gestelde in artikel 3. 4.6 Herplaatsing vanuit een centrale dienst artikel 4.4 Naast de ingenoemde activiteiten, onderzoekt het bestuur van een centrale dienst of er voor een met ontslag bedreigd personeelslid bij een van de aangesloten bevoegde gezagsorganen een vacature beschikbaar is, tenzij de aard van het ontslag zich hiertegen verzet. Indien blijkt dat er geen vacatures beschikbaar zijn, overlegt het bestuur van de centrale dienst een verklaring van alle aangesloten bevoegde gezagsorganen waaruit blijkt dat zij voor betrokkene geen plaatsingsmogelijkheden hebben. 2010 7952 28-05-2010 2010 7952 28-05-2010 01-02-2010 Datum inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 5 — Artikel 5 Personele bezetting#
Artikel 5 Personele bezetting 5.1 artikel 7 7A 7B 8 11 Het bevoegd gezag verstrekt bij de ontslagen per of na 1 augustus 2010 informatie over de personele bezetting, als het ontslag op grond van,,,ofgemeld wordt. 5.2 De te overleggen informatie onderbouwt de reden dat juist voor deze persoon (personen) het vergoedingsverzoek is ingediend, in de volgende situaties: 5.2.1 Beëindiging tijdelijk dienstverband op grond van de formatieve ontwikkelingen Het bevoegd gezag geeft aan of er een vacature beschikbaar is op de datum van ontslag. I artikel 7 7A 7B Als er geen vacature is, wordt het ontslag onderbouwd overeenkomstig,of. II artikel 7 7A 7B artikel 8 Als er wel een vacature is, wordt het ontslag onderbouwd overeenkomstig,of, wat betreft de formatieve ontwikkelingen, en overeenkomstigwat betreft de vacature en de reden dat betrokkene niet in deze vacature is benoemd. 5.2.2 Beëindiging tijdelijk dienstverband op grond van kwalitatieve fricties Het bevoegd gezag geeft aan of er een vacature beschikbaar is op de datum van ontslag. I artikel 8 I Als er geen vacature is, wordt het ontslag onderbouwd overeenkomstig. II artikel 8 II Als er wel een vacature is, wordt het ontslag onderbouwd overeenkomstig, waarbij ook het vakgebied van de vacature bij de onderbouwing wordt betrokken. 5.2.3 Beëindiging vast dienstverband op grond van de formatieve ontwikkelingen Het bevoegd gezag geeft aan of er op de datum van ontslag sprake is van: a. personeel in tijdelijke dienst dat gehandhaafd blijft; b. personeel in tijdelijke dienst dat in de periode tussen de ontslagaanzegging en de ontslagdatum in vaste dienst is benoemd; c. personeel in vaste of tijdelijke dienst dat in de periode tussen de ontslagaanzegging en de ontslagdatum een uitbreiding van de betrekking heeft gehad; d. personeel dat in de periode tussen de ontslagaanzegging en de ontslagdatum in vaste dienst is getreden en/of e een vacature op de datum van ontslag; I artikel 7 7A 7B Als van het gestelde onder a, b, c, d en e geen sprake is, wordt het ontslag onderbouwd overeenkomstig,of. II artikel 7 7A 7B artikel 8 Als van het gestelde onder a, b, c, d, of e één of meer keren sprake is, wordt het ontslag wat betreft de formatieve ontwikkelingen onderbouwd op grond van,of, en wat betreft de functie bedoeld in a t/m e wordt op grond vanonderbouwd waarom betrokkene niet in deze functie is benoemd. 5.2.4 Beëindiging vast dienstverband op grond van kwalitatieve fricties Het bevoegd gezag geeft aan of er op de datum van ontslag sprake is van: a. personeel in tijdelijke dienst dat gehandhaafd blijft, b. personeel in tijdelijke dienst dat in de periode tussen de ontslagaanzegging en de ontslagdatum in vaste dienst is benoemd, c. personeel in vaste of tijdelijke dienst dat in de periode tussen de ontslagaanzegging en de ontslagdatum een uitbreiding van de betrekking heeft gehad, d. personeel dat in de periode tussen de ontslagaanzegging en de ontslagdatum in vaste dienst is getreden en/of er sprake is van e een vacature op de datum van ontslag. I artikel 8 Als van het genoemde in a, b, c, d en e geen sprake is, wordt het ontslag onderbouwd overeenkomstig. II artikel 8 Als van het genoemde in a, b, c, d, of e één of meer keren sprake is, wordt het ontslag onderbouwd op grond van, waarbij tevens wordt aangegeven waarom betrokkene niet in de onder a t/m e bedoelde functie is benoemd. 5.3 Afvloeiingsvolgorde bij vast en tijdelijk dienstverband artikel 8 Het bevoegd gezag overlegt de onderlinge volgorde van ontslag als er sprake is van meerdere ontslagen die gemeld worden. Hierbij zijn voor personeel in vaste dienst de geldende regels t.a.v. de afvloeiingsvolgorde van kracht, en voor personeel uit tijdelijke dienst geldt dat het bevoegd gezag de volgorde vaststelt. Uitgangspunt hierbij is dat ontslag van personeel in vaste dienst, terwijl personeel in tijdelijke dienst gehandhaafd blijft, alleen mogelijk is indien er sprake is van kwalitatieve fricties zoals bedoeld in. In de overige gevallen dient eerst al het tijdelijk benoemde personeel af te vloeien voordat personeel in vaste dienst kan worden ontslagen. 2010 7952 28-05-2010 2010 7952 28-05-2010 01-02-2010 Datum inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 6 — Artikel 6 Toewijzen/afwijzen vergoedingsverzoek#
Artikel 6 Toewijzen/afwijzen vergoedingsverzoek 6.1 artikel 7 tot en met 11 artikel 4.4 Een vergoedingsverzoek kan alleen worden toegewezen indien het ontslag is verleend met inachtneming van het gestelde inen wanneer tevens is voldaan aan het gestelde in. 6.2 artikel 7 tot en met 11 Indien het ontslag is verleend op andere dan ingenoemde gronden is er sprake van eigen beleid. Als er sprake is van eigen beleid wordt het vergoedingsverzoek afgewezen. 6.3 artikel 4.4 Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen indien niet is voldaan aan het gestelde in. 2010 7952 28-05-2010 2010 7952 28-05-2010 01-02-2010 Datum inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 7 — Artikel 7 Ontslag wegens daling rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden bij ontslagbeleid#
Artikel 7 Ontslag wegens daling rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden bij ontslagbeleid 7.1 Ontslaggrond In het geval een werkgever de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO-PO hanteert, kan ontslag wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden een grond zijn voor de toewijzing van een vergoedingsverzoek. Ontslag wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden doet zich voor indien de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden inclusief andere ontslagen en natuurlijk verloop, minimaal gelijk zijn aan de omvang van het gemelde ontslag. Indien van een dergelijke daling sprake is, is ontslagruimte aanwezig. 7.2 Vergelijking van rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden Ter beoordeling van een in het eerste lid bedoelde ontslag wordt een vergelijking van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden gemaakt. In deze vergelijking wordt de totale rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden direct voorafgaand aan het ontslag vergeleken met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag. Het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt voor 65% in de vergelijking betrokken. Dit betekent dat bij de berekening van de rijksbekostiging wordt uitgegaan van 65% inzet van het budget voor de bekostiging van personeel. Het niveau van de vergelijking van de rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden is afhankelijk van één van de onderstaande situaties: 7.2.1 Vergelijking van rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden op bestuursniveau De vergelijking van de rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden wordt op bestuursniveau gemaakt, tenzij er sprake is van een in artikel 7.2.2 of 7.2.3 genoemde situatie. 7.2.2 Vergelijking van rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden op het niveau van het bkb-Samenwerkingsverband Het ontslag wordt getoetst op het niveau van het samenwerkingsverband indien er sprake is van een samenwerkingsverband in het kader van een bestuurlijke krachtenbundeling. In de vergelijking wordt de rijksbekostiging zoals is beschreven in artikel 7.2. op het niveau van het samenwerkingsverband vergeleken. 7.2.3 Vergelijking van rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden op het niveau van een centrale dienst Het ontslag wordt getoetst op het niveau van de centrale dienst indien er sprake is van ontslag van personeel dat werkzaam is bij een centrale dienst. In de vergelijking wordt de voor de centrale dienst beschikbare rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden vergeleken. 7.2.4 Vervallen 7.3 Uitgesteld ontslag Indien er sprake is van uitgesteld ontslag, wordt het ontslag getoetst op bestuursniveau over drie schooljaren. In de vergelijking wordt de rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden zoals beschreven in artikel 7.2 in de schooljaren 2008–2009 en 2009–2010 vergeleken. Daarna volgt een vergelijking van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden tot de datum van het ontslag ten opzichte van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag. De ontslagruimte per 1 augustus 2009 wordt opgeteld bij de ontslagruimte, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag. Tevens wordt bij de beoordeling bekeken of betrokkene op andere middelen dan begrepen in de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zoals is beschreven in artikel 7.2 in dienst is gehouden. 7.4 Natuurlijk verloop en andere ontslagen Ten gevolge van natuurlijk verloop en andere ontslagen komen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden beschikbaar. Om deze reden wordt de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode van zes maanden voorafgaand aan en per de datum van het gemelde ontslag in de vergelijking betrokken. Indien er sprake is van een daling in de beschikbare rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden wordt de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen op deze daling in mindering gebracht. In het geval dat er sprake is van een stijging in de beschikbare rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden wordt de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen bij deze stijging opgeteld. 7.4.1 Natuurlijk verloop en andere ontslagen bij uitgesteld ontslag In het geval van uitgesteld ontslag is de omvang van de andere ontslagen en het natuurlijk verloop vanaf 1 februari 2009 tot en met de datum van het gemelde ontslag onderdeel van de toetsing. 7.5 Vervallen 7.6 Benodigde gegevens Het bevoegd gezag verstrekt bij de melding van ontslagen wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden op het in artikel 7.2 aangegeven toetsingsniveau: een gespecificeerde opgave van de omvang van de (verwachte) aanvullende rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden over de perioden waarop de vergelijking betrekking heeft; a. een gespecificeerde opgave van de omvang in nettoloonkosten van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode van zes maanden voorafgaand aan en per de ontslagdatum; b. artikel 19, lid 2, onder b van de WPO een afschrift van de passage van het zorgplan als bedoeld inover de inzet van de bekostiging van de zorgvoorzieningen in de periode tot en per de datum van het ontslag; c. in geval van uitgesteld ontslag toont het bevoegd gezag tevens aan dat betrokkene op andere middelen dan begrepen in de rijksbekostiging van personeel zoals is beschreven in artikel 7.2 in dienst is gehouden; d. in geval van uitgesteld ontslag, een gespecificeerde opgave in nettoloonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop en andere ontslagen in de periode vanaf 1 februari 2009 tot aan de datum van het gemelde ontslag. 7.7 Toetsingsdatum Ontslag op grond van artikel 7 per of na de laatste schooldag van een schooljaar wordt getoetst als zijnde een ontslag per 1 augustus van het volgend schooljaar. Een ontslag op grond van artikel 7 per een andere datum voorafgaand aan de laatste schooldag van een schooljaar wordt per deze andere datum getoetst. 7.8 Inspanningsverplichting artikel 4 Bij een ontslag op grond van artikel 7 dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting,, categorie IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 7, stelt: Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband) Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband) 1. en extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); 2. (vervallen) 3. of aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; 4. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie). 1. (vervallen) 2. of aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; 3. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie). 2010 21263 29-12-2010 2010 21263 29-12-2010 30-12-2010 01-08-2010
Artikel 7A — Artikel 7A Ontslag wegens daling rijksbekostiging personeel bij werkgelegenheidsbeleid#
Artikel 7A Ontslag wegens daling rijksbekostiging personeel bij werkgelegenheidsbeleid 7A.1 Ontslaggrond Indien een werkgever de regeling werkgelegenheidsbeleid als bedoeld in artikel 10.2 en 10.3 van de CAO-PO hanteert en de werkgelegenheidsgarantie niet kan handhaven, kan ontslag wegens daling van de rijksbekostiging van personeel een grond zijn voor de toewijzing van een vergoedingsverzoek. Ontslag wegens daling van de rijksbekostiging van personeel doet zich voor indien de daling van de rijksbekostiging van personeel inclusief andere ontslagen en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. Indien van een dergelijke daling sprake is, is ontslagruimte aanwezig. De reden voor het ontslag is gelegen in het feit dat Ontslaggrond • zich op enig moment in het verleden een daling in de rijksbekostiging van personeel heeft voorgedaan; en • na de uitvoering van de maatregelen van de fasen 1 en 2 van het met de centrales in het DGO overeengekomen sociaal plan (een deel van) de omvang van het formatieve probleem als bedoeld in artikel 10.3 lid 3 onder a van de CAO-PO nog resteert. 7A.2 Onvermijdbaarheid ontslag Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat 1. zich op enig moment een daling in de rijksbekostiging van personeel heeft voorgedaan. Ter beoordeling van een in dit lid genoemd ontslag wordt met toepassing van de leden 3 en 4 van dit artikel een vergelijking gemaakt van de rijksbekostiging; en 2. omdat hij de werkgelegenheidsgarantie niet meer kon handhaven, hij DGO met de bonden heeft gevoerd en de maatregelen van het met de bonden overeengekomen sociaal plan heeft uitgevoerd. Het bevoegd gezag overlegt hiertoe het door de bonden getekende sociaal plan tezamen met documenten waaruit blijkt welke omvang van het formatieve probleem na uitvoering van het sociaal plan resteert. 7A.3 Vergelijking van rijksbekostiging personeel Ter beoordeling van een in het eerste lid bedoelde ontslag wordt een vergelijking van de rijksbekostiging gemaakt. In deze vergelijking wordt de totale rijksbekostiging van personeel, afhankelijk van de looptijd van het sociaal plan, direct voorafgaand aan het ontslag dan wel één of meer schooljaren voorafgaand aan het ontslag vergeleken met de totale rijksbekostiging van personeel per de datum van het ontslag. Het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt voor 65% in de formatievergelijking betrokken. Het niveau van de vergelijking van de rijksbekostiging personeel is afhankelijk van één van de onderstaande situaties: 7A.3.1 Vergelijking van rijksbekostiging personeel op bestuursniveau De vergelijking van de rijksbekostiging personeel wordt op bestuursniveau gemaakt, tenzij er sprake is van een in artikel 7A.3.2 of 7A.3.3 genoemde situatie. 7A.3.2 Vergelijking van rijksbekostiging personeel op het niveau van het Samenwerkingsverband Het ontslag wordt getoetst op het niveau van het samenwerkingsverband indien er sprake is van een samenwerkingsverband in het kader van een bestuurlijke krachtenbundeling. In de vergelijking wordt de rijksbekostiging zoals is beschreven in artikel 7A.3 op het niveau van het samenwerkingsverband vergeleken. 7A.3.3 Vergelijking van rijksbekostiging personeel op het niveau van een centrale dienst Het ontslag wordt getoetst op het niveau van de centrale dienst indien er sprake is van ontslag van personeel dat werkzaam is bij een centrale dienst. In de vergelijking wordt de voor de centrale dienst beschikbare rijksbekostiging vergeleken. 7A.4 Benodigde gegevens Het bevoegd gezag verstrekt bij de melding van ontslagen wegens daling van de rijksbekostiging van personeel op het in artikel 7A.2 aangegeven toetsingsniveau: a. een gespecificeerde opgave van de omvang van de (verwachte) aanvullende rijksbekostiging van personeel over de perioden waarop de vergelijking betrekking heeft; b. een gespecificeerde opgave van de omvang in nettoloonkosten van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode van zes maanden voorafgaand aan en per de ontslagdatum. 7A.5 Toetsingsdatum Ontslag op grond van artikel 7A per of na de laatste schooldag van een schooljaar wordt getoetst als zijnde een ontslag per 1 augustus van het volgend schooljaar. Een ontslag op grond van artikel 7A per een andere datum voorafgaand aan de laatste schooldag van een schooljaar wordt per deze andere datum getoetst. 7A.6 Inspanningsverplichting artikel 4 Bij een ontslag op grond van artikel 7A dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting,, categorie IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 7A, stelt Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband) Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband) 1. extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en 2. (vervallen) 3. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; 4. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie). 1. (vervallen) 2. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 3. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie). 2010 7952 28-05-2010 2010 7952 28-05-2010 01-02-2010 Datum inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 7B — Artikel 7B Ontslag wegens reorganisatie#
Artikel 7B Ontslag wegens reorganisatie 7B.1 Ontslaggrond Indien een werkgever wegens reorganisatie, waaronder begrepen noodzakelijke bezuinigingen anders dan wegens daling rijksbekostiging personeel wil ontslaan, kan zo’n ontslag een grond zijn voor de toewijzing van een vergoedingsverzoek. Indien de werkgever meerdere personeelsleden wil ontslaan, is denkbaar dat ontslagen deels het gevolg zijn van daling van de rijksbekostiging personeel. De reden voor het ontslag is gelegen in reorganisatie als bedoeld in artikel 13.2 lid 5 onder a van de CAO-PO. Ontslaggrond 7B.2 Onvermijdbaarheid ontslag Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat hij met de centrales in het DGO overleg heeft gevoerd over de rechtspositionele gevolgen van een reorganisatie als bedoeld in art. 13.2 lid 5 onder a van de CAO-PO en in dat kader een met de bonden overeengekomen sociaal plan heeft uitgevoerd. Het bevoegd gezag overlegt hiertoe het door de bonden getekende sociaal plan tezamen met documenten waaruit blijkt welke omvang van het formatieve probleem na uitvoering van het sociaal plan resteert. 7B.3 Toetsingsdatum artikel 7B Ontslag op grond vanper of na de laatste schooldag van een schooljaar wordt getoetst als zijnde een ontslag per 1 augustus van het volgend schooljaar. Een ontslag op grond van artikel 7B per een andere datum voorafgaand aan de laatste schooldag van een schooljaar wordt per deze andere datum getoetst. 7B.4 Inspanningsverplichting artikel 7B artikel 4 Bij een ontslag op grond vandient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting,, categorie IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 7B, stelt Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband) Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband) 1. extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en 2. (vervallen) 3. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; 4. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie). 1. (vervallen) 2. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 3. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie). 2010 7952 28-05-2010 2010 7952 28-05-2010 01-02-2010 Datum inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 8 — Artikel 8 Ontslag vanwege kwalitatieve fricties#
Artikel 8 Ontslag vanwege kwalitatieve fricties 8.1 Ontslaggrond Ontslag omdat het anders onmogelijk wordt om binnen het bevoegd gezag het gevraagde onderwijs te verzorgen of de verlangde taken uit te voeren kan een grond zijn voor toewijzing van een vergoedingsverzoek. Ontslag vanwege kwalitatieve fricties doet zich voor indien de bedoelde onmogelijkheid is onderbouwd en het natuurlijk verloop en andere ontslagen geen oplossing bieden. De kwalitatieve fricties mogen geen gevolg zijn van eigen beleid van het bevoegd gezag. 8.2 De kwalitatieve frictie die van toepassing is Ter beoordeling van een in het eerste lid bedoeld ontslag dient een onderbouwing te worden overgelegd. 8.2.1 Verschuivingen tussen onderwijzend personeel Ter beoordeling van een ontslag als gevolg van een veranderde vraag naar onderwijzend personeel, dient het bevoegd gezag onderbouwd inzicht te geven in de gewijzigde situatie (bij a t/m e kan worden volstaan met aantallen van die vakken waarop het ontslag betrekking heeft, en de vakken die hieraan via dubbele bevoegdheden van al het personeel gerelateerd zijn). Het bevoegd gezag overlegt hiertoe: a per vak de leerlingaantallen tot de datum van het ontslag; b per vak de leerlingaantallen vanaf de datum van het ontslag; c per vak het aantal gevraagde lesuren tot de datum van het ontslag; d per vak het aantal gevraagde lesuren vanaf de datum van het ontslag; e bescheiden waarmee aangetoond wordt dat er via verschuivingen binnen de gekoppelde bevoegdheden geen mogelijkheden zijn om het ontslag van betrokkene te voorkomen; f een lijst met de bevoegdheden van al het personeel in vaste en tijdelijke dienst van alle onder het bevoegd gezag ressorterende scholen; en g overige gegevens die voor de beoordeling door het Participatiefonds noodzakelijk zijn. 8.2.2 Verschuivingen tussen verschillende soorten personeel Ter beoordeling van een ontslag als gevolg van het vervallen van taken en/of het creëren van ruimte voor andere taken, dient het bevoegd gezag onderbouwd inzicht te geven in: a de (onderwijskundige) redenen van het vervallen van de taken; b de (onderwijskundige) redenen van het creëren van ruimte voor andere taken; c de wijze waarop de verkregen ruimte vanaf de datum van ontslag is benut; en d bescheiden waarmee aangetoond wordt dat er via verschuivingen binnen de gekoppelde bevoegdheden geen mogelijkheden zijn om het ontslag van betrokkene te voorkomen. 8.2.3 Vervallen 8.2.4 Vervallen 8.3 Natuurlijk verloop en andere ontslagen Voor de formatieruimte die ontstaat door natuurlijk verloop of andere ontslagen geldt, dat het bevoegd gezag van de school deze inzet om gedwongen ontslagen te voorkomen. Om deze reden wordt de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode van zes maanden voorafgaand aan en per de datum van het gemelde ontslag bij de toetsing betrokken. Het natuurlijk verloop en andere ontslagen is alleen voor de in artikel 8.2 bedoelde situatie van belang. 8.4 Benodigde gegevens Het bevoegd gezag verstrekt in verband met de verplichte bestuursaanstelling bij de melding van ontslagen wegens kwalitatieve fricties: a de bescheiden bedoeld in artikel 8.2.1, artikel 8.2.2 of artikel 8.2.4; b een gespecificeerde opgave van de omvang in geld van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in de periode van zes maanden voorafgaand aan de ontslagdatum en per de ontslagdatum. 8.5 Toetsingsdatum Ontslag op grond van artikel 8 per of na de laatste schooldag van een schooljaar wordt getoetst als zijnde een ontslag per 1 augustus van het volgend schooljaar. Een ontslag op grond van artikel 8 per een andere datum voorafgaand aan de laatste schooldag van een schooljaar wordt per deze andere datum getoetst. 8.6 Inspanningsverplichting artikel 4 Bij een ontslag op grond van artikel 8 dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting,, categorie III en IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 8, stelt Categorie III hulp bij behoud van werk, intern Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband) Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband) 1 intern een andere passende functie aanbieden; of 2 scholing, gericht op herplaatsing binnen het bevoegd gezag. 1 extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en 2 (vervallen) 3 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 4 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie). 1 (vervallen) 2 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 3 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie). 2010 7952 28-05-2010 2010 7952 28-05-2010 01-02-2010 Datum inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 9 — Artikel 9 Overige ontslaggronden#
Artikel 9 Overige ontslaggronden Overige gronden voor toewijzing van het vergoedingsverzoek kunnen zijn: Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat als gevolg van de wijziging van het Besluit bekostiging WPO en het Bekostigingsbesluit W.V.O vermindering is opgetreden van de rijksbekostiging voor ambulant begeleiders voor cluster 3 en 4 en personeelsleden in het speciaal basisonderwijs. De daling van deze rijksbekostiging is miniaal gelijk aan de omvang van het gemelde ontslag. Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub v, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub v, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Besluit bekostiging WPO Bekostigingsbesluit W.V.O Om flankerend beleid vast te stellen dat erop gericht is om optimale voorwaarden te scheppen voor de mobiliteit van met ontslag bedreigde personeelsleden, hebben de minister van OCW, de PO-raad, de WEC-raad en de centrales het Convenant flankerend beleid naar aanleiding van wijziging van heten het. in verband met de wijziging van enkele bedragen van het leerlinggebonden budget gesloten. Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub v, overlegt het bevoegd gezag een schriftelijke verklaring waarin het volgende dient te zijn opgenomen: Daarnaast dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub v, stelt: a Ontslag op grond van ongeschiktheid voor de functie, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken en ongeschiktheid voor het onderwijs, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken De reden voor het ontslag is gelegen in: Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat het in redelijkheid niet anders dan tot het ontslag van betrokkene kon komen, ondanks het feit dat het betrokkene de mogelijkheden heeft geboden het functioneren te verbeteren en dat anderszins maatregelen zijn genomen om gedwongen ontslag te voorkomen. Het bevoegd gezag geeft aan hoe de beoordelingsprocedure is doorlopen. Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub a, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub a, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. artikel 4 Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub a, dient het bevoegd gezag bij een vast dienstverband te voldoen aan de inspanningsverplichting,, categorie I, II, III en IV-A; Bij einde tijdelijk dienstverband dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie I, II en IV-B. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub a, stelt: Ontslaggrond Onvermijdbaarheid ontslag Inspanningsverplichting Categorie I functionerings- en beoordelingsgesprekken Categorie II vormen van begeleiding Categorie III hulp bij behoud van werk, intern Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband) Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband) I de ongeschiktheid voor de functie, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken van betrokkene; II ongeschiktheid voor het onderwijs, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken. 1 overzicht met data van functionerings- en beoordelingsgesprekken, lesbezoeken en begeleidingsgesprekken, die hebben plaatsgevonden in de periode van een jaar voorafgaand aan de ontslagdatum; 2 overzicht met data van re-integratiegesprekken. 1 interne begeleiding door de leiding van de school; of 2 externe begeleiding door onderwijsbegeleidingsdienst, pedagogisch centrum, particulier instituut. 1 intern een andere passende functie aanbieden; of 2 scholing, gericht op herplaatsing binnen het bevoegd gezag. 1 extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en 2 (vervallen) 3 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 4 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie). 1 (vervallen) 2 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 3 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie). a Ontslag op grond van ongeschiktheid voor de functie Dit artikel vraagt in het kader van het vaststellen van de onvermijdbaarheid van het ontslag van het bevoegd gezag onder andere dat het betrokkene de mogelijkheden heeft geboden het functioneren te verbeteren en dat anderszins maatregelen zijn genomen om gedwongen ontslag te voorkomen. Als bewijsstuk wordt geaccepteerd een overzicht van de data waarop functionerings- en beoordelingsgesprekken hebben plaatsgevonden, dan wel een overzicht van de data waarop re-integratiegesprekken hebben plaatsgevonden. Het overzicht wordt door betrokkene schriftelijk bevestigd. Hiermee verklaart betrokkene dat de gesprekken hebben plaatsgevonden. b Ontslag op grond van denominatie De reden voor het ontslag is gelegen in de denominatie. Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont waarom betrokkene naar het oordeel van het bevoegd gezag, niet langer kan functioneren overeenkomstig de grondslag en doelstelling van de instelling. Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub b, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub b, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. artikel 4 Indien het bevoegd gezag stelt dat betrokkene niet meer aan de grondslag voldoet, dient het bevoegd gezag bij een ontslag op grond van artikel 9 sub b, te voldoen aan de inspanningsverplichting,, categorie IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub b, stelt: Ontslaggrond Onvermijdbaarheid ontslag Inspanningsverplichting Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband) Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband) 1 extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en 2 (vervallen) 3 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 4 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie). 1 (vervallen) 2 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 3 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie). b Denominatie Van ontslag op grond van denominatie is geen sprake wanneer betrokkene aangeeft niet langer te kunnen functioneren overeenkomstig de grondslag en doelstelling van de instelling. In dergelijke gevallen wordt het ontslag door het Participatiefonds behandeld als een ontslag op eigen verzoek. c Ontslag op grond van opheffing van de enige instelling die onder het bevoegd gezag ressorteert (uitgezonderd opheffing wegens fusie) De reden voor het ontslag is gelegen in de opheffing van de enige instelling die onder het bevoegd gezag ressorteert. Een uitzondering hierop vormt de opheffing vanwege fusie. Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat het pogingen tot een fusie heeft ondernomen en waarom de fusie niet gerealiseerd kon worden en of anderszins maatregelen zijn genomen om gedwongen ontslag te voorkomen. Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub c, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub c, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. artikel 4 Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub c, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting,, categorie IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub c, stelt: Ontslaggrond Onvermijdbaarheid ontslag Inspanningsverplichting Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband) Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband) 1 extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en 2 (vervallen) 3 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 4 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie). 1 (vervallen) 2 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 3 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie). c Opheffing instelling artikel 7 7A 7B Ontslag wegens opheffing van een instelling bij een bevoegd gezag waaronder meerdere instellingen van één onderwijssoort ressorteren, wordt getoetst conform,ofvan het reglement. d Ontslag op grond van onverenigbaarheid van karakters De reden voor het ontslag is gelegen in de onverenigbaarheid van karakters. Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat er sprake is van onverenigbaarheid van karakters en onwerkbaarheid van de situatie. Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub d, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub d, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub d, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie I, II, III en IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub d, stelt: Ontslaggrond Onvermijdbaarheid ontslag Inspanningsverplichting Categorie I functionerings- en beoordelingsgesprekken Categorie II vormen van begeleiding Categorie III hulp bij behoud van werk, intern Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband) Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband) 1 overzicht met data van functionerings- en beoordelingsgesprekken, lesbezoeken en begeleidingsgesprekken, die hebben plaatsgevonden in de periode van een jaar voorafgaand aan de ontslagdatum; 2 overzicht met data van re-integratiegesprekken. 1 interne begeleiding door de leiding van de school; of 2 externe begeleiding door onderwijsbegeleidingsdienst, pedagogisch centrum, particulier instituut. 1 intern een andere passende functie aanbieden; of 2 scholing, gericht op herplaatsing binnen het bevoegd gezag. 1 extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en 2 (vervallen) 3 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 4 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie). 1 (vervallen) 2 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 3 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie). e Ontslag op grond van arbeidsongeschiktheid WIA WAO De reden voor het ontslag is gelegen in arbeidsongeschiktheid van minder dan 35% in de zin van de. Wanneer sprake is van 35% of meer arbeidsongeschiktheid in de zin van de WIA, behoeft geen melding bij het Participatiefonds plaats te vinden. Deze uitzondering geldt niet voor arbeidsongeschiktheid in de zin van de. Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat er sprake is van arbeidsongeschiktheid en dat een onderzoek heeft plaatsgevonden waaruit is gebleken dat er geen mogelijkheden zijn om betrokkene te herplaatsen. Het bevoegd gezag overlegt hiertoe in geval van ontslag uit een vast dienstverband een afschrift van de WIA-beschikking en een afschrift van het herplaatsingsonderzoek. In geval van ontslag uit een tijdelijk dienstverband overlegt het bevoegd gezag hiertoe een verklaring van een bevoegde onafhankelijke instelling waaruit blijkt dat betrokkene op de datum van ontslag arbeidsongeschikt is. Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub e aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub e, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub e, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie I, II, III en IV. Indien betrokkene volledig arbeidsongeschikt is verklaard (ontslag uit een vast dienstverband en 80-100% ziek volgens UWV) verlangt het Participatiefonds geen inspanning als bedoeld in de categorieën II, III en IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub e, stelt Ontslaggrond Onvermijdbaarheid ontslag Inspanningsverplichting Categorie I Functionerings- en beoordelingsgesprekken Categorie II Vormen van begeleiding Categorie III Hulp bij behoud van werk, intern Categorie IV-A Hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband) Categorie IV-B Hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband) 1. overzicht met data van functionerings- en beoordelingsgesprekken, lesbezoeken en begeleidingsgesprekken, die hebben plaatsgevonden in de periode van een jaar voorafgaand aan de ontslagdatum; 2. overzicht met data van re-integratiegesprekken. 1. interne begeleiding door de leiding van de school. 1. intern een andere passende functie aanbieden; of 2. scholing, gericht op herplaatsing binnen het bevoegd gezag. 1. extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en 2. (vervallen) 3. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 4. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie). 1. (vervallen) 2. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 3. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie). f Ontslag op grond van ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een uitspraak van de sector kanton van de Rechtbank, dan wel een uitspraak van de Commissie van Beroep, de sector bestuursrecht van de Rechtbank of de Centrale Raad van Beroep waarbij het beroep van de werknemer tegen het ontslag ongegrond is verklaard De reden voor het ontslag is gelegen in de ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een uitspraak van de sector kanton van de Rechtbank, dan wel een uitspraak van de Commissie van Beroep, de sector bestuursrecht van de Rechtbank of de Centrale Raad van Beroep waarbij het beroep van de werknemer tegen het ontslag ongegrond is verklaard. Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien: Het bevoegd gezag een afschrift van de uitspraak van sector kanton van de rechtbank overlegt waarbij de beëindiging of het einde van het dienstverband wordt uitgesproken dan wel wordt bevestigd. Het vergoedingsverzoek wordt afgewezen: Het bevoegd gezag een afschrift van de uitspraak van de Commissie van Beroep, de sector bestuursrecht van de Rechtbank of de Centrale Raad van Beroep overlegt waarin het beroep van betrokkene ongegrond wordt verklaard. Het vergoedingsverzoek wordt vervolgens met inachtneming van de uitspraak getoetst op de in het ontslagbesluit vermelde ontslaggrond. Het vergoedingsverzoek wordt afgewezen in het geval dat er afspraken gemaakt zijn omtrent de informatievoorziening aan de Commissie van Beroep, en aan het Participatiefonds blijkt dat op grond van de feiten en omstandigheden een vergoedingsverzoek moet worden afgewezen. artikel 4 Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub f, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting,, categorie IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub f, stelt: Ontslaggrond Onvermijdbaarheid ontslag Sector kanton van de Rechtbank Commissie van Beroep, sector bestuursrecht van de Rechtbank, Centrale Raad van Beroep Inspanningsverplichting Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband) Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband) 1 indien uit de uitspraak blijkt dat het geschil in overwegende mate aan het bevoegd gezag te wijten is; of 2 in het geval dat er afspraken zijn gemaakt omtrent de informatievoorziening aan de sector kanton van de Rechtbank, en aan het Participatiefonds blijkt dat op grond van de feiten en omstandigheden een vergoedingsverzoek moet worden afgewezen. 1 extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en 2 (vervallen) 3 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 4 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie). 1 (vervallen) 2 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 3 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie). f Sector kanton van de Rechtbank, Commissie van Beroep, sector bestuursrecht van de Rechtbank, Centrale Raad van Beroep Bij de beoordeling van een ontslag op grond van dit artikellid dient de uitspraak van de rechtsprekende instantie als uitgangspunt. 1. In het geval van ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de Sector kanton van de Rechtbank, wordt de achterliggende reden van het ontslag niet getoetst. 2. In het geval van een uitspraak van de Commissie van Beroep, sector bestuursrecht van de Rechtbank, of Centrale Raad van Beroep, waarbij het beroep van betrokkene tegen het ontslag ongegrond wordt verklaard, wordt de achterliggende reden van het ontslag wel getoetst. Het vergoedingsverzoek wordt met inachtneming van de uitspraak getoetst op de in het ontslagbesluit vermelde ontslaggrond. g Ontslag wegens dringende redenen De reden voor het ontslag is gelegen in de dringende redenen. Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat er sprake is van een dringende reden. Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub g, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub g, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub g, vereist het Participatiefonds geen inspanning. Ontslaggrond Onvermijdbaarheid ontslag Inspanningsverplichting h Ontslag op andere gronden De reden voor het ontslag is gelegen in de andere gronden. Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag de onvermijdbaarheid van het ontslag op andere gronden aantoont. Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub h, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub h, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. artikel 4 Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub h, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting,, categorie I, II, III en IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub h, stelt: Ontslaggrond Onvermijdbaarheid ontslag Inspanningsverplichting Categorie I functionerings- en beoordelingsgesprekken Categorie II vormen van begeleiding Categorie III hulp bij behoud van werk, intern Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband) Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband) 1 overzicht met data van functionerings- en beoordelingsgesprekken, lesbezoeken en begeleidingsgesprekken, die hebben plaatsgevonden in de periode van een jaar voorafgaand aan de ontslagdatum; 2 overzicht met data van re-integratiegesprekken. 1 interne begeleiding door de leiding van de school; of 2 externe begeleiding door onderwijsbegeleidingsdienst, pedagogisch centrum, particulier instituut. 1 intern een andere passende functie aanbieden; of 2 scholing, gericht op herplaatsing binnen het bevoegd gezag. 1 extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en 2 (vervallen) 3 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 4 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie). 1 (vervallen) 2 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 3 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie). h Andere gronden Andere gronden zijn gronden welke niet genoemd zijn onder enig ander lid van artikel 9 en die vallen buiten de risicosfeer van het bevoegd gezag. Een ontslag dat wordt veroorzaakt door het moeten voldoen aan wettelijke bepalingen, bijvoorbeeld het moeten voldoen aan eigen wachtgelderbepalingen, kan op grond van dit artikellid worden gemeld. In het geval van eigen wachtgelderbepalingen toont het bevoegd gezag aan dat het onmogelijk is om zowel de eigen wachtgelder als het met ontslag bedreigde (tijdelijke) personeelslid te herbenoemen. Hiertoe wordt de akte van benoeming van de eigen wachtgelder overgelegd en wordt aangetoond dat er op basis van de geldende onderwijswet sprake is van een eigen wachtgelder. Hiertoe overlegt het bevoegd gezag een afschrift van de beschikking van UWV Groningen of, indien de eigen wachtgelder (nog) niet daadwerkelijk een werkloosheidsuitkering geniet, de akten van aanstelling waaruit blijkt dat er sprake is van eigen wachtgeldverplichtingen. Een ontslag per laatste schooldag van het jaar omdat betrokkene is aangesteld per of na 1 maart van datzelfde schooljaar, kan op grond van dit artikellid worden gemeld indien betrokkene per 1 augustus voor minimaal eenzelfde omvang wordt herbenoemd in een reguliere betrekking. Hiertoe overlegt het bevoegd gezag de akte van aanstelling na 1 maart of het ontslagbesluit per de laatste schooldag, en de akte van benoeming per 1 augustus van het volgend schooljaar. Het kan hierbij dus niet gaan om een aanstelling in een vervangingsbetrekking per 1 augustus. Onder de in dit artikellid bedoelde gronden valt niet het van rechtswege eindigen van een aanstelling. Er dient een in het reglement genoemde ontslaggrond te zijn, die aan betrokkene is medegedeeld waarom het tijdelijk dienstverband niet verlengd wordt. Het komt regelmatig voor dat bevoegde gezagsorganen niet bevoegde leraren in dienst nemen. Wanneer vervolgens een bevoegde leraar wordt aangenomen volgt ontslag van de onbevoegde leraar. Dit ontslag kan gemeld worden op artikel 9 sub h. Het bevoegd gezag overlegt een afschrift van de akte van ontslag van de onbevoegde leraar en een afschrift van de akte van aanstelling danwel de akte van benoeming van de bevoegde leraar, waaruit blijkt dat de bevoegde leraar is benoemd op het moment dat de onbevoegde leraar is ontslagen. Wanneer het ontslag van de onbevoegde leraar heeft plaatsgevonden vóór 1 augustus 2006 wordt tevens een afschrift van de melding bij de inspectie overgelegd. Wettelijke bepalingen Ontslag per laatste schooldag Van rechtswege eindigen van de aanstelling Ontslag van een onbevoegde i Ontslag op eigen verzoek De reden voor het ontslag is gelegen in het eigen verzoek. Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat het om een ontslag op eigen verzoek gaat. Het bevoegd gezag overlegt een afschrift van bescheiden, opgesteld voorafgaand aan het ontslag, waaruit blijkt dat betrokkene de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd c.q. om ontslag heeft verzocht. Het bevoegd gezag overlegt een afschrift van bescheiden waaruit blijkt dat het bevoegd gezag betrokkene voor de periode na afloop van het verstrijken van de overeengekomen tijd waarvoor het dienstverband is aangegaan, een passende reguliere betrekking heeft aangeboden met tenminste een gelijke omvang als de voorafgaande betrekking, maar dat deze de betrekking niet wenst te accepteren. Het aanbod als hier bedoeld dient gespecificeerd te zijn en voorafgaand aan het ontslag aan betrokkene te zijn gedaan, of het bevoegd gezag overlegt een afschrift van bescheiden, opgesteld voorafgaand aan het ontslag, waaruit blijkt dat betrokkene geen nieuwe betrekking aangeboden wenst te krijgen. Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub i, vereist het Participatiefonds geen inspanning. Ontslaggrond Onvermijdbaarheid ontslag In geval van een dienstverband voor onbepaalde tijd In geval van een dienstverband voor bepaalde tijd Inspanningsverplichting j Ontslag van een leraar in opleiding De reden voor het ontslag is gelegen in de afloop van de leer-arbeidsovereenkomst van de leraar in opleiding zoals bedoeld in artikel 3.24 juncto 3.26 en artikel 4.23 juncto 4.25 CAO-PO. Onvermijdbaarheid ontslag Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag het ontslag van een leraar in opleiding meldt en een afschrift van de leer-arbeidsovereenkomst overlegt waarin de einddatum genoemd is. Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub j, vereist het Participatiefonds geen inspanning. Ontslaggrond Inspanningsverplichting j Leraar in opleiding Meldingen van ontslagen van leraren in opleiding worden door het Participatiefonds niet inhoudelijk beoordeeld. Een vergoedingsverzoek wordt in alle gevallen toegewezen indien de gevraagde documenten zijn overgelegd. Omdat wel een ontslaguitkering kan worden aangevraagd moet het ontslag worden gemeld. k Ontslag van een zij-instromer artikel 162e van de WEC artikel 7a.3 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek De reden voor het ontslag is gelegen in het feit dat de geschiktheidsverklaring als bedoeld invoor de betreffende zij-instromer is komen te vervallen, en dat aan de betreffende zij-instromer geen getuigschrift als bedoeld inis toegekend. Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag het ontslag van de zij-instromer meldt en aantoont dat de geschiktheidsverklaring is vervallen en verklaart dat aansluitend geen getuigschrift is toegekend. Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub k, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub k, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub k, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie I, II en IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub k, stelt: Ontslaggrond Onvermijdbaarheid ontslag Inspanningsverplichting Categorie I functionerings- en beoordelingsgesprekken Categorie II vormen van begeleiding Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband) Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband) 1 overzicht met data van functionerings- en beoordelingsgesprekken, lesbezoeken en begeleidingsgesprekken, die hebben plaatsgevonden in de periode van een jaar voorafgaand aan de ontslagdatum; 2 overzicht met data van re-integratiegesprekken. 1 interne begeleiding door de leiding van de school; of 2 externe begeleiding door onderwijsbegeleidingsdienst, pedagogisch centrum, particulier instituut. 1 extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en 2 (vervallen) 3 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 4 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie). 1 (vervallen) 2 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 3 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie). k Zij-instromer Indien de zij-instromer tussentijds wordt ontslagen, voordat de geldigheidsduur van de geschiktheidsverklaring is verlopen, wordt deze als regulier onderwijspersoneel getoetst en is artikel 9 sub k niet van toepassing. l Ontslag van de vervanger van een betrokkene, welke betrokkene gebruik heeft gemaakt van de regeling Spaarverlof als bedoeld in artikel 8.23 CAO-PO De reden voor het ontslag is gelegen in de beëindiging van het verlof van de betrokkene die gebruik heeft gemaakt van de regeling Spaarverlof als bedoeld in artikel 8.23 CAO-PO. Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag het einde van deze vorm van vervanging meldt en een afschrift van het verlofbesluit overlegt waaruit blijkt dat de einddatum van het spaarverlof overeenkomt met de einddatum van de vervanging. Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub l, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub l, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. artikel 4 Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub l, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting,, categorie III sub 1. Hieronder volgt de eis die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub l, stelt: Ontslaggrond Onvermijdbaarheid ontslag Inspanningsverplichting Categorie III hulp bij behoud van werk, intern 1 intern een andere passende functie aanbieden. m Vervallen n Ontslag uit een in- en doorstroombaan als gevolg van beëindiging van de subsidie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Besluit in- en doorstroombanen (Stb. 1999, 591) Wet Werk en Bijstand Nadat eerst het Besluit in- en doorstroombanen per 1 januari 2003 is gewijzigd is het per 1 januari 2004 geheel vervallen. Sindsdien krijgen Gemeenten in het kader van de(WWB) een budget en daarmee de ruimte om een eigen afweging te maken over het aantal te subsidiëren banen. Een ontslag uit een in- en doorstroombaan (ID-baan) dat wordt veroorzaakt door beëindiging van de subsidie door de gemeente kan op grond van artikel 9 sub n worden gemeld. Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat er sprake is van ontslag als hierboven bedoeld. Het betreft uitsluitend een werknemer die in het kader van het Besluit ID-banen is aangesteld. Het bevoegd gezag overlegt hiertoe een schriftelijke verklaring waarin het volgende dient te zijn opgenomen: De verklaring wordt vergezeld van terzake overtuigende documenten. Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub n, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub n, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub n, vereist het Participatiefonds dat aan betrokkene, indien beschikbaar, een andere passende functie wordt aangeboden, zonodig onder een aanbod van scholing, tenzij door het bevoegd gezag wordt onderbouwd dat het anders onmogelijk wordt binnen het bevoegd gezag het gevraagde onderwijs te verzorgen of de verlangde taken uit te voeren (een vorm van kwalitatieve toetsing). Ontslaggrond Onvermijdbaarheid ontslag Inspanningsverplichting 1 Het bevoegd gezag heeft met de Gemeente overleg gevoerd om te komen tot een meerjarig arrangement over scholing en doorstroom, in combinatie met afspraken over behoud van gesubsidieerde banen. 2 Bij het overleg over het meerjarig arrangement zijn mogelijkheden van continuering van het dienstverband van betrokkene door middel van subsidiering door de Gemeente onderzocht. 3 Indien er subsidiemogelijkheden van de Gemeente aanwezig zijn, geeft het bevoegd gezag gemotiveerd aan waarom het van deze mogelijkheden geen gebruik heeft gemaakt. o Ontslag in verband met niet meewerken aan re-integratie als bedoeld in artikel 20a BZA Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair onderwijs artikel 20a Met ingang van 4 april 2003 is het, BZA (Stb. 2003, 186) gewijzigd. Op grond van die wijziging wordt het ondermeer mogelijk een zieke werknemer te ontslaan indien hij zonder deugdelijke grond niet meewerkt aan zijn re-integratie. Daartoe is eenin het BZA opgenomen. Een ontslag in verband met het zonder deugdelijke grond niet meewerken aan re-integratie kan op grond van artikel 9 sub o worden gemeld. artikel 20a, tweede lid, BZA Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat betrokkene zonder deugdelijke grond niet heeft meegewerkt aan zijn re-integratie. Het bevoegd gezag overlegt hiertoe mede een afschrift van het advies van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als bedoeld in. Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub o, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub o, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub o, vereist het Participatiefonds geen verdere inspanning. Ontslaggrond Onvermijdbaarheid ontslag Inspanningsverplichting o 20a BZA Het advies van UWV is niet bindend voor de beoordeling van de onvermijdbaarheid van het ontslag door het Participatiefonds. Het wordt mede in de beoordeling betrokken. p Vervallen q Ontslag van een onderwijsassistent in opleiding De reden voor het ontslag is gelegen in de afloop van de leer-arbeidsovereenkomst van de onderwijsassistent in opleiding zoals bedoeld in artikel 3.27 en 4.26 CAO-PO. Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag het ontslag van een onderwijsassistent in opleiding meldt en een afschrift van de leer-arbeidsovereenkomst overlegt waarin de einddatum genoemd is. Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub q, vereist het Participatiefonds geen inspanning. Ontslaggrond Onvermijdbaarheid ontslag Inspanningsverplichting r Ontslag wegens terugkeer levensloopganger De reden voor het ontslag is gelegen in de beëindiging van het verlof van de betrokkene die gebruik heeft gemaakt van de levensloopregeling. Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag het einde van deze vorm van vervanging meldt en een afschrift van het verlofbesluit overlegt waaruit blijkt dat de einddatum van het levensloopverlof overeenkomt met de einddatum van de vervanging. Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub r, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub r, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. artikel 4 Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub r, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting,, categorie III sub 1. Hieronder volgt de eis die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub r, stelt: Ontslaggrond Onvermijdbaarheid ontslag Inspanningsverplichting Categorie III hulp bij behoud van werk, intern 1 intern een andere passende functie aanbieden. s Vervallen t Ontslag wegens beëindiging van een landelijke subsidie De reden voor het ontslag is gelegen in de beëindiging van een landelijk door de overheid beschikbaar gestelde subsidie. Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag met ter zake overtuigende documenten aantoont dat de reden voor het ontslag is gelegen in het feit dat de landelijke subsidie, op basis waarvan betrokkene is benoemd, is beëindigd. Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub t, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub t, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub t, overlegt het bevoegd gezag een door betrokkene ondertekend document, waaruit blijkt dat het bevoegd gezag gezamenlijk met de betrokkene de herplaatsingsmogelijkheden binnen de organisatie heeft onderzocht, maar dat die niet aanwezig, danwel in redelijkheid niet te realiseren waren. Wanneer sprake is van ontslag uit een combinatiefunctie als bedoeld in het document ‘Bestuurlijke afspraken Impuls brede scholen’ toont het bevoegd gezag met ter zake overtuigende documenten aan dat overleg met de andere organisaties waar betrokkene werkzaam (maar niet in dienst) is, niet heeft geleid tot het voorkomen van het ontslag. Daarnaast dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub t, stelt: Ontslaggrond Onvermijdbaarheid ontslag Inspanningsverplichting Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband) Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband) 1 extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en 2 (vervallen) 3 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 4 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie). 1 (vervallen) 2 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 3 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie). t Ontslag wegens beëindiging van een landelijke subsidie Dit artikel heeft betrekking op ontslagen als gevolg van de beëindiging van landelijk door de overheid beschikbaar gestelde subsidies. Van een landelijke subsidie is sprake indien ieder bevoegd gezag in het primair onderwijs in principe voor deze subsidie in aanmerking komt. Dit in tegenstelling tot niet landelijke subsidies of subsidies van derden. Deze laatstgenoemde subsidies kunnen beschikbaar zijn op bijvoorbeeld uitsluitend gemeentelijk of regionaal niveau. artikel 7 7A 7B In dat geval komen niet alle bevoegde gezagsorganen voor de subsidie in aanmerking. Gelet op het vereveningskarakter van het Participatiefonds geldt voor die gevallen de reguliere formatieve toets als bedoeld in,ofvan dit reglement, inclusief de daar genoemde inspanningsverplichting. u Ontslag op grond van een beëindigingsovereenkomst De reden voor het ontslag is gelegen in de beëindigingsovereenkomst waarbij het dienstverband met wederzijds goedvinden wordt beëindigd. Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag een afschrift van de beëindigingsovereenkomst overlegt. De beëindigingsovereenkomst bevat minimaal de volgende onderdelen: artikel 4 Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub u, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting,, categorie IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub u, stelt: Ontslaggrond Onvermijdbaarheid ontslag Inspanningsverplichting Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband) Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband) a. naam en adres van u en uw werkgever; b. dat uw werkgever u heeft voorgesteld het dienstverband te beëindigen en waarom hij dat doet; c. dat er geen dringende reden is voor uw ontslag; d. dat het gaat om een beëindiging met wederzijds goedvinden; e. de datum waarop de arbeidsovereenkomst eindigt; f. de afspraak dat uw werkgever op de einddatum een eindafrekening maakt; g. de datum waarop u en uw werkgever de overeenkomst hebben ondertekend. 1 extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en 2 (vervallen) 3 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 4 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie). 1 (vervallen) 2 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 3 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie). u Ontslag op grond van een beëindigingsovereenkomst Bij het bepalen van de minimumvereisten waaraan een beëindigingsovereenkomst moet voldoen, heeft het Participatiefonds aansluiting gezocht bij de minimumvereisten die UWV aan een beëindigingsovereenkomst stelt. v Ontslag wegens bezuiniging op ambulante begeleiding en de leerlinggebonden financiering De reden voor het ontslag is de vermindering van de bedragen van de rugzak speciaal basisonderwijs en het leerlinggebonden budget cluster 3 en 4 als gevolg van het Besluit van 31 maart 2010 tot wijziging per 1 augustus 2010 van enkele bedragen van het leerlinggebonden budget in het Besluit bekostiging WPO en het Bekostigingsbesluit W.V.O (Staatsblad 2010, 156). Ontslaggrond a. het bevoegd gezag heeft het personeelslid dat hij niet intern heeft kunnen herplaatsen, onverwijld aangemeld bij het matchpunt (als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Convenant), met vermelding van de datum waarop de aanmelding bij het matchpunt heeft plaatsgevonden en b. het bevoegd gezag heeft het matchpunt, ten aanzien van personeelsleden die zichzelf bij het matchpunt hebben aangemeld, in de gelegenheid gesteld om de in artikel 4, tweede lid, van het Convenant genoemde toetsing uit te voeren. 1. extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en 2. (vervallen) 3. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 4. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie). 1. (vervallen) 2. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 3. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie). Onvermijdbaarheid ontslag Inspanningsverplichting Categorie IV-A Hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband) Categorie IV-B Hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband) 2010 19059 01-12-2010 2010 19059 01-12-2010 02-12-2010 01-08-2010
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 2010 7952 28-05-2010 2010 7952 28-05-2010 01-02-2010 Datum inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 11 — Artikel 11 Schoonmaakpersoneel/personeel Centrale Dienst#
Artikel 11 Schoonmaakpersoneel/personeel Centrale Dienst 11.1 Ontslaggrond artikel 9 Ontslag van schoonmaakpersoneel, anders dan op grond van, kan grond zijn voor toewijzing van een vergoedingsverzoek. Ontslag van schoonmaakpersoneel doet zich voor indien blijkt dat de materiële instandhouding op het niveau van het bevoegd gezag over twee opeenvolgende jaren, inclusief andere ontslagen en natuurlijk verloop, vermindert of is verminderd met een omvang die tenminste gelijk is aan de netto-loonkosten op jaarbasis van het ontslagen personeelslid. 11.2 Toetsingsmoment Omdat de materiële instandhouding op basis van kalenderjaar wordt toegekend, wordt de vergoeding per 31 december vergeleken met de vergoeding per 1 januari opvolgend. 11.3 Ontslagmoment Het ontslag van schoonmaakpersoneel wordt vaak met ingang van een volgend schooljaar geëffectueerd. Er bestaan derhalve drie mogelijkheden: I het ontslag wordt geëffectueerd per 1 augustus volgend op de daling; II het ontslag wordt geëffectueerd per 1 augustus voorafgaand aan een verwachte daling, of III het ontslag wordt geëffectueerd per 1 januari, op het moment van de daling van de vergoeding. 11.4.1 Ontslag per 1 augustus volgend op de daling Indien het ontslag geëffectueerd wordt per 1 augustus 2010 volgend op de daling wordt de materiële instandhouding over de jaren 2009 en 2010 vergeleken. Toewijzing van het vergoedingsverzoek doet zich voor indien de daling in de vergoeding per 1 januari 2010 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2009, inclusief andere ontslagen en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 11.4.2 Ontslag per 1 augustus voorafgaand aan een verwachte daling Indien het ontslag geëffectueerd wordt per 1 augustus 2010 voorafgaand aan een verwachte daling wordt de materiële instandhouding over de jaren 2010 en 2011 vergeleken. Toewijzing van het vergoedingsverzoek doet zich voor indien de daling in de vergoeding per 1 januari 2011 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2010 inclusief andere ontslagen en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 11.4.3 Ontslag per 1 januari, op het moment van de daling Indien het ontslag geëffectueerd wordt per 1 januari 2011 het moment van de daling, wordt de materiële instandhouding over de jaren 2010 en 2011 vergeleken. Toewijzing van het vergoedingsverzoek doet zich voor indien de daling in de vergoeding per 1 januari 2011 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2010, inclusief andere ontslagen en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 11.5.1 Natuurlijk verloop en andere ontslagen Als gevolg van natuurlijk verloop en andere ontslagen komt budget beschikbaar. Bij de toetsing van een onder artikel 11.3 onder I bedoeld ontslag wordt daarom de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode vanaf 1 juli 2009 tot en met de datum van het ontslag betrokken. 11.5.2 Bij de toetsing van een onder artikel 11.3 onder II bedoeld ontslag wordt de verwachte omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode vanaf 1 februari 2010 tot en met 1 januari 2011 betrokken. 11.5.3 Bij de toetsing van een onder artikel 11.3 onder III bedoeld ontslag wordt de verwachte omvang van het natuurlijk verloop en andere ontslagen in een periode vanaf 1 juli 2010 tot en met 1 januari 2011 betrokken. Indien er sprake is van een daling in het budget wordt de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen op deze daling in mindering gebracht. In het geval dat er sprake is van een stijging in het budget wordt de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen bij deze stijging opgeteld. 11.6 Benodigde gegevens Ter beoordeling van een ontslag als bedoeld in het eerste lid, overlegt het bevoegd gezag afhankelijk van de onder artikel 11.3 genoemde mogelijkheden: a een opgave van de materiële instandhouding over de jaren 2009 en 2010 en een gespecificeerde opgave in netto-loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode vanaf 1 juli 2009 tot en met de datum van het ontslag; of b een opgave van de materiële instandhouding over de jaren 2010 en 2011 en een gespecificeerde opgave van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode van 1 februari 2010 tot en met 1 januari 2011; of c een opgave van de materiële instandhouding over de jaren 2009 en 2010 en een gespecificeerde opgave van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode van 1 juli 2010 tot en met 1 januari 2011; d bij meerdere ontslagen uit vaste dienst een opgave van de onderlinge volgorde van de ontslagen, of bij meerdere beëindiging van tijdelijke dienstverbanden de door het bevoegd gezag vastgestelde onderlinge ontslagvolgorde. 11.7 Inspanningsverplichting Bij een ontslag op grond van artikel 11 dient het bevoegd gezag te voldoen aan categorie IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in het kader van de inspanningsverplichting aan een ontslag op grond van artikel 11, stelt: Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband) Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband) 1 extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en 2 (vervallen) 3 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 4 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie). 1 (vervallen) 2 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 3 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie). 2010 7952 28-05-2010 2010 7952 28-05-2010 01-02-2010 Datum inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 12 — Artikel 12 Vormvoorschriften#
Artikel 12 Vormvoorschriften 12.1 Ter uitwerking van de in dit reglement opgenomen bepalingen omtrent toetsing van het ontslag worden door het bevoegd gezag de volgende formulieren gehanteerd en toelichtingen verstrekt: artikel 7 7A 7B De melding van een ontslag genoemd in,ofbestaat uit: artikel 8 De melding van ontslag genoemd inbestaat uit: artikel 9 De melding van een ontslag genoemd inbestaat uit: artikel 11 De melding van een ontslag genoemd inbestaat uit: artikel 7 7A 7B 8 9 11 Bij de melding van ontslagen op grond van het genoemde in,,,,en, dienen eveneens de op de betreffende formulieren genoemde bijlagen te zijn gevoegd. a. een ingevuld formulier ‘Opgave medewerker’; b. een ingevuld formulier ‘Opgave formatie’ of, indien het de melding van het ontslag bij een centrale dienst betreft, een ingevuld formulier ‘Opgave schoonmaakpersoneel/personeel Centrale Dienst’; c. artikel 7.6 sub c en sub d per ontslag de gegevens als genoemd in, indien het een uitgesteld ontslag betreft. a. een ingevuld formulier ‘Opgave medewerker’; b. een ingevuld formulier ‘Opgave kwalitatieve frictie’. a. een ingevuld formulier ‘Opgave medewerker’; b. een afschrift van het ontslagbesluit. a. een ingevuld formulier ‘Opgave medewerker’; b. een ingevuld formulier ‘Opgave schoonmaakpersoneel/personeel Centrale Dienst’. 12.2 Afspraken Indien er afspraken zijn gemaakt tussen het bevoegd gezag en betrokkene over: artikel 7 7A 7B 8 9 11 wordt hier tevens opgave van gedaan bij de melding van ontslag op grond van het genoemde in,,,,en. Uitgangspunt is dat alle informatie die het Participatiefonds in het kader van de instroomtoets van het bevoegd gezag ontvangt, wordt meegewogen in de beoordeling van het vergoedingsverzoek. a. ziekteverlof en schorsing; b. te verrichten activiteiten in het kader van de inspanningsverplichting; c. de informatievoorziening richting het Participatiefonds; d. de informatievoorziening richting de sector kanton van de Rechtbank; e. de gevolgen van een beslissing van het Participatiefonds in het kader van de instroomtoets, of de gevolgen van een beslissing van UWV in het kader van de uitkeringsaanvraag; 2010 7952 28-05-2010 2010 7952 28-05-2010 01-02-2010 Datum inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2010 7952 28-05-2010 2010 7952 28-05-2010 01-02-2010 Datum inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 14 — Artikel 14 Nieuwe feiten en omstandigheden#
Artikel 14 Nieuwe feiten en omstandigheden 14.1 Indien aan het Participatiefonds na het afgeven van de beschikking blijkt dat de beslissing genomen is op basis van onjuiste informatie, houdt zij zich het recht voor om de beslissing te herzien. 14.2 Het bevoegd gezag doet schriftelijk melding van feiten en omstandigheden welke ten tijde van het nemen van de beslissing niet bekend waren of konden worden geacht en van zodanige aard zijn dat zij tot een andere beslissing aanleiding kunnen geven. 2010 7952 28-05-2010 2010 7952 28-05-2010 01-02-2010 Datum inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 15 — Artikel 15 Medewerking controle#
Artikel 15 Medewerking controle Het bevoegd gezag is verplicht alle medewerking te verlenen aan een controle door of namens het Participatiefonds welke gericht is op de beoordeling van de rechtmatigheid van een melding. Het bevoegd gezag draagt zorg voor een administratie welke op een centraal punt is in te zien en geeft hier desgevraagd inzage in voor zover relevant en betrekking hebbend op de melding. 2010 7952 28-05-2010 2010 7952 28-05-2010 01-02-2010 Datum inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 3#
artikel 3
Artikel 3#
artikel 3.3.1
Artikel 4#
artikel 4
Artikel 8#
artikel 8
Artikel 5#
artikel 5
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7A#
7A
Artikel 7B#
7B
Artikel 8#
8
Artikel 11#
11
Artikel 9#
artikel 9
Artikel 8#
artikel 8
Artikel 8#
artikel 8
Artikel 8#
artikel 8
Artikel 8#
artikel 8
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7A#
7A
Artikel 7B#
7B
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 7#
artikel 7 tot en met 11
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7#
artikel 7.2
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 7A#
artikel 7A
Artikel 7A#
artikel 7A
Artikel 7A#
artikel 7A van dit reglement
Artikel 7A#
artikel 7A
Artikel 7B#
artikel 7B
Artikel 7B#
artikel 7B
Artikel 7B#
artikel 7B
Artikel 8#
artikel 8
Artikel 5#
artikel 5
Artikel 5#
artikel 5
Artikel 5#
artikel 5
Artikel 8#
artikel 8.2
Artikel 10#
artikel 10
Artikel 11#
artikel 11
Artikel 12#
artikel 12–13
Artikel 15#
artikel 15
Artikel 15#
artikel 15
Artikel 16 tot en met 25 — Artikel 16 tot en met 25#
Artikel 16 tot en met 25 Vervallen 2010 7952 28-05-2010 2010 7952 28-05-2010 01-02-2010 Datum inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Vervallen 2010 7952 28-05-2010 2010 7952 28-05-2010 01-02-2010 Datum inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 27 — Artikel 27 Toelichting en bestuursvoorschriften#
Artikel 27 Toelichting en bestuursvoorschriften 27.1 Aan dit reglement is een toelichting toegevoegd die deel uitmaakt van het reglement. 27.2 Het Participatiefonds hanteert bestuursvoorschriften waarin de belangrijkste uitvoeringstechnische verplichtingen voor bevoegde gezagsorganen zijn neergelegd. 2010 7952 28-05-2010 2010 7952 28-05-2010 01-02-2010 Datum inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 28 — Artikel 28 Wijziging of afwijking van het reglement#
Artikel 28 Wijziging of afwijking van het reglement 28.1 Het bestuur van het Participatiefonds is gerechtigd dit reglement op ieder moment aan te passen indien daar aanleiding toe is. 28.2 Om zwaarwegende redenen kan het bestuur van het Participatiefonds afwijken van hetgeen in het reglement gesteld is. 2010 7952 28-05-2010 2010 7952 28-05-2010 01-02-2010 Datum inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 29 — Artikel 29 Onvoorziene omstandigheden#
Artikel 29 Onvoorziene omstandigheden In gevallen waarin het reglement niet voorziet, beslist het bestuur van het Participatiefonds. 2010 7952 28-05-2010 2010 7952 28-05-2010 01-02-2010 Datum inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 30 — Artikel 30 Wijziging voorgaand reglement#
Artikel 30 Wijziging voorgaand reglement Wijzigt hetReglement Participatiefonds voor de Expertisecentra voor het schooljaar 2009–2010. 2010 7952 28-05-2010 2010 7952 28-05-2010 01-02-2010 Datum inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 31 — Artikel 31 Citeertitel#
Artikel 31 Citeertitel Dit reglement kan worden aangehaald als het ‘Reglement Participatiefonds voor de Expertisecentra voor het schooljaar 2010–2011’. 2010 7952 28-05-2010 2010 7952 28-05-2010 01-02-2010 Datum inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 32 — Artikel 32 Inwerkingtreding#
Artikel 32 Inwerkingtreding Dit reglement treedt in werking op 1 februari 2010 en heeft betrekking op ontslagen die zijn of worden geëffectueerd in de periode van 1 augustus 2010 tot en met 31 juli 2011. Dit reglement is voor onbepaalde tijd van kracht. 2011 10726 23-06-2011 2011 10726 23-06-2011 01-02-2011
Artikel 33 — Artikel 33 Bekendmaking#
Artikel 33 Bekendmaking Dit reglement wordt bekendgemaakt middels toezending aan de betrokken bevoegde gezagsorganen, vermelding in het publicatieblad Rentree van het Participatiefonds en plaatsing op de internetsite van het Participatiefonds. Van de bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. 2010 7952 28-05-2010 2010 7952 28-05-2010 01-02-2010 Datum inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 26#
artikel 26–33