Deelreglement Distributie van de Stichting Nederlands Fonds voor de film
- BWB-id
- BWBR0032477
- Type
- zbo
- Ministerie
- Stichting Nederlands Fonds voor de Film
- Geldigheid
- 2013-01-01 t/m 2013-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0032477
- ELI
- /eli/nl/zbo/2013/deelreglement-distributie-van-de-stichting-nederlands-fonds-
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/2013/deelreglement-distributie-van-de-stichting-nederlands-fonds-/2013-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0032477&g=2013-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0032477&z=2026-06-06&g=2013-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0032477/2013-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/2013/deelreglement-distributie-van-de-stichting-nederlands-fonds-
Artikel 1 — Artikel 1 – Definities –#
Artikel 1 – Definities – In deze regeling wordt verstaan onder: A filmtheater: een groot filmtheater zoals bedoeld in het jaarboek van de Nederlandse Vereniging van Bioscoopexploitanten en de Nederlandse Vereniging van Filmdistributeurs; arthouse film: een speelfilm waarbij de nadruk op de artistieke kwaliteit ligt en het eindresultaat dusdanig bijzonder is dat dit nationaal en/of internationaal herkend en gewaardeerd wordt; bestuur: de directeur/bestuurder van het Fonds; bioscoopexploitant: de rechtspersoon die op continue basis bedrijfsactiviteiten ontplooit met als hoofddoel de exploitatie van één of meer bioscopen in Nederland; bioscoopuitbreng: de landelijke distributie van een filmproductie, die na de première minimaal drie weken gelijktijdig in drie of meer bioscopen of filmtheaters (in Nederland) met een dagelijkse vertoning voor een betalend publiek wordt uitgebracht; buitenlandse distributeur: een rechtspersoon die op continue basis bedrijfsactiviteiten ontplooit met als hoofddoel de uitbreng en exploitatie van filmproducties via de bioscoop en andere distributiekanalen in het buitenland; crossmediaal marketing & distributieplan: een gedetailleerd plan van alle activiteiten op het gebied van marketing en distributie, waarbij gebruik gemaakt wordt van alle mogelijke vormen van promotie, publiciteit en (social) media, ten behoeve van de bioscoopuitbreng en verdere exploitatie van de filmproductie; cross trailering: de plaatsing van de trailer voor vergelijkbare filmproducties die vooraf aan de bioscoopuitbreng in de bioscopen of filmtheaters draaien; DCP (digital cinema print): de digitale kopie van de filmprint; distributie: de professionele uitbreng en exploitatie van filmproducties; documentaire: een non-fictie filmproductie geschikt voor bioscoopvertoning die een aspect van de werkelijkheid belicht waarbij de eigen visie van de regisseur wordt vormgegeven met creatieve gebruikmaking van filmische middelen in een persoonlijke stijl; dubbing: het proces van opname en bewerking van het geluid van een filmproductie waarbij de oorspronkelijke stemmen van de acteurs of karakters worden vervangen; encoderingkosten: digitale omzetting van een filmproductie ten behoeve van een digitale bioscoopuitbreng; estimates: verwachtingen van de bruto en netto inkomsten afkomstig uit alle vormen van exploitatie in een laag (low), gemiddeld (medium) en hoog (high) exploitatiemodel.met daarin tevens opgenomen de bezoekersprognose en aantal verkochte eenheden DVD en BluRay in de verschillende exploitatiemodellen; filmdistributeur: een rechtspersoon die op continue basis bedrijfsactiviteiten ontplooit met als hoofddoel de uitbreng en exploitatie van filmproducties in de Nederlandse bioscoop en via andere distributiekanalen. De rechtspersoon is ten tijde van de subsidieaanvraag minimaal twee jaar gevestigd en actief geweest in Nederland, een Lidstaat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland; filmprint: het negatief van de filmproductie c.q. de definitieve (digitale) eindversie waarvan later (digitale) kopieën worden gemaakt; filmproductie: een cinematografisch werk; filmtheater: een bioscoop die zich onderscheid door een divers aanbod waarin prioriteit wordt gegeven aan de arthouse film; het Fonds: Stichting Nederlands Fonds voor de Film; internationale sales: de internationale verkoop van filmproducties; jeugdfilm: een speelfilm voor kinderen en/of jongeren; korte filmproductie: een filmproductie met een maximale lengte van 10 minuten; marketing: Activiteiten die zijn gericht op het maximaliseren van het publieksbereik en een heldere positionering van de filmproductie aansluitend op de doelgroep beogen en ondermeer bestaan uit de invulling en uitvoering van de filmproductie zelf, het opstellen van een marketing en distributieplan met uitwerking van de plaats van uitbreng, het opstellen van een media en publiciteitsplan, de promotie, het opzetten van eventuele merchandising en het vaststellen van de prijsstrategie. mainstream film: een speelfilm waarbij de nadruk ligt op de publiekspotentie, dat wil zeggen de grootte van het publieksbereik in samenhang met de beoogde commerciële resultaten; minimum garantie: een voorschot op exploitatieopbrengsten dat geïnvesteerd wordt in de realisering of aankoop van een filmproductie en niet terugvorderbaar, maar verrekenbaar is met opbrengsten die een filmproductie kan genereren door vertoning in bioscopen en verdere exploitatie in de ruimste zin des woords; minoritair coproductie: een in de Nederlandse bioscoop en/of filmtheaters uit te brengen (internationale) filmproductie, waarvoor de Nederlandse producent in beperkte mate beslissingsbevoegd en verantwoordelijk is en waarvoor deze ook minder dan vijftig procent van de financiering van de filmproductie bijeen heeft gebracht; non theatrical release: alle mogelijke vormen van distributie van een filmproductie, uitgezonderd die via bioscopen en filmtheaters, waaronder in ieder geval wordt begrepen de distributie op DVD en Blu ray, via televisie, Video On Demand, pay per view- en online distributiekanalen; press kit: promotioneel materiaal over de filmproductie ten behoeve van de internationale pers- en promotionele activiteiten; printkosten: de kosten voor het verveelvoudigen van de filmprint en/of vervaardigen van een DCP voor vertoning van de filmproductie; prints & advertising (P&A): de directe kosten na de fase van realisering die samenhangen met de bioscoopuitbreng en promotie van de voor vertoning gereed zijnde filmproductie, inclusief VPF en de kosten van de uitbrengkopieën (printkosten/DCP); producent: de natuurlijke persoon die de productiemaatschappij rechtsgeldig vertegenwoordigt en binnen de organisatie van de productiemaatschappij beleidsmatig, bedrijfsmatig en inhoudelijk eindverantwoordelijk is; productiekosten: de kosten gemoeid met de realisering van een filmproductie; productiemaatschappij: een rechtspersoon die op continue basis bedrijfsactiviteiten ontplooit met als hoofddoel de productie en exploitatie van filmproducties en/of mediaproducties. De rechtspersoon is ten tijde van de subsidieaanvraag minimaal twee jaar gevestigd en actief geweest in Nederland, een Lidstaat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland; publicist: een persoon, die zich richt op de internationale promotie van en communicatie over een filmproductie; sales deliveries: de (promotie) materialen die een internationale sales agent nodig heeft ten behoeve van de internationale verkoop van de filmproductie; slate funding: de financiering van een pakket van projecten; speelfilm: een filmproductie in het genre fictie met een vertoningduur van tenminste 60 minuten, die primair bestemd is voor bioscoopuitbreng; SWOT analyse: een analyse van de sterktes, zwaktes, reële kansen en bedreigingen ten aanzien van de uitbreng van de filmproductie; theatrical release: de distributie van de filmproductie in de bioscoop of filmtheater; VPF: de virtual print fee is een bedrag dat een filmdistributeur bijdraagt per DCP voor de uitbreng in de bioscoop of het filmtheater. 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 01-01-2013
Artikel 2 — Artikel 2 – Toepasselijkheid reglementen –#
Artikel 2 – Toepasselijkheid reglementen – 1 Dit deelreglement is van toepassing op financiële bijdragen die het bestuur verstrekt voor de marketing en/of distributie van Nederlandse filmproducties en de distributie van buitenlandse arthousefilms waaronder buitenlandse jeugdfilms en minoritaire coproducties. 2 Algemeen Reglement Hetis van toepassing naast en in aanvulling op dit deelreglement. 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 01-01-2013
Artikel 3 — Artikel 3 – Subsidiesoorten –#
Artikel 3 – Subsidiesoorten – 1 Het bestuur hanteert de volgende subsidiesoorten: a.) projectsubsidies b.) slate funding 2 artikel 2 Ten behoeve van alle ingenoemde filmproducties verstrekt het bestuur projectsubsidies. 3 slate funding Onverminderd het bepaalde in het vorige lid kan het bestuurverstrekken ten behoeve van de bioscoopuitbreng van buitenlandse arthouse films. 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 01-01-2013
Artikel 4 — Artikel 4 – Slate funding –#
Artikel 4 – Slate funding – 1 slate funding Het bestuur kan een aanvraagronde uitschrijven met betrekking totten behoeve van de bioscoopuitbreng van buitenlandse arthouse films. Het bestuur maakt deze aanvraagronde en de daaraan verbonden voorwaarden, de periode waarop deze van toepassing is, alsmede de termijnen waarbinnen hierop kan worden ingeschreven, bekend op de website van het Fonds: www.filmfonds.nl. 2 Het bestuur verbindt aan een slate voor buitenlandse arthouse films in ieder geval de volgende voorwaarden: a.) slate eenbestaat uit tenminste drie filmproducties; b.) slate bijlage de filmproducties binnen devoldoen aan minimaal zeven punten van de voor deze subsidiesoort gehanteerde puntentelling opgenomen in debij dit deelreglement. 3 slate funding Het bestuur stelt per aanvraagronde het subsidieplafond voorvast. 4 slate funding artikel 3, tweede lid Een aanvrager dietoegewezen heeft gekregen komt gedurende een in de aanvraagronde aangegeven periode niet meer in aanmerking voor een bijdrage voor buitenlandse arthouse films zoals bedoeld in. 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 01-01-2013
Artikel 5 — Artikel 5 – Aanvrager –#
Artikel 5 – Aanvrager – 1 Een aanvraag in de zin van dit reglement wordt gedaan door een filmdistributeur. 2 slate funding Een aanvraag voorvoor buitenlandse arthouse films wordt gedaan door een filmdistributeur die gedurende de voorliggende drie kalenderjaren of langer op continue basis en overwegend buitenlands arthouse films uitbrengt. 3 artikelen 12 tot en met 15 In uitzondering op het eerste lid kan ter stimulering van de internationale distributie van een Nederlandse filmproductie () een aanvraag worden gedaan door een productiemaatschappij, die door een producent wordt vertegenwoordigd en/of buitenlandse distributeur en/of sales agent. 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 01-01-2013
Artikel 6 — Artikel 6 – Aanvraag –#
Artikel 6 – Aanvraag – 1 Een aanvraag wordt digitaal ingediend, waarbij een schriftelijke, door de aanvrager ondertekende, kopie van deze digitale aanvraag aan het Fonds wordt overgelegd. 2 De aanvrager overlegt bij de aanvraag in ieder geval een verklaring waarin hij garandeert, al dan niet door middel van een licentie, over de voor subsidieverlening noodzakelijke vertoningsrechten op de filmproductie(s) te beschikken. 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 01-01-2013
Artikel 7 — Artikel 7 – Subsidiabele activiteit –#
Artikel 7 – Subsidiabele activiteit – 1 marketing prints & advertising subsidiabele kosten marketing, prints & advertising Nederlandse filmproducties met de nadruk op arthouse films en documentaires die tot stand zijn gekomen met een realiseringsbijdrage van het Fonds komen in aanmerking voor een financiële bijdrage ter tegemoetkoming aan de kosten voor,zoals opgenomen in de lijsten vastgelegd in het Financieel & Productioneel Protocol van het Fonds. 2 minimum garantie marketing, prints & advertising Een bijdrage in de vorm van eenof een andersoortige bijdrage van de filmdistributeur in de productiekosten van de filmproductie wordt niet gerekend tot de subsidiabele kosten voor, evenmin als de interne en overheadkosten van de filmdistributeur of productiemaatschappij voor zover deze het door het Fonds goedgekeurde percentage overstijgen. 3 printkosten encoderingkosten Het bestuur kan een bijdrage verlenen voor de bioscoopuitbreng van een korte filmproductie van maximaal 10 minuten die tot stand is gekomen met een realiseringsbijdrage van het Fonds, die vertoond wordt als voorfilm bij een hoofdfilm met een bioscoopuitbreng. Deze bijdrage bestaat uitsluitend uit een vergoeding van deof. 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 01-01-2013
Artikel 8 — Artikel 8 – Subsidievorm–#
Artikel 8 – Subsidievorm– 1 De financiële bijdrage van het Fonds ten behoeve van bioscoopuitbreng wordt verstrekt in de vorm van een lening. 2 Aan deze lening verbindt het bestuur nadere voorwaarden. 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 01-01-2013
Artikel 9 — Artikel 9 – Vereisten aanvraag –#
Artikel 9 – Vereisten aanvraag – 1 Aanvragen worden gelijktijdig met een (gefaseerde) aanvraag voor realiseringssubsidie bij het bestuur ingediend. 2 Bij de aanvraag voor projectsubsidie wordt in een door de filmdistributeur en productiemaatschappij gezamenlijk opgesteld cross mediaal marketing- en distributieplan overgelegd dat gericht dient te zijn op het behalen van een optimaal publieksbereik via een theatrical en non theatrical release. 3 Zowel de aanvrager als de betrokken productiemaatschappij overlegt bij de aanvraag in ieder geval een verklaring waarin hij garandeert dat zijn financiële positie, en dan met name de relatie tussen beschikbare middelen en aangegane verplichtingen, voorafgaand aan de aanvraag geen negatieve ontwikkeling heeft gekend die bedreigend is geweest voor de stabiliteit en solvabiliteit van de aanvragers en, naar reële verwachting, deze ook niet zal kennen. 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 01-01-2013
Artikel 10 — Artikel 10 – Verplichtingen –#
Artikel 10 – Verplichtingen – Aan de verlening van een financiële bijdrage worden de volgende verplichtingen verbonden: a. er dient sprake te zijn van een gedegen landelijke bioscoopuitbreng, waarbij de filmproductie na de première minimaal 3 weken in beginsel gelijktijdig in 3 of meer bioscopen of filmtheaters met een dagelijkse vertoning voor een betalend publiek in Nederland wordt uitgebracht; b. non-theatrical release De filmdistributeur dient daarnaast eenvan de filmproductie te realiseren; c. de distributie dient aan te vangen binnen 24 maanden na de start van de filmproductie; d. mocht een filmprint cruciaal zijn voor distributie dan dient deze in de begroting en het financieringsplan van de filmdistributeur te worden meegenomen; e. marketing, prints & advertising een deel van de begrote kosten voordient aantoonbaar door de filmdistributeur en producent te worden gefinancierd. 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 01-01-2013
Artikel 11 — Artikel 11 – Weigeringsgronden –#
Artikel 11 – Weigeringsgronden – artikel 14 van het Algemeen Reglement In aanvulling opwordt een aanvraag voor een financiële bijdrage afgewezen indien sprake is van een filmproductie: a. met een productiebudget van meer dan 2 miljoen euro; b. waarvoor een subsidie is verleend op grond van het programma Screen NL Plus en/of de Suppletieregeling van het Fonds; c. waarvoor een subsidie is verleend in het kader van het samenwerkingsproject Telescoop; d. die een minoritaire coproductie betreffen; e. met een budget voor prints & advertising van meer dan € 150.000,–; f. waarvoor geen crossmediaal marketing & distributieplan is opgeleverd dat voldoet aan de eisen van het Fonds; g. die is afgewezen voor realiseringssubsidie; 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 01-01-2013
Artikel 12 — Artikel 12 – Subsidiabele activiteit –#
Artikel 12 – Subsidiabele activiteit – 1 Nederlandse filmproducties in de categorieën speelfilm en documentaire met een bioscoopuitbreng die tot stand zijn gekomen met een realiseringsbijdrage van het Fonds, kunnen in aanmerking komen voor een financiële bijdrage voor internationale distributie. 2 internationale filmfestivals De financiële bijdrage zoals bedoeld in het eerste lid is bedoeld ter tegemoetkoming in de kosten van reis- en verblijf van de producent indien de filmproductie is geselecteerd voor een toonaangevend internationaal festival zoals opgenomen in de lijstvan het Fonds (www.filmfonds.nl) voor zover deze kosten niet reeds door het Fonds, het EYE Filminstituut Nederland of derden worden vergoed. Zowel majoritaire als minoritaire Nederlandse coproducties komen hiervoor in aanmerking. 3 internationale filmfestivals Voor de internationale distributie via de bioscoop van een majoritaire Nederlandse speelfilm of documentaire met een beperkt productiebudget of in het geval van een selectie voor een toonaangevend internationaal festival zoals opgenomen in de lijstvastgelegd in het Financieel & productioneel Protocol van het Fonds (www.filmfonds.nl) kan naast de in het tweede lid bedoelde bijdragen nog een financiële bijdrage van het Fonds worden aangevraagd ter tegemoetkoming in de kosten voor: voor zover deze kosten niet reeds door het Fonds of derden vergoed worden of onder de bestaande coproductieafspraken vallen. a) de vervaardiging van sales deliveries ten behoeve van internationale sales waaronder een internationale presskit/publicist; en/of b) de uitbreng in bioscopen in het buitenland door een buitenlandse distributeur; en/of c) de dubbing van speelfilms ten behoeve van de verdere distributie in het buitenland door een buitenlandse distributeur of sales agent. 4 De bijdrage van het Fonds ten behoeve van sales deliveries waaronder een internationale presskit/publicist voor internationale sales zoals bedoeld in het vorige lid worden vergoed aan de hand van de oplevering van een financieel kostenoverzicht en fotokopieën van nota’s boven een bepaalt bedrag. 5 De bijdrage van het Fonds ten behoeve van de uitbreng in bioscopen in het buitenland door een buitenlandse distributeur zoals bedoeld in het derde lid wordt bepaald aan de hand van de oplevering van de afrekening en nota's van de buitenlandse distributeur en een bewijs van uitbreng in buitenlandse bioscopen door de buitenlandse distributeur. 6 De bijdrage van het Fonds ten behoeve van de kosten voor dubbing zoals bedoeld in het derde lid, wordt bepaald bij oplevering van de afrekening en nota’s voor dubbing door de Nederlandse productiemaatschappij, buitenlandse distributeur of sales agent. 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 01-01-2013
Artikel 13 — Artikel 13 – Vereisten aanvraag –#
Artikel 13 – Vereisten aanvraag – De aanvrager dient in de aanvraag een gedegen onderbouwing te geven van de noodzaak van de kosten die met de internationale distributie gemoeid zijn. Dat houdt in ieder geval in dat indien er een financiële bijdrage gevraagd wordt ter tegemoetkoming aan de kosten voor: – reis- en verblijf van de producent artikel 12, tweede lid , zoals bedoeld inwordt tot drie maanden na vertoning op het festival aangetoond voor welke toonaangevend internationaal filmfestival de filmproductie geselecteerd is c.q. was; – de vervaardiging van sales deliveries ten behoeve van internationale sales artikel 12, derde lid, onderdeel a , zoals bedoeld in, een duidelijke toelichting welke materialen zijn vervaardigd en wat de noodzaak en de (financiële) onderbouwing hiervan is. – de uitbreng in bioscopen in het buitenland door een buitenlandse distributeur artikel 12, derde lid, onderdeel b , zoals bedoeld in, de dealmemo met de buitenlandse distributeur bij de aanvraag wordt overgelegd alsmede een distributieplan voor de uitbreng in de bioscoop; – dubbing ten behoeve van de verdere exploitatie in het buitenland, artikel 12, derde lid, onderdeel c zoals bedoeld in, een onderbouwing waarom dubbing noodzakelijk zou zijn. 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 01-01-2013
Artikel 14 — Artikel 14 – Subsidievorm–#
Artikel 14 – Subsidievorm– 1 artikel 12, lid 2 De financiële bijdrage aan de onderen artikel 12, lid 3, onderdeel a, genoemde activiteiten worden verstrekt in de vorm van een bijdrage á fonds perdu aan de productiemaatschappij. 2 artikel 12, lid 3, onderdeel b De financiële bijdrage aan de onder, genoemde bijdrage wordt verstrekt in de vorm van een lening aan de buitenlandse distributeur. Aan deze lening verbindt het bestuur nadere voorwaarden. 3 artikel 12, lid 3, onderdeel c De financiële bijdrage aan de onder, genoemde bijdrage wordt verstrekt in de vorm van een lening aan de productiemaatschappij, de buitenlandse distributeur of de salesagent. Aan deze lening verbindt het bestuur nadere voorwaarden. 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 01-01-2013
Artikel 15 — Artikel 15 – Weigeringsgronden –#
Artikel 15 – Weigeringsgronden – artikel 12, tweede lid artikel 14 van het Algemeen Reglement Met uitzondering van, van dit deelreglement wordt, in aanvulling op, een aanvraag voor een financiële bijdrage afgewezen indien sprake is van een: a. speelfilm met een productiebudget van meer dan 3 miljoen euro; b. documentaire met een productiebudget van meer dan 600.000 euro; c. filmproductie die een minoritaire coproductie betreft; d. filmproductie die reeds enige vorm van distributiebijdrage heeft ontvangen van MEDIA, Eurimages of in het kader van een nationale distributieregeling in het betreffende land. 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 01-01-2013
Artikel 16 — Artikel 16 – subsidiabele activiteit –#
Artikel 16 – subsidiabele activiteit – Subsidie kan worden verleend voor bijzondere distributieactiviteiten ter versterking van de marketing en distributie van Nederlandse arthouse films en documentaires. 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 01-01-2013
Artikel 17 — Artikel 17 – Subsidiabele activiteit –#
Artikel 17 – Subsidiabele activiteit – 1 arthouse bijlage Uitsluitend buitenlandsefilms die zich kwalificeren volgens de puntentelling opgenomen in de, die onderdeel is van dit deelreglement, met een vertoningsduur van tenminste 60 minuten komen in aanmerking voor een financiële bijdrage. 2 Een aanvraag kan worden gedaan voor: a) slatefunding theatrical release een financiële bijdrage in de vorm vanten behoeve van de aankoop van buitenlandse arthouse films ten behoeve van de Nederlandseen bijbehorende kosten voor promotie en marketing; of b) theatrical release een financiële bijdrage in de vorm van projectsubsidie ten behoeve van de aankoop van een buitenlandse arthouse film op basis van de behaalde resultaten met een eerdere uitbreng van een buitenlandse arthouse film met een vertoningsduur van ten minste 60 minuten die eenin Nederland heeft gehad. 3 De bijdragen genoemd in het vorige lid in de onderdelen a en b kunnen niet beide worden toegekend voor dezelfde filmproductie. 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 01-01-2013
Artikel 18 — Artikel 18 – Subsidievorm –#
Artikel 18 – Subsidievorm – 1 De financiële bijdrage van het Fonds wordt in de vorm van een lening aan de filmdistributeur verstrekt. 2 Aan deze lening verbindt het bestuur nadere voorwaarden. 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 01-01-2013
Artikel 19 — Artikel 19 – Subsidieplafond en beoordelingswijze –#
Artikel 19 – Subsidieplafond en beoordelingswijze – 1 artikel 17, tweede lid, onderdeel a Het bestuur stelt jaarlijks per aanvraagronde in ieder geval subsidieplafonds vast met betrekking tot de financiële bijdragen zoals bedoeld inonderscheidenlijk onderdeel b. 2 artikel 5 van het Algemeen Reglement bijlage In afwijking vanwordt een aanvraag beoordeeld aan de hand van de criteria en het daaraan gekoppelde puntensysteem in devan dit deelreglement. 3 bijlage Als een subsidieplafond ontoereikend is om alle aanvragen te honoreren, komen slechts die aanvragen voor een financiële bijdrage in aanmerking die volgens de puntentelling in dein een aanvraagronde de meeste punten hebben behaald. 4 arthouse artikel 17, tweede lid, onderdeel b Een aanvraag voor een financiële bijdrage met betrekking tot een reeds uitgebrachtefilm zoals bedoeld in, die niet wordt gehonoreerd omdat het subsidieplafond is bereikt kan nog eenmaal en uitsluitend in de eerst volgende aanvraagronde worden ingediend. 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 01-01-2013
Artikel 20 — Artikel 20 – Beoordeling en vereisten aanvraag slatefunding aankoop –#
Artikel 20 – Beoordeling en vereisten aanvraag slatefunding aankoop – 1 slatefunding minimum garantie arthouse artikel 17, tweede lid, onderdeel a Een aanvraag voorten behoeve van de aankoop () van buitenlandsefilms zoals bedoeld in, wordt beoordeeld op basis van de staat van dienst van de filmdistributeur. 2 bijlage De staat van dienst wordt over de afgelopen drie jaar berekend aan de hand van de criteria en daaraan gekoppelde puntentelling in devan dit deelreglement. 3 arthouse De drie filmdistributeurs die met door hen uitgebrachte buitenlandsefilms volgens de onder lid 2 benoemde puntentelling het hoogste aantal punten in de afgelopen drie jaar behaalden komen voor een financiële bijdrage in aanmerking. 4 De filmproducties die een bijdrage van het Fonds ontvangen moeten binnen twaalf maanden na subsidieverlening zijn aangekocht en in Nederland zijn uitgebracht. 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 01-01-2013
Artikel 21 — Artikel 21 – Beoordeling en vereisten aanvraag projectsubsidie aankoop –#
Artikel 21 – Beoordeling en vereisten aanvraag projectsubsidie aankoop – 1 arthouse Bij een aanvraag voor een bijdrage in de vorm van projectsubsidie ten behoeve van de aankoop van een buitenlandse arthouse film op basis van de behaalde resultaten met een eerdere uitbreng van een buitenlandse arthouse film dient de bioscoopuitbreng van de reeds uitgebrachte buitenlandsefilm te voldoen aan de volgende vereisten: a) er zijn minimaal 150 voorstellingen van de filmproductie geweest; b) de filmproductie is uitgebracht in minimaal 75% van de filmtheaters met minimaal 1 weekprogramma van 5 vertoningen; c) de filmproductie is in minimaal 3 en maximaal 12 digitale (DCP) kopieën van de filmprint uitgebracht. d) de filmproductie is direct bij de première gespreid in verschillende steden in Nederland uitgebracht. 2 arthouse arthouse De aanvrager voor een projectsubsidie dient de financiële bijdrage van het Fonds aantoonbaar in de aankoop van een nieuwe buitenlandsefilm te investeren. Deze nieuw aangekochtefilm moet aan minimaal zeven punten van het aan dit deelreglement gekoppelde puntensysteem voldoen. 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 01-01-2013
Artikel 22 — Artikel 22 – Weigeringsgronden projectsubsidie aankoop –#
Artikel 22 – Weigeringsgronden projectsubsidie aankoop – artikel 14 van het Algemeen Reglement artikel 17, tweede lid, onderdeel b In aanvulling opwordt de aanvraag zoals bedoeld in, afgewezen indien het gaat om een filmproductie die: a) reeds enige vorm van distributiebijdrage heeft ontvangen van MEDIA, Eurimages of in het kader van een nationale distributieregeling in het betreffende land; of b) gemaakt is voor een hoger productiebudget dan 5 miljoen euro; of c) indien de financiële bijdrage zal worden aangewend ten behoeve van andere kosten dan de kosten voor bioscoopuitbreng. 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 01-01-2013
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur. 2 Het bestuur kan om zwaarwegende redenen afwijken van dit reglement, voor zover dergelijke afwijkingen verenigbaar zijn met het beoordelingskader voor staatssteun aan de filmsector, zoals dat wordt gehanteerd door de Europese Commissie. 3 bijlage Dit reglement metis vastgesteld door het bestuur met goedkeuring van de Raad van Toezicht op 24 oktober 2012. 4 Dit reglement treedt in werking met ingang van 1 januari 2013 5 Deelreglement Distributie van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film Hetzoals dat is vastgesteld op 9 maart 2011 is per 1 januari 2013 ingetrokken. 6 Op alle aanvragen die door het Fonds voor 1 januari 2013 zijn ontvangen blijft het reglement genoemd in lid 5 van dit artikel zoals deze gold tot 1 januari 2013 van toepassing. 7 Dit reglement wordt aangehaald als Deelreglement Distributie van de Stichting Nederlands Fonds voor de film. 8 Dit reglement wordt bekendgemaakt door kennisgeving ervan in de Staatscourant en op de website van het Nederlands Fonds voor de Film (www.filmfonds.nl). 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 2012 26155 18-12-2012 24-10-2012 01-01-2013